[22bb004273] Bijlage 4 behorende bij 22bb4268 over Voorbij de eigen bril: Een verkennend onderzoek naar inclusie binnen de Rotterdamse opvoedondersteuning
Tekst van het document
Voorbij de eigen bril Een verkennend onderzoek naar inclusie binnen de Rotterdamse opvoedondersteuning April 2022 Bauke Fiere, Nienke de Wit en Jana de Prieëlle
Dit onderzoek is gefinancierd door de Gemeente Rotterdam.
IDEM is het ĞdžƉĞƌƚŝƐĞĐĞŶƚƌƵŵǀŽŽƌĞĞŶ/ŶĐůƵƐŝĞǀĞ^ƚĂĚŝŶZŽƚƚĞƌĚĂŵ͘/DƌŝĐŚƚnjŝĐŚŽƉĚĞƚŚĞŵĂ͛ƐŝŶĐůƵƐŝĞ͕ĚŝƐĐƌŝŵŝŶĂƚŝĞ͕>,d/Y +-emancipatie en vrouw/manemancipatie. IDEM Rotterdam - Expertisecentrum voor een Inclusieve Stad Grote Kerkplein 5 3011 GC Rotterdam E info@idem.nl W www.idemrotterdam.nl
2
Inhoud Samenvatting ................................................................................................ 4 1.
Inleiding ................................................................................................ 5
2.
Achtergrond.......................................................................................... 6
3.
Opzet en uitvoering .............................................................................. 8
4
Bereik van opvoedondersteuning ....................................................... 10
5
Inclusie in het aanbod van opvoedondersteuning.............................. 13
6 Wat is er nodig om opvoedondersteuning in Rotterdam meer inclusief te maken? ................................................................................................... 16 7
Conclusie en aanbevelingen ............................................................... 21
Literatuurlijst .............................................................................................. 23
3
Samenvatting In dit onderzoek is gekeken naar wat nodig is om opvoedondersteuning in Rotterdam inclusiever te maken. Hiervoor zijn opvoedondersteuners in Rotterdam bevraagd door middel van een digitale vragenlijst en (duo-)interviews. Ook zijn twee focusgroepen gehouden met biculturele ouders die gebruikmaken van opvoedondersteuning. De opvoedondersteuners die hebben deelgenomen aan dit onderzoek geven aan dat een aanzienlijk deel van de ouders die gebruikmaakt van opvoedondersteuning in Rotterdam een biculturele achtergrond heeft. Vaders worden minder goed bereikt, ongeacht hun achtergrond. De professionals benoemen een aantal drempels waardoor sommige biculturele ouders minder goed worden bereikt. Het gaat om de taalbarrière waardoor ouders die de Nederlandse taal niet of beperkt beheersen over het algemeen minder gebruikmaken van opvoedondersteuning. Voor ouders die nog niet zo lang in Nederland zijn, is daarnaast onbekendheid met het aanbod een drempel. Tot slot benoemen enkele professionals het leven in de illegaliteit als een drempel voor ouders zonder geldige verblijfsstatus om deel te nemen aan opvoedondersteuning. Professionals proberen op verschillende manieren drempels te verlagen om een zo groot mogelijke groep ouders in de stad te bereiken. Zo houden sommige aanbieders rekening met het taalgebruik in hun communicatie.
Daarnaast maken veel aanbieders gebruik van hun netwerk om ouders te bereiken die zich niet snel zelf aanmelden. Daarbij werkt het goed om de ouders op te zoeken op plekken waar zij al komen, zoals de school van hun kinderen. Ook helpt het om te werken met vaste contactpersonen op locaties, zodat de professionals al een bekend gezicht zijn voor de ouders.
best lastig om de eigen bril af te zetten. Of door in groepsbijeenkomsten ouders veel aan het woord te laten, waardoor hun voorbeelden en perspectieven centraal komen te staan, in plaats van die van de professional. Ook is er bij sommige interventies lesmateriaal beschikbaar in een aantal andere talen dan het Nederlands. Op het gebied van taal zijn volgens de professionals nog stappen mogelijk om de opvoedondersteuning inclusiever te maken. Dit kan door bij meer interventies het materiaal in meerdere talen aan te bieden, het materiaal meer visueel aan te bieden en minder in geschreven tekst en ook cursussen en bijeenkomsten in andere talen mogelijk te maken. In het beeldmateriaal wordt volgens sommige professionals gelet op de representativiteit van ouders met verschillende culturele achtergronden. Er mag echter nog meer aandacht zijn voor andere vormen van gezinssamenstelling, bijvoorbeeld eenoudergezinnen en LHBTIQ+-ouders. De diversiteit van opvoedondersteuners in Rotterdam laat volgens de professionals nog te wensen over. Zij zijn veelal vrouw en hebben veel minder vaak een biculturele achtergrond dan de ouders die zij helpen. Een meer divers personeelsbestand helpt volgens de professionals in het vergroten van het bereik van ouders en ook in het meer cultuursensitief en inclusief werken.
Op dit thema wordt ook het vergroten van de kennis en vaardigheden van de professionals belangrijk geacht om de opvoedondersteuning inclusiever te maken.
Binnen de opvoedondersteuning wordt op verschillende manieren rekening gehouden met de (culturele) diversiteit van de ouders. Bijvoorbeeld door in te zetten op maatwerk en een open houding aan te nemen, al is het soms 4
1. Inleiding Vrijwel alle ouders hebben wel eens vragen of zorgen over de opvoeding of het gedrag van hun kind. Hoewel ouders in Nederland over het algemeen positief zijn over de opvoeding en zich ook competent voelen als opvoeder (Bucx en de Roos, 2011), zijn er (af en toe) momenten waarop zij ondersteuning nodig hebben. Veel ouders vragen op deze momenten wel eens om steun en adviezen van familie en vrienden. Daarnaast zijn er ouders die specifiek hulp zoeken of advies vragen bij een formele instantie zoals bij de school van hun kinderen of het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG). De steun aan ouders bij opvoeding en ouderschap om een optimale ontwikkeling van hun kinderen te bevorderen, heet opvoedondersteuning (Ince en Udo, 2018). Formele opvoedondersteuning richt zich op dagelijkse opvoedvragen- en vaardigheden van ouders en ook op het tijdig herkennen van opvoedingsproblemen (Oudhof et al, 2013). In Nederland is er voor ouders een breed aanbod aan opvoedondersteuning, waaronder opvoedcursussen, gezinsondersteuning en pedagogische spreekuren.
opvoedondersteuning heeft de gemeente Rotterdam IDEM gevraagd om onderzoek te doen. In dit onderzoek staat de vraag centraal wat er nodig is om opvoedondersteuning in Rotterdam inclusiever te maken. De focus ligt daarbij met name op het bereik van biculturele ouders en de inhoud van het aanbod. De hoofdvragen van het onderzoek zijn als volgt geformuleerd: - Welke drempels komen opvoedondersteuners tegen in het bereiken van biculturele Rotterdamse gezinnen? - Wat doen Rotterdamse opvoedondersteuners al om inclusief te werken? - Wat is er nodig om opvoedondersteuning in Rotterdam meer inclusief te maken?
Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor alle vormen van zorg en ondersteuning aan kinderen en jongeren, waar ook opvoedondersteuning onder valt (Rijksoverheid, 2021). Dat betekent dat de gemeente Rotterdam de verantwoordelijkheid heeft voor een inclusief aanbod van opvoedondersteuning dat voor alle ouders in de stad beschikbaar is. Met een inclusief aanbod bedoelen we een aanbod waaraan iedere ouder kan deelnemen en waarbinnen iedere ouder zich gehoord en gerespecteerd voelt (IDEM, 2020). In een inclusief aanbod worden verschillen tussen mensen (diversiteit) - bijvoorbeeld in etniciteit, religie of gender geaccepteerd en gewaardeerd. Er is nog onvoldoende bekend over wat er bij aanbieders van opvoedondersteuning in Rotterdam gebeurt om inclusief te werken en mensen met verschillende achtergronden te bereiken en van passende hulp te voorzien. Om meer inzicht te krijgen in diversiteit en inclusie binnen de 5
2. Achtergrond In dit hoofdstuk gaan we in op wat er uit eerder onderzoek in Nederland bekend is over opvoedondersteuning. We bespreken de onderwerpen opvoeding en cultuur, de culturele sensitiviteit van het aanbod van opvoedondersteuning en het bereik van biculturele ouders. 2.1 Opvoeding en cultuur Bij de ontwikkeling en het opgroeien van kinderen tot sociaal, mentaal en fysiek gezonde volwassenen speelt opvoeding een essentiële rol (Fierloos et al., 2020). Opvoeding kan niet los worden gezien van de cultuur waarin dit plaatsvindt. Cultuur omvat het geheel aan normen, waarden en overtuigingen dat gedeeld wordt door een groep mensen en doorvloeit in alledaagse praktijken. Cultuur is dynamisch en verandert door de jaren heen. Ook binnen culturen bestaat veel diversiteit, bijvoorbeeld tussen hoog- en laagopgeleide ouders (Ince en Kalthoff, 2020). Het is daarom belangrijk om niet te generaliseren. Iets meer dan de helft van de Rotterdammers heeft naast hun Nederlandse achtergrond ook een band met minimaal één andere cultuur (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2022). In dit onderzoek spreken we dan van een biculturele achtergrond. Opgroeien in meerdere culturen kan gepaard gaan met verschillende normen, waarden, overtuigingen en gebruiken.
Ouders met een biculturele achtergrond moeten een balans zien te vinden tussen de waarden van de culturele achtergronden (Ince en Kalthoff, 2020). Verschillen in opvoedcultuur kunnen leiden tot (meer) onzekerheid over de opvoeding bij ouders in biculturele gezinnen (Distelbrink et al, 2017). Dit kan bijvoorbeeld spelen wanneer in de ene cultuur zelfstandigheid en het maken van eigen keuzes (autonomie) een belangrijke waarde is, terwijl in de andere cultuur aanpassing aan de eisen van de omgeving (conformiteit) hoog in het vaandel staat.
2.2 Culturele sensitiviteit van het aanbod aan opvoedondersteuning Ouders met een biculturele achtergrond hebben veelal dezelfde vragen en twijfels over de opvoeding als ouders zonder biculturele achtergrond. Soms hebben zij ook specifieke vragen, bijvoorbeeld over de omgang met culturele (en religieuze) verschillen. In het reguliere aanbod van opvoedondersteuning lijkt echter weinig aandacht en ruimte te zijn voor specifieke vragen die biculturele ouders hebben (Distelbrink et al, 2017; Van den Broek et al, 2010). Ook sluit opvoedondersteuning niet altijd goed aan op de wensen en verwachtingen van ouders die de Nederlandse taal beperkt beheersen. Zo toonde onderzoek naar opvoedondersteuning bij statushouders aan dat er veel communicatieproblemen zijn tussen de statushouders en de opvoedondersteuners. De statushouders hebben moeite om hun vragen of problemen goed uit te leggen en voelen zich verkeerd begrepen. Ook andere ouders met een migratieachtergrond, vooral van de eerste generatie, ervaren deze taalbarrière (Gruijter et al, 2021). De houding en vaardigheden van professionals zijn belangrijk voor het slagen van opvoedondersteuning aan biculturele ouders. Een open en respectvolle houding is daarbij cruciaal.
Ook interculturele communicatie en alertheid op vooroordelen worden genoemd als belangrijke vaardigheden die professionals nodig hebben om aansluiting te vinden bij biculturele ouders (Bellaart et al, 2016). Uit onderzoek blijkt dat professionals die werkzaam zijn binnen de opvoedondersteuning onvoldoende cultuursensitief zijn in hun houding, kennis en vaardigheden (Van den Broek et al., 2010). Dit zou met name het geval zijn bij opvoedondersteuners zonder biculturele achtergrond. Professionals die zelf een biculturele achtergrond hebben, zijn vaak beter toegerust om biculturele ouders te begrijpen en komen ook makkelijker met hen in contact.
6
2.3 Bereik van biculturele ouders In eerder onderzoek wordt de vraag of opvoedondersteuners biculturele ouders voldoende bereiken niet eenduidig beantwoord. Eén van de uitkomsten van een onderzoek uit 2020 was dat ouders die deelnamen aan opvoedinterventies vaker een migratieachtergrond hadden dan ouders die hier niet aan deelnamen (Fierloos et al, 2020). Een ander onderzoek uit 2010 laat zien dat ouders met een Turkse of Marokkaanse achtergrond juist significant minder hulp zoeken bij de opvoeding dan vergelijkbare ouders zonder migratieachtergrond (Van den Broek et al, 2010). In dit onderzoek komen verschillende mogelijke oorzaken van het niet inschakelen van opvoedondersteuning naar voren. Het kan zijn dat ouders de problemen niet herkennen of geen reden vinden om hulp te zoeken. Daarnaast toont recent onderzoek aan dat statushouders die pas kort in Nederland zijn, minder goed worden bereikt door opvoedondersteuning. Deze gezinnen zijn vaak niet bekend met de organisaties die opvoedondersteuning aanbieden. Daarnaast kan schaamte om te erkennen dat het niet goed gaat binnen sommige van deze gezinnen een extra drempel vormen om hulp te zoeken bij de opvoeding (Gruijter et al, 2021).
Voor groepen ouders die minder bekend zijn met het aanbod of mogelijk wantrouwen hebben naar instanties zoals de opvoedondersteuning, kan een outreachende werkwijze bijdragen aan het bereiken van deze groep (Bellaart et al, 2016). Hiermee wordt bedoeld dat professionals zelf de doelgroep opzoeken op plekken waar mensen al samenkomen, zoals een school, buurthuis of moskee. Vooral wanneer professionals zichtbaar zijn op de vertrouwde locaties waar ouders vaak te vinden zijn, zoals de school van hun kind(eren), draagt dit bij aan de laagdrempeligheid van de opvoedondersteuning (Bellaart et al, 2016).
7
3. Opzet en uitvoering Hoe zijn we te werk gegaan en wat leverde onze aanpak op? In dit hoofdstuk gaan we in op de opzet en uitvoering van ons onderzoek. De drie daaropvolgende hoofdstukken beschrijven de inhoudelijke resultaten. 3.1 Beknopte literatuurstudie Ten eerste is er een beknopte literatuurstudie gedaan om inzichtelijk te krijgen wat er al bekend is over diversiteit en inclusief werken binnen opvoedondersteuning. 3.2 Digitale enquête Ten tweede is er een digitale enquête opgesteld, die door de gemeente Rotterdam is verstuurd naar gesubsidieerde aanbieders van opvoedondersteuning. In de begeleidende mail is gevraagd om de vragenlijst breed onder de medewerkers te verspreiden. Daarnaast is in deze mail gevraagd of twee opvoedondersteuners per organisatie meer informatie wilden delen in een interview. De enquête stond online van eind juni tot half oktober 2021 en is in totaal 94 keer ingevuld door opvoedondersteuners van verschillende organisaties in Rotterdam. Van de ene organisatie hebben meer medewerkers gereageerd dan van de andere. Van de respondenten is 43% werkzaam bij Enver, 16% bij Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) en 13% bij Peuter & Co. Voor de overige organisaties (Stichting de Verbinding, Indigo, Humanitas, Avant Sanare, Centrum voor Dienstverlening (CVD), Samen Ondernemend Leren (SOL), KindeRdam en de Van Veldhuizen Stichting) is dit 2-5%.
De enquête is ingevuld door 88 vrouwen en door 6 mannen. De leeftijd van de respondenten loopt uiteen, de meesten zijn tussen de 36 en 45 jaar. Van de 94 respondenten heeft 36% een biculturele achtergrond. Ruim de helft van de respondenten is meer dan 9 jaar werkzaam als opvoedondersteuner.
3.3 Interviews met opvoedondersteuners Als derde zijn interviews gehouden met opvoedondersteuners bij negen organisaties. Het gaat om CJG, Avant Sanare, Stichting de Verbinding, Humanitas, Van Veldhuizen Stichting, KindeRdam, CVD, Indigo en SOL. Tussen eind juni en begin november 2021 zijn 11 interviews afgenomen met in totaal 18 opvoedondersteuners. De meeste gesprekken waren duointerviews met twee medewerkers van dezelfde organisatie. Een deel van de interviews is online via Teams afgenomen, andere gesprekken vonden plaats op de werklocatie van de professionals. Alle respondenten die zijn geïnterviewd zijn vrouw. De jongste respondent is 25 jaar en de oudste 54. Van de 18 respondenten hebben er 6 een biculturele achtergrond. 3.4 Focusgroepen met ouders Tot slot zijn er 2 focusgroepen georganiseerd met biculturele ouders die gebruikmaken van opvoedondersteuning in Rotterdam. De deelnemers aan de focusgroepen zijn geworven via de aanbieders van opvoedondersteuning. Door de coronamaatregelen was het niet eenvoudig om de focusgroepen te organiseren. Bij twee verschillende aanbieders konden we na afloop van een cursus met de aanwezige ouders in gesprek. Het ging één keer om de cursus Pittige Jaren, die gericht is op ouders van kinderen tussen de 3 en 8 jaar.
De andere focusgroep was na afloop van een van bijeenkomsten in de cursus Opvoeden & Zo, voor ouders van kinderen in de basisschoolleeftijd. Bij de twee focusgroepen waren in totaal 14 ouders aanwezig. De deelnemende ouders in beide groepen waren allemaal vrouwen. De jongste moeder is 26 jaar en de oudste 50 jaar. Van de moeders hebben er 8 een Marokkaanse achtergrond en 2 een Turkse achtergrond. Daarnaast was er 1 moeder met een Kaapverdische achtergrond en 1 moeder met een Litouwse achtergrond. Van twee ouders is de culturele achtergrond niet bekend. Alle ouders spraken goed tot vloeiend Nederlands. De twee 8
onderzoekers die aanwezig waren bij de focusgroepen zijn vrouwen zonder biculturele achtergrond. Mogelijk heeft dit invloed gehad op wat de ouders met ons wilden delen. 3.5 Analyse De digitale enquête is geanalyseerd in Excel. Met behulp van de geluidsopnamen zijn de interviews uitgewerkt. Van de focusgroepen is een verslag gemaakt. Vervolgens zijn de interviewverslagen en de verslagen van de focusgroepen geanalyseerd met behulp van NVivo, een softwareprogramma voor kwalitatieve analyse. 3.6 Representativiteit In dit onderzoek is het mannelijke perspectief ondervertegenwoordigd. De digitale vragenlijst is door enkele mannelijke professionals ingevuld, maar alle geïnterviewden zijn vrouw. Ook de ouders waren allemaal vrouw. In de praktijk gebeurt het regelmatig dat aan cursussen alleen moeders deelnemen. De focusgroepen met in totaal 14 ouders geven een eerste indruk van de behoeften van biculturele ouders. Om een completer beeld te krijgen van de behoeften van biculturele Rotterdamse ouders als het gaat om opvoedondersteuning, zijn gesprekken met meer ouders, met verschillende culturele achtergronden, nodig.
9
4 Bereik van opvoedondersteuning De gemeente Rotterdam wil graag dat alle Rotterdamse gezinnen die daar baat bij hebben goed ondersteund worden bij de opvoeding van hun kinderen. De gemeente vraagt zich af of bepaalde groepen in de samenleving wel bereikt worden. In dit hoofdstuk beschrijven we drempels die opvoedondersteuners tegenkomen in het bereiken van biculturele ouders en wat zij doen om deze drempels te verlagen. 4.1 Bereik van biculturele ouders Uit de digitale vragenlijst blijkt dat een aanzienlijk deel van de ouders die door opvoedondersteuners in Rotterdam geholpen worden een biculturele achtergrond heeft. Bijna driekwart van de professionals schat in dat meer dan 60% van de ouders die gebruikmaken van hun aanbod bicultureel is. Ook geven zij aan dat de ouders die zij bereiken diverse culturele achtergronden hebben. In de interviews met professionals is de vraag gesteld welke groepen minder goed bereikt worden binnen de opvoedondersteuning. Voor de opvoedondersteuners is het lastig om in te schatten of er specifieke culturele groepen zijn die zij niet of minder bereiken. Zij zien alleen de ouders die ze wel bereiken en daarvan is de culturele achtergrond niet altijd bekend. Een enkele professional heeft de indruk dat er specifieke culturele groepen zijn die zij minder vaak zien.
In de interviews komt echter geen breed gedragen beeld naar voren van bepaalde culturele groepen die minder goed bereikt worden. In bijna alle gesprekken met professionals en ouders kwam naar voren dat vooral moeders gebruikmaken van opvoedondersteuning. Vaders (zowel met als zonder biculturele achtergrond) worden minder goed bereikt. Volgens een aantal professionals heeft dit te maken met de (in hun ogen) nog vrij traditioneel ingerichte Nederlandse samenleving wanneer het gaat om opvoeding. Deze opvoedondersteuners benoemen dat vrouwen zich in
het algemeen meer bezighouden met de opvoeding van de kinderen en vaker parttime werken, waardoor zij ook makkelijker kunnen deelnemen aan vormen van opvoedondersteuning die overdag worden aangeboden. Een professional beschrijft dit als volgt: Ik denk dat dat een weerspiegeling is van hoe de maatschappij is. We kunnen wel allemaal heel erg vinden dat vaders zo'n grote rol moeten nemen. Dat vind ik ook. In de praktijk blijkt gewoon dat we in Nederland nog best wel aan ouderwetse rolpatronen vasthouden. En heel eerlijk, als ik dan naar mezelf kijk. Ik ben echt wel een geëmancipeerde vrouw. Ik werk net zoveel als mijn man, maar ik pak die zorgtaken op. Ik moet er ook nog niet aan denken om die los te laten. Een andere professional benoemt dat er qua doorverwijzing nog niet vaak aan vaders wordt gedacht. De hulpverlening en school richten zich nog vaak op vrouwen wanneer het gaat om de opvoeding. Een aantal moeders die we spraken in een focusgroep benoemden dat (sommige) mannen mogelijk meer schaamte ervaren om hulp of ondersteuning te krijgen. 4.2 Drempels in het bereiken van biculturele ouders In de gesprekken met opvoedondersteuners komen een aantal drempels naar voren die het lastig maken om bepaalde biculturele ouders te bereiken. Zo maakt de taalbarrière het ingewikkeld om ouders te bereiken die de Nederlandse taal niet of beperkt beheersen.
Deze ouders maken volgens de professionals en de ouders die wij spraken dan ook minder gebruik van opvoedondersteuning. Ouders die nog niet zo lang in Nederland zijn, weten daarnaast hulp of ondersteuning niet (altijd) goed te vinden. Zij hebben nog weinig kennis over de Nederlandse samenleving en zijn onvoldoende bekend met de infrastructuur van hulpverlening. Hierdoor kloppen zij niet snel zelf bij de organisaties aan. Toch zijn er ook interventies waar deze ouders wel goed
10
vertegenwoordigd zijn. Een opvoedondersteuner geeft het volgende voorbeeld: ƌĞƵŵĞƐƚŝũĚďŝũǀŽŽƌďĞĞůĚŝƐĞĞŶǀĂŶŽŶnjĞƉƌŽŐƌĂŵŵĂ͛ƐĚŝĞŽŽŬǀĞĞůĚŽŽƌ het CJG wordt doorverwezen op het moment dat ouders nieuw in Nederland zijn. Dus daar is het [aandeel ouders met een biculturele achtergrond] eigenlijk bijna 100%, denk ik. Een enkele professional benoemde het leven in de illegaliteit als drempel om ouders te bereiken. Ouders zonder geldige verblijfsvergunning nemen volgens deze opvoedondersteuners niet of nauwelijks deel aan een vorm van opvoedondersteuning. De professionals die dit benoemen geven aan dat er andere instanties zijn die zich met deze groep bezighouden en waar eventueel de samenwerking mee gezocht kan worden. Volgens de professionals is het echter wel de vraag of zij deze ouders iets te bieden hebben. Veelal zullen andere problemen, zoals verblijfsstatus, woonruimte en financiën bij deze ouders voorrang krijgen. 4.3 Verlagen van drempels Aanbieders van opvoedondersteuning bewandelen verschillende wegen om zoveel mogelijk ouders met hun diensten te bereiken. Ze proberen daarin drempels die ouders kunnen ervaren, zoals hierboven beschreven, te verlagen. Communicatie Ouders kunnen zich zelf aanmelden of inschrijven voor een aanzienlijk deel van het aanbod van opvoedondersteuning.
Aanbieders investeren op verschillende manieren in het wervingsmateriaal, zoals flyers en berichten op sociale media en in nieuwsbrieven, om hiermee een zo groot mogelijk bereik te hebben. Een professional benoemde dat zij bewust hele korte zinnen en makkelijke woorden gebruiken in de flyers, zodat ouders die minder talig zijn het ook goed kunnen lezen. Een andere opvoedondersteuner vertelt dat voor een bepaalde interventie die specifiek
is gericht op beide ouders, de wervingstekst is aangepast om een meer diverse doelgroep binnen te halen. Op basis van onderzoek naar wat verschillende doelgroepen aanspreekt, zijn de nodige aanpassingen gedaan in de tekst. Uit onderzoek bleek bijvoorbeeld dat bepaalde woorden (die ͚njǁĞǀĞƌŝŐ͛ kunnen overkomen) vaders een beetje afschrikken. Na de aanpassingen in de wervingstekst ziet de opvoedondersteuner inderdaad wat meer diversiteit in de ouders die deelnemen aan deze interventie. Netwerk Twee professionals die bij dezelfde organisatie werken hebben de indruk dat vooral hoogopgeleide ouders zich aanmelden voor een vorm van opvoedondersteuning. Ouders die laagopgeleid zijn en/of een lage sociaaleconomische status hebben, worden volgens hen vaker via via bereikt. Een van de professionals vertelt: Ouders met een lage economische status gaan niet zo snel eventjes op een website kijken; welke cursus is er en waar kan ik me gaan inschrijven? Die moeten het juist meer hebben van het netwerk. Van wie ken ik? En dat die persoon je dan doorverwijst. [..] Je gaat ook dan checken van; wie ben jij? Wat is mijn relatie met jou? Kan ik jou vertrouwen? En dan ga je pas op een gegeven moment stappen ondernemen. Ook ouders die pas enkele maanden tot jaren in Nederland wonen en hier voor langere tijd willen blijven, melden zich volgens enkele opvoedondersteuners niet vaak zelf aan.
Een opvoedondersteuner benoemt dat zij deze ouders veelal via netwerkpartners bereiken: Dus ik zeg niet dat we nieuwkomers niet bereiken. Maar vaak zit daar dan wel al een soort wijkteam aan die dat doorsijpelt, in plaats van dat we rechtstreeks contact hebben met de nieuwkomers. Vrijwel alle aanbieders maken gebruik van netwerken om ouders te bereiken die zich niet (snel) zelf aanmelden. De meeste organisaties zetten 11
veel in op samenwerking met andere partijen zoals scholen, consultatiebureaus en wijkteams om ouders te bereiken. Ook investeren ze in het onderhouden van deze netwerkcontacten. Via de samenwerkingsverbanden kunnen organisaties geregeld aansluiten bij bestaande groepen, bijvoorbeeld in buurthuizen of scholen. Hiermee vergroten ze het bereik van hun aanbod. Een professional licht dit toe: Bij sommige groepen hebben we echt wel sleutelfiguren nodig. Dus er is bijvoorbeeld een vrouwengroep in een buurthuis of iets dergelijks. Dan hebben we regelmatig contact met de groepsleider of degene die daar activiteiten voor verzorgt. En dan verzorgen wij eens in de zoveel tijd bijvoorbeeld een Opvoeden & zo voor die groep. Bekend gezicht Voor sommige ouders werkt het drempelverlagend om deel te nemen aan opvoedondersteuning, wanneer ze de professional al kennen. Daarom werken verschillende organisaties met vaste professionals op bepaalde locaties waar zij hun diensten aanbieden zoals scholen en buurthuizen. Zij zijn daar regelmatig aanwezig en contactpersoon voor de netwerkpartner. Zo zijn ze voor ouders al een bekend gezicht. Een opvoedondersteuner beschrijft de ervaring die zij had met een specifieke groep ouders: Bij die Somalische groep die ik begeleidde bijvoorbeeld, daar was het belangrijk om een band op te bouwen.
Dat ik al wel eens was binnengelopen en een praatje met hen had gemaakt. En dat ze nog eens naar mijn kinderen konden vragen. Weet je, dat heb ik heel vaak gedaan voordat ze dachten: ͚Kké, nu wil ik nou met jou in gesprek hierover.͛
12
5 Inclusie in het aanbod van opvoedondersteuning
we hebben alweer een hele groep ouders die dat graag zouden willen.͛ Ja, dan voldoe je ook wel gewoon aan de vraag die er is.
Het aanbod van opvoedondersteuning in Rotterdam is er voor ouders van kinderen in verschillende leeftijdsgroepen. Sommige interventies worden in groepsverband aangeboden, andere vormen van opvoedondersteuning zijn één-op-één, al dan niet bij de ouders thuis. In dit hoofdstuk gaan we in op het aanbod van opvoedondersteuning in Rotterdam en wat professionals al doen om in hun werk zo inclusief mogelijk te zijn.
Een andere professional vertelt dat zij bij groepen Turkse ouders die het Nederlands niet goed machtig zijn, opvoedondersteuning in het Turks aanbieden. Er is dan een Turkse professional aanwezig die in het Turks met de ouders in gesprek gaat ŽǀĞƌŽƉǀŽĞĚƚŚĞŵĂ͛Ɛ͘ Deze opvoedondersteuner legt uit waarom dit volgens haar belangrijk is:
5.1 Representativiteit in (beeld)materiaal Verschillende professionals benoemen dat er aandacht is voor de representativiteit van ouders met verschillende culturele achtergronden in het beeldmateriaal dat gebruikt wordt in de cursussen en in promotiemateriaal. Een opvoedondersteuner vertelt: Er zijn op dit moment geloof ik geen cursussen meer waar je bijvoorbeeld vooral de Nederlandse gezinnen ziet als voorbeeldjes. Een andere professional benoemt dat zij zelf ook rekening houdt met andere vormen van diversiteit. Zo vraagt ze naar een eventuele partner wanneer een ouder zich aanmeldt en wordt in de formulieren gebruikgemaakt van ͚ŽƵĚĞƌϭ͛ĞŶ͚ŽƵĚĞƌϮ͛en niet van ͚ǀĂĚĞƌ͛ĞŶ͚ŵŽĞĚĞƌ͛͘ 5.2 Aanbod in verschillende talen De opvoedondersteuners geven aan dat een eis vanuit de gemeente is dat opvoedondersteuning in het Nederlands wordt aangeboden. Toch biedt een enkele aanbieder (wel eens) een cursus of bijeenkomst in een andere taal aan om te voorzien in de vraag die hiernaar is vanuit ouders. Een professional vertelt dat zij af en toe een cursus in het Engels aanbieden: Er zijn juist wel netwerkpartners die ernaar vragen: ͚Joh je hebt voorheen een cursus in het Engels gegeven. Kun je dat niet nog een keer doen, want
Net zoals bij taal. Alles moet van de gemeente in het Nederlands. Terwijl sommige mensen net in Nederland zijn. Ik ben een opvoedondersteuner, geen taalaanbieder. Bij opvoeding komen emoties kijken, dat ga je niet in een taal doen die je niet spreekt. Bij sommige interventies (bijvoorbeeld Opvoeden & zo) is er lesmateriaal beschikbaar in een aantal andere talen naast het Nederlands. Verder proberen de professionals waar mogelijk te letten op het taalniveau en veel gebruik te maken van beeldmateriaal, zodat het ook voor minder talige ouders goed te begrijpen is. 5.3 Hulpvragen biculturele ouders De biculturele moeders in de groepsgesprekken noemden veel algemene onderwerpen die zij in de opvoedondersteuning willen behandelen, zoals consequent zijn en hoe je kunt omgaan met kinderen die niet luisteren. Andere ƚŚĞŵĂ͛Ɛ ĚŝĞ ŶĂĂƌ ǀŽƌĞŶ ŬǁĂŵĞŶ͕ ǁĂƌĞŶ ŽŶĚĞƌ ĂŶĚĞƌĞ ŚŽĞ ũĞ ĂůƐ opvoeders op één lijn kunt zitten, de puberteit en wat je als ouder kunt doen om het zelfvertrouwen van je kind te vergroten. Enkele moeders hadden behoefte aan handvatten om religieuze normen en waarden op de juiste manier over te brengen, zonder dwang. Ze willen hun kind niet het geloof opleggen, maar bereiken dat zij zelf de religie willen uitoefenen. De professionals die wij spraken, geven aan over het algemeen geen of weinig verschillen te zien in de hulpvragen van ouders met verschillende 13
ĐƵůƚƵƌĞůĞĂĐŚƚĞƌŐƌŽŶĚĞŶ͘,ĞƚnjŝũŶǀĂĂŬĚĞnjĞůĨĚĞƚŚĞŵĂ͛ƐĚŝĞďŝũĂůůĞŽƵĚĞƌƐ terugkomen, zoals het stellen van grenzen en hoe om te gaan met pubers. Soms komen zij wel met specifieke vragen. Een voorbeeld dat een professional ter sprake brengt zijn ouders die zelf als kind weleens een tik kregen en dit voor hun eigen kinderen niet willen, maar niet goed weten hoe ze dit anders moeten doen. Ik zie dat sommige ouders, vaak tweede generatie dan, die zijn wel met de harde hand opgevoed. Nou één, het [slaan] mag niet in Nederland en twee, ze willen het nu ook echt niet meer, omdat ze dat vroeger heel vervelend vonden. Maar ze weten soms niet zo goed hoe ze het anders moeten doen. Deze professional koppelt het geven van een tik aan een biculturele achtergrond. Er zullen echter ook ouders zonder biculturele achtergrond zijn die met harde hand zijn opgevoed en zoeken naar een andere manier waarop zij hun kinderen willen opvoeden. Een andere professional beschrijft twijfels die sommige ouders hebben tussen opvoedwaarden die zij vanuit de cultuur van het herkomstland kennen en wat ze bij andere ouders in Nederland zien. In dit voorbeeld gaat het om sommige Turks(-Nederlands)e ouders.
Een deel van de mensen met een Turkse achtergrond is juist wat autoritatief [opvoedingsstijl waarbij er veel controle, maar ook veel betrokkenheid van ouders is] in de opvoeding en heeft daar ook wel vragen over, zoals: ͚ŽĞŝŬ ĚĂƚǁĞůŐŽĞĚ͍͛ĞŶ͚DŽĞƚŝŬdaar toch wat meer over onderhandelen? Want ik zie dat hier veel gebeuren bij andere ouders, maar vanuit mijn cultuur ben ŝŬŚĞƚnjŽŐĞǁĞŶĚ͘ŶŚŽĞnjŽƵũŝũĚĂƚĚĂŶĚŽĞŶ͍͛ Op basis van de interviews voor dit onderzoek lijkt het erop dat de opvoedondersteuning over het algemeen aansluit bij de behoeften van biculturele ouders. Er komen weinig specifieke behoeften van biculturele ouders in de interviews naar voren. Mochten die specifieke vragen er wel
zijn, dan is het de vraag of daar altijd voldoende ruimte voor is binnen het huidige aanbod. 5.4 Zonder oordeel De ouders in de groepsgesprekken hebben ook aangegeven dat zij het heel belangrijk vinden dat opvoedondersteuners niet oordelen. Er is volgens hen geen goede of foute manier van opvoeden, daarom moet de professional ŶŝĞƚ ͚ŵĞƚ ŚĞƚ ǀŝŶŐĞƌƚũĞ ŐĂĂŶ ǁŝũnjĞŶ͛͘ Alle professionals die wij spraken, proberen in hun werk een open houding aan te nemen en niet te oordelen over de opvoedstijl van de ouders die zij ondersteunen, ook als dit niet aansluit op hun eigen normen en waarden of persoonlijke opvattingen. Een opvoedondersteuner licht dit toe met een voorbeeld: In sommige culturen is het nog heel normaal om een tik uit te delen. En dan hebben wij natuurlijk de regel dat je kinderen niet slaat. En vanuit mijn eigen achtergrond en mijn eigen opvoeding neem ik dat natuurlijk ook mee. Maar ik begrijp ook dat dat vanuit hele andere culturele achtergronden heel anders is. En dat dat ook werkt en dat de kinderen ook groot worden. Je moet je er heel bewust van zijn dat je daar geen oordeel over hebt. Een andere professional vertelt dat zij in de groepsbijeenkomsten die ze begeleidt, probeert te voorkomen dat haar eigen Nederlandse achtergrond een prominente plek heeft. Dit doet ze door de ouders veel aan het woord te laten en hen naar voorbeelden te vragen.
Op die manier kunnen ouders van elkaar leren en voorkomt ze dat ze alleen voorbeelden vanuit haar eigen ervaring benoemt. Ze legt hieronder uit hoe ze te werk gaat. Wat ik probeer te doen is dat ik iedereen het gevoel probeer te geven van; jouw manier is prima en ik denk alleen mee met de dingen die je nu niet ŐŽĞĚǀŝŶĚƚůŽƉĞŶ͘ŶĚĂƚŚŽĞĨƚŽŽŬŶŝĞƚĂůƚŝũĚŽƉĚĞ͚EĞĚĞƌůĂŶĚƐĞ͛ŵĂŶŝĞƌƚĞ zijn. Dat zeg ik niet expliciet, maar dat ik probeer wel duidelijk te maken. Bijvoorbeeld als ik iets uitleg, dan vraag ik ouders daar een voorbeeld van. Wat is een regel die bij jullie thuis heel goed nageleefd wordt? [..] Dus je 14
hebt een regel die al heel goed wordt nageleefd en met de voorbeelden uit de groep zit je niet zo met je eigen Nederlandse voorbeelden.
Een andere opvoedondersteuner is van mening dat je je bewust moet zijn van je eigen referentiekader om maatwerk te kunnen leveren. Zij geeft aan dat het best lastig is om je hierdoor niet te veel te laten leiden.
Ze licht dit met een voorbeeld toe: Wat we proberen te laten zien, is dat we een theorie hebben die je zelf kunt toepassen op je eigen gezin. Bijvoorbeeld aan tafel eten, dat kan een voorbeeld zijn van een structuur in je huis. Maar als jij niks hebt met aan tafel eten, dan kun je nadenken over een andere manier waarop je je kinderen structuur kunt geven. En op die manier proberen we mensen het gevoel te geven van: ͚Ik mag hier al mijn eigen draai aan geven.͛ŶĚĞĞŶĞ zal daar ook binnen een bepaalde cultuur natuurlijk hele andere ideeën over hebben. 5.5 Maatwerk De professionals zijn het erover eens dat er geen pasklaar advies is als het gaat om wat het beste werkt in de opvoeding. Ze vinden het daarom belangrijk om maatwerk te leveren en goed te kijken naar de opvoedrealiteit, waar cultuur een onderdeel van uitmaakt. Een van de professionals legt uit waarom dit volgens haar belangrijk is:
In de opvoedondersteuning hebben we al heel snel de neiging om te kijken vanuit de bril die wij hebben. De bril die je hebt vanuit je eigen opvoeding, vanuit de opleiding die je hebt gevolgd, vanuit de mensen met wie jij omgaat. Het is ook logisch om vanuit die bril te kijken. En dan kan het soms best wel eens lastig zijn om die bril af te zetten en te kijken; hoe is het voor deze ouder met deze achtergrond? Wat is dan belangrijk voor die ouder? En hoe kan ik dan aansluiten bij die verschillende culturen? Deze professional geeft aan dat er binnen de organisatie waar zij werkt steeds meer aandacht is voor het aansluiten bij ouders met een biculturele ĂĐŚƚĞƌŐƌŽŶĚ͕ŵĂĂƌĚĂƚĚĂĂƌŽŽŬ͚njĞŬĞƌŶŽŐƐƚĂƉƉĞŶŝŶƚĞnjĞƚƚĞŶnjŝũŶ͛͘
We zijn richting ouders ook een adviserende organisatie. We hebben richtlijnen over allerlei adviezen rondom voeding, rondom slapen. En ik denk dat als je een pasklaar advies baseert op de gedachte ͚ja maar dit is het beste voor kinderen͛, dat je dan zeer regelmatig de plank misslaat. Want dat is een algemeen advies en met de bril op van wat het beste voor kinderen is. En naar wiens maatstaven is dat dan? Maar als dat advies niet aansluit bij de opvoedrealiteit en ook de bril die de ouder opheeft, dan heeft dat advies niet alleen geen waarde. Ik denk zelfs dat je daar ouders een beetje mee kan afstoten, met van die standaard adviesjes die opgelepeld worden.
15
6 Wat is er nodig om opvoedondersteuning in Rotterdam meer inclusief te maken? Binnen de opvoedondersteuning in Rotterdam wordt op verschillende manieren rekening gehouden met diversiteit van ouders. Volgens veel professionals is de opvoedondersteuning echter nog niet inclusief genoeg. Om de opvoedondersteuning in Rotterdam inclusiever te maken, kan worden ingezet op het doorgaan met, of het verder uitbreiden van de punten die in hoofdstuk 3 en 4 zijn besproken. Zo benoemen meerdere professionals dat door nog meer gebruik te maken van (informele) netwerken het bereik van Rotterdamse (biculturele) ouders vergroot kan worden. Ook zouden organisaties nog beter met elkaar samen kunnen werken om zo meer ouders te bereiken, bijvoorbeeld wanneer zij ouders doorverwijzen. In dit hoofdstuk beschrijven we wat er volgens professionals nog meer nodig is om de opvoedondersteuning in Rotterdam inclusiever te maken. 6.1 Aanpassing methodieken Voor de gemeente Rotterdam is het een belangrijke voorwaarde dat de interventies die worden ingezet, bewezen effectief zijn. Veel professionals vinden deze methodieken nog niet (altijd) inclusief genoeg. Verschillende opvoedondersteuners zouden graag zien dat het aanbod (en lesmateriaal) in meer talen kan worden aangeboden.
Daarnaast geven veel professionals ĂĂŶŚĞƚŐĞďƌƵŝŬƚĞŵĂƚĞƌŝĂĂůŝŶďĞƉĂĂůĚĞŝŶƚĞƌǀĞŶƚŝĞƐƚĞ͚ƚĂůŝŐ͛ƚĞǀŝŶĚĞŶ͘/Ŷ deze interventies komt veel geschreven taal voor. Voor ouders die laaggeletterd zijn en/of de Nederlandse taal beperkt beheersen is het lastig om (actief) deel te nemen aan deze vormen van opvoedondersteuning. Een professional geeft het volgende voorbeeld: Een voorbeeld van een methodiek die nog niet inclusief genoeg is? Pittige Jaren bijvoorbeeld. Dat is een hele talige Nederlandse cursus met Engelse
filmpjes waarin mensen Nederlandse vertaling moeten lezen. Dus dan moet je Nederlands wel echt heel goed zijn. De moeders die we spraken na afloop van deze cursus onderschrijven dit. Zij vertelden dat zij de voorkeur geven aan Nederlandstalige filmpjes. Dan kunnen zij beter naar de beelden kijken, omdat ze geen ondertiteling hoeven te volgen. Ook vinden zij het belangrijk dat het lesmateriaal niet teveel tekst bevat. Een collega van de zojuist geciteerde professional vult aan met een voorbeeld van een andere interventie: Als je kijkt bijvoorbeeld naar een interventie als Samen Leren. Dat moet het grootste bereik krijgen van de mensen die de taal niet goed beheersen. Maar het is een heel talig programma, dus dat strookt niet helemaal met elkaar. Pittige Jaren en Samen Leren zijn beide voorbeelden van zogenoemde evidence based-methodieken. Een aantal professionals is van mening dat de gemeente minder focus zou moeten hebben op de effectiviteit van interventies. Hele geprotocolleerde interventies gaan volgens hen ten koste van de aansluiting bij ouders.
Een van deze professionals geeft hieronder haar mening: Natuurlijk vind ik dat je vanuit die bewezen interventies heel kritisch moet zijn naar; wat doe ik, wat zet ik in bij ouders en wat is nou bewezen effectief? Maar dat mag niet leiden tot hele geprotocolleerde interventies, omdat dat dan naar mijn idee echt ten koste gaat van het aansluiten bij ouders. [..] En juist wat wij doen, dat maatwerk, is heel moeilijk meetbaar te maken. Maar dat is wel wat er steeds gevraagd wordt vanuit de gemeente. Omdat ze zo op die effectiviteit zitten. Volgens mij moet je veel meer zitten op, wat is nou je bereik en wat is nou je klanttevredenheid? En volgens mij is dat zinvoller dan je blindstaren op alleen maar effectieve interventies. 16
Een professional merkte tijdens een interview op dat zij het gebruikte materiaal in de interventies ook op andere manieren niet inclusief genoeg vindt. Er wordt in de methodieken volgens haar standaard uitgegaan van gezinssituaties met een vader en een moeder, terwijl er ook veel alleenstaande ouders deelnemen. Wanneer in een bepaalde situatie als mogelijke handeling wordt benoemd dat de partner iets overneemt, kan een alleenstaande ouder daar niet zo veel mee. Ook met homoseksuele ouders wordt volgens deze opvoedondersteuner nog te weinig rekening gehouden. Ze vertelt hoe hier volgens haar op eenvoudige manier verbetering mogelijk is: Allerlei verschillende vormen van samengesteld ouderschap noem ik het altijd, dat zie je eigenlijk niet in die ƉƌŽŐƌĂŵŵĂ͛Ɛ, terwijl dat natuurlijk best wel vaak voorkomt. Dus al maak je gewoon een afbeelding met twee moeders, dan zou dat voor de beeldvorming al wat doen. 6.2 Meer diversiteit op de werkvloer Uit de gesprekken met de professionals blijkt dat binnen de meeste organisaties het team van opvoedondersteuners niet erg divers is. Zo werken er vrijwel alleen maar vrouwen als opvoedondersteuner en heeft het grootste deel van de professionals alleen een Nederlandse achtergrond. Veel professionals zouden graag in een (cultureel) meer divers team werken.
Groter bereik Een meer divers personeelsbestand kan volgens hen helpen om een grotere doelgroep te bereiken. Een professional met alleen een Nederlandse ĂĐŚƚĞƌŐƌŽŶĚ ǀĞƌƚĞůƚ ĚĂƚ ĐŽůůĞŐĂ͛Ɛ ŵĞƚ andere culturele achtergronden bepaalde ouders beter bereiken dan zij zelf: Ik merk dat mijn Arubaanse collega bijvoorbeeld weer een hele andere doelgroep goed weet te bereiken, juist omdat mensen herkenning bij haar zien of voelen. En zij mensen dus eerder over de streep krijgt om mee te
doen. En Turkse of Marokkaanse ĐŽůůĞŐĂ͛Ɛ, die spreken juist weer die doelgroep vaak beter aan. Een professional met een Marokkaans-Nederlandse achtergrond geeft aan dat zij in de moskee komt en daar ouders bereikt, terwijl dat voor sommige ǀĂŶŚĂĂƌĐŽůůĞŐĂ͛ƐĞĞŶĚƌĞŵƉĞůŝƐ͘ŝƚnjŽƌŐƚĞƌǀŽŽƌĚĂƚnjŝũ weer een ander bereik heeft dan haar niet-islamitische ĐŽůůĞŐĂ͛Ɛ. Cultuursensitief en inclusief werken Een grotere diversiteit onder professionals kan volgens de opvoedondersteuners ook een positieve invloed hebben op cultuursensitief en inclusief werken binnen de opvoedondersteuning. Professionals benoemen dat het prettig is als er binnen het team mensen werken die verschillende talen spreken, zodat indien nodig ouders in een andere taal ondersteund kunnen worden. Ook kun je in een meer divers team meer van elkaar leren. Een van de professionals licht dit als volgt toe: Als je een gemêleerd team hebt dan kijken mensen ook op verschillende manieren naar stukken. En anders kijk je allemaal op dezelfde manier ernaar. Ik denk dat dat een winst voor ons zou kunnen zijn. Als we meer mensen hadden die er ook eens anders naar kunnen kijken. Een opvoedondersteuner die zelf een Kaapverdisch-Nederlandse achtergrond heeft, is van mening dat je als biculturele professional een voorsprong hebt in het werken met biculturele gezinnen.
Vanuit je eigen ervaring heb je dan al meer kennis over biculturaliteit en kun je de ouders beter begrijpen. Behoeften van ouders Bijna alle biculturele moeders die we spraken na twee verschillende cursussen binnen de opvoedondersteuning gaven aan dat zij het niet belangrijk vinden dat de professional dezelfde culturele achtergrond heeft als zij. Eén moeder gaf aan liever iemand met een andere culturele 17
achtergrond te hebben, omdat ze verwacht dan meer te kunnen leren van andere opvoedstijlen en opener te kunnen praten. Taboeonderwerpen in een bepaalde cultuur worden volgens haar anders wellicht niet besproken. Een aantal moeders heeft de voorkeur voor een opvoedondersteuner die net als zij religieus is. De professional hoeft niet dezelfde religie als zij aan te hangen. Deze moeders zijn van mening dat je bepaalde vragen alleen kunt begrijpen als je zelf ook gelovig bent. Daarnaast zeggen sommige moeders de voorkeur te hebben voor een vrouwelijke professional, omdat ze zich dan vrijer durven uiten. De opvoedondersteuners ervaren uiteenlopende behoeften van ouders met een biculturele achtergrond wanneer het gaat om de achtergrond van de professional. Uit de gesprekken bleek dat het drempelverlagend kan werken als de opvoedondersteuner dezelfde culturele achtergrond heeft en/of dezelfde taal spreekt als de ouder. Voor ouders die de Nederlandse taal nog niet (goed) machtig zijn, kan het fijn en nuttig zijn om in de eigen taal te ŬƵŶŶĞŶ ĐŽŵŵƵŶŝĐĞƌĞŶ ŽǀĞƌ ŽƉǀŽĞĚƚŚĞŵĂ͛Ɛ͘ ĂĂƌŶĂĂƐƚ ǁŽƌĚƚ ďĞŶŽĞŵĚ dat sommige ouders meer vertrouwen hebben in iemand met dezelfde culturele achtergrond. Ook kunnen biculturele professionals situaties vanuit hun eigen ervaring soms beter herkennen of zich hierin inleven.
Een TurksNederlandse professional deelt haar ervaring met Turkse en Marokkaanse ouders. Ik ben zelf van Turkse komaf en ik merk dat ouders die bijvoorbeeld Turks of Marokkaans zijn mij beter zien zitten als hulpverlener dan iemand anders. Ook niet in alle gevallen hoor. Maar dat kan wel drempelverlagend zijn. [..] Ze hebben wel eens uitgesproken dat ze meer vertrouwen hebben. Vertrouwen dat het tussen ons blijft of dat het niet verder verteld wordt aan school in bepaalde situaties. Dus vertrouwen, maar ook herkenning: ͚Jij zal wel weten waar ik het over heb.͛
achtergrond heeft dan zij. Schaamte en angst dat problemen op straat komen te liggen, worden genoemd als achterliggende oorzaken. Zo vertelde een opvoedondersteuner: Ik had ook een keer een vrijwilliger gekoppeld aan een ouder en toen bleek dat die moeder zich zo schaamde dat zij eigenlijk niet wilde dat er iemand met dezelfde culturele achtergrond was. Een andere professional vertelt dat sommige biculturele ouders de voorkeur hebben voor een professional zonder biculturele achtergrond. Ouders die net in Nederland zijn kunnen het gevoel hebben op die manier beter en sneller onderdeel te worden van de samenleving. 6.3 Aanbod voor vaders Een aantal moeders denkt dat sommige vaders de voorkeur geven aan een mannelijke professional. Verschillende opvoedondersteuners hebben diezelfde opvatting. Een van hen vertelde dat haar organisatie daarom een mannelijke coach heeft aangetrokken die werkt met vaders. Zij zijn van mening dat het voor (sommige groepen) vaders belangrijk is dat zij ondersteuning krijgen van een man. Daarbij speelt bijvoorbeeld dat bij de Marokkaanse cultuur vrouwen zich niet mengen met mannen. Als je dan de vaders wil bereiken, dan zal je daar echt iets anders voor moeten doen. Je moet een mannelijke collega aantrekken om de groep van vaders te bereiken. Daar moet je op aansluiten.
Je kan wel willen dat iemand met een vrouw moet kunnen werken, maar daar gaat het niet om. Het gaat erom dat je wilt dat die vaders een plek hebben om bij elkaar te komen. De groep vaders die nu wordt aangesproken, hadden zij nooit kunnen bereiken met een vrouw. Door de mannelijke collega, met een soortgelijke achtergrond, kunnen ze spreken ŽǀĞƌƚŚĞŵĂ͛ƐĞŶĚĞĚŝĞƉƚĞŝŶŐĂĂŶ͘
Een aantal professionals benoemt dat sommige ouders juist liever ondersteund willen worden door iemand die een andere culturele 18
Een andere professional geeft aan dat er binnen de organisatie waar zij werkt, nagedacht wordt over het samenstellen van een groep met alleen maar vaders. Mogelijk kunnen ze op die manier meer vaders bereiken dan op dit moment het geval is. 6.4 Investeren in kennis en vaardigheden professionals Op basis van de gesprekken met professionals en de antwoorden op de vragenlijst zien we dat er in een aantal organisaties aandacht is voor (deskundigheidsbevordering op het gebied van) cultuursensitief en inclusief werken. Zo zijn er bijvoorbeeld workshops, webinars en trainingen over dit thema georganiseerd. De mate waarin de organisaties hier aandacht aan besteden en hoe ver zij in dit traject zijn, verschilt. Een professional benoemt dat er binnen de organisatie waar zij werkt pas sinds kort aandacht is voor inclusief werken: Ik denk dat we als organisatie de eerste stapjes hebben gezet, maar we staan echt nog aan het begin van zo͛n weg. Als we ditzelfde interview een paar jaar geleden hadden gedaan, denk ik dat het een stuk minder was dan nu. Maar we zijn er nog lang niet, we zijn net op weg. Eén respondent geeft aan dat er binnen de organisatie waar zij werkzaam is een werkgroep cultuursensitief werken bestaat. Er zijn ook professionals die de laatste jaren geen tot weinig nieuwe kennis en/of vaardigheden over cultuursensitiviteit binnen hun werk hebben opgedaan.
Ruim 70% van de respondenten die de digitale vragenlijst heeft ingevuld, wil (heel) graag deskundigheidsbevordering op het gebied van cultuursensitief en inclusief werken. Veel van deze respondenten vinden dat zijzelf en/of hun ĐŽůůĞŐĂ͛Ɛ ŶŽŐ ƚĞ ǁĞŝŶŝŐ ŬĞŶŶŝƐ ŚĞďďĞŶ ŽƉ Ěŝƚ ŐĞďŝĞĚ͘ Een geïnterviewde professional geeft een voorbeeld van een situatie waarin zij niet op de hoogte was van bepaalde culturele en religieuze gebruiken, waardoor een deel van de deelnemers een aantal bijeenkomsten afwezig was.
Ik heb een keer een groep gehad rondom de ramadan in Rotterdam-Zuid. En zodra de ramadan begon was iedereen vertrokken. Dus toen had ik nog twee deelnemers omdat de rest gewoon niet meer meedeed. Ja, ik wist helemaal niet dat dat zo'n belangrijk feest en periode is voor islamitische mensen. Dus ja, ik met mijn Nederlandse hoofd: ͚taar zijn al die mensen nou?͛ Iedereen lag gewoon te slapen en eten voor te bereiden. Totaal geen rekening mee gehouden, maar dan ligt echt gewoon alles een maand stil. Een enkele professional vertelt dat zij het bespreken van een thema als het slaan van kinderen soms best lastig vindt. Een van hen geeft aan een open houding naar alle ouders toe te willen aannemen, maar ook vast te houden aan de regelgeving die slaan verbiedt. Wat ik wel merk is dat bij sommige culturen er gewoon andere dingen gebruikelijk zijn. Zoals de corrigerende tik. Daar heb ik veel discussie over. En dan houd ik mij vast aan gewoon de Nederlandse wet van je mag kinderen niet slaan, punt. Dus dan probeer ik altijd wel uit te leggen dat ik begrijp dat het vanuit de cultuur gebruikelijk is, maar in Nederland is de afspraak zo. Daar houd ik dan maar aan vast.
Extra handvatten om hier op een inclusieve manier mee om te gaan, kunnen ŝŶnjŽ͛ŶƐŝƚƵĂƚŝĞǀĂŶƉĂƐŬŽŵĞŶ͘De meeste opvoedondersteuners geven aan het belangrijk te vinden zich op het thema cultuursensitief/inclusief werken te blijven ontwikkelen en om door kennisontwikkeling beter de aansluiting te kunnen vinden bij gezinnen. Sommige professionals zien het vergroten van kennis en vaardigheden als de belangrijkste stap in het inclusiever maken van de opvoedondersteuning in Rotterdam. Een opvoedondersteuner vertelt: Als er dingen zouden moeten veranderen, als je ergens in zou moeten investeren, dan zou ik niet willen kijken naar het aanpassen van methodieken. Volgens mij moet je investeren in de professionals. En daar dit gesprek gaande krijgen en daar de kennis en de vaardigheden vergroten. 19
Voor de ene professional is een incidentele (opfris-)workshop of training hierin wenselijk, terwijl anderen meer zien in structurele extra aandacht. Een opvoedondersteuner legde in een interview uit dat intercultureel werken volgens haar een voortdurend leerproces is. Alle mensen zijn geneigd om te kijken door hun eigen bril. Om zo goed mogelijk aan te sluiten bij de gezinnen die je ondersteunt, is het wenselijk om deze bril af te kunnen zetten. Dat is echter niet zo makkelijk, waardoor er volgens haar continu aandacht voor moet zijn. Ze legt dit verder uit: Mijn voorkeur zou eigenlijk zijn om dit in het standaard aanbod op te nemen. Omdat ik ook merk: het is niet zomaar 1-2-3 gedaan. Onbevooroordeeld en nieuwsgierig naar iemand luisteren en je bril afzetten. Dat kost heel veel tijd en energie. En een webinar is leuk, maar de volgende dag ga je weer door met hoe je normaal werkt. En misschien dat je één of twee dingetjes eruit pikt die je toepast, maar that͛s it. Het gaat echt om op een hele andere manier in je werk staan. En daarvoor is toch echt wel op lange termijn meer nodig.
20
7 Conclusie en aanbevelingen Meer dan de helft van de gezinnen die gebruik maakt van opvoedondersteuning in Rotterdam heeft volgens de professionals een biculturele achtergrond. Opvoedondersteuners zien verschillende drempels in het bereiken van specifieke biculturele gezinnen. Er is een taalbarrière voor ouders die de Nederlandse taal beperkt beheersen en onvoldoende kennis van de infrastructuur van de hulpverlening bij ouders die pas kort in Nederland zijn. Door veel gebruik te maken hun netwerk, outreachend te werken en rekening te houden met taal in de communicatie proberen professionals deze drempels te verlagen. Binnen de Rotterdamse opvoedondersteuning wordt op verschillende manieren aandacht geschonken aan cultuursensitief werken en een inclusief aanbod. Zo is er bij sommige interventies lesmateriaal beschikbaar in verschillende talen en wordt een enkele cursus ook in een andere taal aangeboden. Daarnaast zetten de opvoedondersteuners in op maatwerk en een open houding, zonder oordeel over de opvoedstijl van ouders. De professionals zien echter mogelijkheden om het aanbod van opvoedondersteuning inclusiever te maken en het bereik te vergroten. 1. Veel opvoedondersteuners zien de taalbarrière als een belangrijke drempel voor ouders die de Nederlandse taal niet of beperkt beheersen, waardoor zij beperkter deelnemen.
Om beter aan te sluiten bij deze doelgroep, moet ingezet worden op het versimpelen van het taalgebruik en het aanbieden van interventies in andere talen. Ook het wervingsmateriaal voor ouders dient hierin meegenomen te worden. Verschillende professionals benoemen dat in bestaande methodieken veel gebruik gemaakt wordt van geschreven tekst, wat ook voor laaggeletterde ouders een drempel is. Door meer gebruik van beeld en eenvoudige taal wordt het aanbod laagdrempeliger.
2. Ook het vergroten van de kennis en vaardigheden van professionals op het gebied van cultuursensitief en inclusief werken is belangrijk om opvoedondersteuning inclusiever te maken. Veel professionals geven zelf aan behoefte te hebben aan deskundigheidsbevordering op dit gebied. ĞǀŝŶĚĞŶĚĂƚnjŝũnjĞůĨĞŶͬŽĨŚƵŶĐŽůůĞŐĂ͛ƐŶŽŐƚĞǁĞŝŶŝŐ kennis en vaardigheden hebben over inclusief werken. Een manier om dit te doen is om meerdere trainingen of een cursus cultuursensitief werken op te nemen in het standaard bijscholingsaanbod en dit ook verplicht te maken. Om daadwerkelijk cultuursensitief te werken, is een eenmalige workshop niet voldoende. Het is daarom noodzakelijk om hier structureel aandacht aan te besteden. 3. Over het algemeen zijn de teams van opvoedondersteuners in Rotterdam weinig divers. Veel professionals zijn vrouw. Ook hebben zij veel minder vaak een biculturele achtergrond dan de doelgroep waar zij mee werken. Een meer divers team brengt meerdere perspectieven op tafel, wat de kwaliteit van de dienstverlening bevordert. Daarnaast sluiten biculturele professionals soms beter aan bij biculturele ouders, omdat zij zelf ervaring hebben met opgroeien (en soms ook opvoeden) in een biculturele context. Ook weten professionals met een biculturele achtergrond soms makkelijker ouders met dezelfde achtergrond te bereiken.
Bijvoorbeeld omdat ouders zich meer herkennen in deze professional. Mannelijke opvoedondersteuners bereiken mogelijk meer vaders. Het is dus aan te bevelen om in te zetten op meer diversiteit onder opvoedondersteuners. Dit zou bijvoorbeeld kunnen door objectief te selecteren en een inclusieve vacaturetekst te gebruiken (KIS, 2021). 4. Veel professionals vinden het belangrijk om maatwerk te leveren. Sommige van hen ervaren bepaalde evidence-based methodieken als een belemmering voor maatwerk en inclusiviteit. De 21
methodieken zijn erg geprotocolleerd, waardoor het minder makkelijk is om aansluiting te vinden bij ouders. Maatwerk is echter lastiger meetbaar te maken. De gemeente moet daarom minder nadruk leggen op de bewezen effectiviteit van de gebruikte methodieken. 5. Verschillende opvoedondersteuners benoemen dat er in beeldmateriaal rekening wordt gehouden met verschillende culturele achtergronden van gezinnen. Er kan volgens enkele opvoedondersteuners nog wel meer aandacht komen voor diverse gezinsvormen. Dit zou kunnen door ook afbeeldingen van LHBTIQ+ouders te gebruiken en door aandacht te schenken aan alleenstaande ouders. 6. Om meer vaders te bereiken voor opvoedondersteuning kan ingezet worden op een specifiek aanbod. Daarnaast kan gedacht worden aan meer bewustwording bij hulpverleners om ook vaders door te verwijzen voor een vorm van opvoedondersteuning. 7. Meer investeren in sleutelfiguren en netwerkcontacten draagt bij aan een breed bereik onder ouders. Dit kost veel tijd, maar opvoedondersteuners ervaren dat dit veel oplevert.
22
Literatuurlijst Bellaart, H., Day, M., & Gilsing, R. (2016). Effectief bereik van alle doelgroepen door jeugdhulp Den Haag. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut. Broek, A. van den, Kleijnen, E. en S. Keuzenkamp (2010). Naar Hollands gebruik? Verschillen in gebruik van hulp bij opvoeding, onderwijs en gezondheid tussen autochtonen en migranten. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau. Bucx, F. en S. de Roos (2011). Opvoeden in Nederland. In: F. Bucx (red.), Gezinsrapport 2011: Een portret van het gezinsleven in Nederland (p. 152179). Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau. Centraal Bureau voor de Statistiek (2022). Hoeveel mensen met een migratieachtergrond wonen in Nederland? Geraadpleegd op 30 maart 2022 van https://www.cbs.nl/nl-nl/dossier/dossier-asiel-migratie-enintegratie/hoeveel-mensen-met-een-migratieachtergrond-wonen-innederlandDistelbrink, M., Pels, T. en C. Winkelman (2017). Waardenopvoeding in diversiteit. Het begint met een gesprek. Achtergrondartikel bij de teambijeenkomst. Utrecht: Kennisplatform Integratie & Samenleving.
Gruijter, M. de, Pels, T., Mesic, A. en T. Campbell (2021). Opvoeden in gezinnen van statushouders. Utrecht: Kennisplatform Integratie en Samenleving. IDEM Rotterdam (2020). Stadsbeeld Inclusie in Rotterdam. Ince, D. en H. Kalthoff (2020). Opgroeien en opvoeden. Normale uitdagingen voor kinderen, jongeren en hun ouders. Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut. Ince, D. en N. Udo (2018). Opvoedsteun. Wat werkt? Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut. Kennisplatform Inclusief Samenleven (2021). Vooroordelen en discriminatie voorkomen in werving en selectie: wat werkt volgens de wetenschap? Geraadpleegd op 30 maart 2022, van https://www.kis.nl/artikel/hoebevorder-je-diversiteit-je-personeelsbestand KƵĚŚŽĨ͕D͕͘tŽůĨĨ͕D͘^͘ĚĞ͕ZƵŝƚĞƌ͕D͘ĚĞ͕<ĂŵƉŚƵŝƐ͕D͕͘>͛,Žŝƌ͕D͘ĞŶ͘ Prinsen (2013). JGZ-richtlijn Opvoedingsondersteuning. Voor hulp bij opvoedingsvragen en lichte opvoedproblemen. Utrecht: NCJ. Rijksoverheid. (2021, 23 april). Jeugdhulp bij gemeenten. Geraadpleegd op 2 juni 2021, van https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/jeugdhulp/jeugdhulp-bijgemeenten
Fierloos, I.N., Windhorst, D.A., Fang, Y., Jansen, W. en H. Raat (2020). Empirisch onderzoek naar opvoedonzekerheid en het gebruik van opvoedondersteuning. Werkzame elementen in preventieve opvoedinterventies. Resultaten van het CIKEO-project. Utrecht: VerweyJonker Instituut.
23