CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb004824] Bijlage behorende bij 22bb4823 over ontwerpbestemmingsplan Blok T, Parkstad Zuid

Gemeenteraad 8 september 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: Het voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan ‘Blok T, Parkstad Zuid’17.139 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeente Rotterdam Stadsontwikkeling

ONTWERP

BESTEMMINGSPLAN BLOK T, PARKSTAD ZUID

11 april 2022

n BOdG

ruimtelijk advies

ONTWERP

BESTEMMINGSPLAN BLOK T, PARKSTAD ZUID

concept ontwerp ontwerp vaststelling

11 oktober 2021 11 april 2022

- - ' ' érect

P&ľţSoO,

creatief

'nHjk

betrokken

r ' 'ķúnď"3

'pragma'

-ķhe.

ŵn,'arniļ 'sch

BOdG Ruimtelijk Advies B.V. Postbus 6083 3002 AB Rotterdam www.BOdG.nl

INHOUDSOPGAVE

I.

TOELICHTING

II.

REGELS

III.

BIJLAGEN (APART BIJGEVOEGD)

IV.

VERBEELDING

I.

TOELICHTING

INHOUDSOPGAVE TOELICHTING 1.

2.

3.

4.

5.

6.

INLEIDING................................................................................................................................11 1.1

Aanleiding.............................................................................................................................................11

1.2

Ligging en begrenzing.........................................................................................................................11

1.3

Vigerend bestemmingsplan...............................................................................................................11

1.4

Gekozen planopzet............................................................................................................................. 12

BELEIDSKADER.........................................................................................................................13 2.1

Nationaal beleid................................................................................................................................. 13

2.2

Provinciaal beleid............................................................................................................................... 14

2.3

Gemeentelijk beleid............................................................................................................................ 16

2.4

Ladder voor duurzame verstedelijking............................................................................................ 19

BESCHRIJVING VAN HET PLAN.................................................................................................21 3.1

Omgeving en huidig gebruik..............................................................................................................21

3.2

Projectbeschrijving ............................................................................................................................ 22

TOETSING AAN OMGEVINGSASPECTEN.................................................................................. 25 4.1

Water.................................................................................................................................................... 25

4.2

Milieuzonering ................................................................................................................................... 26

4.3

Geluid.................................................................................................................................................... 27

4.4

Luchtkwaliteit...................................................................................................................................... 28

4.5

Externe veiligheid .............................................................................................................................. 29

4.6

Bodem................................................................................................................................................... 30

4.7

Archeologie ......................................................................................................................................... 31

4.8

Flora en fauna......................................................................................................................................32

4.9

Duurzaamheid en energie ................................................................................................................ 33

4.10

Besluit m.e.r......................................................................................................................................... 34

JURIDISCHE ASPECTEN ........................................................................................................... 35 5.1

Inleiding .............................................................................................................................................. 35

5.2

De opzet van de planregels................................................................................................................35

UITVOERBAARHEID................................................................................................................. 39 6.1

Financiële uitvoerbaarheid .............................................................................................................. 39

6.2

Vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro .................................................................................................... 39

Ontwerpbestemmingsplan Blok T, Parkstad zuid - Toelichting

-9-

- 10 -

1

INLEIDING

i.i

Aanleiding Het project 'Blok T' maakt deel uit van de grootschalige binnenstedelijke ontwikkeling, die bekend staat als Parkstad en de verbindende schakel zal vormen tussen de Kop van Zuid, Feijenoord en de Afrikaanderwijk. De realisatie van Parkstad is inmiddels in volle gang. De ambitie is om hier een woongebied te realiseren dat stevig wordt verbonden met het omringende stedelijk weefsel door een zorgvuldig ontworpen structuur van straten en parkjes. Blok T is gelegen op de hoek van de Laan op Zuid en de 2e Rosestraat en zal voorzien in maximaal 200 woningen en een levendige plint. De locatie is geheel gelegen binnen het bestemmingsplan "Kop van Feijenoord". Omdat de geldende bestemming niet toereikend is voor de ontwikkeling van Blok T, is het noodzakelijk om het bestemmingsplan te herzien. Dit document voorziet daarin.

1.2

Ligging en begrenzing Het plangebied is gelegen in het meest zuidelijke deel van Parkstad, ter hoogte van de kruising met de Laan op Zuid en de 2e Rosestraat. Beide straten vormen ook de grens van het plangebied aan respectievelijk de noord- en zuidoostelijke zijde. De overige grenzen zijn niet als zodanig herkenbaar in het huidige landschap en zijn bepaald op grond van het stedenbouwkundig plan. Ten westen van het plangebied is het woongebouw 'Blok S' in aanbouw. Daarvoor is eerder eenzelfde procedure doorlopen als voor 'Blok T'. -

ÍK-,

Su#:

1 Afbeelding 1: Globale ligging van het plangebied in Rotterdam en in de directe omgeving.

1.3

Vigerend bestemmingsplan De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats op de gronden waar nu het bestemmingsplan "Kop van Feijenoord" geldt. Dit bestemmingsplan is op 13 oktober 2016 vastgesteld door de gemeenteraad. In dit bestemmingsplan is de locatie voorzien van de bestemming 'Verkeer Verblijfsgebied'. Deze gronden zijn primair bedoeld als verblijfsgebied met bijbehorende bouwwerken zoals straatmeubilair, huisvuilcontainers, abri's en gebouwen voor openbaar nut, verkeer en vervoer. De reden dat deze bestemming aan deze gronden is toegekend, is gelegen

Ontwerpbestemmingsplan Blok T, Parkstad zuid - Toelichting

- 11 -

in het feit dat ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan nog sprake was van een reserveringszone voor de aanlanding van een mogelijke nieuwe stadsbrug. Inmiddels is echter besloten dat deze brug niet op deze locatie wordt gerealiseerd.

/ŗ-ĴMķķķķŞP--' Locatie Blok

Afbeelding 2: Uitsnede plankaart van het nu geldende bestemmingsplan "Kop van Feijenoord". Naast de hoofdbestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied', is ook sprake van de dubbelbestemmingen "Waarde - Archeologie 1" en "Waterstaat - Waterkering". Deze zijn bedoeld om respectievelijk de archeologische potentie van de ondergrond en de waterkerende functie te beschermen tegen ingrepen die mogelijk van negatieve invloed kunnen zijn. Op grond van de planregeling zijn de huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden ter plaatse van Blok T heel beperkt. Het bestemmingsplan ziet functioneel alleen toe op het gebruik als verblijfsgebied. Realisatie van het voornemen behoort niet tot de mogelijkheden die het bestemmingsplan "Kop van Feijenoord" biedt. Het bestemmingsplan biedt evenmin een mogelijkheid om hiervan af te wijken of om de bestemming te wijzigen.

1.4

Gekozen planopzet Dit bestemmingsplan biedt een juridisch-planologische regeling die voorziet in voldoende flexibiliteit om de geplande ontwikkeling en de beoogde buitenruimte te realiseren. De regeling geschiedt door middel van bindende planstukken, te weten de planregels en de verbeelding. Zij omvatten enerzijds een vertaling van de beleidsvoorwaarden (hoofdstuk 2) en anderzijds een juridisch kader voor de te realiseren ontwikkeling (hoofdstuk 3). De bindende planstukken worden nader onderbouwd met de toelichting op zowel de planregels als de verbeelding. Wat betreft de planopzet sluit het bestemmingsplan aan op de gangbare systematiek binnen de gemeente Rotterdam, met inachtneming van de standaard voor vergelijkbare bestemmingsplannen (SVBP 2012) en het Informatie Model Ruimtelijke Ordening (IMRO 2012).

- 12 -

2

BELEIDSKADER In dit hoofdstuk worden de belangrijkste beleidsstukken aangehaald die betrekking hebben op Rotterdam en in het bijzonder die voor dit plan.

2.1

Nationaal beleid Nationale omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld en is vanaf 12 februari 2021 bindend voor het Rijk als geldende visie onder de Wro. Nederland staat voor een aantal urgente opgaven, die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Het betreffen opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Deze opgaven zullen Nederland flink veranderen en door goed in te spelen op deze veranderingen kan Nederland vooroplopen en kansen verzilveren. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In de NOVI zijn de opgaven als volgt ingedeeld: 1. 2. 3. 4.

ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie; verduurzamen van de economie en behouden van groeipotentieel; sterker en leefbaarder maken van steden en regio's; toekomstbestendig ontwikkelen van landelijk gebied.

Het beleid met betrekking tot verstedelijking heeft het Rijk onder het motto 'decentraal wat kan, centraal wat moet' overgelaten aan de lagere overheden. Wel is sprake van een 'ladder' voor duurzame verstedelijking (gebaseerd op de 'SER-ladder'). Deze is vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening en bestond oorspronkelijk uit drie treden. Per 1 juli 2017 is de ladder gewijzigd, waarbij de afzonderlijke treden zijn komen te vervallen. Daarnaast is het begrip 'actuele regionale behoefte' vervangen door 'behoefte'. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de beoogde ontwikkeling. Nationaal Programma Rotterdam-Zuid (NPRZ) In september 2011 heeft de toenmalige Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties tezamen met de gemeente Rotterdam en andere partners (corporaties, kennisVzorginstellingen en ondernemers) een handtekening gezet onder het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid. Met deze ondertekening geven deze partijen uitwerking aan het advies, dat de commissie Deetman/Mans eerder dat jaar in opdracht van het Rijk opstelde. Deze commissie stelde dat Rotterdam-Zuid een omvangrijke stapeling van sociaaleconomische problemen in het zwakste deel van de woningmarkt in Nederland kent. Om een structurele verbetering te realiseren is een krachtige coalitie van deze partijen nodig.

In het NPRZ staat de ambitie beschreven hoe Rotterdam-Zuid er in 2030 uit moet zien. De doelstelling hierbij is dat het gemiddelde van de wijken op Rotterdam-Zuid in 2030 vergelijkbaar wordt met het gemiddelde van de vier grote steden. Dit houdt voor de fysieke pijler onder meer in, dat het de ambitie is om de wijken meer divers te maken: qua woningaanbod, bevolkingssamenstelling, voorzieningen en inkomensniveau. Door het creëren van aantrekkelijke woonmilieus worden de mensen die het sociaal en economisch beter krijgen (en nu vaak verhuizen) voor Zuid behouden. Hiervoor zijn investeringen nodig in de woningvoorraad en in de randvoorwaarden die de aantrekkelijkheid van het wonen bepalen. Uitgangspunt voor deze aantrekkelijke woonmilieus voor heel Rotterdam-Zuid zijn de drie

Ontwerpbestemmingsplan Blok T, Parkstad zuid - Toelichting

- 13 -

typen woonmilieus die in potentie aanwezig zijn: centrumstedelijk, rustig stedelijk en groenstedelijk wonen. Voor Parkstad is het de ambitie om een rustig stedelijk woonmilieu te ontwikkelen. Nota Belvedère In 1999 is de Nota Belvedère verschenen. Doel van de nota is de cultuurhistorische identiteit meer richtinggevend te laten zijn voor de inrichting van de ruimte. Deze doelstelling wordt in de nota geconcretiseerd in een breed scala van te ondernemen acties op Rijks-, regionaal- en lokaal niveau. In het kader van de nota is een landsdekkend overzicht gemaakt van de cultuurhistorisch meest waardevol geachte steden en gebieden: de Cultuurhistorische Waardenkaart van Nederland (ook wel Belvedèrekaart genoemd). Rotterdam wordt aangemerkt als een 'in cultuurhistorisch opzicht belangrijke stad'. De huidige juridische basis voor het omgaan met archeologische waarden is de Erfgoedwet. Met de Erfgoedwet wil de overheid het cultureel erfgoed in Nederland beter beschermen. Er waren verschillende wetten en regels voor behoud en beheer van cultureel erfgoed. Die wetten en regels zijn nu vastgelegd in één wet. De Erfgoedwet geldt sinds 1 juli 2016. De Erfgoedwet heeft zes wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed vervangen: ^ Monumentenwet 1988. ^ Wet verzelfstandiging rijksmuseale diensten. ^ Wet tot behoud van cultuurbezit.

^ Wet tot teruggave cultuurgoederen uit bezet gebied. ^ Uitvoeringswet UNESCO-verdrag 1970 inzake onrechtmatige invoer, uitvoer of eigendomsoverdracht van cultuurgoederen. ^ Regeling materieel beheer museale voorwerpen. In 1998 is het Verdrag van Valletta door de Staten Generaal geratificeerd. De uitgangspunten uit dat verdrag blijven in de Erfgoedwet de basis van de Nederlandse omgang met archeologie. De belangrijkste verandering voor archeologen is de vervanging van de opgravingsvergunning door een wettelijk geregelde certificering. Ook beschermt de Erfgoedwet het maritieme archeologische erfgoed beter. In het kader van het project 'modernisering monumentenzorg' (MoMo) hebben per 1 januari 2012 enkele wijzigingen in de wet- en regelgeving plaatsgevonden. Voor het bestemmingsplanproces is de wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) de belangrijkste: gemeenten dienen in hun bestemmingsplannen rekening te houden met de aanwezige cultuurhistorische waarden.

Conclusie nationaal beleid ten aanzien van dit bestemmingsplan De ontwikkeling is in overeenstemming met het Novi en het Barro. Wel dient de voorgenomen ontwikkeling als stedelijke ontwikkeling te worden aangemerkt en dient de ontwikkeling getoetst te worden aan de 'ladder' voor duurzame verstedelijking. Zie daarvoor Ş 2.4. Gesteld wordt dat de ontwikkeling past binnen het nationale beleid.

2.2

Provinciaal beleid Het provinciale omgevingsbeleid voor de fysieke leefomgeving bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Naast de kaders maken uitvoeringsprogramma's en plannen, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit, deel uit van het provinciale omgevingsbeleid. In de uitvoeringsprogramma's en

- 14 -

plannen zijn operationele doelstellingen opgenomen om zichtbaar te maken op welke wijze het beleid wordt gerealiseerd. Omgevingsvisie Zuid-Holland De Omgevingsvisie Zuid-Holland, die per 1 april 2019 in werking is getreden, omvat geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. In deze Omgevingsvisie zijn zes richtinggevende ambities voor de fysieke leefomgeving geformuleerd: ^ Naar een klimaatbestendige delta. ^ Naar een nieuwe economie: the next level. ^ Naar een levendige meerkernige metropool. ^ Energievernieuwing. • Best bereikbare provincie. ^ Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Voor het realiseren van maatschappelijke belangen wordt vanuit bovenstaande vernieuwingsambities gewerkt en vanuit opgaven in gebieden. Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit wordt gewerkt vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid. Per opgave zijn de beleidskeuzes aangegeven. Omgevingsverordening Zuid-Holland Het provinciaal beleid wordt planologisch geborgd door de Omgevingsverordening. Deze is op 1 juli 2020 vastgesteld door Provinciale Staten en per 1 augustus 2020 in werking getreden. Hierin is onder andere de Ladder voor duurzame verstedelijking juridisch geborgd. Verder worden regels gesteld ten aanzien van (nieuwe) functies.

Afdeling 6.2 van de Omgevingsverordening heeft betrekking op bestemmingsplannen. Het plangebied is in de Omgevingsverordening Zuid-Holland aangemerkt als bestaand stads­ en dorpsgebied. Eén van de speerpunten van het ruimtelijk beleid is om dit gebied beter te benutten. Het beter benutten van de bebouwde ruimte krijgt ruimtelijk invulling door verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformatie. Tegelijkertijd is het streven om de leefkwaliteit van die bebouwde ruimte te verbeteren. Hierbij speelt de ladder voor duurzame verstedelijking een belangrijke rol. De provincie ziet graag dat deze ladder op (sub)regionaal niveau wordt toegepast en dat samenwerkende gemeenten een gezamenlijk beeld ontwikkelen van de ontwikkelmogelijkheden binnen en buiten het bestaand stads- en dorpsgebied. Beleid ruimtelijke kwaliteit De inzet van de provincie is dat ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening ('handelingskader ruimtelijke kwaliteit'). De kwaliteitskaart en de richtpunten geven richting aan de interpretatie van ruimtelijke kwaliteit.

Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen de volgende uitgangspunten: ^ De aard en schaal van een gebied bepalen of een ontwikkeling in meerdere of mindere mate passend is. In een agrarisch gebied passen stedelijke functies als woonwijken of bedrijventerreinen niet bij de aard en zijn daarmee gebiedsvreemd. De schaal van een gebied ('korrelgrootte') bepaalt of een ontwikkeling al dan niet past bij die schaal. Het Ontwerpbestemmingsplan Blok T, Parkstad zuid - Toelichting

- 15 -

'laadvermogen' van een coulissenlandschap is immers anders dan dat van een open veenweidepolder. ^ Een ontwikkeling die past bij de schaal en aard van een gebied heeft in beginsel weinig ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid. Hoe meer een ontwikkeling afwijkt van de aard en schaal van een gebied, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact van nieuwe ontwikkelingen en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen. Dit geldt eveneens naarmate de kwaliteit van een gebied meer bijzonder of kwetsbaar is. De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit bieden handvatten om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact in specifieke gevallen is. In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling: 1.

2.

3.

Inpassing. Dit betreft een gebiedseigen ontwikkeling, passend bij de schaal en aard van het landschap. Een voorbeeld hiervan is de uitbreiding van een agrarisch bedrijf in het buitengebied of de herstructurering van een woonbuurt. Bij inpassing veranderen bestaande structuren en kwaliteiten niet tot nauwelijks. De rol van de provincie is hier in principe beperkt, behalve in gebieden met bijzondere kwaliteit. Uitgangspunt is dat bij inpassing een ontwikkeling volledig past binnen de richtpunten. Aanpassing. Dit betreft een ontwikkeling die niet past bij de aard of de schaal van een gebied en daarmee niet geheel past binnen de richtpunten. Voorbeelden zijn een beperkt aantal nieuwe woningen in het buitengebied, een nieuw landgoed en de verbreding van een provinciale weg. De rol van de provincie zal zich, afhankelijk van het type gebied en het type ontwikkeling, vooral richten op het toewerken naar een kwalitatief optimaal resultaat. Ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen zijn nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren. Transformatie. Bij transformatie gaat het om een verandering van een gebied van dusdanige aard en omvang dat een nieuw landschap of stedelijk gebied ontstaat. De ontwikkeling past niet bij de aard en schaal van het gebied.

Dit is bijvoorbeeld het geval bij uitleglocaties voor woningbouw en bedrijventerreinen of de aanleg van grootschalige recreatiegebieden.

Conclusie provinciaal beleid ten aanzien van dit bestemmingsplan De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats in het bestaand stads- en dorpsgebied, waarvoor geldt dat de ruimte optimaal benut moet worden. Die optimale benutting komt tot uiting door de gronden nu aan te wenden voor de realisatie van woningen, daar waar voorheen sprake was van een reservering voor de aanlanding van een nieuwe stadsbrug. Naar de beoogde woningen en aanvullende voorzieningen is grote vraag (zie ook Ş 2.4). Omdat voor deze ontwikkeling geen nieuw ruimtebeslag wordt geclaimd, het terrein was eerder al in gebruik als remise voor de RET, past het voornemen binnen de ladder voor duurzame verstedelijking en daarmee ook binnen het provinciaal beleid.

2.3

Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Rotterdam De Omgevingsvisie Rotterdam is op 2 december 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. De visie is een plan voor de fysieke leefomgeving en geeft weer hoe de stad er in de toekomst uit gaat zien, want Rotterdam verandert snel. De stad groeit en het aantal inwoners ook.

- 16 -

Met de fysieke leefomgeving wordt alles bedoeld dat nodig is om in de stad te kunnen leven, wonen, werken, studeren en recreëren. Daarbij is aandacht voor water, lucht, bodem, natuur, wegen en gebouwen. De visie heeft tot doel de stad ook op lange termijn sterk, veerkrachtig en toekomstbestendig te houden. Het realiseren van voldoende woningen, werkgelegenheid en voorzieningen is daarbij essentieel. De visie gaat daarbij niet specifiek in op individuele projecten zoals Blok T. Woonvisie Rotterdam, koers naar 2030, agenda tot 2020 De in december 2016 vastgestelde Woonvisie verwoordt de ambities om van Rotterdam een aantrekkelijke woonstad te maken voor iedereen. Centraal in de opgave staat het beantwoorden van de groeiende vraag naar wonen in Rotterdam. Onlosmakelijk daaraan verbonden is de noodzaak om een betere balans in de woningvoorraad te creëren, de kwaliteit van woningen en woonmilieus te versterken en te borgen dat het voor iedereen en op een dagelijkse basis goed wonen is in de stad. In de Woonvisie zijn drie hoofddoelen en daarbij horende prioriteiten gesteld: ^

^

^

Meer aantrekkelijke woonmilieus realiseren door: o de toenemende woningvraag van huishoudens met een modaal of hoger inkomen, sociale stijgers en young potentials te accommoderen, o te zorgen voor een meer gedifferentieerd woningbestand in gebieden waar dit nu nog eenzijdig is en waar de kwaliteit van het wonen onder druk staat, en o woonmilieus versterken, met een duidelijke profilering en aandacht voor kindvriendelijkheid. Zorgen voor een woningvoorraad met toekomstwaarde door: o een goede woningkwaliteit te realiseren in de nieuwbouw en bestaande voorraad, o ruimte voor tijdelijkheid, flexibiliteit, innovatie en experiment te bieden, en o energiezuinig en milieuvriendelijk wonen te bevorderen. De basis op orde houden door: o het borgen van voldoende aanbod van goedkope huurwoningen, o betaalbaarheidsproblemen aan te pakken bij de bron en met toepassing van maatwerk, o goed zelfstandig wonen voor iedereen mogelijk te maken, o toe te zien op goed verhuurschap en een transparante woningmarkt, en o woningeigenaren en bewoners aan te spreken op hun verantwoordelijkheid voor een ongestoord woongenot in en om de woning.

Met de vaststelling van een addendum op de woonvisie en de intrede van de Gebiedsatlas (augustus 2020) is de visie gebiedsgericht van aard geworden. Met betrekking tot de wijk Feijenoord valt uit de Gebiedsatlas op te maken dat er een grote opgave is om de voorraad in balans te brengen. Die balans wordt niet zozeer in woningtypologie uitgedrukt, als wel in verhouding tussen prijssegmenten. Indicatief wordt er voor 'Blok T' daarom op aangestuurd dat 30^! van de woningen beschikbaar is als koop in het middensegment, 30^! als huur in het middensegment en de overige 40^! in het hoger en topsegment. Daarmee is voldoende sprake van een gevarieerd aanbod voor gezinnen. Tevens worden innovatieve woningtypologieën gestimuleerd. Masterplan Parkstad 2009 De eerste versie van het Masterplan Parkstad dateert van 2004 en bouwde voort op de Verkenningennota Parkstad waarin de ruimtelijke en programmatische ambities waren Ontwerpbestemmingsplan Blok T, Parkstad zuid - Toelichting

- 17 -

verkend. Het masterplan was zo ontworpen dat het een aantal varianten voor de derde stadsbrug kon accommoderen, maar dat het ook zonder brug een volwaardig plan voor Parkstad zou leveren. Omdat sprake was van een financieel tekort op het plan is in 2005 een aantal wijzigingen doorgevoerd. Deze aanpassingen vormden de basis voor het Masterplan Parkstad 2009 en dat heeft daarna aan de basis gestaan van het huidige bestemmingsplan Parkstad waarvan de realisatie in uitvoering is. Cultuurhistorische verkenningen Feijenoord en Afrikaanderwijk Voor Feijenoord is in juli 2010 een cultuurhistorische verkenning vastgesteld, waarin de kenmerkende cultuurhistorische waarden voor het gehele stadsdeel zijn beschreven. Voor de Afrikaanderwijk is een dergelijke verkenning opgesteld in 2018. Hoewel de locatie officieel geen deel uitmaakt van de Afrikaanderwijk, wordt wel aandacht besteed aan de ontwikkeling van het nu nog braakliggende terrein van (zuidelijk) Parkstad (de locatie van Blok T). Aangegeven wordt dat gezorgd moet worden dat bij de ontwikkeling de lange lijn van de Hilledijk als historisch dijktracé zichtbaar en ervaarbaar blijft (hoogteverschil, groen dijkprofiel), met de Paul Krugerstraat als toegang tot het binnenwerk van de Afrikaanderwijk. De cultuurhistorische verkenning vormt een belangrijk uitgangspunt voor de stedenbouwkundige uitwerking van Parkstad.

Stedenbouwkundig Ontwerp Parkstad/Afrikaanderwijk Het Stedenbouwkundig Ontwerp Parkstad/Afrikaanderwijk is de uitwerking van het Masterplan dat betrekking heeft op de 1e fase van Parkstad en op de oostelijke en noordelijke rand van het binnendijkse gebied van de Afrikaanderwijk. Het plan is op 2 juni 2009 bestuurlijk vastgesteld. De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het Masterplan waren dat het centrale park heeft plaatsgemaakt voor twee kleinere parken en dat de Paul Krugerstraat en de Martinus Steijnstraat over de waterkering werden doorgetrokken vanuit Afrikaanderwijk naar Parkstad. Bovendien kwam er een zwaarder accent te liggen op grondgebonden woningen in het Parkstadgebied. Inmiddels zijn de ontwikkelingen van dit deel van Parkstad op gang gekomen. Stedenbouwkundige verkenning Tweebosbuurt - Parkstad zuid (2017) Zoals bovenstaand beschreven krijgt de ontwikkeling van Parkstad reeds vorm. Dat gold aanvankelijk vooral voor het noordelijk deel, maar nu ook Blok S in aanbouw is genomen, krijgt ook het zuidelijk deel vorm. Dat het zuidelijk deel later tot stand komt, heeft mede te maken met de herziening van de verkavelingsopzet uit het Masterplan van 2009. In het Masterplan werd nabij het Valkenoordseviaduct en de 2e Rosestraat/Putselaan ruimte gereserveerd voor een mogelijke aansluiting van een derde stadsbrug.

Inmiddels is het besluit genomen geen derde stadsbrug op deze locatie aan te leggen. Dit maakte het aanscherpen van het stedenbouwkundig plan uit 2009 noodzakelijk, terwijl het ook nieuwe kansen bood voor Parkstad door het plangebied 'af te tekenen' tot aan de Putselaan. De nieuwe uitgangspunten, waaronder het besluit tot herontwikkeling van de Tweebosbuurt, hebben geleid tot een stedenbouwkundige verkenning voor de Tweebosbuurt en het zuidelijke deel van Parkstad. De ambities uit het Stedenbouwkundig Ontwerp Parkstad/Afrikaanderwijk van 2009, vormen daarbij nog altijd het uitgangspunt. Gebiedsvisie Afrikaanderwijk 2020 De gebiedsvisie Afrikaanderwijk 2020 beschrijft een analyse en plaatst accenten voor de gewenste aanpak voor duurzame verbetering van de Afrikaanderwijk. De drie doelstellingen zijn het 1) verbeteren van veiligheid en leefbaarheid in de wijk, 2) ruimte creëren voor talentontwikkeling en 3) werken aan een duurzame wijk. - 18 -

Conclusie gemeentelijk beleid ten aanzien van dit bestemmingsplan De voorgenomen ontwikkeling betreft de bouw van maximaal 200 woningen en enkele commerciële voorzieningen in het stedelijk gebied van Rotterdam (zie Ş 3.2). De ontwikkeling maakt deel uit van de stedenbouwkundige opzet van 'Parkstad', maar werd niet eerder mogelijk gemaakt in het daarvoor opgestelde bestemmingsplan, aangezien voor de gronden van het plangebied was voorzien in een verkeersbestemming ten behoeve van de aanlanding van een mogelijke nieuwe stadsbrug. Nu die brug niet meer op deze locatie is voorzien, is benutting van de gronden ten behoeve van woningbouw een logisch gevolg. Daarmee wordt Parkstad tevens voorzien van een goede zuidelijke afronding aan de zijde van de Laan op Zuid en de 2e Rosestraat. Dit bestemmingsplan is erop gericht om binnen het plangebied een woningbouwontwikkeling mogelijk te maken. Daarbij wordt voldaan aan de behoefte naar meer kwalitatief hoogwaardige woningen in dit deel van Rotterdam (zie Ş 2.4). De vraag naar deze ontwikkeling staat dan ook niet ter discussie en de ontwikkeling leidt er toe, dat de woningvoorraad in deze buurt meer gevarieerd wordt. Zoals aangegeven vormt de cultuurhistorische verkenning een belangrijk uitgangspunt voor de stedenbouwkundige uitwerking van Parkstad.

Aangezien dit bestemmingsplan de vertaling betreft van een deel van die stedenbouwkundige uitwerking, kan gesteld worden dat aan de cultuurhistorische uitgangspunten wordt voldaan. Het voornemen komt tegemoet aan de doelstellingen zoals die omschreven zijn in het gemeentelijk beleid.

2.4

Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 juli 2017 is het besluit tot wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening, in verband met de aanpassing van de ladder voor duurzame verstedelijking, in werking getreden. Met deze aanpassing zijn drie leden van artikel 3.1.6 van het Bro gewijzigd. In deze leden worden eisen gesteld aan de toelichting op een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt. Het nieuwe derde lid maakt het mogelijk dat bij bestemmingsplannen kan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt opgenomen in de toelichting van het wijzigings- of het uitwerkingsplan. Daarnaast is het begrip 'actuele regionale behoefte' vervangen door 'behoefte'. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de beoogde ontwikkeling. De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van maximaal 200 woningen in het stedelijk gebied van Rotterdam (zie Ş 3.2). De locatie is nu onbebouwd en diende als reservering voor de aanlanding van de eventueel te realiseren nieuwe stadsbrug. Nu het besluit is genomen dat die brug niet hier komt, zijn de gronden dus aan te wenden voor een ander doel. Daarmee zal sprake zijn van bebouwing die op deze locatie niet eerder was gepland, maar gemotiveerd kan worden dat geen sprake is van nieuw ruimtebeslag.

Immers was ter plaatse al eerder sprake van bebouwing in verband met de hier aanwezige remise, terwijl de gronden ook beoogd waren voor de realisatie van infrastructuur. Wat betreft het aantal te realiseren woningen is weliswaar sprake van een toename ten opzichte van het aantal woningen dat nu binnen het plangebied aanwezig is, maar één van de doelstellingen binnen het Rotterdamse woningbeleid is om extra woningen toe te voegen aan de binnenstad. Dat er behoefte is aan de beoogde woningen blijkt uit de meest actuele provinciale Woningbehoefteraming (WBR2019). Deze provinciale prognose is bedoeld als "neutrale" kwantitatieve

Ontwerpbestemmingsplan Blok T, Parkstad zuid - Toelichting

- 19 -

basis voor het provinciale woningbouwbeleid. Voor elke regio is berekend hoeveel extra woningen er nodig zijn, voor het huisvesten van nieuwe huishoudens. WBR2019 is een scenarioberekening van een demografisch model, waarbij (o.a.) wordt gerekend met 'binnenlands migratiesaldo nul' per gemeente. Op basis van deze raming blijkt de woningbouwproductie ten opzichte van de afgelopen jaren flink naar boven is bijgesteld. Uit de meest recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt evenwel dat het uitgangspunt "binnenlands migratiesaldo nul" in Rotterdam niet opgaat; de groei van Rotterdam wordt immers voor een belangrijk deel óók veroorzaakt door de vestiging van mensen van buiten de stad. De vraag naar woningen is in werkelijkheid dan ook groter, vandaar dat in het Rotterdamse coalitieakkoord het opschroeven van de woningbouwproductie een belangrijk beleidsvoornemen is. Gezien het bovenstaande wordt gesteld dat geen sprake is van strijdigheid met het Rijks- en provinciaal beleid op het gebied van de 'ladder voor duurzame verstelijking'. De realisatie van maximaal 200 woningen, zoals dit bestemmingsplan mogelijk maakt, voorziet in de behoefte en de ontwikkeling past daarmee geheel binnen het nationaal en provinciaal beleid.

- 20 -

3

BESCHRIJVING VAN HET PLAN In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van het voornemen. Alvorens in te gaan op de beoogde nieuwe situatie, wordt eerst aandacht besteed aan de bestaande situatie en het huidig gebruik.

3.1

Omgeving en huidig gebruik Agrarische functies domineerden lange tijd het gebied dat nu wordt aangeduid als Parkstad en de directe omgeving daarvan. De ontwikkeling van het gebied begon na de aanleg van de Nieuwe Waterweg, toen tussen 1873 en 1905 de havens op Zuid werden aangelegd. Het Zwanegat (het latere Spuikanaal) scheidde daarbij het Eiland van Feijenoord van de rest van Zuid. Bij het Mallegat werd het overtollige water op de Maas geloosd. De afwatering op de Maas van een groot deel van de zuidelijke polders geschiedde via de Hillesluis. Ook de waterkering lag toen al op de plek van de huidige Hilledijk. Het grootste deel van het gebied Parkstad is daarmee dus buitendijks gelegen. De komst van industriële havengerelateerde activiteiten bracht ook het industriespoor naar het nieuwe havengebied. Deze sporen, tot voor kort nog dominant aanwezig in de vorm van een remise en het emplacement, werden langs de havenbekkens aangelegd. Precies op de locatie van Parkstad werden deze havensporen aangesloten op het hoofdspoor. Toen als gevolg van de technische en economische ontwikkelingen de havenactiviteiten een schaalvergroting doormaakten, vertrokken veel bedrijven naar grotere havenbekkens dichter bij zee. De erfenis die het verleden naliet bestond uit een desolaat industrieel gebied met havens en spoorlijnen, te midden van woonwijken.

Aanhechting van dit grote gebied tussen Mallegat en Wilhelminapier met de rest van de stad was zeer gewenst. Het bood tegelijk de kans om Zuid en Noord beter met elkaar te verbinden. Met de ontwikkeling van de Kop van Zuid is invulling gegeven aan de herstructureringsplannen voor de zuidoever van de Maas en is aan beide zijden van de rivier één ongedeelde stad gerealiseerd. Parkstad vormt het laatste onderdeel van deze ontwikkeling en is de schakel tussen de bestaande oudere stadswijken (Feijenoord, Hillesluis en Afrikaanderwijk) en de recente Waterfront-ontwikkeling van de Veranda en omgeving. Nadat enige járen geleden de remise en de sporen zijn verwijderd, ligt het terrein ter plaatse van het beoogde Blok T gereed om te worden bebouwd.

-„ -

'--H

;í-

įSamst

\*Vv

ĵįÇy.

ï^fA ____________ __________ Afbeelding 3: Huidige situatie van het plangebied ter plaatse van Blok T.

Ontwerpbestemmingsplan Blok T, Parkstad zuid - Toelichting

- 21 -

3.2

Projectbeschrijving Omdat van een uitgewerkt bouwplan vooralsnog geen sprake is, legt dit bestemmingsplan alleen de kaders vast waarbinnen de ontwikkeling gerealiseerd kan worden. Dit kader is gebaseerd op de Nota van Uitgangspunten. Deze nota vormt een bijlage van dit bestemmingsplan. Onderstaand is een beknopte samenvatting daarvan opgenomen. Het bestemmingsplan zal voorzien in één bouwblok in de oksel van de Laan op Zuid en de 2e Rosestraat. Hoewel het blok voor nu 'vrij in het veld' lijkt te gaan staan, maakt het op termijn volwaardig deel uit van het plan Parkstad, maar sluit het tevens aan de zuidoostzijde naadloos aan op de toekomstige ontwikkeling van FeyenoordCity. Het zal dan ook worden omringd door diverse woonblokken en deel uitmaken van de bebouwingswand langs zowel de Putselaan en de 2e Rosestraat, als de Laan op Zuid. Om die reden is een bebouwingsopzet voorgesteld die aansluit op de bouwhoogte langs deze wegen. Aan de noordoostzijde is een hoogteaccent beoogd die enerzijds een markering vormt voor de entree van de Laan op Zuid vanuit zuidelijke richting, maar ook nadrukkelijk deel uitmaakt van de verspringende hoogteaccenten aan de Laan op Zuid. Zowel aan de zijde van de Laan op Zuid als de 2e Rosestraat is ruimte voor een commercieel programma in de plint.

Ŵvrl

VI/

L.' A

V».

» r*

+<\

T'.V' '. f. ,

A

Locatie Blok T k Mi. f*

.

Afbeelding 4: Beeld uit stedenbouwkundig plan, met Blok T als onderdeel van het toekomstige zuidelijk deel van Parkstad, nabij de overgang naar Feyenoord City. Blok T ligt op een prominente locatie op de overgang tussen Parkstad en Feyenoord City, terwijl het ook de toegang vormt tot de Afrikaanderwijk. Het gebouw dient mede om die reden 'alzijdig' te worden ontworpen, wat inhoudt dat het geen achterkanten kent. Dit zal worden versterkt door de aanwezigheid van een relatief ruime opzet van de buitenruimte rond het gebouw. Het bouwblok heeft verschillende zijden en oriënteert zich dan ook op een andere manier per zijde. Aan het Karakterplein en de Lorna de Georgestraat (noord- en westzijde) sluit het blok aan op een groene verblijfsruimte en zal het een meer kleinschalige uitstraling krijgen. Langs de Laan op Zuid en de 2e Rosestraat is een meer grootstedelijke uitstraling aan de orde. Nietgebruiksfuncties als bergingen, stallingen, opslag en dergelijke mogen niet leiden tot blinde

- 22 -

gevels aan de straatgevel en liggen idealiter in het binnengebied. Techniekruimten kunnen daar wel buiten zijn gelegen, maar mogen niet leiden tot blinde gevels. De entrees bevinden zich op de begane grond. Appartementen krijgen een royaal bemeten en waardig afgewerkte entreehal aan het trottoir. Op de kop aan het kruispunt van de Laan op Zuid - 2e Rosestraat ontstaat een ruime entree met doorzicht naar de binnentuin die de ruimtelijkheid van het blok goed laat zien. Om de anonimiteit in het bouwblok te verminderen en het sociale contact te bevorderen wordt de parkeergarage via de binnentuin ontsloten. Bewoners bereiken hun woning via de collectieve binnentuin.

Afbeelding 5: verdeling van woningen en voorzieningen binnen Blok T en het hoogteaccent aan de zijde van de Laan op Zuid. In de Nota van Uitgangspunten is bepaald dat het bouwblok verschillende bouwhoogtes en accenten kent. Het basement aan de Laan op Zuid is aan de noordoostzijde vijf bouwlagen (17 meter) hoog. Op de hoek Laan op Zuid - 2e Rosestraat is het basement zes bouwlagen (20 meter). Langs de Stroomkoningstraat en de Lorna de Georgestraat bevinden zich stadswoningen van minimaal 4 bouwlagen (16 meter). Aan de Laan op Zuid bevindt zich een toren die deel uit maakt van de verspringende hoogteaccenten langs de gehele boulevard. Daarnaast vormt de toren samen met de bebouwing aan de overzijde van de Laan op Zuid een overgang van Parkstad naar Feyenoord City. De toren is 20 lagen (maximaal 62 meter) hoog.

Ontwerpbestemmingsplan Blok T, Parkstad zuid - Toelichting

- 23 -

Op de hoeken van de Lorna de Georgestraat staan twee hoogte accenten. Het complex aan het park is zeven bouwlagen (23 meter) hoog; het accent aan de 2e Rosestraat is acht bouwlagen (26 meter) hoog. Juridisch zijn in dit bestemmingsplan alleen de maximum toegelaten bouwhoogten opgenomen. Het gewenste woonprogramma bestaat uit maximaal 200 woningen en richt zich op sociale stijgers uit Zuid. Om in de woningbehoefte van verschillende doelgroepen te voorzien wordt uitgegaan van een mix van diverse woninggroottes- en segmenten. De woningen zijn er in twee varianten (eengezinswoningen en appartementen), allemaal in verschillende groottes. De eengezinswoningen hebben minimaal vier lagen. Deze woningen hebben een buitenruimte bestaande uit een tuin en/of terras, grenzend aan de collectieve binnentuin. De appartementen variëren van compact tot ruim en zeer ruim. Een zekere flexibiliteit in het programma is gewenst om toekomstige veranderingen in de woningbehoefte te faciliteren. De plinten aan de Laan op Zuid en de 2e Rosestraat worden deels of helemaal geprogrammeerd met 'publieksfuncties' die een levendige invulling moeten geven van het gebouw aan deze drukke stadsstraat. Daarbij kan gedacht worden aan maatschappelijke voorzieningen, zakelijke dienstverlening, kantoren, horeca (cat. 1) en/of bedrijven tot en met categorie 2.

De functies zullen een meerwaarde hebben voor de wijk, zoals zorggerelateerde voorzieningen of functies die op een bepaalde manier de wijkeconomie en ontmoeten in de wijk ondersteunen. Detailhandel is niet toegestaan. Naast publieksfuncties kan een deel van de plint worden gevuld met niet-woonfuncties, zoals een entreehal, gemeenschappelijke ruimtes voor de bewoners, of een (aantrekkelijk vormgegeven) mobiliteitshub of fietsenstalling. De plint is vanaf maaiveld toegankelijk en sluit daarmee aan op het publieke karakter van de straten in de omgeving. In de planregels is een maximum opgenomen aan toegestane niet-woonfuncties. Er geldt in ieder geval een maximum van 2.400 m2 bvo aan voorzieningen. Parkeren Vanaf 1 januari 2022 is de nieuwe 'Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022' van kracht geworden. Blok T ligt in Zone A - Hoogstedelijk gebied. Voor het ontwerp van het gebouw moet de nieuwe norm worden gehanteerd; binnen deze norm kan worden gekeken naar vrijstellingen die verder worden beschreven in het beleidsdocument. In de planregels is daartoe een voorwaardelijke verplichting opgenomen. De verdere uitwerking is in overleg met de gemeente.

- 24 -

4

TOETSING AAN OMGEVINGSASPECTEN In de volgende paragrafen worden de omgevingsaspecten behandeld die binnen de ruimtelijke ordening, en daarmee dus ook voor dit bestemmingsplan, van belang zijn. Veel aandacht gaat daarbij uit naar de milieuaspecten, aangezien de beleidsvelden milieu en ruimtelijke ordening de laatste decennia steeds meer naar elkaar toe zijn gegroeid. Het milieubeleid stelt randvoorwaarden aan ruimtelijke ontwikkelingen en is primair bedoeld om een zo optimaal mogelijke leefomgeving te realiseren.

4.1

Water De watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het uitvoeren van een watertoets betrekt de waterbeheerders actief bij ruimtelijke besluitvormingsprocessen en geeft water een duidelijke plek binnen de ruimtelijke ordening. Het plangebied ligt momenteel buitendijks en daarmee binnen het beheersgebied van Rijkswaterstaat. Het binnendijkse gebied in de directe omgeving van het plangebied behoort tot het beheersgebied van het waterschap Hollandse Delta. Uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen is dat deze voldoen aan het waterbeleid. Dit is vastgelegd in diverse beleidsdocumenten van Europees (Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) tot gemeentelijk niveau (Waterplan 2 en Rotterdams Weerwoord). Ook het waterschap heeft zijn eigen beleid. Dit is vastgelegd in het Waterbeheerprogramma 2022­ 2027. In dit programma worden de doelen beschreven die het waterschap wil bereiken voor de primaire taken waterveiligheid, watersysteem en waterketen. Deze doelen zijn afgeleid van de ambities van het waterschap voor de langere termijn (2050). Deze ambities worden weer beïnvloed door de maatschappelijke opgaven, zoals de gevolgen van een veranderen klimaat én het tegengaan van verdere klimaatverandering.

Naast de doelen en ambities gaat het programma ook in op de strategie om te komen tot realisatie van de doelen. Op basis van deze doelen en de strategie worden jaarlijks in het kader van de reguliere planning- en controlecyclus de concreet uit te voeren maatregelen bepaald. Zoals hiervoor is aangegeven, ligt het plangebied buitendijks. Hierdoor is de Waterwet van toepassing. Het plangebied maakt echter deel uit van het zogenaamde vrijstellingsgebied voor de vergunningplicht voor het onderdeel gebruik waterstaatswerk, zoals weergegeven in artikel 6.16 van het Waterbesluit. Daarnaast geldt voor buitendijkse gebieden geen compensatieplicht bij toename van het verhard oppervlak. Van een toename is overigens ook geen sprake, aangezien de gronden in het geldende bestemmingsplan geheel voorzien zijn van een bestemming 'Verkeer - verblijfsgebied' ten behoeve van de aanlanding van een mogelijke nieuwe stadsbrug. Daarmee werd reeds voorzien in de mogelijkheid om de gronden volledig te verharden. Daarnaast is in het verleden ter plaatse een remise met bijbehorende sporen aanwezig geweest. Ter hoogte van de 2e Rosestraat en Hilledijk bevindt zich een primaire waterkering. Het plangebied ligt binnen de kern- en beschermingszone hiervan. In het kader van de gehele ontwikkeling van Parkstad, waarvan het plangebied deel uitmaakt, zijn diverse afspraken met de waterbeheerders gemaakt.

Eén van deze afspraken betreft de verlegging van de primaire waterkering op een zodanige wijze, dat een deel van Parkstad binnendijks komt te liggen. Het plangebied van 'Blok T' blijft wel buitendijks.

Ontwerpbestemmingsplan Blok T, Parkstad zuid - Toelichting

- 25 -

Het plangebied valt geheel in afvalwaterbemalingsdistrict nummer 28 dat via een persleiding afvoert naar de AWZI Dokhaven. De bestaande riolering in het plangebied is van het type 'gemengd stelsel' met in de directe omgeving één overstort die uitkomt op de Nieuwe Maas. De nieuwe woningen worden uitgevoerd met een gescheiden rioolstelsel, dat wordt aangesloten op het huidige rioolstelsel. Het is van belang om duurzame, niet-uitloogbare bouwmaterialen toe te passen om diffuse verontreinigingen van water en bodem (in de toekomst) te voorkomen. Zink, lood, koper en PAK's-houdende materialen mogen uitsluitend worden toegepast als deze worden voorzien van een coating. Overleg met de waterbeheerder(s) De gemeente Rotterdam werkt in overleg met alle betrokken waterbeheerders aan een gemeenschappelijke procedurele en inhoudelijke invulling van de Watertoets. In dit kader worden de waterbeheerders betrokken bij het wettelijk vooroverleg in het kader van dit bestemmingsplan. Daarnaast is voor het gehele project "Parkstad" door het waterschap Hollandse Delta een watervergunning1 verleend.

4.2

Milieuzonering De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft in haar uitgave "Bedrijven en Milieuzonering" een handreiking geboden voor het toepassen van milieuzonering in de ruimtelijke planvorming. De milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe milieubelastende activiteiten (bijv. bedrijven) een passende locatie in de nabijheid van milieugevoelige functies (bijv. woningen) krijgen en dat milieugevoelige functies op een verantwoorde afstand van milieubelastende activiteiten gesitueerd worden. Milieuzonering beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie, te weten: geluid, geur, gevaar en stof. Daarnaast is milieuzonering gericht op nieuwe ontwikkelingen. Het is niet bedoeld voor het beoordelen van bestaande situaties waarbij gevestigde milieubelastende activiteiten en milieugevoelige functies op minder dan de richtafstand van elkaar staan. Met de handreiking kan worden bepaald wat de gewenste richtafstand is tussen de milieugevoelige functie(s) en de bedrijven in de omgeving. Dit kan oplopen tot de maximale richtafstand voor bedrijven met milieucategorie 6 en die bedraagt 1.500 meter tot het omgevingstype rustige woonwijk. Daarnaast kent de VNG-uitgave ook het omgevingstype 'gemengd gebied'. Het betreft hier een gebied met een variatie aan functies; direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en (kleine) bedrijven.

Ook gebieden die in de directe nabijheid van hoofdinfrastructuur liggen, behoren tot het omgevingstype gemengd gebied. Gezien de aanwezige functiemenging in de omgeving van het plangebied, kan dit als zodanig aangemerkt worden. Dat rechtvaardigt het verlagen van de richtafstanden met één stap. Op grond van de geldende bestemmingsplannen mogen in de directe omgeving van het plangebied hinder veroorzakende functies aanwezig zijn. Het betreffen hier de activiteiten binnen de bestemmingen 'Gemengd 1 tot en met 6', zoals maatschappelijke voorzieningen, kantoren, detailhandel, dienstverlening, horeca en bedrijven tot en met categorie 2. In alle gevallen betreffen het activiteiten die op grond van de VNG-uitgave worden aangemerkt als ten hoogste milieucategorie 2. Dergelijke inrichtingen worden op grond van de geldende bestemmingsplannen toelaatbaar geacht in een woonomgeving. Zo zijn deze functies direct naast en/of onder woningen toegestaan. Voor de toekomstige woningen geldt dan ook, dat ter 1 Waterschap Hollandse Delta, Watervergunning Parkstad-Nieuw-Zuid, juni 2018, kenmerk VG/U, dossiernummer D0042417.

- 26 -

plaatse sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. Daarnaast worden de vergunde rechten van deze activiteiten door de beoogde ontwikkeling niet belemmerd. Op grond van het in eind 2020 vastgestelde bestemmingsplan "Feyenoord City" is het mogelijk dat op zo'n 180 meter afstand van Blok T een nieuw voetbalstadion gebouwd kan worden. In het in Ş4.3 aangehaalde akoestisch onderzoek zijn de geluidbelastingen berekend voor de dag­ en avondperiode voor de verschillende vergunde situaties van het stadion. Met deze geluidbelastingen dient rekening te worden gehouden bij het bepalen van de geluidwering om te kunnen voldoen aan het geluidbeleid voetbalstadions Rotterdam. Dit zal bij de omgevingsvergunning activiteit bouwen worden meegenomen. Dit bestemmingsplan staat ook 2.400 m2 aan commerciële functies toe, waarvoor op grond van de VNG-uitgave een hindercontour geldt. Het gaat hierbij onder meer om kantoren, dienstverlening, bedrijven, lichte horeca en maatschappelijke voorzieningen. In alle gevallen gaat het om ten hoogste categorie 2-inrichtingen op grond van de VNG-uitgave. Deze worden binnen de Rotterdamse systematiek als passend ervaren in een gebied als Parkstad. De realisatie van deze inrichtingen leidt dan ook niet tot een verslechtering van het woon- en leefklimaat van de in de omgeving aanwezige huidige woningen of de beoogde woningen.

Op grond van zowel de VNG-uitgave als de Rotterdamse systematiek wordt gesteld, dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. Daarnaast worden de vergunde rechten van de aanwezige bedrijven niet ingeperkt. Het thema 'milieuzonering' leidt niet tot belemmeringen voor de herontwikkeling van het plangebied.

4.3

Geluid Geluidhinder kan ontstaan door verschillende activiteiten. In de Wet geluidhinder zijn geluidsnormen opgenomen voor wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai. Deze normen geven de hoogst acceptabele geluidsbelasting bij geluidsgevoelige functies zoals woningen. Bij het bepalen van de maximaal toegestane geluidsbelasting maakt de Wet onderscheid tussen bestaande situaties en nieuwe situaties. Nieuwe situaties zijn nieuw te bouwen geluidsgevoelige functies of nieuwe geluidhinder veroorzakende functies. Dit bestemmingsplan maakt de bouw van nieuwe geluidsgevoelige objecten mogelijk, namelijk wooneenheden. Deze liggen binnen de toetsingszone van enkele gezoneerde (spoor)wegen. Vandaar dat ten aanzien van deze bronnen een akoestisch onderzoek2 is uitgevoerd. Wegverkeerslawaai Het plangebied ligt binnen de toetsingszone van diverse zoneplichtige wegen, namelijk Laan op Zuid, Stadionweg/Varkenoordseviaduct, 2e Rosestraat, Collosseumweg en Putselaan. Vandaar dat een toetsing aan de grenswaarde uit de Wet geluidhinder noodzakelijk is. Uit het uitgevoerde akoestisch onderzoek blijkt, dat de voorkeurswaarde van 48 dB ter hoogte van het plangebied wordt overschreden vanwege het wegverkeer (inclusief tram) op de Laan op Zuid, Varkenoordseviaduct en 2e Rosestraat. De hoogst berekende geluidsbelasting bedraagt voor deze wegen respectievelijk 61 dB, 56 dB en 58 dB.

De maximale ontheffingswaarde van 63 dB wordt daarbij niet overschreden. Spoorweglawaai Ten oosten van het plangebied bevindt zich de spoorlijn Rotterdam - Dordrecht. De bijbehorende geluidszone strekt zich uit tot over het plangebied, zodat in het eerder 2 dBvision, Parkstad Blok T; Akoestisch onderzoek geluid op gevels, januari 2022, projectnummer GEM103-31-134.

Ontwerpbestemmingsplan Blok T, Parkstad zuid - Toelichting

- 27 -

aangehaalde akoestisch onderzoek ook aandacht is besteed aan het aspect 'spoorweglawaai'. Uit de rekenresultaten blijkt, dat de maximaal berekende geluidsbelasting 64 dB bedraagt. De voorkeursgrenswaarde van 55 dB wordt dus overschreden; dit geldt niet voor de maximale ontheffingswaarde van 68 dB. Overige geluidsbronnen Het plangebied ligt niet binnen de geluidszone van een gezoneerd industrieterrein. Ook de geluidscontouren van Rotterdam - The Hague Airport zijn niet over het plangebied gelegen. Vandaar dat een nadere beschouwing van deze geluidsbronnen niet aan de orde is. Conclusie Uit het uitgevoerde akoestisch onderzoek blijkt, dat zowel voor het aspect 'wegverkeerslawaai' als voor 'spoorweglawaai' de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden. De maximale ontheffingswaarde wordt hierbij niet overschreden. Omdat het treffen van geluidswerende voorzieningen vanuit stedenbouwkundig en financieel oogpunt niet doelmatig is, dient voor de realisatie van de voorziene woningen een ontheffing van de Wet geluidhinder verkregen te worden. Hierbij dient voldaan te worden aan de eisen uit het Rotterdamse ontheffingenbeleid, zoals de aanwezigheid van een geluidluwe gevel en/of buitenruimte per woning. Aan deze voorwaarde kan nagenoeg bij alle woningen voldaan worden. Voor alle grondgebonden woningen geldt dat deze over minimaal één geluidluwe gevel beschikken.

Aan zowel de zijde van de 2e Rosestraat als aan de zijde van Laan op Zuid zijn eenzijdig gerichte wooneenheden voorzien. Voor deze woningen geldt, dat zij niet kunnen beschikken over een geluidluwe gevel. Het Rotterdamse ontheffingenbeleid kent echter de mogelijkheid om van deze voorwaarde af te wijken, indien wordt ingezet op een zo optimaal mogelijke leefomgeving. Voor deze woningen geldt, dat bij de indeling van de woningplattegrond hiermee rekening kan worden gehouden. Bijvoorbeeld door de geluidsgevoelige ruimtes zoveel als mogelijk aan de minst belaste gevels te situeren. Daarnaast geldt voor deze woningen dat het realiseren van een binnenwaarde van 33 dB mogelijk is door toepassing van aanvullende geluidwerende gevelvoorzieningen. Tevens wordt opgemerkt, dat deze woningen bijdragen aan de doelstellingen uit het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid. Gesteld wordt, dat voldaan kan worden aan het Rotterdamse ontheffingenbeleid en een ontheffing van de Wet geluidhinder wordt verleend. Daarmee wordt voldaan aan de Wet geluidhinder. Het aspect 'geluid' staat realisatie van de beoogde woningen niet in de weg.

4.4

Luchtkwaliteit Voor een aantal stoffen in de lucht gelden wettelijke grenswaarden die zijn vastgelegd in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (de zogenaamde Wet luchtkwaliteit). De normen zijn gesteld ter bescherming van de gezondheid van de mens. De luchtkwaliteit dient in zijn algemeenheid, met uitzondering van de werkplek, bepaald te worden. Het ontstaan van nieuwe knelpunten moet worden voorkomen. De gemeente toetst daartoe nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen expliciet aan de normen uit de Wet luchtkwaliteit. Is de verwachting dat de ontwikkeling zal leiden tot overschrijding van de normen, dan wordt naar een zodanig (technisch en/of planologisch) alternatief gezocht dat wordt voldaan aan de normen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze projecten kunnen zonder toetsing aan de luchtkwaliteitsnormen worden uitgevoerd. Een project draagt 'niet in betekenende mate' bij aan de luchtverontreiniging als de grens van 3^! van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie fijn stof en stikstofdioxide niet wordt overschreden. In de

- 28 -

algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Een woningbouwproject wordt in de Regeling NIBM als niet in betekenende mate aangemerkt, indien het maximaal 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg betreft. In het projectgebied zijn 200 woningen voorzien; dit aantal valt ruimschoots onder de in de Regeling NIBM vastgestelde aantallen. Tevens maakt dit bestemmingsplan maximaal 2.400 m2 aan commerciële voorzieningen mogelijk. De verkeersaantrekkende werking van deze voorzieningen en woningen tezamen bedraagt veel minder dan de verkeersaantrekkende werking van 1.500 woningen. Vandaar dat de beoogde ontwikkeling als niet in betekenende mate kan worden aangemerkt. Omdat de geplande woningen op gepaste afstand liggen van wegen met hoge verkeersintensiteiten, liggen de PM10 en NO2-contouren van deze wegen niet over het plangebied. Hiermee voldoet het plan aan de Wet luchtkwaliteit en het Rotterdamse luchtkwaliteitsbeleid. Uit de monitoringstool van het NSL blijkt, dat de huidige NO2-concentratie (jaar 2020) ter hoogte van de dichtstbijzijnde rekenpunten (2e Rosestraat, Hilledijk) lager is dan 35 ^g/m3. Dit geldt ook voor de PM10-concentratie.

Gesteld wordt, dat ter plaatse van het beoogde bouwplan sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat.

4.5

Externe veiligheid Binnen het externe veiligheidsbeleid wordt onderscheid gemaakt tussen plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het plaatsgebonden risico zegt iets over de theoretische kans op overlijden op een bepaalde plaats voor een persoon die een jaar lang op die plaats zou staan. Hiervoor geldt dat een kans groter dan 1 op de miljoen per jaar (10-Vjaar) onacceptabel wordt geacht. De norm voor het plaatsgebonden risico is bij kwetsbare objecten een grenswaarde die niet mag worden overschreden. In tegenstelling tot het plaatsgebonden risico, dat in één getal kan worden uitgedrukt, wordt het groepsrisico door een (grafiek)lijn weergegeven. Naarmate de groep mogelijke slachtoffers groter wordt, moet de kans op zo'n ongeval kleiner zijn. Het invloedsgebied van het groepsrisico bedraagt het 10At letaliteitsgebied. De normen voor het groepsrisico weerspiegelen geen grenswaarde maar een oriënterende waarde. Dit houdt in dat bij de beoordeling van het groepsrisico het lokaal en regionaal bevoegd gezag de mogelijkheid geboden wordt om gemotiveerd van de oriënterende waarde af te wijken. Een afwijking moet in een openbare en goed inzichtelijke belangenafweging door het bevoegd gezag worden gemotiveerd. In de omgeving van het plangebied zijn diverse risicobronnen aanwezig. Het gaat hierbij zowel om stationaire bronnen als om transportroutes van gevaarlijke stoffen.

Vandaar dat een quickscan externe veiligheid3 is uitgevoerd. Uit deze quickscan blijkt, dat het plangebied binnen het invloedsgebied van het transport van gevaarlijke stoffen over Rijksweg A16 en over de Nieuwe Maas ligt. Daarnaast vindt op zo'n 170 meter van het plangebied transport over spoor plaats. In alle gevallen ligt het plangebied niet binnen de plaatsgebonden risicocontour, waardoor onderzoek hiernaar niet aan de orde is. Om de invloed van de beoogde ontwikkeling

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=283f6d21-4e46-4cb7-841e-c8b8282147c7