[22bb004505] Annotatie Evaluatierapportage RRKC tbv de overlegvergadering Sociaal 29-6-2022
Tekst van het document
Annotatie Raadscommissie Sociaal
Secretariaat: Griffie Van: R.D. Weststrate E-mail: r.weststrate@griffie.rotterdam.nl Telefoon: 06 1041 9523
Aan: Commissie Sociaal
Bezoekadres: Stadhuis Coolsingel 40 Rotterdam Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Kenmerk: 22bb004505 Datum: 23 juni 2022
Onderwerp: Evaluatierapportage RRKC
Vergadering: 29 juni 2022, agendapunt 2.04 1. Doel van de bespreking Bespreken van de Evaluatierapportage RRKC. 2. Voorgeschiedenis Eind 2021 heeft bureau Rijnconsult in opdracht van burgemeester en wethouders een evaluatieonderzoek uitgevoerd naar rol en functie van de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur (RRKC). Daarnaast heeft het college motie Smet (GroenLinks) / Walgenbach (D66) over ‘Een advies voor Rotterdammers’ (21bb16286) bij de evaluatie betrokken. 3. Te bespreken stukken - 22bb003854, Raadsbrief d.d. 31 mei / 1 juni 2022 over Evaluatierapportage RRKC, met de bijlagen: - 22bb003855, Rapport ‘Uit de groef’, Evaluatie van de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur Gemeente Rotterdam d.d. 22 februari 2022 van Rijnconsult - 22bb003856, Eerste reactie d.d. 8 maart 2022 van RRKC op rapport ‘Uit de groef’ - 22bb004454, Afschrift van brief aan college met reactie RRKC /RKS op besluit tot opheffing van de RRKC per 1 januari 2023, inclusief bijlage Reflectienota van Ovidius Advies. Te betrekken: - 21bb16286, motie Smet/Walgenbach over ‘Een advies voor Rotterdammers’ (ter afdoening).
- 22bb004422, Brief van voormalig adjunct-directeur Rotterdam Kunststichting over Opheffing Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur (erfopvolger van de RKS) - 22bb004450, Brief van verantwoordelijke voor evaluatie RRKC in 2014 over steunbetuiging RRKC ten behoeve van de gemeenteraad - 22bb004452, Brief van directeur theater Walhalla met oproep besluit opheffing RRKC in te trekken - 22bb004482, Burgerbrief over Besluit demissionair College B&W tot opheffing RKCC - 22bb004485, Brief van directeur-bestuurder van Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst ( LKCA ) over RRKC
blad: 2/4
- 22bb004488, Burgerbrief over kritische blik op het collegebesluit tot opheffing van de RRKC en het rapport van Rijnconsult - 22bb004489, Brief onderzoekers verbonden aan Erasmus School of History, Culture and Communication over opheffen RRKC - 22bb004498, Burgerbrief over Beschouwing kunstadvisering nav kwestie ronde de RRKC 4. Aandachtspunten Standpunt college Naar de mening van het college heeft de evaluatie van Rijnconsult aangetoond dat de huidige structuur niet langer op deze wijze kan worden voortgezet. Het vijfde scenario van Rijnconsult (Diaspora & Cultuurplan pop-up) biedt in de ogen van het college de beste mogelijkheden om op een gezonde manier tot adviezen te komen en de meeste garanties dat deze ook effectief zijn: de cultuurplanadvisering wordt projectmatig georganiseerd; voor overige adviezen raadpleegt het college de cultuursector en/of worden adviseurs (zoals organisatiebureaus, ad hoc commissies en IABx’en (International Advisory Board)) aangezocht die optimaal passen bij de adviesbehoefte van dat moment. Het college was voornemens om op basis van een meer uitgewerkt voorstel over het cultuurplanproces 2025-2028 na de zomer in gesprek te gaan met de gemeenteraad. (De heer Engberts heeft op 14 juni 2022 schriftelijke vragen gesteld over ‘Duidelijkheid cultuurplanperiode voor Rotterdam’ (22bb004196)).
Aangezien in het vijfde scenario geen rol meer is weggelegd voor de RRKC, heeft het college vooruitlopend op de verdere uitwerking van dit scenario vijf van Rijnconsult besloten de Verordening RRKC per 1 januari 2023 in te trekken en in het verlengde hiervan voornemens is de subsidiëring van de RKS met ingang van 1 januari 2023 te beëindigen. Standpunt RRKC / RKS De standpunten van de RRKC en de RKS zijn verwoord in de reacties in de documenten 22bb003856 en 22bb004454. Motie Smet/Walgenbach over ‘Een advies voor Rotterdammers’ In deze motie van 16 december 2021 wordt het college opdracht gegeven op korte termijn te onderzoeken op welke wijze de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur vanaf de nieuwe raadsperiode ook voor de gemeenteraad als adviesorgaan kan functioneren. Wat zijn de argumenten voor en tegen het laten functioneren van de RRKC als adviesorgaan op het terrein van Kunst en Cultuur voor de gemeenteraad? Perspectief en argumentatie De kanttekeningen in de Reflectienota van Ovidius Advies, onderdeel van de RRKC/RKS- reactie, 22bb004454, en de diverse ontvangen reacties roepen onder meer de volgende vragen op.
blad: 3/4
Vanuit welk perspectief is het functioneren van het RRKC geëvalueerd? Was het uitgangspunt het beëindigen van de taak en de subsidiëring van de RRKC / RKS of het verbeteren van het functioneren van de RRKC? Worden de conclusies in het rapport van Rijnconsult voldoende met argumenten onderbouwd? De klassieke vraag zou kunnen zijn: Wat wordt beter door het onderhavige besluit van het college? 5. Financiële en juridische consequenties Met betrekking tot de financiën bericht het college het volgende. “Met de intrekking van de Verordening vervalt de grondslag voor de subsidie aan de RKS per 1 januari 2023. Het in de cultuurbegroting opgenomen subsidiebedrag voor de RKS ad € 700.000 blijft echter nodig voor het proces rond de advisering over de cultuurplanaanvragen alsmede voor incidentele advies- en onderzoeksopdrachten.” Over de juridische aspecten schrijft het college het volgende. “Het college is gerechtigd om de bij collegebesluit van 7 juni 2005 ingestelde RRKC op te heffen, de desbetreffende Verordening RRKC in te trekken en de structurele subsidierelatie met de RKS op grond van artikel 4:51 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) te beëindigen. Uit de wet en jurisprudentie volgt dat in dit kader een zorgvuldige procedure doorlopen dient te worden.
Op grond van artikel 4:8, eerste lid, van de Awb dient het college de RKS als direct belanghebbende in de gelegenheid te stellen haar zienswijze naar voren te brengen over het voornemen om de subsidierelatie te beëindigen. Het college zal vervolgens met inachtneming van de uitgebrachte zienswijze een definitief besluit nemen. De beëindiging van de subsidierelatie dient plaats te vinden met inachtneming van een redelijke termijn met het oog op het voldoen aan verplichtingen, zoals met betrekking tot personeel en huisvesting.” In de reactie RRKC / RKS, 22bb004454, wordt gesteld dat het besluit van het college in strijd is met meerdere algemene beginselen van behoorlijk bestuur uit de Algemene wet bestuursrecht. In de Reflectienota van Ovidius Advies, behorend bij 22bb004454, wordt gesteld dat het rapport van Rijnconsult niet volgens de gedragscode van de Raad van Organisatie Adviesbureaus tot stand is gekomen. Ook worden vraagtekens gezet bij het voldoen aan de onderzoekplicht en het toepassen van hoor en wederhoor. 6. Overige relevante informatie In het rapport van Rijnconsult worden meerdere rapporten en adviezen genoemd.
De volgende documenten zijn toegevoegd aan de vergaderstukken: - NSOB (2021) Evalueerkunst - Format Effectmeting adviezen RRKC 24-2-21 - Effectmeting Advies De stad is meervoud - Effectmeting advies over een nieuwe stadsmuseale functie - Effectmeting advies RRKC Rotterdamse Culturele Basis - Effectmeting Advies Cultuur in transitie - Effectmeting Advies Boijmans Binnenstebuiten - Evaluatierapport RRKC definitief Ook is de huidige Verordening RRKC toegevoegd.
blad: 4/4
En via de volgende linken zijn te raadplegen: - Evaluatierapport uit 2014 Vernieuwen in plaats van verwaarlozen. Externe evaluatie van de adviesfunctie in het cultuurbeleid van Rotterdam (19 december 2014) - Advies De stad is meervoud Oproep tot actie voor een inclusieve cultuursector: - Cultuurprofiel Rotterdam-Dordrecht 7. Verdere procedure De commissie wordt na bespreking gevraagd of commissiebehandeling volstaat of dat raadsbehandeling wordt gewenst.