[22bb004525] Evaluatierapport RRKC definitief Sociaal 29-6-2022
Tekst van het document
Evaluatierapport: Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur
De evaluatiecommissie: mr. Harry Kramer prof.dr. Franciska de Jong drs. Cynthia Wilson drs. Siebe Weide prof.dr. Paul Schnabel drs. Donica Buisman (secretaris)
Evaluatierapport: Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur I. Opdracht en verantwoording Opdracht en samenstelling van de commissie In artikel 8 van de Verordening op de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur (RRKC) (Gemeentebladnr. 2005-71) is opgenomen: ‘De Raad evalueert voor de eerste maal in het eerste kwartaal van 2007 en vervolgens om de twee jaar de resultaten van zijn functioneren gedurende de daaraan voorafgaande periode en brengt daarover verslag uit aan het college.’ Tussen de RRKC en de wethouder Participatie en Cultuur, de heer Kaya, is afgesproken dat voor de uitvoering van deze evaluatie een onafhankelijke commissie wordt samengesteld die aan de wethouder rapporteert. In juli 2007 is deze commissie geformeerd op basis van de volgende uitgangspunten. De aangezochte leden zijn personen die kennis hebben van de Rotterdamse en/of Nederlandse kunst- en cultuurwereld, zowel vakinhoudelijk als bestuurlijk en organisatorisch; zij hebben geen directe belangen in de Rotterdamse culturele sector. Daarop zijn de volgende leden benoemd: mr. Harry Kramer (voorzitter) prof.dr. Franciska de Jong (lid) drs. Cynthia Wilson (lid) drs. Siebe Weide (lid) prof.dr. Paul Schnabel (meelezend lid). De commissie is ondersteund door mevrouw Donica Buisman als uitvoerend secretaris. In overleg met de voorzitter van de commissie is de opdracht als volgt gespecificeerd: a.
de commissie vormt zich een oordeel over de geleverde ‘productie’ van de RRKC en de invloed die de Raad daarmee op het gemeentelijke beleid en het werk van de instellingen heeft uitgeoefend; b. de commissie gaat specifiek in op de uitvoering van de verschillende taken van de RRKC, te weten: advisering, debat en kwaliteitszorg. Daarbij wordt ook de positionering en de organisatie van deze taken bij de Raad en in de stad betrokken; c. bij het functioneren wordt de positionering van de RRKC in de bestuurlijke omgeving en in de Rotterdamse wereld van kunst en cultuur betrokken. Daarbij wordt aandacht gegeven aan de verhoudingen van de RRKC met de wethouder Participatie en Cultuur en de politieke partijen, de dienst Kunst en Cultuur (dKC) en de Rotterdamse instellingen;
Evaluatierapport: RRKC
2
d. bij de beoordeling van de organisatie worden eventuele personele en financiële voorwaarden (formatie en budget) en de organisatiestructuur in algemene zin betrokken; e. aan de evaluatie van het functioneren van de RRKC verbindt de commissie aanbevelingen voor het toekomstige functioneren. Verantwoording van de uitvoering De samenstelling van de commissie en de evaluatiewerkzaamheden hebben plaatsgevonden in de periode juli - september 2007. Met de wethouder en de dKC is afgesproken om het traject rond 1 oktober 2007 af te ronden. Onder meer door de welwillende medewerking van alle betrokkenen is dat mogelijk gebleken. De evaluatie heeft, gegeven de beperkte termijn, de vorm gekregen van een zogenoemde ‘operationele audit’. Daartoe hebben de voorzitter en de secretaris tien interviews met vertegenwoordigers van betrokken organisaties uit de Rotterdamse culturele sector gehouden. In de bijlage is de lijst van de geïnterviewde personen opgenomen. De commissie heeft haar constateringen, bevindingen, beoordeling en aanbevelingen gebaseerd op de relevante schriftelijke documenten, zoals de jaarverslagen 2005 en 2006, de uitgebrachte adviezen, de Effectmetingen van de RRKC van juli 2007 en andere stukken die op het functioneren van de RRKC betrekking hebben, en de interviews. De commissie als geheel is verantwoordelijk voor de voorliggende rapportage van haar werkzaamheden.
Zij heeft deze rapportage unaniem vastgesteld. De rapportage is verder als volgt opgebouwd. II. Algemene constateringen III. Bevindingen uit de interviews IV. Beoordeling door de commissie V. Aanbevelingen
Evaluatierapport: RRKC
3
II. Algemene constateringen Ontstaansgeschiedenis van de dKC en de RRKC Zowel de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur (RRKC) als de dienst Kunst en Cultuur (dKC) zijn ingesteld bij de reorganisatie van het gemeentelijk apparaat van rond de eeuwwisseling. Er is gekozen voor het model van zelfstandige uitvoerende diensten en een centrale bestuursdienst die voor de beleidscoördinatie verantwoordelijk is. Ongeveer tegelijk met deze reorganisatie deed het dualisme zijn intrede in het gemeentelijk bestuur. Het college van B&W en de gemeenteraad zijn daardoor op grotere afstand van elkaar gaan functioneren. Een derde relevant element in de politieke arena was de komst van Leefbaar Rotterdam in het gemeentebestuur en de invloed die dat heeft gehad op de culturele sector. Specifiek voor de bestuurlijke organisatie van de cultuursector speelde de problematiek van de ‘nadagen’ van de Rotterdamse Kunststichting (RKS) en de behoefte om de bestaande bestuurlijke structuur voor de sector te wijzigen en de taken van de voormalige afdeling Kunstzaken en de RKS opnieuw te rangschikken. Het beleid en de subsidieverlening op het terrein van kunst en cultuur zijn ondergebracht bij de dKC, een van de nieuwe uitvoerende diensten; de RRKC is ingesteld als onafhankelijk adviesorgaan.
Deze rolverdeling tussen de dKC en de RRKC is in overeenstemming met het Thorbecke-principe dat stelt dat de overheid zich moet onthouden van artistiek-inhoudelijke oordelen en zich bij de toewijzing van middelen moet baseren op oordelen van onafhankelijke externe adviezen. Zijdelings is indertijd de discussie gevoerd of er voldoende ‘body’ was, in de vorm van geld en mankracht, voor een aparte dienst voor de sector. Er zijn verschillende combinaties met andere diensten (JOS, OBR en dS+V) onderzocht, maar uiteindelijk is gekozen voor een aparte dienst Kunst en Cultuur, omdat dit model de zichtbaarheid van de component cultuur in het gemeentelijk beleid zou kunnen bevorderen. Taak dKC De beleidsontwikkeling en de advisering aan het college van B&W (in het bijzonder aan de wethouder Participatie en Cultuur) behoren tot de taak van de dKC. De dienst beheert alle subsidiebudgetten, neemt besluiten over incidentele subsidietoekenning en bereidt de besluiten voor die betrekking hebben op structurele subsidietoekenning in het kader van de vierjarige cultuurplansystematiek. Taakopdracht en samenstelling RRKC Aan de RRKC zijn drie taken toebedeeld, te weten: advies, debat en kwaliteitszorg. De kerntaak van de Raad is de advisering. De debatfunctie is een voortzetting van de functie die voorheen bij de afdeling ‘debat’ van de RKS was ondergebracht.
De ‘kwaliteitszorg’ is als nieuwe beleidsopdracht om praktische redenen bij de Raad neergelegd. De RRKC adviseert gevraagd of ongevraagd aan het college van B&W. Daarnaast worden ook adviezen uitgebracht die gericht zijn op een ruimer publiek, waaronder de gemeenteraad en de instellingen in het culturele veld. De Raad heeft een groot
Evaluatierapport: RRKC
4
aantal leden (momenteel vijftien) en is breed samengesteld. De leden zijn zowel van binnen als van buiten de cultuursector afkomstig. De gedachte is geweest dat met een brede samenstelling de Raad de mogelijkheid heeft om over schuttingen heen te kijken, raakvlakken met andere sectoren te onderzoeken en het blikveld van de cultuursector te vergroten. In de eerste ronde en bij één tussentijdse vervanging is de samenstelling van de Raad binnenskamers en door bestuurlijke overwegingen bepaald. In de toekomst zal een meer open procedure worden gevolgd. De Raad kent geen sectorale commissies voor specifieke terreinen van kunst en cultuur. De cultuurplanadvisering (periode 2009-2012) is voor de Raad een andere taak dan de algemene advisering. Dat een groot aantal individuele aanvragen moet worden beoordeeld, vraagt om een aangepaste werkwijze. Hiervoor zal de Raad wel gebruik maken van sectorale commissies voor peer review. Werkwijze RRKC-bureau Het bureau van de RRKC wordt bemand door zeventien medewerkers (14,5 fte) waarvan vijf de adviesfunctie en de kwaliteitszorg uitvoeren en vijf de debatfunctie, terwijl de overige medewerkers management- en ondersteunende taken hebben. In het geval dat het bureau een advies voorbereidt, maakt het een startnotitie die vervolgens in de Raad wordt besproken. Uit de Raad worden 'meelezers' gerecruteerd die de notitie verder helpen ontwikkelen.
Indien gewenst, wordt over de notitie de mening van experts gevraagd, ofwel in gesprekken, ofwel via interviews. Het advies wordt, in samenwerking met de 'meelezers', geschreven door de medewerkers van het bureau van de RRKC. Een advies wordt vastgesteld met een plenaire discussie in de Raad. Aantallen adviezen De RRKC heeft in 2005 en 2006 een grote adviesproductie gekend. In 2005 heeft de RRKC vijf adviezen uitgebracht en in 2006 twaalf. Van deze adviezen is zo'n 80% door het college gevraagd en 20% op eigen initiatief uitgebracht. De grote productie in 2005 hangt samen met het enthousiasme van de nieuw aangetreden RRKC, met de behoefte om de bestaande achterstand in de advisering in te halen en met het aantreden van een nieuwe wethouder van Participatie en Cultuur in 2005. De agenda voor 2006 is mede ingegeven geweest door de politiek-bestuurlijke actualiteit. RRKC-RKS De RKS is met een eigen bestuur blijven voortbestaan als facilitaire rechtspersoon voor personeel en huisvesting van de RRKC. Het personeel valt onder het formele gezag van de directeur van de RKS, Hugo Bongers, die tevens de secretaris van de RRKC is. Volgens de voorzitter van de RRKC was voorzien dat de huidige situatie na één jaar zou worden geëvalueerd, maar die evaluatie heeft niet plaatsgevonden.
Evaluatierapport: RRKC
5
III. Bevindingen uit de interviews Positie van cultuur in de stad Rotterdam Culturele Hoofdstad 2001 was het hoogtepunt van de periode na de wederopbouw waarin met eendracht en elan in kunst en cultuur in de stad is geïnvesteerd. In de periode daarna is een breuk in het beleid opgetreden, die deels wordt toegeschreven aan de komst van Leefbaar Rotterdam als nieuwe factor in het speelveld. Deze politieke groepering was fel gekant tegen overheidssubsidies in het algemeen, maar richtte zijn pijlen in het bijzonder op de subsidiëring van de culturele sector, die als nauw verbonden met de PvdA werd gezien. Naast het institutionele wantrouwen tegen subsidies waren er de effecten van de invoering van het duale stelsel, die de cohesie in het cultuurbeleid heeft ondermijnd. De informatielijnen van en met de politiek zijn min of meer opgedroogd. De directeuren van culturele instellingen spreken nog maar zeer beperkt met raadsleden, de gemeenteraad beschikt over weinig inhoudelijke kennis en bij de dKC bestaat onduidelijkheid over de politieke richting van het beleid. Deze omslag heeft binnen alle politieke partijen geleid tot een sterk verminderde belangstelling voor cultuurbeleid en een verzwakking van de politieke steun voor de culturele sector.
Door het wegvallen van de opwaartse krachten is de sector verschraald en lijken het elan en de ambitie die het Rotterdamse culturele leven vele jaren hebben gekenmerkt, te zijn weggeëbd. De overtuiging dat een rijk aanbod aan kunst en cultuur van belang is voor de creatieve economie en het vestigingsklimaat in de stad is overigens nog steeds aanwezig. Met name de burgemeester is een belangrijke verkondiger van die gedachte. Er wordt her en der vrees geuit dat het aanstaande vertrek van de huidige burgemeester opnieuw een aderlating voor de cultuursector zal blijken te zijn. De verbinding tussen cultuur en participatie is tot nu toe niet sterk uit de verf gekomen, ondanks de gecombineerde portefeuille in het huidige college. Het onderwerp participatie is in hoofdzaak bij de dienst Jeugd, Onderwijs en Sociale zaken (JOS) belegd. Stand van zaken bij de instellingen In de gesprekken is geregeld benadrukt dat het Rotterdamse cultuurveld nog steeds gekenmerkt wordt door goede samenwerking tussen de instellingen. Het directeurenoverleg functioneert in een redelijk open en informatieve atmosfeer. Het gevoel van partnership en coherentie was en is nog steeds een belangrijke kracht van de Rotterdamse sector. Men is algemeen van mening dat er sprake is van een groot en kwalitatief hoog aanbod.
De veranderde wisselwerking met de politieke geledingen is door de culturele sector echter niet opgevangen. Men is onvoldoende in staat gebleken om zichzelf in het politieke krachtenveld sterk te positioneren. De sector vindt het van groot belang dat de communicatie tussen politieke aansturing, ambtelijke diensten en instellingen met korte lijnen nieuw leven wordt ingeblazen.
Evaluatierapport: RRKC
6
Positieve waardering voor de RRKC Er wordt positief tegen de ontwikkeling van RKS naar RRKC aangekeken. Het enthousiasme waarmee de RRKC - met name in de personen van Micky Teenstra en Hugo Bongers - is begonnen, wordt algemeen zeer gewaardeerd. Men spreekt van een frisse start gevolgd door een geloofwaardige ontwikkeling. In de beginperiode zijn door de Raad onderwerpen geagendeerd die als urgent en belangrijk werden gezien en al met al heeft de RRKC het in de ogen van het veld, ook de afgelopen jaren, heel goed gedaan. De RRKC lijkt voldoende 'aangesloten' op wat er speelt en het brede perspectief wordt gewaardeerd. De Raad kan bovendien de rol van 'luis in de pels' spelen zonder verdeeldheid te zaaien, omdat de voor Rotterdam typerende samenwerkingstraditie ook binnen de cultuursector een grote kracht is. De spreiding van disciplines en expertise binnen de Raad is evenwichtig, maar de personele samenstelling van de Raad (overheersend ouder en blank) wordt niet voldoende representatief voor de stad en de sector gevonden. Daarvoor heeft de RRKC het initiatief van een 'jong RRKC' genomen als instrument voor de rekrutering van toekomstige leden.
Er is te weinig aandacht geweest voor de procedure van herbenoeming en benoeming van nieuwe leden, terwijl een zorgvuldige selectie van leden als een zeer belangrijke voorwaarde wordt gezien voor de continuïteit en kwaliteit van de Raad. RRKC-adviezen Ook voor de adviesrapporten die de RRKC heeft uitgebracht, bestaat in het algemeen waardering, maar er worden wel kanttekeningen geplaatst. De onderwerpskeuze is in het algemeen goed, maar men vindt de adviezen soms teveel ‘de kool en de geit sparend’, te wijdlopig en qua stijl niet altijd treffend. Door de brede invalshoek en de samenstelling van de Raad die op zichzelf wordt gewaardeerd, is er kennelijk weinig rem op het presenteren van filosofische vergezichten die los staan van de concrete aanleiding. Tegelijk is er ook behoefte aan visionaire adviezen die kunnen bijdragen aan het bepalen van beleid voor de langere termijn, maar of het bureau en de Raad daarvoor voldoende zijn toegerust, wordt door sommigen betwijfeld. De Raad is daarvoor in hun ogen te groot en men vraagt zich af of de leden zelf wel voldoende invloed kunnen en willen uitoefenen op de adviezen. De adviesrapporten zijn voldoende zichtbaar. Wel worden er vragen gesteld bij het grote aantal uitgebrachte adviezen en soms bij de timing ervan. De verwachting is dat de omvang van de adviesproductie van de RRKC zal afnemen. De achterstand is ingehaald.
In de komende periode moet de cultuurplanprocedure worden uitgevoerd, wat de nodige capaciteit van de Raad zal vragen. Debatfunctie en kwaliteitszorg De debatprogrammering wordt enerzijds gezien als ondersteunend voor de advisering en anderzijds als een autonome taak die daar los van staat. Voor beide dimensies van de taak bestaat waardering, maar mede omdat er in de stad verschillende andere organisaties zijn die debatten organiseren, vindt men dat de positionering van de debatfunctie van de RRKC beter kan. De debatprogrammering door de RRKC op het terrein van kunst en cultuur wordt door velen gezien als een
Evaluatierapport: RRKC
7
versterking voor de verbinding tussen samenleving en cultuurbeleid. Over de vraag of de debatfunctie bij de RRKC ondergebracht moet blijven of beter op een andere wijze kan worden georganiseerd, wordt verschillend gedacht. Er bestaat een grote mate van overeenstemming over de voorgenomen overdracht van de kwaliteitszorg (nu 0,8 fte) van de RRKC naar de dKC, die als dienst meer mogelijkheden heeft om hier wat van te maken. De dKC is voornemens deze kwaliteitszorg door externe bureaus te laten uitvoeren. Effectiviteit van de adviezen a. Route van RRKC naar dKC en gemeentebestuur In de keten advies-beleid-politieke besluitvorming heeft de RRKC de taak om te adviseren over het te voeren beleid. De dKC heeft de taak de adviezen van de RRKC uit te werken in uitvoerend beleid waarover politiek-bestuurlijke besluitvorming kan plaatsvinden. Over deze taakverdeling bestaat tussen de betrokken partijen geen verschil van interpretatie. Er is echter niet voldoende overeenstemming over de gewenste aard, inhoud en timing van de adviezen van de RRKC om in het politieke circuit gezamenlijk en effectief te kunnen opereren. De gemeenteraadsleden zijn over het algemeen blij met de adviezen van de RRKC omdat zij er in voorkomende gevallen naar kunnen verwijzen.
Een complicerende factor vormt de directe openbaarmaking van de adviezen van de RRKC, waarbij deze ook rechtstreeks aan de leden van de gemeenteraad worden verstrekt. De wethouder en het college kunnen de vragen vanuit de gemeenteraad die hieruit voortkomen niet altijd tijdig en adequaat beantwoorden. Dit brengt het college en de dienst onnodig in het defensief. Zowel vanuit de gemeentelijke organisaties als uit het veld bestaat de behoefte aan meer directe interactie met de wethouder. Uit de gesprekken rijst verder het beeld op dat er teveel beleidscompetitie is ontstaan tussen de dKC, de RRKC en de bestuursdienst. b. Uitvoering en opvolging adviezen Men heeft in het veld geen goed zicht op de uitvoering en effecten van de adviezen van de Raad. De weg van en naar de dKC, B&W, gemeenteraad en uitvoering is vaak lang en het ‘transport’ lijkt soms in het luchtledige plaats te vinden. Het college zou binnen drie maanden moeten kunnen aangeven wat het met een advies van plan is. De kritiek op de dKC is dat men daar te weinig met de adviezen doet dan wel te aarzelend is om beleid te ontwikkelen of verantwoordelijkheid te nemen voor de regie van het proces. Dit wordt deels geweten aan het grote aantal adviezen en de capaciteit van de dKC, die te gering was om de adviezen tijdig af te handelen.
De invloed van de adviezen van de RRKC had zichtbaar moeten zijn in de recente beleidsbrief van het college voor de cultuurplanprocedure. Men vindt het belangrijk dat adviezen - waar relevant - in de loop van de tijd geactualiseerd worden. Gesuggereerd is ook om de RRKC-adviezen na enkele jaren op hun effecten te beoordelen.
Evaluatierapport: RRKC
8
c. afstemming over adviesverwerking Binnen de RRKC en de dKC wordt onderkend dat meer overeenstemming over de taakverdeling, inhoud en timing van de adviezen nodig is. Ook wil men met de bestuursdienst in overleg treden over de rolverdeling en de wijze en het tempo van bestuurlijke behandeling van de adviezen. Organisatorische onduidelijkheden a. dubbele adviescommissies RRKC-dKC De facto spelen zowel de RRKC als de dKC een bepalende rol bij subsidietoekenningen: de Raad adviseert over de structurele subsidies en voor adviezen over incidentele subsidies heeft de dKC aparte sectorale commissies. Deze rolverdeling schept een coördinatieprobleem omdat de beoordelingen uiteen kunnen lopen. In het kader van de cultuurplanadvisering zijn personele unies gevormd waardoor in iedere commissie van de RRKC een lid zit van een commissie van de dKC. Men vraagt zich echter af of dat voor een definitieve oplossing voldoende zal zijn. b. facilitaire verhouding RRKC-RKS De voorzitter van de RRKC vindt het een onduidelijke situatie dat zij geen zeggenschap heeft over personeel, huisvesting en andere facilitaire aangelegenheden. Verzelfstandiging van de RRKC met overname van de taken van de RKS zou een oplossing bieden voor de situatie dat de RRKC hier geen bevoegdheden over heeft. De uitwerking van dit idee is echter technisch zeer ingewikkeld.
Momentum Cultuurplan Voor de RRKC lijken de 'wittebroodsweken' van de afgelopen jaren voorbij. Men staat nu voor de krachtmeting van de advisering voor de nieuwe cultuurplanperiode en de daaraan gerelateerde financieringsbeslissingen. Het wordt voor de ontwikkeling van het cultuurbeleid in Rotterdam van grote betekenis geacht dat de RRKC met een aansprekende visie de cultuurplanprocedure voor 2009-2012 ingaat. Bovendien zou de RRKC scherpe keuzes moeten maken en duidelijke prioriteiten moeten aangeven. Als de keuzes die zullen moeten worden gemaakt, passen in een aansprekend en duidelijk kader zal dat de cohesie en de vitaliteit van de sector ten goede komen. Het wordt cruciaal gevonden dat er een goede balans komt tussen aandacht voor culturele diversiteit in het kunst- en cultuuraanbod enerzijds en steun voor de autonome kunstontwikkeling anderzijds. Meermaals is de vraag verwoord of de Raad bij de cultuurplanadvisering strikt binnen de grenzen van het gestelde budget zal blijven of dat men het aandurft om de politiek met een aansprekend voorstel aan te sporen het budget voor de cultuursector te verhogen.
Evaluatierapport: RRKC
9
IV. Beoordeling door de commissie Adviesfunctie De commissie heeft vastgesteld dat de Raad er duidelijk in is geslaagd zijn missie vorm te geven en daarvoor waardering te oogsten. Ook de globale beoordeling van de commissie op het functioneren en de geleverde prestaties van de RRKC is positief: goed gedaan! De brede opstelling lijkt de kwaliteit van de advisering te versterken en verdient voortzetting. Er zijn ook details waarover de commissie kritisch is. De adviezen zijn vaak niet scherp genoeg en zoals gezegd teveel ‘de kool en de geit sparend’. De commissie heeft ook geconstateerd dat de doorwerking van de adviezen in het beleid onvoldoende is. Dat is op zich niet de verantwoordelijkheid van de RRKC, maar de commissie meent dat de advisering aan kracht en effectiviteit kan winnen als de Raad de kritiek op de kwaliteit van de advisering ter harte neemt. Ook voor de vergroting van de effectiviteit van de advisering zijn maatregelen nodig die een adequate bestuurlijke behandeling van de adviezen versterken. Debatfunctie Over het algemeen wordt de wijze waarop de debatfunctie van de RRKC wordt vormgegeven gewaardeerd. Tegelijkertijd worden er vragen gesteld bij de brede interpretatie van de debatfunctie en de relatie met andere instellingen en podia in de stad die debatten programmeren. De verbinding tussen debatprogrammering en beleidsadvisering lijkt nuttig.
Ook kan de debatfunctie van de RRKC de verbinding tussen de samenleving en het cultuurbeleid versterken. Daarom is er veel voor te zeggen om de RRKC blijvend een brede taak op dit terrein toe te dichten. De commissie is van mening dat de RRKC wel de inhoudelijke reikwijdte van zijn inbreng in het stedelijke debataanbod opnieuw moet vaststellen. Door verdergaande samenwerking met andere debatfuncties in de stad - bijvoorbeeld door het instellen van een ‘debatladder’ - zou de zichtbaarheid van de debatfunctie kunnen worden vergroot. Kwaliteitszorg De commissie constateert dat over de positionering van de kwaliteitszorg overeenstemming bestaat. Deze taak is bij de RRKC niet op zijn plaats en de voorgenomen overheveling ervan naar de dKC lijkt een verstandige keuze. Adviezen over incidentele en structurele subsidies De advisering door de RRKC en de dKC over incidentele en structurele subsidies geeft coördinatieproblemen. De commissie is van oordeel dat de adviesprocedures beter op elkaar kunnen worden afgestemd. De RRKC en de dKC zouden hiervoor gezamenlijk een voorstel moeten ontwikkelen Dat kan het beste gebeuren na afronding van de lopende cultuurplanoperatie.
Evaluatierapport: RRKC
10
RRKC-RKS De toezegging dat de verhouding tussen de RRKC en de RKS zou worden geëvalueerd, kan nu alsnog worden nagekomen. Als het organisatorisch te ingewikkeld zou blijken te zijn om de huidige facilitaire functie van de RKS bij de RRKC onder te brengen, is de commissie van oordeel dat de samenwerking tussen beide partijen moet worden verbeterd door een personele unie van de voorzitter van de RRKC en de RKS in de statuten van de RKS op te nemen. Beleidsregie Het tekort aan beleidsregie in het culturele veld wordt allerwegen in de sector gesignaleerd. De commissie is van mening dat de regiefunctie voor cultuurbeleid in de stad bij de dKC ligt. De dKC zou als een spil in het veld moeten opereren, met verbindingen met de RRKC en het culturele veld aan de ene kant, en met de wethouder, het college en de gemeenteraad aan de andere kant. De komst van een nieuwe directeur van de dKC kan het momentum voor het ontwikkelen van deze regiefunctie versterken. De RRKC moet een initiërende en stuwende rol ten behoeve van het algemeen cultuurbeleid in de stad spelen door visieontwikkeling en duidelijke prioriteitstelling in zijn voorstellen te combineren. In de analyse van de commissie wordt in de huidige constellatie een voortvarende uitvoering van het beleid belemmerd omdat de dKC te weinig beleidsmatige slagkracht vertoont en geen duidelijke leiding geeft aan de beleidsontwikkeling.
Daarom moet de positie van de dKC als ‘beleidsontwikkelaar’ worden versterkt. Kort gezegd, minder aandacht voor accountbeheer, meer aandacht voor inhoud en beleidsontwikkeling. In de dienstenstructuur van de gemeentelijke organisatie is de dKC een kleine dienst die in de ogen van sommigen alsnog bij een grotere dienst zou kunnen worden ondergebracht. Vanwege de zichtbaarheid van de culturele sector in de stad moet de dKC echter een afzonderlijke dienst blijven met de RRKC als adviesorgaan. Naar de bevindingen van de commissie is het tij gunstig om het werk van beide partijen beter op elkaar af te stemmen. De RRKC en de dKC begrijpen elkaars positie goed en de organisaties hebben de eerste fase van gewenning aan de nieuwe situatie achter de rug. De noodzakelijke versterking van visieontwikkeling (bij de RRKC) en beleidsregie (door de dKC) vraagt om herziening van de bestaande verhoudingen. Er moet overeenstemming komen over het gewenste karakter van de adviezen, over agendering van de onderwerpen en over een vorm voor gezamenlijk strategisch overleg. In een goede samenwerking kan ruimte worden gelaten voor eigen opvattingen van de Raad die daarmee zijn rol van 'luis in de pels' kan (blijven) spelen. Het is noodzakelijk de informatie-uitwisseling tussen de RRKC, de dKC en ‘het stadhuis’ te verbeteren.
Bij het ‘herzetten’ van de rollen moet ook de omvang van de organisaties worden bezien, waarbij het in de rede ligt dat de dKC groeit en de RRKC kleiner wordt.
Evaluatierapport: RRKC
11
Ambitie en visie Betrokkenen signaleren een verschraling van het cultuurbeleid in Rotterdam na 2001. Dat beeld heeft niet als eerste betrekking op de financiële dimensie. Het lijkt alsof de ambitie en een aansprekende visie over hoe het verder moet met de cultuursector in de stad na dat jaar zijn weggegleden. De commissie heeft geconstateerd dat de oorzaken daarvan zijn gelegen in de politieke en organisatorische beroeringen die de gemeente Rotterdam in de jaren vanaf 2001 heeft gekend. Het wegebben van het elan in de cultuursector is een zorgelijke ontwikkeling, omdat Rotterdam door het karakter van de stad en de bevolkingssamenstelling veel kwetsbaarder is en gevoeliger te treffen door verschraling van aanbod en afname van aandacht voor cultuur dan bijvoorbeeld Amsterdam. Dit gegeven vraagt om een culturele sector die zich mengt in het politieke debat, want in de politieke geledingen van Rotterdam gaat de aandacht nu eerder uit naar de sociale en maatschappelijke problematiek en de instrumenten die in die sectoren voorhanden zijn. Naar het gevoelen van de commissie wordt de bijdrage die de cultuursector aan de stad kan leveren onderschat. Zij ziet de RRKC als de partij die het samenspel dat in de vorige decennia de stad zo’n vitaal en aantrekkelijk cultureel imago bezorgde, opnieuw op de wagen kan brengen. De opmaat c.q.
het ‘momentum’ daarvoor kan de komende cultuurplanprocedure vormen, omdat die de Raad in de gelegenheid stelt een inhoudelijk kader met duidelijke prioriteiten te ontwikkelen en voor het voetlicht te brengen. Voor die ontwikkeling is optimale samenwerking met de dKC een vereiste. Daarvoor moet ook de politieke steun worden gezocht van de gemeenteraad die, als de hoogste politiek/bestuurlijke instantie, de ontwikkeling van het cultuurbeleid in Rotterdam mede draagt.
Evaluatierapport: RRKC
12
V. Aanbevelingen In het belang van de cultuursector in de stad roept de commissie alle betrokkenen op een beleidsproces op gang te brengen waardoor visieonwikkeling en beleidsuitvoering worden versterkt. Het voortouw voor de ontwikkeling van een langetermijnvisie met een duidelijke prioriteitstelling ligt bij de RRKC. De dKC moet als de spil van de beleidsregie gaan functioneren met open relaties naar de politiek en de instellingen in de cultuursector. Het is van groot belang dat de RRKC en de dKC organisatorisch en politiek de ruimte krijgen om deze ambities te realiseren. In dit kader doet de commissie de volgende aanbevelingen: o de advisering van de RRKC dient zich (in een lager tempo) meer te gaan richten op langetermijnbeleid; o met het oog op de langetermijnadvisering en de demografie in de stad, verdient de samenstelling van de RRKC de aandacht; o de RRKC dient de inhoudelijke reikwijdte van zijn inbreng in het stedelijke debat opnieuw te bepalen; o de dKC en de RRKC, en de bestuursdienst, dienen overleg te voeren over de versterking van de beleidsregie; o in dit licht dienen deze organisaties hun taken en rollen te herijken; o de informatie-uitwisseling tussen de wethouder, de dKC, de RRKC, de gemeenteraad en het veld moet worden verbeterd; o de dKC moet als zelfstandige dienst blijven bestaan; o het probleem van de zeggenschap over de faciliteiten kan worden opgelost
door middel van een personele unie tussen de voorzitters van de RRKC en de RKS; o de verordening op de RRKC moet aangepast worden na de overdracht van de kwaliteitszorg aan de dKC.
De commissie evaluatie RRKC, Rotterdam, 5 oktober 2007.
Evaluatierapport: RRKC
13
Bijlage Geïnterviewde personen RRKC Micky Teenstra RRKC Hugo Bongers dKC Ton de Vos, Ina Klaassen, Andrea Svedlin Wethouder Participatie en Cultuur Orhan Kaya SP Theo Cornelissen ChristenUnie-SGP Remco Oosterhoff, Willem Sonneveld Rotterdam Festivals Johan Moerman Rotterdamse Schouwburg Jan Zoet Museum Boijmans van Beuningen Sjarel Ex Motel Mozaïque/ Stichting Live at Nighttown Harry Hamelink
Evaluatierapport: RRKC
14