CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb004865] Bijlage 8 behorende bij 22bb4857 over Overzicht van juridische varianten

Commissie Werk & Inkomen, Onderwijs, Samenleven, Schuldhulpverlening & Armoedebestrijding, NPRZ 21 september 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: Stand van Zaken Opvangcrisis3.761 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 4 –Nota aan SJenV en MJenV Inzet staatsnoodrecht ter opvang van ontheemden uit Oekraïne. (bestuurlijk stuk) Ontvangen op: 21 maart 2022 Geaccordeerd op: 30 maart 2022

de Minister van Justitie en Veiligheid de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

Directie Wetgeving en Juridische Zaken Sector Staats- en Bestuursrecht Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/jenv Contactpersoon T

Inzet staatsnoodrecht ter opvang van ontheemden uit Oekraïne 1. Aanleiding In de MCCb van 9 maart 2022 is besloten dat voorbereidingen moeten worden getroffen om zo nodig het staatsnoodrecht in te zetten om de opvang van ontheemden uit Oekraïne lokaal, bij de burgemeesters, te beleggen. Ook moet de bevoegdheid tot het vorderen van het gebruik van onderkomens worden voorbereid. Daarvan moet gebruik worden gemaakt van de Wet verplaatsing bevolking en de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag. Ter uitvoering daarvan zijn twee kb’s opgesteld.

Datum 21 maart 2022 Ons kenmerk 3987961 Bijlagen 6

Op 28 maart jl. is met u over deze voorbereiding en de noodzakelijkheid van het staatsnoodrecht gesproken. De onderhavige notitie is daarop aangepast. 2. Geadviseerde besluiten Instemmen met agendering in de ICCb en MCCb van 30 maart 2022 van het koninklijk besluit tot inwerkingstelling van de artikelen 2c en 4 van de Wet verplaatsing bevolking, met als gevraagde beslissing instemming met de voordracht daarvan door de Minister-President en inwerkingtreding op vrijdag 1 april 2022. 3. Samenvatting Op verzoek van de MCCb zijn twee koninklijke besluiten voorbereid: 1. Met het eerste koninklijk besluit krijgen burgemeesters de wettelijke taak om zorg te dragen voor de opvang, waaronder begrepen de huisvesting en verzorging en de registratie, van ontheemden uit Oekraïne. Dit Kb treedt direct na publicatie daarvan in het Staatsblad in werking. 2. Met het tweede koninklijk besluit krijgen burgemeesters de bevoegdheid het gebruik van panden te vorderen, ten behoeve van voormelde opvangtaak. Ook krijgt de Minister van Justitie en Veiligheid de bevoegdheid om deze vorderingsbevoegdheid aan zich te trekken of hier een ander orgaan mee te belasten (bijvoorbeeld de voorzitters van de veiligheidsregio’s). De activering van dit tweede kb, met de vorderingsbevoegdheid, is op dit moment nog niet te rechtvaardigen. Dit Kb wordt dan ook nog niet aan de MCCb voorgelegd.

Voor beide Kb’s blijft het belangrijkste aandachtspunt dat de keuze voor het staatsnoodrecht de burgemeesters belast met de opvang van deze groep, terwijl we reeds een opvangorganisatie met wettelijke taken hebben (COA). Dat brengt risico’s met zich (zie 5). Als ervoor wordt gekozen één of beide van deze kb’s in werking te laten treden, moet bovendien onverwijld een wetsvoorstel tot voortduring bij de Tweede Kamer worden ingediend. In dat geval wordt met AZ bezien op welke wijze dit wetsvoorstel zo spoedig mogelijk aan de Raad van State kan worden voorgelegd.

Pagina 1 van 7

Deze nota en de beide kb’s zijn afgestemd met BZK, omdat deze inzet van het noodrecht gemeenten belast met de opvang van ontheemden uit Oekraïne. De voorbereiding van de inwerkingtreding van staatsnoodrecht is echter een JenVaangelegenheid. De feitelijke voordracht van een Kb gebeurt vervolgens door de Minister-President. 4.

Toelichting

4.1 Tijdpad en eerdere besluitvorming Op de dag van de inval van Rusland in Oekraïne is een analyse gemaakt van de verwachte vluchtelingenstroom. Als uitgangspunt is aan het begin van de oorlog genomen de Nederlandse overheid deze ontheemden ruimhartig wil opvangen en niet het asielproces in wil dwingen om voorzieningen te krijgen. Aangezien op Europees niveau de Richtlijn tijdelijke bescherming nog niet in werking was getreden, hoefden ontheemden uit Oekraïne (op dat moment) nog niet als asielzoeker te worden aangemerkt als zij geen asiel hadden aangevraagd. Voor deze bijzondere situatie is daarom ook gezocht naar een bijzondere oplossing. Hierdoor leek het COA – ook gezien de grote capacitaire tekorten daar – niet de partij om deze groep op te vangen. Bovendien werd verwacht dat de groep van ontheemden uit Oekraine van zeer grote omvang was en dat daarmee sprake zou zijn van een buitengewone omstandigheid dat in zeer korte termijn er veel opvanglocaties voor deze mensen verspreid over het land zouden moeten worden gerealiseerd. Daarom zijn gemeenten gevraagd deze taak op zich te nemen. Vervolgens zijn burgemeesters vrijwillig van start gegaan met het realiseren en exploiteren van opvang van ontheemden uit de Oekraïne, vooruitlopend op een formele taak. In het weekend van 5 en 6 maart jl.

is inzichtelijk gemaakt welke juridische instrumenten konden worden ingezet om deze taak te formaliseren. Ook is bezien of het mogelijk is het gebruik van panden te vorderen. Uitgaande van de wens om burgemeesters op korte termijn een wettelijke taak te geven, is uitgezocht of we, net als in COVID-periode, gebruik zouden moeten maken van ad hoc wetgeving of staatsnoodrecht. Analyse wees uit dat gebruik van staatsnoodrecht in deze situatie de beste route leek, omdat dat activering van noodrecht een snellere wijze leek dan het maken van tijdelijke wetgeving. Op 6 maart heeft de SG hiermee per e-mail ingestemd. Op 7 maart jl. is in het Veiligheidsberaad over de opvang van ontheemden uit Oekraïne gesproken en is de voorzitters van de veiligheidsregio’s gevraagd dit te coördineren. De voorzitters zijn met deze opdracht aan de slag gegaan, maar hebben opgemerkt dat ze dit wel geformaliseerd willen krijgen. In latere bijeenkomsten van het Veiligheidsberaad is deze oproep herhaald. In de brief van 8 maart 2022 is aan de Tweede Kamer medegedeeld dat nu er sprake is van een landelijke crisis (en daarmee ook een crisis van meer dan plaatselijke betekenis), de voorzitters van de veiligheidsregio’s hierin op grond van de Wet veiligheidsregio’s (artikel 39 Wvr) een coördinerende rol binnen hun veiligheidsregio vervullen.

Tevens is in deze brief aangekondigd dat het kabinet voornemens is om – als er sprake is van buitengewone omstandigheden vanwege een zeer grote toestroom van vluchtelingen uit Oekraïne – noodrecht in te zetten. Ook is aangekondigd dat het kabinet alvast onderzoekt welke bepalingen daartoe geschikt zijn. Op 8 maart jl. is de inzet van noodrecht besproken in de RVI. In de MCCb van 9 maart jl. is over de inzet van het noodrecht gesproken. Uitgaande van de wens om de taak voor opvang bij burgemeesters te beleggen is daartoe door DWJZ een hoofdlijnennotitie aangeleverd over de mogelijke inzet van het noodrecht.

Directie Wetgeving en Juridische Zaken Sector Staats- en Bestuursrecht Datum 21 maart 2022 Ons kenmerk 3987961

Pagina 2 van 7

-

-

-

Deze notitie is niet als zodanig in de MCCb van 9 maart jl. beland, maar is door de NCTV samengevat op een sheet voor de MCCb. Het MCCb heeft vervolgens gevraagd om voorbereidingen te treffen om, middels het staatsnoodrecht, de opvang van ontheemden uit Oekraïne lokaal, bij de burgemeesters, te beleggen. Ook moet de bevoegdheid tot het vorderen van onderkomens worden voorbereid. Er is dus in de MCCb nog geen besluit genomen over de daadwerkelijke inwerkingtreding van het staatsnoodrecht. Daarna zijn door DWJZ alvast twee concept Kb’s opgesteld. Deze zijn u bij nota van 21 maart jl. aangeboden. Met de VNG vinden nog gesprekken plaats over de ministeriële regeling en de precieze uitwerking van de taak van burgemeesters om opvang te bieden. Inmiddels heeft SJenV in de Tweede Kamer uitgesproken dat de vorderingsbevoegdheid niet aan de orde is tot (in elk geval) 50.000 ontheemden.

Directie Wetgeving en Juridische Zaken Sector Staats- en Bestuursrecht Datum 21 maart 2022 Ons kenmerk 3987961

4.2 Inhoud Zowel de Wet verplaatsing bevolking (hierna: Wvb) als de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag (hierna: Wbbbg) voorziet in de mogelijkheid om, wanneer buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken, bepaalde bevoegdheden toe te kennen aan het openbaar gezag. Volgens de systematiek van staatsnoodwetgeving moeten de relevante bepalingen uit de Wvb en de Wbbbg eerst in werking worden gesteld, voordat ze kunnen worden toegepast.1 Dat gebeurt bij koninklijk besluit, op voordracht van de Minister-President. Op het moment van inwerkingstelling moeten er buitengewone omstandigheden zijn. De civiele rechter kan dit toetsen. Staatsnoodwetgeving kan daarom niet ‘zekerheidshalve’ geactiveerd worden. Dat is ook niet nodig: als de feitelijke ontwikkelingen daartoe nopen kan het staatsnoodrecht op zeer korte termijn, binnen enkele dagen, in werking worden gesteld. Onverwijld na de activatie van een dergelijke bevoegdheid moet een wetsvoorstel worden ingediend (‘voortduringswet’), zodat de Tweede en Eerste Kamer (en de Raad van State) zich kunnen uitspreken over deze inzet van het staatsnoodrecht. Dit wetsvoorstel volgt het gebruikelijke proces maar wordt wel zéér voortvarend behandeld (vergelijk: avondklok).

4.3 Koninklijk besluit taak burgemeesters Op dit moment handelen de burgemeesters niet in medebewind: zij werken vrijwillig mee om de benodigde opvang te realiseren. Door de inwerkingstelling van de artikelen 2c en 4 van de Wvb verandert dit: zij krijgen de wettelijke taak en daarmee de verplichting om zorg te dragen voor de opvang, waaronder begrepen de huisvesting en verzorging en de registratie, van ontheemden uit Oekraïne. Daarnaast wordt aan hen via ministeriele regeling richtlijnen gegeven hoe zij deze taak uit dienen te voeren. Het belangrijkste aandachtspunt blijft de bestuurlijke en politieke onderbouwing van de buitengewone omstandigheden die nopen tot activering van het staatsnoodrecht waardoor burgemeesters worden belast met deze opvang. In de reguliere situatie is immers het COA verantwoordelijk voor de opvang van asielzoekers. Zoals met u besproken is er aanleiding deze bevoegdheid nu te activeren omdat:

De bepalingen uit de Wbbbg moeten ook nog in werking treden. Dat wordt in hetzelfde kb geregeld. 1

Pagina 3 van 7

 

burgemeesters formeel deze taak niet hebben, en de opvang daarom vrijwillig organiseren, maar hebben aangegeven een wettelijke grondslag nodig te hebben om dit te (blijven) doen als de vrijwillige medewerking, bijvoorbeeld in de gemeenteraad, op weerstand stuit; met het noodrecht wordt verzekerd dat de opvang van ontheemden uit Oekraïne door burgemeesters geschiedt en niet door het COA, dat hiertoe feitelijk niet in staat is; door het kb met bijbehorende ministeriële regeling wordt verzekerd dat het voorzieningenniveau in de opvang van ontheemden uit Oekraïne door de burgemeesters van gelijk niveau is als voor asielzoekers (uit andere landen) die door het COA worden opgevangen.

Directie Wetgeving en Juridische Zaken Sector Staats- en Bestuursrecht Datum 21 maart 2022 Ons kenmerk 3987961

Ministeriële regeling Artikel 4, tweede lid, van de Wvb maakt het mogelijk dat de Minister van Justitie en Veiligheid richtlijnen (algemeen) of aanwijzingen (tot een enkele burgemeester) geeft met betrekking tot deze taak. Daartoe is door DGM een ministeriële regeling opgesteld: de Regeling opvang ontheemden Oekraïne. Daarin is afgebakend ten aanzien van welke groep de burgemeester deze taak heeft en worden vereisten gegeven ten aanzien van de huisvesting en verzorging van deze doelgroep. De verstrekkingen aan ontheemden uit Oekraïne dienen op grond van Europeesrechtelijke regels gelijk te zijn aan de voorzieningen zoals die door het COA worden geboden. Basis van deze Regeling opvang ontheemden Oekraïne is de Regeling Verstrekkingen Asielzoekers (RVA), zoals deze geldt voor het COA, zodat ontheemden uit Oekraïne tenminste kwalitatief dezelfde voorzieningen ontvangen als bewoners van het COA. Het gaat hierbij om kwaliteitseisen aan de opvanglocaties, maar ook om eisen aan de verzorging zoals eet- en leefgeld, recreatieve en educatieve activiteiten, leerplicht etc. Volledigheidshalve: met dit kb en de bijbehorende ministeriele regeling wordt een taak belegd bij de burgemeesters. Hierin wordt geen taak gelegd bij onderwijsinstellingen of zorginstellingen: daarvoor biedt de Wvb geen grondslag. Hier wordt door VWS een andere financieringsmethodiek voor ingericht.

OCW werkt uit hoe onderwijs aan ontheemden uit Oekraïne vorm kan krijgen. Binnen de beleidsvorming voor de opvang van ontheemden uit Oekraïne wordt dit door JenV samen met de collega’s van OCW en VWS uitgewerkt. In de nota van DGM bij deze regeling wordt ingegaan op uw vraag of dit totaalpakket van regelingen en verstrekkingen (JenV + andere departementen gezamenlijk) ten minste gelijk is aan de verstrekkingen van het COA aan andere asielzoekers. Zoals met u besproken is het immers noodzakelijk dat de opvang en verstrekkingen van de gemeenten ten minste gelijk is aan de opvang en verstrekkingen die het COA zou bieden (zie ook 4.5). De regeling en de bijbehorende nota wordt u via een separate lijn van DGM aangeboden. 4.4 Koninklijk besluit vorderingsbevoegdheid Het tweede koninklijk besluit activeert de bevoegdheid van burgemeesters om het gebruik van panden te vorderen, ten behoeve van hun wettelijke taak om zorg te dragen voor de opvang. Dit gebeurt door artikel 7 van de Wet verplaatsing bevolking in werking te stellen. De Minister van Justitie en Veiligheid kan nadere regels geven over de manier waarop burgemeesters deze bevoegdheid toepassen. Daartoe is door DGM samen met DGPenV een ministeriële regeling opgesteld, waarin in elk geval wordt uitgesloten dat het gebruik van gebouwen en panden die feitelijk bewoond zijn.

Bovendien kan ervoor worden gekozen ook artikel 7 van de Wbbbg in werking te stellen. Daardoor krijgt de Minister van Justitie en Veiligheid de bevoegdheid om deze vorderingsbevoegdheid aan zich te trekken, of een ander orgaan hiermee te

Pagina 4 van 7

belasten (zoals de voorzitters van de veiligheidsregio’s). Dit vergt dan een afzonderlijk besluit van de minister. Op het moment dat tot inwerkingstelling van de vorderingsbevoegdheid wordt besloten, kan ook worden bezien of het noodzakelijk is deze bevoegdheid bij een ander dan de burgemeester te beleggen, en dus dit artikel 7 van de Wbbbg in werking te stellen. Afwegingskader vorderingsbevoegdheid De inwerkingstelling van deze vorderingsbevoegdheid gebeurt bij koninklijk besluit, op voordracht van de Minister-President. De feitelijke voorbereiding daarvan gebeurt door MJenV. Het is ook MJenV die de afweging maakt of er buitengewone omstandigheden zijn die de inwerkingstelling van de vorderingsbevoegdheid noodzakelijk maken. De activering van de vorderingsbevoegdheid grijpt in op grondrechten en kan alleen aan de orde zijn indien dat subsidiair en proportioneel is. Het is dus een ultimum remedium. Het aanwenden van een vorderingsbevoegdheid zal niet proportioneel zijn als het om plaatselijke problemen gaat: het is moeilijk te rechtvaardigen dat de burgemeester in Groningen vordert, terwijl in Zeeland nog plekken over zijn.

Directie Wetgeving en Juridische Zaken Sector Staats- en Bestuursrecht Datum 21 maart 2022 Ons kenmerk 3987961

Bij de afweging of de inwerkingstelling noodzakelijk is, zal de input van de burgemeesters en daarmee het Veiligheidsberaad van groot belang zijn: op basis daarvan moet MJenV ervan overtuigd zijn dat de burgemeesters geen enkele andere mogelijkheid hebben om in de benodigde opvang te voorzien dan door vordering van het gebruik van panden. De burgemeesters moeten dus het maximale hebben gedaan om binnen hun huidige bevoegdheden opvangruimte te realiseren. Er moeten bovendien geen andere, minder verstrekkende mogelijkheden zijn om in de benodigde ruimte te voorzien, bijvoorbeeld door als Rijk panden ter beschikking te stellen of door ontheemden beter over Nederland te spreiden door andere, minder ingrijpende bepalingen uit het staatsnoodrecht in werking te stellen.2 Aan deze voorwaarden is op dit moment niet voldaan. Het is daarom niet aangewezen dit koninklijk besluit in werking te laten treden. Op dit moment zit de bottleneck van de opvang immers (nog) niet in de beschikbaarheid van plekken of de bereidwilligheid van beheerders en eigenaren om mee te werken.

Er is ook nog geen situatie waarin de beschikbare opvangplekken in geheel Nederland het maximum van hun capaciteit hebben bereikt bij vrijwillige spreiding door de burgemeesters of na activering van de noodbevoegdheid om verplaatsing van de bevolking te gelasten, en er tegelijkertijd nog steeds grote aantallen ontheemden Nederland binnenkomen. Als de feitelijke ontwikkelingen daartoe nopen (en dus aan de wettelijke toepassingsvoorwaarden is voldaan), kan deze bevoegdheid alsnog op zeer korte termijn in werking worden gesteld. Aanvullend wetsvoorstel vereist Als het Kb vorderingsbevoegdheid in werking treedt, is een wetsvoorstel vereist dat de Wbv op twee punten wijzigt:  Rechtsbescherming. Een rechthebbende (bijv. de eigenaar) van een pand kan tegen zowel een vordering als tegen de vergoeding die hem daartoe wordt toegekend een rechtsmiddel instellen. De Wvb dateert uit 1952 en kent alleen beroep bij een door gedeputeerde staten ingestelde commissie, Mocht de huidige vrijwillige spreiding van ontheemden niet of onvoldoende tot stand komen, kunnen de artikelen 2a en 2b van de Wvb in werking worden gesteld, waarmee ontheemden in het belang van hun veiligheid door het Rijk gelast kunnen worden zich te verplaatsen (artikel 2a) en kunnen de burgemeesters krachtens algemene of bijzondere machtiging van het Rijk deze verplaatsing gelasten (artikel 2b). 2

Pagina 5 van 7

en dus niet bij een onafhankelijke rechterlijke instantie. Daarom moeten de betreffende bepalingen uit de Wvb worden gewijzigd, zodanig dat in adequate rechtsbescherming is voorzien; Kostenvergoeding. Uitgangspunt is dat het Rijk de kosten die door gemeenten worden gemaakt, integraal zal vergoeden. De Wvb kent echter een eigen systeem van kostenvergoeding, dat inmiddels is achterhaald door zowel de Financiële- verhoudingswet als de Gemeentewet. Ook op dit punt zal de Wvb moeten worden gewijzigd.

Directie Wetgeving en Juridische Zaken Sector Staats- en Bestuursrecht Datum 21 maart 2022 Ons kenmerk 3987961

Bezien wordt of het mogelijk is deze onderdelen onder te brengen in de voortduringswet. Dat lijkt verdedigbaar, maar het is niet uitgesloten dat de Raad van State daar bezwaren tegen heeft. Als dat het geval blijkt, is een afzonderlijk wetsvoorstel noodzakelijk. 4.5 Samenloop van de Wet COA en het staatsnoodrecht Met het onder 4.3 beschreven koninklijk besluit krijgen burgemeesters de wettelijke taak te voorzien in de opvang van ontheemden uit Oekraïne. De Richtlijn Tijdelijke bescherming is zo geïmplementeerd dat naar aanleiding van een asielaanvraag wordt beoordeeld of een uit de Oekraïne gevluchte persoon aanspraak kan maken op bescherming op grond van de Richtlijn. Het actuele Europese asielrecht stelt nauwelijks eisen aan de indiening van een asielaanvraag. Mogelijk is de melding bij een gemeente al voldoende om een ontheemde uit Oekraïne als asielzoeker aan te merken of moet worden aangenomen dat de betrokkene op zeer korte termijn in de gelegenheid moet worden gesteld een aanvraag in te dienen. Er moet dan ook rekening mee worden gehouden dat vrijwel de gehele groep als asielzoeker moet worden aangemerkt. Op basis van de Wet COA is dan het COA, en niet de burgemeester, belast met de opvang van asielzoekers.

Daarom is bezien of het noodzakelijk is de Wet COA te wijzigen, om te voorkomen dat zowel de burgemeester als het COA belast is met de taak in opvang te voorzien voor ontheemden uit Oekraïne. In een DG-overleg van 18 maart is daarom besloten dat de Wet COA op dit moment niet wordt gewijzigd, gezien de benodigde snelheid en omdat er een pragmatische oplossing denkbaar is. Juridisch lijken er immers geen belemmeringen te zijn om de asielaanvraag op eenvoudige wijze, zo nodig vanuit het verblijf bij de gemeente, in te dienen of een eerdere registratie bij de gemeente als zodanig aan te merken en zo nodig te vervolmaken. Daarmee wordt de Richtlijn Tijdelijke Bescherming geactiveerd en is duidelijk wat de status is van de betrokken vreemdelingen (rechtmatig verblijf op grond van artikel 8f van de Vreemdelingenwet 2000). Het feitelijk behandelen van deze asielaanvraag kan vervolgens door de IND gebeuren. Dat is echter pas aan de orde als de tijdelijke bescherming is afgelopen. Bij de huidige stand van zaken is dat na een jaar, tenzij de Europese Unie deze bescherming verlengt (dat kan met twee keer zes maanden, met daarna een optie tot verdere verlenging) of eerder beëindigt. Uit de Vw 2000 (artikel 43a) vloeit voort dat de beslistermijnen dan pas weer gaan lopen. Aan de verplichtingen van het COA om opvang te bieden wordt dan feitelijk voldaan door de inspanningen van gemeenten.

Voor deze pragmatische oplossing is daarom van belang dat de opvang door de gemeenten ten minste gelijk is aan de opvang die het COA zou moeten bieden. Als dat in de praktijk anders is, bestaat nog steeds het risico dat ontheemden zich tot de COA wenden, in plaats van tot gemeenten. Er bestaat dan een risico dat die aanspraak door de rechter wordt gehonoreerd, al lijkt dat risico klein omdat duidelijk is dat het COA die opvang niet kan bieden. Datzelfde geldt voor bezwaren van omwonenden tegen gemeentelijke opvang; opvang zal ergens moeten worden geboden, of dat nu door gemeenten of het COA gebeurt. Pagina 6 van 7

Helemaal wegnemen van dat risico is niet mogelijk. Alleen een wijziging van de Wet COA kan dit risico ondervangen. Dat vergt een wetstraject dat uiteraard meer tijd kost dan de inwerkingstelling van het noodrecht. 5. Risico’s De aanwending van staatsnoodrecht is slechts mogelijk in geval van buitengewone omstandigheden. De inzet van staatsnoodrecht moet bovendien proportioneel en subsidiair zijn. Op het moment dat het staatsnoodrecht wordt geactiveerd, moet er daarom sprake zijn van in zekere zin onvoorziene omstandigheden, waarop geen andere (minder ingrijpende) mogelijkheden bestaan om deze omstandigheden het hoofd te bieden. De civiele rechter kan dit toetsen (vergelijk: avondklok).

Directie Wetgeving en Juridische Zaken Sector Staats- en Bestuursrecht Datum 21 maart 2022 Ons kenmerk 3987961

Het belangrijkste aandachtspunt blijft de consequentie dat met de keuze voor het activeren van het staatsnoodrecht de burgemeesters worden belast met de opvang van deze groep, terwijl normaliter het COA met deze taak is belast. Dat vergt dat wordt uitgelegd welke buitengewone omstandigheden maken dat het COA, dat nu juist is opgericht voor de opvang van asielzoekers, deze taak niet zal kunnen uitvoeren t.a.v. tijdelijk ontheemden uit Oekraïne. De noodzaak tot inwerkingstelling van het eerste kb (de opvangtaak) is dan ook veeleer gelegen in het feit dat de toestroom van ontheemden zo groot is dat dit als buitengewoon kan worden aangemerkt, en dat het COA niet met deze taak kan worden belast omdat de capaciteit er feitelijk niet is. Dit uitvoeringsprobleem wordt aangemerkt als een buitengewone omstandigheid die inzet van het staatsnoodrecht rechtvaardigt. De verwachting is dat met name de Raad van State kritisch op dit uitvoeringsargument zal zijn. Ten aanzien van het tweede kb, de vorderingsbevoegdheid, geldt dat de inwerkingstelling daarvan op dit moment in elk geval nog niet proportioneel is. Daarom is het advies de vorderingsbevoegdheid pas in werking te stellen als dit daadwerkelijk in de praktijk nodig is, en niet ‘uit voorzorg’.

Risico’s (alsnog) wijziging wet COA Voornoemde risico’s – de kwetsbaarheid van de motivering waarom de burgemeester beter tot opvang van tijdelijk ontheemden geëquipeerd is dan het COA en de bereidheid van burgemeesters om opvang te blijven bieden, bestaan ook als alsnog voor een wijziging van de Wet COA wordt gekozen. Daarbij zal de bereidheid van burgemeesters om niet alleen in een ‘noodsituatie’ tijdelijk opvang te bieden, maar zo lang het Raadsbesluit tijdelijk ontheemden van kracht is, mogelijk extra op de proef worden gesteld. 6. Afstemming Deze nota is afgestemd met DGPenV, NCTV, DGM en BZK. 7. Communicatie DCOM is op de hoogte. 8.

Bijlagen 1. Koninklijk besluit artikel 4 Wvb; 2. Koninklijk besluit artikel 7 Wvb en Wbbbg; 3. Notitie rechtsbescherming Wvb; 4. Factsheet hoofdlijnen staatsnoodrecht; 5. Factsheet proces voortduringswet 6. Achtergrond vormgeving opvang ontheemden.

Informatie die zich niet leent voor openbaarmaking -

Pagina 7 van 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=d452ebcf-bd8b-411c-931d-a73a5f02a485