[22bb004080] Brief van Stichting Rotterdam Natuurlijk! over reflectie en zorgen over werkwijze Stadsontwikkeling
Tekst van het document
Aan:
Gemeenteraadsleden Rotterdam, Commissie Fysiek
Van:
Stichting Rotterdam Natuurlijk! bestuur@rotterdamnatuurlijk.nl
Bijlagen: Reacties projectleiders Stadsontwikkeling op vragen over klimaat en natuur impact en ontwerp besluit verhogen geluidsnormen Betreft: Reflectie en zorgen over werkwijze Stadsontwikkeling Rotterdam, 8 juni 2022
Beste raadsleden, commissie fysiek van Rotterdam, Wij hebben elkaar gesproken op 13 mei tijdens de rondleiding door het Lloydkwartier om de voorgenomen plannen voor Schiehaven Noord te visualiseren. In reactie heeft u gezamenlijk een brief naar de wethouder gestuurd. Daarvoor complimenten en veel dank!
Klimaat- en natuurimpact van projecten Ik stuur deze brief namens stichting Rotterdam Natuurlijk! Er is ons iets opgevallen bij de werkwijze van Stadsontwikkeling als we kijken naar de wetten en richtlijnen die zij volgen bij gebiedsontwikkeling. Hierbij hebben we niet alleen naar Schiehaven Noord gekeken, maar hebben we bij Stadsontwikkeling stukken opgevraagd over de klimaat- en natuurimpact van verschillende projecten, te weten: 1. 2. 3. 4.
Het dempen van de Rijnhaven tbv verdichting. Project Rise (sloop en extreme hoog nieuwbouw). The One Blaak (sloop en nieuwbouw). Dempen en verder verdichten van Schiehaven Noord.
Wij willen u vragen met ons mee te 'reflecteren'; wellicht vindt u het zinvol om de observaties door te sturen naar de college-partners zodat zij deze kennis mee kunnen nemen.
Impact niet onderzocht en informatie niet beschikbaar Wij maken ons zorgen over de actualiteit en relevantie van de omgevingswaarden en criteria die Stadsontwikkeling bij deze ontwikkelingen hanteert. Zij volgen de bestaande wettelijke kaders zeer nauwkeurig en doen net alsof de inzichten en adviezen van het Rijk (Rli, Deltares, RIVM, ea) en uit onderzoeksrapporten als ROER en MER niet bestaan. Wij hebben specifieke vragen gesteld over: 1. Berekeningen voor CO2 uitstoot en stikstof uitstoot bij dempingswerkzaamheden. 2. Berekeningen voor CO2 uitstoot bij sloop voor nieuwbouw, specifiek hoe een 'netto MPG' wordt uitgerekend. 3. Waterveiligheid buitendijks i.v.m. stijgende zeespiegel. 4. Klimaatrisico’s voor hitte, droogte en overstroming vanwege extremer weer. 1
5. De opstuwende effecten van dempen van havenbekkens voor het hoogwaterniveau. In de antwoorden wordt duidelijk dat er eigenlijk geen antwoorden zijn. Het lijkt erop dat er bij het maken of voorbereiden van deze plannen alleen rekening wordt gehouden met de regels in het bouwbesluit. De reacties van de projectleiders zijn in de bijlagen terug te vinden.
Belangrijke gebreken Hieronder een lijst adviezen en normen die het Rijk en onderzoekers aanreiken waarvan in de antwoorden niets is terug te vinden: 1. 75m2 groen per woning (eventueel 3-30-300, maar dit is nooit door een Rijks raad geadviseerd). Hoeveel groen is er per wijk/buurt in Rotterdam? Stadsontwikkeling is de logische partij om dit op het netvlies te hebben. De Rekenkamer Rotterdam springt gelukkig bij; 2. Stikstof ook binnen de stad zoveel mogelijk beperken om biodiversiteit te vergroten en lucht gezonder te maken; 3. Stedelijke verdichting maakt de klimaatproblematiek van hitte, biodiversiteit, wateroverlast, gezondheid erger; 4. CO2 uitstoot in bebouwde omgeving (verantwoordelijk voor 40% van alle CO2 uitstoot) op alle fronten minimaliseren: sloop en dempen verbieden; 5. Gebouwen hoger dan acht bouwlagen stoten gedurende hun hele levensduur veel meer CO2 uit, tot wel 3 keer zoveel bij hele hoge gebouwen; 6. Nog een reden dempen te verbieden: onbekend opstuwend effect van hoogwater; 7. Buitendijks bouwen stoppen, eerst onderzoek naar risico’s zeespiegelstijging, 8. Ruimte houden voor waterwerken; 9. Participatie met burgers, organisaties (en wetenschap) vanaf de start van ontwikkelingen, 10. WHO normen voor lucht en water per direct als doel neerzetten; 11. Wetenschap en kennis aan de basis voor beleid in de fysieke buitenruimte opnemen i.p.v. negeren.
Reflectie per project: 1. Rise a. De omgevingsvisie wordt als leidraad gebruikt maar deze geeft geen houvast; b. De moties waarnaar wordt verwezen kunnen wij helaas niet inzien. Wel zijn twee moties over duurzaamheid verworpen. Deze moties staan ook op: https://rotterdamnatuurlijk.nl/rise/ c. Alle duurzaamheid ambities zijn optioneel; d. Geen netto berekening CO2 uitstoot sloop – nieuwbouw omdat dit alleen verplicht is voor de nieuwbouw. Hier valt dus bewust een enorm CO2 gat; e. Er wordt gesproken over veel woning toevoegen, dit is dus direct gevolg van de 50.000 woningen ambitie, de ambitie die de niet is onderzocht op gevolgen en volgens ROER en MER rapporten de toekomstbestendigheid van Rotterdam ernstig bedreigt; f. Wat is 'levendigheid aan het Hofplein'? Dit wordt vergroend toch? Dat zorgt voor levendigheid, niet het toevoegen van stenen en nog meer mensen. g. Verwijzing naar bestuur, niet zelf willen denken. Wel erg makkelijk voor goed betaalde ambtenaren die er zijn voor het bestuur én de burgers. 2
2. The One Blaak a. Geen CO2 berekening; b. Verwijzing naar voorbeeld zonder concrete criteria en normen, wanneer voldoet een gebouw niet meer? Zit daar ook een milieu/klimaat berekening en afweging in? c. Verder een algemeen verhaal op basis waarvan geen beeld ontstaat over hoe wordt besloten of een gebouw wordt gesloopt vanuit het CO2 perspectief. 3. Schiehaven Noord a. Wordt weer genoemd dat er woningen bij 'moeten'. Goede groei wordt weer omschreven zonder concreet te worden. Wat is het nou? Kan het allemaal tegelijk? b. Wordt ook weer verwezen naar het bestuur en de raad. Zelf denken? c. Milieu prestatie gebied bestaat inderdaad niet in het bouwbesluit, maar die kun je zelf bedenken als je van plan bent heel veel extra CO2 uit stoten door dempen; d. Geen CO2 berekening gemaakt van het totaal; e. Verwijzing naar de grondwet en deze uitleggen naar meer woningen, maar niet uitleggen naar beschermen tegen klimaatrisico’s en zorgen voor een gezonde leefomgeving? 4. Dempen Rijnhaven a. Er wordt geen CO2 berekening gemaakt terwijl er zeer veel wordt uitgestoten tijdens werkzaamheden als deze; b. Stikstof neerslag wordt slechts bezien vanuit Natura2000 gebieden. Natuur in de stad is voor de inwoners echter nog veel belangrijker. Hoe kan het dat de impact hierop niet wordt berekend voor een zeer omvangrijk project als dit? c.
De Rijnhaven is gegraven en er hoeft daarom geen berekening gemaakt te worden voor de gevolgen van het dempen voor de waterstanden? Is dit gewoon niet gewoon 'dom'? Trekt water zich iets van deze regel aan? d. Ook hier wordt weer een link gelegd naar de 50.000 woningen. Het begint u als raadslid hopelijk ook te dagen dat dit besluit (nogmaals, zonder onderbouwing en onderzoek naar de gevolgen) grote impact heeft; e. De kosten voor dempen worden bekostigd uit de grondverkoop. Dit zal grote impact hebben op de hoeveelheid woningen en dus CO2 uitstoot. Het is een optelsom die erg negatief uitpakt voor klimaat en natuur, en daarmee de mensen die er nu en straks wonen.
Dit is nog niet alles Daar komt bij dat wij constateerden dat de directeur van Stadsontwikkeling een handtekening zet onder een ontwerpbesluit voor het verhogen van de geluidsnormen om de bouw van woningen naast de tunneltraverse mogelijk te maken. Hoe kan Stadsontwikkeling hiervoor verantwoordelijkheid dragen? De geluidhinderwet is er om burgers te beschermen en er mag alleen in zeer uitzonderlijke gevallen van worden afgeweken (zie bijlage bronnen). Dit ontwerpbesluit is ook bijgevoegd. De meeste van u weten dat Stadsontwikkeling ook niet bekend staat om de succesvolle samenwerking met burgers bij het ontwikkelen van de stad als toekomstbestendige leefomgeving. Samenwerking met wetenschappers en deskundigen op gebied van klimaat en natuur lijkt ook niet van de grond te komen. Rotterdam weigert mee te doen aan een overeenkomst om natuurinclusief te bouwen. Nu is dit momenteel nog verre van perfect, maar het niet mee willen doen is wel een statement. 3
Tenslotte maakt Stadsontwikkeling mogelijk gebruik van de ‘salamitactiek’ bij gebiedsontwikkeling van RCD (Rotterdam Centraal Station District), wat betekent dat dit gebied wordt opgedeeld in kleinere projecten zodat geen planMER hoeft te worden opgesteld. Dit ‘opdelen van een gebied’ mag niet volgens EU-regels. Logisch ook, want zonder MER wordt heel veel natuur en klimaat impact niet zichtbaar, impact die wel hele grote gevolgen heeft voor de natuur en de mensen ter plaatse en in de omgeving (de wijken rondom). Hieruit blijkt nogmaals hoe graag Stadsontwikkeling stenen wil stapelen in Rotterdam, tegen elke prijs.
Samenvattend: 1. De ambities van 50.000 woningen is nooit onderbouwd en realisatie hiervan maakt de toekomstbestendigheid van Rotterdam nog onzekerder; deze ambitie kan niet worden gerealiseerd zonder grote sommen 'wisselgeld' in de vorm van risicotoename van biodiversiteit, hitte, gezondheid en veiligheid op zowel de korte als langere termijn; 2. Er wordt door Stadsontwikkeling bij de vier genoemde projecten geen rekening gehouden met klimaat risico’s, de klimaat doelen van Parijs, Urgenda en lokale natuur impact; 3. Hoogbouw blijkt in Rotterdam zeer veel te worden toegepast, ondanks alle bekende nadelen en gevolgen voor klimaat, natuur en sociale samenhang; 4. Er lijkt geen ingang te zijn binnen Stadsontwikkeling voor wetenschap en kennis over klimaat en natuurontwikkeling in de stad; 5. Stadsontwikkeling werkt niet samen met burgers aan de stad. Participatie en inspraak volgt alleen het minimale wettelijk kader via de inspraakprocedures, en dat is altijd ‘voor de buhne’ aan het einde van een procedure. Wij vragen u op deze gang van zaken bij Stadsontwikkeling te reflecteren en deze observaties richting de partijen te sturen die momenteel het college gaan vormen.
Bredere context De urgentie voor het bouwen van 50.000 woningen die wij terugzien in de antwoorden, een ambitie waar geen consensus in de onderbouwing is, staat in schril contrast met de urgentie voor de klimaat en natuur opgaven waar we in Rotterdam voor staan. Rotterdam draagt overigens niet alleen een verantwoordelijkheid richting de Rotterdammers. In een breder perspectief kun je stellen dat de 50.000 woningen is ingegeven door een bevolkingstoename aan te nemen. Echter, de bevolkingstoename zelf is een politieke keuze aangezien deze volledig voor rekening komt van arbeidsmigratie. Het geboortecijfer t.o.v. het sterftecijfer is negatief. En de keuze voor arbeidsmigratie is weer ingegeven door het streven naar oneindige economische groei, alsof er oneindig natuurlijke bronnen beschikbaar zijn. Dit streven wordt ook benadrukt door de term 'goede groei' in de omgevingsvisie. Er is geen andere weg naar voren in de tijd zo lijkt het. Hoe realistisch is dit? Wij zouden als stichting een rol kunnen spelen in het starten van debat tussen raadsleden, burgers en wetenschappers. Met als doel om de daadwerkelijke mogelijkheden voor een maximaal 4
generatieproof Rotterdam zo breed en open mogelijk te verkennen en tegelijkertijd Stadsontwikkeling te laten groeien naar een rol om hierin het voortouw te nemen als prominent en geëngageerd klankbord voor het stadsbestuur. Het ultieme doel van Stichting Rotterdam Natuurlijk! is op zo kort mogelijke termijn weer overbodig te worden. Dank u wel voor uw aandacht en wij zien met belangstelling een reactie tegemoet. Vriendelijke groeten,
Stichting Rotterdam Natuurlijk! www.rotterdamnatuurlijk.nl
5
Bijlage: Nuttige en essentiële bronnen Achtergrond op de website van Stichting Rotterdam Natuurlijk!: https://rotterdamnatuurlijk.nl/wetenschap/ Uitleg bevoegdheden raad: https://www.raadsleden.nl/actueel/nieuws/hoe-verdelen-raad-en-college-de-bevoegdheden Dit is voor de nieuwe wetgeving, maar het lijkt me dat de strekking nu hetzelfde zou moeten zijn, vooruitlopend op de WOO: https://meesruimteenmilieu.nl/veranderingen-onder-de-omgevingswet-rollen-van-het-college-ende-raad/ Over de rol van de raad tov het college (uit 2019); wij lezen dat het college de raad niet mag passeren: https://www.binnenlandsbestuur.nl/ruimte-en-milieu/kamer-geeft-raad-meer-invloed-bijomgevingswet Over de biodiversiteitscrisis vind je deze recente studie met aanbevelingen (bevestiging van het advies “Recht op Groen” en stelt onomwonden vast dat het niet alleen om biodiversiteit/natuur in natura2000 gebieden gaat: https://www.rli.nl/publicaties/2022/advies/natuurinclusief-nederland Uit de NRC van 19 mei 2022: Rotterdam zit nog heel ver van de nieuwe fijnstofnorm: https://www.nrc.nl/nieuws/2022/05/19/rotterdam-zit-nog-heel-ver-af-van-de-nieuwe-fijnstofnorm-a4124835#/krant/2022/05/21/%23702 Over het schone lucht akkoord, ook Rotterdam: https://www.gezondheidsraad.nl/actueel/nieuws/2019/01/31/interview-prof.-lex-burdorf Over de zorgplicht voor burger en bestuur:
https://duurzaamheidsrecht.nl/duurzaamheidsrecht/omgevingsrecht/ ABN Amro heeft voor het eerst milieuschade op landelijk niveau per jaar becijferd. Ik meen dat milieuschade goed beschouwd altijd mee moeten wegen bij de afweging van besluiten: https://www.nrc.nl/nieuws/2022/04/25/abn-amro-milieuschade-groeit-als-nederlandseconsument-gedrag-niet-verandert-a4118519 Mogelijk lagere NO2 uitstoot door covid-19: https://www.clo.nl/indicatoren/nl0231-stikstofdioxide Rotterdam heeft de hoogste concentraties van Nederland maar blijft in 2020 onder de EU norm, (maar niet onder de WHO norm). Onderzoeken uit 2020 (en 2021 wellicht) zijn hierdoor mogelijk niet representatief aangezien het wegverkeer momenteel weer drukker is dan vóór Covid. Nederland voldoet bij lange na niet aan kaderrichtlijn water: https://www.nrc.nl/nieuws/2022/03/18/schoon-water-is-in-nederland-nog-ver-weg-a4102847 Zowel baggeren als dempen als zandwinning hebben mogelijk negatieve invloed op de waterkwaliteit: https://www.nrc.nl/nieuws/2022/03/16/herstel-de-nieuwe-waterweg-a4102499 6
Geluidshinder: https://www.infomil.nl/onderwerpen/geluid/regelgeving/wet-geluidhinder/wet-geluidhinder-'/ Verwijzend naar: https://www.infomil.nl/onderwerpen/geluid/thema/gebiedsontwikkeling/instrumenten/stad-milieu In uitzonderlijke gevallen kunnen geluidsnormen worden verhoogd; De situatie Parkhaven010 staat hier niet bij: https://www.infomil.nl/onderwerpen/ruimte/ruimtelijke/interimwet-stad/ https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/geluidsoverlast/geluidsoverlast-in-de-wet
7
Bijlagen SO projecten vragen en antwoorden The One Blaak 30 mei 2022, over CO2 bij sloop voor nieuwbouw:
Hierbij kom ik nog even terug op jouw laatste schrijven. De afweging voor sloop-nieuwbouw is breder dan een vergelijking op basis van duurzaamheid. Er spelen veel meer zaken een rol. Denk hierbij aan cultuurhistorische afwegingen, beleidsuitgangspunten, sociale criteria en meer. Uiteindelijk wordt eea tegen elkaar afgewogen om te komen tot een keuze voor sloop e/o nieuwbouw. Ik kan hier in mijn eigen werkgebied een paar voorbeelden geven. Voor het project Glashaven in het Maritiem district (143 woningen) is geconstateerd dat het gebouw niet meer voldoet aan de eisen van de huidige kantoorgebruiken. Verder lag er een opgave vanuit het college om woningen toe te voegen / te verdichten. Door de afdeling Stedenbouw werd behoud van de huidige Rotterdamse laag (cq de huidige bebouwing) van belang geacht. Hier wordt nu gedeeltelijk gesloopt (tbv een woontoren) en wordt een groot deel van het huidige pand opgeknapt en getransformeerd van kantoor naar woningen. Eenzelfde keuze is gemaakt voor de project RIVA aan de Scheepmakershaven en het Havenziekenhuis (waar het monumentale beeldbepalende deel behouden blijft) Het is dus niet alleen de businesscase die maakt of er gesloopt of getransformeerd gaat worden. Er zijn meer overwegingen en ik snap uw wens dat de uitstoot van CO-2 ook een onderdeel van kan / moet zijn.
Met vriendelijke groet,
Projectmanager Projectmanagementbureau Stadsontwikkeling, gemeente Rotterdam De Rotterdam, Wilhelminakade 179 Postbus 6575, 3002 AN Rotterdam Voor eerdere generieke uitleg zie pdf.
8
Project Rise
Naar aanleiding van je vragen in de mail van 14 april (zie hieronder) stuur ik je hierbij puntsgewijs de antwoorden. 1. In zijn algemeenheid geldt dat de ontwikkeling van RISE moet voldoen aan de uitgangspunten uit de omgevingsvisie De Veranderstad in het kader van de Goede Groei. Het gaat om groei die bijdraagt aan het welzijn van de inwoners, aan een duurzame samenleving en aan economische vooruitgang. Groei die het Rotterdamse rijke erfgoed en identiteit ondersteunt en versterkt waarbij Rotterdammers zijn betrokken in het proces van verandering. In de omgevingsvisie is voorgaande vertaald naar een vijftal perspectieven: compact, gezond, inclusief, duurzaam en productief. Bij de vaststelling van de Nota van Uitgangspunten op 14 oktober 2021 zijn door de gemeenteraad daarbij een 11-tal moties aangenomen, welke belangen de gemeenteraad derhalve expliciet verwezenlijkt wil zien worden bij de realisatie van RISE. De moties alsmede de NvU en het bijbehorende raadsvoorstel zijn hier te vinden: Document RotterdamRaad - Raadsagenda 14 oktober 2021 - iBabs RIS 2. RISE draagt op substantiële wijze bij aan de woningbehoefte van Rotterdam, er worden tenminste 1300 woningen nieuw gebouwd, waarvan zeker de helft in de betaalbare categorie valt.
Daarbij draagt RISE bij aan een aantrekkelijker omgeving in dit deel van het centrum en wordt er meer levendigheid gecreëerd aan het Hofplein, door de toevoeging van kantoren, bedrijfsruimten, een hotel, maatschappelijke voorzieningen en overige horeca. Daarvoor moeten 226 huurwoningen worden gesloopt, maar in RISE komen tenminste evenveel vierkante meters en tenminste evenveel sociale huurwoningen nieuw terug, zodat de sociale woningvoorraad in Rotterdam er niet op achteruit gaat. Daarnaast zullen de huidige bewoners van de sociale woningen zoveel mogelijk ontzorgt worden en moet de tijdelijke huisvesting op orde zijn. Dit zijn eisen welke Havensteder heeft ingebracht voordat zij medewerking aan de ontwikkeling van RISE heeft toegezegd. En ook de gemeenteraad heeft in één van de elf moties vastgelegd dat de zorg voor de huidige bewoners een belangrijk aandachtspunt vormt bij de verdere ontwikkeling. 3. De MPG wordt berekend volgens de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken, zie deze webpagina. Deze methodiek kijkt alleen naar de milieuprestatie van bouwwerken. Het is geen methodiek om situaties van sloop-nieuwbouw of transformaties mee te vergelijken. Zoals op de website blijkt, wordt er wel over nagedacht om ook verbouw en transformatie projecten onder de reikwijdte van de MPG te brengen. Deze heeft echter nog geen basis in het bouwbesluit gekregen.
Daarom is in de NvU (blz. 74 onder II. Circulair) een separaat uitgangspunt opgenomen over het waarde-behoud van de bestaande materialen. In een nog op te stellen Plan van Aanpak dient de ontwikkelaar aan te geven op welke manier wordt gestuurd op waarde-behoud van de bestaande materialen en het reduceren van sloop-/bouwafval. 4. De gemeente is bij haar handelen en optreden gebonden aan alle vigerende wetten, naast de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het voert te ver om in dit bestek alle wetten op te gaan noemen, ik zou er maar eens één vergeten. Op de website van Rotterdam Natuurlijk wordt al een niet uitputtend overzicht gegeven van welke regels allemaal van toepassing zijn in het openbaar gebied c.q. bij gebiedsontwikkeling. Ook de ontwikkeling van RISE moet voldoen aan de eisen en normstellingen in de verschillende wetten en verdragen. Daarbij kan geen enkel erkend belang (in de zin van wettelijk beschermd) niet worden meegewogen. Uiteindelijk zal er tussen alle vaak uiteenlopende belangen een afweging moeten worden gemaakt, en deze afweging zal door het bestuur van de stad (gemeenteraad) worden gemaakt. Met vriendelijke groet, Projectmanager Gemeente Rotterdam Stadsontwikkeling PMB Noord, Kralingen-Crooswijk en Buitengebieden
9
De Rotterdam, Wilhelminakade 179 Postbus 6575, 3002 AN Rotterdam Website www.rotterdam.nl
Van: > Verzonden: donderdag 14 april 2022 12:04 Aan: < > CC: >; ; ; Onderwerp: RE: Resterende Wob-verzoeken en The One Blaak & The Rise
Ik zou deze week contact met jullie opnemen met de vragen waarop het antwoord noodzakelijk is om te kunnen volgen hoe de overheid tot besluiten komt. Ik stuur deze mail als voorzitter van Stichting Rotterdam Natuurlijk omdat ik niet de kans wil lopen om ergens in het proces als “niet belanghebbende” wil worden gezien. Als stichtingsbestuurder volg ik onze statuten. De vragen gelden voor beide projecten, met 1 verschil dat in het geval van Rise een gebouw wordt gesloopt dat in gerenoveerde staat is, volledig bewoond en precies dat deel van de woningmarkt bedient waar de nood het hoogst is. 1. Welke belangen spelen er bij deze projecten en hoe worden deze afgewogen? Is daar een balanced scorecard voor bijvoorbeeld? 2. Hoe wordt dan bepaald dat sloop voor nieuwbouw een uit te leggen consequentie is? 3. Hoe wordt de MPG van nieuwbouw voor sloop bepaald? a. Ik zou zeggen bvo nieuw – bvo oud = netto bvo en dan alle CO2 uitstoot (ook van de sloopwerkzaamheden en recycling/afvoer) in rekening brengen b. Klopt dit? Zo nee, wat wordt dan wel gedaan? 4. Op welke manier grijpt het wettelijk kader in de projecten? Op de website van Stichting Rotterdam Natuurlijk staat een overzicht van de wettelijke kaders die (mogelijk) een rol spelen. a. https://rotterdamnatuurlijk.nl/wettelijk-kader/ b. Welke wetten worden toegepast? c. Hoe wordt dit beargumenteerd of onderbouwd? d.
Op welke manier worden de klimaat en milieu belangen binnen de kaders meegewogen? (stikstof, CO2, biodiversiteit, hitte, etc) e. Op welke manier worden de belangen van de burgers binnen de kaders meegewogen? Dit speelt met name bij Rise een grote rol vanwege de gedwongen uithuiszetting. Het is mogelijk dat ik nog met meer informatieverzoeken kom, of dat door de antwoorden nieuwe vragen ontstaan. Die komen dan later. Ik denk dat deze vragen al wat inzichten kunnen verschaffen. Ik zie jullie antwoorden met belangstelling tegemoet. Vriendelijke groeten, Voorzitter Stichting Rotterdam Natuurlijk
10
Project Schiehaven Noord
Hieronder stuur ik je de antwoorden bij de vragen inzake Schiehaven Noord die je per mail op 15 april hebt gestuurd.
1. Rotterdam is tegenwoordig (ook) een populaire stad om te wonen, werken en recreëren. In de omgevingsvisie De Veranderstad staat aangegeven dat om de trek naar de stad op te kunnen vangen voldoende woningen moeten worden gerealiseerd, naast voldoende werkgelegenheid en voorzieningen. In de omgevingsvisie is daarvoor de term ‘Goede Groei’ gemunt. Het gaat om groei die bijdraagt aan het welzijn van de inwoners, aan een duurzame samenleving en aan economische vooruitgang. Groei die het Rotterdamse rijke erfgoed en identiteit ondersteunt en versterkt waarbij Rotterdammers zijn betrokken in het proces van verandering. In de omgevingsvisie is voorgaande vertaald naar een vijftal perspectieven: compact, gezond, inclusief, duurzaam en productief.
Voor Schiehaven Noord is de Goede Groei vertaald naar onze ambities ten aanzien van een aangename en verbonden buurt (menselijke maat), versterken biodiversiteit en hittestress voorkomen (groen), maken en doen koesteren en versterken (werken in het gebied), fysiek en visueel contact met het water (relatie met haven en rivier), autoluwe openbare ruimte (voetganger en fiets centraal), inclusief verblijven en onderdeel van ommetje in de wijk (sport en recreatie), leesbaarheid van de geschiedenis en relatie met de omgeving (koesteren van identiteit), gemixt programma en voor elk wat wils (gevarieerd programma) en tenslotte wind- en geluidluw (aangenaam klimaat). Geen van deze onderwerpen is geoperationaliseerd in meetbare eenheden. 2. In de besluitvormingsstukken zal gerapporteerd worden welke handelingen en activiteiten er ten behoeve van de ontwikkeling plaats zullen vinden en welke gevolgen zij hebben in het kader van de goede groei. Dat is op het ene onderwerp naar alle waarschijnlijkheid met iets meer kwantificeerbare gegevens te doen en op het andere onderwerp zal er meer in kwalitatieve zin moeten worden gerapporteerd. De weging die er vervolgens aan de uitkomsten op de verschillende thema’s wordt gehecht, is een politieke. Uiteindelijk zal de gemeenteraad met het plan moeten instemmen.
De stukken voor de gemeenteraad zijn in principe openbaar, en worden ruim voor de raadsvergadering op de website gemeenteraad.rotterdam.nl gepubliceerd. 3. De Milieuprestatie gebied is ons niet bekend. Wel kennen we de Milieuprestatie gebouwen. Bij werken hanteren we de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken. In deze methode zitten ook de afspraken specifiek voor GWW-werken (grond-, weg- en waterbouw). Onderdeel van deze methode zijn onderzoek naar de effecten van productie, transport, bouw/installatie, verwerking en producthergebruik. Daarin vormt het aspect van CO2-emissie een onderdeel. Samen met andere effecten en aspecten vormt dit de milieuprestatie van een werk. CO2 komt met name vrij bij het gebruik van fossiele brandstoffen bij de uitvoering van het werk. Hoe meer duurzaam geproduceerde elektrische energie bij de uitvoering van een werk wordt gebruikt hoe hoger de milieuprestatie, maar ik wil benadrukken dat de hoogte van de milieuprestatie ook van andere effecten afhankelijk is. Het kan zijn dat andere keuzes worden gemaakt die leiden tot een betere milieuprestatie, maar dat die niet bepaald wordt door een zo laag mogelijke CO2-uitstoot. Dat hangt samen met de aard van het werk. 4. Er zijn grond en grondstoffen nodig voor het dempen van de haven en het (op)bouwen van de wijk.
De kwaliteit van de grond die wordt toegepast voor het dempen wordt mede bepaald door de kwaliteit van de ontvangende bodem. Als het mogelijk is wordt daarvoor grond gebruikt die vrijkomt uit andere werken, zo wordt nu grond die vrijkomt bij de aanleg van de Maasdeltatunnel toegepast in project de Groene Poort (de realisatie van natuurvriendelijke oevers in de Nieuwe Maas). En overigens bepaalt de waterkwaliteitsbeheerder (Rijkswaterstaat) welke grond is toegestaan. Rijkswaterstaat is daarbij gehouden aan de Kaderrichtlijn water. Om de ondergrond geschikt te maken voor het project, zal hoogstwaarschijnlijk een deel van het slib in de waterbodem vergraven moeten worden. Het is nog niet duidelijk of dit slib ter plaatse verwerkt, of hergebruikt kan worden, of elders als grond hergebruikt kan worden (al dan niet via een depot), of dat de kwaliteit zo slecht is dat het afgevoerd moet worden naar een verwerkingsinstallatie (verbrandingsinstallatie, of
11
reinigingsinstallatie, of naar bijvoorbeeld het slibdepot op Maasvlakte 1). Verwerking of hergebruik ter plaatse wordt ook bepaald door de waterkwaliteitsbeheerder. Er wordt niet gemengd met verontreinigd slib, tenzij dat slib dezelfde verontreinigingswaarde heeft en menging daarom geen negatief effect heeft. 5. In onze grondwet is opgenomen dat de zorg van de overheid gericht is op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu. Hiermee wordt beoogd dat de overheid ervoor moet proberen te zorgen dat we allemaal goed in Nederland kunnen wonen. Daarnaast is in de grondwet opgenomen dat de overheid maatregelen treft ter bevordering van de volksgezondheid en dat de bevordering van voldoende woongelegenheid voorwerp van zorg is van die overheid. De bepalingen maken onderdeel uit van de zogeheten sociale grondrechten en vormen instructies voor de overheid om nadere invulling te geven aan haar bestaan. Zo worden (delen van) de sociale grondrechten uitgewerkt in diverse wetten zoals de Wet op de ruimtelijke ordening, Wet bodembescherming, Gezondheidswet, Woningwet, Wet Luchtkwaliteit etc. Bij mijn weten is er op de genoemde onderdelen op dit moment geen sprake van directe overheidsaansprakelijkheid. Zo is ieder individu (grotendeels) zelf verantwoordelijk om gezond te blijven of een huis te vinden. 6.
De gemeente is bij haar handelen en optreden gebonden aan alle vigerende wetten, naast de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het voert te ver om in dit bestek alle wetten op te gaan noemen, ik zou er maar eens één vergeten. Op de website van Rotterdam Natuurlijk wordt al een niet uitputtend overzicht gegeven van welke regels allemaal van toepassing zijn in het openbaar gebied c.q. bij gebiedsontwikkeling. Ook de ontwikkeling van Schiehaven Noord moet voldoen aan de eisen en normstellingen in de verschillende wetten en verdragen. Daarbij kan geen enkel erkend belang (in de zin van wettelijk beschermd) niet worden meegewogen. Uiteindelijk zal er tussen alle vaak uiteenlopende belangen een afweging moeten worden gemaakt, en deze afweging zal door het bestuur van de stad (gemeenteraad) moeten worden gemaakt. Zie ook het antwoord op vraag 1 en 2.
Met vriendelijke groet, Projectmanager Gemeente Rotterdam Stadsontwikkeling PMB Noord, Kralingen-Crooswijk en Buitengebieden De Rotterdam, Wilhelminakade 179 Postbus 6575, 3002 AN Rotterdam Website www.rotterdam.nl
Van: Verzonden: vrijdag 15 april 2022 10:16 Aan: > CC: >; ; Onderwerp: Aanvullende WOB vragen Schiehaven Noord
>
;
Gisteren stuurde ik je vragen over project Rise. Ik wil je vragen dezelfde soort vragen ook voor de voorgenomen plannen voor Schiehaven Noord te beantwoorden. 5. Welke belangen spelen er bij project Schiehaven Noord en hoe worden deze afgewogen? Ik heb op de laatste informatieavond alleen gehoord dat er sprake is van een woningbouwopgave, maar er moeten er meer zijn. Is daar een balanced scorecard voor bijvoorbeeld? 12
6. Hoe wordt dan bepaald dat demping zowel qua kosten, cultuurhistorisch en extra milieubelasting en CO2 uitstoot, overlast tijdens het dempen, een uit te leggen mogelijkheid is? Wat is de exacte uitleg? De verwachte maatschappelijke (ook financieel), klimaat en milieukosten (risico’s) van demping zijn essentieel in de beoordeling en dienen vooraf openbaar te zijn. 7. Hoe wordt de MPG (milieu prestatie gebied) van dit project op gedempt havengebied bepaald? a. Ik zou zeggen dat alle CO2 die vrijkomt bij het verplaatsen van slip en zand worden bij de bouw opgeteld voor het totaalplaatje. b. Klopt dit? Zo nee, wat wordt dan wel gedaan? 8. Waar wordt het zand en slip gewonnen (winput)? Wat is de ecologische schade daar en wordt er gemengd met (mogelijk) verontreinigd slip? 9. Wie is klimaataansprakelijk vanwege bijvoorbeeld de verwachte zeespiegelstijging in onbeschermd buitendijks gebied? a. Zelfde vraag voor hitte, gezondheid, biodiversiteit, luchtkwaliteit? 10. Op welke manier grijpt het wettelijk kader in de projecten? Op de website van Stichting Rotterdam Natuurlijk staat een overzicht van de wettelijke kaders die (mogelijk) een rol spelen. a. https://rotterdamnatuurlijk.nl/wettelijk-kader/ b. Welke wetten worden toegepast? c. Hoe wordt dit beargumenteerd of onderbouwd? d.
Op welke manier worden de klimaat en milieu belangen binnen de kaders meegewogen? (stikstof, CO2, biodiversiteit, hitte, etc) e. Op welke manier worden de belangen van de burgers binnen de kaders meegewogen? Tot op heden lijkt het erop dat deze niet worden meegewogen. Op basis van welke wetgeving worden de belangen en inspraak van burgers terzijde geschoven? Het is mogelijk dat ik nog met meer informatieverzoeken kom, of dat door de antwoorden nieuwe vragen ontstaan. Die komen dan later. Ik zie je antwoorden met belangstelling tegemoet. Zou je me ook kunnen laten weten op welke termijn ik de antwoorden kan verwachten? Vriendelijke groeten, Voorzitter Stichting Rotterdam Natuurlijk!
13
Onderwerp: Verzoek om informatie klimaatimpact dempen Rijnhaven Postadres: Postbus 6575 3002 AN Rotterdam Ons kenmerk: 174395-2022 Datum: 25 mei 2022
Op 14 maart 2022 diende u het informatieverzoek in over de klimaatimpact van het dempen van een deel van de Rijnhaven. Uw verzoek wordt aangemerkt als verzoek om informatie. Hieronder volgt de inhoudelijke beantwoording van de door u gestelde vragen. In de beantwoording worden relevante documenten aangehaald. Vraag 1: Bij de demping van 8 hectare Rijnhaven komt CO2 en stikstof vrij. Antwoord: Dat klopt. Vraag 2: Hoeveel kuub of ton zand wordt er verplaatst? Antwoord: Er wordt 1.100.000m3 zand aangebracht tijdens het dempen in fase 1. Vraag 3: Waar komt dit zand vandaan? Wat is de verwachte ecologische schade op de plek van winning? Antwoord: Het zand is afkomstig uit onderhoudswerk/ verdieping van vaarwegen, het vergroten van havenbekkens en uit de Noordzee.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
2 25 mei 2022 174395-2022
Vraag 4: Hoe is de berekening voor de uitstoot van CO2 voor de activiteiten? Antwoord: Er is geen CO2-berekening uitgevoerd voor de uitstoot tijdens de tijdelijke bouwrijpwerkzaamheden. Vraag 5: Wat is de totale extra CO2 uitstoot voor deze activiteiten? Antwoord: Zie het voorgaande antwoord. Vraag 6: Hoeveel stikstof komt er vrij op welke plaatsen en wat zijn de verwachte ecologische gevolgen ter plaatse, met name impact op biodiversiteit? Antwoord: De stikstofdepositie op stikstofgevoelige natuurgebieden is minimaal, er geldt op dit moment een vrijstelling voor deze tijdelijke bouwrijpwerkzaamheden. Zie ook: Voortoets Natura 2000 (ruimtelijkeplannen.nl) Vraag 7: Het gebied is buitendijks en onbeschermd. Dempen heeft een opstuwend effect op het al sterk stijgende waterniveau ter plaatse (IPCC en deltacommissie). Hoe ziet de berekening van de waterveiligheid eruit? En wat is de uitkomst? Wie heeft deze berekening uitgevoerd en is als adviseur opgetreden? Antwoord: De Rijnhaven is een in het verleden gegraven havenbekken en is hiervan vrijgesteld.
Vraag 8: Wat zijn de totale kosten van de activiteiten en hoe wordt het risico ingeschat dat er uiteindelijk geen bouwactiviteiten plaats kunnen vinden door voortschrijdend inzicht over klimaatdoelen, hitte, waterveiligheid en biodiversiteit? Wie treedt hierin op als adviseur? Antwoord: De demping en ontwikkeling van de Rijnhaven wordt gefinancierd vanuit de grondexploitatie Rijnhaven (raadsbesluit 26 november 2020, kenmerk 20bb17733). Aannemer Boskalis heeft de 1e fase van de demping aangenomen voor het bedrag van € 12,3 mln. excl. BTW. Het risico dat u benoemt schatten wij laag tot nihil. Met Rijnhaven wordt het gebrek aan groen en biodiversiteit juist aangepakt en er worden goede condities gecreëerd voor de Goede Groei van de stad. Het park en (het gebruik van) het water dragen bij aan het voorkomen/tegengaan van hittestress, stimuleren van een gezonde levensstijl en het bouwprogramma voorziet in de grote en urgente woningbouwbehoefte.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
3 25 mei 2022 174395-2022
Overige informatie Voor overige, reeds openbare informatie, verwijzen wij u naar openbare bronnen zoals www.rotterdam.nl waar openbare documenten integraal en eenvoudig opvraagbaar zijn. Wij vertrouwen erop u hiermee van dienst te zijn geweest en sluiten het informatieverzoek. Met vriendelijke groeten,
Projectmanager
Hierbij reageer ik op uw e-mail d.d. 14 april 2022 over het project The One / Blaak 20-24. Ik kan u melden dat voor het plan van ontwikkelaar Review Real Estate en architectenbureau UNstudio op dit moment door de gemeente een Nota van Uitgangspunten (NvU) wordt opgesteld. Hier is voor gekozen omdat het plan door / tijdens de corona-epidemie is gewijzigd. De ruimte die was ontworpen voor de functie hotel wordt vervangen door woningen. Het pand staat ondertussen leeg; afgezien van anti-kraak. De medische voorzieningen die hier als laatste gevestigd waren (zoals 2 huisartsenpraktijken en Star-shl) zijn verhuisd naar De Witte Keizer aan de Vissersdijk en naar de Wijnhaven. Doel is om de locatie te ontwikkelen tot een bijzonder en kwalitatief hoogwaardig woon- en werkmilieu met een gemengd programma. De NvU beschrijft de uitgangspunten waaraan de planvorming op de locatie moet voldoen. De nota is de leidraad voor het ontwerptraject, het wijzigen van het bestemmingsplan en het aanvragen van de omgevingsvergunning. In de NVU zal een aparte paragraaf worden gewijd aan duurzaamheid.
Vier thema’s die bij alle ontwikkelingen belangrijk zijn: energietransitie, circulair bouw, klimaatbestendige stad en gezonde leefomgeving Onderstaand zijn per thema onderdelen van een quick scan beschreven, die een voorzet vormen voor uitwerking en precisiering in de NvU Energietransitie Warmte: Het gebouw ligt in concessiegebied van Eneco. Het moet dus aangesloten worden op het restwarmte net. Warmteoverdrachtstations worden inpandig gerealiseerd en in de straatprofielen (nabij liggend IP) wordt rekening gehouden met ruimte in de ondergrond. Koeling: koelbehoefte van gebouw beperken door doelgericht ontwerp (schaduw elementen, donker glas, etc) en duurzaam opgewekte koeling. Elektriciteit: daken en gevel worden zo mogelijk benut voor de opwek van duurzame elektriciteit. Dakoppervlak is beperkt bij One Blaak, vooral het lage dak kan ten behoeve van de kwaliteit beter worden ingezet voor groen en waterberging. Duurzame mobiliteit: parkeervoorzieningen worden (constructief) voorbereid op laadinfrastructuur.
Circulair bouwen Hergebruik materialen: de materialen uit het bestaande pand zo veel mogelijk hergebruiken Onderzoek nodig naar welke materialen er precies in het bestaande gebouw zitten en welke bruikbaar zijn. In de ontwerpfase rekening houden met kenmerken en toepassingen van bestaand materiaal. Ook kijken naar gebruiken hergebruikte materialen uit andere bronnen. Toepassing van (nieuwe) primaire grondstoffen wordt zoveel mogelijk beperkt. Circulair slopen: bestaande gebouw circulair slopen zodat de uitkomende materialen zoveel mogelijk direct hergebruikt kunnen worden. Milieuprestatie gebouwen: MPG streven van 0,6; maximum van 0,8. Betongebruik: gebruik van (primair) beton zoveel mogelijk beperken. Voorkeur voor andere materialen zoals hout. Waar beton toch nodig is beperk dan het gebruik van primair beton. Demontabel bouwen: rekening houden om onderdelen demontabel uit te voeren. Materialenpaspoort: we stimuleren het gebruik van een materialenpaspoort.
Klimaatbestendige stad Wateroverlast: afval en regenwater worden gescheiden afgevoerd. Zo veel mogelijk waterberging op eigen terrein. Uitgiftepeil: het uitgiftepeil voor nieuwbouw ligt op 1,20 meter boven het waterpeil van de singel in het gebied. Rekening mee houden in ontwerp begane grond. Hittestress: bewust ontwerpen van het gebouw om koelvraag te beperken. Vergroening van gebouw en buitenruimte (gevel, dak en maaiveld). Verkoelende verblijfsruimten realiseren en combineren met waterberging. Grondwaterstand en droogte: voorzieningen treffen voor bufferen van regenwater in droge perioden. Ecologie/biodiversiteit: One Blaak wordt natuurinclusief ontworpen. Gezonde leefomgeving Geluid: de geluidsbelasting bedraagt niet meer dan 53 decibel. Hierbij is de akoestische situatie inzichtelijk gemaakt: hoe hoog is de geluidsbelasting en welke functies kunnen het beste waar? Verder dient rekening te worden gehouden met een geluidluwe aangename zijde en buitenruime en akoestisch juiste indeling van ruimten (slaapkamer aan de geluidluwe zijde). Luchtkwaliteit: rekening houden met slechte luchtkwaliteit ivm drukke weg. Bijvoorbeeld balansventilatie met filters toepassen. Multifunctionele daken: daken worden multifunctioneel ingezet. Minimaal 2 functies per dak. Het lage dak kan goed worden ingezet voor groen, rood en blauw. Het hoge dak voor groen, geel en blauw.
De te maken afspraken zullen – naast de NvU – hun weerslag krijgen in de anterieure overeenkomst tussen gemeente en ontwikkelaar en in het op te stellen bestemmingsplan. In het kader van dit bestemmingsplan worden onderzoeken uitgevoerd mbt onder meer stikstof, luchtkwaliteit, geluidhinder, flora en fauna etc. Ik realiseer mij dat bovenstaand nog een vrij algemeen verhaal is, wat een gevolg is van het feit dat we nog bezig zijn met het opstellen van de NvU en de (milieu)onderzoeken nog dienen te worden uitgevoerd. Indien gewenst kunnen wij op een nader moment met elkaar afspreken om het project en uw vragen door te nemen. Met vriendelijke groet,
P/a DCMR Milieudienst Rijnmond Bezoekadres: Parallelweg 1 3112 NA Schiedam Postadres: Postbus 843 3100 AV Schiedam Website: www.dcmr.nl Afdeling: Reguleren Advies en Omgeving
ontwerpbesluit hogere waarde Wet geluidhinder bestemmingsplan Parkhaven
Contact: info@dcmr.nl Uw kenmerk: Ons kenmerk: 9999217321_99991171820 Bijlagen: Betreft: Ontwerpbesluit hogere waarden Wet geluidhinder Bestemmingsplan “Parkhaven” Datum:
1. Aanleiding In verband met het bestemmingsplan ‘Parkhaven’ dienen hogere waarden te worden vastgesteld voor de realisatie van 8 woongebouwen. De globale ligging van de locaties is weergegeven in figuur 1.
Figuur 1: Globale ligging van locaties voor nieuwe woontorens (uitsnede akoestisch onderzoek)
2. Onderzoek Het besluit is gebaseerd op het akoestisch onderzoek van Kraaij Akoestisch Adviesbureau van 28 januari 2022, kenmerk: VL.1862.RO1
Blad: 2/10 Ons kenmerk: 9999217321_99991171820
In het onderzoek is berekend wat de geluidbelasting is van wegverkeer en industrielawaai. Het aspect luchtvaartlawaai en spoorwegverkeer zijn voor dit bestemmingsplan niet van belang. In het onderzoek wordt aangegeven welke maatregelen worden genomen om de geluidbelasting te beperken en op welke wijze invulling wordt gegeven aan het Ontheffingsbeleid van de gemeente Rotterdam. In verband hiermee en in verband met de goede ruimtelijke onderbouwing van het bestemmingsplan wordt in het onderzoek ook aandacht besteed aan de niet-wettelijke bronnen. In een seperaat onderzoek is ook aandacht besteed aan het geluid van de aanwezige en geplande horeca (dBVision ’Horecageluid ParkHaven Rotterdam’ van 24 december 2021, kenmerk ERA001-01-05sp). Dat onderzoek is als bijlage toegevoegd aan het bestemmingsplan. In dit besluit is dat onderzoek betrokken bij de toets aan het ontheffingsbeleid; de vraag of er bij de woningen sprake is van een geluidluwe gevel. Het akoestisch onderzoek waar dit besluit op is gebaseerd ligt bij dit besluit ter inzage. Uit het rapport blijkt dat de geluidbelasting bij de verschillende locaties hoger is dan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting, maar niet hoger dan de waarde waarvoor op grond van de Wet geluidhinder een hogere waarde kan worden verleend. 3.
Overweging Het akoestisch rapport voldoet aan de bepalingen van de Wet geluidhinder en geeft voldoende informatie over de akoestische situatie. In het rapport wordt een motivering gegeven voor de aangevraagde hogere waarden. Deze staat hieronder weergegeven. Maatregelen Volgens het ontheffingsbeleid moet onderzoek gedaan worden naar maatregelen die toegepast kunnen worden om de geluidbelasting op woningen of andere geluidgevoelige gebouwen te beperken. Daarbij geldt een volgorde van de toe te passen maatregelen: • bronmaatregelen • overdrachtsmaatregelen Wegverkeer Westzeedijk, G.J. de Jonghweg, Droogleever-Fortuynplein, ’s-Gravendijkwal, Parkhaven De voorkeurswaarde (48 dB) wordt op alle woongebouwen door één, of meerdere van bovengenoemde wegen overschreden. De maximaal toelaatbare geluidbelasting vanwege een stedelijke weg voor woningen (63 dB) wordt daarbij niet overschreden. Bronmaatregelen Een bronmaatregel is het toepassen van een geluidarm wegdektype of het beperken van de rijsnelheid of verkeersintensiteit bij wegverkeerslawaai. Het toepassen van een geluidarm wegdektype is niet mogelijk indien er sprake is van veel optrekkend en afremmend verkeer en in bochten van wegen. Omdat een geluidarm wegdek zachter is zal de toplaag heel snel verslijten (rimpeling en rafeling), waardoor ook het effect van het geluidarm asfalt snel vermindert.
Concreet betekent dit dat het toepassen van een geluidarm wegdektype op alle wegen rondom het plan niet mogelijk is. Een uitzondering hierop is wellicht de Parkhaven. Een geluidsarm asfalttype kan een geluidreductie van maximaal 4 dB bewerkstellingen. Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB nog steeds overschreden en zijn (aanvullende) gevelmaatregelen wellicht nog steeds
Blad: 3/10 Ons kenmerk: 9999217321_99991171820
noodzakelijk. Ook zal de gecumuleerde geluidbelasting aan deze kant nog steeds hoger blijven dan 53 dB, zodat het effect van een geluidarm asfalttype beperkt is. Overdrachtsmaatregelen Hierbij kan worden gedacht aan afstandsvergroting en/of afschermende maatregelen. Een verdubbeling van de afstand tussen de weg en de ontvanger levert een geluidreductie op van 3 dB. Gezien de afstand tussen de voor de geluidbelasting maatgevende wegen en de ontwikkellocaties en gelet op de beschikbare ruimte binnen deze locatie behoort een afstandsvergroting, met een significante geluidreductie, niet tot de mogelijkheden. De onderhavige wegen bevinden zich in een stedelijk gebied. Het plaatsen van een geluidscherm langs deze wegen is vanuit verkeerskundig en stedenbouwkundig oogpunt niet mogelijk/wenselijk. Industrielawaai industrieterrein Waal-/Eemhaven en industrieterrein Maas- en Rijnhaven De voorkeurswaarde van 50 dB(A) wordt op alle woongebouwen vanwege één, of beide bovengenoemde industrieterreinen overschreden. De maximaal toelaatbare geluidbelasting vanwege de industrieterreinen voor woningen (55 dB(A), danwel 60 dB(A) met toepassing van de zeehavennorm bij Waal-/Eemhaven) wordt daarbij niet overschreden. Bronmaatregelen Voor industrieterrein Waal- en Eemhaven is het Convenant Geluidruimte Waal-/ Eemhaven vastgesteld op 3 december 2010.
In het convenant is afgesproken dat geluidruimte die kan vrijkomen door technologische ontwikkelingen na 2010, ten goede te laten komen aan de woonomgeving. Deze afspraak werkt door in het Bronnenmodel 2025. Dit betekent dat het bronnenmodel 2025, dat gehanteerd is voor onderhavige geluidberekeningen, een actueel beeld geeft van de beschikbare geluidruimte voor ontwikkelingen in de woonomgeving. Voor industrieterrein Maas-/Rijnhaven is een saneringsprogramma uitgevoerd. Inmiddels zijn een aantal bedrijven vertrokken en is het geluidmodel daar op aangepast. Verdergaande bronmaatregelen zijn niet mogelijk. Overdrachtsmaatregelen Het plaatsen van een lang scherm langs het industrieterrein heeft weinig tot geen effect, omdat het hierbij om uitgestrekte industrieterreinen gaat waarop de geluidbronnen verspreid liggen. Tevens zijn er wegens de aanwezigheid van hoge geluidbronnen hoge geluidschermen nodig. Het plaatsen van een hoog scherm nabij het plangebied is vanuit stedenbouwkundig oogpunt niet wenselijk. Cumulatie van geluid Op meerdere locaties is sprake van verschillende wettelijke bronnen. Volgens de Wet geluidhinder mag cumulatie van geluid van de wettelijke bronnen niet leiden tot een onaanvaardbare geluidbelasting. Binnen het plangebied is er sprake van een overschrijding van de voorkeurswaarden voor wegverkeerslawaai en industrielawaai op alle ontwikkellocaties.
Hierom is een cumulatie van meerdere bronsoorten aan de orde. De hoogste cumulatieve geluidbelasting is berekend op woongebouw N1 aan de oostzijde en bedraagt 67 dB. Voor deze locatie levert de
Blad: 4/10 Ons kenmerk: 9999217321_99991171820
geluidbelasting vanwege wegverkeer de grootste bijdrage. Deze waarde leidt niet tot opmerkingen. Geluidluwe gevel en buitenruimte Op de meeste woongebouwen is er sprake van geluidbelasting door wettelijke en niet-wettelijke bronnen. De wettelijke bronnen (volgens de Wet geluidhinder) zijn wegverkeer en industrielawaai. Mede vanwege de niet-wettelijke bronnen is bij de meeste woongebouwen en woningen in die gebouwen geen geluidluwe gevel aanwezig. Om toch een geluidluwe gevel mogelijk te maken worden afsluitbare loggia’s gerealiseerd. Volgens het ontheffingsbeleid moet de geluidbelasting gemeten worden in geopende toestand. Hierdoor is het niet in alle gevallen mogelijk om een geluidluwe gevel te creëren. Om toch te kunnen voldoen aan het ontheffingsbeleid is compensatie voorzien in en rondom de woongebouwen, zodat sprake is van goede woon- en leefomgevingskwaliteit. Het Park, direct ten oosten van de woningbouw, kan dienen als geluidluw verblijfsgebied met een hoge verblijfskwaliteit ter compensatie van de geluidbelasting bij de woningen. In de planregels is bepaald dat in de in de woning de binnenwaarde van het gezamenlijk geluid (van de wettelijk en niet-wettelijke bronnen) bij gesloten ramen, deuren en andere te openen delen, maximaal 33 dB bedraagt. Hierdoor is er sprake van een goed akoestisch klimaat in de woningen.
Ook is bepaald dat er sprake moet zijn van een hoogwaardige inrichting van de openbare ruimte en hoogwaardige beeldkwaliteit, zoals bedoeld in de beleidsregel 'Hoogwaardige stedenbouwkundige inrichting' en van een duurzame ontwikkeling zoals bedoeld in de beleidsregel ‘Duurzaamheid en mobiliteit’. Ook zorgt de ligging vlak bij Het Park voor extra woonkwaliteit, net als de nabijheid van veel voorzieningen zoals horeca, sport, onderwijs en gezondheidszorg. De locatie is zowel met de auto als per OV goed bereikbaar. Conclusie Op grond van bovenstaande overwegingen kan voor het bestemmingsplan ‘Parkhaven’ onder voorwaarden hogere waarden als gevolg van wegverkeer en industrie worden verleend. 4. Besluit Gelet op artikel 59, 83 en 110a van de Wet geluidhinder besluiten burgemeester en wethouders van Rotterdam voor het bestemmingsplan ‘Parkhaven’ de hogere waarden vanwege wegverkeer en industrie onder de volgende voorwaarden vast te stellen: 1. Geluidluwe gevel: Elke woning dient te beschikken over een geluidluwe gevel en buitenruimte. Om te bepalen of een gevel en buitenruimte geluidluw is, mag indien gebruik wordt gemaakt van een afsluitbare loggia of balkon uitgegaan worden van een loggia, of balkon in gesloten toestand, waarbij er in gesloten toestand sprake moet zijn van buitenluchtkwaliteit in de loggia, of op het balkon.
Indien gebruik wordt gemaakt van een afsluitbare loggia, of balkon voor het creëren van een geluidluwe gevel en buitenruimte dienen de compenserende maatregelen zoals beschreven in de planregels (33 dB binnenniveau op grond van het gezamenlijk geluid en toepassen van de beleidsregels hoogwaardige stedenbouwkundige inrichting en duurzaamheid en mobiliteit) te worden toegepast. 2. Indeling woning: Tenminste één slaapkamer dient aan de geluidluwe zijde te worden gesitueerd. Andere geluidgevoelige ruimten dienen zoveel mogelijk aan de geluidluwe gevel te worden gesitueerd.
Blad: 5/10 Ons kenmerk: 9999217321_99991171820
Vast te stellen hogere waarden: Voor ligging van de bouwblokken en rekenpunten (gevels): zie het akoestisch rapport. Wegverkeer Zoneplichtige weg: G.J. de Jonghweg locatie/kadastraal Woongebouw N1 Kadastraal DHV00, sectie G, nr. 637 Woongebouw N1
bestemming/ aantal Ntb Totaal in bestemmingsplan Parkhaven 650 woningen
gevel noordzijde
hogere waarde in dB 49
westzijde
49
Kadastraal DHV00, sectie G, nr. 637 Zoneplichtige weg: Droogleever-Fortuynplein locatie/kadastraal Woongebouw N1 Kadastraal DHV00, sectie G, nr. 637 Woongebouw N2
bestemming/ aantal Ntb
gevel noordzijde
hogere waarde in dB 54
Totaal in bestemmingsplan Parkhaven 650 woningen
oostzijde
53
noordzijde
49
Oostzijde
50
Kadastraal DHV00, sectie G, nr. 637 Zoneplichtige weg: Westzeedijk locatie/kadastraal
bestemming/ aantal Ntb
gevel noordzijde
hogere waarde in dB 59
Totaal in bestemmingsplan Parkhaven 650 woningen
westzijde
58
noordzijde
53
Kadastraal DHV00, sectie G, nr. 637 Woongebouw N3
westzijde
53
noordzijde
49
Kadastraal DHV00, sectie G, nr. 637
westzijde
49
Woongebouw N1 Kadastraal DHV00, sectie G, nr. 637 Woongebouw N2
Blad: 6/10 Ons kenmerk: 9999217321_99991171820
Zoneplichtige weg: Parkhaven locatie/kadastraal
bestemming/ aantal Ntb
gevel zuidzijde
hogere waarde in dB 52
Totaal in bestemmingsplan Parkhaven 650 woningen
westzijde
54
noordzijde
51
Kadastraal DHV00, sectie G, nr. 637
zuidzijde
53
westzijde
58
Woongebouw N3
noordzijde
54
Kadastraal DHV00, sectie G, nr. 637
zuidzijde
53
westzijde
58
Woongebouw Z1
noordzijde
54
Kadastraal DHV00, sectie G, nr. 637
zuidzijde
53
westzijde
58
Woongebouw Z2
noordzijde
54
Kadastraal DHV00, sectie G, nr. 637
zuidzijde
53
westzijde
58
Woongebouw Z3
noordzijde
55
Kadastraal DHV00, sectie G, nr. 637
zuidzijde
52
westzijde
58
Woongebouw Z4
noordzijde
52
Kadastraal DHV00, sectie G, nr. 637
zuidzijde
51
westzijde
56
Woongebouw Z5
noordzijde
52
Kadastraal DHV00, sectie G, nr. 637
zuidzijde
51
westzijde
55
Woongebouw N1 Kadastraal DHV00, sectie G, nr. 637 Woongebouw N2
Blad: 7/10 Ons kenmerk: 9999217321_99991171820
Zoneplichtige weg: ‘s-Gravendijkwal locatie/kadastraal
bestemming/ aantal Ntb
gevel noordzijde
hogere waarde in dB 56
Totaal in bestemmingsplan Parkhaven 650 woningen
oostzijde
61
zuidzijde
58
noordzijde
57
Kadastraal DHV00, sectie G, nr. 637
oostzijde
61
zuidzijde
58
Woongebouw N3
noordzijde
57
Kadastraal DHV00, sectie G, nr. 637
oostzijde
61
zuidzijde
57
Woongebouw Z1
noordzijde
57
Kadastraal DHV00, sectie G, nr. 637
oostzijde
60
zuidzijde
60
Woongebouw Z2
noordzijde
56
Kadastraal DHV00, sectie G, nr. 637
oostzijde
59
zuidzijde
51
Woongebouw Z3
noordzijde
57
Kadastraal DHV00, sectie G, nr. 637 Woongebouw Z4
oostzijde
58
noordzijde
52
Woongebouw N1 Kadastraal DHV00, sectie G, nr. 637 Woongebouw N2
Kadastraal DHV00, sectie G, nr. 637
Blad: 8/10 Ons kenmerk: 9999217321_99991171820
Industrie Zoneplichtig Industrieterrein: Waal-/Eemhaven locatie/kadastraal
bestemming/ aantal Ntb
gevel zuidzijde
hogere waarde in dB(A) 53
Totaal in bestemmingsplan Parkhaven 650 woningen
westzijde
53
zuidzijde
51
Kadastraal DHV00, sectie G, nr. 637 Woongebouw N3
westzijde
52
zuidzijde
54
Kadastraal DHV00, sectie G, nr. 637 Woongebouw Z1
westzijde
52
zuidzijde
53
Kadastraal DHV00, sectie G, nr. 637 Woongebouw Z2
westzijde
53
zuidzijde
56
Kadastraal DHV00, sectie G, nr. 637 Woongebouw Z3
westzijde
54
zuidzijde
54
Kadastraal DHV00, sectie G, nr. 637 Woongebouw Z4
westzijde
53
zuidzijde
54
Kadastraal DHV00, sectie G, nr. 637 Woongebouw Z5
westzijde
54
zuidzijde
54
Kadastraal DHV00, sectie G, nr. 637
westzijde
54
Woongebouw N1 Kadastraal DHV00, sectie G, nr. 637 Woongebouw N2
Blad: 9/10 Ons kenmerk: 9999217321_99991171820
Zoneplichtige Industrieterrein : Maas-/Rijnhaven locatie/kadastraal
zuidzijde
hogere waarde in dB 51
zuidzijde
51
oostzijde
52
Kadastraal DHV00, sectie G, nr. 637 Woongebouw Z4
zuidzijde
51
oostzijde
52
Kadastraal DHV00, sectie G, nr. 637 Woongebouw Z5
zuidzijde
52
oostzijde
52
Kadastraal DHV00, sectie G, nr. 637
zuidzijde
52
Woongebouw Z1 Kadastraal DHV00, sectie G, nr. 637 Woongebouw Z2
bestemming/ aantal Ntb Totaal in bestemmingsplan Parkhaven 650 woningen
Kadastraal DHV00, sectie G, nr. 637 Woongebouw Z3
gevel
Andere wettelijke regelingen Dit besluit laat onverlet dat er voor realisering van het bestemmingsplan mogelijk rekening gehouden dient te worden met andere wettelijke bepalingen.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam namens dezen,
Concerndirecteur Stadsontwikkeling
Blad: 10/10 Ons kenmerk: 9999217321_99991171820
Procedure Op het nemen van een besluit hogere waarde is afdeling 3.4 van de Algemene bestuurswet van toepassing. Het ontwerpbesluit hogere waarden wordt tegelijkertijd met het bestemmingsplan ter inzage gelegd. Het ontwerpbesluit hogere waarde, inclusief de relevante stukken wordt zes weken ter inzage gelegd. Aan belanghebbenden wordt in deze periode de gelegenheid geboden om zienswijzen mondeling en/of schriftelijk in te dienen. Schriftelijke zienswijzen kunnen worden gericht aan het College van Burgemeester en Wethouders van Rotterdam, per adres DCMR Milieudienst Rijnmond, ten name van bureau Ruimtelijke Ontwikkeling, Postbus 843, 3100 AV Schiedam. Voor het indienen van mondelinge zienswijzen kunnen belanghebbenden binnen de genoemde termijn contact opnemen met de DCMR. Hierna wordt het besluit hogere waarden zo snel mogelijk doch uiterlijk tegelijkertijd met het bestemmingsplan vastgesteld. Indien het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerp, of in beroep zodanig wijzigt, dat het ontwerpbesluit hogere waarden niet meer daarin voorziet zal een nieuwe procedure voor het vaststellen van hogere waarden gevolgd worden. Bijlage Akoestisch onderzoek van Kraaij Akoestisch Adviesbureau van 28 januari 2022, kenmerk: VL.1862.RO1.