CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb003671] Bijlage 3 behorende bij 22bb3639 over Bijlage bij UD5142: Jaarverslag en jaarrekening 2021

Tijdelijke commissie Sociaal (2022-2026) 8 juni 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: Onderwijs41.532 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Bij een investering in eigen-vermogensinstrumenten gewaardeerd tegen kostprijs wordt de omvang van de bijzondere waardevermindering bepaald als het verschil tussen de boekwaarde van het financiële actief en de best mogelijke schatting van de toekomstige kasstromen, contant gemaakt tegen de actuele vermogenskostenvoet voor een soortgelijk financieel actief. Het bijzondere-waardeverminderingsverlies wordt slechts teruggenomen indien er aanwijzingen zijn dat een in voorgaande jaren in de jaarrekening verwerkt verlies als gevolg van waardevermindering niet meer aanwezig is of veranderd is.

Vervreemding van vaste activa Voor verkoop beschikbare vaste activa worden gewaardeerd tegen boekwaarde of lagere opbrengstwaarde.

Vlottende activa Vorderingen Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie. Handelsvorderingen worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. Als de ontvangst van de vordering is uitgesteld op grond van een verlengde overeengekomen betalingstermijn wordt de reële waarde bepaald aan de hand van de contante waarde van de verwachte ontvangsten en worden er op basis van de effectieve rente rente-inkomsten ten gunste van de staat van baten en lasten gebracht. Voorzieningen wegens oninbaarheid worden in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering. Huisvestingsprojecten Onder de vorderingen is ook de post huisvestingsprojecten opgenomen. Dit betreffen projecten waarvoor BOOR als bouwheer functioneert en waarvan de kosten op basis van een beschikking terug worden gekregen van de gemeente. Op het moment dat de kosten hoger zijn dan het door de gemeente beschikte bedrag wordt een voorziening getroffen.

In de waardering van huisvestingsprojecten worden de kosten die direct betrekking hebben op het project (zoals personeelskosten voor werknemers direct werkzaam aan het project, kosten van constructiematerialen, kosten van grond en terreinen en afschrijving van installaties en uitrusting die bij de uitvoering van het project worden gebruikt), de kosten die toerekenbaar zijn aan projectactiviteiten in het algemeen en toewijsbaar zijn aan het project (onder meer verzekeringskosten, kosten van ontwerp en technische assistentie en overheadkosten van projectactiviteiten) en andere kosten die contractueel aan de gemeente kunnen worden toegerekend, begrepen. We rekenen geen rente op schulden over het tijdvak van het project.

88

JAARREKENING - BOOR JAARVERSLAG 2021

De presentatiewijze wordt per individueel project bepaald. De projecten worden als volgt gepresenteerd: • Als vordering met betrekking tot de huisvestingsprojecten voor de projecten die in 2021 doorlopen en waarvoor BOOR meer kosten heeft gemaakt dan het ontvangen subsidiebedrag. • Als overige vordering voor de projecten die in 2021 zijn afgerond en waarbij nog een restant subsidiebedrag van de gemeente moet worden ontvangen. • Als kortlopende schuld voor de lopende projecten waarvoor een voorschot op de subsidie is ontvangen die hoger is dan de op dat moment gemaakte kosten. • Als overige schuld voor de afgeronde projecten indien het eindsaldo aan de gemeente moet worden terugbetaald. Liquide middelen Liquide middelen bestaan uit kas, banktegoeden en deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder kortlopende schulden. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. De liquide middelen staan ter vrije beschikking van BOOR tenzij anders vermeld.

Eigen vermogen Onder het eigen vermogen zijn de algemene reserve en de bestemmingsreserves gepresenteerd. De algemene reserve bestaat uit de reserves die ter vrije beschikking staan van het bestuur. De bestemmingsreserves zijn door het bestuur gevormd voor een specifiek doel. Deze zijn omschreven in de toelichting op de balans.

Voorzieningen Een voorziening wordt in de balans opgenomen wanneer er sprake is van: • een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting die het gevolg is van een gebeurtenis in het verleden; • waarvan een betrouwbare schatting kan worden gemaakt; en het waarschijnlijk is dat voor afwikkeling van die verplichting een uitstroom van middelen nodig is. Onder de voorzieningen worden de personele voorzieningen en de overige voorzieningen gepresenteerd. Tenzij anders aangegeven worden de voorzieningen opgenomen tegen de beste inschatting van uitgaven die vereist zijn om de bestaande verplichting af te wikkelen op balansdatum, dit tegen contante waarde. De toevoegingen vinden plaats door middel van een dotatie ten laste van de staat van baten en lasten. Uitgaven vinden rechtstreeks plaats ten laste van de voorzieningen, met uitzondering van de WW-voorziening. Voor alle voorzieningen, tenzij anders vermeld, is een disconteringsvoet van 1% gebruikt, waarbij dit toegepast is op de jaarlagen na jaar 1. De volgende voorzieningen zijn in de jaarrekening opgenomen: • Voorziening jubilea: Medewerkers hebben recht op een jubileumuitkering bij een dienstverband van 25, 40 en 50 jaar. De voorziening jubilea dient ter dekking van deze financiële verplichting aan de medewerkers.

Bij de berekening is rekening gehouden met de zogenaamde blijfkans van een medewerker, een verwachte salarisstijging per jaar en een disconteringsvoet waartegen de bedragen contant worden gemaakt. De disconteringsvoet waarmee is gerekend bedraagt 1% (2020: 1%). • Voorziening duurzame inzetbaarheid: voor medewerkers die hebben geopteerd om de extra uren uit de cao voor een langere periode op te sparen, is een voorziening op de balans gevormd. De voorziening is berekend aan de hand van het aantal gespaarde uren en het tarief zoals opgenomen in de cao voortgezet onderwijs. Voor medewerkers van 57 jaar en ouder in het primair onderwijs bestaat eveneens de mogelijkheid uren te sparen. Uit een inventarisatie onder de scholen blijkt dat er nagenoeg geen gebruik gemaakt wordt van deze mogelijkheid, waardoor is afgezien om hiervoor een voorziening te vormen.

89

BOOR JAARVERSLAG 2021 - JAARREKENING

• Voorziening spaarverlof: voor medewerkers in het vo die ervoor gekozen hebben om jaarlijks een deel van hun verlofuren te sparen gedurende minimaal 4 jaar is een voorziening op de balans gevormd. De voorziening is berekend aan de hand van het aantal gespaarde uren en het tarief zoals opgenomen in de cao voortgezet onderwijs. Uit een inventarisatie onder de (s)bao scholen blijkt dat er nagenoeg geen gebruik gemaakt wordt van deze mogelijkheid, waardoor is afgezien om hiervoor een voorziening te vormen voor het (s)bao. Deze voorziening is tegen nominale waarde opgenomen. • Voorziening voormalig personeel in loondienst: Bij de verzelfstandiging in 2008 is een voorziening gevormd voor loonkosten van specifiek aangewezen medewerkers van de voormalige Dienst Openbaar Onderwijs (DOO) van de gemeente Rotterdam. De loonkosten van deze medewerkers komen voor rekening van BOOR zolang deze medewerkers in dienst van de gemeente blijven. Voor het bepalen van de omvang van de voorziening zijn de huidige loonkosten van betreffende medewerkers tot hun pensioendatum meegenomen. Deze voorziening is tegen nominale waarde opgenomen. • Voorziening WW ex-medewerkers: BOOR betaalt een kwart van de WW-uitkeringskosten van voormalig medewerkers uit het voortgezet onderwijs. De voorziening is gebaseerd op een inschatting van de toekomstige kosten voor BOOR van de huidige voormalig medewerkers.

Voor de WW-uitkeringskosten van voormalig medewerkers in het primair onderwijs die niet door het participatiefonds worden vergoed is eveneens een inschatting van de toekomstige kosten gemaakt. • Voorziening langdurig zieke medewerkers: BOOR betaalt de salarissen van een aantal medewerkers die al langere tijd ziek zijn en waarschijnlijk niet meer terug zullen keren in het arbeidsproces. Voor deze salarislasten is een voorziening gevormd. • Onderhoudsvoorziening gebouwen: In 2015 heeft BOOR (vanuit het weerstandsvermogen) een voorziening gevormd voor het voorziene onderhoud. Bij de bepaling van de voorziening groot onderhoud ultimo 2021 wordt gebruik gemaakt van de tijdelijke uitzonderingsbepaling in de RJO artikel 4 lid 1c. Er is een financieel overzicht gemaakt van de onderhoudskosten voor de komende 20 jaar. Voor panden die op korte termijn vervangen gaan worden, wordt niet meer gedoteerd aan de voorziening » Primair onderwijs. De meerjarenonderhoudsplannen (MJOP) voor het primair onderwijs zijn in de periode 20182021 herijkt conform de RGD-BOEI methodiek151en met een tijdshorizon van 20 jaar. Na de inspectie van het totale gebouwenbestand is er een onderhoudsplan per pand opgesteld. Hiermee is de impact bepaald voor het meerjarenonderhoud en de benodigde dotatie voor de sector (s)bao van BOOR als geheel. » Voortgezet onderwijs.

De actualisatie van de onderliggende meerjaren- onderhoudsplannen (MJOP) voor het voortgezet onderwijs (2015-2035) is in 2020 gerealiseerd. Op basis van de nieuwe schouw is een nieuw dotatie en onttrekkingsschema bepaald. • Overige voorzieningen: Onder overige voorzieningen is een aantal voorzieningen opgenomen waaronder voor het herontwerp Zuid. Daarnaast zijn voorzieningen opgenomen voor op balansdatum een lopende disputen met tegenpartijen. Deze voorzieningen zijn tegen nominale waarde opgenomen.

Lang- en kortlopende schulden Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode. De aflossingsverplichtingen voor het komend jaar van de langlopende schulden worden opgenomen onder kortlopende schulden.

15 19 BOEI staat voor Brandveiligheid, Onderhoud, Energie en Inzicht in Wet- en Regelgeving. De methode heeft als doel alle vormen van inspecties te integreren in één vastgoedbeheersysteem.

90

JAARREKENING - BOOR JAARVERSLAG 2021

Grondslagen voor de bepaling van het resultaat Baten en lasten worden tijdsevenredig toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. BOOR is niet belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. De meeste activiteiten van stichting BOOR betreffen activiteiten die vrijgesteld zijn van de BTW. Voor overige activiteiten (zoals detachering) wordt per activiteit vastgesteld of dit een BTW-belaste activiteit is.

Rijksbijdragen Rijksbijdragen worden als baten verantwoord in de staat van baten en lasten in het jaar waarop de toekenning betrekking heeft.

Overige overheidsbijdragen en -subsidies Exploitatiesubsidies worden als bate verantwoord in de staat van baten en lasten in het jaar waarin de gesubsidieerde kosten zijn gemaakt of opbrengsten zijn gederfd, of wanneer een gesubsidieerd exploitatietekort zich heeft voorgedaan. De baten worden verantwoord als het waarschijnlijk is dat deze worden ontvangen en de instelling de condities voor ontvangst kan aantonen. Subsidies specifiek voor investeringen in materiële vaste activa worden in mindering gebracht op het desbetreffende actief en als onderdeel van de afschrijvingen verwerkt in de staat van baten en lasten.

Overige baten Overige bedrijfsopbrengsten bestaan uit baten uit verhuur, sponsoring en schenkingen, detachering, ouderbijdragen en overige baten. Verantwoording van opbrengsten uit de levering van diensten geschiedt naar rato van de geleverde prestaties, gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de balansdatum in verhouding tot de in totaal te verrichten diensten.

Personeelsbeloningen Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de staat van baten en lasten voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers. Toerekening vindt plaats op basis van geleverde prestaties. Voor zover nog niet uitbetaald wordt de personeelsbeloning als verplichting op de balans opgenomen. Indien de reeds betaalde bedragen de verschuldigde beloningen overtreffen, wordt het meerdere opgenomen als een overlopend actief voor zover er sprake zal zijn van terugbetaling door het personeel of van verrekening met toekomstige betalingen door BOOR.

Ontslagvergoedingen Ontslagvergoedingen zijn vergoedingen die worden toegekend in ruil voor de beëindiging van het dienstverband. Een uitkering als gevolg van ontslag wordt als verplichting en als last verwerkt als de stichting zich aantoonbaar onvoorwaardelijk heeft verbonden tot betaling van de ontslagvergoeding. Als het ontslag onderdeel is van een reorganisatie, worden de kosten van de ontslagvergoeding opgenomen in een reorganisatievergoeding. Zie hiervoor de grondslag onder het hoofd Voorzieningen. Ontslagvergoedingen worden gewaardeerd met inachtneming van de aard van de vergoeding. Als de ontslagvergoeding een verbetering is van de beloningen na afloop van het dienstverband, vindt waardering plaats volgende dezelfde grondslagen die worden toegepast voor pensioenregelingen. Andere ontslagvergoedingen worden gewaardeerd op basis van de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichting af te wikkelen.

91

BOOR JAARVERSLAG 2021 - JAARREKENING

Pensioenen Op grond van de Nederlandse pensioenwet worden de Nederlandse regelingen primair volgens een “verplichting aan de pensioenuitvoerder benadering” in deze jaarrekening verwerkt. In deze benadering wordt de verplichting voortvloeiende uit een door de rechtspersoon gedane pensioentoezegging gebaseerd op de financieringsafspraken zoals vastgelegd in de uitvoeringsovereenkomst tussen BOOR en pensioenuitvoerder. BOOR heeft de verplichtingen inzake de pensioenrechten van haar personeel ondergebracht bij stichting Pensioenfonds ABP. BOOR betaalt hiervoor premies, waarvan de helft door de werkgever wordt betaald en de helft door de werknemer die in de staat van baten en lasten zijn verwerkt. De belangrijkste kenmerken van deze regelingen zijn: • pensioengevende salarisgrondslag is middelloon • er heeft in 2021 geen indexatie plaatsgevonden • de dekkingsgraad van het ABP was per 31-12-2021 110,2% • overige kenmerken zijn te vinden op www.abp.nl Op de Nederlandse pensioenregelingen zijn de bepalingen van de Nederlandse Pensioenwet van toepassing en worden op verplichte, contractuele of vrijwillige basispremies aan pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen betaald door de instelling. De premies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn.

Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa indien dit tot een terugstorting leidt of tot een vermindering van toekomstige betalingen. Nog niet betaalde premies worden als verplichting op de balans opgenomen. BOOR heeft geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen in geval van een tekort bij het pensioenfonds, anders dan het effect van hogere toekomstige premies.

Leasing Een leaseovereenkomst waarbij de voor- en nadelen verbonden aan het eigendom van het leaseobject geheel of nagenoeg geheel door de lessee worden gedragen, wordt aangemerkt als een financiële lease. Alle andere leaseovereenkomsten classificeren als operationele leases. Bij de leaseclassificatie is de economische realiteit van de transactie bepalend en niet zozeer de juridische vorm.

Operationele leases Als BOOR optreedt als lessee in een operationele lease, wordt het leaseobject niet geactiveerd. Leasebetalingen inzake de operationele lease worden lineair over de leaseperiode ten laste van de staat van baten en lasten gebracht.

Rentebaten en rentelasten Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de betreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen die als onderdeel van de berekening van de effectieve rente worden meegenomen.

Indeling in operationele segmenten Conform de RJ 660.306 en RJ 660.307 hanteert de stichting de verplichte segmentatie. Niet direct aan de segmenten toe te rekenen baten en lasten worden verdeeld op basis van voorcalculatorische verdeelsleutels naar rato van het gemiddelde van de rijksbijdragen en aantal fte’s binnen het betreffende segment.

92

JAARREKENING - BOOR JAARVERSLAG 2021

Grondslagen voor de opstelling van het kasstroomoverzicht Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit de liquide middelen, met uitzondering van deposito’s met een looptijd langer dan drie maanden. Alle kasstromen zijn in euro’s, er zijn geen vreemde valuta. Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten. Transacties waarbij geen instroom of uitstroom van kasmiddelen plaatsvindt zijn niet in het kasstroomoverzicht opgenomen.

Begroting De ter vergelijking opgenomen begrotingscijfers zijn ontleend aan de door het algemeen bestuur aan de gemeente Rotterdam aangeboden begroting 2021.

93

BOOR JAARVERSLAG 2021 - JAARREKENING

10. Toelichting op de balans Materiële vaste activa (1) Omschrijving

Bedragen x € 1.000 Totaal materiële vaste activa 93.753 32.707 61.046

Gebouwen en terreinen 36.901 8.629 28.272

Inventaris en apparatuur 40.565 19.684 20.881

Andere bedrijfsmiddelen 7.470 4.394 3.076

MVA - In uitvoering 8.817 0 8.817

Investeringen 2021 Desinvesteringen 2021 Afschrijvingen 2021 Afschrijvingen desinvesteringen 2021 Bijzondere waardevermindering Herrubricering 2021 Totaal mutaties 2021

1.517 -997 -1.265 313 0 8.751 8.319

5.805 -5.461 -4.093 5.007 0 66 1.324

964 -2.627 -608 2.502 0 0 231

185 0 0 0 0 -8.817 -8.632

8.471 -9.085 -5.966 7.822 0 0 1.242

Verkrijgingsprijs t/m 2021 Afschrijvingen t/m 2021 Boekwaarde 31 december 2021

46.172 9.581 36.591

40.976 18.770 22.206

5.807 2.499 3.308

185 0 185

93.140 30.850 62.290

Verkrijgingsprijs t/m 2020 Afschrijvingen t/m 2020 Boekwaarde 31 december 2020

Het verloop van de post materiële vaste activa in 2021 is als volgt: In 2021 is voor een bedrag van circa € 8,5 miljoen (2020: € 13,9 miljoen) geïnvesteerd. De investeringen hebben voornamelijk plaatsgevonden in ICT en meubilair. Daarnaast is er ook geïnvesteerd in lesmethodes en audiovisuele apparatuur. Onder de materiële vaste activa in uitvoering zijn voornamelijk investeringen in zonnepanelen opgenomen. De desinvesteringen betreffen voornamelijk het administratief opschonen van afgeschreven activa en afstoot van activa als gevolg van het sluiten van scholen. Stichting BOOR heeft in het kader van volledige doordecentralisatie drie panden in bezit: School

Adres

WOZ

Boekwaarde

Wolfert Lyceum

De Zijde 5, Bergschenhoek te Lansingerland

€ 13.811.000

€ 13.545.843

Wolfert Lansing (PRO)

Boterdorpseweg 19, Bergschenhoek te Lansingerland

€ 4.723.000

€ 9.040.286

Wolfert Lansing (tijdelijke locatie)

Boterdorpseweg 21, Bergschenhoek te Lansingerland

€ 5.365.000

€0

De verzekerde waarde van de gebouw van Wolfert Lyceum is € 16,6 miljoen. De verzekerde waarde van het gebouw met daarbij de inventaris en installaties is € 19,4 miljoen. De verzekerde waarde van de gebouwen van Wolfert Lansing zijn resp. € 9,1 miljoen en € 5,2 miljoen. De verzekerde waarde van de gebouwen met daarbij de inventaris en installaties zijn € 10,8 miljoen en € 5,2 miljoen. Het pand aan de Boterdorpseweg 21 staat leeg. Er is een sloopvoorziening gevormd voor de verwachte kosten van de sloop van dit pand. In 2021 is het juridisch eigendom van de eerste tranche van 25 onderwijspanden met een koopprijs van nihil overgegaan naar BOOR. Deze panden hebben derhalve geen boekwaarde. De Gemeente Rotterdam draagt zorg voor de verzekering van deze panden. Het economisch claimrecht blijft bij de gemeente.

94

JAARREKENING - BOOR JAARVERSLAG 2021

Financiële vaste activa (2) Bedragen x € 1.000

Financiële vaste activa Waarborgsommen Overige vorderingen Totaal financiële vaste activa

31 december 2021 65

31 december 2020 65

1.032 1.097

0 65

De betaalde waarborgsom betreft de in 2017 betrokken huisvesting aan de Schiekade. Bedragen x € 1.000

Overige vorderingen Stand per 1 januari Mutatie lening u/g Minus aflossing Stand per 31 december

2021 0 1.053 21 1.032

2020 0 0 0 0

De overige vordering betreft lening u/g verstrekt aan de Stichting Thorbecke Trainingsaccommodatie voor een sportaccommodatie aan de Prinsenlaan 80. De in 2009 verstrekte annuïtaire lening heeft een resterende looptijd van 27 jaar (tot 2048) en is niet eerder verantwoord in de jaarrekening. De rente is vast 4%.

Vorderingen (3) De post vorderingen betreft debiteuren, de vordering op het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, huisvestingsprojecten en overlopende activa. Tevens is de voorziening voor debiteuren onder deze post gepresenteerd. De resterende looptijd van alle onder de vorderingen opgenomen bedragen is korter dan een jaar. Bedragen x € 1.000

Vorderingen Debiteuren

31 december 2021 1.242

31 december 2020 1.486

OCW

-24 1.218 7.954

-92 1.394 7.556

Subsidies gemeente

4.801

2.349

Waardering huisvestingsprojecten

1.848

1.897

Overige vorderingen

544 16.365

353 13.549

Overlopende activa: - Vooruitbetaalde kosten

326

378

- Verstrekte voorschotten

0

0

5 331 16.696

14 392 13.941

Voorziening wegens oninbaarheid

- Overige overlopende activa Totaal vorderingen

Debiteuren Deze balanspost heeft betrekking op vorderingen op derden waaraan diensten zijn verleend, ruimten zijn verhuurd of personeel is gedetacheerd. Ook is voor een bedrag van € 0,84 miljoen (2020: € 1,04 miljoen) aan vorderingen inzake ouderbijdragen hierin opgenomen. Voorziening wegens oninbaarheid De voorziening voor oninbare vorderingen heeft volledig betrekking op de debiteuren en is gebaseerd op een inschatting van de incasseerbaarheid van vorderingen. 95

BOOR JAARVERSLAG 2021 - JAARREKENING

Vordering ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) Onder deze post is de vordering in verband met het betaalritmeverschil in het po opgenomen. Het voorschotritme van OCW inzake de Rijksbekostiging voor het po is niet geheel tijdevenredig daarom ontstaat jaarlijks een vordering. Subsidies gemeente Onder de subsidies gemeente valt de beschikking Gelijke Kansen!. In 2021 was de beschikking van het schooljaar (2019-2020) nog niet vastgesteld en uitbetaald, waardoor het restant van de vordering ad € 2,3 miljoen nog niet is verrekend. Ook schooljaar 2020-2021 is eind 2021 nog niet vastgesteld. Deze vordering bedraagt € 2,2 miljoen. De ontvangst van beide vorderingen wordt in de eerste helft van 2022 verwacht. Waardering huisvestingsprojecten Dit betreft reeds uitgegeven bedragen op door de gemeente gesubsidieerde huisvestingsprojecten. Zie ook de toelichting op overige schulden. Overige vorderingen De post overige bestaat voor het grootste deel uit de vorderingen op de gemeente betreffende afgeronde en lopende huisvestingsprojecten. De definitieve afwikkeling van de genoemde subsidies en vorderingen wordt in 2022 verwacht. Overlopende activa De overlopende activa bestaan voornamelijk uit reeds betaalde kosten welke betrekking hebben op 2022.

Liquide middelen (4) Alle liquide middelen staan ter vrije beschikking aan BOOR. Het saldo van de kassen en bankrekeningen kan als volgt worden gespecificeerd: Bedragen x € 1.000

Liquide middelen Kasmiddelen

31 december 2021 47

31 december 2020 86

Tegoeden op bankrekeningen

8.285

10.369

Schatkistbankieren Totaal liquide middelen

46.160 54.492

23.377 33.832

Sinds maart 2020 maakt BOOR gebruik van Schatkistbankieren. Het saldo van de hoofdbankrekening wordt dagelijks afgeroomd naar de schatkist. De saldi van de individuele schoolbankrekeningen zijn niet gekoppeld aan Schatkistbankieren. Het Schatkistbankieren heeft een kredietfaciliteit van € 23,7 miljoen. Hiervan is in geheel 2021 geen gebruik gemaakt. Het saldo aan liquide middelen is voornamelijk toegenomen door de ontvangen NPO gelden welke nog niet uitgegeven zijn.

Eigen vermogen (5) Het eigen vermogen is als volgt opgebouwd: Bedragen x € 1.000

Eigen vermogen Algemene reserve publiek

31 december 2021 29.822

31 december 2020 27.674

16.990 46.812

1.575 29.249

Bestemmingsreserve publiek Totaal eigen vermogen

Bedragen x € 1.000

Algemene reserve Algemene reserve

96

Saldo 01-012020 26.291

Resultaat 2020 1.383

Overige mutaties 0

Saldo 31-122020 27.674

Resultaat 2021 2.148

Overige mutaties 0

Saldo 31-122021 29.822

JAARREKENING - BOOR JAARVERSLAG 2021

De algemene reserve neemt toe met € 2,15 miljoen, zijnde het resultaat 2021 minus de dotatie aan en de vrijval van de bestemmingsreserves. Het bestuur heeft besloten tot het vormen van de bestemmingsreserves. Voor de bestemmingsreserves zijn door het bestuur beperkingen aangebracht voor het gebruik. In 2021 zijn vier bestemmingsreserves gevormd: • € 9,1 miljoen vanuit de bekostiging voor NPO. Deze bestemmingsreserve wordt komende jaren ingezet voor de uitvoer van interventies van de menukaart NPO. • € 3,0 miljoen om de daling van de rijksbijdrage door de veranderende bekostiging in het (s)bao en (v)so op te vangen. • € 3 miljoen om het versnellingsprogramma ict in het (s)bao en het (v)so uit te voeren. • € 1 miljoen om de kosten van strategische opgaves in het vo te bekostigen. De bestemmingsreserve ‘kleine scholen’ heeft als doel het faciliteren van kleine scholen om te kunnen groeien in leerlingaantal en kwaliteit. Het restant van de bestemmingsreserve ‘convenant 2019 | reservering vo’ wordt conform meerjarenplan in de komende boekperioden ingezet. Doelstelling van de reserve is het bekostigen van activiteiten die leiden tot werkdrukvermindering conform de daarvoor ontvangen subsidie. Bedragen x € 1.000

Bestemmingsreserves Bestemmingsreserve kwaliteitsimpuls en kleine scholen problematiek Bestemmingsreserve Convenant 2019 | reservering eenmalige uitkering po Bestemmingsreserve Convenant 2019 | reservering vo Bestemmingsreserve Convenant 2019 | reservering uitkering personeel vo (0,5%) Bestemmingsreserve Loonruimte 2019 | reservering eenmalige uitkering po Bestemmingsreserve NPO gelden Bestemmingsreserve veranderende bekostiging Bestemmingsreserve versnellingsprogramma ICT s(bao) en (v)so Bestemmingsreserve strategische opgaves vo Totaal bestemmingsreserves

Saldo 01-012020

Resultaat 2020

224

0

1.960

Overige mutaties

Saldo 31-122020

Resultaat 2021

Overige mutaties

Saldo 31-122021

0

224

0

0

224

-1.960

0

0

0

0

0

1.640

-289

0

1.351

-641

0

709

370

-370

0

0

0

0

0

3.145 0

-3.145 0

0 0

0 0

0 9.057

0 0

0 9.057

0

0

0

0

3.000

0

3.000

0

0

0

0

3.000

0

3.000

0 7.339

0 -5.764

0 0

0 1.575

1.000 15.416

0 0

1.000 16.990

Voorzieningen (6) Voor een toelichting op de aard van de voorzieningen, wordt verwezen naar het hoofdstuk ‘voorzieningen’ zoals opgenomen in grondslagen voor waardering van activa en passiva. Bedragen x € 1.000

Voorzieningen Personele voorzieningen Jubilea Duurzame inzetbaarheid Medewerkers DOO Ww ex-medewerkers Langdurig zieke medewerkers Spaarverlof Onderhoudsvoorziening gebouwen Overige voorzieningen Totaal voorzieningen

31 december 2021

31 december 2020

1.762 2.453 54 985 668 252 6.174 15.972 617 22.763

1.778 1.949 152 1.253 387 336 5.855 11.589 1.951 19.395

97

BOOR JAARVERSLAG 2021 - JAARREKENING

De voorzieningen kunnen als volgt worden verdeeld in een kort- en langlopend deel: Bedragen x € 1.000

Kortlopend deel < 1 jaar

Looptijd 1 tot en met 5 jaar

Langlopend deel > 5 jaar

Overige voorzieningen

146 160 7 580 642 42 1.577 3.448 299

759 673 27 359 26 168 2.012 8.997 318

857 1.620 20 46 0 42 2.585 3.527 0

Totaal voorzieningen

5.324

11.327

6.112

Voorzieningen Personele voorzieningen Jubilea Duurzame inzetbaarheid Medewerkers DOO Ww ex-medewerkers Langdurig zieke medewerkers Spaarverlof Onderhoudsvoorziening gebouwen

Het verloop van de voorzieningen in 2021 is als volgt: Bedragen x € 1.000

Saldo 31-122020

Onttrekking 2021

Dotatie 2021

Vrijval 2021

Discontering 2021

Saldo 31-122021

Overige voorzieningen

1.778 1.949 152 1.253 387 336 5.855 11.589 1.951

-186 -387 -7 -479 -344 -121 -1.524 -4.289 -1.043

314 917 0 576 671 37 2.515 8.551 31

-138 0 -91 -377 -43 0 -649 0 -322

-6 -26 0 12 -3 0 -23 121 0

1.762 2.453 54 985 668 252 6.174 15.972 617

Totaal voorzieningen

19.395

-6.856

11.097

-971

98

22.763

Voorzieningen Personele voorzieningen Personeelsvoorziening – jubilea Personeelsvoorziening – duurzame inzetbaarheid Personeelsvoorziening – medewerkers DOO Personeelsvoorziening – ww ex-medewerkers Personeelsvoorziening – langdurig zieke medewerkers Personeelsvoorziening – spaarverlof Totaal personeelsvoorzieningen Onderhoudsvoorziening gebouwen

Langlopende schulden (7) Bedragen x € 1.000

Langlopende schulden Langlopende schulden aan kredietinstellingen Overige langlopende schulden Totaal langlopende schulden

31 december 2021

31 december 2020

15.575 2.071 17.646

16.216 0 16.216

De post langlopende schulden bestaat uit enkele leningen bij de BNG en een vooruit ontvangen subsidie. Bedragen x € 1.000

Schulden aan kredietinstellingen Stand per 1 januari

Lening BNG nr.1 5.920

Lening BNG nr.2 1.650

Lening BNG nr.3 1.650

Lening BNG nr.4 3.820

Lening BNG nr.5 3.817

Totaal

Opgenomen gelden

0

0

0

0

0

0

16.857

Aflossingen

-320

-60

-60

-101

-100

-641

Stand per 31 december

5.600

1.590

1.590

3.719

3.717

16.216

Kortlopend deel

-320

-60

-60

-101

-100

-641

Langlopend deel

5.280

1.530

1.530

3.618

3.617

15.575

98

JAARREKENING - BOOR JAARVERSLAG 2021

Bedragen x € 1.000

Omschrijving

Jaar van Looptijd Laatste Hoofdsom Rente uitgifte aflossing in

Rentevast Aantal Langlopend Langlopend periode termijnen deel 1-5 jaar deel >5 jaar

Lening BNG nr.1

2009

30 jaar

2039

9.600

4,86%

30 jaar

360

1.280

4.000

Lening BNG nr.2

2018

30 jaar

2048

1.800

1,84%

30 jaar

360

240

1.290

Lening BNG nr.3

2018

30 jaar

2048

1.800

1,32%

30 jaar

360

240

1.290

Lening BNG nr.4

2018

40 jaar

2058

4.039

2,01%

40 jaar

480

404

3.214

Lening BNG nr.5

2019

40 jaar

2059

4.000

1,84%

40 jaar

480

Totaal

21.239

400

3.217

2.564

13.011

Leningen 1 t/m 3 zijn ten behoeve van de uitbreiding van Wolfert Lyceum. Lening 4 en 5 zijn ten behoeve van de nieuwbouw van Wolfert Lansing in de gemeente Lansingerland. Met betrekking tot de BNG leningen ligt het eerste recht van hypotheek bij de gemeente Lansingerland. De leningen benaderen de reële waarde per balansdatum. De reguliere aflossing voor 2022 van € 0,64 miljoen van de BNG-leningen is verantwoord onder de kortlopende schulden. Bedragen x € 1.000

Overige langlopende schulden Stand per 1 januari 2021

Subsidie ID-banen 0

Opgenomen gelden

2.800

Aflossingen

-400

Stand per 31 december 2021

2.400

Kortlopend deel

-329

Langlopend deel

2.071 Bedragen x € 1.000

Omschrijving

Jaar van Looptijd Laatste Hoofdsom Langlopend Langlopend uitgifte aflossing in deel 1-5 jaar deel >5 jaar Subsidie ID-banen 2021 15 jaar 2036 2.800 1.026 1.038

De gemeente Rotterdam verstrekt subsidie voor ID-banen. Dit betreft een beschikking voor meerdere organisaties. Tot en met 2020 was FOKOR hiervoor penvoerder. Sinds 2021 is BOOR penvoerder. BOOR heeft de verplichtingen van FOKOR overgenomen. In 2021 is de laatste subsidietermijn verstrekt voor de uitvoering van de regeling tot en met 2036.

99

BOOR JAARVERSLAG 2021 - JAARREKENING

Kortlopende schulden (8) Onder de kortlopende schulden zijn de schulden opgenomen met een verwachte looptijd korter dan één jaar. De kortlopende schulden zijn als volgt opgebouwd: Bedragen x € 1.000

Kortlopende schulden Kortlopend deel schulden aan banken Kortlopend deel overige schulden Crediteuren Vooruitontvangen investeringssubsidies voor huisvestingsprojecten Belastingen en premies sociale verzekeringen Loonheffing Omzetbelasting Premies sociale verzekeringen Schulden ter zake van pensioenen

31 december 2021 641

31 december 2020 641

329

0

4.950

4.236

2.774

1.133

11.672 72 0 11.744 3.220

9.977 25 329 10.331 2.838

Overige kortlopende schulden Overlopende passiva Vooruitontvangen subsidies OCW Vooruitontvangen bedragen

691

685

3.815 2.009

5.071 434

Vakantiegeld en –dagen

7.727

7.363

Rotterdams Onderwijsbeleid

360

511

Overige subsidies

12

1.756

4.307

3.910

4.775 23.005 47.354

5.115 24.160 44.024

Ouderbijdrage Overige overlopende passiva Totaal kortlopende schulden

Kortlopend deel langlopende schulden Betreft de aflossing voor 2022 van de hypothecaire leningen bij de BNG Bank en de verwachte declaraties voor ID-banen in 2022. Crediteuren Het saldo crediteuren ultimo 2021 is licht toegenomen ten opzichte van de stand per ultimo 2020. Dit is het gevolg van een relatief grote stroom ontvangen facturen in december. Vooruit gefactureerde en ontvangen termijnen huisvestingsprojecten BOOR heeft een aantal huisvestingsprojecten onderhanden. Dit betreffen nieuwbouwprojecten, verbouwingen en andere huisvestingsprojecten. Onder de vooruit gefactureerde en vooruit ontvangen termijnen zijn onder andere de niet bestede middelen en de bouwvoorbereidingskredieten voor meerdere projecten opgenomen. Per project zijn zowel de kosten (facturen) als de opbrengsten (gemeentelijke investeringsbijdrage) verzameld.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=673e7984-5953-475d-97f9-d29ef70c8892