[22bb003671] Bijlage 3 behorende bij 22bb3639 over Bijlage bij UD5142: Jaarverslag en jaarrekening 2021
Tekst van het document
Ontwikkeling personele bezetting De personele bezetting binnen BOOR verloopt, zoals ook opgenomen in het jaarplan 2022, naar verwachting als volgt (onderdeel A1 uit de gegevensset handreiking continuïteitsparagraaf): Personele bezetting in fte Bestuur / management Personeel primair proces Ondersteunend personeel Totale bezetting in fte
2021 200 2.005 907 3.113
2022* 183 2.048 960 3.191
2023* 184 2.052 940 3.176
2024* 180 2.019 905 3.104
2025* 182 2.016 901 3.098
2026* 180 2.018 898 3.097
* = prognoses Bron: 2021 is gebaseerd op het gemiddelde aantal fte’s; de aantallen 2022 t/m 2026 zijn gebaseerd op het jaarplan 2022.
De verwachte personele bezetting in fte voor de komende jaren is afkomstig uit het Meerjarig Bestuursformatieplan. De verwachte aantallen fte zijn gebaseerd op de verwachte leerlingaantallen en de NPO-gelden in de jaren t/m 2023.
Ontwikkeling financiële resultaten In het najaar van 2021 is de meerjarenbegroting geactualiseerd. In 2022 vervalt door de invoering van de vereenvoudigde bekostiging po per 1 januari 2023 de vordering op OCW. Dit betekent dat er in 2022 voor de sectoren (s)bao en (v)so € 8 miljoen minder bekostiging (minder baten) ontvangen zal worden.
64
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2021
Er worden in 2022 en 2023 NPO middelen ter beschikking gesteld. De baten vanaf 2024 dalen, omdat de NPO middelen alleen in de periode 2021-2023 ter beschikking worden gesteld. Voor de komende jaren verwacht BOOR een positief resultaat uit reguliere bedrijfsvoering. Dit komt door de verwachte groei van het aantal leerlingen. De begroting 2022-2026 is als volgt (onderdeel A2 uit de gegevensset handreiking continuïteitsparagraaf): Bedragen in € 1.000
Omschrijving Baten
2021
2022*
2023*
2024*
2025*
2026*
Rijksbijdrage Ministerie van OCW
299.013
303.923
296.532
280.431
281.976
283.416
Overige overheidsbijdrage Overige baten Totaal Baten
19.179 16.700 334.892
15.406 11.359 330.688
14.916 10.665 322.113
14.434 10.327 305.192
14.425 10.387 306.788
14.481 10.596 308.493
Lasten Personele lasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige materiële lasten Totaal lasten
258.696 6.497 24.715 26.846 316.754
273.312 7.112 20.314 32.583 333.321
259.090 7.503 20.010 31.251 317.854
247.923 7.421 20.352 28.114 303.810
248.905 7.010 20.412 28.392 304.719
249.569 6.471 20.441 28.680 305.161
Saldo baten en lasten
18.138
-2.633
4.259
1.382
2.069
3.332
-575
-465
-436
-414
-392
-372
17.563
-3.098
3.823
968
1.677
2.960
642
542
55
55
55
5
-9.057
PM
PM
PM
PM
PM
-1.000
PM
PM
PM
PM
PM
-3.000
PM
PM
PM
PM
PM
-3.000
PM
PM
PM
PM
PM
2.148
-2.556
3.878
1.023
1.732
2.965
Financiële baten en lasten Resultaat Mutatie bestemmingsreserve convenant 2019 vo (werkdruk) Mutatie bestemmingsreserve NPO gelden** Mutatie bestemmingsreserves strategische opgaves vo*** Mutatie bestemmingsreserve versnellingsprogramma ICT s(bao) en (v)so*** Mutatie bestemmingsreserve veranderende bekostiging (s)bao en (v)so*** Resultaat naar algemene reserve * = prognoses
** = Gezien de onzekerheden over de haalbaarheid van de werkzaamheden rondom de inzet van gelden NPO is nog niet bepaald wanneer deze gelden besteed zullen worden. *** = Het definitieve beleid rondom de inzet van de middelen zal in 2022 worden vastgesteld. Bron: jaarrekening 2021 en begroting 2022 – 2026.
De meest opvallende ontwikkelingen zijn: • Stijgende Rijksbekostiging in 2022 (waarvan NPO-gelden van € 34,5 miljoen en een lagere baat als gevolg van de nieuwe bekostiging in het po van € 8 miljoen) en dalende rijksbekostiging vanaf 2023. Dit komt door het tijdelijke karakter van de NPO bekostiging in de jaren 2021 tot en met 2023. Vanaf 2025 volgen de inkomsten de verwachte stijging van de leerlingaantallen.
65
BOOR JAARVERSLAG 2021 - BESTUURSVERSLAG
• Ontwikkeling personele lasten: Vanaf 2023 dalen de personele lasten door de afloop van de NPO bekostiging, die besteed is middels niet-structurele (incidentele) extra personele inzet. Vanaf 2024 stijgen de personele lasten door groei van de formatie, die gelijke tred houdt met de ontwikkeling van de leerlingaantallen. • In 2022 en 2023 zijn voor de uitvoering van de plannen voor NPO extra kosten opgenomen voor leerling activiteiten en leermiddelen. Vanaf 2024 vallen deze kosten weg en daardoor zijn de overige materiele lasten lager. • Op bestuursniveau worden nog nadere plannen gemaakt met betrekking tot de inzet van de gelden uit de bestemmingsreserves.
Ontwikkeling kasstromen Om aan onze verplichtingen te kunnen voldoen is het noodzakelijk dat BOOR voldoende middelen beschikbaar heeft. Op ieder moment bestaat inzicht in onze liquide middelen en in de verwachte kasstromen op de korte en lange termijn. De verwachte ontwikkeling van kasstromen in de komende jaren is als volgt: Bedragen in € 1.000
Omschrijving Liquide middelen op 1 januari Operationele kasstroom Investeringskasstroom Financieringskastroom Liquide middelen op 31 december * = prognoses
2021 33.832 27.674 -8.773 1.759 54.492
2022* 54.492 17.331 -11.696 -641 59.486
2023* 59.486 15.040 -18.692 -641 55.193
2024* 55.193 6.599 -8.860 -641 52.291
2025* 52.291 7.011 -7.490 -642 51.170
2026* 51.170 5.504 -7.088 -640 48.945
De operationele kasstroom neemt richting 2026 af, doordat er geen NPO middelen meer worden uitgekeerd en door lagere begrote resultaten. De toename van de investeringskasstroom in 2022 en 2023 heeft te maken met investeringen in onze panden in deze jaren. De eenmalige, positieve financieringskasstroom in 2021 komt voort uit de vooruitontvangen gelden vanuit de gemeente Rotterdam voor ID-banen. Deze gelden zullen tot en met 2036 worden uitgekeerd aan andere schoolbesturen. Daarnaast is er sprake van een aflossing op de lening voor de gebouwen van Wolfert Lansing en Wolfert Lyceum.
Ontwikkeling balans Rekening houdend met de verwachte financiële resultaten, de ontwikkeling van de kasstromen en de investeringen, verwachten we de volgende ontwikkeling van onze balans (onderdeel A2 uit de gegevensset handreiking continuïteitsparagraaf): Activa Vaste activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa Vlottende activa Vorderingen Liquide middelen Totaal activa Passiva Eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserves Vreemd vermogen Voorzieningen Langlopende schulden Kortlopende schulden Totaal passiva * = prognoses
66
Bedragen in € 1.000 per 31 december 2024* 2025* 2026*
2021
2022*
2023*
62.290 1.097
66.373 1.097
76.902 1.097
78.333 1.097
78.806 1.097
79.416 1.097
16.696 54.492 134.575
8.086 59.486 135.042
7.316 55.193 140.508
7.316 52.291 139.037
7.316 51.170 138.389
7.316 48.945 136.774
2021
2022*
2023*
2024*
2025*
2026*
29.822 16.990
27.266 16.448
31.144 16.393
32.167 16.338
33.899 16.283
36.864 16.278
22.763 17.646 47.354 134.575
22.926 17.005 51.397 135.042
26.671 16.364 49.936 140.508
31.495 15.723 43.314 139.037
36.748 15.082 36.377 138.389
39.739 14.441 29.452 136.774
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2021
De meest opvallende ontwikkelingen zijn: • De toename van de materiele vaste activa is het gevolg van nieuwbouw van scholen. • De liquide middelen stijgen in 2021, 2022 en 2023 door de ontvangst van de NPO middelen. • Het eigen vermogen stijgt vanaf 2023 dankzij de positieve resultaten. • De post voorzieningen betreft de personele voorzieningen en de voorziening voor het groot onderhoud van de gebouwen. De dotatie aan de voorziening groot onderhoud is het gemiddelde over een onderhoudsperiode van 20 jaar. De onderhoudslasten zijn echter niet jaarlijks gelijk, waardoor de omvang van de voorzieningen ook niet jaarlijks gelijk is. Tot 2026 stijgt de voorziening onderhoud, omdat er minder onttrekkingen zijn gepland dan de hoogte van de dotatie. • De langlopende schulden nemen af door de aflossing van financiering (van Wolfert Lansing).
Ontwikkeling vermogenspositie Zoals zichtbaar in de balans zorgen de verwachte positieve resultaten voor een verbetering van vermogenspositie van BOOR. Een tweetal ontwikkelingen hebben een negatieve invloed op deze positieve vermogensontwikkeling: • Een commissie doet onderzoek naar de verwerking van de voorziening groot onderhoud in de jaarrekening van onderwijsbesturen. Conform de RJ zouden schoolbesturen een voorziening groot onderhoud moeten opbouwen conform de “componentenmethode” (d.w.z. per component per pand, over de gehele onderhoudscyclus). Momenteel gebruiken de meeste schoolbesturen, net als BOOR, een methode waarbij de toekomstige uitgaven voor groot onderhoud gemiddeld worden over de totale looptijd. Er vindt een zekere egalisatie plaats over de jaren. Als deze “componentenmethode” gebruikt moet gaan worden (naar verwachting vanaf 2023) betekent dit voor BOOR een forse stijging van de voorziening groot onderhoud. In de jaarrekeningen van 2020 en 2021 is hierop geanticipeerd door in totaal € 5,75 miljoen extra te doteren. De exacte omvang van de extra dotaties is nog niet bekend. Naar verwachting is de komende jaren nog minimaal € 5 miljoen nodig. • Het jaar 2021 wordt afgesloten met een positief resultaat van € 17,6 miljoen (begroot € 0,5 miljoen). Het hogere resultaat wordt grotendeels verklaard door ontvangen extra baten die niet volledig besteed zijn.
Dit betreft voornamelijk € 9,0 miljoen aan niet bestede NPO gelden. Hiervoor wordt een bestemmingsreserve gevormd. Deze bestemmingsreserve wordt de komende jaren ingezet voor de doelstelling van het NPO. • Met ingang van 2023 wordt een nieuwe bekostigingssystematiek ingevoerd voor het primair onderwijs. De vordering op OCW, die ontstaat doordat het ministerie een afwijkend betaalritme hanteert, komt te vervallen. Er komt hiervoor geen financiële compensatie. Deze aanpassing is verwerkt in de baten van de meerjarenbegroting (dit betreft een lager batenbedrag in 2022 ad € 8 miljoen). Aangezien de schoolbesturen zich benadeeld voelen door het ontbreken van een adequate overgangsregeling worden vanuit de sector po juridische stappen richting OCW voorbereid. Om de gevolgen deels te kunnen opvangen is een bestemmingsreserve gevormd van € 3 miljoen.
Huisvestingsbeleid In het Integraal Huisvestingsplan 2020-2023 zijn afspraken gemaakt over welke schoolgebouwen gerenoveerd worden en voor welke scholen er vervangende nieuwbouw gerealiseerd wordt. Dit betreft voor BOOR 28 scholen, verspreid over de drie sectoren. Voor deze bouw- en renovatieprojecten zijn businesscases opgesteld. Het doel van deze businesscases is om heldere afspraken met de gemeente te maken over met name investeringsbudget en tijd. Voor de businesscases die reeds in 2018 gestart zijn geldt dat deze na accordering van de gemeente verder gedefinieerd zijn. Dat houdt in, dat per school de businesscase wordt uitgewerkt in een programma van eisen en dat er een architect geselecteerd wordt die dit vertaalt in een ontwerp. Op 1 januari 2022 zijn er 9 projecten in de fase Businesscase, 4 in de fase Voorlopig ontwerp, 4 in de fase Definitief ontwerp en 5 in de fase Aanbestedingsgereed ontwerp en 6 in de fase Realisatie. In 2022 worden de voorbereidingen gestart voor het maken van het IHP voor de planperiode 2024-2028. BOOR heeft ook in 2021 veel regulier onderhoud uitgevoerd, voor de drie sectoren bij elkaar gaat het om ruim € 4,3 miljoen ten laste van de onderhoudsvoorziening en 2,6 miljoen aan klein onderhoud. 67
BOOR JAARVERSLAG 2021 - BESTUURSVERSLAG
Investeringsbeleid Er is een Meerjarig Inventarisplan (MIP) waarin de verwachte investeringen in inventaris voor de komende jaren zijn opgenomen. Bij de uitvoering van het MIP is het van belang dat scholen opdrachten plaatsen bij de uit een centrale aanbesteding gegunde partijen of bij de leveranciers, waarmee centraal raamcontracten zijn afgesloten. Daarnaast vragen scholen in het (speciaal) basisonderwijs en (voorgezet) speciaal onderwijs voor investeringen boven € 2.500 incl. btw, advies bij Huisvesting & facilitair en goedkeuring bij de bovenschools directeur.
Financieringsbehoeften De financiering van huisvestingsprojecten gebeurt vanuit de exploitatie en eventuele geoormerkte subsidies. Alleen de panden van Wolfert Lansing en Wolfert Lyceum zijn extern gefinancierd door de BNG.
Ontwikkeling financiële positie (ratio’s) De financiële positie van BOOR kan worden uitgedrukt in diverse ratio’s. Op basis van bovenstaande cijfers en prognoses, zien we de volgende ontwikkeling van ratio’s in de komende jaren:
1. BOOR streefde in 2021 naar een minimaal weerstandsvermogen van 10% van de exploitatie. In 2021 haalt BOOR deze norm mede dankzij de extra NPO baten. Vanaf 2023 zal het weerstandsvermogen verder stijgen als gevolg van de verwachte positieve exploitatieresultaten. De vereenvoudiging van de bekostiging voor het primair onderwijs zorgt voor een daling in 2022. In de cijfers is nog geen rekening gehouden met de aangepaste toepassing van de regels voor de verdere opbouw van de voorziening groot onderhoud. Als we in het weerstandsvermogen de bestemmingsreserves niet meenemen (algemene reserve / totale baten) zien we dat deze ratio in 2022 iets terugloopt, maar vanaf 2024 boven de 10% blijft. 2. De solvabiliteit wordt berekend door het eigen vermogen en de voorzieningen, te delen door het balanstotaal. Dit wordt door het ministerie van OCW aangeduid als solvabiliteit 2. Eind 2021 bedroeg de solvabiliteit 51,7%. De onderwijsinspectie hanteert – voor het toepassen van het financieel toezicht – een signaleringsgrens van de solvabiliteit van 30%. 3 De liquiditeit laat de verhouding tussen kortlopende vorderingen en schulden zien. De signaleringsgrens van de onderwijsinspectie is 75%. Onze liquiditeit blijft hier komende jaren ver boven.
Een kanttekening hierbij is dat de liquiditeitsratio sterk wordt beïnvloed door de aannames in de ontwikkeling van de liquide middelen en de kortlopende schulden. Met name in latere jaren worden investeringen bij het begroten soms te laag ingeschat. 4. Het kengetal kapitalisatiefactor laat zien of een instelling te veel kapitaal aanhoudt voor zijn (onderwijs)activiteiten. De kapitalisatiefactor wordt berekend door van het balanstotaal van een instelling de bedragen voor gebouwen en terreinen af te trekken en het dan overblijvende bedrag te delen door het totaal van de jaarlijkse baten. Als de kapitalisatiefactor boven een bepaalde signaleringsgrens uitkomt, zou dat erop kunnen wijzen dat het bestuur te veel kapitaal aanhoudt voor zijn onderwijsactiviteiten. De bovengrens van deze kapitalisatiefactor (voor grote schoolbesturen) bedraagt 35%. Ultimo 2021 bedraagt de kapitalisatiefactor van BOOR 29,25%. Door een toename van de investeringen neemt de kapitalisatiefactor de komende jaren toe. 5. Het kengetal huisvestingsratio geeft aan welk deel van de totale lasten gebruikt is voor huisvestingskosten. Als de huisvestingsratio boven de 10% uit komt zou dat erop kunnen wijzen dat er teveel middelen aan huisvesting uitgegeven worden, waardoor er te weinig middelen over blijven om aan het primaire proces uit te geven.
De huisvestingsratio voor BOOR bedraagt ultimo 2021 8,2% en daalt de komende jaren weer naar ca. 7%. 68
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2021
4. Verantwoording van de financiën Analyse van het afgelopen boekjaar Het jaar 2021 wordt afgesloten met een positief resultaat van € 17,6 miljoen (begroot € 0,5 miljoen). Het hogere resultaat wordt grotendeels verklaard door ontvangen extra baten die niet volledig besteed zijn. Bedragen x € 1.000
Totaal baten Totaal lasten Financiële baten en lasten Resultaat
2021 334.892 316.754 -575 17.563
Begroting 291.667 290.668 -480 519
2020 297.488 300.609 -1.260 -4.381
In dit hoofdstuk en in de toelichting op de baten en lasten wordt hierop nader ingegaan. Een nadere analyse van het resultaat geeft het volgende beeld:
Analyse resultaat 2021 in vergelijking met begroting 2021 Begroting 2021 Additionele baten uit NPO Hogere Rijksbekostiging Subsidie inhaal en ondersteuningsprogramma's Extra Hulp voor de Klas/Slim organiseren Diverse hogere baten
bedragen * €1.000 519 20.100 6.800 5.400 5.100 5.825
Totale additionele baten Arbeidsmarkttoelage Stijging salarislasten Diverse overige personele lasten Extra inzet PNIL Additionele dotatie voorziening groot onderhoud Diverse lagere overige lasten
43.225 3.100 8.000 4.000 9.800 3.000 -1.719
Totale additionele lasten
26.181
Resultaat ultimo 2021 Vrijval uit bestemmingsreserve convenant 2019 vo Dotatie bestemmingsreserve NPO 2021 Dotatie bestemmingsreserves strategische opgaves vo Dotatie bestemmingsreserve versnellings-programma ICT s(bao) en (v)so Dotatie bestemmingsreserves veranderende bekostiging Resterend resultaat na vorming van de bestemmingsreserves
17.563 642 -9.057 -1.000 -3.000 -3.000 2.148 69
BOOR JAARVERSLAG 2021 - BESTUURSVERSLAG
In het najaar van 2020 is de begroting 2021 opgesteld met een positief resultaat van € 0,5 miljoen. Het resultaat na bestemmingsreserve in deze begroting was € 1 miljoen positief. Op het moment van het opstellen van de begroting was nog niet bekend dat in 2021 extra subsidies verstrekt zouden worden, waarvan de lasten in 2021 genomen moeten worden. Zoals uit bovenstaande tabel blijkt wordt een groot deel van het verschil met de begroting verklaard door extra baten op het gebied van NPO, IOP en een hogere Rijksbijdrage i.v.m. de loonkostenstijging. Veel begrote activiteiten konden hierdoor ook vanuit de extra subsidies worden bekostigd wat een positief effect heeft op het jaarresultaat. Gedurende het jaar zijn twee voortgangsrapportages opgesteld die inzicht geven in het verloop van het resultaat. In 2021 zijn onderstaande resultaatverwachtingen gerapporteerd:
Bedragen x € 1.000
Sector (s)bao Sector (v)so Sector vo ABB Totaal Vrijval bestemmingsreserve VO werkdruk convenant Dotatie bestemmingsreserve NPO: (s)bao (v)so vo Dotatie bestemmingsreserves strategische opgaves vo Dotatie bestemmingsreserves veranderende bekostiging (s)bao (v)so Bestemmingsreserve versnellings-programma ICT (s)bao (v)so Resterend resultaat na vorming van de bestemmingsreserves
Jaar1e begroting Forecast
773 179 -433 0 519 475
807 345 -1.084 -150 -82 1.106
2e Forecast
4.065 1.640 1.318 -755 6.268 642
Resultaat 2021 Verschil 2e per sector na FC na JaarIN % verwerking verwerking baten rekening bestemmings- bestemmingsreserves reserve 7.143 2.855 7.943 -378 17.563 642
313 14 2.199 -378 2.148
-3.751 -2,51% -1.626 -2,79% 239 0,19% 377 -4.762 -1,42%
-2.820 -851 -5.386 -1.000 -1.935 -1.065 -2.075 -925
994
1.024
6.910
2.148
1. In de eerste voortgangsrapportage werd een resultaat (na bestemmingsreserve) verwacht dat nagenoeg gelijk was aan de begroting. 2. In de tweede voortgangsrapportage werd een verwacht resultaat (na bestemmingsreserve) gepresenteerd van € 6,9 miljoen: € 6 miljoen hoger dan begroot. De oorzaak hiervoor is gelegen in de extra baten vanuit NPO, IOP en EHK en Slim organiseren, waarvoor de werkzaamheden deels uitgevoerd zouden worden met reeds begrote inzet van medewerkers en middelen. 3. Het werkelijke resterend resultaat (na bestemmingsreserve) is € 4,8 miljoen lager dan in de tweede voortgangsrapportage. De belangrijkste oorzaak daarvan is het vormen van bestemmingsreserves voor NPO, ICT-verbeteringen en de risico’s vanuit de veranderende bekostiging. Het resultaat voor bestemmingsreserve is € 11,3 miljoen hoger dan gerapporteerd in de tweede voortgangsrapportage. Het verschil betreft voornamelijk de niet uitgegeven NPO middelen (€ 9,0 miljoen). Hiervoor is een bestemmingsreserve gevormd. Daarnaast zijn er incidentele baten, zoals de vrijval van de fiscale voorziening uit 2020, hogere ESF vrijval vanuit voorgaande jaren en lagere uitgaven op diverse kostenposten.
70
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2021
De extra dotatie aan onderhoudsvoorziening in de jaarrekening (€ 3,0 miljoen) betreft een voorziening. Deze voorziening is toegerekend aan de sectoren (s)bao en (v)so om te anticiperen op de veranderende toepassing van de richtlijnen voor de jaarverslaggeving in de voorziening voor groot onderhoud.
Analyse sectorresultaten Bedragen x € 1.000
VO Baten Lasten Financiële baten en lasten Resultaat Dotatie bestemmingsreserve NPO Vrijval bestemmingsreserve VO werkdruk convenant Dotatie bestemmingsreserves strategische opgaves vo Resultaat na bestemmingsreserve
2021 126.621 118.241 -437 7.943 -5.386 642 -1.000 2.199
Begroting 111.134 111.087 -480 -433 0 475 0 42
Verschil 15.487 7.154 43 8.376 -5.386 167 -1.000 2.157
Het resultaat van de sector vo is € 8,4 miljoen hoger dan begroot. Er was sprake van hogere baten door de bijdragen NPO (€ 7,5 miljoen), arbeidsmarkttoelage NPO (€ 0,7 miljoen) en bijdrage voor extra werk rondom eindexamens NPO (€ 0,7 miljoen). Voorts waren er hogere baten door hogere tarieven voor dekking van de gemiddelde personele last (€ 2,3 miljoen) en overige tarieven (€ 0,3). Ook ontvingen we extra baten vanuit het IOP (€ 2,2 miljoen), EHK (€ 1,3 miljoen) en OSR (€ 1,2 miljoen). De bekostiging van nieuwkomers zorgde voor extra baten van € 0,2 miljoen). De ouderbijdragen waren lager (€ 0,7 miljoen) door minder leerlingactiviteiten vanwege corona. De personeelslasten zijn € 7,8 miljoen hoger, waarvan € 3,2 miljoen voor meer ingehuurd personeel voor de werkzaamheden behorende bij de extra baten (zoals IOP en EHK). Voor eigen personeel zijn € 4,6 miljoen meer kosten gemaakt, door cao-stijging en de inzet van extra medewerkers voor het uitvoeren van extra werkzaamheden behorende bij de extra baten. De overige lasten zijn lager dan begroot (€ 0,6) door minder uitgaven aan inventaris en apparatuur en leer- en hulpmiddelen en minder kosten voor leerlingactiviteiten. Voor het niet uitgegeven deel van de NPO middelen wordt een bestemmingsreserve gevormd van € 5,4 miljoen. Vanuit de bestemmingsreserve convenant 2019 werkdruk is meer vrijgevallen dan begroot was.
Voor diverse strategische opgaves is een bestemmingsreserve van € 1 miljoen gevormd. Bedragen x € 1.000
(Speciaal) basis onderwijs Baten Lasten Financiële baten en lasten Resultaat Dotatie bestemmingsreserve NPO Dotatie bestemmingsreserve versnellings-programma ICT Dotatie bestemmingsreserves veranderende bekostiging Resultaat na bestemmingsreserve
2021 149.508 142.349 -16 7.143 -2.820 -2.075 -1.935 313
Begroting 128.033 127.260 0 773 0 0 0 773
Verschil 21.475 15.089 -16 6.370 -2.820 -2.075 -1.935 -460
Het resultaat van de sector (s)bao is € 6,4 miljoen hoger dan begroot. De hogere baten van € 21,5 miljoen in deze sector betreffen de extra baten uit het NPO (€ 7,3 miljoen), de arbeidsmarktoelage NPO (€ 1,8 miljoen), de extra baten IOP (€ 3,1 miljoen). Er waren tevens hogere baten door hogere
71
BOOR JAARVERSLAG 2021 - BESTUURSVERSLAG
tarieven voor dekking van de personele lasten (€ 3,0 miljoen), hogere subsidies voor het Rotterdams Onderwijs Beleid ROB (€ 1,0) en Slim organiseren en EHK (€ 3,4 miljoen) en extra baten Zij-instroom (€ 0,7). De gemeentelijke bijdrage huisvesting was € 0,3 miljoen hoger dan begroot, de baten verhuur waren € 0,4 miljoen hoger en de ouderbijdragen waren € 0,3 miljoen hoger. De lasten van de sector (s)bao zijn € 15,1 miljoen hoger dan begroot. De belangrijkste oorzaken hiervan zijn hogere kosten van het eigen personeel (€ 4,7 miljoen) en ingehuurd personeel (€ 3,9 miljoen) en hogere opleidingskosten (€ 1,5 miljoen). Deze hogere personeelslasten zijn het gevolg van het uitvoeren van extra werkzaamheden behorende bij de extra baten (zoals NPO en IOP) en de nieuwe cao. Daarnaast hogere lasten wegens gedesinvesteerde activa (€ 0,3 miljoen), hogere onderhoudskosten (€ 0,6 miljoen), wegens corona hogere schoonmaakkosten (€ 0,6 miljoen), een additionele dotatie aan de voorziening groot onderhoud (€ 2,6 miljoen), hogere kosten voor zorg en ondersteuning van leerlingen (€ 0,5 miljoen) en lagere kosten voor leerlingactiviteiten (€ 0,4). De kosten van leermiddelen inclusief licenties waren hoger (€ 0,8 miljoen). Tot slot waren diverse administratie- en beheerslasten € 0,5 miljoen lager en was er een vrijval van de fiscale voorziening van € 0,3 miljoen.
Voor het niet uitgegeven deel van de NPO-middelen wordt een bestemmingsreserve gevormd van € 2,8 miljoen. Voor de versnelling van het ICT-programma en de veranderende bekostigingssystematiek zijn bestemmingsreserves van respectievelijk € 2,1 miljoen en € 1,9 miljoen gevormd. Het resultaat van de sector (v)so is € 2,7 miljoen hoger dan begroot. Bedragen x € 1.000
(Voortgezet) speciaal onderwijs Baten Lasten Financiële baten en lasten Resultaat Dotatie bestemmingsreserve NPO Dotatie bestemmingsreserve versnellings-programma ICT Dotatie bestemmingsreserves veranderende bekostiging Resultaat na bestemmingsreserve
2021 58.196 55.343 2 2.855 -851 -925 -1.065 14
Begroting 52.189 52.010 0 179 0 0 0 179
Verschil 6.007 3.333 2 2.676 -851 -925 -1.065 -165
De baten van de sector (v)so zijn € 6,0 miljoen hoger dan begroot. Dit betreft de extra baten NPO (€ 1,4 miljoen), de arbeidsmarktoelage NPO (€ 0,7 miljoen) en de extra baten IOP (€ 0,1 miljoen). Voorts hogere baten door hogere tarieven voor dekking van de personele lasten (€ 0,8 miljoen) en hogere baten voor de bijzondere beloning leraren vso (€ 0,4). Van de gemeente hogere subsidie ROB (€ 0,2) en hogere inkomsten voor eerste inrichting (€ 0,2 miljoen). Verder ontving de sector de subsidies Slim organiseren en EHK (€ 0,4 miljoen). De ESF inkomsten zijn € 0,8 miljoen hoger dan begroot en die uit het samenwerkingsverband € 0,4 miljoen hoger dan begroot. Diverse overige baten zijn € 0,6 miljoen hoger dan begroot. De lasten zijn € 3,3 miljoen hoger dan begroot. Voor € 1,6 miljoen meer kosten voor externe inhuur voor interim-management (€ 0,6) en ziektevervanging en tekort aan leraren (€ 1,0 miljoen). Voor het eigen personeel is € 1,1 miljoen meer kosten gemaakt, bestaande uit de nieuwe cao en de bijzondere beloning leraren vso. De afschrijvingskosten zijn € 0,2 miljoen hoger wegens gedesinvesteerde activa. Tevens is een extra dotatie aan de voorziening groot onderhoud gedaan van € 0,4 miljoen.
72
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2021
Voor het niet uitgegeven deel van de NPO middelen wordt een bestemmingsreserve gevormd van € 0,9 miljoen. Voor de versnelling van het ICT-programma en de veranderende bekostigingssystematiek zijn bestemmingsreserves van respectievelijk € 0,9 miljoen en € 1,1 miljoen gevormd. Het resultaat voor bestuur en BOOR Services is € 0,4 miljoen lager dan begroot. Bedragen x € 1.000
ABB Baten Lasten Doorbelasting naar sectoren Financiële baten en lasten Resultaat
2021 567 15.049 -14.228 -124 -378
Begroting 311 14.356 -14.045 0 0
Verschil 256 693 -183 -124 -378
De baten voor bestuur en BOOR Services zijn hoger door activiteiten die zijn uitgevoerd waar subsidie ontvangen is en door inkomsten vanuit penvoerderschap Commissie gezamenlijk aanbesteden. De lasten zijn € 0,7 miljoen hoger dan begroot. Dit betreft kosten van inhuur voor extra ICT-werkzaamheden en overige inhuur. De doorbelasting naar de sectoren is € 0,2 miljoen hoger dan begroot wegens de nieuwe CAO VO.
Verdeling van de lasten over de sectoren In onderstaande grafiek zijn de lasten 2021 met de vergelijkende cijfers 2020 verdeeld over de drie onderwijssectoren en de kosten voor ABB (Administratie, Beheer en Bestuur). De verdeling is in onderstaande grafiek inzichtelijk gemaakt. De kosten ABB stijgen 0,1 procentpunt naar 4,8%. Deze stijging wordt vooral veroorzaakt door de kosten van inhuur voor extra ICT-werkzaamheden. Procentuele verdeling over de sectoren
50
2021
45
42,3%
43,2%
2020
40 36,3%
35 30 25 20
16,6% 16,7%
15 10 4,8%
5 0
vo
(s)bao
(s)vo
4,7%
ABB
Financiële positie De balans en staat van baten en lasten leiden tot onderstaande kengetallen. Deze kengetallen zijn vergeleken met de signaleringswaarde zoals de onderwijsinspectie deze hanteert. De inspectie heeft niet voor alle kengetallen een signaleringswaarde bepaald. Met behulp van de signaleringswaarde bepaalt de inspectie of er mogelijk sprake is van een financieel risico en of er aanleiding is om een nader onderzoek in te stellen.
73
BOOR JAARVERSLAG 2021 - BESTUURSVERSLAG
* Met ingang van boekjaar 2021 maken de met * gemarkeerde indicatoren geen onderdeel meer uit van de formele signaleringswaarden van de onderwijsinspectie. Omdat we wel waarde hechten aan de kengetallen die eerder zijn gerapporteerd en de bijbehorende signaleringswaarde die de onderwijsinspectie hanteerde, hebben we deze waarden aanvullend opgenomen in bovenstaande tabel
* Met ingang van boekjaar 2021 maken de met * gemarkeerde indicatoren geen onderdeel meer uit van de formele signaleringswaarden van de onderwijsinspectie. Omdat we wel waarde hechten aan de kengetallen die eerder zijn gerapporteerd en de bijbehorende signaleringswaarde die de onderwijsinspectie hanteerde, hebben we deze waarden aanvullend opgenomen in bovenstaande tabel
De ratio’s zijn in lijn met de verwachtingen. Alle ratio’s scoren ten opzichte van de signaleringsgrens van de Inspectie positief. De totale lasten per leerling en de huisvestingsratio ontwikkelen zich naar een scenario waar er meer lasten zijn. Dit is onder andere het gevolg van de NPO-gelden en de bouwactiviteiten binnen BOOR.
Mogelijk bovenmatig eigen vermogen Bovenmatig eigen vermogen Totaal eigen vermogen
2021 46.812
2020 29.249
Privaat eigen vermogen Feitelijk eigen vermogen Normatief eigen vermogen Mogelijk bovenmatig eigen vermogen
0 46.812 71.762 -
0 29.249 71.081 -
Er zijn momenteel geen indicaties van bovenmatig eigen vermogen.
74
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2021
5. Verslag van het algemeen bestuur Het bestuur van BOOR is ingericht volgens het one-tier board bestuursmodel. Het algemeen bestuur heeft een aantal bestuurlijke taken, houdt intern toezicht, geeft advies, legt extern verantwoording af en is werkgever van de leden van het college van bestuur. Het interne toezicht betreft de strategie, de doelen en het beleid van BOOR. In ieder geval één keer per jaar bespreekt het algemeen bestuur de invulling van de maatschappelijke taak van BOOR, de strategie van de stichting en de risico’s en de beheersing daarvan.
5.1.
Prioriteiten
Topprioriteit van het algemeen bestuur is (het verbeteren van) de onderwijskwaliteit. Daarnaast is de continuïteit van het onderwijs een prioriteit, zeker tegen de achtergrond van de coronapandemie en het tekort aan bevoegde leraren. Gezonde financiën en een efficiënte bedrijfsvoering vormen hiervoor een belangrijke randvoorwaarde.
5.1.1. Aandachtsgebieden in 2021 Ook in 2021 is er vanuit het algemeen bestuur veel aandacht geweest voor corona-gerelateerde onderwerpen. Iedere vergadering werd het algemeen bestuur op de hoogte gehouden van de laatste ontwikkelingen. Tussentijds werden er bij nieuwe maatregelen updates verstuurd via de e-mail. Het algemeen bestuur heeft meer specifiek gesproken over de leerachterstanden als gevolg van corona, de aanpak daarvan via het NPO, de opvang van kwetsbare leerlingen en de veiligheid en belastbaarheid van het personeel. De corona-gerelateerde onderwerpen op bedrijfsvoeringsvlak die aandacht vroegen waren de extra kosten voor bijvoorbeeld schoonmaak, de ventilatie op scholen en de digitale infrastructuur voor het geven van hybride of digitaal onderwijs. 2021 was ook het jaar waarin de nieuwe Koers van BOOR, Sta Open, is ontwikkeld. Vanzelfsprekend is hier vanuit het algemeen bestuur aandacht aan besteed en we zijn heel tevreden over het resultaat: een korte, maar krachtige agenda voor de komende jaren. In de eerste helft van 2021 zijn de voorbereiding en uitkomsten van het herstelonderzoek van de Inspectie uitvoerig aan de orde geweest, evenals de opvolging ervan.
Andere belangrijke onderwerpen waar het bestuur in 2021 veel aandacht aan heeft besteed zijn onderwijskwaliteit, het lerarentekort, leiderschap en organisatieontwikkeling, identiteit en burgerschap, spreiding van de onderwijsvoorzieningen en de samenwerking met andere schoolbesturen. Op het gebied van bedrijfsvoering waren het beleid financiële sturing inclusief weerstandsvermogen, ICT en cybersecurity, inkoop en de verdere verbetering van de bedrijfsvoering prioriteiten. Op het gebied van huisvesting vroegen de naderende nieuwbouwprojecten en de landelijke gesprekken over de voorziening groot onderhoud om aandacht. De maatschappelijke taak van BOOR en de openbare identiteit van de stichting zijn regelmatig terugkerende thema’s in de besprekingen van het algemeen bestuur. Voor meer informatie over de besproken onderwerpen in de bestuursvergaderingen en de audit- en onderwijscommissie, zie onder kopje commissies.
75
BOOR JAARVERSLAG 2021 - BESTUURSVERSLAG
5.2.
Samenstelling
Het algemeen bestuur bestaat uit zes personen. De eerste bestuurstermijn van de oorspronkelijke leden12 van het algemeen bestuur liep af per februari 2017. De leden van het algemeen bestuur zijn per die datum door de gemeenteraad herbenoemd voor vier jaar. Om continuïteit in het bestuur te waarborgen, en opgebouwde kennis te behouden en over te brengen, werd het wenselijk geacht dat de leden van het algemeen bestuur niet gelijktijdig zouden aftreden. Hiertoe is een rooster van aftreden vastgesteld, waarin er ‘getrapt’ afscheid genomen werd van de bestuurders uit het algemeen bestuur. In 2021 hebben de laatste twee oorspronkelijke leden van het algemeen bestuur afscheid genomen: • Volgens het rooster van aftreden hebben de heer Philip Geelkerken (voorzitter) en mevrouw Marianne van den Anker (lid) het algemeen bestuur respectievelijk per 1 en per 15 februari 2021 verlaten. Het algemeen bestuur heeft in 2020 een nieuwe voorzitter en een nieuw lid geworven, die in november van dat jaar middels een officiële brief bij de gemeente Rotterdam zijn voorgedragen. In de raadvergadering van 18 februari 2021 heeft de gemeenteraad mevrouw Mariëtte Hamer tot voorzitter en de heer Leen Paape tot lid van het algemeen bestuur benoemd. De samenstelling van het algemeen bestuur in 2021, alsmede de hoofd- en nevenfuncties van de leden, zijn hierboven te vinden (hoofdstuk 1).
5.3.
Commissies
Het algemeen bestuur kent drie commissies: de auditcommissie, de remuneratiecommissie en de onderwijscommissie. De commissies hebben een voorbereidende en adviserende taak. Leden van het algemeen bestuur adviseren en ondersteunen het college van bestuur verder incidenteel vanuit hun eigen expertise en achtergrond (onderwijsinhoudelijk, financieel, personeelsbeleid, huisvesting, communicatie en dergelijke).
5.3.1. Auditcommissie De auditcommissie adviseert het algemeen bestuur gevraagd en ongevraagd over de rechtmatigheid en doelmatigheid van het financieel beheer en beleid van BOOR (besteding van de Rijksmiddelen, opbouw weerstandsvermogen, begrotingszaken, eventuele bezuinigingstaakstellingen), bedrijfsvoering, ICT, inkoop en huisvesting. In de auditcommissie is in 2021 gesproken over het jaarverslag en jaarrekening 2020, het verslag bij de jaarrekening en de managementletter van de accountant (bespreking samen met de accountant), de begroting 2022, financiële (bij)sturing inclusief het weerstandsvermogen, de financiële impact van de coronacrisis en het lerarentekort, treasury, ICT en cybersecurity, de spendanalyse, de spreiding van onderwijsvoorzieningen, de bouwprojecten en de bijkomende risico’s, het MJOP, de voorziening voor groot onderhoud, de nieuwe bekostigingssystematiek voor het po vanaf 2023 en de verbetering van de bedrijfsvoering, alsmede het algehele risicomanagement. Daarbij wordt bij het toezicht op doelmatigheid mede ingegaan op de waarborgen die in het begrotings- en verantwoordingsproces van BOOR zijn ingebouwd om de geplande resultaten met de beschikbare middelen te behalen. Naast twee leden van het algemeen bestuur maakt ook een extern deskundig lid deel uit van deze commissie:
12
76
Benoemd na het rapport van de commissie Cohen in 2013.
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2021
Naam
Hoofdfunctie in 2021
Nevenfuncties in 2021
De heer Rens Knegt, extern lid auditcommissie
Eigenaar Paradera Consultancy
Lid raad van commissarissen Brightlands Maastricht Health Campus BV (tot 1 juli 2020) Voorzitter raad van commissarissen Optixolar Holding BV (tot 24 augustus 2021)
De heer Rens Knegt is in de bestuursvergadering van 23 april 2014 door het algemeen bestuur benoemd tot extern lid van de auditcommissie per 1 augustus 2014. Het algemeen bestuur heeft de heer Knegt voor zijn eerste termijn benoemd tot het aflopen van de termijn van het algemeen bestuur, dat was 15 februari 2017. Vervolgens is de heer Knegt door het algemeen bestuur herbenoemd voor een tweede termijn, tot 15 februari 2021. Materieel was de heer Knegt daarmee bijna zeven jaar lid van de audit commissie na afloop van zijn tweede termijn. Op 7 december 2020 heeft het algemeen bestuur besloten het extern lidmaatschap van de heer Knegt met een jaar te verlengen, tot 15 februari 2022.
5.3.2. Remuneratiecommissie De remuneratiecommissie voert namens het algemeen bestuur en met input van betrokkenen binnen en buiten de organisatie de functionerings- en beoordelingsgesprekken met de leden van het college van bestuur. De basis daarvoor wordt gevormd door het koersdocument, het jaarplan en de bestuurscontracten. Ook voert de remuneratiecommissie de regie op de werving van nieuwe bestuursleden.
5.3.3. Onderwijscommissie De onderwijscommissie adviseert het algemeen bestuur gevraagd en ongevraagd over zaken die de onderwijskwaliteit betreffen. In de onderwijscommissie is de aandacht in 2021 uiteraard veel uitgegaan naar onderwijs in coronatijd, het terugdringen van de leerachterstanden die ontstonden als gevolg van de corona-maatregelen en de aanpak daarvoor via het NPO, de veiligheid en belastbaarheid van het personeel tijdens de pandemie en de opvang van kwetsbare leerlingen. Daarnaast was er aandacht voor grote thema’s als de ontwikkeling van de nieuwe koers, het herstelonderzoek van de Inspectie in het voorjaar, het lerarentekort en de aanpak daarvan middels anders organiseren en inzet op leiderschapstrajecten, de Staat van het BOOR Onderwijs, de uitkomsten van de tevredenheidsonderzoeken, passend onderwijs, het Jonge Kind en HR-ontwikkelingen: onder andere de uitkomsten van de exitgesprekken, verzuim, kwaliteit van leiderschap en de ontwikkeling van personeel.
5.4.
Vergaderingen
In 2021 zijn vijf bestuursvergaderingen geweest. Onder andere zijn de Koers Sta Open 2022-2026, het jaarplan en de begroting 2022 en het jaarverslag en de jaarrekening 2020 van BOOR vastgesteld. Zoals hierboven toegelicht waren de coronapandemie en corona-gerelateerde onderwerpen bij elke vergadering onderwerp van gesprek. Daarnaast kwamen vele onderwerpen op het gebied van personeelsbeleid, onderwijshuisvesting, onderwijskwaliteit, bedrijfsvoering, ICT en de actualiteit aan bod.13 Naast de vijf bestuursvergaderingen is er ook een ingelaste bijeenkomst geweest waar de zes leden van het algemeen bestuur zonder het college van bestuur hebben gesproken over de herbenoeming van Renata Voss en de wervingsprocedure voor een nieuwe voorzitter voor het college van bestuur.
13
Onderwerpen die tijdens de vergadering van het algemeen bestuur worden besproken, zijn voorbereid in de commissies. Zie onder ‘auditcommissie’ en ‘onderwijscommissie’ een uitgebreidere weergave van de onderwerpen waarover ook in het algemeen bestuur is gesproken.
77
BOOR JAARVERSLAG 2021 - BESTUURSVERSLAG
Bij de bestuursvergaderingen zijn altijd de leden van het algemeen bestuur en het college van bestuur aanwezig. Incidenteel zijn er, afhankelijk van de agendapunten, medewerkers van BOOR Services aanwezig. Het is mogelijk om als toehoorder het openbare gedeelte van de vergadering bij te wonen. De vergaderingen kennen ook een besloten gedeelte, waarin vertrouwelijke zaken worden besproken. Waar mogelijk wordt de uitkomst van deze besprekingen medegedeeld in het openbare deel van de vergadering. De agenda wordt voor elke vergadering openbaar gemaakt en na elke vergadering worden de kernpunten gepubliceerd. De stukken zijn te vinden op www.boorbestuur.nl/bestuursvergaderingen.
5.4.1. Retraite Wegens de landelijke coronamaatregelen heeft het algemeen bestuur elkaar in 2021 helaas niet fysiek kunnen treffen. De vergaderingen waren digitaal en in plaats van een fysieke retraite is op 24 maart een digitale retraite georganiseerd. Omdat er inmiddels een volledige bestuurswisseling had plaatsgevonden over de afgelopen drie jaren, heeft het college van bestuur tijdens die retraite een presentatie gehouden over ‘BOOR in vogelvlucht’: informatie over de stichting, de verschillende sectoren en de belangrijke onderwerpen binnen BOOR. De presentatie is bedoeld om iedereen van dezelfde kennis te voorzien en om te gaan kijken op welke thema’s het bestuur zich de komende tijd wil gaan richten. Vervolgens heeft Bob de Baedts zijn ervaringen na 100 dagen bij BOOR gepresenteerd. De presentatie raakt aan onderwerpen die ook de aandacht hebben van de auditcommissie. Tijdens die retraite is gesproken over het op handen zijnde herstelonderzoek van de Inspectie, de laatste ontwikkelingen met betrekking tot corona in het onderwijs en de wijze waarop de nieuwe algemeen bestuursleden BOOR beter kunnen leren kennen.
5.5.
Overige contacten
BOOR is een publieke organisatie die verantwoording wil afleggen, zowel verticaal als horizontaal over de resultaten die worden bereikt met de inzet van publieke middelen. De voorzitters en leden van het algemeen bestuur en het college van bestuur leggen regelmatig schriftelijk en mondeling verantwoording af aan de gemeenteraad van Rotterdam: de subcommissie BOOR en de commissie Zorg, Onderwijs, Cultuur en Sport en de raad in zijn geheel. Ook spreken de voorzitter van het algemeen bestuur en het college van bestuur met regelmaat de wethouder Onderwijs en de directeur Jeugd en Onderwijs van de gemeente Rotterdam. Helaas hebben de leden van het algemeen bestuur wegens de coronapandemie in 2021 geen schoolbezoeken kunnen afleggen. Wel hebben zij (digitaal) vergaderingen van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraden bijgewoond en heeft de voorzitter van het algemeen bestuur gesproken met de voorzitters van de drie gemeenschappelijke medezeggenschapsraden.
5.6.
Toezichtkader gemeente
De toezichthoudende rol van de gemeente is beschreven in een toezichtkader. Hierin is de informatie- en verantwoordingsverplichting van het bestuur aan de gemeenteraad opgenomen. In 2018 is het toezichtkader bijgesteld, passend bij de ontwikkeling van BOOR in de laatste jaren. Het toezichtkader is te vinden op www.boorbestuur.nl/toezichtkader. Bij de voortgangsrapportages wordt het gemeentelijk toezichtkader gebruikt.
78
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2021
5.7.
Toezicht op de doelmatige besteding van de Rijksmiddelen
Op basis van de advisering door de auditcommissie en het gesprek daarover tijdens de eigen vergaderingen heeft het algemeen bestuur vastgesteld dat, voor zover zij dat kon nagaan, de middelen doelmatig en rechtmatig zijn verkregen en verstrekt. Het algemeen bestuur heeft deze conclusie, naast interne informatie, mede getrokken op basis van de verslaglegging van de door het algemeen bestuur aangewezen externe accountant. Rotterdam, 21 april 2022 Algemeen bestuur,
Mariëtte Hamer Voorzitter
79
BOOR JAARVERSLAG 2021 - JAARREKENING
B. Jaarrekening 6. Balans De balans per 31 december, na verwerking van het resultaat, is als volgt: Bedragen x € 1.000
Activa Vaste activa Materiële vaste activa (1) Financiële vaste activa (2)
31 december 2021
31 december 2020
62.290 1.097
61.046 65
Vlottende activa Vorderingen (3)
16.696
13.941
Liquide middelen (4) Totaal activa
54.492 134.575
33.832 108.884
31 december 2021 46.812 22.763 17.646 47.354
31 december 2020 29.249 19.395 16.216 44.024
134.575
108.884
Passiva Eigen vermogen (5) Voorzieningen (6) Langlopende schulden (7) Kortlopende schulden (8) Totaal passiva
80
JAARREKENING - BOOR JAARVERSLAG 2021
7. Staat van baten en lasten De staat baten en lasten is als volgt: Bedragen x € 1.000
2021
Begroting
2020
Baten Rijksbijdragen OCW (9) Overige overheidsbijdragen en subsidies (10) Overige baten (11) Totaal baten
299.013 19.179 16.700 334.892
267.203 14.005 10.459 291.667
269.347 16.206 11.935 297.488
Lasten Personele lasten (12)
258.696
237.157
245.002
Afschrijvingen (13)
6.497
5.994
5.322
Huisvestingslasten (14)
24.715
19.965
22.701
Overige lasten (15) Totaal lasten
26.846 316.754
27.552 290.668
27.584 300.609
Saldo baten en lasten Financiële baten en lasten (16) Resultaat
18.138 -575 17.563
999 -480 519
-3.121 -1.260 -4.381
81
BOOR JAARVERSLAG 2021 - JAARREKENING
8. Kasstroomoverzicht Het kasstroomoverzicht is als volgt: Bedragen x € 1.000
2021 Operationele kasstroom Saldo baten en lasten Correcties op resultaat: - Afschrijvingen (14) - Mutaties voorzieningen (6) - Discontering voorzieningen (16) Veranderingen in vlottende middelen: - Vorderingen (3) - Kortlopende schulden exclusief bankkrediet Kasstroom uit bedrijfsoperaties
2020
18.138
-3.121
6.497 3.368 -111
5.322 3.063 -757
-2.755 3.001 28.138
-942 7.373 10.938
Ontvangen rente (16) Betaalde rente (16) Totaal operationele kasstroom
43 -507 27.674
0 -502 10.436
Investeringskasstroom Investeringen in materiële vaste activa (1) Desinvesteringen vaste activa (1) (Toename)/afname overige financiële vaste activa (2) Totaal investeringskasstroom
-8.471 731 -1.033 -8.773
-13.911 4 0 -13.907
Financieringskasstroom Aflossing/opname bankkrediet (7) Opname langlopende schulden (7) Aflossing langlopende schulden (7) Totaal financieringskasstroom
0 2.800 -1.041 1.759
0 0 -641 -641
Totaal kasstroom
20.660
-4.112
Toelichting Ten opzichte van 2020 is de kasstroom € 25 miljoen hoger. Belangrijke factoren waardoor de kasstroom is toegenomen: • € 21,3 miljoen hoger resultaat • € 5,4 miljoen minder investeringen dan in 2020 • € 2,4 miljoen nog uit te betalen ID banen (opgenomen onder de post langlopende schulden) • € 1,2 miljoen hogere afschrijvingen in 2021 Belangrijke factoren waardoor de kasstroom is afgenomen: • € 2,4 miljoen toename van de vordering op de gemeente inzake de ROB subsidie • € 1,7 miljoen toename van nog te betalen loonheffingen • € 1,5 miljoen toename van vooruit ontvangen subsidie
82
JAARREKENING - BOOR JAARVERSLAG 2021
In onderstaande tabel zijn de begin- en eindstanden van de geldmiddelen opgenomen: Bedragen x € 1.000
Kas- en banktegoeden op 1 januari Beginsaldo geldmiddelen
2021 33.832 33.832
2020 37.944 37.944
Kas- en banktegoeden op 31 december Eindsaldo geldmiddelen
54.492 54.492
33.832 33.832
Mutatie geldmiddelen
20.660
-4.112
83
BOOR JAARVERSLAG 2021 - JAARREKENING
9. Grondslagen voor waardering Algemeen Activiteiten van de rechtspersoon Stichting BOOR verzorgt het openbaar (speciaal) basisonderwijs, voortgezet onderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs in Rotterdam. In totaal zijn er 72 scholen, waar dagelijks aan ruim 30.000 leerlingen wordt lesgegeven. Stichting BOOR is feitelijk gevestigd op Schiekade 34, Postbus 23058 te Rotterdam en is ingeschreven bij het handelsregister onder nummer 24424572.
Verslaggevingsperiode De jaarrekening is opgesteld uitgaande van een verslaggevingsperiode van een kalenderjaar.
Continuïteit De jaarrekening is opgesteld uitgaande van een continuïteitsveronderstelling.
Vergelijkende cijfers De vergelijkende cijfers zijn ongewijzigd, met uitzondering van twee (niet materiële) reclassificaties.
Algemene grondslagen voor de opstelling van de jaarrekening De jaarrekening over 2021 is opgesteld conform de richtlijnen van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs. In deze regeling is bepaald dat de bepalingen van Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (in het bijzonder RJ 660 Onderwijsinstellingen) van toepassing zijn met inachtneming van de daarin aangeduide uitzonderingen. De grondslagen die worden toegepast voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gebaseerd op historische kosten, tenzij anders vermeld in de verdere grondslagen. Baten en lasten worden tijdsevenredig toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat reguliere onderwijstaken gelijkmatig over het schooljaar zijn verspreid. Winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Lasten en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. De bedragen in de jaarrekening worden gepresenteerd in duizenden euro’s. Als gevolg van afrondingen zijn in sommige gevallen geringe verschillen ontstaan. Deze verschillen tasten het getrouwe beeld van de jaarrekening niet aan en zijn geen belemmering voor het verkrijgen van het vereiste inzicht.
In diverse tekstuele toelichtingen en in enkele tabellen worden nog bedragen in euro’s vermeld.
Bijzondere waardeverminderingen Een financieel actief dat niet wordt gewaardeerd tegen reële waarde met waardewijzigingen in de staat van baten en lasten wordt op iedere verslagdatum beoordeeld om te bepalen of er objectieve aanwijzingen bestaan dat het actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Een financieel actief wordt geacht onderhevig te zijn aan een bijzondere waardevermindering indien er objectieve aanwijzingen zijn dat na de eerste opname van het actief zich een gebeurtenis heeft voorgedaan die een negatief effect heeft gehad op de verwachte toekomstige kasstromen van dat actief en waarvan een betrouwbare schatting kan worden gemaakt.
84
JAARREKENING - BOOR JAARVERSLAG 2021
Objectieve aanwijzingen dat financiële activa onderhevig zijn aan een bijzondere waardevermindering omvatten het niet nakomen van betalingsverplichtingen en achterstallige betaling door een debiteur, herstructurering van een aan de stichting toekomend bedrag onder voorwaarden die de stichting anders niet zou hebben overwogen, aanwijzingen dat een debiteur of emittent failliet zal gaan, en het verdwijnen van een actieve markt voor een bepaald effect. Aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen van vorderingen worden zowel op het niveau van specifieke activa als op collectief niveau in aanmerking genomen. Van afzonderlijk belangrijke vorderingen wordt beoordeeld of deze individueel onderhevig zijn aan bijzondere waardevermindering. Van afzonderlijk belangrijke vorderingen die niet individueel onderhevig zijn gebleken aan bijzondere waardevermindering en van afzonderlijk niet belangrijke vorderingen wordt collectief beoordeeld of deze onderhevig zijn aan bijzondere waardevermindering, dit door samenvoeging van vorderingen met vergelijkbare risicokenmerken. Bij de beoordeling van de collectieve waardevermindering gebruikt de stichting historische trends met betrekking tot de waarschijnlijkheid van het niet nakomen van betalingsverplichtingen, het tijdsbestek waarbinnen incassering plaatsvindt en de hoogte van gemaakte verliezen.
De uitkomsten worden bijgesteld als het bestuur van oordeel is dat de huidige economische en kredietomstandigheden zodanig zijn dat het waarschijnlijk is dat de daadwerkelijke verliezen hoger dan wel lager zullen zijn dan historische trends suggereren. Verliezen worden opgenomen in de staat van baten en lasten. Rente op het aan een bijzondere waardevermindering onderhevige actief blijft verantwoord worden via oprenting van het actief met de oorspronkelijke effectieve rente van het actief. Een bijzonder waardeverminderingsverlies met betrekking tot een tegen geamortiseerde kostprijs gewaardeerd financieel actief wordt berekend als het verschil tussen de boekwaarde en de contante waarde van de verwachte t oekomstige kasstromen, gedisconteerd tegen de oorspronkelijke effectieve rente van het actief. Als in een latere periode de waarde van het actief, onderhevig aan een bijzondere waardevermindering, stijgt en het herstel objectief in verband kan worden gebracht met een gebeurtenis die plaatsvond na de opname van het bijzondere waardeverminderingsverlies, wordt het bedrag uit hoofde van het herstel (tot maximaal de oorspronkelijke kostprijs) opgenomen in de staat van baten en lasten. De stichting maakt geen gebruik van financiële instrumenten (waaronder beleggingen en derivaten).
Verbonden partijen Als verbonden partij worden alle rechtspersonen aangemerkt waarover overheersende zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis kan worden uitgeoefend. Ook rechtspersonen die overwegende zeggenschap kunnen uitoefenen worden aangemerkt als verbonden partij. Daarnaast zijn andere sleutelfunctionarissen in het management van stichting BOOR en nauwe verwanten verbonden partijen. Transacties van betekenis met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Hiervan wordt toegelicht de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht.
Grondslagen voor waardering van activa en passiva Algemeen Activa en verplichtingen worden in het algemeen gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs of de actuele waarde. Indien geen specifieke waarderingsgrondslag is vermeld vindt waardering plaats tegen de verkrijgingsprijs. In de balans, de staat van baten en lasten en het kasstroomoverzicht zijn referenties opgenomen. Met deze referenties wordt verwezen naar de toelichting.
85
BOOR JAARVERSLAG 2021 - JAARREKENING
Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar de stichting zullen toevloeien en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Een verplichting wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen en de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Indien een transactie ertoe leidt dat nagenoeg alle of alle toekomstige economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot een actief of verplichting aan een derde zijn overgedragen, wordt het actief of de verplichting niet langer in de balans opgenomen. Verder worden activa en verplichtingen niet meer in de balans opgenomen vanaf het tijdstip waarop niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van waarschijnlijkheid van de toekomstige economische voordelen en/of betrouwbaarheid van de bepaling van de waarde.
Vergelijking met voorgaand jaar De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd gebleven ten opzichte van het voorgaande jaar.
Schattingen De opstelling van de jaarrekening vereist dat het bestuur oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen, en van baten en lasten. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft. Bij de voorzieningen is aangegeven welke veronderstellingen de basis vormen voor de getroffen voorziening.
Materiële vaste activa De materiële vaste activa worden gewaardeerd op verkrijgingprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen, ontvangen investeringssubsidies en eventuele bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend op basis van een vast percentage van de verkrijgingprijs, rekening houdend met eventuele residuwaarde. Er wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikname. Het minimumbedrag voor een investering bedraagt € 2.500 in het vo en € 500 in het po. De gebouwen en terreinen binnen Rotterdam zijn economisch eigendom van de gemeente Rotterdam en hebben vanuit dit oogpunt derhalve geen waarde op de balans van de stichting. Het juridisch eigendom lag ook bij de gemeente Rotterdam. Er zijn inmiddels afspraken gemaakt met de gemeente Rotterdam om het juridisch eigendom over te dragen aan BOOR. Dit zal gefaseerd, in meerdere tranches, plaatsvinden. De overdracht van de eerste tranche heeft in 2021 plaatsgevonden. De overdracht van de tweede tranche zal in 2022 plaatsvinden. Onder de materiële vaste activa zijn ook begrepen de investeringen in het voortgezet onderwijs, waarvoor geen vergoeding werd ontvangen en die plaatsvinden in of aan gebouwen die door het Rijk dan wel. de gemeente zijn gefinancierd.
Dit betreft de volgende investeringen: capaciteitsuitbreidingen, vervangen van installaties (niet onderhoud) en overige interne aanpassingen die levensduur verlengend zijn voor het betreffende pand of het complex. Uitgangspunt bij alle investeringen is dat deze, zoals aangegeven, levensduur verlengend zijn voor het betreffende pand of het complex. Overheidssubsidies worden in mindering gebracht op de kostprijs van de activa waarop de subsidies betrekking hebben. De gebouwen en terreinen in de gemeente Lansingerland zijn door volledige doordecentralisatie eigendom van BOOR. Deze gebouwen worden gewaardeerd op verkrijgingprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen, ontvangen investeringssubsidies en eventuele bijzondere waardeverminderingen.
86
JAARREKENING - BOOR JAARVERSLAG 2021
Afschrijvingen Materiële vaste activa worden vanaf het moment van gereedheid voor ingebruikneming afgeschreven over de verwachte toekomstige gebruiksduur van het actief. Over terreinen wordt niet afgeschreven. De afschrijvingstermijn wordt gebaseerd op de economische levensduur. Op grond hiervan zijn afschrijvingstermijnen vastgesteld. Het is een school toegestaan een afwijkende afschrijvingstermijn te hanteren, indien de geprognosticeerde levensduur afwijkt van de vermelde termijn. De termijnen zijn als volgt: Omschrijving Gebouwen en terreinen
Activa Aanpassing gebouwen
Gemiddeld %
Termijn
7%
10-55 jaar
Gebouwen en terreinen
Gymzalen
8%
37,5 jaar
Inventaris en apparatuur
Inventaris en stoffering
8%
3-25 jaar
Inventaris en apparatuur
Audiovisuele installaties
17%
3-25 jaar
Inventaris en apparatuur
Elektronische apparatuur
14%
3-25 jaar
Inventaris en apparatuur
Infrastructuur
11%
3-12,5 jaar
Inventaris en apparatuur
10%
6,25-15 jaar
23%
1-25 jaar
Andere bedrijfsmiddelen
Machines Hardware/software/ audiovisuele middelen Muziekinstrumenten
15%
5-10 jaar
Andere bedrijfsmiddelen
Lesmateriaal
11%
2,25-10 jaar
Inventaris en apparatuur
Op materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering en vooruitbetalingen op materiële vaste activa wordt afgeschreven op moment van ingebruikname.
Financiële vaste activa De waarborgsommen worden initieel gewaardeerd tegen reële waarde. Vervolgens worden deze gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. Bijzondere waardeverminderingen worden in mindering gebracht op de staat van baten en lasten.
Langlopende vorderingen De onder financiële vaste activa opgenomen vorderingen omvatten verstrekte leningen. Deze vorderingen worden initieel gewaardeerd tegen reële waarde. Vervolgens worden deze leningen gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. Bijzondere waardeverminderingen worden ten laste van het resultaat gebracht. De overige vordering betreft een lening u/g die in 2009 is verstrekt en niet eerder is verantwoord in de jaarrekening. Er is hier sprake van niet materieel foutherstel. Waardeverminderingen BOOR beoordeelt op iedere balansdatum of er aanwijzingen zijn dat een vast actief aan een bijzondere waardevermindering onderhevig kan zijn. Indien dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief vastgesteld. Indien het niet mogelijk is de realiseerbare waarde voor het individuele actief te bepalen, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort. Van een bijzondere waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde; de realiseerbare waarde is de hoogste van de opbrengstwaarde en de bedrijfswaarde. Een bijzonder-waardeverminderingsverlies wordt direct als last verwerkt in de staat van baten en lasten onder gelijktijdige verlaging van de boekwaarde van het betreffende actief.
De opbrengstwaarde wordt in eerste instantie ontleend aan een bindende verkoopovereenkomst; als die er niet is, wordt de opbrengstwaarde bepaald met behulp van de actieve markt waarbij normaliter de gangbare biedprijs geldt
87
BOOR JAARVERSLAG 2021 - JAARREKENING
als marktprijs. De in aftrek te brengen kosten bij het bepalen van de opbrengstwaarde zijn gebaseerd op de geschatte kosten die rechtstreeks kunnen worden toegerekend aan de verkoop en nodig zijn om de verkoop te realiseren. Voor de bepaling van de bedrijfswaarde wordt een inschatting gemaakt van de toekomstige netto kasstromen bij voortgezet gebruik van het actief/de kasstroomgenererende eenheid; vervolgens worden deze kasstromen contant gemaakt waarbij een disconteringsvoet wordt gehanteerd. De disconteringsvoet geeft geen risico’s weer waarmee in de toekomstige kasstromen al rekening is gehouden. Indien wordt vastgesteld dat een bijzondere waardevermindering die in het verleden verantwoord is, niet meer bestaat of is afgenomen, dan wordt de toegenomen boekwaarde van de desbetreffende activa niet hoger gesteld dan de boekwaarde die bepaald zou zijn indien geen bijzondere waardevermindering voor het actief zou zijn verantwoord. Ook voor financiële instrumenten beoordeelt BOOR op iedere balansdatum of er objectieve aanwijzingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen van een financieel actief of een groep van financiële activa. Bij objectieve aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen bepaalt BOOR de omvang van het verlies uit hoofde van de bijzondere waardeverminderingen, en verwerkt dit direct in de staat van baten en lasten.