[22bb004516] NSOB (2021) Evalueerkunst Sociaal 29-6-2022
Tekst van het document
gestelde randvoorwaarden. De inspectie
in hun dagelijkse praktijk mee? Waar lopen
onderzoekt of overleggen tussen de schoolbe-
schoolbestuurders tegenaan? Wat zijn de
sturen, kinderopvangen en gemeenten leiden
opbrengsten van bijzondere initiatieven die
tot concrete afspraken en meetbare doelen.
gericht zijn op het tegengaan onderwijssegre-
De informatie laat zien of de doelen van de
gatie? Waar zijn initiatiefnemers tegenaan
beleidsagenda (en de daarin gestelde randvoor-
gelopen, waar zitten kansen? De informatie die
waarden) zijn behaald en wat de effecten van
het stellen van deze vragen oplevert, maakt
beleidsinterventies zijn.
ongehoorde geluiden hoorbaar, levert nieuwe ideeën op, en leidt tot waardevolle gesprekken die partijen samenbrengen
Evalueerkunst
Inhoudsopgave
33
boekhoudkundig evalueren
kunstzinnig evalueren
Welke producten moet de evaluatie opleveren? De evaluatie moet resulteren in een geconsoli-
De evaluatieproducten moeten een authentieke
deerd eindbeeld dat laat zien of de doelstellin-
en aangrijpende weergave van het evaluatie-
gen van de beleidsagenda zijn behaald. In dit
proces zijn. Dat betekent dat ze recht moeten
geval wordt antwoord gegeven op de vraag of
doen aan de ervaringen, ideeën en gesprekken
de randvoorwaarden die gesteld zijn om lokale
die in het proces langs zijn gekomen. De docu-
actoren aan te moedigen om onderwijssegre-
mentaire Klassen is een mooi voorbeeld van
gatie tegen te gaan, hebben geleid tot de
hoe op aangrijpende wijze kan worden getoond
gewenste inzet op lokaal niveau. De evaluatie
hoe de strijd tegen onderwijssegregatie wordt
moet duidelijkheid scheppen over de opbreng-
gevoerd door betrokkenen, zoals docenten,
sten van het gevoerde beleid.
politici en schoolbestuurders.
Evalueerkunst
Inhoudsopgave
34
5.3
Het vervolgen van de evaluatie
boekhoudkundig evalueren
kunstzinnig evalueren
Wanneer is de evaluatie goed? De evaluatie is goed als de politiek en scholen
De evaluatie is bedoeld voor alle betrokkenen,
en gemeenten een duidelijk beeld hebben van
als onderdeel van de gezamenlijke zoektocht
de effecten van het gevoerde beleid, omdat het
naar manieren om onderwijssegregatie tegen
een nauwkeurige, representatieve en gebalan-
te gaan. Het is authentiek en aangrijpend, en zit
ceerde weergave van de werkelijkheid is.
dicht op de ervaringen van betrokken partijen.
Duidelijk moet zijn dat op onafhankelijke wijze
Het is niet bedoeld als statische weergave van
onderzoek is gedaan.
wat er speelt, maar onderdeel van de voort durende beweging en inzet om onderwijs segregatie tegen te gaan.
Welke vervolgacties moet de evaluatie bewerkstelligen? In het evaluatierapport dient inzichtelijk
De evaluatieproducten moeten resoneren met
gemaakt te worden in hoeverre het gevoerde
het maatschappelijke debat en betrokkenen
beleid tot de gewenste resultaten heeft geleid.
samenbrengen. Het moet laten zien wat al
Indien nodig moeten aanbevelingen worden
gebeurt als het gaat over het tegengaan van
gedaan om het beleid te verbeteren. In het geval
segregatie, maar ook laten zien wat nog meer
van het tegengaan van onderwijssegregatie
nodig is, welke initiatieven om meer ruimte
betekent dat, dat suggesties dienen te worden
vragen of waar het systeem om aanpassing
gegeven over het verbeteren of aanscherpen
vraagt.
van de randvoorwaarden, zodat op lokaal niveau de beoogde doelen worden gehaald.
Evalueerkunst
Inhoudsopgave
35
6.
Vanaf hier: boekhoudkundige én kunstzinnige evaluatieprocessen We begonnen dit essay met de worsteling van ambtenaren, bestuurders en politici om hun ambitie om te werken vanuit publieke waarde daadwerkelijk te realiseren. Onze stelling was dat het vooral lastig is om te werken vanuit publieke waarde als bestaande evaluatiepraktijken daar maar deels bij aansluiten en een belangrijk deel van die waarde onbesproken laat. In dit essay hebben we geprobeerd om daarvoor een alternatieve benadering aan te reiken, gebaseerd op onze werksessies met de verschillende beleidsafdelingen van het ministerie van OCW. In de praktijk bleek het lastig om zo’n alternatieve benadering direct te vinden, al is het maar omdat de gevestigde praktijk diep verankerd zit in de taal en logica die aan evaluaties verbonden is. Als je de bestaande regels en procedures loslaat ontstaat veel lucht en ruimte om breder te kijken en creatief te werken. Maar tegelijkertijd is het net zo goed mogelijk om in die ruimte te verdwalen en het zicht op waar het om begonnen was te verliezen. Waar ligt de grens van een beleidsdomein als we heel breed gaan kijken? Wat neem je mee en wat niet? Hoe bepaal je de grens in de mate van terug- en vooruitkijken? En welke informatie kunnen we dan gebruiken, en wat is daarvan de status? Samen met de medewerkers van het ministerie hebben we dit zoekproces doorlopen.
Uiteindelijk is de opbrengst van deze zoektocht tweeledig. Het nieuwe protocol voor de nieuwe vorm van evalueren is niet wat dit essay aanreikt. Wat we wel doen is dat we naast het perspectief van boekhoudkundig evalueren een kunstzinnig perspectief op evalueren aanreiken. Een tweede taal voor evalueren, dat wat ons betreft iets heel anders te bieden heeft en het evalueren van publieke waarde dichterbij brengt. Dat werken we in dit essay op twee niveaus uit en we hebben in de sessies gemerkt dat die beide niveaus niet los van elkaar te zien zijn. Het eerste niveau is instrumenteel. We reiken concreet aan welke stappen je bij een kunstzinnig evaluatieproces zou moeten doorlopen en welke vragen je daarbij zou moeten willen stellen. Dat geeft concrete houvast voor een ieder die langs de hier als kunstzinnig benoemde lijn van evalueren wil werken. We hebben gemerkt dat het stellen van andere vragen, in een andere volgorde, in een andere setting, en aan andere betrokkenen vanzelf leidt tot een ander spoor en ook tot andere inzichten. Betrokkenen tillen zich op uit de groef van de gebruikelijke manieren van evalueren en plaatsen zich in een andere groef, namelijk die van het kunstzinnig evalueren. Die is niet perse beter, het blijft Evalueerkunst
Inhoudsopgave
36
een groef, maar wel één die beter past bij het werken vanuit publieke waarde. Wie dat dus wil, kan met deze handreiking uit de voeten. Het tweede niveau is meer institutioneel. In de organisaties en systemen waarin wij werken is een bepaald type werk, en een bepaalde vorm van werken, ingesleten geraakt. Dat is het ‘normaal’. De vanzelfsprekende manier van werken. En dat is ook normatief; het is de gewone manier, en daarmee ook zonder het te zeggen of nog langer te moeten beargumenteren de goede manier. Het is de norm die we accepteren als goed, omdat deze aansluit bij wat we kennen. Daar is zoals gezegd niets mis mee, behalve dan dat de manier van werken niet altijd aansluit bij de patronen van goed, gewoon en normaal. Ook op dat niveau proberen we een bijdrage te leveren. Door te laten zien dat normaal niet zomaar gegeven is, maar te relateren is aan een bedoeling. Aan waar je wil komen en hoe je wil kijken. En voor wie vanuit publieke waarde wil werken, denken en kijken schiet het huidige normaal tekort en biedt een tweede normaal meerwaarde. Zonder dat gesprek op meta-niveau, over wat we normaal en vanzelfsprekend vinden in organisaties en systemen, komt het instrumentele handelen niet van de grond. Dat kan altijd in niches en uitzonderingsgevallen, of onder het camouflagenet zodat het niet gezien wordt.
Of achter de schermen, zolang in het volle licht en op het toneel het gebruikelijke lijkt te gebeuren. Maar systematisch wordt het daarmee niet, en als het echt spannend wordt is het al gauw geen reële optie meer. In dit essay betogen wij dat er dus niet één enkelvoudige, normale evaluatiebenadering is, dat er ook niet een vervangend ander normaal zou moeten komen, maar dat er meerdere ‘normalen’ naast elkaar bestaan. Die zijn op hun eigen manier allebei goed en bieden een weg naar andersoortige uitkomsten voor andersoortige manieren van werken. Beter evalueren ontstaat niet door een beweging van de ene benadering naar de andere, maar door het vermogen om meerdere benaderingen te kennen, te erkennen en te waarderen. En om vervolgens voor een vraagstuk een evaluatiemix te kiezen waarin elementen en principes uit verschillende benaderingen samenkomen die goed passen voor die specifieke kwestie. Zo hebben de verschillende methoden hun eigen kracht. Boekhoudkundig evalueren is met name geschikt als je duidelijkheid wil scheppen over de mate waarin meetbare doelstellingen zijn behaald, als de kosten inzichtelijk gemaakt moeten worden en als overzicht en eindconclusies gevraagd zijn. Publieke waarden als rechtsgelijkheid, rechtvaardigheid en efficiëntie zijn op deze manier goed te evalueren.
Kunstzinnig evalueren is meer geschikt om inzicht te bieden in wat er speelt, wat mensen raakt, waar het vastloopt of waar verwarring over is. Om maatschappelijke discussies op gang te Evalueerkunst
Inhoudsopgave
37
helpen, uit een impasse te halen, aan verschillende geluiden een podium te geven en op deze wijze zo dicht mogelijk bij de gevoelde publieke waarde te komen. Beide methoden apart kunnen dus het realiseren van zeer verschillende soorten publieke waarde evalueren. En in combinatie met elkaar kunnen deze evaluatiebenaderingen helemaal krachtig zijn. Evengoed kunnen beide methoden verkeerd uitpakken. Een plichtmatige, gemakzuchtige invulling van de evaluatie zal in beide gevallen tot problemen leiden. In de boekhoudkundige benadering zien we dan bijvoorbeeld vooral oppervlakkige getallen gepresenteerd worden, zonder de betekenis daarvan echt te doorgronden. In de kunstzinnige benadering zal dan bijvoorbeeld gekozen worden voor een aantal mooie verhalen ‘van de werkvloer’, liefst in een glossy opmaak, om ook ‘de echte praktijk’ een plek te geven. In de verkeerde handen zullen beide methoden mislukken en het zicht ontnemen aan de werkelijke kwesties als het gaat om publieke waarde. Mits consequent en goed uitgevoerd volgens de ‘regels der kunst’, hebben beide benaderingen de potentie om op hun eigen manier, met hun eigen kracht en beperkingen, publieke waarden inzichtelijk te maken en een goede bijdrage te leveren aan de verdere realisatie hiervan. Dat is wat we met dit essay ook betogen en waar volgens ons de werkelijke evalueerkunst in schuilt.
Niet de bestaande benadering vervangen door een nieuwe benadering, maar erkenning van de veelzijdigheid en meerwaarde van beide vormen voor evalueren. In sommige gevallen zal overwegend een boekhoudkundige benadering passend zijn, in andere gevallen overwegend een kunstzinnige benadering. De uitdaging is nu bij uitstek een bewuste keuze te maken voor het toepassen van één benadering of een combinatie van beide, zodat een compositie ontstaat die past bij het onderwerp, de timing en de doelstellingen van de evaluatie. Dat legt, zoals ook bij de kunst het geval is, dit essay terug bij de lezer. Het essay is nu af, de evalueerkunst is aan de lezer.
Evalueerkunst
Inhoudsopgave
38
Literatuur Alford, J. (2008). The limits to traditional public administration, or rescuing public value from misrepresentation. Australian Journal of Public Administration, 67(3), 357-366. Bryson, J. M., Crosby, B. C., & Bloomberg, L. (2014). Public value governance: Moving beyond traditional public administration and the new public management. Public administration review, 74(4), 445-456. Meynhardt, T., & Jasinenko, A. (2020). Measuring public value: scale development and construct validation. International Public Management Journal, 1-28. Moore, M.H. (1995). Creating public value: Strategic management in government. Harvard University Press. Moore, M.H. (2013). Recognizing public value. Harvard University Press. Nap, J., Vos, J.J. & Los, C. (2020). Rijker Verantwoorden: waarom, waartoe en hoe dan? Wat hebben we geleerd en welk ontwikkelperspectief zien we? Politieacademie/RONT Management Consultants/Politie Eenheid Rotterdam. Scherpenisse, J., Van Twist, M.J.W., & Van Delden, M. (2019). Verrijken van verantwoording. Inzichtelijk en interactief maken van afwegingen rond de aanpak van ondermijning. NSOB Working Paper. Scherpenisse, J., Vos, J.J., & van Twist, M.J.W. (2021). Rijker verantwoorden met regie. Verantwoording over politiewerk in een politiek-bestuurlijke context. Vermaak, H. (2009). Conceptualiseren kun je leren. In: G. Smid, E. Rouwette.
Onderzoekende professionaliteit - Van Gorcum. Vos, J.J., Nap, J. & Los, C. (2020). Rijker verantwoorden over de aanpak van ondermijning op Rotterdam Zuid. Een leerdossier over de ontwikkeling van het ondermijningsbeeld. Politieacademie/RONT Management Consultants/ Politie Eenheid Rotterdam.
Evalueerkunst
Inhoudsopgave
39
Bijlage: Werkblad voor werkgroepen Het programmeren van de evaluatie boekhoudkundig evalueren (denken als een accountant)
kunstzinnig evalueren (denken als een curator)
Welke onderwerpen moeten geëvalueerd worden? Welk beleid is uitgevoerd?
Welke maatschappelijke thema’s spelen er?
• Waar veel politieke aandacht voor is.
• Waar maatschappelijke onrust over is.
• Waar veel geld in wordt gestoken.
• Waar veel aandacht aan wordt besteed.
• Dat veel mensen raakt.
• Die enkele mensen diep raken.
• Waarbij doelen niet lijken te zijn gehaald.
• Waar buikpijn, verdriet en frustratie over is.
• Waar regels lijken te zijn geschonden.
• Waar veel trots, vreugde en opluchting over is.
• In welk veld veel is veranderd.
• Waar veel zou moeten veranderen.
Wat moet de evaluatie in beeld brengen? Wat was de prestatie?
Wat is de beweging?
• Worden de gestelde doelen behaald?
• Aan wat voor waarde heeft de samenleving
• Zijn de regels gehandhaafd? • Is het stelsel robuust genoeg? • Werken de organisaties, de systemen en de procedures zoals vooraf gedacht en bedoeld?
behoefte? • Wat voor waarden worden geproduceerd/ vernietigd? • Welke kant beweegt het veld op? • Wie wordt op welke manier geraakt door het beleid? • Wie wint en verliest, hoe is die verdeling? • Staat de discussie en het debat voldoende op scherp?
Wat moet de evaluatie in gang zetten? Sluiten van de discussie:
Openen van de discussie:
• Duidelijk maken wat wel en niet waar is.
• Doorbreken van denkpatronen en
• Scherp krijgen wat wel en niet goed loopt. • Concreet krijgen wat wel en niet moet veranderen.
tegenstellingen. • Verbreden van discussie en mogelijke oplossingen. • Mobiliseren van nieuwe actoren en belangengroepen.
Evalueerkunst
Inhoudsopgave
40
Het uitvoeren van de evaluatie boekhoudkundig evalueren
kunstzinnig evalueren
Welke actoren moeten op welke wijze worden betrokken?
Ieder vanuit zijn afgebakende rol in het onderzoek:
Iedereen actief betrokken in het proces:
• Experts, die als deskundige van buiten
en gewoel plaatsen om van binnenuit
waarnemen, meten en het beeld opstellen.
• Experts, die zich midden in beweging te rapporteren.
• Politiek als opdrachtgever en gebruiker.
• Betrokken politici, bestuurders, ambtenaren,
• Betrokken bestuurders, ambtenaren,
uitvoerders en burgers, die in het proces
uitvoerders en burgers, als bronnen en lijdend voorwerp.
meewerken. • Nieuwe en nog niet gehoorde stemmen, die inbrengen wat er voor en volgens hen gebeurt.
Welke informatie moet op welke wijze worden gebruikt? Informatie en gegevens:
Gegevens en gevoelens:
• Wat te tellen is telt mee. Alleen wat past
• Alles wat er volgens betrokkenen toe doet,
binnen scope van doelen en regels van beleid. • Harde, objectieve, representatieve gegevens over het beleid. • Dataverzameling door gericht ophalen van informatie, om vervolgens in afzondering te bestuderen. • Wat zien we aan effecten door de lens van onze doelen?
doet mee. Alles wat raakt aan het maatschappelijke vraagstuk. • Diepgevoelde, persoonlijke, authentieke belevingen van burgers, uitvoerders en bestuurders. • Dataverzameling als onderdeel van oordeelsvorming en product van evaluatie. • Wat zien we aan betekenis door de lens van verschillende betrokkenen?
Welke producten moet de evaluatie opleveren? Helderheid en handelingsopties:
Signalering en activering:
• Rapporten, grafieken, powerpoints die qua
• Objecten, documentaires, beelden, verhalen
taal aansluiten bij beleidsprocessen. • Conclusies, oordelen, aanbevelingen die vertaald kunnen worden naar beleid, regels en budgetten. • Eindproducten evaluatie bieden overzicht, duidelijkheid en rust.
die qua taal aansluiten bij maatschappelijke gevoelens en strijd. • Signaleringen, confrontaties en markeringen die vertaald kunnen worden naar vervolggesprekken. • Eindproducten bieden inzicht, maken ambiguïteit en dilemma’s zichtbaar en verontrusten.
Evalueerkunst
Inhoudsopgave
41
Het vervolg van de evaluatie
boekhoudkundig evalueren
kunstzinnig evalueren
Wanneer is de evaluatie goed? • Nauwkeurig.
• Authentiek.
• Representatief.
• Aangrijpend.
• Gebalanceerd.
• Dynamiserend.
• Onafhankelijk.
• Betrokken.
Welk vervolg moet de evaluatie bewerkstelligen? • Aanbevelingen worden besproken door specifiek aangewezen actoren. • Na korte discussie, keuze voor bepaalde actie, worden aanbevelingen in SMARTacties omgezet. • De evaluatie brengt rust. • Het onderwerp wordt tot de volgende evaluatie afgesloten.
• Beelden gaan resoneren met maatschappelijke debat en groepen binnen de samenleving. • Discussie kan niet meer getemd worden en blijft in beweging. • Door de discussie ontstaan scherpere beelden over wat goed is en wat niet, over wat nodig is en wat niet. • In de discussie ontstaat een beeld van wat meer of beter en wat écht anders moet.
Evalueerkunst
Inhoudsopgave
42
Eerder publiceerde de NSOB 2021 Opgavegericht tegenwerken Over het meetbaar en merkbaar maken van werken aan de opgave Marije Huiting, Wiljan Hendrikx, Mark van Twist Evaluatie Versnellingshuis Nederland Circulair! Eindrapport Rachel Greer, Roel van Raak, Laura Schröer, Jorren Scherpenisse Aandacht voor het alledaagse: 50 jaar milieubeleid in beeld Martijn van der Steen, Mark van Twist, Nancy Chin-A-Fat, Jorren Scherpenisse, Myrthe van Delden, Bruno Koopmans De wijsheid van traag bestuur Provincie en ondermijning Myrthe van Delden, Paul Frissen, Jorgen Schram, Mark van Twist Het terugkerend verlangen naar regie Over de vraag hoe belangen van landbouw, natuur en vitaal platteland stevig te behartigen zijn in vele spelen met vele andere legitieme belangen Katrien Termeer, Geert Teisman, Martijn van der Steen, Laura Schröer Onzichtbaar, maar onmisbaar Lessen over samenwerking in de executiekiten bij de implementatie van de herzieningswet Uitvoering Strafrechtelijke Beslissingen (USB) Marije Huiting, Bruno Koopmans, Martin Schulz, Mark van Twist Omgaan met onvoorspelbaarheid Een bestuurskundige reflectie op gemeentelijke post-COVID-19 herstelplannen Martin Schulz, Petra Ophoff, Annemarie van der Wilt, Nancy Chin-A-Fat, Mark van Twist Actuele kwestie, klassieke afweging Een verkenning naar de governance van het Nederlands digitaliseringsbeleid Jorgen Schram, Henk den Uijl, Mark van
Twist
Evalueerkunst
Inhoudsopgave
43
Legitimiteit gezocht Dilemma’s van democratische afstand en nabijheid in het RES-proces Martijn van der Steen, Geerten Boogaard, Pim Jansen, Joost Westerweel, Bruno Koopmans Omgaan met verlies in transities Voorbij een focus op koplopers Andrea Frankowski, Martin Schulz, Martijn van der Steen, Laura Schröer Meer waarde(n) van screenen Beoordelen van betrouwbaarheid als vak Jorgen Schram, Monique Brok, Martin Schulz, Paul Frissen Samenhang vraagt sturing Ontwerpdilemma’s voor sturing in tijden van de energietransitie Martijn van der Steen, Maarten Otto, Petra Ophoff, Reinier Simon Thomas, Jitske van Popering-Verkerk, Koen van Ramshorst, Bruno Koopmans
2020 Buiten-gewoon werk Perspectief op de Expertise-unit Sociale Stabiliteit Ilsa de Jong, Henk den Uijl, Martijn van der Steen Kwaliteitsafspraken in het MBO Andrea Frankowski, Martijn van der Steen Rijker verantwoorden, met regie Verantwoording over politiewerk in een politiek-bestuurlijke context Jorren Scherpenisse, Joost Vos, Mark van Twist Naar een nieuw fundament Opgavegericht sturen, leren en verantwoorden bij de aanpak van ondermijning Jorren Scherpenisse, Jorgen Schram, Ilsa de Jong, Martijn van der Steen Wethouder in en tussen politiek en netwerk Omgaan met het politieke Martin Schulz, Marije Huiting, Paul Frissen
Evalueerkunst
Inhoudsopgave
44
Experimenteren en Opschalen Hoe ministeries zoeken naar oplossingen voor maatschappelijke opgaven Martin Schulz, Petra Ophoff, Marije Huiting, Hans Vermaak, Jorren Scherpenisse, Martijn van der Steen, Mark van Twist Post-NPM perspectieven Achtergrondnotitie bij discussiepaper Kijk op Kaders Marije Huiting, Mark van Twist Kijk op kaders Perspectieven op kaderstelling voorbij NPM Marije Huiting, Mark van Twist Grenzeloos samenwerken Van A naar B, via B. Martijn van der Steen, Jorren Scherpenisse Draagvlak in transities In het kader van het onderzoek naar sturing in transities van DRIFT en de NSOB, is een viertal essays verschenen over sociale dimensies van transities; draagvlak, gedrag, in- en uitsluiting en sociale innovatie Derk Loorbach, Jorren Scherpenisse Sturing in transities Een raamwerk voor strategiebepaling Gijs Diercks, Derk Loorbach, Martijn van der Steen, Jorren Scherpenisse, Marleen Ladder, Sophie Buchel, Igno Notermans, Nena Bode, Roel van Raak Oog voor het overige Evaluatie van de totstandkoming van het incidentenoverzicht in de Rapportage Vreemdelingenketen 2018 Mark van Twist, Myrthe van Delden, Ilsa de Jong Leren Institutionaliseren Reflecties bij het leren door de Rijksoverheid in de deal-aanpak Martin Schulz, Eva Kunseler, Petra Ophoff, Martijn van der Steen Trends in organiseren: een signalement van overheidsorganisaties van de toekomst Martijn van der
Steen, Marije Huiting, Jorren Scherpenisse
Evalueerkunst
Inhoudsopgave
45
Gemaakt Gewoon Leiderschap in het programma Samen Noord-Holland Martin Schulz, Jelle Rinzema, Frank Norbruis, Mark van Twist, Martijn van der Steen Eigenaarschap in het passend onderwijs Reflecties op passend onderwijs als ‘common’ Andrea Frankowski, Martin Schulz, Marije Huiting, Martijn van der Steen Taal voor Transitie Een reflectie op de sturing van het RES-proces Martijn van der Steen, Petra Ophoff, Jitske van Popering-Verkerk, Bruno Koopmans Leren van doen Ervaringen met samenwerken in het IBP Martijn van der Steen, Myrthe van Delden, Petra Ophoff Leren van Covid-19 Hans de Bruijn, Martijn van der Steen Van bureaucraat en grenswerker Over de rol van de secretaris bij de professionalisering van het interne toezicht van hogescholen Henk den Uijl, Martin Schulz Verdeel(de) verantwoordelijkheid Een reflectie op samenwerking bij de aanpak van droogte in de Achterhoek Myrthe van Delden, Martin Schulz, Mark van Twist Gevangen door belangen? Het asbeststelsel Paul Frissen, Mark van Twist, Jorren Scherpenisse, Ilsa de Jong Van optellen naar vermenigvuldigen Reflecties bij het sturingsparadigma voor cultuureducatie Martin Schulz, Eline van Schaik, Mark van Twist De opgave aan tafel De praktijk van werken vanuit maatschappelijke opgaven Martijn van der Steen, Myrthe van Delden, Eline van Schaik Publicaties uit eerdere jaargangen zijn te vinden op www.nsob.nl Evalueerkunst
Inhoudsopgave
46
colofon
© 2021 isbn nummer
978-90-831920-4-8 ontwerp
Ontwerpwerk, Den Haag
Over NSOB De Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) is een hoogwaardig onderwijs- en onderzoeksinstituut in het hart van de hofstad. Binnen dit instituut worden wetenschappelijke kennis over en praktijkervaring met het Nederlandse openbaar bestuur
www.nsob.nl
met elkaar verbonden. De NSOB organiseert opleidingen, publieke debatten en verzorgt wetenschappelijke en professionele publicaties.