[22bb004824] Bijlage behorende bij 22bb4823 over ontwerpbestemmingsplan Blok T, Parkstad Zuid
Tekst van het document
3 Kragten, Quickscan externe veiligheid Parkstad Blok T - Rotterdam, september 2021, rapportnummer 20210917BOD170-RAP-EV-QS0.1.
Ontwerpbestemmingsplan Blok T, Parkstad zuid - Toelichting
- 29 -
op het groepsrisico te bepalen, heeft een berekening4 plaatsgevonden waaruit blijkt dat het groepsrisico zeer beperkt toeneemt en lager blijft dan de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico legt daarmee geen beperkingen op aan planrealisatie. Wel is overeenkomstig de gemeentelijke beleidsregels een verantwoording5 van het groepsrisico in de categorie 'middel' opgesteld. Het aspect externe veiligheid staat de ontwikkeling niet in de weg.
Bodem
4.6
De Wet bodembescherming (Wbb) vormt het wettelijk kader bij de bepaling van de mate en de ernst van een bodemverontreiniging. Conform de Wbb wordt op grond van de mate en omvang van een verontreiniging in grond en/of grondwater bepaald of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Hierop is de principiële noodzaak tot sanering gebaseerd. In de Wbb wordt op basis van risico's voor mens en ecosysteem onderscheid gemaakt tussen spoedeisende en niet spoedeisende sanering. Bij eerst genoemde dient binnen vier jaar aangevangen te worden met de sanering; bij laatstgenoemde kan gewacht worden totdat op de locatie een herinrichting en/of bestemmingswijziging aan de orde is. Uit de Indicatieve Bodemkwaliteitkaart Rotterdam blijkt dat de contactzone (de bovenste 1 meter van de bodem) in het plangebied is aangemerkt als klasse 'industrie'. Daarmee worden ten hoogste matige verontreinigen verwacht. De ondergrond (van 1 meter beneden maaiveld) is gecategoriseerd als klasse 'wonen' en daarmee ten hoogste licht verontreinigd. Om de daadwerkelijke bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied te bepalen, is een aanvullend en nader bodemonderzoek6 uitgevoerd. Uit het vooronderzoek blijkt dat in het verleden bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden die hebben geleid tot bodemveront reinigingen.
Vandaar dat saneringen hebben plaatsgevonden; ter plaatse van het plangebied door een leeflaag aan te brengen. Het veldonderzoek heeft plaatsgevonden in september Z oktober 2018, waarbij in het plangebied in totaal 14 boringen zijn verricht. De diepte varieert hierbij van 3 tot 8 meter beneden maaiveld (m-mv). Eén boring is afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek. Uit het bodemonderzoek blijkt, dat in de leeflaag tijdens het veldwerk geen bijzonderheden zijn aangetroffen. Uit de analyseresultaten blijkt dan ook dat deze laag niet tot licht verontreinigd is met metalen, PAK en minerale olie. Ter plaatse van één boring is op een diepte van 2 tot 2,5 m-mv een puinhoudende laag aangetroffen. Deze laag is apart geanalyseerd en bevat een matige verontreiniging met PAK. Asbest is in de gehele leeflaag niet aangetroffen. Het grondwater is plaatselijk sterk verontreinigd met lood en/of zink. Op grond van de analyseresultaten wordt in het onderzoek geconcludeerd, dat de aanwezige leeflaag tussen 2 en 4 meter boven NAP geschikt is voor de functie 'wonen met tuin'. Bij diepere grondwerkzaamheden tot op of in het grondwater dient rekening te worden gehouden met de aanwezige verontreinigingen in het grondwater.
4 Kragten, Quickscan externe veiligheid spoor Parkstad Blok T - Rotterdam, oktober 2021, rapportnummer 20210930-BOD170-RAP-RBM 1.0. 5 Kragten, Quickscan Verantwoording hoogte groepsrisico Blok T - Rotterdam, oktober 2021, rapportnummer 20211011-BOD170-RAP-EV-VGR 1.0. 6 Gemeente Rotterdam, Parkstad plot S, T en I; Aanvullend en nader bodemonderzoek tussen Laan op Zuid, 2e Rosestraat en Hilledijk te Rotterdam, november 2018, documentnummer: IB-2018-01274-1.
- 30 -
Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering voor de beoogde herontwikkeling van het plangebied.
4.7
Archeologie Rotterdam draagt sinds 1960 zorg voor het eigen archeologisch erfgoed en is in het bezit van een door het rijk verleende opgravingsbevoegdheid. Het doel van de Rotterdamse archeologie is: (1) te zorgen voor het behoud van archeologische waarden ter plaatse in de bodem; (2) te zorgen voor de documentatie van archeologische waarden indien behoud ter plaatse niet mogelijk is; (3) te zorgen dat de resultaten van het archeologisch onderzoek bereikbaar en kenbaar zijn voor derden. De gemeente Rotterdam bezit een Archeologische Waardenkaart (AWK) en een vastgestelde lijst met Archeologisch Belangrijke Plaatsen (ABP's), die opgenomen zijn in de gemeentelijke archeologieverordening. Genoemde beleidsinstrumenten moeten een tijdige en volwaardige inbreng van archeologische belangen bij ruimtelijke ontwikkelingen waarborgen. Dit instrumentarium sluit aan op en komt mede voort uit het rijksbeleid en het provinciale beleid dat naar aanleiding van het "Verdrag van Malta" is ontwikkeld. Het vaststellen, waarderen en documenteren van archeologische waarden vindt binnen de archeologische monumentenzorg gefaseerd plaats. Na een bureauonderzoek kan het nodig zijn een archeologische inventarisatie in het veld uit te voeren. De resultaten van de inventarisatie kunnen vervolgens leiden tot een aanvullend archeologisch onderzoek.
De resultaten van laatstgenoemd onderzoek vormen het uitgangspunt bij de keuze om een vindplaats te behouden, op te graven, waarnemingen uit te voeren tijdens het bouwproject of geen verdere stappen te ondernemen. Bewoningsgeschiedenis De ondergrond van het plangebied bestaat uit kom- en oeverafzettingen op een afwisseling van Hollandveen en Afzettingen van Gorkum. Door de Nieuwe Maas heeft diepe erosie plaatsgevonden. De geologische opbouw van het gebied is echter niet in detail bekend. Tijdens de aanleg van de nabijgelegen Willemsspoortunnel zijn door het BOOR in dergelijke erosieafzettingen vondsten gedaan. Het gaat daarbij om aardewerk uit het Neolithicum (5300-2000 voor Chr.), de IJzertijd (800 voor Christus-begin jaartelling), de Romeinse tijd (begin jaartelling350 na Christus) en de Middeleeuwen (8ste-12de eeuw). Het toont aan dat de oevers van de Maas vanouds aantrekkelijk waren voor bewoning. Het Maasmondgebied heeft zwaar te lijden gehad van overstromingen aan het einde van de 12de eeuw. Mogelijk is het gebied van Feyenoord bij het (her)bedijken van het verloren gegane gebied buiten de toen ontstane Riederwaard komen te liggen. De Riederwaard zelf ging in 1373 ten onder. In het plangebied vonden vanaf de 15de eeuw (Hillepolder en Varkenoordsepolder) herbedijkingen plaats. Het Zwaansgat zou in 1373 gevormd kunnen zijn.
In de 17de eeuw wist men nog te vertellen dat bij het uitgraven van sloten bij de Hille en Varkensoord boomstronken werden opgedolven "alsmede sware moppen, daer men wil seggen eertijdts een clooster gestaen zoude hebben". Dat dit niet denkbeeldig hoeft te zijn, bewijzen de diverse opgegraven funderingen van gebouwen uit de periode vóór 1373 op het eiland IJsselmonde, zoals bijvoorbeeld de kasteelfunderingen in Oud-Charlois en bij Ridderkerk.
Ontwerpbestemmingsplan Blok T, Parkstad zuid - Toelichting
- 31 -
Archeologische verwachtingswaarde In het gebied kunnen onder de dikke ophogingen kom- en oeverafzettingen op een afwisseling van Hollandveen en Afzettingen van Gorkum (kom- en oeverafzettingen) voorkomen, die kansrijk zijn voor het aantreffen van bewoningssporen en vondsten vanaf de Nieuwe Steentijd. Ter bescherming van eventuele archeologische relicten is het gehele plangebied voorzien van een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1'. Hier geldt een vergunningvereiste voor graafwerkzaamheden die dieper reiken 1,5 meter beneden N.A.P. en die tevens een terreinoppervlak groter dan 200 m2 beslaan.
4.8
Flora en fauna De Nederlandse natuurbescherming kent twee aspecten, te weten gebieds- en soortbescherming. G ebiedsbescherming Eén van de belangrijkste kaders voor gebiedsbescherming wordt sinds 1 januari 2017 gevormd door de Wet natuurbescherming. Deze wet regelt de bescherming van de als Natura 2000 aangewezen gebieden. Wanneer in of in de directe nabijheid van een dergelijk gebied een activiteit plaatsvindt die leidt tot nadelige gevolgen voor het natuurgebied, dan dient hiervoor een vergunning te worden aangevraagd. Daarnaast bestaan gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur); die gebieden worden beschermd via het ruimtelijk ordeningsrecht (Barro en/of provinciale structuurvisies). Uit een uitgevoerde quickscan7 blijkt, dat het plangebied geen onderdeel uitmaakt van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft de Oude Maas op een afstand van 6,5 kilometer. Gezien de aard van de beoogde ingrepen zijn negatieve effecten op dit Natura 2000-gebied op voorhand uit te sluiten. Emissie van stikstof kan echter ook op grotere afstand een aandachtspunt zijn. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000gebied ligt ruim 15 kilometer van het projectgebied. Uit een uitgevoerde AERIUS-berekening8 blijkt, dat de gebruiksfase niet leidt tot een extra bijdrage aan de stikstofdepositie.
Significante effecten op Natura 2000-gebieden kunnen dan ook worden uitgesloten. Het meest nabijgelegen gebied dat behoort tot het Natuurnetwerk Nederland, bevindt zich op 336 meter afstand en betreft de Nieuwe Maas. Dit is een drukke vaarroute. Gezien deze afstand, de ligging van het plangebied in de bebouwde kom van Rotterdam en het kleinschalige karakter van de ontwikkeling, wordt gesteld dat het Natuurnetwerk Nederland niet nadelig wordt beïnvloed. Soortbescherming Ook het aspect 'soortbescherming' vindt sinds 1 januari 2017 zijn wettelijk kader in de Wet natuurbescherming; deze wet beschermt de in deze wet aangemerkte soorten planten en dieren, ongeacht waar die zich bevinden. Om de instandhouding van de beschermde soorten te waarborgen moeten negatieve effecten op de instandhouding worden voorkomen. Hiertoe zijn in de wet verschillende verbodsbepalingen geformuleerd en zijn de soorten onderverdeeld in twee groepen: ^ strikt beschermde soorten, volgend uit de Vogel- en Habitatrichtlijn; ^ alle overige beschermde soorten, waaronder die uit de Rode Lijst. 7 Ingenieursbureau Rotterdam, Parkstad Blok T; Quickscan ecologie in het kader van de Wet natuurbescherming, juni 2021. 8 Aerius-berekening, Parkstad Blok T (gebruik), RxxWMEK4czYM , 8 februari 2022.
- 32 -
Uit de eerder aangehaalde quickscan blijkt dat binnen het plangebied en invloedssfeer van de voorziene werkzaamheden, alleen vrijgestelde grondgebonden zoogdieren en amfibieën verwacht worden. Andere strikt beschermde soorten, zoals vogels, vleermuizen en dergelijk, worden niet verwacht. Het uitvoeren van een aanvullend onderzoek is niet aan de orde. Wel blijft te allen tijde de zorgplicht van kracht. Daarnaast zijn broedvogelwerende voorzieningen getroffen; voor de start van de werkzaamheden dient een inspectie plaats te vinden. Daarnaast is het wenselijk om ophoping van groenafval en steenhopen te voorkomen, net als de vorming van oppervlaktewater in de vorm van grote plassen. Ook het ontstaan van steile hellingen bij zandhopen Z vervorming van afgegraven wanden/wallen dient voorkomen te worden, zodat deze niet als nestplaats voor oeverzwaluwen gaan dienen. De Wet natuurbescherming hoeft daarmee geen belemmering te vormen voor de beoogde herontwikkeling van het plangebied. Los van deze wettelijk bepalingen, is in de recent vastgestelde Omgevingsvisie voor Rotterdam, opgenomen dat groene en blauwe structuren zoveel mogelijk moeten worden behouden, hersteld en verbeterd. In de Nota van Uitgangspunten is hier aandacht aan besteed en als opgave meegeven om bij de uitwerking van het bouwplan de biodiversiteit te versterken via natuurinclusief bouwen.
4.9
Duurzaamheid en energie Duurzaamheid is onder andere zodanig bouwen, renoveren en beheren dat, gedurende de hele kringloop van het bouwwerk en de gebouwde omgeving, het milieu en de menselijke gezondheid zo min mogelijk negatieve effecten ondervinden. Duurzaamheid speelt op verschillende schaalniveaus een rol, zowel op het niveau van de stad, de wijk als het gebouw. Rotterdam heeft een ambitieus klimaatprogramma vastgesteld. Om een bijdrage te kunnen leveren aan het klimaatprogramma van Rotterdam moet bij het ontwerp van gebouwen rekening worden gehouden met duurzaam bouwen-principes en de energieprestatie-eisen. Rotterdam streeft daarnaast naar een goede balans tussen sociale (people), ecologische (planet) en economische (profit) belangen bij het nemen van beslissingen en het uitvoeren van activiteiten. De gemeente heeft daartoe in september 2019 het Duurzaamheidskompas vastgesteld. Deze geeft richting, zet alle ambities op het gebied van duurzaamheid in Rotterdam op een rij en geeft een overzicht van alle relevante beleidsstukken. Het Duurzaamheidskompas is nadrukkelijk een 'levend' document dat regelmatig wordt geactualiseerd met nieuwe speerpunten. De doelstellingen van de gemeente op het gebied van duurzaamheid zijn onder te verdelen in vier ambities; de energietransitie, de transitie naar een circulaire economie en een gezonde en klimaatbestendige leefomgeving.
De gemeente Rotterdam beschikt naast het benoemde Programma Duurzaam, ook over het document 'De Rotterdamse Woningkwaliteit' (RWK). Het RWK is een eenvoudig systeem van aanvullende kwaliteiten op het Bouwbesluit 2012 en bestaat uit de zes thema's oppervlakte, veiligheid, toegankelijkheid, duurzaamheid, flexibiliteit en comfort. Het RWK is vrijblijvend te gebruiken. Bij het informatiepunt Duurzaam Rotterdam van gemeentewerken Rotterdam kunnen medewerkers, partners en bewoners van de gemeente Rotterdam informatie aanvragen over duurzaam bouwen en duurzame voorbeeldprojecten in Rotterdam. Daarnaast dient aandacht te worden besteed aan compact en tevens flexibel bouwen, en het toepassen van gerecyclede en tevens emissieloze bouwmaterialen. Daarnaast hecht de Gemeente aan een ontwikkeling van het gebied op basis van de 'Rotterdam Resilence Strategie'. Binnen deze Strategie zijn drie trends voor de Gemeente extra belangrijk: Circulariteit, Klimaatadaptatie en Energietransitie. Binnen deze trends komen steeds vier centrale thema's aan de orde: Water, Groen, Energie en Materialen. Van belang is de mate waarin en de manier waarop de
Ontwerpbestemmingsplan Blok T, Parkstad zuid - Toelichting
- 33 -
woningen, de buitenruimten en de gebiedsontwikkeling als geheel worden ontworpen in het kader van deze Strategie, Trends en Thema's. Omdat nog geen sprake is van een concreet bouwplan is het op dit moment niet mogelijk om aan te geven welke duurzaamheidsmaatregelen daadwerkelijk worden toegepast. In de Nota van Uitgangspunten wordt echter wel nadrukkelijk aandacht besteed aan de duurzaamheidsambities, waarbij de gemeente stimuleert om verder te gaan dan de verplichting dat sinds 1 januari 2021 moet worden voldaan aan de BENG-norm. De gemeente Rotterdam vraagt initiatiefnemers bovendien om expliciet aandacht te besteden aan de wateropgave en natuurinclusief- en circulair bouwen. Het is daarnaast aan de eindgebruikers van hun woning om deze naar eigen wens zo energiezuinig mogelijk in te richten, bijvoorbeeld door het toepassen van waterbesparende kranen, het aanleggen en gebruiken van zonne-energie en het toepassen van led-verlichting. De herontwikkeling van het plangebied zelf kan eveneens gezien worden als een duurzame ontwikkeling. Met deze ruimtelijke onderbouwing wordt ingespeeld op een bredere differentiatie van woningen binnen het bestaande stedelijk gebied. Dit draagt bij aan een opwaardering van het wooncomfort en daarmee ook de leefbaarheid in de buurt.
4.10
Besluit m.e.r. Milieueffectrapportage (m.e.r.) is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r. In artikel 7.2 Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan bepaalde in het Besluit m.e.r. opgenomen plannen en besluiten die verbonden zijn aan de eveneens in het Besluit m.e.r. weergegeven activiteiten. Het Besluit m.e.r. bevat hiertoe bijlagen, waarbij vooral de onderdelen C en D van belang zijn. Onderdeel C bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r. verplicht is. Activiteiten, plannen en besluiten waarvoor een m.e.r.-beoordeling benodigd is, staan in onderdeel D. Voor beide onderdelen wordt per activiteit de drempelwaarden beschreven. Voor deze ruimtelijke onderbouwing is gekeken naar activiteiten die een m.e.r.(beoordelings)plicht kennen. Hierbij is één activiteit gevonden die mogelijk m.e.r(beoordelings)plichtig is, te weten: 1. D11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen, bij een oppervlakte van 100 hectare of meer aaneengesloten gebied en dat 2.000 woningen of meer omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer betreft. Het beoogde bouwplan behelst de realisatie van maximaal 200 woningen en maximaal 2.400 m2 aan commerciële ruimten.
Daarmee blijft de omvang ruim onder de drempelwaarden genoemd in onderdeel D11.2. De drempelwaarden in onderdeel D van het Besluit m.e.r. zijn echter indicatieve waarden. Dit betekent concreet dat het bevoegd gezag dient na te gaan of de beoogde activiteit daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben. Op grond van artikel 2, lid 5 van het Besluit m.e.r. is daarom wel een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig. Als blijkt dat er mogelijk belangrijke milieugevolgen zijn, is alsnog een milieueffectrapport noodzakelijk. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de criteria zoals die zijn opgenomen in bijlage III van de EU richtlijn milieubeoordeling projecten. B&W heeft bij de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan besloten dat het opstellen van een milieueffectrapport niet noodzakelijk is9. 9 M.e.r.-beoordelingsbesluit, 9999264450-99991181507, 5 april 2022.
- 34 -
5
JURIDISCHE ASPECTEN
5.1
Inleiding Het bestemmingsplan bestaat uit juridisch bindende regels en een plankaart (verbeelding) met daarbij een toelichting. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het gebruik van de gronden, de toegelaten bebouwing en het gebruik van de op te richten en/of aanwezige bebouwing. Op de verbeelding zijn de bestemmingen in beeld gebracht. Samen met de regels is dit het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking, maar vervult een belangrijke rol voor de onderbouwing van het plan en de uitleg van de planregels.
5.2
De opzet van de planregels De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: ^ Inleidende regels; ^ Bestemmingsregels; • Algemene regels; ^
Overgangs- en slotregels.
Inleidende regels In de inleidende regels staan de algemene bepalingen die nodig zijn om de overige regels goed te kunnen hanteren. De begripsbepalingen (art. 1) bevatten uitleg van de in het plan gebruikte begrippen die niet tot de algemeen bekend veronderstelde begrippen gerekend worden. De wijze van meten (art. 2) bevat technische regelingen met betrekking tot het bepalen van hoogtes, oppervlaktes etc. Bestemmingsregels De bestemmingen beginnen telkens met een bestemmingsomschrijving, waarin in algemene bewoordingen wordt aangegeven waarvoor de gronden, waaraan de desbetreffende bestemming is toegekend, mogen worden gebruikt. Deze bestemmingsomschrijving wordt gevolgd door een bepaling waarin staat aangegeven onder welke voorwaarden bebouwing van deze gronden is toegestaan (bouwregels). Alle regels die op een bepaalde bestemming van toepassing zijn, worden zoveel mogelijk in de bestemmingsregels zelf geregeld. Op deze wijze wordt bij de digitale versie van het plan bij het aanklikken op adres of bestemmingsvlak zo veel mogelijk informatie gegeven zonder dat er verder doorgeklikt behoeft te worden. Dit bestemmingsplan kent de volgende bestemmingen: Enkelbestemmingen Artikel 3 Gemengd
Dubbelbestemmingen Artikel 4 Waarde - Archeologie 1 Artikel 5 Waterstaat - Waterkering
In het vervolg van deze paragraaf wordt per bestemming een nadere toelichting gegeven. Artikel 3 - Gemengd De te bebouwen gronden binnen het plangebied zijn voorzien van de bestemming Gemengd. Deze bestemming is gekozen om de hier gewenste flexibiliteit ten aanzien van het gebruik mogelijk te maken. Binnen deze bestemming zijn overal woningen toegestaan, tot een maximum van 200. Uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd commerciële voorzieningen' zijn ook kantoren, maatschappelijke voorzieningen (al dan niet geluidsgevoelig), horeca en dienstverlenende functies toegestaan. Deze functies zijn veelal
Ontwerpbestemmingsplan Blok T, Parkstad zuid - Toelichting
- 35 -
uitwisselbaar met elkaar, maar er zijn wel beperkingen van kracht. Zo mag het totale bruto vloeroppervlak niet meer bedragen dan 2.400 m2, mogen de afzonderlijke units niet groter zijn dan 250 m2 en dienen er ten minste twee aan de zijde van de 2e Rosestraat en één aan de zijde van de Laan op Zuid gesitueerd te worden. Voorts zijn binnen deze bestemming voorzieningen toegestaan als wegen, paden, groen en water. Naast benoemde (commerciële) functies, geldt voor de woningen tevens de standaard regeling voor aan-huis-verbonden beroepen/bedrijven. Ook zijn regels gesteld met betrekking tot het oppervlak dat gebruikt mag worden voor de verkoop van goederen (ondergeschikt aan de binnen het plan toegestane functies) en het oprichten van dakterrassen. Via een afwijkingsbevoegdheid kunnen burgemeester en wethouders tevens voorzieningen toestaan die niet in de regels zijn benoemd, maar wel naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn. Daarbij dient tevens voldaan te worden aan de beleidsregeling parkeernormen. Het oprichten van gebouwen is alleen mogelijk binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak, waarbij op de verbeelding de toegestane maximum bouwhoogte is opgenomen. Buiten het bouwvlak zijn wel bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan en uitstekende delen zoals balkons.
Binnen de bestemming Gemengd zijn woningen mogelijk gemaakt waarbij de voorkeurswaarden uit de Wet geluidhinder wordt overschreden. Voor deze woningen zijn daarom hogere waarden vastgesteld. Conform het Ontheffingsbeleid Wet geluidhinder gemeente Rotterdam zijn er voorwaarden verbonden aan het verlenen van de hogere waarden. Deze voorwaarden zijn opgenomen in het Besluit hogere waarden Wet geluidhinder behorende bij dit bestemmingsplan, die als bijlage is toegevoegd aan de regels. Met artikel 3.3.4 is geborgd dat gronden alleen in gebruik mogen worden genomen als woning, als wordt voldaan aan de voorwaarden waaronder de hogere waarden zijn verleend. Artikel 4 - Waarde - Archeologie 1 Het gehele plangebied is voorzien van een dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 1". Uitgangspunt voor deze bestemming is, dat potentiële aanwezige archeologische waarden beschermd dienen te worden. Bij verstoringen van de bodem dient een archeologisch rapport te worden opgesteld alvorens met de verstorende activiteit begonnen kan worden. In het concreet komt dit neer op een inventariserend veldonderzoek door middel van grondboringen. Dit geldt zowel voor bouwwerkzaamheden als voor overige werkzaamheden. Aan een te verlenen vergunning kunnen voorwaarden verbonden worden.
Archeologisch onderzoek is noodzakelijk bij bodemverstorende activiteiten die een terreinoppervlak van meer dan 200 m2 beslaan en dieper reiken dan een diepte van 1,5 meter beneden NAP. Artikel 5 - Waterstaat - Waterkering De dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering is opgenomen ter bescherming van de waterkering. Voor deze gronden gelden beperkingen voor het oprichten van bouwwerken die niet ten dienste staan aan de waterkering. Via een omgevingsvergunning kan hiervan afgeweken worden. Algemene regels Dit hoofdstuk bevat vier algemene regels. Artikel 6 Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelregel moet op grond van het Besluit ruimtelijke ordening worden opgenomen om bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel
- 36 -
mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Artikel 7 Algemene afwijkingsregels Door middel van dit artikel kunnen burgemeester en wethouders afwijken van de regels ten aanzien van de maximum toegestane bouwhoogte van een gebouw ten behoeve van een architectonisch verantwoorde afronding van de bovenste bouwlaag. De bouwhoogte kan in dat geval met 1,5 meter verhoogd worden. Artikel 8 Geluidsgevoelige functies Bij de realisatie van geluidsgevoelige functies zoals bedoeld in de Wet geluidhinder moet, voor zover de voorkeursgrenswaarden uit de Wet geluidhinder worden overschreden, worden voldaan aan het besluit hogere grenswaarden dat aan dit bestemmingsplan is toegevoegd, met inbegrip van de in dat besluit opgenomen voorwaarden en maatregelen. Artikel 9 Voorwaardelijke verplichting over parkeren Op 1 januari 2022 is de "Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022" (hierna: de beleidsregeling) van kracht geworden. Aan deze normen moet voldaan worden bij een omgevingsvergunning voor het bouwen of bij een omgevingsvergunning voor het gebruiken van gronden of bouwwerken.
Om aan dit beleid te kunnen toetsen is er in het bestemmingsplan een bepaling opgenomen waarin staat dat er alleen een omgevingsvergunning voor het bouwen of gebruiken van gronden of bouwwerken mag worden verleend als sprake is van voldoende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen op basis van het geldende beleid ten aanzien van parkeren in de gemeente Rotterdam. De bepaling is vormgegeven als een zogenaamde "dynamische verwijzing". Dat wil zeggen dat er alleen wordt geregeld dat er voldoende parkeergelegenheid moet zijn voor fietsers en auto's conform het in de gemeente Rotterdam geldende parkeerbeleid. In de bepaling wordt niet expliciet verwezen naar de hiervoor genoemde beleidsregeling. Dat is een bewuste keuze. Het nu geldende beleid kan in de toekomst wijzigen. Om ook aan een eventuele wijziging van het beleid van de gemeente Rotterdam te toetsen, zonder dat het bestemmingsplan daarvoor aangepast moet worden, is de beleidsregeling niet expliciet genoemd of bijgevoegd. Beleidsregeling De desbetreffende beleidsregeling geeft parkeernormen voor zowel auto's als fietsen. Bij de omgevingsvergunning voor het bouwen of voor het gebruiken van gronden of bouwwerken wordt een parkeereis gesteld conform de gebiedsindeling die bij de beleidsregeling als bijlage is opgenomen. De parkeereis moet in beginsel volledig op eigen terrein worden opgelost.
Er kunnen aanvullende voorwaarden worden gesteld, bijvoorbeeld ten aanzien van de inpassing van de parkeervoorzieningen in het gebouw of de omgeving, het laden en lossen etc. Van de parkeereis kan (geheel of gedeeltelijk) worden afgeweken. Tevens kan er vrijstelling van de parkeereis worden verleend. In de beleidsregeling wordt beschreven onder welke omstandigheden daar sprake van is. Overgangs- en slotregels In artikel 10 is het overgangsrecht vastgelegd in de vorm zoals in het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Als laatste artikel is de slotbepaling opgenomen, welke bepaling zowel de titel van het plan als de regels bevat.
Ontwerpbestemmingsplan Blok T, Parkstad zuid - Toelichting
- 37 -
- 38 -
6
UITVOERBAARHEID
6.1
Financiële uitvoerbaarheid Op grond van artikel 6.12 lid 1 Wro stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. In het tweede lid van artikel 6.12 Wro is aangegeven dat onder andere van het opstellen van een exploitatieplan kan worden afgezien wanneer het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins is verzekerd. In de aan de orde zijnde situatie is daarvan sprake. De gronden van het plangebied zijn in eigendom van de gemeente. Via de gronduitgifte worden de gemeentelijke (plan)kosten gedekt. Gelet hierop is het plan financieel uitvoerbaar en bestaat geen aanleiding om een exploitatieplan op te stellen.
6.2
Vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro Op grond van artikel 3.1.1. Bro dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plaats te vinden met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Het concept ontwerpbestemmingsplan is dan ook toegezonden aan de volgende partijen: - Provincie Zuid-Holland; - Ministerie van Infrastructuur en Milieu; - Ministerie van Defensie; - Ministerie van Economische Zaken, landbouw en Innovatie; - Inspectie Leefomgeving en Transport; - Metropoolregio Rotterdam-Den Haag; - Rijkswaterstaat; - Waterschap Hollandse Delta; - DCMR Milieudienst Rijnmond; - Bureau voor Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam (BOOR); - Evides; - Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR); - ProRail; - Luchtverkeersleiding Nederland; - KPN Telecom; - VWS Pipeline Control; -
Warmtebedrijf Rotterdam; Stedin; Gasunie.
Alleen de LVNL en de VRR hebben schriftelijk een formele reactie kenbaar gemaakt. Van de overige partijen is geen formele reactie ontvangen, waarmee wordt aangenomen dat zij met het voornemen kunnen instemmen. De LVNL heeft aangegeven dat geen van hun belangen wordt geschaad. De VRR merkt op dat het plangebied is gelegen binnen het effectgebied van de spoorlijn Rotterdam-Dordrecht. Over dit spoor worden gevaarlijke stoffen vervoerd. Om die reden wordt een aantal adviezen gegeven:
Ontwerpbestemmingsplan Blok T, Parkstad zuid - Toelichting
- 39 -
1.
Geadviseerd wordt om rondom de te realiseren gebouwen zorg te dragen voor toereikende bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen, zodat hulpdiensten bij een incident adequaat kunnen optreden. Dit wordt meegenomen in de verdere uitwerking van het bouwplan, waarbij ook nadrukkelijk aandacht bestaat voor eventuele calamiteiten die van invloed kunnen zijn op het project.
2.
Geadviseerd wordt de te realiseren gebouwen zodanig te construeren dat bij een toxische wolk de mogelijkheden tot zelfredzaamheid van aanwezigen verbeterd worden. Als deuren, ramen en ventilatieopeningen afsluitbaar zijn en het luchtverversingssysteem uitgeschakeld kan worden is een object geschikt om enkele uren in te schuilen. Ook dit wordt meegenomen in de verdere uitwerking van het bouwplan en heeft op de ruimtelijke procedure geen invloed.
3.
Het is wenselijk dat de (nood)uitgang(en) van het woningblok zodanig worden gesitueerd dat aanwezige personen veilig van het spoor af kunnen vluchten, waardoor de zelfredzaamheid van aanwezigen wordt verbeterd en het aantal slachtoffers kan worden beperkt. Daarbij is het van belang dat alle (nood)uitgang(en) in voldoende mate aansluiten op de bestaande infrastructuur in de buitenruimte van het verantwoordingsgebied. Ook dit wordt meegenomen in de verdere uitwerking van het bouwplan en heeft op de ruimtelijke procedure geen invloed.
4.
Voorts vraagt de VRR zorg te dragen voor een goede voorlichting en instructie van de aanwezige personen, zodat men weet hoe te handelen tijdens een calamiteit door middel van de campagne "Goed voorbereid zijn heb je zelf in de hand". Ook hiervoor geldt dat het een uitvoeringsaspect betreft dat in dat kader wordt meegenomen.
- 40 -
II.
REGELS
- 42 -
INHOUDSOPGAVE PLANREGELS HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS.............................................................................................. 45 Artikel 1 - Begrippen......................................................................................................................................45 Artikel 2 - Wijze van meten..........................................................................................................................49
HOOFDSTUK 2 BESTEMMINGSREGELS.......................................................................................... 51 Artikel 3 - Gemengd......................................................................................................................................51 Artikel 4 - Waarde - Archeologie 1..............................................................................................................54 Artikel 5 - Waterstaat - Waterkering.......................................................................................................... 56
HOOFDSTUK 3 ALGEMENE REGELS............................................................................................... 59 Artikel 6 - Antidubbeltelregel...................................................................................................................... 59 Artikel 7 - Algemene afwijkingsregels........................................................................................................ 59 Artikel 8 - Geluidsgevoelige functies......................................................................................................... 59 Artikel 9 - Voorwaardelijke verplichting over parkeren.........................................................................59
HOOFDSTUK 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS..............................................................................61 Artikel 10 - Overgangsrecht..........................................................................................................................61 Artikel 11 - Slotregel......................................................................................................................................61
1. BIJLAGE BIJ DE REGELS: LIJST VAN BEDRIJFSACTIVITEITEN......................................................... 63
Ontwerpbestemmingsplan Blok T, Parkstad zuid - Regels
- 43 -
- 44 -
HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 - Begrippen In deze regels wordt verstaan onder:
Plan het bestemmingsplan "Blok T, Parkstad zuid" met identificatienummer NL.IMRO.0599.BP2185ParkZBlokT-on01 van de gemeente Rotterdam.
Bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.
Verbeelding de digitale plankaart. Verdere begrippen in alfabetische volgorde:
Aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
Aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
Archeologisch deskundige het Bureau Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam (BOOR) of een andere door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige.
Bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
Bedrijven de bedrijven genoemd in de bij deze regels behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten.
Bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak.
Bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met een zelfde bestemming.
Bouwaanduidingen alle aanduidingen met betrekking tot de wijze van bouwen en de verschijningsvorm van bouwwerken.
Ontwerpbestemmingsplan Blok T, Parkstad zuid - Regels
- 45 -
Bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.
Bouwgrens de grens van een bouwvlak.
Bouwlaag Het tussen twee opeenvolgende vloeren (of tussen een vloer en een plat dak) gelegen, voor verblijf geschikt deel van een gebouw. Een kap, zolder, souterrain, parkeerplint, alsmede een dakopbouw binnen het theoretisch profiel van een kap, worden niet als afzonderlijke bouwlaag beschouwd. Alleen ingeval een dakopbouw breder is dan tweederde van de pandbreedte, wordt dit als aparte bouwlaag geteld.
Bouwverordening de Bouwverordening Rotterdam, zoals deze luidt op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp van dit bestemmingsplan.
Bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.
Bruto vloeroppervlak het vloeroppervlak van een bouwwerk, inclusief de niet direct voor het hoofddoel bruikbare ruimten (bijvoorbeeld bij een productiebedrijf of winkel, de magazijn-, expeditie-, kantoorruimten). Gebouwde parkeer- en fietsvoorzieningen worden hiertoe niet gerekend.
Daktuin en/of dakterras een bouwkundige voorziening op het platte dak van een gebouw, dat bestaat uit een te betreden vlak, geheel of gedeeltelijk omgeven door een hekwerk zoals voorgeschreven in het Bouwbesluit.
Detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ter verkoop, verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
Dienstverlening het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen. Een belwinkel wordt hier niet onder begrepen.
Gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
- 46 -
Geluidsgevoelige objecten (in de zin van de Wet geluidhinder) Hieronder worden verstaan de in de Wet geluidhinder aangewezen objecten: woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven. NB: Delen van deze gebouwen kunnen worden uitgezonderd wanneer deze een bestemming krijgen voor een functie die niet als geluidsgevoelig kan worden beschouwd.
Kantoren het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen.
(Kleinschalige) voorzieningen voor openbaar nut op het openbaar leidingennet aangesloten voorzieningen op het vlak van gas-, water-, elektriciteitsdistributie, (stads)verwarming, (riool)gemalen (een gasdrukregelstation wordt hier niet onder begrepen).
Lichte horeca horecabedrijven die, gelet op hun activiteiten en de aard van de omgeving, uitsluitend overdag en 's avonds zijn geopend en waarbij alleen achtergrondmuziek is toegestaan. Dit hoofdzakelijk voor de verstrekking van etenswaren, maaltijden en dranken. Hierbij kan gedacht worden aan: restaurant, broodjeszaak, crêperie, croissanterie, cafetaria, koffiebar, theehuis, lunchroom, ijssalon en snackbar.
Maaiveld de bovenkant van het aansluitende, afgewerkte terrein dat een bouwwerk omgeeft, met dien verstande dat in geaccidenteerd terrein het gemiddelde van die bovenkanten wordt aangehouden.
Maatschappelijke voorzieningen voorzieningen op het gebied van onderwijs, religie, gezondheidszorg, maatschappelijke dienstverlening en publieke dienstverlening.
Milieudeskundige de DCMR Milieudienst Rijnmond of de daarvoor in de plaats tredende instantie.
NAP het Normaal Amsterdams Peil is de referentiehoogte waaraan hoogtemetingen in Nederland worden gerelateerd.
Ongebouwd (gevel)terras een buiten de besloten ruimte liggend deel van een horecabedrijf, waar tegen vergoeding dranken worden geschonken en/of spijzen voor directe consumptie worden verstrekt.
Pand de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.
Ontwerpbestemmingsplan Blok T, Parkstad zuid - Regels
- 47 -
Peil de hoogte van het terrein ter hoogte van (hoofd)toegang bij voltooiing van de bouw.
Plint het onderste gedeelte van een gebouw dat gezien vanaf maaiveldniveau, als bepalend kan worden aangemerkt voor de beleving in stedenbouwkundige, architectonische en functionele zin.
Straatmeubilair voorzieningen ten behoeve van de weggebruiker, zoals verkeersborden, straatverlichting, zitbanken en plantenbakken.
Uitstekende delen aan gebouwen erkers, luifels, balkons, galerijen en dergelijke.
Wet geluidhinder de Wet geluidhinder zoals deze luidt op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp voor dit bestemmingsplan.
- 48 -
Artikel 2 - Wijze van meten 2.1
Meten Bij de toepassing van deze planregels wordt als volgt gemeten: a. de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels ( en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. b. de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, liftopbouwen, technische ruimten, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
2.2
Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons, dakgoten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 0,5 meter bedraagt.
Ontwerpbestemmingsplan Blok T, Parkstad zuid - Regels
- 49 -
- 50 -
HOOFDSTUK 2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 - Gemengd 3.1
Bestemmingsomschrijving De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen;
b. dienstverlening; c. kantoren; d. maatschappelijke voorzieningen; e. lichte horeca; f. bedrijven t/m categorie 2 als bedoeld in de lijst van bedrijfsactiviteiten behorende bij deze regels; g. al dan niet (ondergrondse) gebouwde parkeervoorzieningen; met daaraan ondergeschikt: h. berg- en stallingsruimten; i.
paden en ontsluitingswegen;
j. fiets- en/of voetgangersbruggen; k. dakterrassen/daktuinen; l.
kleinschalige voorzieningen voor openbaar nut en verkeer en vervoer;
m. groenvoorzieningen en water; n. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
3.2
Bouwregels
3.2.1 Algemeen Op de in 3.1 bedoelde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde functies. 3.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; b. het totaal aantal woningen mag niet meer dan 200 bedragen; c. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' mag de bouwhoogte niet meer bedragen dan de aangegeven hoogte. 3.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de bouwhoogte niet meer dan 3 meter mag bedragen.
Ontwerpbestemmingsplan Blok T, Parkstad zuid - Regels
- 51 -
3.3
Specifieke gebruiksregels
3.3.1 Aan huis gebonden beroep/bedrijf Woningen mogen mede worden gebruikt voor aan huis gebonden beroep/bedrijf, mits: a. de woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd blijft, waarbij het bruto vloeroppervlak van de woning voor ten hoogste 30% mag worden gebruikt voor een aan huis gebonden beroep of bedrijf; b. ten aanzien van een aan huis gebonden bedrijf sprake is van een bedrijf tot en met categorie 1 als bedoeld in de bij deze regels horende lijst van bedrijfsactiviteiten; c. de gevels van de woning niet worden gebruikt ten behoeve van reclame-uitingen; d. er geen bedrijfsmatige activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op het onderhouden en repareren van motorvoertuigen; e. er geen detailhandel plaatsvindt, tenzij als ondergeschikt onderdeel van het aan huis gebonden beroep of bedrijf. 3.3.2 Oppervlaktematen Voorzieningen als bedoeld in 3.1 onder b tot en met f zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de op de verbeelding opgenomen aanduiding 'specifieke vorm van gemengd commerciële voorzieningen', met dien verstande dat; a. de voorzieningen uitsluitend zijn toegestaan in de plint; b.
het totale bruto vloeroppervlak (bvo) aan voorzieningen niet meer dan 2.400 m2 mag bedragen, waarvoor geldt dat: - het bruto vloeroppervlak (bvo) per voorziening niet meer dan 250 m2 mag bedragen; - minimaal één unit van niet meer dan 250 m2 bvo is gesitueerd aan de zijde van de Laan op Zuid; - minimaal twee units van niet meer dan 250 m2 bvo zijn gesitueerd aan de zijde van de 2e Rosestraat. 3.3.3 Dakterras/daktuin Het dak van hoofdgebouwen mag gebruikt worden als dakterras/daktuin, waarbij geldt dat: a. bijbehorende bouwwerken, zoals bergingsruimten, tuinhuizen, kassen en dergelijke zijn toegestaan, met dien verstande dat deze de maximaal toegestane bouwhoogte niet overschrijden; b. de hoogte van een afscheiding rondom een daktuin en/of dakterras niet meer dan 1,50 meter mag bedragen. 3.3.4 Realiseren woningen Ten aanzien van het bepaalde in lid 3.1 geldt dat woningen waarvoor hogere waarden zijn vastgesteld in het Besluit hogere waarden Wet geluidhinder dat als bijlage bij de regels is gevoegd, uitsluitend zijn toegestaan als wordt voldaan aan de in dit besluit opgenomen voorwaarden.
- 52 -
3.3.5 Afwijken van de gebruiksregels Burgemeester en wethouders kunnen - gehoord de milieudeskundige - bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.3.4 terzake van de in het Besluit hogere waarden Wet geluidhinder opgenomen voorwaarden, indien sprake is van een goed woon- en leefklimaat.
Ontwerpbestemmingsplan Blok T, Parkstad zuid - Regels
- 53 -
Artikel 4 - Waarde - Archeologie 1 4.1
Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor behoud van de aan de gronden eigen zijnde archeologische waarden.
4.2
Bouwregels
4.2.1 Rapport archeologisch deskundige In het belang van de archeologische monumentenzorg dient de aanvrager van een omgevingsvergunning een rapport aan burgemeester en wethouders te overleggen van een archeologisch deskundige waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Deze bepaling heeft uitsluitend betrekking op aanvragen om omgevingsvergunning voor bouwwerken (waaronder begrepen het heien van heipalen en het slaan van damwanden) welke voldoen aan de oppervlakte- en/of dieptematen welke genoemd zijn in 4.3.1. 4.2.2 Mogelijke voorwaarden te verbinden aan omgevingsvergunning voor het bouwen Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg aan een omgevingsvergunning de volgende regels verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.
4.3
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
4.3.1 Verbod In het belang van de archeologische monumentenzorg is het verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders de in 4.3.2 onder a t/m f genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te doen c.q. te laten uitvoeren die dieper reiken 1,5 meter beneden N.A.P. en die tevens een terreinoppervlak groter dan 200 m2 beslaan. 4.3.2 Vergunningvereiste Het vergunningvereiste betreft de volgende werken c.q. werkzaamheden: a. grondbewerkingen (van welke aard dan ook); b. het indrijven van voorwerpen in de bodem; c. het ingraven van ondergrondse kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies e.d.;
- 54 -
4.3.3 Uitgezonderde werkzaamheden Het vergunningvereiste geldt niet voor bedoelde activiteiten gericht op het normale onderhoud en beheer van de betreffende gronden en welke in uitvoering waren ten tijde van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan en evenmin voor bestaande weg- en leidingcunetten. 4.3.4 Vergunning Vergunning wordt verleend nadat de aanvrager een rapport aan burgemeester en wethouders heeft overgelegd van een archeologisch deskundige waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. 4.3.5 Mogelijke voorwaarden te verbinden aan vergunning Aan een vergunning kunnen de volgende regels worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.
Ontwerpbestemmingsplan Blok T, Parkstad zuid - Regels
- 55 -
Artikel 5 - Waterstaat - Waterkering 5.1
Bestemmingsomschrijving De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor een waterkering.
5.2
Bouwregels
5.2.1 Verbod Ter plaatse van de bestemming 'Waterstaat - Waterkering', mag in afwijking van de bouwregeling voor de andere voorkomende bestemming(en), niet worden gebouwd. 5.2.2 Uitzondering Het verbod als bedoeld in 5.2.1 is niet van toepassing voor bebouwing welke is toegestaan ingevolge de bestemming 'Waterstaat - Waterkering' en (vervangende nieuwbouw van) bebouwing welke aanwezig is op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan. 5.2.3 Toegestane bouwwerken Ten behoeve van de functie waterstaat - waterkering mogen worden gebouwd bouwwerken, geen gebouwen zijnde, van waterbouwkundige aard, zoals kademuren, duikers, keerwanden, beschoeiingen en dergelijke.
5.3
Afwijken van de bouwregels
5.3.1. Afwijking Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2.1 en toestaan dat in de andere bestemming bouwwerken worden gebouwd, mits het belang van de waterkering daardoor niet wordt geschaad. 5.3.2 Advies Alvorens vergunning te verlenen winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in van de dijkbeheerder, aan de hand waarvan zij desgewenst voorwaarden kunnen verbinden aan de vergunning, ter bescherming van genoemd belang, tenzij aantoonbaar een watervergunning overgelegd kan worden.
5.4
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
5.4.1 Verbod Het is verboden om op of in de gronden met de bestemming 'Waterstaat - Waterkering' zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) de volgende werken of werkzaamheden uit te (laten) voeren: a. het aanleggen van wegen, paden, banen en andere oppervlakteverhardingen; b. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage;
- 56 -
c. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; d. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; e. het aanbrengen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 5.4.2 Uitzondering Het verbod als bedoeld in 5.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. 5.4.3 Voorwaarden verlening omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden als bedoeld in 5.4.1 zijn slechts toelaatbaar, mits: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de waterkering/het waterstaatsbelang; b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende beheerder van de waterkering.
Ontwerpbestemmingsplan Blok T, Parkstad zuid - Regels
- 57 -
- 58 -
HOOFDSTUK 3 ALGEMENE REGELS Artikel 6 - Antidubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 7 - Algemene afwijkingsregels 7.1
Afwijking toegestane bouwhoogte architectuur Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning voor het bouwen afwijken van de regels ten aanzien van de maximum toegestane bouwhoogte van een gebouw, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1,5 meter, uitsluitend toe te passen ingeval extra bouwhoogte nodig is voor een architectonisch verantwoorde afronding van de bovenste bouwlaag.
Artikel 8 - Geluidsgevoelige functies Bij de realisatie van geluidsgevoelige functies zoals bedoeld in de Wet geluidhinder moet, voor zover de voorkeursgrenswaarden uit de Wet geluidhinder worden overschreden, worden voldaan aan het besluit hogere grenswaarden dat aan dit bestemmingsplan is toegevoegd, met inbegrip van de in dat besluit opgenomen voorwaarden en maatregelen.
Artikel 9 - Voorwaardelijke verplichting over parkeren Een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen en het gebruik van gronden of bouwwerken op grond van de regels in hoofdstuk 2 kan uitsluitend worden verleend als voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen, overeenkomstig het in de gemeente Rotterdam geldende beleid ten aanzien van parkeren.
Ontwerpbestemmingsplan Blok T, Parkstad zuid - Regels
- 59 -
- 60 -
HOOFDSTUK 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 10 - Overgangsrecht 10.1 Overgangsrecht bouwwerken 10.1.1Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 10.1.2Burgemeester en wethouders kunnen éénmalig afwijken van het bepaalde in 10.1.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal
10.1.3Het bepaalde in 10.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
10.2 Overgangsrecht gebruik 10.2.1Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 10.2.2Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 10.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 10.2.3Indien het gebruik, bedoeld in 10.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 10.2.4Het bepaalde in 10.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 11 - Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan "Blok T, Parkstad zuid", gemeente Rotterdam.
Ontwerpbestemmingsplan Blok T, Parkstad zuid - Regels
- 61 -
- 62 -
1. BIJLAGE BIJ DE REGELS: LIJST VAN BEDRIJFSACTIVITEITEN Lijst van gebruikte afkortingen in de Lijst van Bedrijfsactiviteiten < > = Cat. e.d. kl. n.e.g. o.c. p.c p.o. b.o. v.c. u d w j
niet van toepassing of niet relevant kleiner dan groter dan gelijk aan categorie en dergelijke klasse niet eerder genoemd opslagcapaciteit productiecapaciteit productieoppervlak bedrijfsoppervlak verwerkingscapaciteit uur dag week jaar
Ontwerpbestemmingsplan Blok T, Parkstad zuid - Regels
- 63 -
OMSCHRIJVING
15 1551 1552 1581 1581
10, 11 1051 1052 1071 1071
0 2 0 1
1584
10821
0
1584 1584 1593 t/m 1595 18 182
10821 10821 1102 t/m 1104 14 141
3 6
20 205
16 162902
22 221 2222.6 2223 2223 2224 2225 223 24 2442 2442
58 581 18129 1814 1814 1813 1814 182 20 2120 2120
26 262, 263 262, 263 30 30
23 232, 234 232, 234 26, 28, 33 26, 28, 33
31 316
26, 27, 33 293
33
26, 32, 33
33 36 361 362 363 3663.1
26, 32, 33 31 9524 321 322 32991
40
35
CATEGORIE
SBI-2008
nummer
SBI-1993
- 64 -
-
A B
0 2
0 1 A
A 2
VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN Zuivelprodukten fabrieken: - consumptie-ijsfabrieken: p.o. ^ 200 m2 Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen: - v.c. < 7500 kg meel/week, bij gebruik van charge-ovens Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk: - cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. ^ 200 m2 - suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. ^ 200 m2 Vervaardiging van wijn, cider e.d. VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer) HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D. Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA Uitgeverijen (kantoren) Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen Grafische afwerking Binderijen Grafische reproductie en zetten Overige grafische activiteiten Reproductiebedrijven opgenomen media VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN Farmaceutische produktenfabrieken: - verbandmiddelenfabrieken VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN Aardewerkfabrieken: - vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS Kantoormachines- en computerfabrieken incl. reparatie VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDHEDEN Elektrotechnische industrie n.e.g.
VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. incl. reparatie VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G. Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2 Fabricage van munten, sieraden e.d. Muziekinstrumentenfabrieken Sociale werkvoorziening PRODUKTIE EN DISTRIB. VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN WARM WATER
2 2
2 2 2 2
2
1 2 1 2 2 2 1
2
2 2
2
2 1 2 2 2
40 40 40 40
35 35 35 35
C0 C1 D0 D3
40 40 40 41 41 41 45 45 51 511 5122 5134 5135 5136 5137 5138, 5139 514 5153 5153 5153.4 5153.4 5154 5154 5155.2 5156 519 55 5551 5552 60 6022 603 61, 62 61, 62 63 633 64 641 642 642 642 642 70 70 72 72 72 73 731
35 35 35 36 36 36 41, 42, 43 41, 42, 43 46 461 4622 4634 4635 4636 4637 4638, 4639 464, 46733 4673 4673 46735 46735 4674 4674 46752 4676 466, 469 55 5629 562 49 493 495 50, 51 50, 51 52 791 53 531, 532 61 61 61 61 41, 68 41, 68 62 62 58, 63 72 721
D4 E0 E2 B0 B1 3 -
0 2 4 6 0 2
-
-
A A B0 B2 B3 A A B -
Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen: - < 10 MVA Gasdistributiebedrijven: - gas: reduceer-, compressor-, meet- en regelinst. Cat. A - gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), cat. B en C Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt: - blokverwarming WINNING EN DITRIBUTIE VAN WATER Waterdistributiebedrijven met pompvermogen: - < 1 MW BOUWNIJVERHEID - aannemersbedrijven met werkplaats: b.ox 1000 m2 GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING Handelsbemiddeling (kantoren) Grth in bloemen en planten Grth in dranken Grth in tabaksprodukten Grth in suiker, chocolade en suikerwerk Grth in koffie, thee, cacao en specerijen Grth in overige voedings- en genotmiddelen Grth in overige consumentenartikelen Grth in hout en bouwmaterialen: - algemeen: b.o. ^ 2000 m2 zand en grind: - algemeen: b.o. ^ 200 m2 Grth in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur: - algemeen: b.o. < = 2.000 m2 Grth in kunstmeststoffen Grth in overige intermediaire goederen Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d. LOGIES-, MAALTIJDEN- EN DRANKENVERSTREKKING Kantines Cateringbedrijven VERVOER OVER LAND Taxibedrijven Pomp- en compressorstations van pijpleidingen VERVOER OVER WATER 1 DOOR DE LUCHT Vervoersbedrijven (uitsluitend kantoren) DIENSTVERLENING T.B.V.
HET VERVOER Reisorganisaties POST EN TELECOMMUNICATIE Post- en koeriersdiensten Telecommunicatiebedrijven zendinstallaties: -FM en TV - GSM en UMTS-steunzenders (indien bouwvergunningplichtig) VERHUUR VAN EN HANDEL IN ONROEREND GOED Verhuur van en handel in onroerend goed COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d. Datacentra SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk
Ontwerpbestemmingsplan Blok T, Parkstad zuid - Regels
2 1 2 2
2 2 1 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 1 2 2 2 1 1 2 1 1 1 1 1 2 2
- 65 -
74 7481.3 7484.4
63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82 63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82 74203 82992
75 75 85 8514, 8515 853 90 9001 9002.2 9002.2 93 9301.2 9301.3 9301.3 9302 9303 9303 9304 9305
84 84 86 8691, 8692 8891 37, 38, 39 3700 382 382 96 96012 96013 96013 9602 9603 9603 9313, 9604 9609