[22bb005006] Bijlage 1 behorende bij 22bb5005 over ontwerpbestemmingsplan Kern en Plassen
Tekst van het document
8.1
Recreatiewoningen op eilanden in Bergse Achterplas
Op de eilanden in de Bergse Achterplas zijn op grote schaal kleine recreatiewoningen gebouwd. Het betreft circa 200 huisjes, waarvan circa 25 op percelen in particulier eigendom. De andere percelen worden door de gemeentelijke Dienst Recreatie Rotterdam verhuurd aan de watersportvereniging “Ons Buiten”. Veel van deze huisjes zijn reeds vele jaren aanwezig. Zij zijn veelal zonder bouwvergunning gerealiseerd. Tegen deze illegale bouwwerken is niet handhavend opgetreden. Op grond van vaste jurisprudentie kan illegale bebouwing en bebouwing welke reeds in strijd was met het vigerende plan, niet onder het overgangsrecht gebracht worden. Het overgangsrecht heeft namelijk een beperkte werking en dient ter bescherming van bestaande belangen (dat wil zeggen, de belangen van diegenen die met bouwvergunning hebben gebouwd), zolang de nieuwe bestemming nog niet is gerealiseerd. Dit in acht nemende is er (in 2008) voor gekozen om de huidige bebouwing positief te bestemmen (legaliseren). Omwille van behoud van de kwaliteit van het gebied is bepaald dat het huidige aantal recreatiewoningen niet mag toenemen.
Krachtens het (destijds vigerende) plan ’Uitbreidingsplan Hillegersbergsche Plassen’ uit 1946 hebben de eilanden de bestemming “park, plantsoen, speel- en sportterrein”, krachtens welke bestemming bebouwing van deze eilanden verboden is, behoudens in de bestemming passende bouwwerken (artikel 3 van de bebouwingsvoorschriften Hillegersbergsche plassen). Watersportvereniging “Ons Buiten” hanteert voor haar leden bouwregels. Per perceel mag niet meer dan 40 m² bebouwing worden opgericht (een recreatiewoning en één bijgebouw). Deze maat is beperkt gehouden, teneinde te voorkomen dat de huisjes voor permanente bewoning gebruikt worden. Deze maat is als algemene norm voor bebouwing op de eilanden in de Bergse Achterplas opgenomen in het plan. In de planvoorschriften is dit vastgelegd onder verwijzing naar de inventarisatielijst waarop de bestaande huisjes van 2008 zijn aangegeven. Voor de huisjes welke op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan in 2008 groter zijn dan 40 m² geldt een generaal pardon. Een lijst met de nummers van deze huisjes is aan de planvoorschriften toegevoegd, zodat ten behoeve van eventuele handhaving de nulsituatie duidelijk is. Per perceel is één recreatiewoning toegestaan en wel op die percelen die voor dit doel in gebruik zijn en zijn aangegeven op de tekening in 'Bijlage 3 Perceelindeling Recreatie - 1'.
Recreatiewoning plus bijgebouw mogen tezamen niet meer dan 40 m² grondoppervlak beslaan, met dien verstande dat de bebouwing welke groter is dan genoemde maat, het oppervlak mag hebben dat vastgelegd is in 'Bijlage 4 Oppervlak Recreatie - 1'. Het oppervlak op deze lijst mag betrekking hebben op de recreatiewoning en meerdere bijgebouwen.
85
8.2
Overkappingen / botenhuizen
Er zijn in 2021 ruim 45 overkappingen/botenhuizen aanwezig rondom de Bergse Plassen die niet passen binnen de huidige regels. Als de overkappingen/botenhuizen langs de lat van het beeldkwaliteitplan voor botenhuizen (concept 10-06-2021) worden gelegd, zou er tegen het overgrote deel handhavend moeten worden opgetreden. Omdat sommige van deze overkappingen/botenhuizen al heel lang aanwezig zijn, is in het beeldkwaliteitplan voor botenhuizen een overgangsregeling voorgesteld. Hierbij zijn aan de diverse strijdigheden verschillende waarden toegekend, omdat voor de bestaande overkappingen/botenhuizen niet alle strijdigheden als even zwaar worden gezien. De overgangsregeling geldt alleen voor de nu al aanwezige overkappingen/botenhuizen. Om aan legalisering voor de aanwezige overkappingen/botenhuizen mee te werken, moet aan de overgangsregeling worden voldaan. Hierbij is het volgende van belang: hieronder zijn een aantal strijdigheden genoemd, in volgorde van zwaarte, waarbij 1 als het zwaarst wordt aangemerkt. Indien sprake is van strijdigheid 1 en 2 dan dient eerst een oplossing te worden gevonden voor strijdigheid 1. Nadat dit is opgelost, dient ook een oplossing te worden gevonden voor strijdigheid 2. Voor het verlenen van medewerking aan legalisering, moeten de strijdigheden dus eerst worden opgelost.
Nieuwe overkappingen/botenhuizen dienen gewoon aan de regels uit het beeldkwaliteitplan voor botenhuizen te voldoen. Dit verschil is juridisch geborgd in dit vast te stellen bestemmingsplan. Strijdigheid 1: overkapping/botenhuis ligt buiten eigen perceel Als de overkapping of het botenhuis geheel of gedeeltelijk gerealiseerd is buiten het eigen grondgebied, boven water dat eigendom is van de gemeente, dan dient de overkapping, het botenhuis, zonder meer te worden verplaatst naar eigen grond. Deze overkappingen/botenhuizen zullen anders niet worden gelegaliseerd. Indien verplaatsing naar eigen grond niet mogelijk is, dienen deze overkappingen/ botenhuizen te worden verwijderd. Als de overkapping of het botenhuis geheel of gedeeltelijk gerealiseerd is buiten het eigen grondgebied, boven water dat eigendom is van derden, dan geldt voor bestaande gevallen dat deze niet kunnen worden gelegaliseerd op die locatie, en dus dienen te worden verplaatst. Op basis van het beeldkwaliteitplan kan worden bepaald om welke overkappingen/botenhuizen het gaat. In de periode tot aan vaststelling van het bestemmingsplan kan met de betreffende eigenaren in gesprek worden gegaan hoe hiermee om zal worden gegaan.
Wordt er tussen de grondeigenaar en de eigenaar van overkapping of botenhuis tussentijds geen overeenstemming bereikt (verkoop van de grond, verklaring van geen bezwaar etc.) dan dient de overkapping/botenhuis te worden verwijderd, omdat deze niet kan worden gelegaliseerd. Het botenhuis bevindt zich dan namelijk (nog steeds) zonder toestemming op andermans terrein. Strijdigheid 2: botenhuis is gebouwd op een locatie die wordt uitgesloten in het beeldkwaliteitplan Op bepaalde plekken worden overkappingen/botenhuizen in het beeldkwaliteitplan volledig uitgesloten. Verplaatsing is hier niet mogelijk. Concreet gaat het hierbij om de eilanden in de Bergse Achterplas. Op de huidige eilanden zijn nu zes botenhuizen aanwezig. Vier hiervan liggen op water dat in eigendom is van de gemeente. Deze dienen op basis van stridigheid 1 te worden verwijderd. In het huidige bestemmingsplan is een botenhuis opgenomen (Bergse Achterplas 214, eiland 7). Deze is dus passend, en zal daarom blijvend als uitzondering op de regel worden beschouwd. Wel dient een vergunning te worden aangevraagd. Voor de bestaande botenhuizen Bergse Achterplas 244, 326, 430, 442 en 466 geldt dat deze zijn gebouwd zonder vergunning. Deze zal ook niet alsnog worden verleend vanwege de uitgesloten locatie; de botenhuizen dienen daarom te worden verwijderd.
Strijdigheid 3: meer dan één overkapping/botenhuis Het belangrijkste doel van het beeldkwaliteitplan is het onder voorwaarden toestaan van overkappingen/botenhuizen, waarbij het groene aanzicht van de plasoevers en een vloeiende overgang van tuin naar plas zo veel mogelijk behouden blijft. Het beeldkwaliteitplan gaat daarom uit van één overkapping/botenhuis per adres, ofwel één overkapping/botenhuis per woning. Sommige adressen omvatten meerdere percelen. Het aanzicht van de plasoevers is gebaat bij zo min mogelijk overkappingen/botenhuizen om het aanzicht zo groen en ruim als mogelijk te houden. Vandaar dat
86
wordt uitgegaan van één overkapping/botenhuis per woning, en niet één overkapping/botenhuis per perceel. Voor die enkele gevallen waar nu meerdere overkappingen/botenhuizen op één adres aanwezig zijn, zal dit worden gelegaliseerd, mits er geen sprake is van de hiervoor genoemde strijdigheden. Strijdigheid 4: botenhuis ligt binnen bestemming 'Water' Als een overkapping/botenhuis is gelegen binnen de bestemming 'Water', dan wordt hier voor de bestaande overkappingen/botenhuizen coulant mee omgegaan, wat wil zeggen dat deze bestemming geen weigeringsgrond zal vormen, indien voor deze overkappingen/botenhuizen alsnog een vergunning voor wordt aangevraagd. Deze strijdigheid vormt voor de bestaande overkappingen/botenhuizen dus geen reden voor handhaving, wel het ontbreken van een vergunning. Voor nieuwe overkappingen/botenhuizen geldt dit nadrukkelijk niet, die kunnen geen vergunning krijgen als deze binnen de bestemming 'Water' gesitueerd zijn. Met deze strijdigheid wordt alleen coulant omgegaan als van de hiervoor genoemde strijdigheden geen sprake is. Bij stedelijke oever is een lage overkapping buiten de plasoever wel toegestaan in het beeldkwaliteitplan! Strijdigheid 5: overkapping/botenhuis voldoet niet aan regels beeldkwaliteit (grootte, materiaal, vorm etc.) Als een overkapping/botenhuis niet voldoet aan de regels t.a.v. grootte, materialisering etc.
dan wordt een maatwerkoplossing voorgesteld, waarbij samen met de eigenaren gekeken wordt naar een passende oplossing. Het is niet de bedoeling de bestaande overkappingen/botenhuizen zo te transformeren dat deze per se volledig binnen de regels vallen van het beeldkwaliteitplan botenhuizen, maar dat gekeken wordt naar verbeteringen die redelijkerwijs gerealiseerd kunnen worden. Hierbij wordt gerekend op de medewerking van de eigenaren. Bij het uitblijven van medewerking zal handhavend worden opgetreden. Er zal alleen naar een passende oplossing worden gezocht als er geen sprake is van de strijdigheden 1 t/m 4. Strijdigheid 6: overkapping/botenhuis ligt te dicht nabij zij-erfgrens. In het beeldkwaliteitplan botenhuizen worden eisen gesteld aan de onderlinge afstand van overkappingen en botenhuizen. Omdat een zo luchtig mogelijk beeld wordt nagestreefd is het niet de bedoeling dat twee overkappingen/botenhuizen (te dicht) tegen elkaar aan worden gebouwd. Daarom dienen alle overkappingen/botenhuizen een bepaalde afstand te houden t.o.v. de zij-erfgrens. Voor huidige overkappingen/botenhuizen die gebouwd zijn op de zij-erfgrens geldt dat deze niet hoeven te worden verplaatst vanwege deze strijdigheid. Omdat een buurman die een nieuw botenhuis wil bouwen wél een bepaalde afstand aan moet houden, zullen nieuwe overkappingen/botenhuizen nooit tegen elkaar komen te staan.
Hoogstens is de maat tussen de overkappingen/botenhuizen kleiner dan gewenst. Er zal verzocht worden bij aanvraag van een nieuwe overkapping/botenhuis in dergelijke gevallen iets meer afstand aan te houden t.o.v. de bestaande overkapping/botenhuis dat op de zij-erfgrens is gebouwd. Daarbij wordt gerekend op de welwillende medewerking van de initiatiefnemer. Als deze niet wil meewerken, dan gelden de reguliere regels uit het beeldkwaliteitplan botenhuizen. Bestaande gevallen waarin twee overkappingen/botenhuizen al wel tegen elkaar zijn gebouwd worden getolereerd binnen de Overgangsregeling, wat wil zeggen dat medewerking wordt verleend aan legalisering, indien daarvoor vergunning wordt aangevraagd. Er zal t.a.v. deze strijdigheid alleen coulant worden opgetreden als er geen sprake is van de strijdigheden 1 t/m 4 en er welwillend wordt meegewerkt aan een passende oplossing in het geval van strijdigheid 5.
8.3
Aanlegsteigers
In het bestemmingsplan uit 2009/2012 is geregeld dat aanlegsteigers die aanwezig zijn op 1 juli 2008, en functioneel en intact zijn, gehandhaafd mogen blijven en de grootte mogen behouden die zij hebben op genoemde datum, met uitzondering van die aanlegsteigers waartegen op 1 juli 2008 handhavend werd opgetreden. Daarmee is een groot deel van de aanlegsteigers van destijds gelegaliseerd bij de vaststelling van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan geeft bouwregels voor aanlegsteigers. Legale aanlegsteigers met afwijkende maatvoering zijn nu ingetekend. Voor het bouwen van een aanlegsteiger is veelal ook een watervergunning nodig, aan te vragen bij het Hoogheemraadschap (HHSK). Het hoogheemraadschap beoordeelt of de vergunning te verenigen is met
87
de belangen van de waterbeheerder en of eventueel extra voorschriften of beperkingen nodig zijn om de belangen te beschermen. In de watervergunning wordt nadrukkelijk gesteld dat de aanvrager zelf moet nagaan of bovendien van andere instanties een vergunning vereist is, of dat toestemming nodig is van een eventuele (mede)eigenaar of gebruiker van de grond (het water).
88
Hoofdstuk 9
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
In het kader van het overleg bij de voorbereiding van bestemmingsplannen, als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het concept ontwerpbestemmingsplan toegezonden aan: 1. GS, Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, directie DRM; 2. MRDH, Metropoolregio Rotterdam Den Haag; 3. HHSK, Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard; 4. Archeologie Rotterdam (BOOR, Bureau Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam); 5. VRR, Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond; 6. DCMR, Milieudienst Rijnmond; 7. LVNL, Luchtverkeersleiding Nederland; 8. TenneT, Zuid-Holland, beheerder hoogspanningsnet; 9. Stedin, beheerder elektriciteit- en gasnetwerk; 10. WBR, Warmtebedrijf Rotterdam; 11. ProRail, beheerder spoorwegnetwerk; 12. KPN Telecom; 13. VWS Pipeline Control; 14. Monet, vereniging van mobiele netwerkoperators; 15. NGU, N.V. Nederlandse Gasunie; 16. Evides, beheerder drinkwatertransportleidingen; 17. Ministerie van Defensie; 18. Ministerie van Economische Zaken en Klimaat; 19. Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat 20. RWS, Rijkswaterstaat, West-Nederland Zuid.
9.1
GS, Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, directie DRM
Het concept ontwerpbestemmingsplan is door het invullen van het E-formulier aangeboden aan GS. Het E-formulier stelt vragen en de daarop gegeven antwoorden geven inzicht in de vraag of het bestemmingsplan mogelijk strijdig is met het provinciaal beleid en dus door de porvincie bekeken moet worden. Aan de hand van de antwoorden op de vragen uit het formulier volgt dat het plan niet hoeft te worden toegezonden aan de provincie. Provinciale belangen zijn niet in het geding. Commentaar: Voor kennisgeving aangenomen.
9.2
VRR, Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
De afdeling Risicobeheersing van de VRR brengt in het kader van fysieke veiligheid advies uit over de mogelijkheden voor effectieve hulpverlening, de zelfredzaamheid en samenredzaamheid van de aanwezigen en de continuïteit van de samenleving. Zij doet dit door middel van een analyse van de omgeving, waarbij risicobronnen, mogelijke scenario's en hun effecten worden beschouwd. Uiteindelijk kan dit zich vertalen in omgevings-, bouwkundige, installatietechnische en/of organisatorische maatregelen. Graag verneemt de VRR het besluit van B&W met betrekking tot de onderstaande adviespunten. Situatiebeschrijving Voor de kern en de plassen in het gebied Hillegersberg-Schiebroek worden de bestemmingsplannen herzien omdat zij niet meer actueel zijn. Het nieuwe bestemmingsplan maakt ook enkele nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Advies
89
Voor het bepalen van het effect en voor het bepalen van maatregelen met betrekking tot zeer kwetsbare bestemmingen wordt uitgegaan van de 1% letaliteitscontour (LC01) van het worst case scenario. Voor het bepalen van het effect en voor het bepalen van gewenste maatregelen voor (beperkt) kwetsbare bestemmingen wordt de 1% letaliteitscontour van het meest geloofwaardige scenario gebruikt. Deze specifieke ontwikkeling valt binnen relatief veel LC01-contouren van het worst case scenario en door deze cumulaties zijn maatregelen wenselijk. 9.2.1
Omgevingsmaatregelen: Bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen
De VRR adviseert om binnen het plangebied zorg te dragen voor toereikende bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen, zodat hulpdiensten bij een incident adequaat kunnen optreden. De regionaal vastgestelde ‘Handleiding advies bluswater en bereikbaarheid VRR’ biedt mogelijkheden om daar invulling aan te geven. Commentaar: Dit wordt gezien als een algemeen advies. Hiervan wordt kennisgenomen. 9.2.2
Bouwkundige maatregelen: Binnen 120 meter vanaf de Rijksweg A20
Construeer bij de eventuele verbouwing/herontwikkeling van objecten binnen de 120 meter vanaf de Rijksweg A20 (gemeten vanaf de buitenste rijbaanstrook) de objecten zodanig (conform 2.10 van de Regeling Bouwbesluit 2012) dat bij een toxische wolk de mogelijkheden tot zelfredzaamheid van aanwezigen verbeterd worden. Als deuren, ramen en ventilatieopeningen afsluitbaar zijn en het luchtverversingssysteem uitgeschakeld kan worden is een gebouw geschikt om enkele uren in te schuilen. Commentaar: Het bestemmingsplan voorziet niet in de (her)ontwikkelingen binnen deze contour. 9.2.3
Organisatorische maatregelen: Draag zorg voor een goede voorlichting
Draag zorg voor een goede voorlichting en instructie van de aanwezige personen, zodat men weet hoe te handelen tijdens een calamiteit door middel van de campagne "Goed voorbereid zijn heb je zelf in de hand". Doorgaans is schuilen in een (nabijgelegen) gebouw de beste optie; sluit ramen en deuren, schakel het ventilatiesysteem af, blijf weg bij ramen en schuil bij voorkeur in dat deel van het gebouw dat zo ver mogelijk van het incident af is gelegen. Op de website "www.rijnmondveilig.nl" vindt u meer informatie over wat te doen in geval van een incident. Commentaar: Zoals door de Veiligheidsregio wordt gesteld vallen deze adviezen niet binnen de context van de Wet ruimtelijke ordening en kan dit niet in het bestemmingsplan worden geregeld.
9.3
DCMR, Milieudienst Rijnmond
DCMR geeft aan geen formele reactie te geven in het kader van het vooroverleg zoals bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Commentaar: Wij danken voor deze opmerking en nemen het voor kennisgeving aan.
9.4
LVNL, Luchtverkeersleiding Nederland
LVNL bedankt voor de opname van het belang van LVNL. LVNL meldt dat het concept ontwerpbestemmingsplan Kern en Plassen geen aanleiding geeft om te reageren. Commentaar: Wij danken voor deze opmerking en nemen het voor kennisgeving aan.
90
9.5
Participatie en informatie
In de startfase heeft de gebiedsdirecteur enkele commissieleden aangewezen die een actieve rol vervullen bij het nieuw op te starten bestemmingsplan. De commissie maakt wensen/advies voor het nieuwe bestemmingsplan kenbaar bij de startbijeenkomst. Tijdens de startbijeenkomst is in overleg met betrokkenen besloten welke ontwikkelingen wel of niet worden meegenomen in het nieuwe bestemmingsplan. Deze zijn in de startnotitie aangegeven. In de startfase is op 24 januari 2020 tevens een toelichting gegeven bij de werkgroep Fysiek van de gebiedscommissie. Daarin is in het bijzonder aandacht gegeven over handhavingskwesties en over de ontwikkelrichting voor botenhuizen en overkappingen voor boten. In de conceptfase is op 12 januari 2021 een (digitale) toelichting gegeven over de stand van zaken van het plan en van en het proces. Daarin is ook aangegeven dat de gebiedscommissie officieel om advies wordt gevraagd op het moment dat het ontwerp ter inzage ligt. Ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, is een ieder gedurende zes weken, in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen met betrekking tot het ontwerpbestemmingsplan. Gedurende de periode van terinzagelegging is een informatieavond georganiseerd waar een ieder vragen kan stellen met betrekking tot het terinzageliggende ontwerpbestemmingsplan.
91
92
Regels
93
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
INLEIDENDE REGELS
Begrippen
plan:
Het bestemmingsplan 'Kern en Plassen' met identificatienummer NL.IMRO.0599.BP1129KernPlassen-on01 van de gemeente Rotterdam. 1.2
bestemmingsplan:
De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
Aanbouw (uitbouw)
Een uitbreiding van het hoofdgebouw in één bouwlaag (hieronder wordt tevens een uitbouw begrepen). 1.4
aanduiding:
Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5
aanduidingsgrens:
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6
Achtererfgebied
Erf aan de achterkant van het oorspronkelijke hoofdgebouw en aan de zijkant(en) ervan, op meer dan 1 meter van de erfgrens aan de zijde van het openbaar toegankelijke gebied, alsmede op meer dan 1 meter van de voorkant van het hoofdgebouw. 1.7
Archeologisch deskundige
Het Bureau Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam of een andere deskundige op het gebied van archeologie. 1.8
Archeologisch monument
Monument als bedoeld in artikel 1.1. van de Erfgoedwet. 1.9
Bebouwing
Een of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.10
Bebouwingspercentage
Een percentage dat aangeeft hoeveel van het oppervlak van een bestemmingsvlak door gebouwen mag worden ingenomen. 1.11
Bedrijven
De bedrijven genoemd in de lijst van bedrijfsactiviteiten behorende bij deze regels. 1.12
Beleidskader hoog-risico biologische laboratoria Rotterdam-Rijnmond
Het "Beleidskader hoog-risico biologische laboratoria Rotterdam-Rijnmond" dat als bijlage Bijlage 6 is gevoegd bij de regels van dit plan of een herziening of wijziging van dit beleidskader.
94
1.13
Belwinkel
Een inrichting waarvan de bedrijfsvoering onder welke benaming dan ook is gericht op het ter plaatse tegen betaling bieden van gelegenheid tot elektronische berichtenuitwisseling in de vorm van telefonie of door middel van toegang tot het internet. Een op de openbare weg geplaatste telefooncel wordt hier niet onder begrepen. 1.14
Beperkt kwetsbare objecten
a. woningen, kantoorgebouwen, hotels, restaurants, winkels en bedrijfsgebouwen, voor zover deze objecten niet tot de categorie Kwetsbare objecten behoren; b. sporthallen, zwembaden, speeltuinen; c. sport- en kampeerterreinen en terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden, voor zover zij niet tot de categorie Kwetsbare objecten behoren; d. andere objecten die met de onder a en b genoemde gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin doorgaans aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voor zover die objecten niet tot de categorie Kwetsbare objecten behoren; e. objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voor zover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval. 1.15
Besluit externe veiligheid inrichtingen
Het Besluit externe veiligheid inrichtingen zoals dat luidt ten tijde van de ter inzage legging van het ontwerp van dit bestemmingsplan. 1.16
bestemmingsgrens:
De grens van een bestemmingsvlak. 1.17
bestemmingsvlak:
Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.18
Bijbehorend bouwwerk
Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.19
Bijgebouw
Vrijstaand gebouw dat door constructie en/of afmetingen ondergeschikt is aan een hoofdgebouw gelegen op hetzelfde perceel. 1.20
Bijzondere objecten
a. b. c. d.
bejaardentehuizen en verpleeginrichtingen (zoals ziekenhuizen en sanatoria); scholen en winkelcentra; hotels, kantoor- en bedrijfsgebouwen, bestemd voor meer dan 50 personen; objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals computer- en telefooncentrales, gebouwen met vluchtleidingsapparatuur; e. objecten die door secundaire effecten een verhoogd risico met zich brengen, zoals bovengrondse installaties en opslagtanks voor brandbare, explosieve en/of giftige stoffen; f. een recreatieterrein: 1. een terrein voor langdurig verblijf van personen gedurende een gedeelte van een jaar, zoals camping; 2. een terrein voor kortstondig verblijf van grote groepen personen gedurende een gedeelte van de dag, zoals een speeltuin, een volkstuin, een sportveld of een openluchtzwembad; g. andere, met de bovengenoemde vergelijkbare objecten.
95
1.21
Bouwaanduidingen
Alle aanduidingen met betrekking tot de wijze van bouwen en de verschijningsvorm van bouwwerken. 1.22
Botenhuis
Een bijgebouw, qua afmeting en volume ondergeschikt aan het hoofdgebouw, uitsluitend te gebruiken voor het overdekt stallen van een boot. Combinaties met andere functies (werkkamer, berging, mantelzorgwoning, hobbyruimte etc.) zijn uitgesloten. 1.23
Bouwen
Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.24
Bouwgrens
De grens van een Bouwvlak. 1.25
Bouwlaag
Het tussen twee opeenvolgende vloeren (of tussen een vloer en plat dak) gelegen, voor verblijf geschikt deel van een gebouw. Een kap, vliering, zolder, souterrain, alsmede een dakopbouw binnen het theoretisch profiel van een kap, worden niet als een afzonderlijke bouwlaag beschouwd. Alleen ingeval een dakopbouw of dakkapel breder is dan tweederde van de pandbreedte, wordt dit als een aparte bouwlaag geteld. NB: onder het "theoretisch profiel van een kap" wordt verstaan de ruimte binnen een kap met schuine zijden waarvan de hellingshoek ten minste 20 en maximaal 60 graden bedraagt, tenzij in de bestemmingsregels in hoofdtstuk 2 anders is bepaald. 1.26
Bouwperceel
Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.27
Bouwperceelgrens
De grens van een bouwperceel. 1.28
Bouwverordening
Bouwverordening Rotterdam 2010, zoals deze luidt op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp van dit bestemmingsplan. 1.29
Bouwvlak
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.30
Bouwwerk
Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.31
Bruto vloeroppervlak (b.v.o.)
Het vloeroppervlak van een bouwwerk, inclusief de niet direct voor het hoofddoel bruikbare ruimten (bijvoorbeeld bij een productiebedrijf of winkel, de magazijn-, expeditie-, kantoorruimten). Gebouwde parkeervoorzieningen worden niet tot het b.v.o. gerekend. 1.32
Dakterras
Een bouwkundige voorziening op het platte dak van een gebouw dat bestaat uit een te betreden vlak, geheel of gedeeltelijk omgeven door een hekwerk waarvan de bouwhoogte minimaal 1,2 meter bedraagt.
96
1.33
Detailhandel
Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ter verkoop, verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.34
Dienstverlening
Het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen. Een belwinkel en een seksinrichting worden hier niet onder begrepen. 1.35
Bedrijfswoning
Een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is. 1.36
Dove gevel
a. een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A), alsmede, b. een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits deze niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. In dit verband wordt onder een geluidsgevoelige ruimte verstaan een ruimte binnen een woning voor zover die kennelijk als slaap-, woon- of eetkamer wordt gebruikt of voor een zodanig gebruik is bestemd, alsmede een keuken van ten minste 11 m2. 1.37
Erf
Terrein ten behoeve van de ontsluiting van de aanliggende bebouwing, voor parkeren, groenvoorzieningen, waterlopen en bouwwerken van lichte constructie (carports, slagbomen, fietsenstallingen e.d.). 1.38
Erfgoedwet
De Erfgoedwet (2016), zoals deze luidt op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp van dit bestemmingsplan. 1.39
Gevaarlijke stoffen
Stoffen of preparaten die krachtens het Besluit verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten zijn ingedeeld in een categorie als bedoeld in artikel 34, tweede lid van de Wet milieugevaarlijke stoffen, zoals deze luidt op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp van dit bestemmingsplan. 1.40
Gebouw
Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.41
Geluidluwe gevel
Een gevel waarbij de geluidsbelasting afkomstig van: wegverkeer niet meer bedraagt dan 53 dB(A) etmaalwaarde; spoor-, tram- en metroverkeer niet meer bedraagt dan 55 dB(A) etmaalwaarde; 1.42
Geluidsgevoelige objecten
Hieronder worden verstaan de in de Wet geluidhinder aangewezen objecten: woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven.
97
NB: Delen van deze gebouwen kunnen worden uitgezonderd wanneer deze een bestemming krijgen voor een functie die niet als geluidsgevoelig kan worden beschouwd. 1.43
Gestapelde woningen
Woningen, gestapeld met woningen (soms ook gestapeld met andere functies, welke dan in de bestemmingsomschrijving vermeld dienen te zijn). 1.44
GGD
Gemeentelijke Gezondheidsdienst Rotterdam-Rijnmond. 1.45
Grondgebonden woningen
Woningen met een eigen tuin. 1.46
Hoofdgebouw
Gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.47
Hoog-risico biologisch laboratorium
Een biologisch laboratorium met een biologische veiligheidsklasse 3 of hoger zoals bedoeld in het "Beleidskader hoog-risico biologische laboratoria Rotterdam-Rijnmond". 1.48
Horeca
Het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en drank, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf. 1.49
Hotel
Het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf en bijbehorende voorzieningen zoals ter plaatse nuttigen van voedsel en dranken en het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie. 1.50
Kap
Een afdekking van een gebouw met schuine zijden waarbij de hellingshoek ten minste 20 en ten hoogste 60 graden bedraagt. 1.51
Kantoren
Het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen. 1.52
Kleinschalige speeltoestellen
Speeltoestellen niet hoger dan 4 meter. 1.53
Kwetsbare objecten
a. woningen, met uitzondering van: 1. verspreid liggende woningen van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare; 2. dienst- en bedrijfswoningen van derden; b. gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, zoals: 1. ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen; 2. scholen; 3. gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen; c. gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, zoals: 1. kantoorgebouwen en hotels met een b.v.o. van meer dan 1500 m² per object;
98
2. complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk b.v.o. meer dan 1000 m² bedraagt en winkels met een totaal b.v.o. van meer dan 2000 m² per winkel, voor zover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd; d. kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen. 1.54
Laagbouw woningen
Woningen, niet gestapeld met woningen of andere functies. Woonwagens c.q. woonwagenstandplaatsen worden niet hieronder begrepen. 1.55
Maaiveld
De bovenkant van het aansluitende, afgewerkte terrein dat een bouwwerk omgeeft, met dien verstande dat in geaccidenteerd terrein het gemiddelde van die bovenkanten wordt aangehouden. 1.56
Maatschappelijke voorzieningen
Voorzieningen op het gebied van onderwijs, religie, gezondheidszorg, cultuur, maatschappelijke dienstverlening en publieke dienstverlening. 1.57
Milieudeskundige
De DCMR Milieudienst Rijnmond of de daarvoor in de plaats tredende instantie. 1.58
NAP
Het Normaal Amsterdams Peil is de referentiehoogte waaraan hoogtemetingen in Nederland worden gerelateerd. 1.59
Nieuw hoog-risico biologisch laboratorium
Nieuwvestiging van een hoog-risico biologisch laboratorium of uitbreiding van een bestaand (hoog-risico biologisch) laboratorium met een hoog-risico biologisch laboratorium. 1.60
Oorspronkelijke zij- resp. achtergevel
De zij- resp. achtergevel van een gebouw op het tijdstip van eerste oplevering van het gebouw. 1.61
Openbaar nutsvoorzieningen
Op het openbaar leidingen net aangesloten voorzieningen op het vlak van gas-, water-, elektriciteitsdistributie, blokverwarming, (riool)gemalen (een gasdrukregelstation wordt niet hieronder begrepen). 1.62
Openbaar toegankelijk gebied
Weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid onder b. van de Wegenverkeerswet 1994, openbaar water, alsmede ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van de zogenaamde brandpaden voor de achterontsluiting van tuinen voor langzaam verkeer. 1.63 a. b. c. d. e.
Overige objecten
een sporthal of een zwembad; een weidewinkel; een hotel, een kantoor- of bedrijfsgebouw, niet vallend onder de categorie bijzondere objecten; een schuur, opslagplaats, dierenverblijf, recreatiewoning, kas, weg en dergelijke; andere, met de bovengenoemde vergelijkbare objecten.
1.64
Peil (straat-)
a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van de kruin van de weg; b. voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang, na voltooiing van de aanleg van dat terrein. Indien een bouwwerk aan meer dan één weg wordt gebouwd, is het peil van de hoogstgelegen weg
99
maatgevend. 1.65
Plasoever
De scheidingslijn tussen land en water (van de Bergse Voorplas en Bergse Achterplas). 1.66
Praktijkruimte
Een gebouw of een gedeelte daarvan, dat dient voor het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, architectonisch, kunstzinnig, juridisch, medisch, paramedisch, therapeutisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied. 1.67
Publieke dienstverlening
Bestuursorganen van de overheid en de daaraan gekoppelde ambtelijke diensten ten behoeve van de beleidsvoorbereiding en -uitvoering, alsmede politie, brandweer, reinigingsdiensten, gezondheidsdiensten. 1.68
Recreatiewoning
Gebouw ten behoeve van niet-permanente bewoning van recreatieve aard, waarvan de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben. 1.69
Rijbaan
Elk voor rijdende voertuigen bestemd weggedeelte, met uitzondering van (brom)fietspaden. 1.70
Rijstrook
Gedeelte van de rijbaan van een weg (welke door middel van doorgetrokken of onderbroken strepen gemarkeerd is) van zodanige breedte dat bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen daarvan gebruik kunnen maken. 1.71
Seksinrichting
De voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht. 1.72
Souterrain
Een gedeeltelijk onder het maaiveld gelegen gebruiksruimte van een gebouw. 1.73
Straatmeubilair
Voorzieningen ten behoeve van de weggebruiker, zoals verkeersborden, straatverlichting, zitbanken, plantenbakken e.d. 1.74
Tuin
Terrein ten behoeve van de aanleg van groenvoorzieningen, met de daarbij behorende verharding (paden, terrassen) en vijvers en dat in overwegende mate niet voor bebouwing in aanmerking komt. 1.75
Uitstekende delen aan gebouwen
Erkers, luifels, balkons, galerijen e.d. 1.76
VRR
Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. 1.77
Water
Waterlopen (sloten, singels, vijvers e.d.) ten behoeve van de waterberging, alsmede de aan- en afvoer van oppervlaktewater.
100