CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb004907] Bijlage behorende bij 22bb4906 - Raadsmonitor over het Rotterdamse stelsel van Welzijn, Zorg en Jeugdhulp 2021

Commissie Zorg, Welzijn, Cultuur en Sport (2022 - 2026) 24 augustus 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: Voortgang Welzijn, Zorg en jeugdhulp, hervormingen Jeugdzorg en Voortgang inkoop17.604 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

873

875

892

915

Jeugd: Instroom specialistische hulp (lokaal)

Tabel 6.1 Instroom specialistische jeugdhulp – ingekocht door de gemeente

De instroom bij basis GGZ is met 347 cliënten hoger dan in de perioden ervoor. Dit is het resultaat van het vergroten van de mogelijkheden voor een basis GGZ traject, waardoor jeugdigen met een grotere zorgvraag nu ook in de Basis GGZ geholpen kunnen worden, terwijl deze voorheen moesten instromen in de specialistische GGZ. Hiermee wordt beoogd om de hoge druk en wachtlijsten bij de specialistische GGZ te verlagen, door de toestroom naar deze hulp om te buigen naar de Basis GGZ. Voor Jeugd met een beperking heeft eind 2021 een extra gunning plaats gevonden, om 150 extra cliënten te helpen vanaf eind 2021 en in 2022. Deze extra instroom verwachten we in de cijfers van het eerste half jaar 2022 terug te zien. Bij dyslexie is de hoge instroom van de 1 e helft van 2021 weer gestabiliseerd en op het peil van de perioden van 2020. De boeggolf na 2020 door coronamaatregelen lijkt hiermee grotendeels ingehaald. De instroom bij dyslexie is, met uitzondering van de jaren tijdens de pandemie, redelijk stabiel, sinds de regie op de toegang verbeterd is via de poortwachtersfunctie bij samenwerkingsverband PPO. Onderstaande tabel toont het aantal nieuw afgegeven arrangementen voor Rotterdamse cliënten binnen de GRJR. Instroom Jeugdhulp specialistische ondersteuning – regionale inkoop

1e half jaar 2020

2e half jaar 2020

1e half jaar 2021

2e half jaar 2021

A. Pleegzorg (GRJR Rotterdam) B. Opname Bed & Behandeling (GRJR Rotterdam) C. Langdurig verblijf (GRJR Rotterdam) D. Steun, hulp of behandeling overdag (GRJR Rotterdam) E. Ambulante hulpverlening in de thuissituatie (GRJR Rotterdam)

94 136 58

111 102 38

106 156 50

176

164

192

86 163 44 240

853

1.099

1.033

1.000

Totale aantal nieuwe arrangementen

1.317

1.514

1.537

1.533

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

juli 2022

29 van 49

Tabel 6.2 Instroom specialistische ondersteuning Jeugd – regionaal ingekochte hulp

De instroom van ‘ambulante hulpverlening in de thuissituatie’ blijft dalen t.o.v. de tweede helft van 2020, net als al in de eerste helft van 2021. Deze lagere instroom is te wijten aan de pandemie. Voor de ambulante hulp is in 2021 veel ingezet op het wegwerken van de wachtlijsten. Deze cliënten zijn al aangemeld, dus niet zichtbaar bij de instroom in tabel 6.2. Ondanks de dalende instroom (tabel 6.2) en de stijgende uitstroom (tabel 6.15), zien we een gelijkblijvend aantal cliënten in hulp (tabel 6.7) omdat er dus meer cliënten van de wachtlijst zijn geholpen. Deze beweging zie je ook terug in tabel 6.14, waaruit blijkt dat jeugdigen korter wachten in de tweede helft van 2021. We verwachten in 2022 dat de instroom voor ambulante hulp weer zal toenemen, vanwege het afnemen van de corona effecten. Een andere opvallende beweging is te zien bij de instroom van ‘steun, hulp of behandeling overdag’. We zien hier dat, waarschijnlijk door de effecten van de pandemie, de vraag naar deze wat complexere hulp is toegenomen. 6.3.2 Wmo voorzieningen In onderstaande tabel staat de instroom van nieuwe cliënten met een indicatie voor de verschillende soorten Wmo-maatwerkvoorzieningen11 voor de verschillende halfjaren. Iemand wordt gezien als nieuwe cliënt wanneer hij/zij niet binnen een periode van 6 maanden daarvoor ook een indicatie had voor een maatwerkvoorziening.

Instroom tweedelijns ondersteuning Wmo Instroom vanuit: VraagWijzer Wijkteam Centraal Onthaal Volwassenen Centraal Onthaal Jongeren Totaal 12 Instroom per soort ondersteuning: Wmo-arrangement per cliëntgroep * Ouderen/Somatiek * Lichamelijk Beperkten * Verstandelijk Beperkten extramuraal * Verstandelijk Beperkten intramuraal * (O)GGZ extramuraal13 * (O)GGZ intramuraal * Zintuiglijk beperkten Vervoer

Aantal cliënten 1e halfjaar 2020

Aantal cliënten 2e halfjaar 2020

Aantal cliënten 1e halfjaar 2021

Aantal cliënten 2e halfjaar 2021

5.788 408 436 212 6.916

5.096 357 415 177 6.126

5.050 387 479 238 6.232

5.983 369 358 215 7.028

2.140 51

1.860 63

1.841 66

2.136 52

144

130

133

133

6

5

13

8

1.339 112 5 1.698

1.322 95 4 1.402

1.374 181 5 1.418

1.246 87 5 1.900

11

Een Wmo-maatwerkvoorziening is een individuele voorziening waar een cliënt op grond van de door de gemeente afgegeven indicatie recht op heeft. Wmo-maatwerkvoorzieningen worden onderscheiden in Wmo-arrangementen (ondersteuning in de vorm van diensten), vervoersvoorzieningen, hulpmiddelen en woningaanpassingen. 12 De totalen zijn geen optellingen van de aantallen erboven: er zijn cliënten die zijn ingestroomd waarvan onbekend is via welk loket zij de indicatie afgegeven hebben gekregen. 13 Binnen deze cliëntgroep vallen ook de cliënten die behoren tot de bijzondere doelgroepen Dak- en thuisloze volwassenen, Dak- en thuisloze jongeren, Slachtoffers huiselijk geweld, (O)GGZ met kinderen in de opvang. De uitsplitsing naar deze bijzondere doelgroepen is in de systemen niet waar te nemen en cijfers zijn hierover dus niet te presenteren. raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

juli 2022

30 van 49

* waarvan: collectief aanvullend vervoer * waarvan: vervoer naar dagbesteding Hulpmiddel Woningaanpassing

1.523

1.236

1.251

1.718

93

113

107

111

905 519

826 418

771 455

940 539

Tabel 6.3 Instroom tweedelijns ondersteuning Wmo

De instroom in de cliëntgroep Ouderen/Somatiek is het grootst. Bij collectief vervoer is gedurende het 2e halfjaar 2020 en eerste halfjaar 2021 een beperktere instroom te zien; in het licht van de coronapandemie en de geldende maatregelen in die periode is het logisch dat de instroom enigszins achterbleef. In de 2e helft van 2021 (bijna post-corona) stijgt de instroom voor vervoer weer. Een aantal nieuwe cliënten is op meer dan één soort ondersteuning ingestroomd. Zij zijn in bovenstaande cijfers dubbel meegeteld. Als we deze dubbelen eruit halen, dan zijn er in de tweede helft van 2021 6.408 unieke cliënten ingestroomd. De grootste instroom van nieuwe cliënten vindt plaats via indicaties afgegeven door de medewerkers van de VraagWijzer. Hier worden naast indicaties voor Wmo-arrangementen ook indicaties gesteld voor vervoersvoorzieningen, hulpmiddelen en woningaanpassingen. Daarnaast zijn er ook cliënten van het wijkteam die een Wmo-indicatie krijgen via één van de andere loketten. Bij Centraal Onthaal Volwassenen en Centraal Onthaal Jongeren stromen cliënten in die vanwege hun multiproblematiek een intensief Wmoarrangement nodig hebben, waar ook nachtelijk toezicht en/of huisvesting onderdeel van uitmaakt. 6.3.3 Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (Rotterdamse cliënten) Rotterdamse cijfers VTTR Adviezen Meldingen

1e half jaar 2020

2e half jaar 2020

1e half jaar 2021

2e half jaar 2021

3.251 3.926

4.280 3.801

4.617 4.005

4.370 3.427

Tabel 6.4 Instroom VTTR

Sinds de aanscherping van het Besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling in 2019 heeft Veilig Thuis landelijk te maken gehad met een stijgende instroom. Er lijkt nu sprake te zijn van een stabilisatie van het aantal adviesvragen en meldingen over Rotterdamse cliënten bij Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR). In de tweede helft van 2021 is er een lichte stijging van het aantal adviesvragen bij VTRR van ongeveer 2% ten opzichte van het tweede halfjaar 2020. Het aantal meldingen in het tweede halfjaar 2021 daalde met bijna 10% ten opzichte van de tweede helft van 2020. Ten opzichte van het 1e halfjaar 2021 daalde zowel het aantal adviesvragen als het aantal meldingen bij VTRR. Het effect van de coronamaatregelen, waaronder de lockdown in een deel van Q4, op het aantal adviesvragen en meldingen is nog slecht te voorspellen. De afname van het aantal meldingen is volgens VTRR niet altijd een zorg als het aantal adviezen hoog blijft en de adviesvrager verder kan zonder te hoeven melden. Ondanks de daling ziet VTRR dat de ernst van de meldingen toeneemt, waardoor VTRR vaker dan voorheen eigen diensten als onderzoek of ‘voorwaarden en vervolg’ (veiligheidsafspraken) moet inzetten. Dit is een mogelijk gevolg van de coronamaatregelen: spanningen kunnen oplopen waardoor mogelijke escalaties ontstaan of te laat hulp wordt ingezet. We werken samen met

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

juli 2022

31 van 49

partners in de stad aan het verbeteren van de toegang tot passende hulp voor slachtoffers van huiselijk geweld en kindermishandeling. Het verschil tussen advies en melding is, naar aanleiding van een toezegging van wethouder Bokhove, uitgelegd in een brief aan de commissie ZOCS (20bb005135). 6.3.4 Jeugdbescherming Rijnmond (Rotterdamse cliënten) De Gecertificeerde Instelling (GI) wordt ingezet wanneer de veiligheid en/of ontwikkeling van een kind wordt bedreigd. De rechter kan na onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) een dwangmaatregel opleggen zoals een ondertoezichtstelling (OTS) of een voogdijmaatregel. Ook kan een rechter een jeugdreclasseringsmaatregel (JR) opleggen in strafrechtelijk kader. Deze maatregelen worden door een GI uitgevoerd. Wanneer er een acute crisis optreedt, kan het crisisinterventieteam (CIT) van de GI Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR) ingeschakeld worden. Doel van deze rapportage is de ontwikkeling van het aantal maatregelen te kunnen volgen. Het collegetarget ziet toe op een afname. Bij het formuleren van de doelstelling konden de data, conform onderstaand schema, alleen door JBRR gerapporteerd worden. Tot 2021 werden daarom alleen de gegevens van JBRR gebruikt voor deze rapportage. Vanaf deze actuele rapportage (over de 2e helft van 2021) worden de gegevens van alle GI’s gepresenteerd vanaf begin 2021.

Om de relatie te blijven zien met de voorgaande periode wordt in deze rapportage nog op twee niveaus gerapporteerd namelijk instroom jeugdbescherming alleen JBRR (oude rapportage) en instroom jeugdbescherming totaal GI’s (nieuwe rapportage). Het totaal GI’s omvat de cijfers van JBRR, de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (WSSJBJR) en het Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering (LJ&R). In volgende rapportages zal alleen de nieuwe rapportage (versie 6.6) met het totaal GI’s worden opgenomen. Instroom jeugdbescherming

1e half jaar 2020

2e half jaar 2020

1e half jaar 2021 JBRR

2e half jaar 2021 JBRR

Ondertoezichtstelling (OTS)

283 142 35

178 94 21

195 121 15

137 114 18

2e half jaar 2020 totaal GI’s

1e half jaar 2021 totaal GI’s

2e half jaar 2021 totaal GI’s

329 286 37

208 215 30

Jeugdreclasseringsmaatregel (JR) Voogdij

Tabel 6.5 Instroom jeugdbescherming JBRR (oude format)

Instroom jeugdbescherming

Ondertoezichtstelling (OTS) Jeugdreclasseringsmaatregel (JR) Voogdij

1e half jaar 2020 totaal GI’s

Tabel 6.6 Instroom alle GI’s (nieuwe format)

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

juli 2022

32 van 49

Op basis van de cijfers is in 2021 is wederom een kleine afname zichtbaar van het aantal jeugdigen met de kinderbeschermingsmaatregel ‘ondertoezichtstelling’ (OTS). Bij de grootste GI van de regio JBRR is t.o.v. 2020 een halvering te zien van het aantal OTS-en en voogdijzaken. De instroom van het aantal JR-maatregelen is na een aanvankelijke stijging begin 2021 weer op een stabiel niveau.

6.4 Huidig cliëntenbestand 6.4.1 Huidig cliëntenbestand jeugdhulp Onderstaande tabellen tonen het aantal cliënten dat jeugdhulp ontving in desbetreffende perioden. Het is mogelijk dat een cliënt meerdere soorten jeugdhulp ontvangt (bijvoorbeeld ambulante hulpverlening thuis en dyslexie). In dat geval staat deze cliënt bij beide typen zorg. Alleen de laatste regel van elke tabel laat het unieke aantal cliënten zien dat Jeugdhulp ontvangt. De eerste tabel heeft betrekking op de jeugdhulp die de gemeente zelfstandig inkoopt. Aantal cliënten lokale Jeugdhulp

1e half jaar 2020 850 949 566

2e half jaar 2020 839 865 554

1e half jaar 2021 808 924 574

2e half jaar 2021 808 1031 547

Pgb (lokaal Rotterdam)

1.138

1.191

1.204

1.231

Totaal aantal unieke cliënten

3.328

3.280

3.489

3.465

Jeugd met een beperking (lokaal Rotterdam) Basis JGGZ (lokaal Rotterdam) Dyslexie (lokaal Rotterdam)

Tabel 6.7 cliënten specialistische ondersteuning Jeugd – lokaal ingekochte hulp.

Bij de lokale jeugdhulp blijft het totale aantal cliënten groeien. Deze groei is vooral te wijten aan een groei bij de basis GGZ. In paragraaf 6.3.1 schreven we reeds dat de instroom hoger is voor Basis GGZ dankzij het verruimen van de mogelijkheden voor de inzet van een Basis GGZ traject. Het aantal cliënten met een dyslexiebehandeling is weer gestabiliseerd, na de groei in het eerste half jaar van 2020 als gevolg van een inhaalslag na corona. Net als de instroom is het aantal cliënten bij dyslexie, met uitzondering van de pandemie periode, redelijk stabiel sinds de verbetering op de toegang (zie paragraaf 6.3.1). Voor jeugd met een beperking verwachten we vanaf de eerste helft 2022 een groei te zien van het cliëntenbestand door een extra gunning. De volgende tabel toont het aantal Rotterdamse cliënten die gebruik maken van jeugdhulp die regionaal via de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) is ingekocht. Clienten Jeugdhulp specialistische ondersteuning – regionale inkoop 14 A. Pleegzorg (GRJR Rotterdam) B. Opname Bed & Behandeling (GRJR Rotterdam) C. Langdurig verblijf (GRJR Rotterdam) D. Steun, hulp of behandeling overdag (GRJR Rotterdam) E. Ambulante hulpverlening in de thuissituatie (GRJR Rotterdam)

14

1e half jaar 2020

2e half jaar 2020

1e half jaar 2021

2e half jaar 2021

1.091 435 175

1.025 370 150

996 376 153

1.017 413 152

409

409

433

487

3.727

3.230

3.510

3.505

Van crisishulp zijn geen aantallen bekend, omdat hierover niet op individueel niveau wordt aangeleverd

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

juli 2022

33 van 49

Opt out15 5.339

Totaal aantal unieke cliënten

4.746

5.010

5.088

Tabel 6.8 Aantal cliënten specialistische ondersteuning Jeugd – regionaal ingekochte hulp

In de tweede helft van 2021 is nog steeds stevig ingezet op het wegwerken van de wachttijden. Waar in de eerste helft van 2021 de grootste groei zat in het aantal cliënten in perceel ‘Ambulante hulpverlening in de thuissituatie’, is het aantal cliënten in de tweede helft van 2021 nagenoeg gelijk aan de eerste helft in 2021. Dit komt door het wegwerken van wachtlijsten, terwijl er tegelijkertijd een hogere uitstroom was in de tweede helft van 2021 (zie tabel 6.15). De ernst van de problematiek is toegenomen bij de cliënten van ambulante hulp, als gevolg van de pandemie, waardoor jeugdigen zwaardere zorg ontvangen en eventueel ook langer zorg ontvangen. Daarnaast zet de stijgende trend in het aantal cliënten bij steun, hulp of behandeling overdag door; dit komt overeen met de stijgende instroom in tabel 6.2. De hulpvragen binnen deze opdracht zijn complexer geworden, waarschijnlijk als gevolg van de pandemie. Na een daling in het tweede half jaar van 2020 en het eerste half jaar van 2021, zitten in het tweede half jaar van 2021 weer meer cliënten in pleegzorg. Dit past bij het streven dat zoveel als mogelijk jeugdigen opgroeien in een thuissituatie, zoals Pleegzorg i.p.v. in opname Een jeugdige kan zowel lokale als regionale ingekochte jeugdhulp ontvangen en dus zowel in tabel 6.7 als 6.8 voorkomen.

Indien we alleen kijken naar het aantal unieke cliënten dat Jeugdhulp ontving in Rotterdam, dan komt dit uit op 7.980 cliënten in de tweede helft van 2022 en 8.201 cliënten in de eerste helft van 2021. In deze totaalcijfers telt een client die zowel regionale als lokale hulp ontvangt, éénmaal mee. 6.4.2 Huidig cliëntenbestand Wmo voorzieningen In onderstaande tabel staat informatie over het aantal cliënten dat in een bepaald halfjaar een indicatie had voor een maatwerkvoorziening. Cliënten kunnen een indicatie hebben voor meerdere soorten maatwerkvoorzieningen. Zij worden dan zowel bij de ene als bij de andere soort(en) maatwerkvoorziening(en) meegeteld als cliënt.

Cliënten met tweedelijnsondersteuning Wmo Totaal aantal unieke cliënten -waarvan ZIN -waarvan PGB (totaal) -waarvan PGB (enkel Wmoarrangementen) Bestaand uit: - Wmo-arrangement Waarvan per cliëntgroep * Ouderen/Somatiek * Lichamelijk Beperkten * Verstandelijk Beperkten extramuraal

Aantal cliënten 1e halfjaar 2020 51.009 48.777 5.261

Aantal cliënten 2e halfjaar 2020 51.254 48.986 5.310

Aantal cliënten 1e halfjaar 2021 51.108 48.771 5.335

Aantal cliënten 2e halfjaar 2021 51.157 49.016 5.129

4.204

4.234

4.244

4.003

32.380

33.097

33.692

33.858

16.859 963

17.106 934

17.278 915

17.829 868

1.714

1.765

1.774

1.731

15

Cliënten hebben via de opt out regeling de mogelijkheid het type zorg dat zij ontvangen niet door te geven aan de gemeente. Hierdoor is onbekend onder welke van genoemde categorieën deze cliënten vallen. raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

juli 2022

34 van 49

* Verstandelijk Beperkten intramuraal * Zintuiglijk beperkten * (O)GGZ extramural * (O)GGZ intramural - Overgangsrecht AWBZ-Wmo GGZ-C intramuraal - Vervoer - Hulpmiddel - Woningaanpassingen

108

115

138

136

97 10.923 1.716

93 11.300 1.784

90 11.623 1.874

91 11.595 1.608

446

402

123

-

26.704 10.851 2.301

26.196 11.059 2.888

25.577 10.979 3.103

25.655 11.045 3.426

Tabel 6.9 Informatie over cliënten met een Wmo-indicatie

Het aantal cliënten met een indicatie voor tweedelijnsondersteuning Wmo is met bijna 3% gestegen tussen het 1e halfjaar 2020 (51.009 unieke cliënten) en het 2e halfjaar 2021 (51.157 unieke cliënten). Het overgrote deel ontvangt deze ondersteuning in natura (ZIN). Een beperkt aantal cliënten kiest voor een persoonsgebonden budget (PGB). Ook zijn er cliënten die een deel van de ondersteuning in natura en een deel via een persoonsgebonden budget ontvangen. Hierdoor is de optelsom van de uitsplitsing in ZIN en PGB groter dan het totaal aantal unieke cliënten. De meeste cliënten hebben een indicatie voor een Wmo-arrangement, maar er zijn ook veel Rotterdammers met een indicatie voor een vervoersvoorziening, hulpmiddel of woningaanpassing. In het 1e halfjaar van 2021 waren er nog 123 cliënten met een indicatie voor Overgangsrecht AWBZWmo GGZ-C intramuraal. Deze indicaties zijn afgelopen vanwege de openstelling van de Wet Langdurige Zorg voor deze GGZ-doelgroep. Binnen de maatwerkvoorziening Wmo-arrangement onderscheiden wij verschillende cliëntgroepen. De meeste cliënten behoren tot de cliëntgroepen Ouderen/Somatiek of (O)GGZ extramuraal. De groei van de cliëntgroep (O)GGZ extramuraal is zichtbaar sinds de doordecentralisatie. Het aantal cliënten in de cliëntgroep stabiliseert steeds meer.

Een Wmo-arrangement bestaat uit ondersteuning op één of meer van in totaal zeven resultaatgebieden. Onderstaande tabel geeft informatie voor welke resultaatgebieden cliënten geïndiceerd zijn. Aantal indicaties Wmoarrangementen per resultaatgebied - Sociaal en persoonlijk functioneren waarvan met opvoedingsondersteuning - Ondersteuning en regie bij het voeren van een huishouden - Financiën - Dagbesteding waarvan sociaal waarvan arbeidsmatig - Ondersteuning bij zelfzorg en gezondheid - Nachtelijk Toezicht

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

1e halfjaar 2020 15.845

2e halfjaar 2020 16.343

1e halfjaar 2021 16.844

2e halfjaar 2021 15.810

721

791

788

784

19.367

19.743

19.995

20.590

9.506 5.828 4.859 969

9.543 5.678 4.768 910

9.302 5.651 4.765 886

8.460 5.048 4.255 793

4.242

4.391

4.580

4.177

396

434

470

417

Datum

Pagina

juli 2022

35 van 49

- Nachtelijk Toezicht en Huisvesting - Mantelzorgondersteuning met verblijf - Thuisplusflat Aantal indicaties dat bestaat uit * één resultaatgebied * twee resultaatgebieden * drie resultaatgebieden * vier resultaatgebieden * vijf resultaatgebieden * zes resultaatgebieden

1.819 28

1.892 20

2.003 16

1.734 12 213

18.743 7.873 4.377 2.086 1.037 18

19.410 8.198 4.434 2.088 1.045 15

19.869 8.484 4.474 2.136 1.022 9

20.565 8.326 4.249 1.938 788 11

Tabel 6.10 Aantal indicaties Wmo-arrangementen per resultaatgebied

De meeste cliënten met een Wmo-arrangement hebben een indicatie voor één resultaatgebied. Voor 77% van hen gaat dat om een indicatie voor het resultaatgebied ‘Ondersteuning en regie bij het voeren van een huishouden’. Het aantal indicaties voor dit resultaatgebied is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Een verklaring hiervoor is het abonnementstarief voor de eigen bijdrage dat per 1 januari 2019 geldt. Een combinatie van twee of drie resultaatgebieden binnen een Wmoarrangement komt ook veel voor. Naast de blijvende stijging op ‘Ondersteuning en regie bij het voeren van een huishouden’, lijkt er ook een effect van het abonnementstarief te zien op ‘woningaanpassingen’. Het wel of niet hanteren van het tarief blijft een besluit van het Rijk, wat als gemeente lastig te regisseren is. Thuisplusflats In 2021 zijn in Rotterdam zes seniorencomplexen omgedoopt tot Thuisplusflats; een zogenoemde tussenvoorziening. De voorziening zit tussen het zelfstandig thuis en het verpleeghuis in. In een Thuisplusflat wordt zoveel mogelijk ingezet op één zorgaanbieder per complex die, met een herkenbaar en integraal zorgteam, zorg en ondersteuning biedt vanuit de drie zorgwetten (Wmo, Zvw en Wlz). Daarnaast wordt ingezet op welzijn door middel van een activiteitenprogramma gericht op vitaliteit en ontmoeting. Ook de woningcorporatie is nauw betrokken bij dit concept.

De Thuisplusflats vallen onder het programma Rotterdam Ouder en Wijzer en het Langer Thuis Akkoord. 6.4.3 Jeugdbescherming Rijnmond (Rotterdamse cliënten) In onderstaande tabel staat informatie over het aantal jeugdigen dat een lopende jeugdbeschermingsmaatregel of crisisinterventie had. Doel van deze rapportage is om de afname van de inzet van maatregelen te kunnen volgen. Bij het formuleren van de doelstelling konden de data, conform onderstaand schema, alleen door JBRR gerapporteerd worden. Tot 2021 werden daarom alleen de gegevens van JBRR gebruikt voor deze rapportage. Vanaf deze rapportage (over 2e helft 2021) worden de gegevens van alle GI’s gepresenteerd vanaf begin 2021. Om de relatie te blijven zien met de voorgaande periode wordt in deze rapportage nog op twee niveaus gerapporteerd, namelijk instroom jeugdbescherming alleen JBRR (oude rapportage) en instroom jeugdbescherming totaal GI’s (nieuwe rapportage). Het totaal GI’s omvat de cijfers van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR), William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (WSSJBJR) en Leger des Heils

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

juli 2022

36 van 49

Jeugdbescherming en Reclassering (LJ&R). In volgende rapportages zal alleen de totale rapportage (versie 6.12) worden opgenomen. Huidig bestand jeugdbescherming

1e half jaar 2020

2e half jaar 2020

1e half jaar 2021 JBRR

2e half jaar 2021 JBRR

1.095 455 315 348

962 428 271 455

961 415 239 561

746 303 218 365

1e half jaar 2021 GI’s

2e half jaar 2021 GI’s

1390 883 353 -

1110 688 322 -

Ondertoezichtstelling Jeugdreclasseringsmaatregel Voogdij Crisisinterventies

Tabel 6.11 huidig clientbestand jeugdbescherming JBRR (oude format)

Huidig bestand jeugdbescherming

1e half jaar 2020

2e half jaar 2020

Ondertoezichtstelling Jeugdreclasseringsmaatregel Voogdij Crisisinterventies Tabel 6.12 huidig clientbestand alle GI’s (nieuwe format)

Het aantal maatregelen is de afgelopen jaren afgenomen. Met name het aantal OTS laat een flinke daling zien. De aanleiding voor deze daling kan nog niet worden gegeven. Mogelijk komt dit doordat het bereik van jeugdigen sinds de coronapandemie anders is geweest dan in de periode daarvoor. Wellicht begint de transformatiebeweging vruchten af te werpen. Daarbij is de gedachte dat door verstevigde inzet aan de voorkant, dichter bij gezinnen – bijvoorbeeld vanuit de wijkteams- het effect is dat er minder maatregelen in dwangkader nodig zijn. Het aantal crisismeldingen bij het crisisinterventieteam is in 2021 gestegen t.o.v. 2020. Dit komt vooral door een toename van het aantal meldingen in het eerste half jaar van 2021. Aan het begin van de corona-uitbraak waren kinderen minder in beeld. In de tweede helft van 2021 is het aantal crisismeldingen weer gedaald. Het aantal crisismeldingen is over geheel 2021 te vergelijken met dat van 2019.

6.5 Financieel beeld 6.5.1 Wmo Wmo-maatwerk Raadsmonitor 2021 (bedragen x € 1 mln)

Realisatie 2020 Oorspronkelijke Begroting 2021 Realisatie 2021 Afwijking Begroting 2021 (na 10 maands)

Wmo-arrangementen met verblijf (intramuraal)

81,6

59,6

78,2

62,8

-15,4

Wmo-arrangementen zonder verblijf (extramuraal)

177,7

181,0

183,8

175,3

-8,5

Overige maatwerkvoorzieningen Wmo

31,5

32,8

30,3

31,4

1,1

Totaal maatwerkvoorzieningen Wmo

290,8

273,4

292,3

269,5

-22,8

Tabel 6.12 Financiën tweedelijns Wmo-ondersteuning

Op het totaal van Wmo-arrangementen (intramuraal en extramuraal) is per saldo sprake van een voordeel van € 23,9 mln veroorzaakt door een lagere groei van de ondersteuning, een grotere uitstroom naar de Wlz en een nadelig saldo vanuit declaraties zorgaanbieders voor meerkosten corona 2020.

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

juli 2022

37 van 49

Voor de overige maatwerkvoorzieningen (doelgroepenvervoer, hulpmiddelen en woningaanpassingen) is sprake van een nadeel van € 1,1 mln. Dit wordt vooral veroorzaakt doordat met name op hulpmiddelen en woningaanpassingen een groter beroep is gedaan vanwege de aanzuigende werking van het abonnementstarief eigen bijdrage Wmo. 6.5.2 Jeugdhulp Jeugdhulp Raadsmonitor 2021 (bedragen x € 1 mln)

Realisatie 2020 Oorspronkelijke Begroting 2021 Realisatie 2021 Afwijking Begroting 2021 (na 10 maands)

Lokale Jeugdhulp

35,0

38,1

41,3

40,6

-0,7

Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond

131,4

122,5

134,7

134,5

-0,2

Totaal Jeugdhulp

166,4

160,6

176,0

175,2

-0,8

Tabel 6.13. Financiën specialistische jeugdhulp

De aanvullende Rijksmiddelen jeugd voor 2021 zijn in de begroting verwerkt. Deze worden ingezet om de wachtlijsten in de jeugdzorg te verkleinen. De in de tabel gepresenteerde onderbesteding wordt veroorzaakt omdat een deel van de Rijksmiddelen pas laat in het jaar beschikbaar is gekomen en daardoor niet volledig besteed kon worden.

6.6 Wachttijden Goed toegankelijke en tijdige zorg is van groot belang. Daarom blijven we ons inzetten om de wachttijden tot het minimum te beperken. Wachttijden tweedelijns ondersteuning Jeugd retrospectieve wachttijd (GRJR Rotterdam), gemiddelde wachttijd in weken Treeknorm jeugdhulp (% clienten binnen 14 weken gehlopen) (GRJR Rotterdam) Wmo: Aantal cliënten met een overbruggingsarrangement Waarvan behorende tot cliëntgroep Verstandelijk Beperkten intramural Waarvan behorende tot cliëntgroep (O)GGZ intramural - Wmo: norm aanvang start zorg behaald

1e halfjaar 2020

2e halfjaar 2020*

1e halfjaar 2021*

2e halfjaar 2021*

7,3 weken

15,9 weken*

14,0 weken*

13,0 weken

84%

67%*

67%*

72%

487

437

448

68

75

81

82

419

362

367

366

Geen gegevens

77%

80%

77%

448

Tabel 6.14 Informatie over wachttijd Jeugd, aanvang zorgstart Wmo en overbruggingsarrangementen Wmo *vanaf tweede helft 2020 is de systematiek voor wachttijdberekening veranderd, waardoor cijfers niet goed te vergelijken zijn, zie hieronder.

De bovenstaande tabel toont bij jeugd de retrospectieve wachttijd. Het betreft de wachttijd van cliënten die startten met specialistische jeugdhulp in desbetreffende perioden. Vanaf de 2 e helft 2020 wordt de wachttijd op een nieuwe manier berekend. Deze berekening doet meer recht aan de wachttijd die cliënten werkelijk ervaren. Met het afdoeningsvoorstel (21bb4936) op de motie ‘Gemeentelijke regie op wachttijden’ (19bb16114) beschrijven we de nieuwe methodiek. Het cijfer van de tweede en eerste helft 2021 is op dezelfde wijze berekend als van de tweede helft 2020. Deze cijfers kunnen we niet vergelijken met eerdere cijfers, omdat met de registratie destijds alleen raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

juli 2022

38 van 49

de oude berekeningswijze mogelijk is. In de vorige raadsmonitor is van de tweede helft 2020 het cijfer nog berekend op de oude manier, dan komt de wachttijd uit op 12,5 weken. De gemiddelde wachttijd blijft dalen. In het tweede half jaar van 2021 nam de wachttijd ten opzichte van de eerste helft 2020 af met 1 week tot 13 weken (nieuwe berekeningswijze). De afname is te danken aan een kortere wachttijd voor ambulante jeugdhulp, waar de wachttijdaanpak effect lijkt te hebben en cliënten minder lang hoeven te wachten. In de wachttijd voor jeugdhulp met verblijf was geen daling te zien. Hiervoor worden tijdelijk extra bedden ‘open jeugdhulp met verblijf’ gerealiseerd in de loop van het eerste kwartaal van 2022, zodat op korte termijn de wachttijd voor cliënten verkort wordt. Ook ontwikkelen de zorgaanbieders ambulante alternatieven voor verblijf. Ook de Treeknorm is vanaf de tweede helft 2020 berekend op de nieuwe wijze. De Treeknorm beschrijft de landelijk maximaal aanvaardbare termijn van wachten binnen de zorg, namelijk maximaal 14 weken. In de tweede helft van 2022 is het percentage gestegen van 67% in de eerste helft van 2021 naar 72% in de tweede helft van 2021. Zoals hierboven beschreven is deze stijging te wijten aan een verkorting van wachttijden bij de ambulante hulp. De wachttijdaanpak blijven we in 2022 voortzetten, om wachttijden tot het minimum te beperken.

Het aantal Wmo-cliënten met een overbruggingsarrangement over 2021 is vergelijkbaar met het aantal Wmo-cliënten over het tweede halfjaar van 2020. Binnen de plaatsingscommissie beschermd wonen wordt prioriteit gegeven aan cliënten die urgent wachtend zijn. Voor 77% van de nieuw gestarte indicaties koppelden de zorgaanbieders aan de gemeente op tijd terug dat de zorg voor een cliënt met een Wmo-arrangement is gestart. Dit percentage is vergelijkbaar met het vorig halfjaar.

6.7 Vervolg na indicatie Uitstroom is gedefinieerd als duurzame uitstroom. Als het ondersteuningstraject van een cliënt beëindigd wordt en binnen zes maanden toch weer hulp nodig heeft, dan registreert de gemeente deze cliënt niet als uitstroom. Om het aantal duurzaam uitgestroomde cliënten te bepalen moet de gemeente dus beoordelen of zes maanden na beëindiging van het traject weer een nieuw traject gestart is. Daarom tonen onderstaande tabellen de duurzame uitstroom van cliënten in het tweede half jaar van 2019 tot en met het eerste half jaar van 2021. 6.7.1 Jeugdhulp De grootste beweging in de uitstroom zit bij de ‘ambulante hulpverlening in de thuissituatie’. Na een dalende trend in het tweede half jaar van 2020, te wijten aan de pandemie waardoor cliënten langer in zorg bleven, toont het eerste half jaar van 2021 een grotere uitstroom. Met de grotere uitstroom konden meer cliënten van de wachtlijst geholpen worden. De uitstroom op ‘opname bed & behandeling’ is afgenomen, wat overeenkomt met de lange wachttijd voor deze ondersteuning. Vanuit de wachttijdaanpak worden hier in 2022 maatregelen opgenomen (zie paragraaf 6.6) Vervolg na indicatie Jeugd specialistische ondersteuning Uitstroom Pleegzorg (GRJR Rotterdam) Uitstroom Opname Bed & Behandeling (GRJR Rotterdam)

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

2e half jaar 2019

1e half jaar 2020

2e half jaar 2020

1e half jaar 2021

120

91

160

123

147

145

150

111

Datum

Pagina

juli 2022

39 van 49

Uitstroom Langdurig verblijf (GRJR Rotterdam) Uitstroom Steun, hulp of behandeling overdag (GRJR Rotterdam) Uitstroom Ambulante hulpverlening in de thuissituatie (GRJR Rotterdam)

45

52

70

81

146

122

145

146

1.274

936

885

1.110

Tabel 6.15 Informatie over uitstroom Jeugd

6.7.2 Wmo Vervolg na afloop indicatie Wmo tweedelijns ondersteuning16

2e halfjaar 2019

1e halfjaar 2020

2e halfjaar 2020

1e halfjaar 2021

Duurzame uitstroom

5.766

5.623

6.772

6.530

Gemiddelde duur tweedelijns ondersteuning (in maanden)

37

41

43

45

Tabel 6.16 Informatie over afgelopen Wmo-indicaties

Omdat in deze tabel ‘uitstroom’ gedefinieerd als ‘6 maanden na einde indicatie geen opvolging door een nieuwe indicatie’ wordt weergegeven, is hier in de raadsmonitor gerapporteerd over 1e half jaar van 2021. Over de 2e helft van 2021 kan vroegst in Q3 van 2022 worden gerapporteerd. Uit bovenstaande tabel wordt duidelijk dat in het 1e halfjaar van 2021 6.530 indicaties (5.293 unieke cliënten) uitstroomden. Deze uitstroom kan verschillende redenen hebben. De meeste cliënten stromen uit omdat ze geen vervolgarrangement meer nodig hebben. De overige vaak voorkomende redenen zijn: • Het overlijden van cliënt; • Verhuizing van cliënt naar een andere gemeente; • Cliënt is opgenomen in een Wlz-instelling of heeft Wlz-indicatie gekregen; • Beëindigd op verzoek van cliënt. De gemiddelde duur van de aflopende indicaties in de periode januari tot en met juni 2021 bedroeg circa 45 maanden. De gemiddelde duur van de aflopende indicaties is berekend over alle cliënten en hun zorgproducten die wij op of sinds 1-1-2015 kennen. Dit betreft aflopende indicaties voor zowel Wmo-arrangementen als voor vervoersvoorzieningen, hulpmiddelen en woningaanpassingen. 6.7.3 Urgentieaanvragen In 2021 zijn er in totaal 1.386 complete aanvragen via de 1-route ingediend. In vergelijking met 2020 zien we een stijging van het totaal aantal aanvragen met 15%. Deze stijging was vooral zichtbaar in de 1e 5 maanden.

Dat heeft te maken met het project versnelde uitstroom Nachtopvang. Qua toegekende aanvragen zien we dat er 1.208 positieve besluiten zijn genomen; 1.041 voor doorstroom en 167 voor uitstroom. Het aandeel directe bemiddeling met huurzorgcontract is gestegen ten opzichte van 2020, namelijk respectievelijk 57 en 64 procent. De gemiddelde doorlooptijd van urgentie naar plaatsing is bij

16

In de vorige monitor was het aantal afgelopen indicaties opgenomen. Aangezien deze veelal administratief beëindigd zijn en opgevolgd worden door een herindicatie, zegt dit niet veel over de duurzame uitstroom. Daarom is duurzame uitstroom nu uitsluitend in deze tabel opgenomen. raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

juli 2022

40 van 49

huurzorgcontracten in 2021 gedaald ten opzichte van 2020, namelijk van 2,5 maanden naar 2,1 maanden. Onderstaande tabel bevat informatie over het aantal toegekende urgenties voor directe bemiddeling huurzorgcontract (zelfstandig wonen met begeleiding/nazorg) en het aantal toegekende reguliere urgenties (urgenties zonder huurzorgcontract). Jaar

2017

2018

2019

2020

2021

Totaal toegekend

875

966

885

973

1.208

Directe bemiddelingen

493

581

505

554

773

Regulier

382

385

380

419

435

Tabel 6.17 Urgenties, uitgesplitst naar reguliere urgenties en directe bemiddelingen

6.8 Publieksreacties Clienttevredenheid specialistische hulp 1e halfjaar 2020 8,1

2e halfjaar 202017

1e halfjaar 2021

2e halfjaar 2021

Zie voetnoot 19

Zie voetnoot 19

8,2

% langer thuis

58%

Zie voetnoot 19

Zie voetnoot 19

63%

Jeugd

2017

2018

2019

2020

geen kwantitatief onderzoek

7,6

7,6

7,3

WMO: Algemene tevredenheid

Rapportcijfer tevredenheid uit cliëntervaringsonderzoek Tabel 6.18 Cliënttevredenheid specialistische hulp

6.8.1 Cliëntervaring jeugd Cliëntervaringsonderzoek 2021 Gemeenten zijn vanuit de Jeugdwet verplicht jaarlijks een cliëntervaringsonderzoek (CEO) uit te voeren. Cliëntervaring is een manier om zicht te krijgen op de ervaren kwaliteit en effectiviteit van de geboden hulp en ondersteuning. Het CEO 2021 geeft zicht op de ervaren tevredenheid over het voorafgaande jaar van het onderzoek, in dit geval 2020. Het geeft een cijfermatige onderbouwing van de ervaringen van ouders en jongeren die basishulp vanuit een wijkteam en specialistische hulp vanuit een zorgaanbieder ontvingen. De ervaringen van ouders en jeugdigen die ondersteuning in het kader van jeugdbescherming en jeugdreclassering ontvingen, ontbreken in dit onderzoek. De gemeente Rotterdam en Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR) konden geen consensus bereiken over hoe dit moest worden uitgevoerd. Van cliënten met basishulp is 81% in algemene zin tevreden met de hulp, een significante afname ten opzichte van 2018 en 2019. Het gemiddelde rapportcijfer is een 7,4. Bij de cliënten met specialistische hulp is 82% in algemene zin tevreden; dit wijkt niet significant af van de vorige twee metingen. Het gemiddelde rapportcijfer is een 7,3. Bijna één op de vijf cliënten geeft de hulp een onvoldoende. Dit is een significante toename ten opzichte van de vorige twee metingen. 17

Er is geen meer recent cliëntervaringsonderzoek dan de meting van september 2020. In november 2021 is een cliëntervaringsonderzoek uitgevoerd. raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

juli 2022

41 van 49

De wachttijd is langer geworden en dit heeft ook geleid tot minder tevredenheid hierover. Voor verschillende aspecten in de uitvoering van de hulp is er nog ruimte voor verbetering. De in 2019 zichtbare positieve veranderingen in de uitvoering van hulp bij met name cliënten die basishulp ontvangen, zijn helaas niet terug te zien in 2020. Cliënten met specialistische hulp zijn iets positiever geworden over de samenwerking van hulpverleners. Wel hebben ze met meer hulpverleners te maken. Ditzelfde gold ook voor cliënten met basishulp ten opzichte van 2018 en 2019. Ook voor de effecten van hulp is voor een substantieel deel van de cliënten nog winst te behalen. De positievere resultaten uit 2019 komen helaas niet terug in 2020 en er is op een aantal aspecten zelfs een achteruitgang ten opzichte van de nog eerdere metingen. Het vermoeden bestaat dat Corona effect heeft gehad op de ervaren hulp, ook al is hier niet expliciet naar gevraagd. Wel weten we uit recent onderzoek van BMC dat jeugdhulpcliënten tijdens de eerste golf minder hulp hebben ontvangen en dat ruim een vijfde van deze cliënten minder positief is over de kwaliteit van de hulp18. Omdat het onderzoek over het jaar 2020 heeft plaatsgevonden, is al gekeken naar verbeterpunten. Vanuit de regio is sinds 14 juni 2021 de ‘Programmalijn Wachttijden’ opgestart.

De doelstelling vanuit deze lijn is om kinderen in de regio niet langer dan drie maanden te laten wachten op hulp. Eind 2022 zal duidelijker zijn hoe dit bewerkstelligd gaat worden. 6.8.2 Cliëntervaring Wmo Er zijn in 2021 in totaal 183 klachten door aanbieders van Wmo-arrangementen afgehandeld. Signalen van ontevreden cliënten worden door zorgaanbieders in het algemeen al onderzocht en opgelost, voordat er een klacht wordt ingediend. Ingediende klachten worden via de reguliere klachtenprocedure van de zorgaanbieder afgehandeld. De algemene tevredenheid van cliënten over de geleverde ondersteuning in het kader van een Wmo-arrangement (een 8,2) is afkomstig van de laatste meting die is uitgevoerd in november 2021. Een 8,2 kan worden getypeerd als ‘goed’. Tijdens deze laatste meting heeft 63% van de ondervraagde cliënten aangegeven dankzij de ontvangen ondersteuning langer thuis te kunnen blijven wonen. Vergelijken we de uitkomsten van dit cliëntervaringsonderzoek met het gemiddelde over alle metingen, dan constateren we dat in deze meting 63 procent van de respondenten aangeeft dat zorg en ondersteuning van uit de Wmo-arrangementen bijdraagt aan het langer thuis kunnen blijven wonen, terwijl dat over alle metingen gemiddeld uitkomt op 72 procent.

Deze afwijkingen worden in belangrijke mate veroorzaakt doordat minder respondenten kunnen beoordelen of hun voorziening bijdraagt aan het langer thuis kunnen blijven wonen. De scores tussen de verschillende metingen kunnen niet zondermeer met elkaar vergeleken worden. De reden daarvoor is dat de responsgroep per meting verschilt qua verdeling over de resultaatgebieden en cliëntgroepen die we onderscheiden binnen het Wmo-arrangementenmodel. Een aanbieder met veel respondenten op een resultaatgebied (eventueel in combinatie met een cliëntgroep) dat relatief laag wordt gewaardeerd leidt dan automatisch tot een relatief lage totaalscore.

BMC (2021, 23 december). Jeugdhulp en Wmo-ondersteuning in tijden van corona [webpagina]. Geraadpleegd van: https://www.bmc.nl/onderzoek/klantonderzoekpeilingen-tevredenheidsonderzoek/jeugdhulp-en-wmo-ondersteuning-in-tijden-van-corona 18

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

juli 2022

42 van 49

7

Beschikbaarheidsvoorzieningen

7.1 De bedoeling van beschikbaarheidsvoorzieningen Het doel van de beschikbaarheidsvoorzieningen zoals dagopvang, nachtopvang en crisisopvang is het creëren van een vangnet voor Rotterdammers 19. In het geval van huiselijk geweld betekent dit het bieden van bescherming, een veilige plek, om van daaruit toe te leiden naar zelfstandig wonen en/of passende Wmo ondersteuning. Die ondersteuning is gericht op het vergroten van de zelfredzaamheid. De gemeente zet zich samen met zorgaanbieders en andere ketenpartners in om dak- en thuisloze volwassenen, gezinnen, jongeren en slachtoffers van huiselijk geweld direct te helpen. Dak- en thuislozen verblijven doorgaans in hun netwerk. Opvang wordt ingezet als men niet (meer) in zijn netwerk terecht kan en acuut dakloos is. Crisisopvang voor slachtoffers van huiselijk geweld vindt plaats als er sprake is van acuut gevaar, danwel levensbedreigende situaties.

7.2 Huidige stand van zaken Aantal toegekende CO-passen

Figuur 7.1 Het aantal nieuw toegekende CO-passen per maand 2020-202120

In 2021 zijn in totaal 1.051 passen verstrekt. Dat zijn er 56 minder dan in 2020. Met name in de eerste helft van 2021 lag de instroom lager dan in 2020 en was in die periode ook sprake van een lagere instroom ten opzichte van de eerste helft van 2020 en 2019. Mogelijk speelt de afspraak dat bij betalingsachterstand de corporaties terughoudend dienen te zijn met huisuitzettingen een rol. Capaciteit en bezettingsgraad Aantal volwassenen in nachtopvang 19 20

NB, Rotterdam is een centrumgemeente Deze grafiek is dus van toepassing op de doelgroep vanaf 23 jaar

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

juli 2022

43 van 49

Figuur 7.2 Aantal unieke cliënten per maand in de nachtopvang 2020-2021

In de bovenstaande grafiek is te zien dat het aantal unieke slapers in de eerste zes maanden van 2021 langzaam afneemt, nadat het aantal in de herfst van 2020 is opgelopen. Deze daling sluit aan bij de inzet die vanaf november 2020 is gepleegd op de versnelde uitstroom van slapers naar een (zelfstandige) woning en de uitbreiding van de doorstroomplekken. Daarnaast is in de laatste maand van 2021 de tijdelijke opvangvoorziening het Schip afgebouwd en is een betrekkelijk grote groep slapers uitgestroomd naar een nieuwe doorstroomvoorziening. Gemiddeld sliepen in 2021 400 (unieke) volwassenen in een maand in de opvang. Dakloze gezinnen worden via Centraal Onthaal Gezinnen (COG) toegelaten tot de maatschappelijke opvang voor gezinnen. In 2021 zijn 108 gezinnen toegelaten tot de maatschappelijke opvang voor gezinnen.

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

juli 2022

44 van 49

Bezettingsgraad van de nachtopvang

Figuur 7.3 Capaciteit en bezetting per maand van de nachtopvang 2020-2021

Niet geregistreerde cliënten zijn mensen die zich zonder een CO-pas hebben gemeld bij de locatie, omdat CO in het weekend gesloten is, of mensen die door de politie naar de opvang zijn gebracht. Deze mensen gaan de eerstvolgende werkdag alsnog naar CO. Vanwege de uitbraak van het coronavirus is met ingang van eind maart 2020 de capaciteit van nachtopvanglocaties (tijdelijk) verhoogd naar ca. 350 bedden. Deze uitbreiding heeft ook geleid tot verschuiving in de capaciteit tussen de verschillende (nieuwe tijdelijke) nachtopvanglocaties, waarbij de maximaal in te zetten capaciteit door de tijd heen fluctueerde. Door de vele wijzigingen in de capaciteit van de locaties en de afbouw van tijdelijke locaties is er niet altijd sprake van betrouwbare bezettingscijfers. Eind 2021 waren alle tijdelijke locaties weer afgebouwd en is de opvanglocatie Heer Vrankestraat voor de opvang van daklozen in gebruik genomen. Hierdoor zijn sinds eind december 2021 273 plekken beschikbaar in de nachtopvang. De gemiddelde bezettingsgraad over 2021 is 84,1%. Met name in de eerste helft van 2021 lag de bezettingsgraad lager. We zien dat deze bezettingsgraad op papier geen betrouwbare weergave is van de werkelijkheid. Daarom zetten we sinds het najaar van 2021 in op het vergroten van de betrouwbaarheid van de registratie.

Crisisopvang jongeren Voor acuut dakloze jongeren hebben we in Rotterdam 27 plekken in de crisisopvang. Jongeren hebben hier na toewijzing een vast bed en zijn dus iedere avond verzekerd van onderdak. Overdag kunnen deze jongeren terecht in de in 2021 gerealiseerde dagopenstelling (dagopvang) ‘Post West’.

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

juli 2022

45 van 49

In de eerste helft van 2021 zijn in totaal 74 jongeren geplaatst in de crisisopvang. In de tweede helft van 2021 zijn 81 jongeren geplaatst. Als we dit vergelijken met 2020 dan zien we een lichte stijging ten opzichte van 2020 (155 versus 146).

Figuur 7.4: Het aantal jongeren in de crisisopvang per kwartaal per locatie op peildatum 15-02-2022.

De ketenafspraak is dat jongeren maximaal 6 weken (42 dagen) in de crisisopvang mogen verblijven, met maximaal 1 verlenging van 6 weken (totaal 84 dagen). Gemiddeld verbleven jongeren in 2021 52 dagen in de crisisopvang. Negen jongeren verbleven meer dan 84 dagen in de crisisopvang (gemiddeld 104 dagen). De reden hiervoor is dat er voor hen niet direct een passende vervolgplek beschikbaar was en deze jongeren dus langer in de crisisopvang verbleven.

Figuur 7.5: De gemiddelde verblijfsduur (in dagen) van jongeren na plaatsing in de crisisopvang op peildatum 15-02-2022.

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

juli 2022

46 van 49

De bezetting in de crisisopvang was nagenoeg 100%, waardoor een jongere na aanmelding niet direct geplaatst kon worden. De gemiddelde wachttijd in 2021 bedroeg 4 dagen. Ten opzichte van de tweede helft van 2020 is de wachttijd licht gestegen met 1 dag. Uitgangspunt is dat jongeren niet op straat slapen. Bij gebrek aan een plek in de crisisopvang zijn jongeren daarom soms tijdelijk in een hotel geplaatst. Om ruimte te maken voor nieuwe jongeren wordt door de ketenregisseur en de Wmo-adviseurs tijdens de plaatsingscommissie en de actietafel samen met de zorgaanbieders hard gewerkt om de doorstroom te bevorderen. Tegelijk wordt gekeken naar de uitbreiding van vervolgplekken en wordt in 2022 het aantal plekken van Project 010 uitgebreid van 10 naar 35 plekken. Tenslotte zijn in augustus 2021 twee Time-out plekken gerealiseerd. Deze plekken zijn bedoeld voor jongeren die door te complexe, zware problematiek niet in de crisisopvang kunnen verblijven. Op deze Time-out locatie kunnen jongeren tot rust komen, vindt screening plaats, wordt advies gegeven welke hulpverlening voor deze jongeren het meest passend is (dit kan bijvoorbeeld ook toeleiding naar de Wet Langdurige Zorg zijn) en wordt de doorplaatsing vormgegeven. Volwassenen in crisisopvang huiselijk geweld

Figuur 7.4 Aantal unieke cliënten per maand in de crisisopvang 2020-2021

In Rotterdam zijn er 40 crisisopvangplaatsen voor volwassen slachtoffers van huiselijk geweld. In 2021 zijn 198 nieuwe cliënten (met en zonder kinderen) ingestroomd. In de tweede helft van 2021 was de bezetting van de crisisopvang beduidend hoger dan in de eerste helft. Dit leek niet te maken te hebben met een verhoogde instroom, maar te worden veroorzaakt door verminderde door- en uitstroom. Dat gaf druk op de beschikbaarheid van de crisisopvangplaatsen. De gemeente heeft met behulp van de opvangorganisaties tijdelijk extra opvangplekken kunnen organiseren, waardoor uiteindelijk maar twee hotelplaatsingen nodig zijn geweest.

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

juli 2022

47 van 49

Verblijfsduur in beschikbaarheidsvoorzieningen Indien een cliënt gedurende een half jaar meer dan 90 nachten gebruik heeft gemaakt van de nachtopvang is sprake van langdurig gebruik (langslaper).

Figuur 7.5 Percentage cliënten dat langdurig gebruik maakt van de nachtopvang per maand 2020-2021

In 2021 is gemiddeld 51% van de volwassenen een langslaper. In vergelijking met 2019 (39%) en 2020 (46,8%) is dit een stijging. De toename in het aandeel langslapers is gestart met name sinds de uitbraak van het coronavirus. Sinds het begin van 2021 neemt dit percentage langzaam af dankzij de operatie versnelde uitstroom uit de opvang waarbij 100 daklozen aan een (eigen) woning zijn geholpen. In de laatste periode van december zien we weer een toename van het aandeel langslapers, o.a. vanwege de stagnatie in de doorstroom naar een (eigen) woning. We zijn hierover in gesprek met aanbieders en woningcorporaties en zetten continu maatregelen in om de verblijfsduur in de opvang te verkorten.

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

juli 2022

48 van 49

Buitenslapers

Figuur 7.6 Aantal buitenslapers per maand 2019/2021

Op basis van een signaallijst van veldwerkers wordt een inschatting gemaakt van het aantal mensen dat buiten slaapt (of in een niet voor bewoning geschikte plek). Het gaat hierbij zowel om min of meer structurele buitenslapers, als om mensen die de veldwerkers incidenteel zien. Veldwerkers van Stichting Ontmoeting en het Leger des Heils gaan dagelijks de straat op om contact te zoeken met buitenslapers en mensen die marginaal gehuisvest zijn. Door het werk van de veldwerkers en contacten met andere partijen ontstaat een beeld van het aantal buitenslapers. Maandelijks wordt een overzicht aangeleverd van de buitenslapers die de betreffende maand een of meer nachten buiten sliepen. In 2020 is, als gevolg van de Corona-uitbraak en de oproep vanuit het Rijk om iedereen op de vangen een noodopvang geopend voor buitenslapers en niet-rechthebbende daklozen. In deze periode, april 2020 tot en met juni 2020, zijn alle slapers in deze noodopvang geregistreerd als buitenslaper, dus ook mensen die niet eerder op straat zijn aangetroffen. Daarnaast verliep in deze periode de instroom van nieuwe CO-pashouders via de noodopvang. Als gevolg hiervan laten de cijfers in de maanden april, mei en juni 2020 (ten onrechte) een flinke toename zien.

Als gevolg van het coronavirus was conform de landelijke richtlijn in de periode van eind 2020 tot 1 juni 2021 de noodopvang voor alle daklozen wederom geopend. In deze maanden zijn als buitenslaper enkel de mensen meegeteld die daadwerkelijk buiten zijn aangetroffen. Dit verklaart waarom de cijfers van de buitenslapers in deze periode lager uitvallen. Conform de landelijke richtlijn is de maatregel om iedereen op de vangen per 1 juni 2021 komen te vervallen, waardoor er geen noodopvang meer geboden is. Tijdens de opening van de noodopvang is met name een toename geconstateerd in het aantal dakloze (niet-rechthebbende) EU-migranten. Na de sluiting van de noodopvang is deze toename vervolgens te zien in de aantallen buitenslapers vanaf de maand juni. Dankzij de integrale aanpak om het aantal buitenslapende EU-migranten terug te dringen, is het gelukt om over heel het jaar 2021 ca. 220 EU-migranten terug te laten keren naar het land van herkomst en zijn ruim 100 EU-migranten aan het werk geholpen.

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

juli 2022

49 van 49

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=e0295514-3693-4c75-b15e-bde9a7425ec4