[22bb003746] Bijlage 2 behorende bij 22bb3743 over de Monitor Lage Inkomens 2022
Tekst van het document
stroomden in de groep Rotterdammers met een laag inko-
gegevens aangetroffen, wat betekent dat ze ‘nieuw’ zijn in
men. De instroom (dat zijn dus de personen die in 2019
de registratie, waarschijnlijk omdat ze in 2018 naar Neder-
niet, en in 2020 wel een laag inkomen hebben) kan ver-
land immigreerden. Tenslotte is te zien dat 5% van de in-
schillende oorzaken hebben. Die zijn in de onderstaande
stroom werd veroorzaakt door verhuizing naar Rotterdam.
tabel te zien. Veruit de belangrijkste oorzaak is inkomens-
Een deel van deze groep had bij die verhuizing al een laag
daling: in ruim 60% van de gevallen gaat het om een inwo-
inkomen, terwijl het andere deel gelijktijdig met de verhui-
ner van Rotterdam die een inkomensdaling doormaakte. In
zing instroomde in lage-inkomensgroep. De opbouw van
iets meer dan een vijfde van de gevallen gaat het om Rot-
de oorzaken van instroom is in de periode 2019-2020 nauwelijks veranderd.
Tabel 3.1
Oorzaken van instroom in de groep Rotterdammers met een laag inkomen (2019-2020) Aantal
%
Inkomensdaling (woonde al in Rotterdam)
13.200
62%
Voorafgaand jaar geen doelpopulatie*
4.300
20%
Immigratie/gegevens niet eerder bekend
2.600
12%
Verhuisd naar Rotterdam binnen NL (minima geworden)
600
3%
Verhuisd naar Rotterdam binnen NL (al minima)
400
2%
21.000
100%
Totaal *)
De doelpopulatie wordt gevormd door personen met het hele jaar inkomen, niet behorend tot een studentenhuishouden of geïnstitutionaliseerd.
41
Rond een derde van de instromers had in het jaar vóór de
te maken met een relatief forse inkomensachteruitgang.
instroom een inkomen tussen de 110 en 120% van het so-
Een belangrijk deel van deze groep valt dan ook terug van
ciaal minimum; zij bevonden zich al ‘aan de rand’ van een
betaald werk naar een uitkering. Ook hier zien we in verge-
laag inkomen. Rond 40% de instromers had vóór instroom
lijking met de vorige meting weinig verandering in de op-
een inkomen van 150% WSM of meer; deze groep had dus
bouw van deze groep.
Figuur 3.5
Inkomensklasse van de instromers in het voorafgaande jaar (in % WSM)
200% of meer
18%
150%-199%
19%
140%-149%
7%
130%-139%
10%
120%-129%
14%
110%-119%
30% 0%
5%
10%
15%
Achtergronden van uitstroom
20%
25%
30%
35%
oorzaakt doordat de persoon niet meer behoort tot de doelpopulatie, bijvoorbeeld omdat er geen sprake meer is van
Kijken we naar de achtergrond van de uitstroom (dus de
een heel jaar inkomen. Rond een tiende bevond zich door
personen die in 2019 wel, maar in 2020 niet meer tot de
overlijden, emigratie of een andere reden niet meer in de
groep lage inkomens behoorden), dan zien we dat bijna
registratie. Tenslotte wordt 6% van de uitstroom veroor-
70% van de uitstroom wordt veroorzaakt door een inko-
zaakt door verhuizing: de helft verhuisde daarmee ook uit
mensstijging. Rond een vijfde van de uitstroom wordt ver-
de lage-inkomensgroep, terwijl de andere helft van deze groep deel bleef uitmaken.
Tabel 3.2
Aantal
%
Inkomensstijging (woonde al in Rotterdam)
15.900
69%
Geen doelpopulatie meer *)
4.200
18%
Geëmigreerd/overleden/gegevens niet langer bekend
1.800
8%
Verhuisd binnen Nederland (geen minima meer)
600
3%
Verhuisd binnen Nederland (minima gebleven)
600
3%
23.100
100%
Totaal *)
42
Oorzaken van uitstroom uit de groep Rotterdammers met een laag inkomen (2019-2020)
De doelpopulatie wordt gevormd door personen met het hele jaar inkomen, niet behorend tot een studentenhuishouden of geïnstitutionaliseerd.
Van de personen die de groep lage inkomens verlaten door een hoger inkomen, heeft bijna een derde in het jaar na uitstroom een inkomen tussen 110 en 120% van het sociaal minimum; nog eens 16% heeft dan een inkomen tus-
Figuur 3.6
sen 120 en 130%. Ruim een derde slaagt erin een inkomenssprong te maken naar een inkomen van 150% van het sociaal minimum of meer. Een volledig overzicht staat in de onderstaande figuur.
Inkomensklasse van de uitstromers in het jaar na uitstroom (in % WSM)
200% of meer
17%
150%-199%
18%
140%-149%
7%
130%-139%
10%
120%-129%
16%
110%-119%
32% 0%
5%
10%
15%
20%
25%
30%
35%
Uitstroom uit de doelgroep van het armoedebeleid gebeurt dus in de meeste gevallen door een stijging van het inkomen. Inkomensstijging wordt niet alleen veroorzaakt door werkaanvaarding: de belangrijkste voorspeller voor uitstroom is, met verandering van bron van inkomen, verandering in positie binnen het huishouden, in de meeste gevallen van alleenstaand naar samenwonend.
43
44
Gebruik van inkomensondersteuning
Inleiding In dit hoofdstuk komt het gebruik van inkomensondersteunende voorzieningen in het kader van het armoedebeleid aan de orde. De hier gepresenteerde cijfers zijn gebaseerd op registraties van de gemeente Rotterdam en andere instanties die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de diverse regelingen. De cijfers betreffen het jaar 2021.
Ook kwijtschelding van afvalstoffenheffing vindt middels een dergelijke geautomatiseerde procedure plaats, waardoor het gebruik per definitie hoger ligt. Rotterdammers met een inkomen tot 100% WSM hebben recht op een gedeeltelijke kwijtschelding van afvalstoffenheffing. In 2021 bedraagt de maximale kwijtschelding, evenals in het voorgaande jaar, 76,5% van het tarief.
Het gaat hier om gemeentelijke voorzieningen, of door de gemeente gesubsidieerde voorzieningen, te weten: -
AOW- en Jeugdtegoed Kwijtschelding afvalstoffenheffing Bijzondere bijstand Individuele Inkomenstoeslag Stichting Meedoen in Rotterdam Jeugdfonds Sport & Cultuur Premiebijdrage collectieve zorgverzekering
-
Maatwerkbudget voor de wijkteams
Hoewel we deze regelingen in deze rapportage hebben samengebracht onder de noemer ‘inkomensondersteunende voorzieningen’, zijn er belangrijke verschillen in doelstelling en inzet, wat gevolgen heeft voor de wijze van verstrekking en mate van gebruik.
Bijzondere bijstand wordt alleen op aanvraag verstrekt, en is een individuele voorziening om noodzakelijke kosten van bestaan, voor zover die niet kunnen worden bekostigd door het reguliere inkomen en andere voorliggende voorzieningen, te vergoeden. Voor de verstrekking van bijzondere bijstand vindt altijd een individuele toets plaats. Rotterdammers met een inkomen tot 130% van het wettelijk minimumloon die in het jaar voorafgaand aan de aanvraag geen hoger inkomen hebben gehad, en geen perspectief hebben op inkomensverbetering, komen in aanmerking voor een Individuele Inkomenstoeslag (IIT) van 120 euro op jaarbasis.
Met de invoering van de Participatiewet per 1 januari 2015 is de gemeentelijke ruimte voor inkomensondersteuning
Stichting Meedoen in Rotterdam (voorheen stichting Leergeld) en het Jeugdfonds Sport & Cultuur zijn fondsen waarop huishoudens met kinderen met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum een beroep kunnen doen om kosten van deelname aan sport- of culturele acti-
door het Rijk ingeperkt. Categoriale voorzieningen, zoals de AOW-toeslag, de Toelage voor kinderen van 4 tot en met 17 jaar en de Langdurigheidstoeslag, zijn daardoor niet meer toegestaan. De eerste twee voorzieningen zijn vervangen door het AOW- en Jeugdtegoed, dat jaarlijks op de Rotterdampas worden bijgeschreven, en dat uitsluitend mag worden ingezet voor de aanschaf van producten die bijdragen aan sociale participatie. Deze bijschrijving
viteiten, al dan niet in clubverband, voor zover die niet door een andere voorziening wordt vergoed, te bekostigen. Stichting Meedoen vergoedt ook andere kosten die de participatie van kinderen aan de samenleving ondersteunen, waaronder de kosten van een computer of fiets. Beide fondsen keren een toegekende verstrekking direct uit aan vereniging of leverancier; de bedragen worden dus niet direct uitgekeerd aan de aanvrager.
vindt voor een belangrijk deel van de doelgroep wel nog volgens een geautomatiseerd systeem plaats: huishoudens waarvan bekend is dat zij tot de doelgroep behoren, krijgen het tegoed automatisch op de Rotterdampas bijgeschreven.
45
Inwoners van Rotterdam met een inkomen tot 130% van het wettelijk minimumloon die deelnemen aan het Rotterdampakket van zorgverzekeraar VGZ komen in aanmerking voor een premiebijdrage van 120 euro op jaarbasis. Tenslotte is het Maatwerkbudget een budget dat door de professionals in de Wijkteams naar eigen inzicht kan worden ingezet in geval van acute financiële nood bij een huishouden. Het Maatwerkbudget wordt dus niet op aanvraag van een huishouden ingezet, maar uitsluitend als er naar het oordeel van de professional sprake is van acute financiële nood, die niet kan worden gelenigd door een andere voorliggende voorziening. De mate van gebruik is dus sterk afhankelijk van de beoordeling van de professional, en niet van aanvraag door de gebruiker. In de navolgende paragrafen gaan we in op het gebruik en bereik van de verschillende voorzieningen.
AOW- en Jeugdtegoed AOW’ers en kinderen (van 4 tot 18 jaar) van ouders met een laag inkomen krijgen jaarlijks een tegoed bijgeschre-
Tabel 4.1
ven op de Rotterdampas. Het tegoed is te besteden bij geselecteerde winkels of bedrijven in Rotterdam, aan producten die deelname aan de samenleving kunnen vergroten. Het Jeugdtegoed is inmiddels gedifferentieerd in een ‘kindtegoed’ voor kinderen in de leeftijd van 4 tot 12 jaar en een ‘jeugdtegoed’ voor kinderen in de leeftijd van 12 tot 18 jaar. Het kindtegoed bedraagt 275 euro per kind per jaar, het jeugdtegoed is per december 2020 met 100 euro opgehoogd naar 500 euro per kind per jaar. Per 2020 is de inkomensgrens voor het Jeugdtegoed (kinderen van 12 tot 18 jaar) opgetrokken naar 130% van het sociaal minimum. AOW’ers met een minimuminkomen ontvangen een tegoed van 450 euro per huishouden.
4.2.1
Afgegeven beschikkingen
Volgens opgave van Rotterdampas werden in de meest recente jaarcyclus (maart 2021-maart 2022) rond 11.000 beschikkingen Kindtegoed, ruim 9.000 beschikkingen Jeugdtegoed en ruim 11.000 beschikkingen AOW-tegoed afgegeven. Het aantal actieve passen (passen die minimaal één keer zijn ingezet) ligt bij kind- en jeugdtegoed op 99%, bij het AOW-tegoed op 96%. In de onderstaande tabel staan de exacte cijfers.
Kind-, jeugd- en AOW-tegoed: gebruik in de periode maart 2021 tot maart 2022 Aantal passen
Actieve passen6
Beginsaldo
Verzilverd
Restsaldo
(x mln euro)
(x mln euro)
(x mln euro)
Nog beschikbaar
Kindtegoed
10.977
10.827
3.0
2.8
0.2
5,7%
Jeugdtegoed
9.296
9.209
4.7
4.4
0.2
5,1%
AOW-tegoed
11.442
10.949
5.1
4.4
0.8
15,4%
Totaal
31.715
30.985
12.8
11.6
1.2
9,4%
Bron: Rotterdampas
Na een daling van het gebruik in de periode 2020/2021,
in totaal op 4%. In de volgende figuur staat de ontwikkeling
mede als gevolg van de coronapandemie, zien we in de
van het gebruik vanaf 2018 weergegeven.
periode 2021-2022 weer een stijging van het gebruik. Het aantal actieve passen bij het Kindtegoed steeg met 3%, bij het Jeugd- en AOW-tegoed met 5%. Dat brengt de stijging
6 Het aantal passen waarmee minimaal één transactie is uitgevoerd
46
Figuur ?
Ontwikkeling van het gebruik van het AJT in de periode 2018/2019-2021/2022
35.000 30.000 25.000 20.000 15.000 10.000 5.000 0 2018/2019 Kindtegoed
4.2.2
2019/2020
2020/2021
Jeugdtegoed
AOW-tegoed
2021/2022 Totaal
Bereik en benutting
Wat zeggen bovenstaande cijfers over het bereik en benutting van de tegoeden door de respectievelijke doelgroepen? Als het gaat om het Jeugdtegoed waren er op 1 januari 2020 in totaal 93.500 kinderen in de leeftijd van 4 tot en met 17 jaar in de stad. Op 1 januari 2020 bevonden zich 10.800 kinderen in de doelgroep van het Kindtegoed en
op basis van de percentages van CBS zijn de doelgroepaantallen niet geheel accuraat, maar ze geven wel aan dat het bereik en gebruik van het Jeugdtegoed hoog is. Als het gaat om het AOW-tegoed, waren er volgens cijfers van het CBS op 1 januari 2020 17.500 huishoudens met minimaal één 65-plusser in de stad. Het aantal actieve
9.200 kinderen in de doelgroep van het Jeugdtegoed. Uitgaande van deze cijfers was het bereik van het Kindtegoed 114%, en van het Jeugdtegoed 99%. Door de extrapolatie
passen met een AOW-tegoed bedroeg 11.000; dat brengt het bereik op 63%. In de onderstaande tabel staan de cijfers bij elkaar.
Tabel 4.2
AOW- en Jeugdtegoed : bereik en gebruik in de periode maart 2021 tot maart 2022 Aantal in doelgroep
Aantal actieve passen
Bereik
Kinderen 4-11 jaar (tot 110% WSM)
9.500
10.800
114%
Kinderen 12-17 jaar (tot 130% WSM)
8.500
9.200
Totaal kinderen 4 tot en met 17 jaar
20.200
20.000
99%
Huishoudens 65+ (tot 110% WSM)
17.500
11.000
63%
Bron: Rotterdampas/CBS/bewerking OBI
47
Kwijtschelding afvalstoffenheffing Rotterdammers met een inkomen tot 100% WSM hebben recht op een gedeeltelijke kwijtschelding van afvalstoffenheffing. Het tarief van de afvalstoffenheffing daalde vanaf
het tarief voor alle huishoudenstypen gestegen. Eenpersoonshuishoudens betalen 4% meer dan in 2020, twee- en driepersoonshuishoudens 6%. Hierdoor is het tarief voor
2016 met 14% voor eenpersoonshuishoudens en met 7% voor meerpersoonshuishoudens. Door een verdere differentiatie van het tarief in 2020 gaan huishoudens met drie personen of meer vanaf dat jaar meer betalen. In 2020 is
huishoudens met drie personen of meer vanaf 2020 weer hoger dan in 2016. In de navolgende figuur staat een overzicht van de ontwikkeling van de tarieven vanaf 2016.
Figuur 4.2
Tarieven afvalstoffenheffing 2016-2022
€ 347 € 321 € 293 € 284
€ 275
€ 286 € 291
€ 333 € 328 € 324
€ 355 € 343 € 348
€ 347
€ 333 € 328
€ 349
€ 371 € 377
€ 383
€ 296
Eenpersoonshuishouden
Meerpersoonshuishouden (vanaf 2019: Vanaf 2019: driepersooonshuishouden of tweeprsoonshuishouden) meer 2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
Bron: Gemeentebelastingen Rotterdam
In 2021 kon het tarief voor 76,5% worden kwijtgescholden. Het aantal kwijtscheldingen bedroeg in 2021 rond 39.000, inclusief kwijtscheldingen van voorgaande belastingjaren.
48
Ten opzichte van het voorgaande jaar betekent dit een daling van het aantal kwijtscheldingen met 0,5%.
Tabel 4.3
Aantal kwijtscheldingen afvalstoffenheffing in de periode 2016-2021 2016
2017
2018
2020
2020
2021
Kwijtschelding lopend belastingjaar
43.029
44.422
41.721
37.280
35.711
35.634
Kwijtschelding voorgaande belastingjaren
2.312
3.244
1.277
2.673
3.251
3.114
Totaal aantal kwijtscheldingen
45.341
47.666
42.998
39.953
38.962
38.748
Bron: Gemeentebelastingen Rotterdam
Een eenpersoonshuishouden dat de maximale kwijtschelding ontvangt, betaalde in 2021 70 euro; in 2020 was dit
van drie personen of meer betaalde in 2020 90 euro, tegen 87 euro in 2020. In de navolgende tabel staat een volledig
nog 67 euro. Een tweepersoonshuishouden betaalde 83 euro, tegen 80 euro in 2020. Tenslotte: een huishouden
overzicht van de cijfers, inclusief de kwijtgescholden en niet kwijtgescholden bedragen over 2021.
Tabel 4.4
Kwijtgescholden en niet-kwijtgescholden bedragen afvalstoffenheffing in 2016-2021 2016
2017
2018
2020
2020
2021
Kwijtgescholden
€ 193
€ 161
€ 156
€ 206
€ 219
€ 226
Niet kwijtgescholden
€ 128
€ 132
€ 128
€ 69
€ 67
€ 70
Meerpersoonshuishouden (vanaf 2019: tweepersoonshuishouden)
Kwijtgescholden
€ 208
€ 183
€ 181
€ 243
€ 262
€ 272
Niet kwijtgescholden
€ 139
€ 150
€ 148
€ 81
€ 80
€ 83
Vanaf 2019: driepersoonshuishouden of meer
Kwijtgescholden
€ 208
€ 183
€ 181
€ 262
€ 284
€ 293
Niet kwijtgescholden
€ 139
€ 150
€ 148
€ 87
€ 87
€ 90
Eenpersoonshuishouden
Bron: Gemeentebelastingen
Bijzondere bijstand In 2021 werden bijna 173.000 verstrekkingen bijzondere bijstand gedaan aan bijna 40.000 Rotterdammers. In vergelijking met het voorgaande jaar steeg het aantal ver-
Het aantal verstrekkingen in het kader van mentorschap en bewind, de individuele studietoeslag en voorzieningen voor wonen lieten in 2021 een bovengemiddelde stijging zien.
strekkingen met 8% en het aantal en individuele gebruikers met 5%. Meer dan 80% van de verstrekkingen was voor de vergoeding van mentorschaps- en bewindvoeringskosten (68%) en de Individuele Inkomenstoeslag (16%).
Andere categorieën, waaronder directe levensbehoeften en maatschappelijke zorg laten juist een daling zien. In de onderstaande tabel staat de ontwikkeling van het gebruik van de Bijzondere Bijstand vanaf 2017.
49
Tabel 4.5
Verstrekkingen bijzondere bijstand in aantallen en procenten (2017-2021) 2017
2018
2020
2020
2021
2020-2021 Aantal
%
Mentorschap/bewind
73.954
77.405
96.585
106.051
117.876
11.825
+11%
Individuele inkomenstoeslag
3.036
21.576
27.588
27.182
28.133
+951
+3%
Directe levensbehoeften
13.687
11.788
11.021
9.396
5.299
-4.097
-44%
Financiële transacties
9.216
16.598
7.433
6.690
5980
-710
-11%
Voorzieningen voor wonen
5.631
4.461
4.146
4.390
8.605
4.215
+96%
Voorzieningen voor opvang
1.315
1.166
1.099
905
901
-4
0%
Individuele studietoeslag
2.468
2.134
770
3.303
4.093
+790
+24%
Medische dienstverlening
724
594
556
1.249
1.320
+71
+6%
Overige kostensoorten
398
429
422
365
311
-54
-15%
Maatschappelijke zorg
635
236
299
258
252
-6
-2%
Uitstroombevordering
54
32
23
Voorzieningen voor het huishouden
107
13
Totaal aantal verstrekkingen
111.225
136.432
149.942
159.789
172.770
+12.981
+8%
Aantal individuele gebruikers
20.067
33.466
36.678
37.718
39.636
+1.918
+5%
Bron: W&I
4.4.1 Individuele inkomenstoeslag (IIT) Met de invoering van de Participatiewet in 2015 werd de Individuele Inkomenstoeslag (IIT) ingevoerd als vervanging van de Langdurigheidtoeslag. Met het Zomerakkoord werd de doelgroep van de voorziening per 1 januari 2018 uitgebreid naar alle Rotterdammers die onafgebroken de twaalf maanden vóór de aanvraag een inkomen hadden tot 130% van het wettelijk minimumloon (WML), en die geen uitzicht hebben op inkomensverbetering. De toeslag bedraagt 120 euro op jaarbasis. In 2021 werd de individuele inkomenstoeslag 28.133 maal verstrekt aan 27.974 individuele klanten. Dat betekent een stijging van 4% in vergelijking met het voorgaande jaar.
4.4.2 Premiebijdrage collectieve zorgverzekering Rotterdammers met een inkomen tot 130% van het wettelijk minimumloon krijgen een premiebijdrage van 10 euro per maand als ze deelnemen aan de collectieve zorgverzekering (het Rotterdampakket) van zorgverzekeraar VGZ. Op 1 januari 2022 kregen 41.107 Rotterdammers deze premiebijdrage. Dat is 1% meer dan op de eerste dag van het voorgaande jaar.
50
Maatwerkbudget Sinds februari 2015 bestaat voor wijkteams de mogelijkheid om gebruik te maken van het zogenoemde maatwerkbudget. Het maatwerkbudget (zijnde 2.000 euro per team op jaarbasis) kan door de professionals in het wijkteam worden ingezet als bij een cliënt sprake is van een noodsituatie. Het gaat dan om situaties die zich onverwacht voordoen en die een groot effect (kunnen) hebben op het huishouden. In de opzet van de nieuwe werkinstructie werd hieraan toegevoegd: “waarbij niet ingrijpen op termijn meer kosten met zich meebrengt”. Het maatwerkbudget is bedoeld om een cliënt financieel te ondersteunen, maar er wordt nooit direct geld uitgekeerd. De wijkteammedewerker doet betalingen ter plekke met de speciaal hiervoor bedoelde betaalpas of laat het geld door de backoffice overmaken op een rekening. Een verstrekking uit het maatwerkbudget is eenmalig en maakt onderdeel uit van de ondersteuning van het wijkteam. Wijkteamleden hebben een grote mate van handelingsvrijheid waar en wanneer zij het maatwerkbudget inzetten. Zij moeten zelf inschatten wanneer het noodzakelijk is. Wel is het uitgangspunt dat het maatwerkbudget pas wordt ingezet als er geen andere oplossing is; het is een laatste redmiddel.
Wanneer inzet van het maatwerkbudget wordt overwogen, moet daarom eerst gekeken worden of er andere oplossingsmogelijkheden zijn, zoals eigen kracht of inzet van het eigen netwerk, een voorschot van de werkgever of op (eerste) uitkering, de voedselbank, fondsen in de wijk of het fonds Bijzondere
Noden en ten slotte versnelde procedures voor de aanvraag van Bijzondere Bijstand. In 2021 werd 1.290 keer gebruik gemaakt van het maatwerkbudget; in totaal werd rond 208.000 euro besteed. Ten opzichte van 2020 is het
Tabel 4.6
aantal verstrekkingen met 8% gedaald, terwijl het totaal uitgegeven bedrag terugliep met 13%. In de tabel op de volgende pagina staat een overzicht vanaf 2019.
Verstrekkingen maatwerkbudget in aantallen en procenten (2018-2021) 2018
2019
Aantal
Bedrag
% budget
Levensmiddelen
602
31.863
12%
718
38.099
Reiskosten
356
40.619
15%
325
Woninginrichting
222
59.038
22%
250
Document
282
17.357
7%
Gezondheid
101
21.859
Huur
71
59.538
Energie
20
6.907
Overig
225
Totaal
Aantal
Bedrag
2020 % budAantal get
Bedrag
14%
493
31.229
17.967
6%
204
72.549
26%
183
177
10.621
4%
8%
92
13.542
22%
83
45.984
3%
32
5.839
28.140
11%
440
1.879 265.321
100%
2021 % budAantal get
Bedrag
% budget 12%
13%
381
24.428
16.688
7%
139
14.185
7%
57.138
24%
147
50.616
24%
72
4.045
2%
57
2.791
1%
5%
69
14.717
6%
102
23.049
11%
16%
55
33.624
14%
32
17.834
9%
2%
18
5.564
2%
8
3.223
2%
77.206
27%
325
76.090
32%
424
72.358
35%
2.117 281.806
100%
1.419 239.095
100%
1.290 208.483
100%
Bron: MOW/ABV
In de tabel is te zien dat het maatwerkbudget in bijna een
maximaal 280 euro per jaar, voor culturele lessen maxi-
kwart van de gevallen wordt ingezet voor de betaling van woninginrichting. Sinds de invoering is het budget steeds minder ingezet voor de vergoeding van huur. Het gemiddeld verstrekte bedrag per cliënt daalde van 68 euro naar 64 euro.
maal 500 euro per jaar per kind, attributen worden niet vergoed. De contributie gaat direct naar de cursusaanbieder. Een aanvraag voor vergoeding van het lesgeld wordt altijd gedaan door een intermediair. Dit zijn professionals uit bijvoorbeeld het onderwijs of maatschappelijk werk die het gezin goed kennen. Ouders kunnen zelf geen aanvraag indienen, maar wel een intermediair zoeken.
Jeugdfonds Sport & Cultuur Het Jeugdcultuurfonds en het Jeugdsportfonds zijn inmiddels ondergebracht in het Jeugdfonds Sport en Cultuur. Het Jeugdfonds Sport & Cultuur is er voor kinderen en jongeren van 0 tot 18 jaar die om financiële redenen niet sporten of geen lessen kunnen volgen bij een theaterclub, dansschool of muziekschool. Daarnaast kan ook het zwemdiploma A bij kinderen vanaf 5 jaar worden vergoed. De inkomensgrens voor toekenning ligt voor een eenoudergezin op 1.600 euro en 1.800 euro voor een tweeoudergezin, netto per maand. De vergoeding voor sportlessen is
4.6.1 Aantal aanvragen en toekenningen In 2021 werden er 2.172 verstrekkingen gedaan in het kader van het Jeugdcultuurfonds en 6.366 verstrekkingen in het kader van het Jeugdsportfonds. Ten opzichte van 2020 daalde het aantal verstrekkingen Jeugdcultuurfonds met 11%, terwijl het aantal van het Jeugdsportfonds met 11% steeg. In Tabel 4.7 zijn de realisatiecijfers vanaf 2014 samengebracht.
51
Tabel 4.7
Jeugdfonds Sport & Cultuur: verstrekkingen 2014-2021 2020
2020
2021
Cultuur
2014 1.283
2015 1.315
2016 1.640
2017 1.850
2018 1.820
2.521
2.451
2.172
Sport
3.542
3.440
3.573
5.000
5.200
6.053
5.722
6.366
Bron: Jeugdfonds Sport & Cultuur
7.000 6.000 5.000 4.000 3.000 2.000 1.000 Cultuur
0 2014
2015
2016
2017
Sport 2018
2020
2020
2021
Bron: Jeugdfonds Sport & Cultuur
De meeste verstrekkingen in het kader van de jeugdfondsen gaan naar kinderen in de leeftijdsgroep van 4 tot en
Figuur 4.3
met 11 jaar. De verdeling over de leeftijdsklassen is te zien in de onderstaande figuur.
Verstrekkingen Jeugdfonds Sport & Cultuur naar leeftijdsklasse (2021)
70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 0-3 jr
4-11 jr Cultuur
Bron: Jeugdfonds sport & Cultuur
52
Sport
12-17 jr
Inkomen, Rotterdampas, de kleding- of voedselbank, stichting Jarige Job en de Kringloopwinkel. In 2020 steeg het aantal aanvragen van rond 9.500 naar rond 9.900. Dat is een stijging van 4%. Rond 70% van de aanvragen werd gehonoreerd, terwijl nog eens 15% werd doorverwezen naar één van de fondsen. Het aantal volledig gehono-
Meedoen in Rotterdam (PM) De Stichting Meedoen in Rotterdam heeft als doel het voorkomen c.q. bestrijden van sociaal isolement onder Rotterdamse kinderen van 4 tot 18 jaar, waarvan de ouders een inkomen hebben tot 120% van het sociaal minimum. Dit gebeurt bijvoorbeeld door het vergoeden van kosten voor het volgen van zwemlessen, de verstrekking in
reerde aanvragen bleef gelijk. Doordat het aantal afgewezen aanvragen relatief sterk steeg, daalde het aantal toekenningen met 5%. De stijging van het aantal afwijzingen heeft volgens Meedoen onder andere te maken met schoolreizen die geen doorgang konden vinden in verband met het coronavirus. Daarnaast stuurde een groot aantal gezinnen geen nadere informatie op na eerdere aanvragen voor schoolreizen en werkweken die niet doorgingen. De exacte cijfers staan in de onderstaande tabel.
natura van een fiets (voor vervoer van en naar school) of tweedehands pc of laptop (voor huiswerk). Dit voor zover geen vergoeding plaatsvond door een voorliggende voorziening, zoals het Jeugdfonds Sport en Cultuur of het Jeugdtegoed. Daarnaast heeft stichting Meedoen als taak aanvragers eventueel attent te maken op andere voorliggende voorzieningen of hen door te verwijzen naar Werk &
Tabel 4.8
Meedoen in Rotterdam: aantal contacten en aanvragen 2016-2020 2016
2017
2018
2020
2020
2020-2020
Aantal kinderen
3.573
3.627
5.195
6.979
6.648
-331
-5%
Aantal gezinnen
2.740
2.709
3.468
4.379
4.403
24
1%
Totaal aantal ingediende aanvragen
4.326
4.439
6.417
9.516
9.881
365
4%
Volledig gehonoreerde aanvragen
2.788
3.003
4.627
6.814
6.792
-22
0%
Doorverwezen naar Jeugdcultuurfonds
113
150
214
286
252
-34
-12%
Doorverwezen naar Jeugdsportfonds
785
777
896
1161
1.158
-3
0%
Afgewezen aanvragen
634
507
593
820
1.292
472
58%
6
2
87
435
387
-48
-11%
Contacten
Status aanvragen
Aanvragen die nog in behandeling zijn Bron: Meedoen in Rotterdam
De ontwikkeling van aantal aanvragen en het aantal betrokken gezinnen en kinderen is nogmaals uitgezet in de onderstaande grafiek.
53
Figuur 4.4
Meedoen in Rotterdam: aantal aanvragen en aantal toekenningen (gezinnen en kinderen)
12.000 10.000 8.000 6.000 4.000 2.000 0 2016 Aantal kinderen
2017
2018 Aantal gezinnen
2019
2020
Aantal ingediende aanvragen
Bron: Meedoen in Rotterdam
Samenvatting: gebruik en bereik van inkomensondersteunende voorzieningen In de onderstaande tabel staan de gegevens over het gebruik van de diverse voorzieningen op een rij, en wordt het vergeleken met de voorgaande jaren.
Tabel 4.9
Gebruik van inkomensondersteunende voorzieningen (2018-2021) 2018
54
2020
2020
2021
20202020
20202020
+/-
+/- %
Kindtegoed
11.200
11.000
10.500
10.800
300
3%
Jeugdtegoed
9.200
8.700
8.700
9.200
500
6%
AOW-tegoed
10.000
10.700
10.400
10.900
500
5%
Kwijtschelding afvalstoffenheffing
43.000
39.900
39.000
38.700
-300
-1%
Bijzondere bijstand
33.500
36.700
37.700
39.600
1.900
5%
Individuele Inkomenstoeslag
21.600
27.600
26.900
28.100
1.200
4%
Meedoen in Rotterdam
5.200
7.000
6.600
PM
PM
PM
Jeugdfonds Sport & Cultuur - cultuur
1.800
2.500
2.500
2.200
-300
-12%
Jeugdfonds Sport & Cultuur - sport
5.200
6.100
5.700
6.400
700
12%
Premiebijdrage VGZ
40.300
40.400
40.500
41.100
600
1%
Maatwerkbudget wijkteams
1.900
2.100
1.400
1.200
-200
-14%
Het gebruik van de meeste regelingen is in vergelijking met vorig jaar gestegen. Dit is niet het geval bij de kwijtscheldingsregeling afvalstoffenheffing, het Jeugdcultuurfonds en het maatwerkbudget. Om een indicatie te geven van het bereik van de regelingen, zijn de gebruikscijfers afgezet tegen de omvang van de respectievelijke doelgroepen. In de onderstaande tabel staat de omvang van de potentiële doelgroep weergegeven en het daarop gebaseerde percentuele gebruik in 2021. Bij dit percentage hoort een aantal kanttekeningen: de omvang van de doelgroep voor 2021 is gebaseerd op inkomensgegevens van het CBS, peildatum 1 januari
Tabel 4.10
2020. De cijfers betreffen particuliere huishoudens, personen of kinderen in een huishouden met een heel jaar inkomen in het betreffende jaar. De werkelijke doelgroep zal groter zijn dan de hier gehanteerde cijfers; dat is de verklaring voor het feit dat het gebruik in sommige gevallen boven de 100% uitkomt. Precieze inschatting van de doelgroep op basis van het inkomen is daarnaast moeilijk omdat vaststelling van recht op basis van inkomen voor de verschillende voorzieningen op verschillende momenten in het jaar van aanvraag kan gebeuren. Daarnaast kan bij de kwijtscheldingsregeling onder bepaalde voorwaarden worden afgeweken van het inkomenscriterium. De gebruikspercentages kunnen daardoor niet meer dan een ruwe indicatie geven van het daadwerkelijke bereik.
Gebruik en bereik van inkomensondersteunende voorzieningen in 2021
Soort voorziening
Omvang doelgroep (peildatum 1-1-2020)
Aantal gebruikers in 2021
% doelgroep
Kindtegoed
9.200 kinderen 4-11 jaar (110% WSM)
10.500
114%
Jeugdtegoed *)
8.500 kinderen 12-17 jaar (130% WSM)
8.700
102%
AOW-tegoed
17.500 huishoudens 65+ (110% WSM)
10.400
59%
Kwijtschelding afvalstoffenheffing **)
40.300 huishoudens (100% WSM)
38.800
96%
Bijzondere bijstand:
****)
39.600
Waarvan: Individuele Inkomenstoeslag ***)
51.600 huishoudens 21-65 jaar tot 130% WML
28.000
54%
Meedoen in Rotterdam
18.300 kinderen 4-18 jaar (120% WSM)
PM
PM
Jeugdfonds Sport & Cultuur - cultuur
18.300 kinderen 4-18 jaar (120% WSM)
2.200
12%
Jeugdfonds Sport & Cultuur - sport
18.300 kinderen 4-18 jaar (120% WSM)
6.400
35%
Premiebijdrage VGZ
97.700 personen >=18 jaar tot 130% WML
41.100
42%
Maatwerkbudget wijkteams
****)
1.290
*)
Per 1 maart 2020 is de inkomensgrens van het Jeugdtegoed uitgebreid tot 130% van het sociaal minimum. De gebruikspercentages in voorgaande jaren zijn gebaseerd op een beperktere doelgroep, waardoor het gebruikspercentage toen substantieel hoger lag. Het feit dat de bereikpercentages in 2018 en 2020 boven de 100% liggen, komt doordat de omvang van de doelgroep is gebaseerd op cijfers van het CBS betreffende kinderen in een particulier huishouden met een heel jaar inkomen. Dat betekent dat de omvang van de werkelijke doelgroep groter zal zijn dan de hier gehanteerde cijfers.
**)
Het gebruikspercentage van de kwijtscheldingsregeling afvalstoffenheffing is gebaseerd op het gebruik van kwijtschelding voor het lopende belastingjaar. Het gebruik ligt dicht bij de 100%. Dit komt doordat de omvang van de doelgroep ruimer is dan alleen op basis van de inkomensgrens van 100% WSM. Dit heeft verschillende oorzaken. Op de eerste plaats hanteert Gemeentebelastingen voor AOW-gerechtigden hogere normen dan in de Participatiewet worden gehanteerd. Daarnaast kunnen huishoudens met schulden in sommige gevallen voor kwijtschelding in aanmerking komen, ook als er sprake is van een hoger inkomen. Tenslotte kunnen ook (buitenlandse) studenten en huishoudens die maar een deel van het jaar inkomen hebben in aanmerking komen; deze groepen worden niet meegenomen in de huishoudens volgens de CBS-definitie.
***)
Per 2018 is de doelgroep uitgebreid tot Rotterdammers in de leeftijd van 21 tot 65 jaar met een (huishoudens)inkomen tot 130% van het wettelijk minimumloon. In het vaststellen van de omvang van de doelgroep kon geen rekening gehouden met het ‘inkomensverbeteringscriterium’: het gaat dus om alle particuliere huishoudens met een inkomen tot de inkomensgrens waarvan de hoofdkostwinner tussen de 21 en 65 jaar oud is. Bij de vaststelling van de doelgroep voor 2020 is uitgegaan van de netto bijstandsnorm voor gehuwd op peildatum 1 januari 2020, maal 130%. De inkomensgrens bedraagt dan 23.447 euro op jaarbasis. In de vorige metingen werd de doelgroep op een iets andere manier gedefinieerd; het gebruik in voorgaande jaren is hiervoor gecorrigeerd
****)
De bijzondere bijstand en het maatwerkbudget hebben geen duidelijk begrensde doelgroep; een percentage voor het bereik kan daarom niet worden berekend
55
Tenslotte wordt in de onderstaande tabel en grafiek de ontwikkeling van de percentages van het bereik vanaf 2018 gepresenteerd.
Tabel 4.11
Bereik van inkomensondersteunende voorzieningen 2018-2021
Soort voorziening
Bereik 2018
2020
2020
2021
2020-2021 (in procentpunt)
Kindtegoed
89%
100%
100%
114%
+14
Jeugdtegoed
122%
130%
95%
102%
+7
AOW-tegoed
60%
63%
61%
59%
-2
Kwijtschelding afvalstoffenheffing
99%
91%
93%
96%
+3
Individuele Inkomenstoeslag
36%
45%
46%
54%
+7
Meedoen in Rotterdam
24%
35%
33%
Jeugdfonds Sport & Cultuur - cultuur
8%
13%
12%
12%
-/-
Jeugdfonds Sport & Cultuur - sport
24%
30%
29%
35%
+6
Premiebijdrage VGZ
38%
37%
38%
35%
+1
Figuur 4.11
Bereik van inkomensondersteunende voorzieningen 2018-2021
140% 120% 100% 80% 60% 40% 20% 0%
2018
56
2020
2020
2021
Kennis voor een sterk Rotterdams beleid Onderzoek en Business Intelligence is een afdeling binnen de gemeente Rotterdam. De afdeling verzamelt informatie en doet onderzoek voor het maken en uitvoeren van beleid door de gemeente Rotterdam. Het onderzoek gaat over onderwerpen als gezondheid, zorg, onderwijs, re-integratie, demografie, ruimtelijke ordening en veiligheid.
Colofon organisatie het onderSoms is de gemeentelijke werp, vaker gaat het over de stad en haar bewoners. Gemeente Rotterdam, afdeling Onderzoek en Business Intelligence (OBI) Het doel is steeds om met deze verzamelde kennis het beleid enDatum: de bedrijfsvoering4 van gemeente te aprilde 2022 verbeteren. Auteur(s): Vragen:
[Auteurs] onderzoek@rotterdam.nl
57