[22bb003789] Bijlage 3 behorende bij 22bb3786 over Wethoudersbrief aan de commissie ZOCS over de voortzetting van het taalbeleid
Tekst van het document
Judith Bokhove Wethouder Mobiliteit, Jeugd en Taal
Bezoekadres: Stadhuis Coolsingel 40 3011 AD Rotterdam Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam
Aan de Commissie ZOCS
Website: www.rotterdam.nl E-mail: n.muratoglu@rotterdam.nl Inlichtingen: Nevin Muratoglu Telefoon: (06)22062774 Portefeuillehouder: Wethouder MJT, Judith Bokhove Cluster: Cluster Maatschappelijke Ontwikkeling Ons kenmerk: M2201-11965 - 22bb1032 Datum: 11 maart 2022 Betreft: Voortzetting Taalbeleid
Aanleiding Op 14 juli jl. tijdens de bespreking van de Voortgangsrapportage Taal heb ik op uw verzoek toegezegd een plan te maken om het programma Taal voort te zetten. Toelichting: Als commissie heeft u gevraagd om de succesvolle elementen van het Taalbeleid in deze Collegeperiode te identificeren, zodat na de verkiezingen zonder vaart te verliezen door kan worden doorgegaan. In de huidige collegeperiode is taal als prioriteit benoemd met een eigen wethouder, een target en extra financiële middelen. Zoals u heeft kunnen lezen in de rapportage van de Rekenkamer Rotterdam is dit target ruimschoots behaald. De in totaal 12 miljoen aan extra middelen voor deze collegeperiode die zijn vrijgemaakt voor het taalbeleid lopen op tot € 5 miljoen per jaar in 2022. Zonder deze extra financiële middelen valt het taalbudget vanaf 2023 terug op ongeveer € 1 miljoen. En dat betekent een aanzienlijke terugval in het aantal taaltrajecten waarmee we laaggeletterde Rotterdammers taalvaardiger kunnen maken. In deze brief nemen wij u mee langs de belangrijkste elementen voor een succesvol taalbeleid, namelijk: - Een integrale aanpak via taalsporen; - Verhogen van bewustzijn laaggeletterdheid en actieve doorverwijzing.
- Het samenbrengen en laagdrempelig ontsluiten van het taalaanbod in www.beterintaal.nu - Het verhogen van het aantal afgeronde taaltrajecten, van 7000 in de vorige collegeperiode naar circa 24.000 in de huidige collegeperiode. Zie de toelichting hierop verder in de tekst. Inleiding Voor meedoen in de samenleving is taal een cruciale voorwaarde. Een voorwaarde om Rotterdammers die laaggeletterd zijn dezelfde kansen en hetzelfde perspectief te bieden als hun stadsgenoten. Rotterdam is een stad waarvan ongeveer 21% van de volwassenen laaggeletterd is. In sommige wijken en gebieden is het percentage laaggeletterden meer dan 30%.
Blad:
2/6
Zij missen basisvaardigheden op het gebied van taal, rekenen en digitale vaardigheden waardoor ze tegen allerlei problemen aanlopen in hun leven. Voor veel Rotterdammers is taalverbetering de sleutel tot een gezonder leven, een (betere) baan, een leven zonder armoede en schulden etc. Daarom is het belangrijk dat er blijvend aandacht is voor taalontwikkeling en laaggeletterdheid. De Rotterdamse gemeenteraad is het unaniem eens over het belang van het aanpakken van laaggeletterdheid. Het onderwerp stond bij alle voorgaande colleges ook op de agenda. In de huidige collegeperiode zijn taalontwikkeling en laaggeletterdheid als prioriteit benoemd. Met het beleidskader De Taalspiraal en de extra financiële middelen die beschikbaar zijn gesteld, zijn de afgelopen jaren ondanks de coronapandemie al vele mooie resultaten bereikt. Met de geprognotiseerde 21.400 tot 24.000 succesvol afgelegde taaltrajecten in de huidige collegeperiode maken we impact, maar we zijn er nog niet. In een stad waar 21% van de bevolking laaggeletterd is, blijft dit een uitdaging voor de komende jaren. We hebben gezorgd voor een positieve trendbreuk, maar we moeten hierin wel blijven investeren. De extra financiële middelen (12 miljoen) die in deze collegeperiode zijn ingezet hebben wij ook in de volgende collegeperiode hard nodig om blijvend impact te kunnen maken.
Integrale aanpak en de taalsporen Laaggeletterdheid is een multidisciplinair probleem. Laaggeletterden zijn minder gezond, leven korter, zijn vaker arm, hebben schulden en geen betaalde baan. Op meerdere manieren zijn zij in hun dagelijks leven kansarmer dan Rotterdammers die de taal goed beheersen. Een integrale aanpak gericht op deze leefgebieden biedt laaggeletterde Rotterdammers perspectief en kansen en levert winst op andere gebieden zoals armoede, werk en inkomen, gezondheid en zorg. Taal is een middel om laaggeletterde Rotterdammers verder te brengen op deze leefgebieden. In de Taalspiraal zijn daarom vier sporen benoemd: Taal en Werk, Taal en Gezondheid, Taal en Geld en Taal en Ontwikkeling. Deze sporen hebben een directe link met andere beleidsterreinen. In de uitvoering is gekozen voor een integrale aanpak. Laaggeletterdheid wordt niet als een geïsoleerd probleem benaderd, maar er wordt samengewerkt met andere beleidsterreinen, zoals: Werk & Inkomen, Tegenprestatie, Taaleis, Armoedebestrijding en Schulddienstverlening, Publieke Gezondheid, WMO, Sport, Onderwijs, Jeugd, Cultuur, Ouderen, Welzijn, Integratie/ Inburgering en Samenleven, allen beleidsterreinen die bijdragen aan sociale-inclusie en maatschappelijke opbrengst.
Bewustzijn verhogen en actieve doorverwijzing Een belangrijk aspect is het creëren van meer bewustzijn over laaggeletterdheid bij de mensen die een taalachterstand hebben zelf, maar zeker ook bij bestuurders, ondernemers, werkgevers, zorgverleners, loketbeambten, etc. Bij alle Rotterdammers. Bewustzijn verhogen zorgt ervoor dat professioneels of de omgeving van de laaggeletterde hier ook naar kan en gaat handelen, zoals bijvoorbeeld actieve doorverwijzing of vroege signalering van een probleem in de taalachterstand met directe ondersteuning. Er is daarom meer ingezet om het netwerk met professionals uit de sporen Werk, Geld, Ontwikkeling en Gezondheid uit te breiden. Afgelopen jaren zijn veel professionals getraind in het vergroten van dit bewustzijn, herkennen van laaggeletterdheid, leren hoe het gesprek aan te gaan en door te verwijzen. Samen met deze professionals moedigen we meer laaggeletterde inwoners aan naar een taalcursus te gaan. Hoe meer professionals zich nu en in de toekomst inzetten voor de aanpak van laaggeletterdheid, hoe groter het bereik en hoe beter en toekomt bestendiger het resultaat. Het belang van taal en de aandacht voor laaggeletterdheid staat inmiddels op veel plekken op de agenda en de bewustwording is toegenomen onder organisaties, werkgevers, beleidsmakers, professionals, zorgverleners etc.
Blad:
3/6
Samenbrengen en laagdrempelig ontsluiten taalaanbod In deze collegeperiode is het taalplatform www.beterintaal.nu gelanceerd om het taalaanbod in de stad samen te brengen en makkelijk vindbaar te maken voor laaggeletterde Rotterdammers en professionals. De extra middelen hebben het mogelijk gemaakt om veel meer impact te creëren, meer laaggeletterde Rotterdammers te bereiken en meer taalaanbod gratis en dicht bij de bewoners te organiseren. Verdere doorontwikkeling van dit platform in de toekomst is belangrijk om het aanbod samen te blijven brengen en het taalaanbod laagdrempelig te ontsluiten. Jaar van de Taal Het jaar 2021 is uitgeroepen tot het Jaar van de taal met het doel bewustzijn vergroten en structurele aandacht voor laaggeletterdheid. In het jaar van de taal zijn diverse activiteiten georganiseerd zoals een taalconferentie in de Week van het Lezen en Schrijven en het voeren van een grootschalige zichtbare taalcampagne in de stad. Op het plein Herenwaard in IJsselmonde is het taalkunstwerk ‘De Talascoop’ geplaatst waarmee het Jaar van de Taal is afgesloten. De Talascoop is een telescoop van reusachtige pennen op een sokkel die bestaat uit 90.000 stempotloodjes die zijn verzameld tijdens de verkiezingen. Elk potlood staat symbool voor één laaggeletterde Rotterdammer die moeite heeft met schrijven of lezen.
Rendement van taaltrajecten Uit de Nederlandse monitor volwasseneducatie van professor Maurice de Greef uit 2019 en 2020 zijn de volgende resultaten voor Rotterdam en de regio Rijnmond zichtbaar geworden. 66% van de deelnemers van taaltrajecten kan de taal beter toepassen in de praktijk in de meeste facetten van het dagelijks leven Meer dan de helft van de deelnemers krijgt een betere plek in de samenleving en tussen de 20% en 35% krijgt een betere arbeidsmarktpositie. De maatschappelijke baten van taaltrajecten zijn groter dan de investeringen. Uit de maatschappelijke kostenbatenanalyse van de taaltrajecten in de regio Rijnmond, blijkt namelijk dat de gemiddelde maatschappelijke opbrengst bij een aantal van 1000 deelnemers ca. 2,8 miljoen is. Als we dit gegeven mogen extrapoleren naar de verwachte afgeronde taaltrajecten (24000) in Rotterdam hebben we het hier over een maatschappelijke opbrengst van 67,2 miljoen gedurende deze collegeperiode. Inzet van de extra financiële middelen Door de extra financiële middelen deze collegeperiode is het aantal afgeronde taaltrajecten gemiddeld per jaar flink toegenomen. Onderstaande tabel laat zien hoe het taalbudget met de extra financiële middelen vanaf 2019 tot en met 2022 is opgebouwd. Hieronder leest u o.a. welk budget er per jaar is ingezet.
Vanuit de WEB (Wet Educatie Beroepsonderwijs) ontvangt Rotterdam een jaarlijkse bijdrage voor het taalbudget. Dit budget wordt aangevuld met gemeentelijke middelen. Tot 2018 was het jaarlijks budget dat vanuit de gemeente beschikbaar werd gesteld voor taal € 1.250,000,-. Na 2022 valt het budget voor taal weer terug naar het niveau van 2018. En daarmee ook het aantal taaltrajecten dat we kunnen aanbieden om laaggeletterde Rotterdammers taalvaardiger te maken.
4/6
Blad:
Gemeentelijke middelen
Extra middelen/ intensivering Taalspiraal
WEBmiddelen huidig jaar
Totaalbudget
Totaal uitgaven
2019
1.250.000,00
853.000,00
5.045.000,00
7.148.000,00
8.522.000,00
2020
1.250.000,00
2.262.000,00
4.845.000,00
8.357.000,00
7.480.000,00
2021
1.250.000,00
4.348.000,00
4.925.000,00
10.523.000,00
10.867.000,00
Begroting 2022
1.250.000,00
4.358.000,00
4.951.000,00
10.559.000,00
10.500.000,00
Totaal
5.000.000,00
11.821.000,00
19.766.000,00
36.587.000,00
37.369.000,00
In de vorige collegeperiode zijn er 7000 taaltrajecten afgerond. Gemiddeld 1750 taaltrajecten per jaar. Met de huidige investering vanuit het college hebben we een significante verhoging behaald van 24.000 taaltrajecten eind 2022. Dit zijn gemiddeld 6000 trajecten per jaar. Na de huidige intensivering zijn er ondanks de coronapandemie vanaf 2019 tot en met 2021 15.862 taaltrajecten afgerond. Dit zal zeker nog oplopen omdat er in de loop van 2022 nog 27 subsidiedossiers uit 2021 met 760 taaltrajecten moeten worden vastgesteld. De vaststellingen van de subsidies die in 2021 zijn verstrekt vinden conform de SVR pas na 1 april 2022 plaats. De definitieve realisatie kan daarom pas in het najaar worden vastgesteld. Het aantal afgeronde trajecten wordt dan toegevoegd aan het totaal aantal voor 2021. Op grond van de realisatie tot op heden en de voorzichtige prognoses zullen eind 2022 in totaal 21.400 trajecten zijn afgerond. Daarmee wordt de target ruimschoots behaald. Als we de meer optimistische prognoses van de taalaanbieders volgen, dan zal het totaal aantal afgeronde trajecten over vier jaar 24.000 zijn. In de loop van 2023 wordt dit verder duidelijk. De rekenkamer heeft de taaltarget gecontroleerd en als behaald beoordeeld. Ondanks dit succes, heeft het taalbeleid nog niet zijn volledige potentieel bereikt.
De coronapandemie heeft ertoe geleid dat na het zeer succesvolle beginjaar 2019 het aantal afgeronde trajecten weer terugviel. Fysieke lessen gingen niet door, waardoor een deel van de cursisten moest afhaken. De gemeente heeft de aanbieders ondersteund bij het aanbieden van digitale lessen, waardoor veel trajecten toch door konden gaan. De investering heeft ons dus niet alleen in staat gesteld om 17.000 extra taaltrajecten te laten plaatsvinden maar ook het bewustzijn te vergroten en te investeren in de digitalisering welke gedurende corona noodzakelijk is gebleken. Het rendement hiervan loopt nog door in deze periode, maar zal bij niet blijvend investeren weer snel afnemen. Gestarte trajecten
Afgeronde trajecten
2019
9.289
6.689
2020
6.532
3.811
2021
7.668
*5.400
* definitief aantal na vaststelling subsidies 2021
2022
**
**5.500
**Er zijn nog geen cijfers voor 2022 maar prognoses.
Blad:
5/6
Om een inschatting te maken van de impact van de intensivering van het taalbeleid is het goed om de jaren 2018 en 2019 nader te vergelijken. 2018 was het laatste jaar van het destijds bestaande beleid. Tevens was 2018 ook het eerste jaar dat de preferente inkoop bij de ROC’s niet meer noodzakelijk was. Inkoop van taaltrajecten moest worden aanbesteed. Uiteindelijk zijn er in 2018 3.800 trajecten afgerond, waarvan bijna de helft door middel van subsidies.
2019 is het eerste effectieve jaar van het geïntensiveerde taalbeleid op basis van het beleidskader Taalspiraal en extra beschikbaar budget. Door de toegenomen inzet en de nieuwe aanbesteding (Toegankelijke Taaltrajecten) zijn er in 2019 in totaal 6.689 trajecten afgerond. Hiervan is 2/3de gerealiseerd in de inkoop en 1/3de binnen de subsidies.
Op basis van deze twee jaren kunnen we concluderen dat intensivering van het taalbeleid (in 2019 in totaal 3 miljoen) tot een toename van 76% van het aantal succesvol afgeronde trajecten heeft geleid. Het ligt in de lijn der verwachting dat zonder corona deze stijging zich door had gezet in 2020 en 2021. Ten tweede valt op dat dankzij de toegenomen aandacht voor taal de realisatie iets boven de begroting ligt in 2019, waar in 2018 nog sprake was van onderbesteding. Tenslotte is in 2019 de gemiddelde kostprijs per geslaagd traject iets lager: € 1.274 tegen € 1.448. Met de intensivering was het mogelijk om met aanbestedingen grote aantallen taaltrajecten in te kopen bij taalaanbieders. Dat heeft geresulteerd in een lagere kostprijs per taaltraject. De verwachting is dat de kosten voor een taaltraject in de nieuwe collegeperiode wel weer iets stijgen als gevolg van de toenemende inflatie. Als de financiële middelen terugvallen naar het budget van 2018, betekent dit een aanzienlijke terugval in het aantal taaltrajecten. Dat heeft tot gevolg dat er een veel beperkter taalaanbod zal zijn voor laaggeletterde Rotterdammers. Leeftijdsopbouw deelnemers U heeft gevraagd naar de gegevens over de leeftijdsopbouw van de deelnemers.
Uit het steekproefonderzoek van Mediad over de non-formele subsidietrajecten en ingekochte non-formele en formele trajecten over 2020 zijn onderstaande cijfers beschikbaar: Totaal Jonger dan 25 jaar Tussen de 25 en 34 jaar Tussen de 35 en 44 jaar Tussen de 45 en 54 jaar Tussen de 55 en 64 jaar 65 jaar of ouder Totaal Gemiddelde leeftijd: 41,4
Aantal deelnemers 37 241 298 183 109 27 895
Percentage 4,1%*5.500 26,9% 33,3% 20,4% 12,2% 3,0% 100,0%
Blad:
6/6
Toekomstig taalbeleid Deze collegeperiode is met De Taalspiraal het bewustzijn voor laaggeletterdheid verhoogd, een integrale aanpak ingezet, het taalaanbod samengebracht, beter toegankelijk gemaakt en is het aantal afgeronde taaltrajecten toegenomen. Taalverbetering is belangrijker dan ooit voor laaggeletterde Rotterdammers. De coronapandemie heeft laten zien dat laaggeletterde Rotterdammers en Rotterdammers met beperkte digitale vaardigheden kwetsbaarder zijn. Het verbeteren van de basisvaardigheden taal maar ook digitale vaardigheden vereist veel aandacht in de toekomst. Het advies aan het volgend college is taal samen met de ontwikkeling van digitale vaardigheden hoog op de agenda te plaatsen en de inzet in de stad te ondersteunen met voldoende financiële middelen. U heeft kunnen zien dat tijdens deze collegeperiode met de Taalspiraal veel is bereikt. Om ook in de toekomst blijvend impact te kunnen maken is het van belang dat het nieuwe college doorgaat op de ingezette weg wat de taalspiraal verder omhoog brengt. Het nieuwe college kan vervolgens de hoofdlijnen verder uitwerken, die zullen dienen voor het nieuw te vormen beleidskader(plan). Voortgangsrapportage 2021 Tot slot ontvangt u in het tweede kwartaal van 2022 de voortgangsrapportage taal over 2021.
Net als bij eerdere voortgangsrapportages zal ook hierin gedetailleerd verslag worden gedaan van de uitvoering van het taalbeleid, de resultaten m.b.t. de taaltargets en de resultaten per spoor. Op basis van bovenstaande verzoek ik u om de toezegging (21bb10105) als afgedaan te beschouwen. Met vriendelijke groet,
Judith Bokhove Wethouder Mobiliteit, Jeugd en Taal