[22bb004003] Bijlage behorende bij 22bb4002 over Nota van Uitgangspunten Renovatie Museum Boijmans van Beuningen en Museumtuin
Tekst van het document
Voor de openbare ruimte betekent dit: • De Museumparkstraat is dé groene entree naar het Museumpark en maakt onderdeel uit van een essentiële groenstructuur. De nieuwe ontwikkeling dient deze groene toegang en structuur te respecteren en waar mogelijk te versterken. • In de Museumparkstraat dient rekening gehouden te worden met voldoende ruimte voor voetgangers, fietsers en wachtende bezoekers en groepen bij het museum. Gevaar voor de bezoekers en hinder voor het verkeer en vice versa dienen ten alle tijde voorkomen te worden. • De Museumtuin wordt beter verbonden met de rest van het Museumparkkwartier. • De inrichting en uitstraling van de Museumtuin verbetert op een manier die past bij de monumentale waarden. • De centrale as vanuit bouwdeel Van der Steur naar het G.J. de Jongh-monument is uitgangspunt bij de ontwikkeling. • Aanpassingen aan de Museumtuin voegen zich naar of versterken de bestaande kamerindeling die wordt begrensd door kamerscheidende watergangen en vijverpartijen. • Bestaande bomen worden niet gekapt, tenzij zeer goed beargumenteerd en noodzakelijk voor de ontwikkeling. Bomen die gekapt worden, dienen gecompenseerd te worden binnen de straat of tuin van kap. • Het logistiek centrum wordt ingepast in het gebied als aangegeven in bijlage 3 met gronddekkingen als aangegeven in de afbeelding. De maximale hoogte van de Belvedère is +1,68m NAP.
NvU Renovatie Museum Boijmans Van Beuningen en Museumtuin
31
4. Uitnodigend en toegankelijk De ontwikkeling van Museum Boijmans van Beuningen ondersteunt en versterkt de verbinding tussen Museumparkkwartier en stad door middel van groene, levendige entrees van het Museumparkkwartier. Het museum krijgt een uitnodigende entree. Voor alle schaalniveaus geldt dat de toegangen en verbindingen zeer toegankelijk en laagdrempelig dienen te zijn voor alle gebruikers. Toegankelijkheid • De toegankelijkheid van, tot en rond het gebouw zijn van groot belang voor zowel het museum als de gemeente. Er dient in het gebouw zelf, in de Museumparkstraat en in de Museumtuin en -park rekening gehouden te worden met visueel beperkte en kwetsbare voetgangers. Dit betekent dat er genoeg ruimte op de stoep moet zijn (een zogenaamde ‘comfort zone’) voor de grote bezoekersaantallen die het museum verwacht en voor de verwachte groei aan populariteit voor het Museumpark. Hierbij hoort ook ruimte voor wachtende groepen: deze mogen passerende voetgangers, fietsers en ander verkeer niet hinderen (en vice versa). De Museumparkstraat dient voor alle gebruikers veilig te zijn, wat vraagt om slimme oplossingen voor de beperkte ruimte. • De verbinding tussen Bodon en Van der Steur is voor zowel de bezoeker van het Museumpark als van het museum duidelijk een vrij toegankelijke route die ondoorbroken door het museumprogramma genomen kan worden.
• De Museumtuin dient vanuit alle richtingen voor iedere gebruiker goed toegankelijk te zijn. Om deze reden blijft de rozentuin vanuit het zuiden (Griekse Kerk) obstakelvrij en over vlak maaiveld toegankelijk. In oost-west richting dient de belvedère gekoppeld te zijn aan de oost-west routes voor mindervalide gebruikers. • Nieuwe toegangen tot het Museumpark in oost-westrichting ter hoogte van Westersingel 101-102 en Rijndam dienen mogelijk te blijven in de toekomst. Entree Groot aandachtspunt voor het museum is een betere, meer uitnodigende en zichtbare entree. De openbare ruimte zal, naast andere functies, betekenis hebben in het logisch en vindbaar maken van de entree(s). De nieuwe entree: • schikt zich naar de interne ruimtelijke opzet en monumentale waarden van de bestaande bebouwing. • verbindt de gebouwdelen Bodon en Van der Steur (samen met het inpandig entreegebied). • is startpunt voor de museale routing door het gehele gebouw. • is op een eigen manier even vanzelfsprekend herkenbaar en goed vindbaar als de oorspronkelijke publieksentree aan de voet van de toren van Van der Steur. De entrees vormen samen één heldere entreezone in de Museumparkstraat, en maken deze samen tot een samenhangend logisch geheel. • dient in de plint een interactie aan te gaan met de Museumparkstraat, en laagdrempelig te zijn voor de bezoekers.
• is goed toegankelijk én goed bereikbaar voor mindervaliden. Dit vraagt om ontwerpaandacht voor zowel de entree zelf, als de comfortzone op de Museumparkstraat. Aan de zuidzijde van de straat dient er in de openbare ruimte voldoende plek te zijn voor wachtende bezoekers en groepen, passerende voetgangers, rolstoelers en kinderwagens (deze laatste twee moeten elkaar kunnen passeren over de volledige lengte van het voetpad) zonder uit te hoeven wijken naar de rijloper. • Eventuele trappen mogen op geen enkele wijze de gebruikers van de Museumparkstraat hinderen, met name met oog op kwetsbare en visueel beperkte gebruikers. Het ontwerp hiervan dient in nauwe afstemming met de afdelingen landschap, stadsbeheer, mobiliteit en het ingenieursbureau ontwikkeld te worden. Het uiteindelijke plan wordt gevat in een PVE voor de buitenruimte, hier wordt afstemming gezocht met alle belanghebbenden van deze openbare ruimte. Dit kan leiden tot aanpassingen in het IP, om een integraal ontwerp te maken waarin het museumontwerp en de openbare ruimte elkaar versterken. • Eventuele luifels dienen de bestaande bomen niet te belemmeren in hun groei, en verstoren de zichtlijn van de straat niet. Ze zijn ondersteunend aan de kracht van het monument, en concurreren niet met de bestaande architectuur.
32
5. Vergroening en natuurinclusiviteit De ontwikkeling van Museum Boijmans van Beuningen draagt bij aan de monumentale landschappelijke structuur van het Museumparkkwartier, en versterkt de groene entrees van de Museumparkstraat. De relatie met de Museumtuin wordt versterkt. De tuin zelf wordt toegankelijker en kan gebruikt worden als onderdeel van het stadspark. De stad Rotterdam voorziet in een schone en groene omgeving en ruimte om te ontsnappen aan de stedelijke drukte. Het Museumparkkwartier is een belangrijke schakel in de groene wig, en als enige grote groenzone in de binnenstad vormt dit kwartier een belangrijke kwaliteit van de stad. Nieuwe ontwikkelingen dienen waar mogelijk bij te dragen aan het versterken en herstellen van de groene en volwaardige parkkwaliteit. Museumparkstraat • De ontwikkeling van Museum Boijmans van Beuningen versterkt het groen en de levendigheid van de entrees van het Museumparkkwartier. • Bestaande bomen dienen zo veel mogelijk behouden te worden, en waar deze gekapt worden dienen ze binnen de straat gecompenseerd te worden, passend bij het ontwerp van de groene entreestraat. Museumtuin • Het op te stellen integrale inrichtingsplan voor de tuin is gebaseerd op de kwaliteiten van het rijksmonumentale erfgoed. Denk hierbij aan de stijlkenmerken in het tuinontwerp van Van der Steur die typerend zijn voor de nieuwe architectonische tuinstijl.
Belangrijke elementen zijn bijvoorbeeld de kamerstructuur van de tuin, de populierenlaan en begeleidende hagen van de rozentuin. • De inrichting en uitstraling van de Museumtuinkamers is landschappelijk, overwegend blauw-groen. • De achtertuinen van de Westersingel vormen de belangrijkste groene wand van het rijksmonument Museumtuin. Dit moet beleefbaar blijven, evenals de bomen en onderbeplanting langs de monumentale oostgrens van de Museumtuin. • Bestaande bomen worden behouden. De populierenlaan is aan vervanging toe. In de nieuwe plannen wordt mogelijk gemaakt, door voldoende gronddekking en optimale groeicondities, zuilvormige bomen van eerste orde grootte opnieuw te laten floreren. • De nieuwe inrichting van de Museumtuin is primair groen. Toegevoegde verharding is alleen ten gunste van het maken van goede verbindingen voor voetgangers, in de vorm van parkpaden. Logistieke rijwegen maken onderdeel uit van deze padenstrucuur en zijn niet als anders herkenbaar, waarbij rijden over de niet hiervoor bestemde voetpaden te alle tijden dient te worden voorkomen. • De hagen worden zo aangepast dat deze de zichtrelaties herstellen en de sociale veiligheid verbeteren, met aandacht voor zonnebrand bij de beuken.
• Het maaiveld en de plantvakken in de rozentuin kan gemiddeld met 0,30m worden opgehoogd ten opzichte van het bestaande maaiveld, om de verzakkingen gedurende de jaren weer op peil te brengen. Ook op andere plekken waar bodemdaling heeft plaatsgevonden moet onderzocht worden of deze kan worden hersteld. • Vanuit de rozentuin wordt een betere aansluiting gemaakt met de westzijde van het Museumpark. Parkpaden sluiten op een logsiche manier aan op deze nieuwe verbindingen en passen binnen de monumentale gedachte van de tuin. • Mogelijke toekomstige verbindingen met de Westersingel ter hoogte van de villa’s op nummer 101 en 102, en ter hoogte van Rijndam, blijven mogelijk na de renovatie. • Bouwkundige-, technische, verkeerskundige en beveiligingselementen zijn op subtiele wijze ingepast en maken onderdeel van de landschappelijke of architectonische vormgeving3. Logistiek centrum Landschappelijke vereisten voor de inpassing van het logistiek centrum zijn opgenomen onder Uitgangspunt 8. 3 Objecten gericht op het faciliteren van de logistieke stromen worden geintegreerd binnen in het loadingdock en de belvedère. In de aanrijroute vanaf de Westzeedijk worden elementen subtiel in gepast in het landschap. Dit kan zijn detectie, een stoplicht of camera, waamee een zelfde werking bereikt kan worden als met een slagboom.
Inrichtingselementen, zoals valbescherming, armaturen, camera's, etc worden zo veel mogelijk vermeden, maar anders op een subtiele manier in het landschap ingepast en in ieder geval binnen de Rotterdamse Stijl.
NvU Renovatie Museum Boijmans Van Beuningen en Museumtuin
33
6. Programmering en gebruik openbare ruimte De ontwikkeling van Museum Boijmans van Beuningen draagt bij aan de levendigheid van de Museumparkstraat en de Museumtuin. De uitstraling en het gebruik van het gebouw en de omgeving zijn uitnodigend en toegankelijk. Plint Museumparkstraat •
De plint van het museum gaat een interactie aan met de Museumparkstraat, en dient een levendige en uitnodigende uitstraling te hebben.
•
De plint van de nieuwbouw biedt een kijkje het museum in. De gedachte hierachter is om de relatie met de straat te verlevendigen, en voorbijgangers te enthousiasmeren het museum in te gaan.
Hoek Westersingel - Museumparkstraat •
Een ruimtelijk en programmatisch aandachtspunt is ook de hoek van de Westersingel - Museumparkstraat. Een publieke functie is hier wenselijk.
•
De ontwikkeling op deze plek dient bij te dragen aan de transformatie van de huidige onbestemde inrichting van de openbare ruimte tot een groene en herkenbare entree van het Museumparkkwartier, waarbij vergroening en culturele functies elkaar versterken.
•
De ruimte die ontstaat bij (gedeeltelijke) sloop van het bouwdeel Robbrecht en Daem, dient, indien niet de hele kelderbak bebouwd wordt, een aantrekkelijk onderdeel van de beleving van de Museumparkstraat te worden. Dit vraagt om ontwerpaandacht om de bovenkant van de kelderbak op een goede manier onderdeel te laten worden van het museum. Ook de overgang richting de privé-achtertuinen aan de Westersingel dient hier zorgvuldig vormgegeven te worden.
Museumtuin - Museumpark •
De Museumtuin wordt gebruikt als stadspark en is voor iedereen toegankelijk en grotendeels openbaar.
•
Het Museumparkkwartier vormt een internationaal cultuurpark, waar de verschillende culturele instellingen een stevig netwerk vormen en sterke collectieve aantrekkingskracht uitstralen.
34
7. Logistiek als stille motor De impact van de logistieke afwikkeling van het museum op het beschermde stadsgezicht, monumenten en cultuurhistorisch waardevolle gegevens wordt tot een minimum beperkt en houdt goed gebruik en aangename beleving van de openbare ruimte en museum mogelijk. Logistiek algemeen • Het logistiek centrum dient voldoende ruimte te bieden voor het afhandelen van het reguliere logistieke verkeer. Korte leveringen door kleinere voertuigen (bijvoorbeeld koeriersdiensten) vinden bij voorkeur plaats in de Museumparkstraat. • Gemotoriseerd logistiek verkeer mag het gebruik, beeld en beleving van het museum en het Museumparkkwartier niet belemmeren. De vrachtverkeerssituaties dienen duidelijk en overzichtelijk te zijn. • Vrachtverkeer dient goed en eenvoudig te kunnen manouvreren, en alleen vooruit. De impact van vrachtverkeer op langzaam verkeer dient beperkt te zijn, er mogen geen conflicten ontstaan met voetgangers en fietsers. • Logistiek dient in openbaar toegankelijk gebied in hiërarchie secundair aan ander verkeer en gebruik te zijn. • De logistieke ingrepen en (daarbij behorende) bouwkundige elementen dienen zeer terughoudend vormgegeven te worden en ruimschoots ondergeschikt aanwezig in de buitenruimte. • Fietsparkeren dient verspreid in het Museumparkkwartier gerealiseerd te worden, bij de verschillende invalroutes voor de fiets.
De vormgeving is naar de kwaliteitseisen voor toegankelijkheid, inrichting en bruikbaarheid, met aandacht voor het schoon en aantrekkelijk houden van deze locaties. Toegang vanaf de Westzeedijk Vanaf de Westzeedijk rijdt het logistiek verkeer via de Kunsthal het Museumpark in. Vanaf hier wordt gebruik gemaakt van de bestaande padenstructuur voor voetgangers. De breedte van de paden volstaat, maar moet ter hoogte van bochten worden verbreed. • Verbreding van de paden mag niet conflicteren met de monumentale bomen. • Nieuwe verharding voor verkeer is in bestrating, verlichting en bewegwijzering niet herkenbaar als rijweg, maar parkachtig zoals bestaande voetgangerspaden. De paden zijn geschikt voor logistiek verkeer in één richting, waarbij rijden over de niet hiervoor bestemde voetpaden te alle tijden dient te worden voorkomen. • Ter hoogte van de Kunsthal en in het toekomstig logistiek centrum wacht het vrachtverkeer totdat de route door het park vrij is om op te rijden. Bouwkundige-, technische, verkeerskundige en beveiligingselementen zijn op subtiele wijze ingepast en maken onderdeel van de landschappelijke of architectonische vormgeving4. • De ambitie is dat de hellingbaan en de benodigde toegangspoort naar het logistiek centrum volledig binnen de grenzen van de belvedère vallen.
• Ten zuiden van het logistiek centrum/ belvedère wordt ruimte gemaakt voor een toegankelijke looproute van en naar de rozentuin. De breedte van deze route bedraagt minimaal 1,80m. Ook is er aandacht voor het conflict tussen uitrijdend vrachtverkeer en de kruisende voetganger. In goed overleg met de gemeente worden hiervoor maatregelen opgesteld, wanneer uit de uitwerking blijkt dat het zicht op kruisend verkeer onvoldoende is. • Indien de poort van Muyden niet passend in het ontwerp opgelost kan worden, moet gezocht worden naar een nieuwe, bestemming waar deze poort tot haar recht komt. Landschappelijke vereisten inpassing logistiek centrum • Ophogingen vinden alleen plaats op plekken waar ondergronds bouwvolume plaatsvindt. Het zoekgebied hiervoor is aangegeven in bijlage 3. • Het loading dock dient ingekleed te worden met gronddekkingen van minimaal de aangegeven maten in bijlage 3. Deze dekkingen maken het aanplanten en groeien van volwaardige parkbomen (bomen eerste grootte), parkgazon en lage beplanting mogelijk. De hydrolische omstandigheden moeten hiervoor optimaal zijn om verdroging te voorkomen. De kruin van het maaiveld van de belvedère ligt voor het noordelijke deel op 0 NAP en voor het zuidelijke deel op 1,68 NAP. Per maaiveld wordt één gelijke hoogte aangehouden; geen hobbels en verspringingen in hoogte.
• Het loading dock (en de hellingbaan) begint in de belvedère. Geen uitstekende delen; alle bouwkundige elementen worden ingekleed in het landschap. • Overgangen tussen nieuw en bestaand maaiveld zijn altijd onder grastalud van minimaal 1:5,5. Richting de watergang aan de achtertuinen Westersingel en tussen directievleugel en ondergrondse verbinder zijn overgangen onder grastalud en minimaal 1:3. • Het dak van het logistiek centrum moet voldoende draagkracht hebben om onderhoudsvoertuigen op de belvedère te laten opereren. • Er dient met de verlichting rekening gehouden te worden met de ecologische en belevingswaarden van het park. 4
Ibid uitleg p37
NvU Renovatie Museum Boijmans Van Beuningen en Museumtuin
35
8. Technische randvoorwaarden Afval Afvalruimtes en -afwikkeling dient inpandig te worden opgelost. Vetputten Indien er horecavoorzieningen worden gerealiseerd dienen vetputten inpandig te worden opgenomen. Vetputten in de buitenruimte zijn niet toegestaan. Nutsvoorzieningen, trafo’s en installaties Nutsvoorzieningen, transformatorruimtes en installaties zijn met behoud van monumentale waarden opgelost. Zij mogen niet in de openbare ruimte worden opgenomen. De impact op de plint, gevel en buitenruimte moet worden geminimaliseerd. Kwaliteit in de tijdelijke situatie en tijdens de bouw In Rotterdam wordt voortdurend gebouwd en daardoor is de dynamiek groot. Een goede invulling bij leegstand en een goede uitstraling van een bouwplaats zijn belangrijk, zodat de leefomgeving ook in tijdelijke situaties haar kwaliteit behoudt. • In afwachting op de start bouw De tijdelijke situatie dient kwaliteit te bieden voor de omgeving. Denk daarbij aan kunst, programmering, evenementen, communicatie, bijzondere vormgeving en betrokkenheid van omwonenden. • Tijdens de bouw Het aantal voertuigbewegingen en emissies tot een minimum beperkt omdat er gebruik wordt gemaakt van bouwhubs aan de rand van de stad, ingezet wordt op emissievrije last-mile belevering en alternatieven voor diesel aggregaten voor opwekken bouwstroom.
Bomen worden beschermd, geen opslag van bouwmaterialen onder de projectie van de boomkroon. Lokale opslag vermindert transport. Duurzame gebouwen Duurzaamheid is van fundamenteel belang voor de leefbaarheid in Rotterdam: nu en in de toekomst. Duurzaamheid dient bij deze ontwerpopgave als integraal onderdeel te worden behandeld gezien de impact die maatregelen kunnen hebben op de monumentale waarden. Eventuele afwegingen moeten in de conceptfase worden gemaakt. De goede balans tussen duurzaamheid en monumentale waarden is
36
uitgangspunt. De beoogde duurzaamheid kent vijf componenten: • Energie Rotterdam is in 2050 aardgasvrij. Alle nieuwbouwprojecten in de binnenstad van Rotterdam worden verplicht op industriële restwarmte aangesloten of op een vergelijkbaar alternatief. Voor WKO geldt afstemming met de omgeving. • Klimaat Gebouwen en hun omgeving dragen bij aan het vasthouden van regenwater en het reduceren van hittestress. Richtlijn hierbij is het bergen van een hoogte van 50 milimeter water over het gehele perceeloppervlak, bijvoorbeeld via een waterbergend daklandschap of andere opvangvoorziening. • Circulair Rotterdam streeft naar circulair. Daarom wordt ‘slim’ en ‘sociaal’ gesloopt en worden materialen hergebruikt. Nieuwe gebouwen gebruiken een materialenpaspoort. • Gezond Op basis van de ligging van de locatie wordt onderzocht of er geen sprake is van geluids-, geur- of fijnstofoverlast. Dit geldt ook voor omgevingsveiligheid. Maatregelen dienen integraal te worden opgenomen in de ruimtelijke kwaliteit van het ontwerp. • Natuur In Rotterdam gaan we flink veel groen toevoegen. Rotterdam houdt rekening met flora en fauna bij de inrichting van de stad en de ontwikkeling van gebouwen: natuurinclusief bouwen. Voor de verschillende wijken in de stad is er een overzicht gemaakt van te nemen maatregelen.
Voor nieuwe gebouwen is te denken aan het toepassen van groene hagen en gevels, nestmogelijkheden en het beperken van verharding van privéterrein.
9. Water Voor aanpassingen van het oppervlaktewatersysteem gelden eisen vanuit het waterschap ten aanzien van doorstroomprofielen, oevers en duikers. Bestaande waterlopen - historie en relaties Er wordt rekening gehouden met de kwaliteiten van de bestaande waterlopen als ook de conceptuele relaties tussen de Museumtuin en voormalige tuin Villa Dijkzicht. Waterlopen en oevers voegen zich naar de historische landschappelijke ondergrond, worden vormgegeven in de stijl van het Museumpark en de historische Museumtuin. De open waterverbindingen in oost-west richting in de Museumtuin, tussen de vijvers en de waterloop op de oostelijke perceelsgrens, blijven technisch mogelijk. De monumentale waarden van het rijksmonument Museumtuin en van het rijksbeschermd stadsgezicht ‘Waterproject’ aan de Westersingel worden behouden en indien mogelijk versterkt. Waterverbindingen, vijvers en sloten zijn logisch onderdeel van het tuinontwerp en blijven de kamers definiëren. Een aanpassing van waterlopen dient onderbouwd te worden vanuit de waarden en betekenis van deze structuur zoals die in de cultuurhistorische verkenning van het Museumparkkwartier beschreven zijn. In het PvE dient opgenomen te worden, dat wanneer nieuw maaiveld een watergang raakt, sluit deze aan op de bestaande insteek van een oevertalud.
Watercompensatie • Er geldt vanuit het plan rondom het Depot nog een compensatieopgave oppervlaktewater van 72m² die in de Museumtuin moet worden opgelost en die deze ontwikkeling indien mogelijk als kans benut • De aan- en afvoer van water tussen het watersysteem in het Museumpark en de Westersingel moet worden gewaarborgd, ook in een tijdelijke situatie zoals tijdens de bouw. • Het te dempen m² oppervlaktewater moeten voor 100% worden gecompenseerd met nieuw te graven oppervlaktewater elders in het park. • Met het oog op het beperken van wateroverlast wordt bij een te realiseren bouwwerk of terreinverandering hemelwater niet naar de gemeentelijke riolering afgevoerd of aan de openbare ruimte aangeboden, tenzij een hemelwaterberging is aangebracht en in stand gehouden. De minimale capaciteit van de hemelwaterberging is 50 mm ten opzichte van het
oppervlak van het nieuw aan te brengen bouwwerk en terreinverharding.5 Duurzaam gebruik • Lokaal opvangen, verwerken en indien mogelijk hergebruiken van regenwater, ook van daken en ander verhard oppervlak, is uitgangspunt. Afstroming naar het oppervlaktewater gebeurt indien mogelijk via een vertragende voorziening (bodempassage). • Het vergroenen van gebouwen en de buitenruimte, het creëren van schaduw in de buitenruimte en het beperken van de gebouwschil gaan hittestress tegen. Verkoelende maatregelen worden gecombineerd met waterberging. • Bewust ontwerpen van gebouwen draagt bij aan het beperken van de koeltevraag. • In het ontwerp wordt wateroverlast in de bestaande kelders voorkomen. Beheer en onderhoud • Het oppervlaktewater wordt bereikbaar gehouden voor beheer en onderhoud. Dit heeft consequenties voor de hoogte van eventueel aan te leggen bruggen. • De minimaal gewenste ontwateringsdiepte (verschil tussen maaiveld en grondwaterstand) is 0,80 meter in bebouwd gebied en 0,50 meter in het groen. • De drooglegging (verschil tussen maaiveld en oppervlaktewaterpeil) is minimaal 1,20 meter voor nieuwe ontwikkelingen en minimaal 1 meter in bestaand stedelijk gebied. Duiker De nieuwe verbindingsduiker tussen het park en de Westersingel moet van voldoende afvoercapaciteit zijn. De duiker moet bereikbaar zijn voor beheer en onderhoud (voldoende inspectieputten).
De bereikbaarheid op particulier terrein moet met zakelijk recht geregeld zijn. Bij voorkeur bestaan er geen constructies onder gebouwen. Indien nodig worden er afzonderlijke afspraken gemaakt over het ontwerp en de beheerverantwoordelijkheid.
Zie hiervoor ook de flyer ‘Waterberging bij Nieuwbouw’ van Gemeente Rotterdam
5
NvU Renovatie Museum Boijmans Van Beuningen en Museumtuin
37
10. Demarcatie en beveiliging
•
Voor de gehele Museumtuin wordt een integraal ontwerp gemaakt, inclusief een logische invulling van de beeldentuin. Logisch in die zin, dat enerzijds natuurlijke begrenzingen zorgen voor veiligheid en anderzijds een samenhangend beeld van de gehele tuin ontstaat. De beeldentuin is alleen toegankelijk vanuit het museum, voor museumbezoekers. Een openbare verbinding tussen Museumparkstraat en tuin wordt aangemoedigd en als meerwaarde voor het project gezien.
•
Demarcatiegrenzen worden, indien nodig, zoveel mogelijk opgelost op landschappelijke wijze. Er wordt ingezet op de kracht van het Museumparkkwartier als één ruimte, één cultuurpark dat het netwerk van de verschillende culturele instellingen en (nieuwe) gebouwdelen van Museum Boijmans van Beuningen met elkaar verbindt. Bouwkundige-, technische, verkeerskundige en beveiligingselementen zijn op subtiele wijze ingepast en maken onderdeel van de landschappelijke of architectonische vormgeving 6.
•
Er moet gezocht worden naar de mogelijkheden voor een betere verbinding tussen het museum en de verschillende (openbare en niet-openbare) Museumtuindelen. De beveiliging van het museum is daarbij randvoorwaarde.
•
Het openbaar toegankelijke Museumtuindeel wordt in oost-westrichting beter verbonden met de rest van het Museumparkkwartier en aangesloten op het Melkkoppad. Daarbij wordt rekening gehouden met bestaande waterlopen.
6
38
Ibid uitleg p37
5. Bijlagen
NvU Renovatie Museum Boijmans Van Beuningen en Museumtuin
39
Bijlage 1: Detaillering Uitgangspunt 1 - Het in ere herstellen van De renovatie beoogt de monumentale waarden van
•
Het herstellen van de routing op basis van de
beide gebouwdelen zoveel mogelijk te behouden, te
oorspronkelijke uitgangspunten, waarbij een
herstellen en mee te nemen naar de toekomst.
herdefiniëring wordt gevraagd van veranderingen
•
Het opstellen van een integrale erfgoedvisie
of toevoegingen uit latere tijdslagen in de totaliteit
is noodzakelijk voor het ontwikkelen van een
van bouwhistorische waarden. In de routing moet
vergunbaar ontwerp.
de koppeling tussen de bouwdelen Van der Steur en Bodon helder en voor publiek begrijpelijk zijn op
Specifieke uitgangspunten gebouwdeel Van der Steur •
Het museumgebouw is onlosmakelijk verbonden
•
•
bouwlagen, gebaseerd op de oorspronkelijke
de ingang naar de Museumtuin en de binnenhof in
ontwerpuitgangspunten (met uitzondering van
de huidige toestand niet toegankelijk is. De publieke
daglichtschachten in de directievleugel). •
•
oorspronkelijk niet publiek toegankelijk, wat
van de tuinzaal is daarbij van wezenlijk belang.
merkbaar is in de architectuur van de interieurs. De
De binnenhof en de Museumtuin moeten als een
ruimtelijke opbouw en interieurafwerkingen en de
geheel worden gezien. De onderlinge ruimtelijke
interieuronderdelen in de voormalige directievleugel
interactie hiertussen moet worden hersteld.
met een hoge waardering blijven als uitgangspunt
Het buitenhof heeft het karakter van een publiek
behouden. Het ruime daglicht waarmee de
toegankelijk plein en is onderdeel van de
verkeersruimten werden verlicht, worden in perceptie
geschakelde as die architectonisch moet blijven
teruggebracht. In het ontwerp en de materialisering
bestaan: straat, poort, hof, bordestrap, entree
dient geanticipeerd te worden op de te huisvesten
De ruimtelijke programmering zodanig organiseren,
functie(s). •
De kelder heeft een utilitair karakter, gekenmerkt
dat de buitenhof als aangename, (overdag)
door gemetselde toevoer ventilatiekanalen,
laagdrempelig toegankelijke publieke ruimte
de verkeersruimte functioneert als plenum. De
geactiveerd wordt.
gemetselde kanalen hebben bouwhistorische waarde,
De toegangspoort naar het buitenhof met in de as
gevraagd wordt te onderzoeken om deze zoveel
de entree van de voormalige directievleugel blijft in architectuur in hoge mate leesbaar. Functioneel blijft
•
De begane grond van de directievleugel was
hersteld worden. Een herdefiniëring van de betekenis
voormalige directievleugel, tot aan het auditorium. •
Herstel van het daglichtmuseum op beide
met de Museumtuin en de binnenplaatsen, waarvan
toegankelijkheid en ruimtelijke relaties dienen hier
•
beide niveaus.
mogelijk te behouden en te hergebruiken •
Het herstellen van de vaste vitrines en andere
de functie van de poort als doorgang en verbinding
vaste inventaris, waaronder ook overgebleven
tussen Museumparkstraat en buitenhof behouden.
oorspronkelijke verlichtingsarmaturen.
De monumentale entree aan de voet van de toren
•
Het brengen van eenheid en samenhang in
blijft functioneel bestaan met nieuwe meegegeven
onderdelen van te behouden en nieuwe tijdslagen,
betekenis. Deze entree blijft een spectaculair
zoals bijvoorbeeld leuningen.
vertrekpunt van de route architecturale van Van
•
der Steur. De primaire delen van de opgaande
Specifieke uitgangspunten gebouwdeel Bodon
architectonische sequentie van trappen en ronde
•
hallen zijn vanwege de hoge monumentale waarde
voorbijganger betrekt bij hetgeen zich in het museum
‘onaanraakbaar’ voor interventies.
afspeelt door bijvoorbeeld brede vensters op
Ruimtelijke ‘rehabilitatie’ van de Hannemazaal naar de oorspronkelijke toestand in de noordvleugel.
•
verdieping en begane grond. •
Interventies voor integrale toegankelijkheid moet worden benaderd vanuit de mogelijkheden van het
40
Terugbrengen en versterken van de openheid die
De plint programmeren met publiek programma zodat de interactie met omgeving vergroot.
•
Herstellen van de kwaliteiten, gebouwfilosofie
gebouw. Daar waar hoge monumentale waarden in
en kernwaarden van de begane grond, zoals de
het gedrang komen zal de toegankelijkheid mogelijk
laagdrempeligheid en zichtbaarheid vanuit de straat,
niet integraal kunnen zijn.
de daglichttoetreding, de ruimtelijke sequentie,
n gebouwdelen Van der Steur en Bodon de verkeersstructuur, en de materialisatie van het •
Herstellen van de herkenbaarheid van de plattegrond
zichtbaar maken. Deze bouwdelen spelen bij de
van gebouwdeel Bodon op begane grond en
planvorming de hoofdrol. •
Herstellen van de verrassende ruimtelijke beleving onderweg omhoog via de trappen of lift aan het
secundair verkeersruimte. •
markant, maar terughoudend ten opzichte van het
Behouden en herstellen van de ruimtelijke waarden
volume, de architectuur en onderlinge symbiose van
dak als vijfde gevel moet worden beschouwd.
•
De entree(s) aan de Museumparkstraat is (zijn)
publiek openbaart. van de gevels, waarbij ook het zorgvuldig ontworpen •
De primaire functie van de tentoonstellingszalen in het museum is expositieruimte. Deze zalen zijn
waarin de open ruimte op de verdieping zich
•
De coherentie en symbiotische samenhang tussen de gebouwdelen Bodon en Van der Steur weer
verdieping. •
•
interieur.
de gebouwdelen Bodon en Van der Steur. •
Het duurzaam en deskundig herstel van
De puien in de gevel refereren in de transparantie
schadebeelden van constructies, materialen en
van het glas aan de kernwaarde van visuele interactie
afwerkingen van het gehele hoofdcomplex, alsook
van de architectuur van Bodon (via de nieuwbouw).
de gevolgen van de noodzakelijke asbestsanering
Behouden en herstellen van de ruimtelijke waarden
vanuit het PvE, waaronder de bijlage restauraties en
in het interieur op de verdieping, zoals de enfilade
de richtlijnen van de restauratie-ethiek.
van drie zalen, de zichtrelaties naar buiten, de •
•
•
daglichttoetreding en de materialisatie.
De gebouwdelen Van der Steur en Bodon zullen ook
De relatie behouden van het bestaande ‘balkon’ aan
technisch onderdeel gaan uitmaken van een op de
de zuidzijde met het zicht op de groene achtertuinen
toekomst gericht aangepast museumcomplex. Dit
van de Westersingel.
dient te gebeuren conform [Programma van Eisen
De publieke routing van bouwdeel Bodon herstellen
Renovatie Museum Boijmans van Beuningen Bijlagen.
en op begane grond en op de verdieping aan de
20 maart 2020 Ontwerpfase. Bijlage 9 Bijlage Aspect
noord- en zuidzijde verbinden met het gebouwdeel
Restauratie Renovatie van het Museum Boijmans van
Van der Steur.
Beuningen. 15 januari 2020], technische onderdelen
Een hernieuwde logistiek aansluiten op de nog
zoveel mogelijk uit het zicht.
aanwezige oorspronkelijke gebouwstructuur van de kelder, waarvan functioneel afgeweken kan worden. •
Behouden van de publieke toiletruimte in de kelder als onderdeel in de ruimtelijk en in materiaal aanwezige verticale verbinding met de noordelijke verkeersstrook.
•
Bij gebouwdeel Bodon is het ruimtelijke conceptuele sterker dan het materiaal-ambachtelijke wat in bouwdeel Van der Steur veel nadrukkelijker aanwezig is. Dit doet echter geen afbreuk aan het belang van de oorspronkelijke materiaalkeuzes van Bodon.
Voor beide gebouwdelen geldt: •
Het totaal van ruimtelijke en technische ingrepen zal in balans moeten zijn met de monumentale waarden, waarbij respect voor het monument ook doorontwikkelen en denken aan een overtuigende nieuwe tijdslaag betekent, vanuit uitgangspunten gebaseerd op een samenhangende interpretatie van kernwaarden.
NvU Renovatie Museum Boijmans van Beuningen en Museumtuin
41
Bijlage 2: Verkeerskundige uitgangspunten Museumparkstraat De toekomstige inrichting van de Museumparkstraat is
toegankelijkheid. Een goede en logische koppeling
gebaseerd op het inrichtingsprincipe Shared Space, net als
tussen de nieuwe hoofdentree en de entree van het Depot
het huidige inrichtingsplan. Dit biedt voetgangers de vrijheid
is nodig om bezoekers van beide gebouwen te geleiden.
om zich vrij door de omgeving te bewegen en de ruimte
Het betreden en verlaten van het museum moet op een
te delen met de andere weggebruikers. Niet alle plekken
verkeersveilige wijze mogelijk zijn, zonder conflicten
hoeven gedeeld te worden. Voetgangers kunnen kiezen of
tussen bezoekers, wachtende groepen en doorgaand
ze zich wel of niet mengen met het overige verkeer.
verkeer. Er moeten 2 gehandicaptenparkeerplaatsen worden gerealiseerd. Deze worden op maximaal 50
Comfortzone
meter van de hoofdingang gerealiseerd. Tenslotte
Met name ouderen en mensen met een lichamelijke of
wordt op acceptabele loopafstand tot de entree ruimte
visuele beperking hebben behoefte aan een eigen, veilige
gerserveerd voor het kort parkeren van één touringcar.
ruimte. Voor deze groepen is daarom een comfortzone
Vanzelfsprekend met een verkeersveilige looproute voor
aanwezig, zonder het Shared Space-principe geweld aan
de entree.
te doen. Voor de comfortzone geldt dat: • er sprake is van een ononderbroken, obstakelvrije
Fietsparkeren Museumparkstraat
en herkenbare route (visueel beperkte voetgangers
De renovatie van het museum moet o.a. resulteren
hebben namelijk behoefte aan duidelijke structuur en
in meer bezoekers. In de ontwerpen voor het
houvast, zodat zij weten wat er van ze wordt verwacht
museum wordt echter niet voorzien in de groei van de
en hoe ze zich door de ruimte kunnen bewegen);
fietsstallingsbehoefte die daaraan gekoppeld is. Het
• de zone op een voor visueel beperkte mensen
huidige IP Museumparkstraat doet dat ook niet. Er is
op herkenbare wijze is begrensd, zodat zij niet
enkel voorzien in de aanvullende stallingsbehoefte
ongemerkt terecht kunnen komen op een deel van de
die voortkomt uit openstelling van het Depot-gebouw.
straat waar fietsers en gemotoriseerd verkeer rijdt;
Toen het museum nog geopend was, werd al een groot
• de begrenzing bestaat niet uit een hoogteverschil/
stallingstekort gemeten. Het aantal fietsstallingsplaatsen
trottoirband, wat juridisch niet is toegestaan binnen
dat nu in het IP Museumparkstraat is opgenomen,
de beoogde verkeersfunctie ‘erf’;
mag daarom vooralsnog niet verder afnemen als
• obstakels en hoogteverschillen moeten voorkomen
gevolg van de inpassing van de nieuwe hoofdentree.
worden en wanneer dat niet mogelijk is, voorziet het
De gemeente onderzoekt of een fietsenstalling in de
ontwerp in een veilige looproute er omheen;
Museumparkgarage mogelijk is. In dat geval neemt de
• de vrijeruimte van de comfortzone bedraagt tenminste
stallingsbehoefte op straat wel af.
2.70 meter (zodat een rolstoelgebruiker een volledige draai kan maken, terwijl een passerende
Parkeren touringcars en mindervaliden
rolstoelgebruiker, voetganger met kinderwagen of
Museumparkstraat
scootmobiel een vrije doorgang heeft);
Het aan te passen IP Museumparkstraat moet blijven
• de comfortzone wordt in ieder geval aan één zijde
voorzien in locaties voor het (kort) parkeren van
van de Museumparkstraat gerealiseerd, bij voorkeur
touringcars en mindervaliden. De Westersingel is
aan beide zijdes;
hiervoor geen alternatief. Voor touringcars hebben
• wanneer de comfortzone aan één zijde ontbreekt
de huidige parkeervakken aan de Westersingel
of onvoldoende aanwezig is, moeten er goede
onvoldoende breedte. Er bestaat ook geen mogelijkheid
toegankelijke oversteeklocaties worden gemaakt naar
voor verbreding, zonder dat dit nadelige gevolgen heeft
de attractiepunten aan de overzijde.
voor de naastgelegen bomen. Daarnaast conflicteert het manoeuvreren van de bus met de belangrijke functie van
Entreezone
de Westersingel voor de fietsers. Voor mindervaliden
De nieuwe hoofdentree wordt voornamelijk benaderd
is de Westersingel op te grote afstand van de beoogde
vanuit de oost- en westzijde. Vanuit deze richtingen
entree gelegen (>100 meter)
vraagt de hoofdentree daarom om voldoende maat en
42
Bijlage 3.1 - zoekgebied logistiek centrum en belvedère
F- F '
'
E-E
'
D-D
'
C-C
'
B-B
Legenda zoekgebied loading dock Uiterste grens ingrepen landschappelijke inpassing loading dock Kruin maaiveld op bak NAP +0.00 met grondekking van minimaal 35 cm Kruin maaiveld op bak NAP +1.68 met grondekking minimaal 110 cm
'
Zoekgebied loading dock, mits dit een overtuigend beeld oplevert i.r.t. de directievleugel
A-A
As directievleugel en hart hellingbaan naar loading dock '
A-A
Profielaanduiding
NvU Renovatie Museum Boijmans van Beuningen en Museumtuin
43
Bijlage 3.2 - dwarsdoorsnedes
44
Zoom in zuidzijde
Zoom in noordzijde
Overzicht
< noordzijde
zuidzijde >
Bijlage 3.3 - langsdoorsnede
NvU Renovatie Museum Boijmans van Beuningen en Museumtuin
45
46
(herhaling p9-10 tbv print op single pages)
Begrippenkaart Museumparkkwartier
Bijlage 4: Begrippenlijst Museumparkkwartier
Bronnen en beleidsstukken Bouw- en cultuurhistorie, waardestellingen BBA, Bouwhistorisch onderzoek met waardestelling Bodon (2017) BBA, Bouwhistorisch onderzoek met waardestelling Van der Steur (2006) Dolf Broekhuizen, Cultuurhistorische verkenning Museumtuin Boijmans-van Beuningen (2010) Leon van Meijel en Els Bet, Historisch-ruimtelijke analyse en waardering, Museum Boijmans van Beuningen Buitenruimte (2020) Leon van Meijel en Teake Bouma, Cultuurhistorische verkenning paviljoen H.J. Henket (2019) Leon van Meijel en Teake Bouma, Cultuurhistorische verkenning uitbreiding Robbrecht en Daem (2019) Rijksdienst voor het Culturele Erfgoed, Beschermd stadsgezicht Waterproject (2014) Rijksdienst voor het Culturele Erfgoed, Rijksmonument Museumtuin Museum Boijmans van Beuningen (2000) Urban Fabric | Steenhuis stedenbouw / landschap, Cultuurhistorische analyse Hoboken (2008) Beleidsstukken Gemeente Rotterdam, Gebiedsvisie Hoboken (2009) Gemeente Rotterdam, Rotterdamse Mobiliteits Aanpak (2020) Gemeente Rotterdam, Rotterdamse identiteit (2020) Museumtuin en Museumparkstraat Gustafson Porter, Visie Museumpark (2015) Gemeente Rotterdam, Programma van Eisen Museumpark (2015) Gemeente Rotterdam, Definitief Inrichtingsplan Museumpark - Jongkindstraat (2018) Gemeente Rotterdam, Definitief Inrichtingsplan Voorportaal Museumpark (2020) Gemeente Rotterdam, Definitief Inrichtingsplan
Evenementendek Museumparkgarage (2020) Verkenning Kwaliteitsslag Museumparkkwartier (2021) Renovatie MBVB Gemeente Rotterdam en Museum Boijmans van Beuningen, Ambitiedocument (2018) Gemeente Rotterdam, Programma van Eisen Renovatie MBVB, Bijlage Aspect Restauratie (2020) Gemeente Rotterdam, Renovatie MBVB 5 Uitgangspunten (2018) Mecanoo, Visie op de opgave; inzending architectenselectie (2020) Programma van Eisen Renovatie Museum Boijmans van Beuningen Bijlagen. 20 maart 2020 Ontwerpfase. (2020)
NvU Renovatie Museum Boijmans van Beuningen en Museumtuin
47
Beeldverantwoording Pagina 4: Stadsarchief Pagina 8: Diagram door Gemeente Rotterdam (landschap en stedenbouw) Pagina 10, boven: Stadsarchief Pagina 10, beneden: Google Earth Pagina 12: Stadsarchief; Alle foto’s uit ca. 1935 van de architectuur van het gebouw van buiten en architectonische ruimten binnen door centrapers Luchtfoto Van der Steur door klm Foto’s van zalen incl. Hannema medio 1935 door A.Frequin Pagina 15: Stadsarchief Pagina 16: Stadsarchief Kleurenfoto van uitbouw Henket uit 1992 door Jannes Linders Foto’s Bodon van medio 1972 door Dick Wolters Pagina 18, boven: Topotijdreis.nl Pagina 18, beneden: Stadsarchief Pagina 20: Diagrammen door Gemeente Rotterdam (landschap & stedenbouw) Pagina 23: Diagrammen door Gemeente Rotterdam (landschap) Pagina 24 en 25: Beelden door OKRA Landschapsarchitecten Pagina 31: Diagram door Gemeente Rotterdam (landschap en stedenbouw)
48
NvU Renovatie Museum Boijmans van Beuningen en Museumtuin
49