[22bb003743] Wethoudersbrief Grauss over monitors armoede en schulden
Tekst van het document
Maatschappelijke Ontwikkeling Armoedebestrijding, Schuldenaanpak en Informele Zorg Michiel Grauss Bezoekadres: Stadhuis Coolsingel 40, Rotterdam Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Internet: www.rotterdam.nl
Aan de tijdelijke commissie Sociaal
Van: Anouk Erkelens Telefoon: 06-23554629 E-mail: bbo@rotterdam.nl Ons kenmerk: M2204-2974 - 22bo003645 Onderwerp: Wethoudersbrief monitors armoede en schulden Datum: 27 mei 2022
Geachte commissieleden, In februari 2022 heeft u de voortgangsrapportage Armoede en Schulden ontvangen (22bb780). In de begeleidende brief heb ik toegezegd u de volgende stukken na te sturen: De Monitor Schuldenaanpak 2021 De Monitor Lage Inkomens 2022 De Armoedeverkenning 2022 In deze brief schetsen we de belangrijkste uitkomsten van de monitors en de gemeentelijke inzet op het beeld wat hierin naar voren komt. Monitor Schuldenaanpak 2021 Samenvatting De Monitor Schuldenaanpak geeft inzicht in de voortgang van de (kwantificeerbare) activiteiten die wij doen in het kader van de ambities uit het uitvoeringplan voor de schuldenaanpak ‘Reset Rotterdam’. Deze monitor heeft betrekking op het kalenderjaar 2021. Afhankelijk van het type indicator laten sommige cijfers de stand van zaken zien op peildatum 31 december 2021 terwijl andere cijfers juist betrekking hebben op het gehele kalenderjaar 2021. De Monitor Schuldenaanpak laat zien hoe groot de groep Rotterdammers is die ondersteuning zou kunnen gebruiken, welk deel van de Rotterdammers daadwerkelijk ondersteuning zoekt en krijgt en welke ondersteuning wij als gemeente aan deze Rotterdammers bieden. Daarbij vallen de volgende zaken op:
Een stijging van ruim 20% van het aantal Rotterdammers dat zich heeft gemeld bij ETF ten opzichte van 2020; Een afname van het aantal Rotterdammers met een ruime achterstand in betalen van de zorgpremie, wellicht deels veroorzaakt door de kwijtschelding van deze achterstanden bij de getroffenen van de toeslagenaffaire;
Blad: Datum: Ons kenmerk:
2 27 mei 2022 M2204-2974
Bijna een verdubbeling van het aantal benaderde huishoudens en gelegde contacten vanuit vroegsignalering ten opzichte van 2020; Ten opzichte van 2019 zien we nog steeds een afname van het aantal huisuitzettingen, hoewel er wel weer een kleine toename is na 2020 vanwege corona; Regionaal Bureau Zelfstandigen heeft 84 Rotterdamse ondernemers geholpen. Dit aantal is nog laag. Enerzijds doordat ondernemers niet snel de stap naar de gemeente voor hulp zetten. Anderzijds waarschijnlijk door steunmaatregelen, maar we verwachten een stijging de komende jaren en hebben daar aandacht voor;
Bovenstaande resultaten en alle overige cijfers en aantallen over de schuldenaanpak worden nader geduid in de begeleidende tekst in de Monitor Schuldenaanpak over 2021. Conclusie Net als de voortgangsrapportage laat de Monitor Schuldenaanpak over 2021 zien dat we stevig inzetten op de schuldenaanpak en dat we steeds meer Rotterdammers weten te bereiken. De monitor laat echter ook zien dat we er nog lang niet zijn. Er is nog steeds een grote groep mensen met financiële problemen die we niet bereiken met ons ondersteuningsaanbod. En als we ze bereiken, vallen er nog te veel mensen uit tijdens de begeleidingsfase. Daarom zijn en blijven onze activiteiten in het kader van vroegsignalering belangrijk en blijft stress sensitieve dienstverlening echt van belang om mensen ook echt vast te houden. Hoe eerder we er bij zijn en een ondersteuningsaanbod kunnen doen, hoe minder mensen in problematische schulden belanden. En hoe beter we mensen kunnen begeleiden, hoe hoger het aantal Rotterdammers wordt waarvoor de schulden echt opgelost kunnen worden. Uiteraard is voorkomen van financiële problemen nog beter. Vandaar dat we ook investeren in preventie, vooral bij jongeren. Monitor Lage Inkomens 2022 De Monitor Lage Inkomens Rotterdam 2022 biedt inzicht in de ‘staat van de armoede’ in de stad. De cijfers in de monitor betreffen cijfers over 2021.
Behalve de cijfers over de omvang van de doelgroep, hiervoor is gebruik gemaakt van de meest recente cijfers van het CBS . Deze hebben echter de peildatum 01-01-2020. Doelgroep Het percentage huishoudens met een laag inkomen op het totaal aantal Rotterdamse huishoudens bleef gedurende de periode 2019-2020 gelijk op 18,5%. Het totaal aantal huishoudens met een laag inkomen was 54.600 (1/1/2020). Van de huishoudens met een laag inkomen hebben 32.800 huishoudens dit al vier jaar of langer. Het aandeel langdurig lage inkomens op het totaal aantal huishoudens in Rotterdam bleef stabiel op 12,5%. In deze huishoudens wonen 49.600 personen. De doelgroep Rotterdammers met een laag inkomen bestaat vooral uit bijstandsgerechtigden en pensioengerechtigden; 12% is ‘werkende arme’. Het aantal minderjarige kinderen in een huishouden met een laag inkomen daalde in de periode 2019-2020 met 6% naar 18.900. Daarmee daalde het percentage kinderen in een huishouden met een laag inkomen van 17,3% naar 16,6%. Dit zijn
Blad: Datum: Ons kenmerk:
3 27 mei 2022 M2204-2974
een op zes kinderen. Kinderen met een vluchtelingenachtergrond hebben de grootste risico op armoede. Het hoogste percentage lage inkomens vinden we in Feijenoord, Delfshaven, Charlois en Kralingen-Crooswijk. In deze vier gebieden woont in totaal bijna de helft van alle Rotterdamse huishoudens met een laag inkomen.
Bereik van de inkomensondersteunende voorzieningen Het gebruik van de meeste regelingen laat een stijging zien; alleen het aantal verstrekkingen in het kader van cultuurparticipatie bij het Jeugdfonds Sport- en Cultuur en het Maatwerkbudget van de wijkteams daalde substantieel. Voor de daling bij het Jeugdfonds Sport- en Cultuur ligt de oorzaak waarschijnlijk bij corona en de lockdowns die geweest zijn. Het aantal kwijtscheldingen afvalstoffenheffing bleef nagenoeg gelijk. Conclusie Goed om te realiseren is dat in de cijfers over de doelgroep Rotterdammers in armoede (inkomen tot 110% WSM) de gevolgen van corona nog niet meegenomen zijn aangezien het cijfers van januari 2020 betreffen. Te zien is dat de groep Rotterdammers in armoede nauwelijks is gegroeid, het aantal kinderen dat in armoede opgroeit laat zelfs een dalende trend zien. Ten aanzien van onze inkomensondersteunende voorzieningen zien we dat we er steeds beter in slagen om het bereik te vergroten ondanks corona en de diverse lockdowns in 2021. De toegankelijkheid van onze regelingen blijft echter wel een aandachtspunt. Daarom blijven we met de programma’s Toegankelijk Toekennen en ZekeR inzetten op zowel de vindbaarheid van alle regelingen als op het versimpelen van het aanvraagproces. Armoedeverkenning 2022 In april 2020 werd de eerste Armoede-index Rotterdam gepubliceerd.
Het was een aanzet om een instrument te ontwerpen dat (de ontwikkeling van) armoede in de stad zou kunnen meten, waarbij een groot aantal indicatoren die armoede bepalen en beïnvloeden zouden kunnen worden meegenomen. Het uitgangspunt hierbij was dat armoede niet alleen wordt bepaald door gebrek aan economisch kapitaal, maar ook door tekortkomingen in andere vormen van kapitaal. Het gaat dan om sociaal, psychologisch en cultureel en maatschappelijk kapitaal. Op een aantal punten zien we significante verschillen tussen hoge- en lage inkomensgroepen: Rotterdammers met een laag inkomen scoren in vergelijking met de hogere inkomens lager op alle aspecten van zelfregie. Ze voelen zich vooral vaker hulpeloos bij het omgaan met de problemen van het leven. Rotterdammers met een laag inkomen voelen zich minder vaak gezond. Een kwart tot rond 30% van de Rotterdammers met een laag inkomen heeft moeite met het lezen, spreken of schrijven van de Nederlandse taal. Uit de verkenning blijkt dat dit veelal mensen met een migratieachtergrond zijn. Het hebben van moeite met de Nederlandse taal is bij 10% van de hogere inkomens het geval.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
4 27 mei 2022 M2204-2974
•
•
•
•
•
Rotterdammers met een laag inkomen ervaren minder sociale steun en hebben minder vertrouwen in instanties en hulpverleners dan Rotterdammers met een hoger inkomen. Rotterdammers met een laag inkomen nemen vaker deel aan bijeenkomsten in kerk of moskee. Vooral Rotterdammers met een Turkse, Marokkaanse of Kaapverdische achtergrond nemen vaker deel aan deze activiteiten. Rotterdammers met een laag inkomen doen minder vaak aan sport, maar sportactiviteit alleen of met anderen is, ondanks corona, in vergelijking met het vorige onderzoek wel substantieel toegenomen. 47% van de Rotterdammers met een laag inkomen zegt (heel) moeilijk of niet rond te kunnen komen, tegen nog geen tiende van de Rotterdammers met een hoger inkomen. Rotterdammers met een laag inkomen zijn minder vaak (zeer) tevreden over de kwaliteit van leven dan Rotterdammers met een hoger inkomen. Het aandeel tevredenen bij de lage inkomens daalde sinds de vorige meting van 64 naar 59%. Uit de analyse blijkt dat gezondheidsbeleving en inkomenshoogte verreweg het sterkst het oordeel over de kwaliteit van leven bepalen. De respondenten werd gevraagd in hoeverre ze het eens zijn met de uitspraak: “Ik ben tevreden over de manier waarop ik meedoe in de Rotterdamse samenleving”. Rond 65% van de Rotterdammers is het (helemaal) eens met de uitspraak.
Voor de lage inkomens ligt dit percentage rond 55%, bij de hogere inkomens rond 65%.
Conclusie verkenning Door het grote verschil in oordeel over rondkomen met het inkomen is het verschil in economisch kapitaal tussen de lage en hogere inkomens het grootst. Met het beleidskader Uit de knoop hebben we ingezet op een brede armoedeaanpak, waarbij armoede meer is dan alleen geld. De armoedeverkenning bevestigt wederom dit beeld. Dit is met name te zien in het verschil in beschikking over cultureel kapitaal (opleidingsniveau en taalbeheersing), deze is relatief groot. Het verschil genomen over alle vormen van kapitaal nam tussen de hoge en lage inkomens in vergelijking met de vorige meting enigszins toe. Het verschil tussen de hoge en lage inkomens in de beschikking over psychologisch, sociaal en maatschappelijk kapitaal is minder groot. Het verschil in de beschikking over sociaal kapitaal tussen beide inkomensklassen nam in vergelijking met de vorige meting enigszins af. Integrale aanpak van armoede Met de armoedeverkenning is in kaart gebracht dat armoede meer is dan enkel het hebben van weinig geld. Het is een complex probleem waarbij veel verschillende factoren meespelen in het ontstaan van armoede alsook in de weg uit armoede. Het is daarom ook belangrijk dat het gemeentelijk armoedebeleid integraal is en breed wordt ingestoken, zie ook voortgangsbrief 22bb780.
Enkele voorbeelden van waar we de afgelopen jaren met Uit de knoop op hebben ingezet: • Subsidieregeling armoede en schulden: met onze subsidieregeling ondersteunen we organisaties in de stad die meewerken aan de aanpak van armoede en schulden. • Inkomensondersteuning: we hebben (zoals ook beschreven in de Monitor Lage Inkomens) verschillende regelingen voor Rotterdammers die in armoede leven. We hebben in 2020 de doelgroep voor het Jeugdtegoed uitgebreid naar de
Blad: Datum: Ons kenmerk:
5 27 mei 2022 M2204-2974
•
•
• •
•
•
•
•
inkomensgrens van 130% Wettelijk Sociaal Minimum (WSM). Hierdoor kan een grotere groep jonge Rotterdammers uit gezinnen die het nodig hebben gebruikmaken van het Jeugdtegoed. Tegelijkertijd hebben we het bedrag van het Jeugdtegoed en het AOW-tegoed verhoogd. Hierdoor kunnen Rotterdammers beter meedoen in de samenleving, omdat er bijvoorbeeld extra geld is voor de aanschaf van kleding, een laptop of schoolspullen. De gezinsaanpak: doel van de pilot ‘integrale intensieve gezinsaanpak kinderen in armoede’ is de ontwikkelkansen voor kinderen en hun ouders uit gezinnen met geldzorgen te verbeteren. Deze gezinnen gaan vaak niet zelf op zoek naar ondersteuning vanwege onbekendheid met het aanbod of wantrouwen in de reguliere hulpverlening. Voor deze gezinnen is een actieve benadering nodig met inzet van gezinsondersteuners om hen toch te bereiken. Het gaat om een pilot van november 2019 tot eind 2022 in Tarwewijk, Carnisse, Crooswijk en Bospolder-Tussendijken. De doelstelling is om een instroom van 500 gezinnen te realiseren. Tot en met 1 december 2021 zijn 590 gezinnen ingestroomd. Inzet Jeugdeducatiefonds: we financieren sinds 2020 het Jeugdeducatiefonds. Het doel van deze samenwerking is kinderen/gezinnen in armoede snel en laagdrempelig vanuit de school te ondersteunen met als doel een doorbraak te realiseren in het gezin/bij het kind.
In 2022 worden 63 scholen in Rotterdam ondersteund door dit fonds. Ook de Rotterdamse jeugdfondsen en Stichting Meedoen bieden steun aan kinderen voor wie een laptop, fiets of sporten en dansles niet vanzelfsprekend is. Projecten gericht op de relatie tussen armoede en gezondheid: uit de armoedeverkenning komt wederom de grote relatie tussen armoede en (on)gezondheid naar voren. Door middel van diverse projecten zetten we hierop in, bijvoorbeeld door de tegenprestatietrajecten die zich richten op sport en beweging van Rotterdammers met een bijstandsuitkering en een lange afstand tot de arbeidsmarkt. Ook het Rotterdam VGZ pakket biedt veel preventieve activiteiten gericht op gezondheid en bewegen. Energiearmoede: een actueel thema waarbij een integrale aanpak noodzakelijk is. Zo zetten we niet alleen in op financiële ondersteuning maar ook op gedragsverandering bij het gebruik van energie (met bijvoorbeeld energiecoaches) en op verduurzaming van woningen door met woningcorporaties afspraken te maken over versnelling op isolatie, energiebesparing en verduurzaming. Inzet van stress sensitieve dienstverlening; door de stress als gevolg van het leven in armoede en/of met schuldenproblematiek weten veel Rotterdammers niet waar ze moeten beginnen. Zij hebben veelal minder vertrouwen in de overheid, voelen zich vaker hulpeloos en weten niet goed hoe zij hun problemen kunnen aanpakken.
Deze Rotterdammers hebben persoonlijke aandacht nodig, en als gemeente staan wij aan de lat om hun vertrouwen in de overheid beetje voor beetje terug te winnen. Juist daarom is stress sensitieve dienstverlening belangrijk. Gers met Geld; een aanbod voor Rotterdammers met financiële problemen dat zowel gericht is op het aanpakken en voorkomen van deze problemen als op het verbeteren van hun Nederlandse taalvaardigheid. Zo wordt er gewerkt aan de financiële (zelf)redzaamheid van Rotterdammers die dat nodig hebben. Gebiedsgericht werken; Rotterdammers met een laag inkomen hebben vaak minder vertrouwen in instanties. Daarom is het belangrijk om onze dienstverlening vorm te
Blad: Datum: Ons kenmerk:
6 27 mei 2022 M2204-2974
geven samen met en dicht bij de Rotterdammers. Zo sluiten we vanuit het armoede en schuldenbeleid bijvoorbeeld aan op de ontwikkeling rondom de wijkhubs. Slotwoord De afgelopen vier jaar heeft het college extra ingezet op de armoede- en schuldenaanpak. Er is vooruitgang geboekt zoals de monitors laten zien. Ondanks dat behoudt Rotterdam nog steeds de twijfelachtige eer zich ‘de armste stad van Nederland’ te mogen noemen. Te veel Rotterdamse kinderen groeien nog op in een gezin waar armoede en financiële problemen aan de orde van de dag zijn. Daarnaast is zeker ook de afgelopen maanden met inflatie en stijgende energiekosten gebleken dat het bieden van aanvullende financiële steun alleen niet genoeg is om de bestaanszekerheid van Rotterdammers te vergroten. In de armoedeverkenning hebt u ook de raakvlakken met andere beleidsterreinen terug kunnen zien. Verbeteren van de taalbeheersing, vergroten van de mobiliteit, welzijn op orde, kansengelijkheid in het onderwijs en het verkleinen van gezondheidsverschillen dragen allemaal bij aan het aanpakken van armoede. Hierdoor wordt duidelijk dat de aanpak van armoede en schulden blijvend vraagt om een integrale en intensieve aanpak. Dat zou ik dan ook graag meegeven aan het volgende college.
Met vriendelijke groet,
Michiel Grauss Wethouder Armoedebestrijding, Schuldenaanpak en Informele Zorg