CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb005005] Raadsvoorstel over Vaststelling bestemmingsplan Kern en Plassen

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 24 augustus 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bouwen en Wonen29.844 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

2.17 Zone met waarden langs Strekkade aangeven om te beschermen Reclamant geeft aan dat langs de Strekkade twee reparaties van het oude plan in conflict komen. Enerzijds de "extra" bescherming van waarden en anderzijds de gelijktrekking van bouwmogelijkheden. Er is uitwerking gegeven aan de gelijktrekking qua bebouwing, maar onvoldoende aan de bescherming van de landschappelijke en cultuurhistorische waarde van de oevers. Reclamant verzoekt daarom om de oevers langs de Voorplas te beschermen door een aanduiding (5 m) van landschappelijke en cultuurhistorische waarde op de verbeelding en beschermende regels. De hierboven aangegeven ongewenste ontwikkelingen en bebouwingsmogelijkheden moeten actief worden geweerd. Reactie: In de bouwregels zijn bepalingen opgenomen voor het afstand houden tot de plasoever en ook regels ter compensatie van bouwmogelijkheden voor botenhuizen. De recreatieve bestemming op zich conflicteert niet met de landschappelijke en cultuurhistorische waarde en evenmin met de hoofdgroenstructuur. Nu bovendien (bij zw 2.1) wordt voorgesteld om het volledige plangebied te voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie 1' heeft het aangeven van een zone langs de oever geen meerwaarde. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

2.18 Herstel waarden door illegale bebouwing Strekkade te verwijderen Reclamant vraagt om gericht beleid om het groene karakter te behouden en de waardevolle oever te herstellen. Dat betekent verwijderen van de illegale botenloodsen en eventuele herbouw binnen de tuin op afstand van de oever. Het openbare groen dat is omgezet in een verharde tuin (het meest oostelijke groengebied) zou hierbij betrokken moeten worden.

Registratienummer cluster: M2206-1611 Portefeuillehouder: C.M. Zeegers Steller: ir R.J.T.M. Volman

pagina 22

Reactie: Het bestemmingsplan voorziet in een regeling tot handhaving van de bouw- en gebruiksregels, waaronder dus ook regels ten aanzien van botenhuizen en overkappingen voor boten. De verharde tuin betreft een door de gemeente verhuurd stuk grond met de bestemming Groen. Hier zijn geen opstallen toegestaan, maar de bestemmingsregels laten verharding toe. De feitelijke inrichting wordt niet in het bestemmingsplan bepaald. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 2.19

Bescherm de viersprong ter plaatse van de nutstuin

Reclamant geeft aan dat de nutstuin op een cultuurhistorisch en landschappelijk gezien heel bijzonder punt ligt: hier komen het Prinsemolenpad (oever van de Rotte) en de Strekkade bij elkaar (beeldbepalende cultuurhistorische lijnen) en de zichtlijn naar de Bergse Voorplas (beeldbepalende zichtlijn). Er is sprake van een viersprong van zichtlijnen: de Rotte in de richting van de molen, de Voorplas over de nutstuin, de Strekkade en de Rotte langs het sluisje. Al deze lijnen verdienen extra bescherming vanwege hun landschappelijke en cultuurhistorische betekenis. Reclamant verzoekt om een aanduiding op de verbeelding en bescherming in de regels van deze waarden (dit verzoek geldt voor het hele plangebied). De zichtlijn over de nutstuin naar de Voorplas vraagt extra aandacht ter bescherming. Wel is bepaald dat beperkt gebouwd mag worden in de nutstuin, maar de plaats van de bebouwing is niet vastgelegd. De huidige kas ligt mooi aan de rand, daar loopt de zichtlijn langs. Reclamant verzoekt om de huidige bebouwing vast te leggen en daarbuiten geen bebouwing toe te staan. Reactie: Op de locatie met bestemming Recreatie - Nutstuin zijn in de regels bebouwingsnormen opgenomen voor gebouwen, zoals schuren, waardoor het niet nodig is gebouwen in te tekenen. De maximale hoeveelheid bebouwing ( 1,5%) is bereikt. In combinatie met zienswijze 2.

7 bestaat er geen bezwaar om de huidige twee gebouwtjes binnen de bestemming Recreatie - Nutstuin met een bouwvlak aan te geven. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze gegrond te verklaren en het ontwerpbestemmingsplan als volgt aan te passen in samenhang met het voorstel voor het toevoegen van de dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie 1 en in samenhang met zienswijze 9. 7 over de schuur bij Strekkade 62: Regels: Artikel 23.2.2.lid c "het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan 1,5." te vervangen door "gebouwen zijn uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan." Verbeelding: Op de verbeelding twee bouwvlakken aangeven ter plaatse van de huidige gebouwen, zoals hieronder aangegeven.

Registratienummer cluster: M2206-1611 Portefeuillehouder: C.M. Zeegers Steller: ir R.J.T.M. Volman

pagina 23

Uitsnede ontwerp 2.20

Uitsnede voorstel

Bescherm waarden binnen de bestemming Groen

Reclamant geeft aan dat in de bestemming Groen diverse landschappelijke en cultuurhistorische waarden voorkomen, zoals langs Prinsemolenpad de Rotteoevers en bij Argonautenpark de stijlrand. Deze waarden worden niet extra beschermd zoals de bedoeling van het bestemmingsplan is. Reclamant verzoekt om die waarden alsnog specifiek via verbeelding en regels te beschermen. Reactie/voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze gegrond te· verklaren en het ontwerpbestemmingsplan aan te passen met de toevoeging van de dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie 1, zoals aangegeven bij zienswijze 2.1. 2.21

In de toelichting over Riool staan enkele onjuistheden

Reclamant merkt op dat in Paragraaf 5.3.4 enkele onjuistheden staan en verzoekt dit aan te passen. Reactie en voorstel: Wij stellen voor de zienswijze gegrond te verklaren en het ontwerpbestemmingsplan als volgt aan te passen: Toelichting: In paragraaf 5.3.4 de laatste twee alinea's te vervangen door de volgende tekst: In de in riooldistrict 1 gelegen straten Kerkstraat, Hilleniussingel, Kerstant van den Bergelaan, Willem Nagellaan en Nieuwe Kerkstraat is een rioolvervanging in voorbereiding. Hierbij wordt het huidige gemengde stelsel vervangen door een vuilwaterstelsel en met Dl-leiding en wordt 1, 72 hectare verhard oppervlak in het openbaar gebied 'afgekoppeld'. Dit betekent dat het wordt voorzien van water passerende verharding of dat de historische bestrating behouden blijft. Gestreefd wordt naar afkoppeling van de hemelwaterafvoer van de woningen. In de in riooldistrict 13 gelegen Plaswijcklaan, Heer Vrankenlaan (gedeeltelijk), Jan van Ghestellaan, Berglustlaan (west) en Hoyledesingel is een rioolvervanging in voorbereiding, Bij deze vervanging wordt het bestaande gemengde stelsel vervangen door een nieuw gemengd stelsel met een Dl-leiding ten behoeve van het grondwaterniveau. In de nieuwe situatie wordt 1,52 ha verhard oppervlak voorzien van water passerende verharding. Gestreefd wordt naar afkoppeling van de hemelwaterafvoer van de woningen.

Het doel van de stelselwijziging is om 'droge voeten en natte palen' te bereiken. Hierbij wordt zo veel mogelijk hemelwater in de bodem opgeslagen en daar gezuiverd (water passerende verharding en afkoppeling hemelwater van de daken). Op deze wijze wordt de zuivering van het rioolwater ontlast. De Dl-leiding staat in verbinding met het oppervlaktewater en houdt het grondwater in het openbare gebied op een constant peil. Dit is van belang voor de houten paalfunderingen in dit gebied.

Registratienummer cluster: M2206-1611 Portefeuillehouder: C.M. Zeegers Steller: ir R.J.T.M. Volman

pagina 24

2.22 Bouwregels voor bouwwerken in Water - 2 Reclamant merkt op dat in het water achter Straatweg 129 drijvende eilanden en fonteinen zijn aangebracht en recent een kunstwerk in de vorm van een enorme walvishaai. Reclamant vraagt of het bestemmingsplan dergelijke bouwwerken toestaan. Reclamant verzoekt i.i.g. om dergelijke bouwwerken niet toe te staan, zodat de weidse kwaliteit van het water niet wordt verstoord. Dezelfde vraag geldt voor drijvende botenhuizen. Reactie: In de bouwregels voor Water- 2 is aangegeven dat in de bestemming niet mag worden gebouwd met uitzondering van bouwwerken van waterbouwkundige aard, zoals keerwanden, beschoeiingen, duikers, bruggen, gemalen e.d. Het recent aangebracht kunstwerk, maar ook een drijvend botenhuis, valt niet onder de uitzonderingen en is niet toegestaan. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze voor kennisgeving aan te nemen. 2.23 Illegale botenhuizen niet legaliseren met bouwregels Reclamant maakt uit de regels van het bestemmingsplan op dat de aanwezige illegale (ongeveer 45 stuks) botenhuizen worden gelegaliseerd. Reclamant verzoekt de regels te wijzigen en tot handhaving over te gaan. Bij strijdigheid 3 is reclamant het niet eens met het doel om botenhuizen onder voorwaarden toe te staan. Doel moet zijn het herstel van groene oevers door illegaliteit tegen te gaan en nieuwe botenhuizen aan strenge voorwaarden te onderwerpen.

Reactie: Het gemeentelijk beleid is niet gericht op voortzetting van illegale situaties. Bij het aanvragen van een vergunning wordt gekeken naar de regels en vindt een afweging plaats. In de toelichting van het ontwerp is aangegeven hoe wordt omgegaan bij het aanvragen van een vergunning voor een aanwezig botenhuis of overkapping. De meeste strijdigheden zitten vergunningverlening in de weg, zodat een botenhuis of overkapping op veel plaatsen niet is toegestaan. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 2.24 Bij handhaven dringend optreden bij bepaalde strijdigheden Het beeldkwaliteitplan mist een plan van aanpak over de handhaving. Reclamant ziet graag hoe bewoners betrokken worden bij de toepassing van de criteria, zodat de procedure transparant wordt uitgevoerd. Ook wil reclamant terugzien welke juridische middelen er zijn om uitvoering te geven aan de handhaving. Er zijn zes strijdigheden: 1) andermans eigendom, 2) op eilanden, 3) meer dan één, 4) op water, 5) grootte en 6) afstand tot erfgrens. Reclamant verzoekt dringend op de harde strijdigheden 1, 2 en 4 streng toe te passen en er nu al op te handhaven.

Registratienummer cluster: M2206-1611 Portefeuillehouder: C.M. Zeegers Steller: ir R.J.T.M. Volman

pagina 25

Reactie: Het beeldkwaliteitplan is/zal worden vastgesteld door het college van B&W en wordt daarmee een beleidsdocument. In het bestemmingsplan zijn de eisen die worden gesteld aan botenhuizen vertaald. Het bestemmingsplan biedt in combinatie met het beeldkwaliteitplan voldoende handvatten om te toetsen of een botenhuis gelegaliseerd kan worden. Deze toets is een gemeentelijke beleidsaangelegenheid. Indien niet gelegaliseerd kan worden, is handhavend optreden aan de orde. De handhaving van (bestaande) illegale boothuizen doorloopt een eigen proces en zal gericht zijn tegen het handelen in strijd met de vergunningplicht die de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht stelt. De Algemene wet bestuursrecht biedt de juridische middelen om uitvoering te geven aan de handhaving. Het bestemmingsplan is niet het middel om hier selectief mee om te gaan. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze voor kennisgeving aan te nemen. 2.25

Toelichting op overgangsregeling moet duidelijker

Reclamant vindt de toelichting op het overgangsrecht niet duidelijk. Er is geen relatie met de plankaart of de regels en er is geen lijst van illegale botenhuizen. Daarmee is de overgangsregeling onvoldoende verankerd. Reclamant vreest dat de overgangsregeling 'boterzacht' geformuleerd is en dat bij procedures het hele gemeentelijke beleid ten aanzien van handhaving van de bestaande illegale botenloodsen geen stand zal houden. Reclamant verzoekt de overgangsregeling aan te scherpen, in het bijzonder over strijdigheid 4 en vraagt om een juridisch houdbare verbinding met het bestemmingsplan. Tot slot vraagt reclamant extra aandacht in het bestemmingsplan op te nemen voor de verplichting om bij de gemeente een vergunning aan te vragen voor bouwwerken als botenhuizen en steigers. Reactie: Het is de bedoeling van het bestemmingsplan om helder aan te geven welke situaties legaal en welke illegaal zijn. Extra aandacht is gegeven aan de botenhuizen en de aanlegsteigers. In de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan is aangegeven hoe wordt omgegaan bij het aanvragen van een vergunning voor een aanwezig botenhuis of overkapping. Uit de zienswijze blijkt dat het bestemmingsplan onvoldoende duidelijk maakt dat de meeste strijdigheden vergunningverlening in de weg zitten, zodat een botenhuis of overkapping op veel plaatsen niet is toegestaan.

De suggestie is ontstaan dat coulant wordt omgegaan bij botenhuizen in de bestemming 'water', waar bedoeld wordt dat coulant wordt omgegaan in situaties waarbij de enige strijdigheid is dat gebouwd is op de bestemming 'water'. Deze situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen bij een ooit speciaal uitgegraven insteekhaven die verder voldoet aan overige eisen zoals op eigen grond, maatvoering of en op bepaalde afstanden.

Registratienummer cluster: M2206-1611 Portefeuillehouder: C.M. Zeegers Steller: ir R.J.T.M. Volman

pagina 26

Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze gegrond te verklaren en het ontwerpbestemmingsplan als volgt aan te passen: Toelichting: In paragraaf 8.2 de alinea over strijdigheid 4 te vervangen door: Strijdigheid 4: botenhuis ligt binnen bestemming 'Water' Als een overkapping/botenhuis is gelegen binnen de bestemming 'water', dan wordt hier voor de bestaande overkappingen/botenhuizen coulant mee omgegaan, maar alleen als van eerdergenoemde strijdigheden geen sprake is. Deze situatie kan zich voordoen bij een ooit speciaal gegraven insteekhaven die verder voldoet aan de overige eisen, op het eigen perceel, bij oevers die niet worden uitgesloten en bij niet meer dan een overkapping of botenhuis op het perceel. Het blijft nodig om een vergunning aan te vragen, waarmee de bestaande overkapping of het botenhuis gelegaliseerd kan worden. Nieuwe overkappingen of botenhuizen zijn in de bestemming 'water' niet toegestaan, met uitzondering van een lage overkapping nabij een stedelijke plasoever passend binnen de overige criteria. 3 3.1

Vereniging Stedebouwkundig Wijkbehoud Hillegersberg Schiebroek Terbregge Structureel groene taluds en middenbermen als Groen bestemmen

Voor de Hilleniussingel, Berglustlaan, pleintje Weissenbruchlaan, Hoyledesingel, Aleyda van Spangensingel, Aleyda van Raephorstlaan, Heer Vrankelaan, Plaswijcklaan, C.N.A. Looslaan geldt dat grasstrook, groene taluds en middenberm als Groen bestemd moeten worden, want deze zijn onderdeel van de groenstructuur. Dit geldt ook voor de uitgegeven grond rond Tennispark Plaswijck en het woongebouw aan de Aleyda van Raephorstlaan. Reactie/voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze gegrond te verklaren en het ontwerpbestemmingsplan als volgt aan te passen: Verbeelding: Op Hilleniussingel, Berglustlaan, pleintje Weissenbruchlaan, Hoyledesingel, Aleyda van Spangensingel, Aleyda van Raephorstlaan, Heer Vrankelaan, Plaswijcklaan en C.N.A. Looslaan de grasstrook, groene taluds en middenberm niet als Verkeer - Verblijfsgebied, maar als Groen te bestemmen. g [

0..

.

Uitsnede voorstel waarin rood omlijnd aangegeven de te wijzigen locaties.

Registratienummer cluster: M2206-1611 Portefeuillehouder: C.M. Zeegers Steller: ir R.J.T.M. Volman

pagina 27

3.2 Bestemming Groen is anders in gebruik Naast de woning aan Straatweg 151 nabij de Molenwerf is op de bestemming Groen een grote schuur gebouwd, zijn terrassen aangelegd en veel bomen gekapt. Reclamant vraagt hoe dat kan. Reactie: In de bestemming Groen is deze grote schuur niet toegestaan. Het perceel is in eigendom bij de gemeente en is niet verhuurd of in gebruik gegeven als tuin, waarmee het aanleggen van een terras of het kappen van bomen toegestaan zou kunnen zijn. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze voor kennisgeving aan te nemen. 3.3 Historisch groen als zodanig aangeven Park Bijdorp is een oude Engelse bijzondere landschapstuin. Dat staat al aangegeven op de kaart van 1805, maar zou nu ook vermeld moeten worden in het bestemmingsplan. Ook de tuin achter het voormalig deelgemeentekantoor, ontworpen door L. Springer is vermeldenswaard, met daarachter bijbehorende vijvers en landtong. Reactie: Het is niet noodzakelijk om in het bestemmingsplan de bijzondere kenmerken van het gebied uitputtend te noemen. De bijzondere landschapstuinen, zoals nu genoemd, zijn als Tuin bestemd. Nu in samenhang met overige zienswijzen wordt voorgesteld om het volledige plangebied te voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie 1'wordt daarmee het historisch groen als waardevol aangegeven.

Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze gegrond te verklaren en verwijzen kortheidshalve naar de voorgestelde aanpassingen voor Waarde - Cultuurhistorie 1, bij zienswijze 2.1. 3.4 Foutjes in toelichting over namen gebouwen De bibliotheek aan de A. v.d. Doeslaan is nu een school en was oorspronkelijk ook als school gebouwd. Het dorpshuis is nu een kinderopvang. Reclamant verzoekt om de toelichting van het bestemmingsplan hierop aan te passen. Reactie/voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze gegrond te verklaren en het ontwerpbestemmingsplan als volgt aan te passen: Toelichting: In de toelichting enkele tekstuele aanpassingen door te voeren van ondergeschikt belang.

3.5 Woningen met tuin zijn geen onderdeel Plaswijckpark De woningen met tuin aan C.N.A. Looslaan 19 en 21, naast de dienstingang zijn abusievelijk net als in het vigerend bestemmingsplan bij het Plaswijckpark getrokken.

Registratienummer cluster: M2206-1611 Portefeuillehouder: C.M. Zeegers Steller: ir R.J.T.M. Volman

pagina 28

Reactie/voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze gegrond te verklaren en het ontwerpbestemmingsplan als volgt aan te passen: Verbeelding: De kavels aan C.N.A. Looslaan 19 en 21 als 'Wonen' en 'Tuin' te bestemmen en de buitenruimte nabij de dienstingang als 'Verkeer - Verblijfsgebied' overeenkomstig onderstaande figuur. 9y

Uitsnede ontwerp 3.6

Uitsnede voorstel

Procedure vaststelling C.V. is niet juist gevolgd

Reclamant is het oneens met het vastgestelde besluit. Het besluit is niet ter visie gelegd. Er zitten hiaten in die reclamant alsnog wil aanvullen. Reactie: Het concept voor de cultuurhistorische verkenning is voor advies voorgelegd aan de gebiedscommissie Hillegersberg Schiebroek en is daar op 20 november 2018 in de openbare vergadering aan de orde geweest. Leden van de gebiedscommissie constateren enkele onjuistheden en hebben de CV nader besproken met de opstellers. Een aangepaste CV is volgens de juiste procedure op 3 maart 2020 door het college vastgesteld en heeft ten grondslag gelegen aan het ontwerpbestemmingsplan. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 4 4.1

Reclamant 4 Gebrekkig onderzoek naar natuurwaarden

Reclamant stelt dat het onderzoek naar natuurwaarden gebrekkig lijkt. Er blijkt slechts een inventarisatie van andere bureaustukken te zijn gedaan. Gesteld wordt dat er een veldonderzoek zou zijn uitgevoerd, maar dat veldonderzoek ontbreekt. Het is dan ook de vraag of dat onderzoek volstaat, te meer nu in de Flora- en Faunatoets wordt aangegeven dat het onderzoek alleen maar vanaf de openbare weg is gedaan. Nu het grootste deel van het plangebied uit water bestaat, is dit alleen al daarom geen volwaardig onderzoek. Naar de natuurwaarden in het water is kennelijk geen onderzoek gedaan. Verder wordt voor de onderbouwing van de toets gewezen op onderzoeken/documenten uit 2009 en 2011, meer dan 12 resp. 10 jaar geleden en naar een eerder bestemmingsplanonderzoek. Ook dit volstaat niet. Het onderzoek is derhalve niet volwaardig. Dit klemt te meer nu het hier om een gebied gaat dat volgens de gemeente zelf zeer waardevol is qua natuurwaarden.

Registratienummer cluster: M2206-1611 Portefeuillehouder: C.M. Zeegers Steller: ir R.J.T.M. Volman

pagina 29

Reactie Voor het overwegend conserverend bestemmingsplan is in 2020 een flora- en faunatoets opgesteld. Deze is als bijlage bij het ontwerpbestemmingsplan gevoegd. In de toelichting van het bestemmingsplan is gemotiveerd dat het plan aanvaardbaar is vanuit het oogpunt van de Wet natuurbescherming. Het begrip 'aanvaardbaar' betekent dat bij de uitvoering van het plan een vrijstelling geldt of een ontheffing mogelijk is. In de toelichting is aangegeven dat bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen een bestaande bestemming of bij een veranderende bestemming (bijvoorbeeld sloop en nieuwbouw of renovatie) tijdig voorafgaand aan de werkzaamheden nog wel flora- en faunaonderzoek dient te worden uitgevoerd naar de specifieke effecten van de betreffende ontwikkeling op potentieel aanwezige beschermde flora en fauna. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 4.2

Regels bieden geen bescherming van natuurwaarden

Reclamant vindt het teleurstellend dat er geen regels zijn gesteld ter bescherming van de natuurwaarden. Zo worden ongelimiteerd aanlegsteigers toegestaan. De gevolgen hiervan voor de natuurwaarden en het woon- en leefklimaat zijn niet in beeld gebracht. Niet valt in te zien dat dit verenigbaar is met de bestaande natuurwaarden, laat staan dat de natuurwaarden op deze manier versterkt worden. Evenmin zijn er voorwaardelijke verplichtingen opgenomen om de kansen voor de natuur te verbeteren. Er zijn geen regels opgenomen over b.v. nestverblijven, flora/faunaonderzoek vergroening, e.d. In de toelichting is het volgende te lezen over de conclusies van het natuuronderzoek: 'Geadviseerd wordt om bij renovatie, sloop en nieuwbouw gebouwen geschikt te maken voor medebewoning door vleermuizen, huismussen, gierzwaluwen of bijen (natuurinclusief bouwen). Kansen voor natuur liggen vooral bij het ontwikkelen van gazon tot kruidenrijke vegetaties en het behouden van het huidige groene karakter van het bestemmingsplangebied. Reclamant begrijpt niet dat er geen regels zijn opgenomen om dit advies daadwerkelijk op te volgen. Verder is niet goed te begrijpen dat aan een groot deel van de gebieden met natuurwaarden een recreatieve bestemming wordt toegekend i.p.v. de groenbestemming met bijvoorbeeld recreatief medegebruik.

Daarbij worden er - zo lijkt het in ieder geval - geen beperkingen gesteld aan b.v. de mogelijkheden om hekwerken en andere vergunningsvrije bouwwerken te realiseren. Een ander voorbeeld van het gebrek aan regels ter bescherming van natuurwaarden is de bestemmingsregeling over Water. Daar is onder meer toegestaan: verkeer te water met bijbehorende voorzieningen. Geen enkele beperking aan aard en intensiteit van het verkeer te water wordt gesteld, waarbij ook onduidelijk is wat onder 'bijbehorende voorzieningen' moet worden verstaan. Zoals bekend is het op de plassen inmiddels veel te druk met te veel boten/vaartuigen in lente, zomer en herfst. Veelal dreigen er gevaarlijke situaties te ontstaan door de drukte en het onverantwoorde gedrag op het water. De natuurwaarden en belangen van omwonenden staan dan zwaar onder druk. Na aandringen vanuit de buurt is er sinds kort af en toe een politieboot op het water om de overlast te beteugelen, maar dit is niet structureel. Ook aan de overlast in de zin van zwerfvuil doet de gemeente niets, dat wordt aan omwonenden overgelaten. Dat het ontwerpbestemmingsplan op geen enkele manier

Registratienummer cluster: M2206-1611 Portefeuillehouder: C.M. Zeegers Steller: ir R.J.T.M. Volman

pagina 30

een beperking stelt aan het gebruik van de plassen door onder meer steigers en vaartuigen/ recreatie is een gemiste kans en doet geen recht aan de belangen van natuur. Reactie: Het bestemmingsplan is getoetst aan de belangen van natuur en aan de wettelijke vereisten, zoals vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Geconcludeerd wordt dat er geen knelpunten zijn als gevolg van dit bestemmingsplan en dat er kansen zijn voor het behoud van de natuurwaarden en het groene karakter. In tegenstelling tot wat reclamant beweert, stelt het ontwerpbestemmingsplan wel grenzen aan bouwmogelijkheden voor bijvoorbeeld aanlegsteigers. Ook regelt het bestemmingsplan de aard van het gebruik van bestemmingen, zoals het water. Het bestemmingsplan stelt inderdaad geen grenzen aan de intensiteit van het gebruik zoals het verkeer te water, overigens ook niet voor verkeer te land. De inspanningen van de gemeente gericht op zwerfvuil worden niet met een bestemmingsplan geregeld. De zinsnede 'bijbehorende voorzieningen' bij verkeer te water betreft de standaardformulering in Rotterdamse bestemmingsplannen. Hiermee worden de voorzieningen voor de inrichting voor het verkeer bedoeld, zoals onder meer bakens, meerpalen, verkeersborden. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 4.3

Bestemmingsplan houdt geen rekening met omwonenden

Reclamant geeft aan dat het ontwerp te weinig doet tegen overlast van geluid, stank, afval, verkeersdrukte. De geldende regels over de maximum vaarsnelheid of afval worden onvoldoende in acht genomen. De gemeente staat een steiger in het water toe (vergunning: OMV.15.07.00505), inclusief extra verkeer aantrekkende werking, intensiever gebruik, ondanks protest van buurtbewoners, en treedt nauwelijks op tegen overlast. Dit valt niet te verenigen met het gemeentelijk beleid en doelen over klimaatadaptatie en versterking van "groen/ blauwe" waarden. Reactie: Het bestemmingsplan stelt inderdaad geen grenzen aan de intensiteit van het gebruik zoals het verkeer te water, overigens ook niet voor verkeer te land. Regels voor maximum vaarsnelheid of afval worden niet in een bestemmingsplan bepaald. Waarom dit niet te verenigen zou zijn met gemeentelijk beleid en doelen over klimaatadaptatie en wat dit moet betekenen voor het bestemmingsplan wordt niet duidelijk gemaakt. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 4.4

Parkeernorm moet ook gelden voor toekomstig gebruik

Reclamant wijst op de parkeerregeling en stelt dat deze alleen gekoppeld is aan activiteiten waarvoor een vergunning voor bouwen nodig is. De parkeernormen zijn dus

Registratienummer cluster: M2206-1611 Portefeuillehouder: C.M. Zeegers Steller: ir R.J.T.M. Volman

pagina 31

uitsluitend gekoppeld aan de momentopname van vergunningverlening voor bouwen. Voor de gebruiksfase nadien gelden de parkeernormen niet (meer). Reclamant verzoekt om een zodanige regeling op te nemen, zodat ook toekomstig gebruik aan de parkeernormen blijft voldoen. Reactie: De opgenomen parkeerregeling is inderdaad bedoeld om aan te sluiten bij het parkeerbeleid, waarin de parkeernormering is gekoppeld aan het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen of het gebruik van gronden of bouwwerken. Ten onrechte is in artikel 51.1 alleen de activiteit 'bouwen' genoemd en niet de activiteit 'gebruik van gronden en bouwwerken'. Hiertoe wordt voorgesteld artikel 51.1 aan te passen. Er bestaat geen aanleiding om in de planregel te borgen dat de parkeerplaatsen in stand blijven. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren, doch het ontwerpbestemmingsplan als volgt aan te passen: Regels: Bij Overige regels, artikel 51.1 Voorwaardelijke verplichting over parkeren uit te breiden, zodat deze komt te luiden: Een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen en/of een omgevingsvergunning voor het gebruik van gronden of bouwwerken kan uitsluitend worden verleend als voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen, overeenkomstig het in de gemeente Rotterdam geldende beleid ten aanzien van parkeren.

Toelichting: In paragraaf 4.5.9 te verwijzen naar de op dit moment geldende regeling "Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022".

5 5.1

Van der Feltz advocaten, namens reclamant 5 Bestemming die niet zal worden gerealiseerd, niet opnemen in bestemmingsplan

Reclamant merkt op dat op het vergunde project op de locatie C.N.A. Looslaan 9 positief is bestemd. Volgens reclamant gebeurt dit ten onrechte, omdat in de toelichting wordt vermeld dat de uitvoering van het vergunde project is gestaakt en dat duidelijk is dat het project ook niet meer zal worden hervat en worden afgerond. Uit de toelichting op het bestemmingsplan volgt verder dat de initiatiefnemer nog geen ander concreet plan voor het perceel bij de gemeente heeft ingediend. Het is volgens reclamant niet nodig om het vigerende bestemmingsplan voor dit perceel te herzien, omdat het op voorhand duidelijk is dat er geen uitvoering aan deze nieuwe bestemming zal worden gegeven. Het getuigt niet van een goede ruimtelijke ordening om bestemmingen voor dit perceel op te nemen waarvan nu al duidelijk is dat die niet zullen worden gerealiseerd. Reactie: Het vergunde project op deze locatie is terecht bestemd, omdat de vergunning nog steeds rechtsgeldig is en er mogelijkheden zijn om binnen het bestemde volume, zoals gewenst, de bestemming Wonen en Tuin te realiseren.

Registratienummer cluster: M2206-1611 Portefeuillehouder: C.M. Zeegers Steller: ir R.J.T.M. Volman

pagina 32

Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 5.2

Bestemming in strijd met "Bouwen aan een groen HillegersbergSchiebroek"

Reclamant geeft aan dat voor het vergunde project een wijziging van de oeverlijn is toegestaan. De oorspronkelijke oeverlijn maakt onderdeel uit van de hoofdstructuur. Dit kan volgens reclamant niet betekenen dat voor alle andere toekomstige projecten de wijziging van de oeverlijn aanvaardbaar is. Het bestemmingplan geeft er geen blijk van het afwegingskader "Bouwen aan een groen Hillegersberg-Schiebroek". De vereiste groene inpassing is niet in de planregels geborgd. Reclamant stelt dat het wijzigen van de oeverlijn geen vereiste is om woningbouw op dit perceel toe te kunnen staat. Er bestaat volgens reclamant geen rechtvaardiging om deze grenslijn voor de hoofdstructuur te doorbreken. Reactie: De oeverlijn is landschappelijk waardevol en is onderdeel van de hoofdgroenstructuur. Op uitvoeringsniveau zijn in het stedenbouwkundig matenplan afspraken gemaakt over de exacte inrichting en locatie van de groene oever en over compensatie en het aanleggen van een 4 meter brede watergang langs de C.N.A. Looslaan. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 5.3

Meer bestemd dan vergund

Reclamant merkt op dat er een vergunning is verleend voor een project voor één grondgebonden villa. In het bestemmingsplan staat in artikel 35.1, sub a, meerdere (gestapelde) woningen toe. De vergunde villa kende ook verschillende (lagere) bouwhoogten terwijl voorliggende woonbestemming een bouwhoogte van 1 O meter mogelijk maakt binnen het gehele bouwvlak. Er wordt dus meer mogelijk gemaakt dan is vergund. Het opnemen van een dergelijke bestemming opent daarbij de deuren om via vergunningvrij bouwen en afwijkingen met toepassing van de zogenaamde kruimelgevallenregeling, dus buiten de raad om, nog grotere bebouwing mogelijk te maken. Dat is bij het opstellen van het ontwerpbestemmingsplan niet onderkend, mede omdat in de paragraaf 4.2.1 van toelichting op het bestemmingsplan slechts wordt vermeld dat het vergunde project is opgenomen in het bestemmingsplan. Reactie: De vergunde villa is 1-op-1 overgenomen in het ontwerpbestemmingsplan met het aangeven van de bestemming Tuin en twee bouwvlakken met de bestemming Wonen. Voor een bouwvlak geldt niet alleen een maximale bouwhoogte van 10 meter, maar ook een maximale goothoogte van 3 meter. Voor het tweede bouwvlak gelden maximale hoogten van 7 voor de bouw- en 5 meter voor de goothoogte. Het bestemmingsplan maakt dus niet meer mogelijk dan vergund is voor de villa. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

Registratienummer cluster: M2206-1611 Portefeuillehouder: C.M. Zeegers Steller: ir R.J.T.M. Volman

pagina 33

5.4

Gevolgen voor waterhuishouding zijn onaanvaardbaar

Reclamant merkt op dat de toelichting van het bestemmingsplan innerlijk tegenstrijdig is, waar het gaat om watercompensatie. Watercompensatie is nodig, omdat extra land is gemaakt door demping, maar de compenserende 4 meter brede gracht langs de C.N.A. Looslaan is wel als bestemd, maar nog niet gerealiseerd. Reclamant is primair van oordeel dat het dempen van oppervlaktewater ruimtelijk niet moet worden toegestaan. Subsidiair vindt reclamant dat de planregels de realisering van watercompensatie moet waarborgen. Bijvoorbeeld door in de regels een voorwaardelijke verplichting op te nemen om eerst de waterdemping te compenseren. Door dit niet te doen, is sprake van strijd met een goede ruimtelijke ordening. Reactie: Bij de verschuiving van de oeverlijn is de demping van water gecompenseerd met de geplande als water bestemde 4 meter brede gracht langs de C.N.A. Looslaan. De gracht dient niet alleen als watercompensatie, maar is tevens een natuurlijke erfgrens. Door deze natuurlijke erfgrens is een hoge afschermende haag die voor passanten het zicht op de plas zou ontnemen niet nodig. De watercompensatie is een keiharde voorwaarde. De 4 meter brede gracht dient nog steeds te worden aangelegd. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

5.5 Evident privaatrechtelijke belemmering Reclamant geeft aan dat het ontwerpbestemmingsplan voorziet in een wijziging van de bestaande waterweg en dat dit niet uitvoerbaar is, omdat er een erfdienstbaarheid op gevestigd is. Dit deel van de plas mag dus niet gedempt worden. Bovendien is het gemeentelijk beleid om de oeverlijnen in stand te laten en om geen omvangrijke bebouwing toe te staan. Reactie/Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze gegrond te verklaren en het ontwerpbestemmingsplan als volgt aan te passen: Verbeelding: Ter plaatse van de aangelegde beschoeiing bij de C.N.A. Looslaan 9 de bestemming 'Tuin' te verkleinen ten gunste van de bestemming 'Water - 2', zodat de oeverlijn aldaar in stand kan blijven, zoals hieronder aangegeven:

Uitsnede ontwerp

Uitsnede voorstel

Registratienummer cluster: M2206-1611 Portefeuillehouder: C.M. Zeegers Steller: ir R.J.T.M. Volman

pagina 34

6 6.1

Reclamant 6 Voorwaarden Van der Valklocatie (C.N.A. Looslaan) opnemen

Reclamant vindt dat de relevante punten uit de stedenbouwkundige richtlijnen (2017) en uitgangspunten (2018) expliciet moeten worden opgenomen. De garantie voor een groensingel, het vrijhouden van zichtlijnen aan weerszijden van de te bebouwen kavel (dus geen bebouwing, beplanting, eventuele landuitbreidingen en aanlegsteigers), het versterken van bestaande zichtlijnen door deze te verruimen, de definitieve locatie met bestemming wonen en het weglaten van 'bij voorkeur' in paragraaf 4.2.6. Reactie: De stedenbouwkundige richtlijnen en uitgangspunten zijn vastgelegd. Een aantal van deze regels is opgenomen in het bestemmingsplan: de plaats van de groensingel, de vrij te houden zichtlijnen vanwege bestemming water, regels voor aanlegsteigers, de definitieve locatie met bestemming wonen. De definitieve inrichting (waaronder beplanting) wordt niet in het bestemmingsplan geregeld. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 6.2

Bebouwingsvrije zone van 30 meter nodig nabij Looslaanbrug

Op de Looslaanbrug genieten veel mensen van het weidse uitzicht over de Bergse Achterplas. De kop van de bouwkavel dient ten minste een lengte te hebben van 30 meter waarop geen bebouwing en hoge beplanting zal mogen plaatsvinden om vrije zichtlijnen te behouden. Zie ook zienswijze 1.6. Reactie: In de richtlijnen die in het verleden voor dit perceel zijn opgesteld is aangegeven dat bestaande zichtlijnen dienen te worden versterkt. Er is toen een bouwvlak gedefinieerd dat een afstand houdt van 20 meter tot aan de brug. Inmiddels heeft het eiland een totaal andere vorm gekregen en is met een bestemmingsvlak 'Wonen' op meer dan 60 meter van de brug aangegeven waar het woongebouw is toegestaan. Met het respecteren van de stedenbouwkundige randvoorwaarden blijft niet alleen de bestemming vrij van bebouwing, maar wordt ook bij de inrichting van het terrein rekening gehouden met het vrijhouden van te hoge doorgaande beplanting die het zicht op het water zou kunnen belemmeren. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze voor kennisgeving aan te nemen. (Voor een extra bescherming vanuit het oogpunt van cultuurhistorie, zie zienswijze 2.1) 6.3

Bouwplan realiseren op aangelegde kelderbak en palen

Nu met de bouw begonnen is, dient de huidige locatie niet meer te worden gewijzigd of uitgebreid. Onder meer om mogelijke schade door verwijdering van de huidige bak aan de plasbodem met al haar watervoerende lagen en daardoor mogelijke schade aan de fundering van omliggende bebouwing te voorkomen.

Registratienummer cluster: M2206-1611 Portefeuillehouder: C.M. Zeegers Steller: ir R.J.T.M. Volman

pagina 35

Reactie: Nu de ontwikkeling op de verbeelding duidelijk en scherp is begrensd met de ter plaatse aangegeven bestemmingen voor Groen, Water - 2, Tuin en Wonen, is de voorgestelde en vergunde ontwikkeling van de C.N.A. Looslaan in de huidige vorm vastgelegd en is een aanpassing van de regels niet nodig. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze voor kennisgeving aan te nemen. 6.4 Geen projectbestemmingsplan voor Van der Valklocatie (C.N.A. Looslaan) Reclamant geeft aan dat het voor de gemeente inmiddels duidelijk moet zijn waaraan de ontwikkeling voor de locatie C.N.A. Looslaan moet voldoen. Het toestaan van de mogelijkheid voor een projectbestemmingsplan dient te worden geschrapt. Dat leidt immers alleen tot meer onzekerheid en mogelijk bedreiging van unieke waarden. Reactie: Inderdaad is de gemeente al lange tijd in gesprek over deze locatie. Richtlijnen en uitgangspunten zijn vastgelegd. Voor zover deze moeten landen in een bestemmingsplan zijn de regels voor de gemeente helder genoeg. Deze regels zijn opgenomen in het ontwerp dat ter inzage ligt. Bovenstaande neemt niet weg dat er wettelijk mogelijkheden zijn om van de regels in een bestemmingsplan af te wijken. Daar zijn zorgvuldige procedures voor in het leven geroepen die doorlopen kunnen worden en waaraan gevolg moet worden gegeven. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

6.5 Een appartementengebouw past niet in huidige beeldkwaliteit Reclamant verwijst naar de welstandsnota, het bijzondere welstandsniveau en het beeldkwaliteitplan. Waarin aangegeven dat nieuwbouw zal moeten inspelen op de karakteristieken van het bestaande (waaronder straatgevels en kapvormen). Dat is niet te verenigen met een appartementengebouw op de Van der Valklocatie aan de C.N.A. Looslaan. Reactie: De toelichting schept verwarring over de realisatie van een appartementengebouw aan de C.N.A. Looslaan. Op de verbeelding is precies vastgelegd waar de bestemming Wonen van toepassing is en welke goot- en bouwhoogte daar zijn toegestaan. Binnen dit volume kan een villa gerealiseerd worden, maar deze villa kan ook opgesplitst worden in meerdere appartementen. In dat geval spreekt het plan van een appartementengebouw. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren

Registratienummer cluster: M2206-1611 Portefeuillehouder: C.M. Zeegers Steller: ir R.J.T.M. Volman

pagina 36

6.6

Strenge regels voor oevers Strekkade en oevers Van der Valklocatie

De Strekkade vormt de grens van de Bergse Voorplas waarvoor bescherming wordt gedefinieerd. De Van der Valk-locatie is als grens van de Bergse Achterplas vergelijkbaar met de Strekkade als grens van de Bergse Voorplas. Reclamant vindt daarom dat dezelfde strenge bouwregels en bescherming van de landschappelijke waarden (groene oevers en groene karakter) gelden voor zowel de Strekkade als voor de Van der Valk-locatie. Daarom dient de huidige vorm van de locatie expliciet te worden benoemd in het bestemmingsplan. Reactie/Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze gegrond te verklaren en het ontwerpbestemmingsplan aan te passen door het toevoegen van de dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie 1, zoals kortheidshalve aangegeven bij het voorstel bij zienswijze 2.1

7 7.1

Reclamant 7 Beeldkwaliteitplan Botenhuizen ontbreekt

Reclamant merkt op dat het beeldkwaliteitsplan botenhuizen (cpt juni 2021) ontbreekt, terwijl er in dit document criteria opgenomen zijn voor overkappingen en botenhuizen en de situering op percelen. Reclamant verzoekt dit document zo spoedig mogelijk beschikbaar te maken. Reactie: Naar aanleiding van dit verzoek is het concept op 18 januari 2022 toegezonden. Het concept beeldkwaliteitsplan is in 2021 met de gebiedscommissie besproken en het definitieve plan zal in 2022 door het college worden vastgesteld. Het opstellen van beleid ligt in de bevoegdheid van het college van B&W. Dit beleidsdocument is vertaald in regels voor het bestemmingsplan. Dat is een bevoegdheid van de gemeenteraad. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze voor kennisgeving aan te nemen. 7 .2

Vereiste voor minimale doorvaart bij overkappingen ontbreekt

In de bouwregels voor aanlegsteigers worden eisen gesteld aan de maatvoering van steigers om een goede doorvaart te bewerkstelligen. Reclamant mist deze eisen bij de regels (26.2.4 en 26.2.5 ter zake) voor overkappingen voor boten. Reclamant vraagt in het bijzonder aandacht voor zijn specifieke situatie als (mede) eigenaar van een hoekperceel aan de Straatweg 156. In de regels is geen rekening gehouden met het in stand blijven/houden van de mogelijkheid van in- en uitvaart vanuit het eigen perceel. In deze specifieke situatie is de doorvaart al beperkt door een steiger en botenhuis en het lijkt reclamant noodzakelijk dat in de toekomst bij bouw van en afgifte van vergunningen voor overkappingen/ botenhuizen als vergunningseis wordt gesteld dat de doorvaart door deze bouwwerken niet wordt beperkt.

Registratienummer cluster: M2206-1611 Portefeuillehouder: C.M. Zeegers Steller: ir R.J.T.M. Volman

pagina 37

Reactie: Het is van belang dat de nieuwe bouwmogelijkheid niet ten koste gaat van de bereikbaarheid van percelen over water. Daarom dient rekening te worden gehouden met de doorvaartbreedte. De bereikbaarheid verandert niet als overkappingen gerealiseerd worden in de bestemming Tuin. De bereikbaarheid speelt dus alleen bij stedelijke oevers en juist in dit specifieke geval. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze gegrond te verklaren en het ontwerpbestemmingsplan als volgt aan te passen: Regels: Aan artikel 26.2.4 Overkappingen voor boten stedelijke oever toe te voegen "mits voldoende doorvaartbreedte resteert en", zodat het volgende van toepassing is: Bij percelen breder dan 9 meter is achterop het perceel binnen de bestemming Tuin/ Water - 2, een open overkapping voor een boot toegestaan, mits voldoende doorvaartbreedte resteert en met inachtneming van de volgende voorwaarden:

7 .3 Illegale bouw botenhuizen niet soepeler beoordelen dan legale Alhoewel het Beeldkwaliteitplan botenhuizen in de beschikbare documenten ontbreekt lijkt reclamant uit de toelichting op te kunnen maken dat de vergunningseisen voor nieuw te bouwen bouwwerken anders zijn dan voor bestaande (zonder vergunning gebouwde) bouwwerken, waarbij er dan voor bestaande bouwwerken soepeler met de regels zal worden omgaan. Reclamant verneemt graag of dit het geval is en zo ja, lijkt het hem niet juist dat zonder vergunning gebouwde werken soepeler worden behandeld dan nieuw aan te vragen bouwwerken. Reactie: Met het introduceren van een beeldkwaliteitplan voor botenhuizen is een nieuw beoordelingskader gegeven voor bestaande botenhuizen. De regels in het bestemmingsplan moeten voldoende duidelijk maken welke botenhuizen of steigers zijn toegestaan, zodat handhavend kan worden opgetreden. De overgangsregeling voorziet in de situaties die strijdig waren en nog steeds zijn met de regels in dit bestemmingsplan. Per geval wordt beoordeeld of sprake kan zijn van legalisatie (door middel van vergunningverlening). Dit hangt onder andere af van de mate van strijdigheid. Behoorlijk bestuur dient te voorzien in een nieuwe afweging. In de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan is aangegeven hoe botenhuizen en aanlegsteigers geregeld zijn, waaronder door het aanvragen van een vergunning.

De meeste strijdigheden zitten vergunningverlening in de weg. Wel wordt coulant omgegaan in situaties waar de enige strijdigheid is dat een botenhuis gebouwd is op de bestemming 'water'. Deze situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen bij een ooit speciaal uitgegraven insteekhaven die verder voldoet aan overige eisen zoals op eigen grond, maatvoering of afgesproken afstanden. Het bestemmingsplan biedt de mogelijkheid voor een strak handhavingsbeleid. Om die reden is gekozen om de mogelijkheid te behouden om anders te oordelen over bestaande gevallen dan over nieuwe gevallen. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

Registratienummer cluster: M2206-1611 Portefeuillehouder: C.M. Zeegers Steller: ir R.J.T.M. Volman

pagina 38

8 Wille Donker namens St. Plaswijckpark en St. Beheer Plaswijckpark 8.1 Geen algeheel bouwverbod oeverzone Plaswijckpark Reclamant complimenteert de achterliggende visie en het streven naar het behoud van het groene raamwerk in het gebied en kan zich vinden in het doel van het bestemmingsplan, zoals beschreven in de kennisgeving. Tegen de in de kennisgeving omschreven bedoeling van het bestemmingsplan kan reclamant echter niet goed plaatsen waarom de oeverzone van Plaswijckpark onder de nu opgelegde beperking (0% bebouwing toegestaan) dient te worden gebracht. De ratio van het bestemmingsplan dwingt daar niet toe. Botenhuizen en overkappingen zijn aan Plaswijckpark vreemd. De beperking sluit ook niet aan bij de cultuurhistorie van Plaswijckpark. Kenmerkend voor de oorspronkelijke opzet van Plaswijckpark was de Engelse Tuin die, geheel in stijl, aan de kop ervan en gelegen aan de plas, beschikte over een theehuis. Het theehuis is in de jaren '60 afgebroken maar de Engelse Tuin is in zijn oorspronkelijke verschijningsvorm behouden gebleven. Het uitsluiten van iedere bebouwing op de strook gelegen aan de plas, waar voorheen het theehuis stond, ligt ook vanuit de cultuurhistorie niet voor de hand. Natuurlijk mogen eisen worden gesteld aan eventuele bebouwing op dat terrein. In het bestemmingsplan kunnen daartoe voorzieningen worden getroffen.

Een algeheel bouwverbod acht reclamant te ver gaan. Reclamant verzoekt dan ook om het bestemmingsplan zó vast te stellen, dat niet elke vorm van bebouwing op de strook gelegen aan de plas wordt uitgesloten. Reclamant wenst aan te sluiten bij de regeling van het nu nog vigerende bestemmingsplan. Reactie: Voor het Plaswijckpark zijn drie bouwvlakken gegeven die voor 100% bebouwd mogen worden. In het ontwerpbestemmingsplan is een brede oeverzone gegeven waar in het ontwerpbestemmingsplan geen gebouwen meer zijn toegestaan (zone 0%). De onbenutte bouwmogelijkheid van 941 m2 is toebedeeld aan de restzone, zodat daar in het ontwerpbestemmingsplan 3,5% voor gebouwen geldt. Voor het behoud van cultuurhistorische waarden en het groene raamwerk is een algeheel bouwverbod voor de oeverzone dringend gewenst. Het opnieuw realiseren van een theehuis, of dergelijk, binnen de oorspronkelijke opzet en stijl van het park is onder de gegeven voorwaarden prima te realiseren binnen de zone waar in het ontwerpbestemmingsplan 3,5% voor gebouwen geldt, zolang maar sprake is van een gepaste afstand tot de oever. Er bestaat geen bezwaar om de 3,5% zone rond Ecotopia iets ruimer in te tekenen, nu daar in de huidige situatie reeds een stevige groene oever met bomenrij aanwezig is en behouden kan blijven.

Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze gegrond te verklaren en het ontwerpbestemmingsplan als volgt aan te passen: Toelichting: In de toelichting in 4.5.11 de volgende passage op te nemen: Op de verbeelding zijn drie bouwvlakken aangegeven die volledig bebouwd kunnen worden. Verder geldt voor zo'n 9 ha dat 3,5% bebouwing is toegestaan en in de zone

Registratienummer cluster: M2206-1611 Portefeuillehouder: C.M. Zeegers Steller: ir R.J.T.M. Volman

pagina 39

langs de plas geldt voor ongeveer 1 ha dat 0% aan gebouwen is toegestaan. Het totale oppervlak voor gebouwen blijft daarmee gelijk aan het vorige bestemmingsplan. Verbeelding: Nabij Ecotopia de zone waar 3,5% aan gebouwen is toegestaan iets breder aan te geven. De afstand van de zone tot de oever bedraagt daardoor op die plek niet minimaal 16 meter, maar nog minimaal 10 meter. Het maximale percentage voor bebouwing blijft 3,5 en is (afgerond) ongewijzigd ten opzichte van de situatie in het ontwerpbestemmingsplan.

Uitsnede ontwerp

Uitsnede voorstel, in wit de verschoven zone

9 Reclamant 9 9.1 Drijvende woning is een gebouw met bouwvlak Reclamant geeft aan dat zijn drijvende woning een gebouw is, dat als zodanig dient te worden bestemd met een bouwvlak. Reactie: Voor het bestemmen van woonschepen wordt met een functieaanduiding de ligplaats op de verbeelding aangegeven. In de bestemming 'Water - 2' zijn bouwregels en bebouwingsnormen opgenomen voor woonschepen binnen die aanduiding. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 9.2 Maximale bouwhoogte van 3,5 meter voor het drijvende gebouw Reclamant geeft aan dat recent gebouwde recreatiewoningen op de wal 3,5 meter hoog mogen zijn en verzoekt deze maat ook voor de drijvende woning aan te houden, zodat de woning kan voldoen aan de eisen van het bouwbesluit. De woning wordt daarmee overigens niet hoger dan woningen op de wal. Reactie: Ook bij de geldende maximale bouwhoogte van 3 meter is het mogelijk dat de drijvende woning kan voldoen aan het bouwbesluit. Stedenbouwkundig is het niet gewenst een hogere bouwhoogte toe te staan, juist vanwege de open ligging aan de plas. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

Registratienummer cluster: M2206-1611 Portefeuillehouder: C.M. Zeegers Steller: ir R.J.T.M. Volman

pagina 40

9.3 Tuin bij drijvende woning als Tuin bestemmen Reclamant geeft aan dat de tuin bij de drijvende woning al jaren wordt gebruikt als tuin en daarom ook als tuin dient te worden bestemd. In de tuin staan twee schuren. Die staan ten onrechte niet op de kaart. Reactie: De locatie is in eigendom van de gemeente en heeft in het vigerend bestemmingsplan de bestemming 'Groen'. In de huurovereenkomst uit 1995 is met de huurder het beoogde gebruik afgesproken voor een siertuin en een ligplaats van een woonschip. Zonder voorafgaande toestemming is het oprichten van opstallen verboden. Van toestemming is geen sprake. De twee schuren staan terecht niet op de kaart. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 9.4 De aanlegsteiger bij de drijvende woning aangeven Reclamant geeft aan dat de aanlegsteiger ten onrechte niet op de verbeelding van het bestemmingsplan staat. Reactie: De aanlegsteiger staat terecht niet op de verbeelding. Een aanlegsteiger is slechts toegestaan binnen de bouwregels voor de aanduiding van het woonschip. Daarbuiten is geen aanlegsteiger toegestaan. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 9.5 Begrenzing van de bestemming aan de oostzijde is onduidelijk Reclamant twijfelt aan dat de juiste ligging van de lijnen aan de oostzijde van het perceel, gerelateerd aan de luchtfoto, en vraagt om uitsluitsel.

Reactie: Het gehuurde betreft een deel van het kadastrale perceel (ca. 700m2 op nr. 16) en een stukje (ca. 75m?) van de Bergse Voorplas. Het gehele kadastrale perceel 16 is als Groen bestemd. De lijn aan de oostzijde is dus niet de grens van het gehuurde, maar van het kadastrale perceel. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze voor kennisgeving aan te nemen. 9.6 De ligplaats voor woonschip Strekkade 62 alsnog aangegeven Reclamant geeft aan dat er al sinds jaar en dag een ligplaats is voor een woonschip ter plaatse van Strekkade 62. Deze ligplaats behoort te worden benoemd en te worden ingetekend.

Registratienummer cluster: M2206-1611 Portefeuillehouder: C.M. Zeegers Steller: ir R.J.T.M. Volman

pagina 41

Reactie: In de Verordening Woonschepen is bepaald dat aan de Strekkade op 58 en 59 een ligplaats is toegestaan. De ligplaats op nummer 59 is opgeheven en het daar gelegen woonschip afgevoerd. Op Strekkade 62 is geen ligplaats toegestaan en daarom ook niet aangegeven. In de (oude) huurovereenkomsten is bepaald dat er zonder toestemming geen opstallen zijn toegestaan. Voor opstallen is geen toestemming gegeven. In het ontwerp geldt hier de bestemming Recreatie - Jacht- en passantenhaven. Gebouwen zijn niet toegestaan en er is ook geen bouwvlak aangegeven. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 9.7 Schuur nabij Strekkade 62 intekenen op de verbeelding Reclamant heeft op de locatie nabij Strekkade 62 ook een schuur die niet is ingetekend. Reactie: Op de locatie met bestemming Recreatie - Nutstuin zijn in de regels bebouwingsnormen opgenomen voor gebouwen, zoals schuren, waardoor het niet nodig is gebouwen in te tekenen. De maximale hoeveelheid bebouwing (1,5%) is bereikt. In combinatie met zienswijze 4.18 bestaat er geen bezwaar om de huidige twee gebouwtjes binnen de bestemming Recreatie - Nutstuin met een bouwvlak aan te geven.

Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze gegrond te verklaren en het ontwerpbestemmingsplan als volgt aan te passen: Regels: Artikel 23.2.2.lid c "het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan 1,5." te vervangen door "gebouwen zijn uitsluitende binnen het bouwvlak toegestaan." Verbeelding: Op de verbeelding twee bouwvlakken aangeven ter plaatse van de huidige gebouwen, zoals hieronder aangegeven.

Uitsnede ontwerp

Uitsnede voorstel

10 Reclamant 10 10.1 Mogelijkheid voor afwijken bebouwing Strekkade 35 Reclamant constateert dat een deel van de rechtsongelijkheid voor percelen aan de Strekkade is weggenomen, omdat nu de bestemming recreatie geldt. Toch is er nog

Registratienummer cluster: M2206-1611 Portefeuillehouder: C.M. Zeegers Steller: ir R.J.T.M. Volman

pagina 42

steeds sprake van onterechte, ook nog eens ongemotiveerde rechtsongelijkheid. Als voorbeeld worden Strekkade 42 en 36 genoemd. Voor de ene helft van de percelen aan de Strekkade geldt een (veel) ruimer bebouwbaar grondoppervlak dan voor de andere helft, waaronder het perceel van reclamant. Reclamant verzoekt om in ieder geval voor zijn perceel een minimale bebouwing toe te staan van 70 m?. Hierbij kan eventueel aansluiting gezocht worden bij de door het College gebruikte criteria voor verruiming, zoals gegeven in het besluit uit 2018 voor het veel kleinere perceel Strekkade 36. Bij de motivering om daar af te wijken is het volgende meegegeven: Aan het plan kan medewerking gegeven worden, omdat er vanuit stedenbouwkundig oogpunt geen bezwaar bestaat tegen het bouwvoorstel. De strook langs het water is expliciet bedoeld voor kleinschalige vakantiehuisjes waarin niet-permanent gewoond wordt. Met voorstel worden de toegestane bouwhoogte en maximale oppervlaktemaat overschreden. Dit is echter niet van een dusdanige orde dat dit ruimtelijk op onoverkomelijke bezwaren stuit. De bouwhoogte van 3. 5 meter in plaats van 3, 0 meter zal in de praktijk door bomen en overige beplanting niet of nauwelijks waargenomen kunnen worden.

Binnen de maximale hoogte van 3 meter is zeer weinig te realiseren dat architectonische net iets interessanter is dan de huidige wat sleetse bebouwing in deze strook. In het vervolg uitgaan van iets hogere bebouwing kan dan ook een goede aanzet zijn tot vernieuwing van deze strook. De maximale oppervlaktemaat van 50 m2 is bedoeld om een ruimtelijk luchtig beeld te houden. Aan weerzijden van de beoogde bebouwing is er een bestemming Tuin', waarin slechts kleine bouwwerken zijn toegestaan. Het beoogde luchtige beeld is hiermee voldoende gewaarborgd, zodat een kleine overschrijding van de oppervlaktemaat hier voorstelbaar is. Reclamant verzoekt in elk geval om op te nemen dat er ruimte is om gemotiveerd af te wijken en meer toe te staan dan de 40 m2. Reactie De stedenbouwkundige onderbouwing en motivering voor nummer 36 is van toepassing op een kavel met afmetingen die niet representatief zijn voor de overige kavels. De overige kavels zijn of juist kleiner, of juist minimaal 2x zo groot. Bovendien is inmiddels sprake van nieuwe inzichten en een grotere waardering voor te beschermen waarden. Het ligt in de bedoeling om de bouwmogelijkheden in balans te brengen. Eveneens is het de bedoeling om het ruimtelijk beeld luchtig te houden, als onderdeel van de voorgestelde bescherming door middel van 'Waarde - Cultuurhistorie 1', en dat wordt niet gehaald als nummer 36 de nieuwe norm is.

Niet alleen is het nodig het oppervlak van gebouwen te begrenzen. Het is ook nodig om per bouwperceel de som van alle mogelijkheden voor gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, zoals luifels, prieeltjes, botenhuizen en overkappingen voor boten te begrenzen. Dat kan niet als het (grond)oppervlak van een botenhuis of overkapping niet wordt meegeteld. Met een maximaal percentage van 10 voor gebouwen en de bovengrens van 70 m2 en 15 procent voor alle bouwwerken wordt alleen voor de grotere kavels aan de Strekkade meer ruimte gegeven, terwijl het beeld toch luchtig blijft.

Registratienummer cluster: M2206-1611 Portefeuillehouder: C.M. Zeegers Steller: ir R.J.T.M. Volman

pagina 43

Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze gegrond te verklaren en het ontwerpbestemmingsplan als volgt aan te passen: Regels: In artikel 21.2 sub d. te schrappen: "Het (grond)oppervlak van een botenhuis of overkapping voor een boot wordt hierin niet meegeteld." Na artikel 21.2 een sublid 'Afwijken van de bouwregels' in te voegen dat luidt: Burgemeester en wethouders· kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 21.2 sub d. tot een maximum b.v.o. van 70 m2 voor de recreatiewoning plus overige gebouwen, onder voorwaarde dat het bebouwingspercentage voor gebouwen niet groter is dan 10 en het ingenomen grondoppervlak van alle gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde niet groter is dan 15 % van het bouwperceel. 10.2

Mogelijkheid voor afwijken bouwhoogte Strekkade 35

Aanvullend op de onderbouwing bij zienswijze 10.1 vraagt reclamant om een bouwhoogte van 3,5 meter toe te staan, of in ieder geval de ruimte op te nemen om gemotiveerd af te kunnen wijken van de 3 meter boven maaiveld die nu geldt. Reactie: Ten tijde van het verlenen van de vergunning voor Strekkade 36 is een hoogte van 3,5 meter toegestaan. Door voortschrijdend inzicht is nu duidelijk dat hierbij onvoldoende rekening is gehouden met de aanblik vanaf de Strekkade. De strook met recreatiewoningen is afgeschermd met een lange, hoge haag, waardoor de recreatiewoningen aan het zicht onttrokken zijn. Door gebouwen hoger dan 3,0 meter toe te staan ontstaat de mogelijkheid dat deze in het zicht komen, dus boven de haag uitsteken. Dit is vanuit landschappelijk oogpunt ongewenst. Vandaar dat in het vervolg wordt vastgehouden aan een maximumhoogte van 3,0 meter. De hoogte van 3,5 meter is destijds vergund om initiatiefnemers meer mogelijkheden te geven om een recreatiewoning te maken. Daarbij is achteraf te constateren dat het private belang te veel aandacht kreeg t.o.v. publieke belang. Ook is na de bouw van de recreatiewoning aan de Strekkade 42 duidelijk geworden dat met een maximumhoogte van 3,0 meter een prima, ruime recreatiewoning te realiseren is. Deze recreatiewoning is precies 3 meter hoog. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

11 11.1

De Bok Roijers Gasseling advocaten, namens reclamant 11 Bouwhoogte 3,5m voor Strekkade 32B zoals vergund opnemen

De bestaande, vergunde recreatiewoning van cliënt is gelegen vlak bij de erfgrens en heeft als adres Strekkade 32B. Die recreatiewoning ligt op minder dan 1,5 meter tot die erfgrens. Op grond van de regels valt die afwijking onder de bescherming van het overgangsrecht. Bij het perceel is in bijlage 5 van de regels ten onrechte geen afwijkende bouwhoogte opgenomen. Er is vergunning gegeven voor een bouwhoogte van 3,5 meter boven maaiveld. Op grond daarvan verzoekt reclamant om bijlage 5 te wijzigen.

Registratienummer cluster: M2206-1611 Portefeuillehouder: C.M. Zeegers Steller: ir R.J.T.M. Volman

pagina 44

Reactie/voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze gegrond te verklaren en het ontwerpbestemmingsplan als volgt aan te passen: Regels: In bijlage 5 bij de regels het adres van reclamant Strekkade 32B te noemen en in de kolom met aanvullende bijzonderheden op te nemen: 'maximale bouwhoogte van 3,5 meter boven maaiveld.'

11.2 Maximaal oppervlak Strekkade 32B gelijktrekken met Strekkade 36 Reclamant merkt op dat de gemeente voor een recreatieve bestemming een maximum oppervlak van 40m2 passend vindt voor de percelen op de Achterplas, maar zelfs daar wordt bij afwijken gemiddeld 54m2 toegestaan. Reclamant meent dat heden aansluiting gezocht moet worden bij een meer recente stedenbouwkundige benadering van de gemeente zelf en verwijst naar de omgevingsvergunning voor Strekkade 36. Ten tijde van die vergunningverlening gold er voor dat perceel Strekkade 36 op grond van het huidige bestemmingsplan een bebouwingsmaximum van 50 m2 . Door middel van die vergunning is afwijking van het bestemmingsplan toegestaan ter uitbreiding van de bebouwing op het perceel Strekkade 36 tot een bebouwingsmaximum van 68,3 m2 . Aan die afwijking ligt volgens de verleende vergunning een motivering ten grondslag. (Zie ook zienswijze 10.1.) Concluderend verzoekt reclamant om de bouwregels voor zijn perceel zodanig aan te passen, dat voor zijn perceel een toegestaan bebouwingsmaximum van 68,3 m2 (in plaats van 40 m?) gaat gelden. Reactie: (gelijk aan reactie 10.1) De stedenbouwkundige onderbouwing en motivering voor nummer 36 is van toepassing op een kavel met afmetingen die niet representatief zijn voor de overige kavels. De overige kavels zijn of juist kleiner, of juist minimaal 2x zo groot.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=bac1b758-c37e-49b0-886e-9bedabbe8d93