[22bb003671] Bijlage 3 behorende bij 22bb3639 over Bijlage bij UD5142: Jaarverslag en jaarrekening 2021
Tekst van het document
JAARVERSLAG 2021 Stichting BOOR
BOOR JAARVERSLAG 2021
Inhoud Voorwoord
4
Infographic algemeen Infographic onderwijskwaliteit en personeel Infographic financiën
7
A.
Bestuursverslag
10
1. 2.
Het schoolbestuur Verantwoording van het beleid
10
2.1
19
Onderwijs en kwaliteit
8 9
19
2.2. Personeel & professionalisering
39
2.3
47
Huisvesting, ICT en facilitaire zaken
2.4. Financieel beleid
54
2.5. Risico’s en risicobeheersing
60
3.
Continuïteitsparagraaf
63
4.
Verantwoording van de financiën
69
5.
Verslag van het algemeen bestuur
75
5.1.
Prioriteiten
75
5.2. Samenstelling
76
5.3. Commissies
76
5.4. Vergaderingen
77
5.5. Overige contacten
78
5.6. Toezichtkader gemeente
78
5.7.
79
2
Toezicht op de doelmatige besteding van de Rijksmiddelen
BOOR JAARVERSLAG 2021
B.
Jaarrekening
80
6.
Balans
80
7.
Staat van baten en lasten
81
8.
Kasstroomoverzicht
82
9.
Grondslagen voor waardering
84
10. Toelichting op de balans
94
11. Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen
105
12. Toelichting op de staat van baten en lasten
107
Ondertekening algemeen bestuur en college van bestuur
118
C.
119
Overige gegevens
Statutaire regeling omtrent bestemming van het resultaat
119
Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
120
Bijlage 1: overzicht scholen per 31 december 2021
125
Bijlage 2: Jaarverslag 2021 gemeenschappelijke medezeggenschapsraden
129
Bijlage 3: Begrippenlijst
137
3
BOOR JAARVERSLAG 2021
Voorwoord Het jaar 2021 stond voor een belangrijk deel in het teken van de coronapandemie. We begonnen en eindigden het jaar met gesloten schooldeuren. Tussendoor zijn de scholen gelukkig vaker open dan dicht geweest, maar van continuïteit in het onderwijs was dit jaar helaas geen sprake. De omstandigheden waaronder het onderwijs plaatsvond veranderde meermaals gedurende het jaar. Dat dit voor onze leerlingen, ouders en medewerkers opnieuw een zwaar jaar is geweest, is evident. Op deze plek willen we onze grote dank uitspreken voor iedereen die bij BOOR werkt. De omstandigheden waarin zij hun cruciale werk hebben moeten doen het afgelopen jaar zijn moeilijk geweest. Iedereen heeft zich tot het uiterste ingespannen om het onderwijs voor alle kinderen en jongeren telkens weer op een zo goed mogelijke manier doorgang te laten vinden. Daar hebben wij enorm veel waardering voor. De vraag hoe we tot duurzame maatregelen kunnen komen om de combinatie van corona en het lerarentekort het hoofd te kunnen bieden wordt steeds prangender. Hoe kunnen we kwalitatief goed onderwijs, veiligheid en zorg voor leerling en leraar blijven waarborgen? Voor de continuïteit van het onderwijs zijn de randvoorwaarden steeds belangrijker.
Hoe beter we de veiligheid van ons personeel en onze leerlingen kunnen waarborgen door bijvoorbeeld goede ventilatie, hoe dichterbij het scenario dat de scholen niet een vierde keer hoeven te sluiten. Dat kunnen we als onderwijsinstelling niet alleen, we hebben onze partners hierbij nodig. Met de gemeente, de sectorraden en landelijk voeren we hierover het gesprek en willen we tot een oplossing komen voor dit maatschappelijk vraagstuk. Hoewel corona het jaar tekende, kunnen we gelukkig ook terugkijken op veel positieve ontwikkelingen. Hierover leest u in dit voorwoord en in de rest van dit jaarverslag meer.
Koers Sta Open In 2021 hebben we gewerkt aan onze nieuwe vierjarenkoers. Eind 2021 heeft ons algemeen bestuur de koers vastgesteld en is deze door de gemeenteraad goedgekeurd. Dit was voor ons het sluitstuk op een waardevol proces. De Koers is tot stand gekomen in interactie met een brede afvaardiging van medewerkers en diverse stakeholders van buiten de organisatie. We kunnen dan ook stellen dat het uiteindelijke product op veel draagvlak kan rekenen. De kernboodschap van de nieuwe koers is Sta Open en dat hebben we gedurende het totstandkomingsproces in ieder geval waargemaakt. De koers bestaat uit vijf beloften en is voor 2022 uitgewerkt in sectorjaarplannen. Hiermee maken we een eerste stap in het realiseren van de ambities uit de koers. Hierbij zoeken we nadrukkelijk onze omgeving op. Alleen samen zijn we in staat om de samenleving verder te brengen.
Ontwikkelingen Er zijn andere aan corona-gerelateerde onderwerpen die in 2021 onze aandacht hebben gevraagd en dat in 2022 zullen blijven doen, zoals het NPO en het binnenklimaat op de scholen (ventilatie). Op ventilatie gaan we nader in, in paragraaf 2.3.3. In het kader van het NPO ontvangt BOOR extra middelen om de achterstanden terug te dringen die door leerlingen zijn opgelopen gedurende de coronacrisis. In het eerste schooljaar (21/22) ontvangen de BOOR scholen samen ca. € 31,5 miljoen aan extra middelen. In de drie sectoren hebben alle scholen in het kader van NPO een scan afgenomen. Deze schoolscans zijn opgenomen in de jaarplancyclus van de scholen. De interventies van de scholen zijn op deze scans gebaseerd en hebben onder andere geleid tot extra aandacht voor de sociaal emotionele ontwikkeling van leerlingen en extra instructie in kleine groepen (zie verder ook paragraaf 2.1.1). Vanwege het lerarentekort blijft het een uitdaging om de benodigde gediplomeerde medewerkers aan te trekken om invulling te geven aan dit
4
BOOR JAARVERSLAG 2021
programma. Dit betekent dat het ingewikkeld is om de ontvangen middelen op een effectieve wijze in te zetten. In augustus is bekendgemaakt dat leraren, schoolleiders en ander personeel op scholen met veel achterstanden het huidige en het komende schooljaar (2021-2022 en 2022-2023) een toelage krijgen. Scholen met een uitdagende leerlingenpopulatie hebben vaker moeite om vacatures te vullen en hebben een hoger verloop van personeel. De verwachting is dat de arbeidsmarkttoelage het aantrekkelijker maakt om op deze scholen te werken en heeft als doel scholen te helpen goed personeel te vinden en te behouden. De toelage is gemiddeld 8% van het loon. Het geld voor deze toelage komt uit het NPO. Meer over het NPO treft u aan in paragraaf 2.1.1. Meer over de arbeidsmarkttoelage treft u aan in paragraaf 2.2.2. Het was al een uitdaging, maar het is in coronatijd nog extra manifest geworden: het lerarentekort. Het afgelopen jaar hebben we structureel gewerkt aan het terugdringen van het lerarentekort om de impact daarvan op het onderwijsproces zo veel mogelijk te beperken. We hebben een projectorganisatie Anders Organiseren, die scholen met een tekort aan bevoegd personeel ondersteunt het onderwijs anders te organiseren. Dit gebeurt onder andere met behulp van de inzet van anders bevoegden, digitale middelen en een grotere diversiteit qua achtergrond en expertise in de schoolteams.
Daarnaast worden veel zij-instromers opgeleid en is de begeleiding van startende en zittende leerkrachten geïntensiveerd. Ook wordt fors ingezet op opleiden in de school door het BOSS-traject in het basisonderwijs en de OSR in het voortgezet onderwijs. In paragraaf 2.2.1 is meer te lezen over het lerarentekort. In het voorjaar van 2021 voerde de Inspectie van het onderwijs een herstelonderzoek uit naar de kwaliteitszorg bij BOOR. De Inspectie beoordeelde de kwaliteitszorg bij BOOR in het herstelrapport als ‘ruim voldoende’. We zien het oordeel van de Inspectie als een bevestiging dat we op de goede weg zijn bij BOOR. De aanknopingspunten voor verdere ontwikkeling uit het rapport nemen we ter harte. En om de resultaten te borgen is de kwaliteitszorgcyclus opgenomen in de vaste organisatieroutines.
Resultaten Het eerste deel van dit jaarverslag is ons bestuursverslag, dit is onze beleidsverantwoording. We gaan in op de 21 doelen die we in het jaarplan 2021 hadden gesteld. Daarnaast bespreken we andere relevante ontwikkelingen en thema’s. Verreweg de meeste doelen hebben we behaald. We kunnen hier niet anders dan zeer trots op zijn, zeker tegen de achtergrond van de coronacrisis en het lerarentekort.
Financiën Over 2021 rapporteert BOOR in de jaarrekening een positief resultaat van € 17,6 miljoen. Het resultaat is sterk beïnvloed door de extra baten, onder andere vanuit het NPO. We hebben vanuit het resultaat bestemmingsreserves gevormd voor de niet bestede middelen NPO, strategische opgaves in het VO, het wegvallen van de vordering op OCW en voor de tempoversnelling ICT. Het resterende resultaat na vorming van de bestemmingsreserves is € 2,1 miljoen. De kengetallen ultimo 2021 blijven binnen de signaleringswaarden van de Onderwijsinspectie. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de financiële positie van BOOR per balansdatum op orde is.
5
BOOR JAARVERSLAG 2021
Samenstelling bestuur In februari 2021 hebben de heer Philip Geelkerken en mevrouw Marianne van den Anker na twee termijnen van vier jaar het algemeen bestuur verlaten. De heer Geelkerken was voorzitter van het algemeen bestuur en lid van de remuneratiecommissie en is opgevolgd door mevrouw Mariëtte Hamer. Mevrouw Van den Anker was lid van het algemeen bestuur en lid van de onderwijscommissie en is opgevolgd door de heer Leen Paape. Beide nieuwe leden zijn door de gemeenteraad benoemd op 18 februari 2021. De samenstelling van het college van bestuur is in 2021 ongewijzigd gebleven. Wel is er in 2021 geworven voor een nieuw voorzitter voor het college van bestuur, omdat de huidige voorzitter, de heer Huub van Blijswijk, in het voorjaar van 2022 met pensioen zal gaan. Hij wordt opgevolgd door zijn collega, mevrouw Renata Voss. Mevrouw Voss is als voorzitter college van bestuur benoemd tijdens de raadsvergadering van 3 februari 2022, met ingang van 1 mei 2022.
Leeswijzer Dit jaarverslag bestaat uit drie delen: A. het bestuursverslag, B. de jaarrekening en C. de overige gegevens. Het bestuursverslag start met een beschrijving van het schoolbestuur (hoofdstuk 1). Het tweede hoofdstuk is de beleidsverantwoording. Hoofdstuk 3 geeft een financiële doorkijk en hoofdstuk 4 is de continuïteitsparagraaf. Het bestuursverslag sluit af met het verslag van ons algemeen bestuur (hoofstuk 5). De jaarrekening beslaat de hoofdstukken 6 tot en met 12. De overige gegevens bestaan uit de statutaire regeling omtrent bestemming van het resultaat en de controleverklaring van de onafhankelijke accountant. Tot slot zijn er twee bijlagen (overzicht van alle scholen en het verslag van de drie gemeenschappelijke medezeggenschapsraden). Rotterdam, 21 april 2022 College van bestuur, Huub van Blijswijk Voorzitter
6
Algemeen bestuur, Mariëtte Hamer Voorzitter
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2021 Spoedig herstel onderwijsresultaten na achterstand door onderbrekingen corona
ALGEMEEN
ICT-verbeterprogramma (s)bao en (v)so op stoom
Succesvolle aanpak personeelstekort. Instroom overtreft uitstroom
Convenant Wereldwijzer is afgesloten en vijf scholen zijn gestart
Daling ziekteverzuim (ondanks corona)
Samenwerking tussen voortgezet en hoger onderwijs op Zuid officieel bekrachtigd Nieuwe Koers ‘Sta open’ komt met veel partners tot stand
Door nieuwe werkwijze beter in staat thuiszitters te helpen
Negentig deelnemers leiderschapsprogramma
Zestig medewerkers liepen onder de vlag van BOOR de Marathon van Rotterdam
Positieve ontwikkelingen 2021 Bao: 56 scholen en 79 schoollocaties Sbo: 4 scholen en 4 schoollocaties Vo: 5 schoolgemeenschappen en 17 schoollocaties
Aantal scholen
(V)so: 7 scholen en 17 schoollocaties
Aandeel leerlingen Roerdam 2021 32%
2020
Rotterdam
(Speciaal) basisonderwijs Voortgezet onderwijs
basisonderwijs
33%
32%
Aantal leerlingen
(Voortgezet) speciaal onderwijs
Totaal BOOR: 29.941 (2021) 30.239 (2020)
2021
speciaal basisonderwijs
30%
49%
2020
speciaal onderwijs
47%
48% 45%
26% 26%
30%
voortgezet speciaal onderwijs
11.128 16.542
10.914
voortgezet onderwijs (inclusief vavo leerlingen) Totaal
17.191
2.271
2.134
31%
7
BOOR JAARVERSLAG 2021 - BESTUURSVERSLAG
ONDERWIJSKWALITEIT & PERSONEEL Tevredenheid
Inspectiearrangementen
Leerlingen
2021
2020
so vso vo (s)bao
8,5 6,7 8,3
8,1 7,9 6,6 7,9
EXCELLENT 2 GOED 8 VOLDOENDE 106 ONVOLDOENDE 0
(s)bao 0
vo
2
(v)so
0
(s)bao 1
vo
7
(v)so
0
(s)bao 64
vo
28
(v)so 14
(s)bao 0
vo
0
(v)so
0
ZEER ZWAK 1
(s)bao 1
vo
0
(v)so
0
In- en uitstroom medewerkers Vaste dienst
Instromers: 701medewerkers / 462 fte
Tijdelijke dienst
Uitstromers: 585 medewerkers / 400 fte
2537 fte
575 fte
(excl stagiaires, vrijwilligers en externe inhuur)
Zij-instromers
2021 67 2020
Leeftijdsopbouw medewerkers
58
Stageplaatsen
Totaal
2021 2020 (s)bao 468 381 1.132 735 vo Tot 20 jaar 20-30 jaar
Ziekteverzuim 2021 8 7 6 5 4 3 2 1 0
30-40 jaar
2020
40-50 jaar
5,40%
5,00% Totaal
2,80%
4,90%
vo 4,10%
5,30%
(v)so 5,80%
BOOR 3,60% Services
8
6,10%
(s)bao 5,50%
50-60 jaar 60-70 jaar 70+ jaar
25%
75%
986
2.911
3.897 6 / 0% 18 / 0% 24 / 0% 146 / 4% 486 / 13% 632 / 17% 246 / 6% 743 / 19% 989 / 25% 190 / 5% 656 / 17% 846 / 22% 210 / 5% 637 / 16% 847 / 21% 187 / 5% 368 / 9% 555 / 14% 1 / 0% 3 / 0% 4 / 0%
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2021
FINANCIËN Inkomsten en uitgaven 2021 Voortgezet onderwijs
(Speciaal) basisonderwijs
(Voortgezet) speciaal onderwijs
114.387
130.936
53.610
8
299.013
Overige overheidsbijdragen en subsidies
4.326
11.396
3.199
258
19.197
Overige baten
7.908
7.176
1.387
229
16.700
Totaal baten
126.621
149.508
58.196
567
334.892
Personele lasten
91.917
108.958
44.820
13.000
258.695
Afschrijvingen
2.457
2.957
839
244
6.497
Huisvestingslasten
6.355
14.268
3.921
171
24.715
Overige lasten
14.367
7.962
2.884
1.634
26.847
Allocatie over de sectoren
3.145
8.204
2.879
-14.228
0
118.241
142.349
55.343
821
316.754
Saldo baten en lasten
8.380
7.159
2.853
-254
18.138
Financiële baten en lasten
-437
-16
2
-124
-575
Genormaliseerd resultaat
7.943
7.143
2.855
-378
17.563
Resultaat na bestemingsreserve
-5.744
-6.830
-2.841
0
-15.415
Resterend resultaat na vorming bestemmingsreserve
2.199
313
14
-378
2.148
bedragen x € 1.000
ABB
Totaal
Baten Rijksbijdragen OCW
Lasten
Totaal lasten
Kengetallen
Kosten
signaleringswaarde onderwijsinspectie
31-12-’21
31-12-’20
Solvabiliteit 2
51,70%
44,67%
< 30%
(Speciaal) basisonderwijs
Liquiditeit (current ratio)
150,30%
108,50%
< 75%
(Voortgezet) speciaal onderwijs
Weerstandsvermogen
8,90%
9,30%
< 5%
Kapitalisatiefactor
29,25%
27,10%
> 35%
Absolute omvang liquide middelen
€ 54.492
€ 33.832
minimaal € 100.000
Voortgezet onderwijs
Administratie,beheer en bestuur
37,3%
44,9%
0,3% 17,5%
9
BOOR JAARVERSLAG 2021 - BESTUURSVERSLAG
A. Bestuursverslag 1. Het schoolbestuur Profiel BOOR telt 72 scholen, 1201 locaties. De BOOR-scholen zijn zo divers als de bevolking van Rotterdam. Scholen met hun eigen kenmerken en specifieke kwaliteiten, passend bij de omgeving waar ze staan en de kinderen die ze onderrichten. Tegelijk maken zij deel uit van het collectief van openbare scholen en hebben zij een gemeenschappelijke kern. Kwaliteitsonderwijs staat op alle scholen voorop. Waaraan kunnen ouders en leerlingen herkennen dat zij op een BOOR-school zijn? Een BOOR-school is de samenleving in het klein, een gemeenschap waar leerlingen en ouders zich onderdeel van voelen, waar het lerend vermogen van onze leerlingen en leraren wordt aangesproken, waar iedere leerling en iedere medewerker gelijkwaardig is, ertoe doet en dat ook ervaart en waar alle leerlingen kunnen groeien. Daarnaast is de school een plek waar leerlingen kunnen oefenen, fouten mogen maken en ervaren wat het betekent om in een enorm diverse stad te leven. Omdat de school midden in de samenleving staat en er onlosmakelijk onderdeel van uitmaakt, verbindt ze zich met de maatschappelijke partners om zich heen. Op school leren kinderen met elkaar, maar is er ook oog voor de individuele behoeften van kinderen. Er wordt maatwerk geboden waar dat passend is, zodat leerlingen gelijke kansen krijgen en om hun potentieel kunnen ontwikkelen en benutten.
In onze koers voor de periode 2022-2026 beschrijven we dat onze belangrijkste opdracht is om het best denkbare openbaar onderwijs van Rotterdam te geven. Iedere dag zetten onze leerkrachten en medewerkers zich in om de volgende generatie een goede start te geven, om hun nieuwsgierigheid aan te wakkeren en hun talenten te ontwikkelen. En om ervoor te zorgen dat er maximale kansen zijn voor ieder kind. Maar wij hebben nóg een belangrijke opdracht. De kinderen van nu vormen de samenleving van morgen. De opgaven die ze daarbij op hun bordje krijgen zijn groot. Of ze die aankunnen, hangt niet alleen af van de resultaten die zij behalen. Het hangt ook af van hun vermogen om samen te werken, om hun verschillen te overstijgen voor een gemeenschappelijk belang. Daarom leren we ze om open te staan. Voor iemand die tot een andere groep behoort. Iemand die andere woorden gebruikt, andere kleding draagt, die in een andere straat woont, waar andere huizen staan, met andere levens en overtuigingen achter de voordeuren. Zodat ze leren om verschillen te accepteren en te ervaren als een bron van nieuwe inzichten.
Missie Maximale kansen creëren voor kinderen en jongeren in Rotterdam en omgeving. Zij worden volwassen wereldburgers die bijdragen aan een rechtvaardige samenleving en weten hoe zij hun talenten daarvoor kunnen benutten.
1
10
Zie bijlage 1
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2021
Visie Wij dragen zorg voor openbaar onderwijs dat bijdraagt aan de talentontwikkeling van iedere leerling.
Strategisch beleidsplan 2021 was het laatste jaar van ons vorige koersdocument. De ambities uit dit koersdocument hadden betrekking op de drie prioriteiten van BOOR: Kwaliteit, Identiteit en Samenwerken. Vanaf 2022 heeft BOOR een nieuw koersdocument, getiteld Sta Open.
Toegankelijkheid en toelating Op de scholen van BOOR zijn alle kinderen welkom en zal er, indien nodig, voor iedere leerling gezocht worden naar een passende school. BOOR beschikt over een zeer breed aanbod, zodat dit in verreweg de meeste gevallen slaagt. Toch kan het voorkomen dat vanwege onvoldoende ruimte in het schoolgebouw soms de eerste keuze van ouders/ leerlingen niet kan worden gehonoreerd. In uitzonderlijke gevallen maken scholen gebruik van wachtlijsten. In het (voortgezet) speciaal onderwijs is dit vaker het geval dan in de andere sectoren. Voor de toelating van leerlingen bij overinschrijving volgen we de afspraken die zijn gemaakt in de Rotterdamse plaatsingswijzer en de OverstapRoute. De toelating tot een school is nooit afhankelijk van de vrijwillige ouderbijdrage. De hoogte en bestemming van de vrijwillige ouderbijdrage wordt op schoolniveau door de oudergeleding van de medezeggenschapsraad vastgesteld.
Organisatie Naam instelling
Stichting BOOR
KvK nummer
24424572
Bestuursnummer
41775
Postadres
Postbus 23058 3001 KB Rotterdam
Bezoekadres
Schiekade 34 3032 AJ Rotterdam
Telefoon
010-2540800
info@stichtingboor.nl
Website
www.stichtingboor.nl
Contactpersoon
Rozemarijn van der Lee, bestuurssecretaris
E-mailadres contactpersoon
rozemarijn.vanderlee@stichtingboor.nl
11
BOOR JAARVERSLAG 2021 - BESTUURSVERSLAG
Overzicht scholen Onder stichting BOOR vallen 56 reguliere basisscholen (bao), vier scholen voor speciaal basisonderwijs (sbo), zeven scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs ((v)so) en vijf scholengemeenschappen voor voortgezet onderwijs (vo). De scholen zijn verdeeld over 120 locaties. Een overzicht van alle scholen, met een link naar hun eigen website en de website Scholen op de kaart, is te vinden in bijlage 1.
Juridische en organisatiestructuur De juridische structuur is een stichting. In onderstaand organogram is de organisatiestructuur schematisch weergegeven.
Bestuur
BOOR Services
concerncontroller
algemeen bestuur college van bestuur
bovenschools directeuren (s)bao
bovenschools directeur (v)so
(speciaal) basisonderwijs
(voortgezet) speciaal onderwijs
bestuurssecretaris
rectoren vo
voortgezet onderwijs
Scholen BOOR bestuur Het dagelijks bestuur van BOOR bestaat uit drie leden. Het algemeen bestuur bestaat uit zes leden en fungeert als intern toezichthouder. Voor het verslag van het algemeen bestuur, zie hoofdstuk 5. Het algemeen bestuur en het college van bestuur vormen samen het bestuur van BOOR. Zie onderstaand voor de samenstelling van het bestuur van BOOR.
Scholen De scholen in het (speciaal) basisonderwijs zijn verdeeld in vier scholengroepen, met elk een bovenschools directeur. De scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs vormen een eigen scholengroep die ook wordt geleid door een bovenschools directeur. De bovenschools directeuren vormen samen de bovenschoolse directie. Elke scholengemeenschap voor voortgezet onderwijs heeft een rector. De rectoren vormen gezamenlijk het college van schoolleiders. Het college van bestuur, de bovenschools directeuren, de rectoren en de mt-leden van BOOR Services ontmoeten elkaar een aantal keer per jaar in de managementgroep om samen te spreken over strategische thema’s en sectordoorsnijdende onderwerpen, zoals doorlopende leerlijnen en de Koers. 12
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2021
BOOR Services Voor het optimaal kunnen functioneren van scholen, management en bestuur is een goede ondersteuningsstructuur noodzakelijk. Daarin vervult BOOR Services een belangrijke rol. BOOR Services heeft een breed en divers serviceaanbod op verschillende expertisegebieden, zoals algemene beleidsondersteuning, kwaliteit van het onderwijs, communicatie, financiën, HR, ICT, juridische zaken, medezeggenschap, huisvesting en inkoop. BOOR Services heeft een mr en functioneert sinds medio 2021 met een zelfsturend mt.
Medezeggenschap Elke school heeft een medezeggenschapsraad (mr). Via de medezeggenschapsraad hebben ouders, medewerkers en eventueel leerlingen invloed op het schoolbeleid. De rector of schooldirecteur overlegt regelmatig met de medezeggenschapsraad op zijn/haar school over onderwerpen die de school betreffen. Op elke school worden leden voor een termijn van drie jaar gekozen. BOOR heeft naast de medezeggenschapsraden op scholen, ook drie gemeenschappelijke medezeggenschapsraden (gmr) voor het (speciaal) basisonderwijs, het voortgezet onderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs. Deze raden bespreken in overleg met het college van bestuur en/of de bovenschools directeur de voorstellen en plannen van het bestuur over bovenschoolse zaken. Volgens de Wet medezeggenschap op scholen hebben de gmr’s advies- en instemmingsrecht over een tal van onderwerpen die een groot deel of alle scholen betreffen, zoals de BOOR begroting, voordracht van nieuwe bestuursleden en strategische beleidsplannen van de stichting. Elk personeelslid of ouder mag zich verkiesbaar stellen en een gmr-lid hoeft niet per se lid te zijn van de mr van een school. Het jaarverslag van de gmr’s bevindt zich in bijlage 2.
Gemeenteraad De gemeente Rotterdam heeft een aantal (wettelijke) toezichthoudende taken betreffende het openbaar onderwijs. De raad is verantwoordelijk voor de goedkeuring van het strategisch beleidsplan, de jaarlijkse begroting, het jaarverslag met jaarrekening, benoeming van de bestuursleden en wijziging van de statuten. Verder is de gemeenteraad verantwoordelijk voor de instandhouding van het openbaar onderwijs met betrekking tot spreiding en toegankelijkheid. Ten slotte kan de gemeenteraad ingrijpen bij ernstige taakverwaarlozing.
Governance In de Code Goed Bestuur in het primair onderwijs van de PO-Raad en de code Goed onderwijsbestuur VO van de VO-raad zijn basisprincipes vastgelegd voor de professionaliteit van bestuurders, toezichthouders en managers in respectievelijk het primair en het voortgezet onderwijs. Het bestuur handelt overeenkomstig deze codes. BOOR is lid van de PO-Raad en de VO-raad. De horizontale dialoog met belanghebbenden is ingericht via medezeggenschap. De honorering van onze interne toezichthouders is opgenomen in hoofdstuk 12. Jaarlijks wordt een uitvraag van verbonden partijen gedaan aan de bestuursleden. Hieruit is geen belangenverstrengeling gebleken. Er zijn geen veranderingen geweest op het gebied van governance in het verslagjaar. De interne (algemeen bestuur) en externe toezicht-structuur (gemeenteraad) is ongewijzigd. Meer informatie over de governance van stichting BOOR is te vinden op stichtingboor.nl/bestuur.
Functiescheiding De Governance Codes benadrukken de verplichte scheiding van de functies van bestuur en intern toezicht binnen organisaties voor onderwijs. Er zijn verschillende manieren om de functiescheiding uit te werken. Op BOOR is de organieke scheiding van toepassing (one-tier board).
13
BOOR JAARVERSLAG 2021 - BESTUURSVERSLAG
College van bestuur Het college van bestuur bestond in 2021 uit drie leden: Huub van Blijswijk als voorzitter en Bob de Baedts en Renata Voss als leden college van bestuur. De portefeuilleverdeling is als volgt: Huub van Blijswijk beheert de portefeuilles algehele strategie en verbinding, voortgezet onderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs en medezeggenschap. Bob de Baedts heeft de portefeuilles bedrijfsvoering, financiën, ICT in het onderwijs en veiligheid. Renata Voss heeft de portefeuilles (speciaal) basisonderwijs, doorgaande leerlijnen, passend onderwijs, identiteit en burgerschap, HRM en onderwijskwaliteit. Hoofd- en nevenfuncties leden college van bestuur De leden van het college van bestuur hadden in 2021 de volgende hoofd- en nevenfuncties: Naam
Hoofdfunctie in 2021
Nevenfuncties in 2021
De heer Huub van Blijswijk
Voorzitter college van bestuur BOOR
• Voorzitter Sivon • Lid Pettelaaroverleg • Lid bestuursraad OSR • Lid bestuur EIC Mainport Rotterdam
De heer Bob de Baedts
Lid college van bestuur BOOR
• Voorzitter bestuur stichting Vrienden van Uniq (sinds december 2021)
Mevrouw Renata Voss
Lid college van bestuur BOOR
• Lid algemeen bestuur PO-Raad • Lid raad van toezicht ROC West-Brabant (Curio) • Lid adviescommissie kwaliteitsafspraken MBO • Lid raad van toezicht Platform Talent voor Technologie • Lid bestuur Stichting Bijzondere Leerstoel Onderwijsrecht op pluriforme grondslag • Voorzitter stuurgroep CZ NPRZ
Algemeen bestuur Samenstelling algemeen bestuur in 20212: Naam
Functie
Aandachtsgebied
De heer Philip Geelkerken (tot 1 februari 2021)
Voorzitter algemeen bestuur, lid remuneratiecommissie
HRM, aanspreekpunt gemeente
Mevrouw Mariëtte Hamer (vanaf 18 Voorzitter algemeen bestuur, lid februari 2021) remuneratiecommissie
Aanspreekpunt gemeente
De heer Mohamed Acharki
Lid auditcommissie
Huisvesting
Mevrouw Marianne van den Anker (tot 15 februari 2021)
Lid onderwijscommissie
Onderwijskwaliteit, communicatie
De heer Hamit Karakus
Lid onderwijscommissie
Onderwijskwaliteit
De heer Leen Paape (vanaf 18 februari 2021)
Lid onderwijscommissie
Onderwijskwaliteit, governance
2
14
Februari 2021 hebben de heer Philip Geelkerken en mevrouw Marianne van den Anker volgens het rooster van aftreden het algemeen bestuur verlaten. De gemeenteraad heeft op 18 februari 2021 een nieuwe voorzitter voor het algemeen bestuur en een nieuw lid algemeen bestuur benoemd, te weten mevrouw Mariëtte Hamer als voorzitter en de heer Leen Paape als lid.
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2021
Naam
Functie
Aandachtsgebied
De heer Focco Vijselaar
Voorzitter auditcommissie
Financiën, ICT
Mevrouw Jessica van Wingerden
Voorzitter remuneratiecommissie, voorzitter onderwijscommissie
HRM
Hoofd- en nevenfuncties leden algemeen bestuur De zes leden van het algemeen bestuur hadden in 2021 de volgende hoofd- en nevenfuncties: Naam
Hoofdfunctie in 2021
Nevenfuncties in 2021
De heer Philip Geelkerken (tot 1 februari 2021)
Bestuurder/directeur CAOP
• Voorzitter bestuur stichting Expertisecentrum Oefenen.nl
Mevrouw Mariëtte Hamer (vanaf 18 Voorzitter Sociaal-Economi- • Voorzitter raad van toezicht Pharos februari 2021) sche Raad (SER) • Voorzitter raad van toezicht De Doelen • Voorzitter raad van toezicht van Stichting Lezen & Schrijven • Voorzitter raad van toezicht RDW • Lid raad van toezicht TU Eindhoven • Voorzitter raad van advies van de Faculteit der Geesteswetenschappen Universiteit Amsterdam • Voorzitter raad van advies Nationale Jeugdraad • Lid Maatschappelijke Adviesraad (MAR), PORaad • Lid raad van advies van de Maatschappelijke Alliantie • Lid raad van advies GAK • Lid raad van advies van de Vrije Universiteit Amsterdam • Lid algemeen bestuur Aedes vereniging van woningcorporaties
De heer Mohamed Acharki
Bestuurder woningcorporatie Zayaz
Mevrouw Marianne van den Anker (tot 15 februari 2021)
Zelfstandig ondernemer • Voorzitter bestuur Open Rotterdam (bedrijf: Ankerpunt), onder • Ambassadeur eenzaamheid voor ministerie meer gespreksleiding, werkVWS zaamheden radio (NTR) • Lid raad van toezicht Onderwaterproducties • Lid raad van toezicht Capri Rotterdam • Lid bestuur van de stichting Vrienden van het IJsselland Ziekenhuis
15
BOOR JAARVERSLAG 2021 - BESTUURSVERSLAG
Naam
Hoofdfunctie in 2021
Nevenfuncties in 2021
De heer Hamit Karakus
Directeur Platform 31 en algemeen directeur onderzoeksinstituut IVO
• Eerste kamerlid (sinds maart 2021) • Voorzitter van de Externe Commissie Politie voor iedereen (sinds november 2021) • Lid raad van toezicht Hogeschool Rotterdam • Lid raad van toezicht Stichting Nederlands Register Vastgoed Taxateurs (NRVT) • Voorzitter coalitie Feijenoord XL • Lid raad van toezicht Stichting Vrienden van Maasstad (tot maart 2021) • Lid bestuur VNO-NCW regio Rotterdam, verantwoordelijk voor portefeuille bouw (voorzitter Raad van Advies Bouwpower) (tot maart 2021) • Bestuurlijk regisseur volkshuisvestelijke problematiek Vestia (in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) • Lid raad van commissarissen van Woningstichting Eigen Haard • Lid raad van advies Timpaan • Lid van bestuur Stichting Wijkverbetering Rotterdam Zuid • Lid Regiegroep Retailagenda van staatssecretaris Mona Keijzer (tot maart 2021) • Lid raad van toezicht VerDuS (Verbinden van Duurzame Steden)
De heer Leen Paape (vanaf 18 februari 2021)
16
Hoogleraar Corporate Go• Voorzitter van de raad van commissarissen van vernance bij Nyenrode CenUnivé Dichtbij (verzekeringsmaatschappij) ter for Entrepreneurship, • Voorzitter van de raad van toezicht van StichGovernance & Stewardship ting Pensioenfonds van SNS Reaal • Voorzitter van de Signaleringsraad NBA • Voorzitter van de raad voor de praktijkopleidingen NBA • Lid Commissie Kwaliteit en Maatschappelijk Belang Flynth Accountants & Adviseurs (tot 1 april 2021) • Lid raad van toezicht Stichting Centre for Organizational Integrity • Lid raad van advies Moonback (voorheen Beterboeken.nl) • Lid Academic Council Impact Economy Foundation • Lid External Audit Committee IMF (sinds 1 november 2021)
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2021
Naam
Hoofdfunctie in 2021
Nevenfuncties in 2021
De heer Focco Vijselaar
Directeur-generaal bedrijfsleven en innovatie bij het ministerie van economische zaken en klimaat
• Bestuurslid bij de koninklijke vereniging voor staatshuishoudkunde
Mevrouw Jessica van Wingerden
Executive Vice-President bij de Rabobank
• Lid raad van commissarissen bij Vestia (sinds 1 maart 2021)
Jaarlijks wordt een uitvraag van verbonden partijen gedaan aan de bestuursleden. Hieruit is geen belangenverstrengeling gebleken.
Dialoog Belanghebbenden Met onder andere de volgende belanghebbenden heeft het bestuur regelmatig contact: Belanghebbende organisatie of groep
Beknopte omschrijving van de samenwerking of dialoog
Ouders, leerlingen medewerkers via de gmr’s (s)bao, vo en so/vso
Zie bijlage 2 voor het jaarverslag van de gmr’s.
Gemeenten
Met alle gemeenten waarin wij scholen hebben (Rotterdam Gouda, Nieuwerkerk aan den IJssel en Lansingerland), is regelmatig contact over zaken als huisvesting, leerlingzorg en de maatschappelijk positie van het onderwijs in de betreffende gemeente. Met de gemeente Rotterdam heeft BOOR ook een subsidierelatie. De gemeente Rotterdam is bovendien de externe toezichthouder van de stichting.
Kinderopvangorganisaties en vve-instellingen Zowel op bestuurs- als op individueel schoolniveau is contact met deze organisaties. Er worden mede afspraken gemaakt over een goede overdracht van kinderen. Jeugdzorg
Vooral individuele scholen hebben contact met jeugdzorgorganisaties (Vaak via de wijkteams). Op bestuursniveau is er onder meer contact over het verbeteren van de samenwerking tussen onderwijs en zorg.
Collega-schoolbesturen
Met collega-besturen is regelmatig contact. Het gaat om het delen van informatie, het maken van (samenwerkings)afspraken en het gezamenlijk optrekken in kwesties als het lerarentekort en het opstellen van de IHP’s.
Belangenorganisaties (onder meer VOraad en PO-Raad)
Er is met name contact op strategisch niveau.
Leveranciers, aannemers en uitzendbureaus
Het gaat in dit geval vooral over contact op uitvoeringsniveau. Deze contacten worden in toenemende mate gecentraliseerd.
Ministeries
Er is met name contact op bestuurlijk en strategisch niveau.
Onderwijsinspectie
Houdt toezicht op de kwaliteit op bestuurs- en schoolniveau.
SIVON
Stichting BOOR is lid van inkoopcoöperatie SIVON. SIVON is een coöperatie van schoolbesturen in het primair en voortgezet onderwijs gericht op aanbod van ict-producten en diensten voor scholen.
Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ)
In NPRZ, werken Rijk, de gemeente Rotterdam, corporaties, zorginstellingen, schoolbesturen, bedrijfsleven, politie en Openbaar Ministerie aan een gezonde toekomst voor Rotterdam Zuid. 17
BOOR JAARVERSLAG 2021 - BESTUURSVERSLAG
Samenwerkingsverbanden BOOR maakt onderdeel uit van alle samenwerkingsverbanden waar onze leerlingen wonen: Samenwerkingsverband
Beknopte omschrijving
Koers VO
Het samenwerkingsverband passend voortgezet onderwijs Koers VO wordt gevormd door 18 schoolbesturen met 110 vestigingen voor voortgezet (speciaal) onderwijs in de regio Rotterdam.
PPO Rotterdam
Primair Passend Onderwijs Rotterdam is een samenwerkingsverband van 20 schoolbesturen, met ruim 200 scholen.
Andere samenwerkingsverban- Met name het (voortgezet) speciaal onderwijs werkt BOOR samen met, en maakt den in sommige gevallen deel uit van, meerdere samenwerkingsverbanden, uit de gebieden waar onze leerlingen wonen.
Klachtenbehandeling Bij BOOR is een klachtenregeling van kracht. Deze is in 2020 geactualiseerd met als doel voor iedereen die met een klacht te maken krijgt meer inzichtelijk te maken welk type klacht waar ingediend kan worden. Ouders, leerlingen, personeelsleden en verder iedereen die deel uitmaakt van BOOR en de aangesloten scholen kunnen een beroep doen op de klachtenregeling. In de schoolgidsen van de scholen staat beschreven waar de regeling gevonden kan worden, wie op school- en op bestuursniveau optreden als contactpersoon, wie de klachtenfunctionaris van BOOR is, wie de externe vertrouwenspersonen zijn en hoe deze functionarissen te bereiken zijn. Hierna volgt een overzicht van het aantal klachten dat aan de Stichting Onderwijsgeschillen is voorgelegd. Aan deze stichting kunnen zowel bejegeningsklachten als klachten over het passend onderwijs worden voorgelegd. Daarbij hanteert de Landelijke Klachtencommissie (LKC) het uitgangspunt dat de klager zo mogelijk eerst wordt terugverwezen naar de school en/of het schoolbestuur om te proberen de klacht op te lossen. De commissies die zijn ingesteld ten behoeve van het passend onderwijs, de Landelijke Bezwaar-adviescommissie Toelaatbaarheidsverklaring (LBT) en de Geschillencommissie Passend Onderwijs (GPO), hanteren dit uitgangspunt niet. Onderwijsgeschillen
2016
2017
2018
2019
2020
2021
Aantal klachten3
15
9
8
11
12
6
In 2021 zijn zes klachten voorgelegd aan de LKC van de Stichting Onderwijsgeschillen. Twee daarvan betroffen de sector voortgezet onderwijs. LKC heeft deze klachten terugverwezen naar BOOR voor interne klachtbehandeling, omdat de klagers deze mogelijkheid nog niet hadden benut. Beide zaken lopen nog. De andere vier klachten betreffen de sector primair onderwijs. Twee daarvan zijn ingetrokken, nadat de LKC deze zaken voor interne klachtbehandeling had terugverwezen naar BOOR. Een derde klacht die was terugverwezen voor interne klachtbehandeling, is daarna alsnog behandeld door LKC. Deze zaak loopt nog. De vierde klacht, gericht tegen de landelijk geldende coronamaatregelen, is door LKC niet inhoudelijk behandeld, maar ‘kennelijk ongegrond’ verklaard. Voor het tweede achtereenvolgende jaar zijn vanuit de sector speciaal (voortgezet) onderwijs geen klachten voorgelegd aan de Stichting Onderwijsgeschillen.
3
18
Tot en met 2018 telden we klachten bij de LBT en de GPO nog niet mee.
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2021
2. Verantwoording van het beleid In dit hoofdstuk verantwoordt het bestuur het gevoerde beleid op de volgende beleidsterreinen: Onderwijs & kwaliteit, Personeel & professionalisering, Huisvesting, Inkoop en facilitaire zaken, en Financieel beleid. De doelen die in het strategisch beleidsplan gesteld zijn, staan centraal. De laatste paragraaf van dit hoofdstuk gaat in op het beleid rond risico’s en risicobeheersing.
2.1
Onderwijs en kwaliteit
2.1.1
Onderwijskwaliteit bij BOOR
De kwaliteit van ons onderwijs is topprioriteit en dat betekent dat we door middel van reflectie, evaluatie en analyse in een cyclisch proces voortdurend streven naar continue verbetering. Kwaliteit is geen statisch begrip: het betekent dat je voldoet aan eisen en verwachtingen die aan het onderwijs worden gesteld. Dat betreft de eisen die de overheid stelt (via wet- en regelgeving), de eigen ambities van BOOR, maar minstens zo belangrijk is de optelsom van de verwachtingen die ouders, leerlingen, het vervolgonderwijs en de lokale gemeenschap hebben van het onderwijs. Deze verwachtingen veranderen voortdurend. De kern van kwaliteitszorg is dat scholen voortdurend streven naar borging van wat goed gaat en naar planmatige verbetering van wat nog beter kan: elke school formuleert haar ambitie(s) in het school(jaar)plan en werkt daar aantoonbaar aan. Het behoort tot de professionele ruimte van scholen om, gelet op de specifieke situatie van en verwachtingen die gesteld worden aan de school (wijk, stad, samenstelling populatie, omgeving, voedingsgebied), eigen keuzes te maken in profilering van kerndoelen en eindtermen. Kortom: op al onze scholen bestaat een cultuur van permanente kwaliteitsontwikkeling. BOOR hanteert een kwaliteitshandboek waarin we ingaan op wat we binnen BOOR verstaan onder kwaliteit en waarin we de kwaliteitscyclus hebben beschreven.
Het eerste deel is een algemene beschrijving waar we uitleggen hoe we tegen kwaliteit aankijken. In het tweede deel staan de kwaliteitsinstrumenten en het normenkader binnen de verschillende sectoren beschreven en toegelicht. Ook ons kwaliteitshandboek is geen statisch geheel en wordt volgens onze eigen principes voortdurend bijgewerkt, verbeterd en aangepast aan nieuwe ontwikkelingen, zodat we in de praktijk het beste kunnen doen met onze scholen.
Visie op onderwijskwaliteit Wij dragen zorg voor onderwijs dat bijdraagt aan de talentontwikkeling van iedere leerling. Wij vinden de kwaliteit van het onderwijs in onze scholen goed als er door deskundig personeel zodanig les wordt gegeven dat de leerlingen daardoor de kennis verwerven en de vaardigheden ontwikkelen die passen bij hun niveau en talent. Daarmee waarborgen we de ononderbroken ontwikkeling van ieder kind. Dit betekent dat goed onderwijs aansluit op de mogelijkheden, behoeften en talenten van iedere leerling.
Basis op orde BOOR heeft vier uitgangspunten:
1. De basiskwaliteit van alle scholen is in orde; 2. Elke school brengt de eigen aanpak jaarlijks helder in beeld via een analyse; 3. Elke school werkt met een hierop gebaseerd school(jaar)plan met doelen; 4. Op het niveau van de school, de sector en het bestuur wordt gewerkt aan de hand van het 4D-model: data-duiden-doelen-doen. 19
BOOR JAARVERSLAG 2021 - BESTUURSVERSLAG
Kenmerken van kwaliteitsbeleid Het kwaliteitsbeleid bij BOOR is a. Cyclisch Het kwaliteitsbeleid is gerelateerd aan de beleidscyclus van het 4D-model: data, duiden, doelen en doen; b. Dynamisch Wij bewegen weloverwogen en op basis van geduide data mee met de ontwikkelingen en verwachtingen in de samenleving en met de keuzes die daartoe moeten worden gemaakt; c. Integraal Ons kwaliteitsbeleid is in samenhang met en in afstemming op de verschillende deelprocessen en sectoren in onze organisatie; d. Meetbaar en Merkbaar Wij handelen data-geïnformeerd met als doel inzicht en kennis om gefundeerde beslissingen te kunnen nemen en om te kijken of doelen en resultaten zijn behaald; e. Procesmatig Kwaliteitsbeleid is eerst en vooral een proces. Een proces waarin voortdurende aanscherping plaatsvindt op basis van data, duiden, doelen en doen; f. Ambitieus Wij streven continu naar aanscherping en verbetering waarbij we oog hebben voor de context en ontwikkelingen.
Kwaliteitszorg en 4D-model Het bestuur draagt zorg voor een stelsel van kwaliteitszorg op de scholen. Vanuit dit stelsel bewaakt en bevordert het bestuur de kwaliteit van het onderwijsproces en de leerresultaten. De verantwoordelijkheidsverdeling tussen bestuur en scholen maakt een functionerend stelsel van kwaliteitszorg mogelijk. Het bestuur beschikt in alle sectoren per school over een ’schoolfoto’. De schoolfoto geeft een integraal inzicht in resultaten van de school op onderwijskundig, personeel en financieel vlak. De prestaties van de school worden afgezet tegen de gemiddelde prestaties van een vergelijkingsgroep van scholen met vergelijkbare kenmerken. Zie verder voor de schoolfoto doel 1 onder paragraaf 2.3.1. We hebben gekozen voor de cyclische aanpak van het 4D-model: Data, Duiden, Doelen, Doen. Het 4D-model houdt in dat we data over de onderwijsresultaten en het onderwijsproces verzamelen, ontsluiten en duiden. Op basis daarvan bepalen we de doelen en acties, die vervolgens uitgevoerd worden (doen). Evaluatie vindt plaats op basis van data, waardoor een cyclisch proces ontstaat. Dit doen we op school-, sector en bestuursniveau. In het (s)bao en (v)so is deze werkwijze eerder ingestart en reeds praktijk. Op het niveau van de school betekent het werken volgens het 4D-model gegevens verzamelen, duiden en op basis daarvan doelen en acties formuleren.
Deze acties evalueren de scholen op basis van data waardoor er een cyclisch proces ontstaat. Dit proces vormt de belangrijkste basis voor het school(jaar)plan en de visieontwikkeling van de school. Elke school formuleert schooleigen ambities onder andere op basis van de missie en visie van zowel BOOR, de sector als de school. Het kwaliteitsbeleid, de planvorming en de verantwoording op schoolniveau staan in nauwe verbinding met de plannen op sectorniveau en de plannen op stichtingsniveau. Hier is sprake van een wisselwerking: de doelen op bestuursniveau geven richting aan de sectoren en scholen, terwijl de ontwikkelingen op scholen richting geven aan de doelen op scholengroep -, sector- en bestuursniveau.
Vroegsignalering Binnen BOOR is een systeem van vroegsignalering ingericht om scholen die niet aan onze normstelling voldoen of een dalende trend laten zien en daarmee onder de norm dreigen te raken, te detecteren. De inspanningen zijn erop gericht om door een gerichte verbeteraanpak scholen met risico’s zo snel mogelijk naar het gewenste niveau te begeleiden. Op basis van de beschikbare data voortvloeiend uit de audits, collegiale visitatie (vo), gesprekkencyclus, jaarlijkse zelfevaluatie, opbrengstengesprekken etc. wordt jaarlijks een risicoanalyse uitgevoerd. De uitkomst daarvan kan zijn dat de school, altijd in afstemming met de schoolleiding, een herstelopdracht krijgt waarin staat aangegeven op welke punten verbeteringen moeten worden gerealiseerd.
20
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2021
Verantwoording Het bestuur verantwoordt zich een aantal keer per jaar op formele wijze over de onderwijskwaliteit. Dit doet het bestuur door elk jaar in het jaarverslag en in twee tussentijdse voortgangsrapportages te rapporteren aan de interne en externe toezichthouders op de doelen uit het jaarplan. Daarnaast wordt er jaarlijks een Staat van het BOOR Onderwijs en een risicoanalyse van elke sector gemaakt met een verzameling van alle data over onderwijskwaliteit, die wordt besproken met het algemeen bestuur. Tussentijds wordt bij de interne toezichthouder regelmatig gerapporteerd over op dat moment beschikbare data, zoals schoolresultaten en tevredenheidspeilingen. Schematische weergave van de BOOR kwaliteitszorgcyclus
Schooljaar
Kalenderjaar Voortgangsrapportage gemeente
Startgesprek
BOOR jaarverslag
Schooljaarplan
aug/sept
Kaderbrief
mei/juni
apr/mei
Audits
Staat van BOOR onderwijs juli/aug
Tevredenheidspeiling
Koers BOOR 20222026
feb/mrt Waar nodig ontwikkelof herstel opdracht
Opbrengstgesprek feb/mrt
Schoolfoto
(re) audits
Activiteitenplan sector
Jaarplan BOOR Sectorplan
mrt/apr
aug/sept
Voortgangsrapportage gemeente
Inspectie In het voorjaar van 2021 voerde de Inspectie een herstelonderzoek uit naar de kwaliteitszorg bij BOOR. Uit het onderzoek komt naar voren dat er ruim voldoende kwaliteit is op de onderzochte standaard Kwaliteitszorg. De Inspectie beoordeelt deze standaard dan ook als Voldoende. We zien het oordeel van de Inspectie als een bevestiging dat we op de goede weg zijn bij BOOR. Dat betekent echter niet dat we nu stil blijven zitten. De aanknopingspunten voor verdere ontwikkeling uit het rapport nemen we ter harte. En om de resultaten te borgen is de kwaliteitszorgcyclus opgenomen in de vaste organisatieroutines. Door de vaste jaarcyclus te doorlopen wordt permanent gemonitord en gestuurd op verbetering van de kwaliteit. Verder is voor de borging van belang dat er sprake is van kwaliteitscultuur en een professionele cultuur, die we blijvend stimuleren.
Nationaal Programma Onderwijs In het kader van het NPO ontvangt BOOR extra middelen om de achterstanden terug te dringen die door leerlingen zijn opgelopen gedurende de coronacrisis. In het eerste schooljaar (21/22) ontvangen de BOOR scholen samen ongeveer € 31,5 miljoen aan extra middelen. Vanwege het lerarentekort blijft het een uitdaging om de benodigde gediplomeerde medewerkers aan te trekken om invulling te geven aan dit programma. Dit betekent dat het ook een uitdaging is om de ontvangen middelen op een effectieve wijze ingezet te krijgen. 21
BOOR JAARVERSLAG 2021 - BESTUURSVERSLAG
In augustus is bekendgemaakt dat leraren, schoolleiders en ander personeel op scholen met veel achterstanden de komende twee schooljaren (2021-2022 en 2022-2023) een toelage krijgen. Scholen met een uitdagende leerlingenpopulatie hebben vaker moeite om vacatures te vullen en hebben een hoger verloop. De verwachting is dat de arbeidsmarkttoelage het aantrekkelijker maakt om op deze scholen te werken en heeft als doel scholen te helpen goed personeel te vinden en te behouden. De toelage is gemiddeld 8% van het loon. Het geld voor deze toelage komt uit het NPO.
Schoolscan In het kader van het NPO dienen scholen een schoolscan te maken waarbij er nauwkeurig werd gekeken naar de achterstanden die groepen leerlingen hebben opgelopen vanwege corona. De sectoren, (v)so, (s)bao en het vo, hebben een scan uitgevoerd en de scans vormden de basis voor de interventies die scholen in hebben gezet om de achterstanden in te lopen. Deze schoolscans zijn opgenomen in de jaarplancyclus van de scholen. Onderdeel van deze cyclus is het bespreken van de jaarplannen met personeel en mr.
Betrokkenheid ouders, leraren, leerlingen en (g)mr In de totstandkoming van de schoolscan hebben de scholen gebruik gemaakt van een diverse set aan activiteiten en bronnen. Het gaat om onder andere toetsuitslagen (van formatieve / summatieve / methode-onafhankelijke toetsen), rapportvergaderingen, gesprekken met ouders, verzorgers en/of leerlingen, observaties, leerlingenenquêtes en leerlingbesprekingen. Door input op te halen bij leerlingen, ouders en medewerkers voor de schoolscan en aan te sluiten bij de jaarplancyclus, zijn personeel, ouders en/of leerlingen betrokken bij de inhoud van de schoolscan en het schoolprogramma. Alle scholen hebben instemming van hun mr met betrekking tot de inzet van hun NPO-middelen. De gmr heeft instemmingsrecht op bovenschoolse interventies. Aangezien die niet zijn gepland, was het voor de inzet van de NPO-middelen niet nodig om de gmr om instemming te vragen.
Inhuur Voor het uitvoeren van een deel van de interventies is gebruikt gemaakt van personeel niet in loondienst (PNIL). Dit betreft 19,7% van de inzet van middelen over de interventies in 2021.
Soorten interventies Voor het opstellen van het schoolprogramma is door de scholen in de drie sectoren een keuze gemaakt uit de menukaart NPO. Er waren in de drie sectoren veel zorgen over het welbevinden van de leerlingen. Daarom hebben veel scholen hun NPO-middelen mede ingezet ten behoeve van de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen. Scholen die niet vanuit NPO-middelen hebben ingezet op sociaal-emotionele ontwikkeling hebben aangegeven dat vanuit andere middelen te doen. Inzet interventies sector vo Alle scholen in de sector vo zetten in op de sociaal-emotionele en fysieke ontwikkeling van leerlingen, zoals een uitbreiding in mentoraat, extra ondersteuning van schoolmaatschappelijk werk, een uitbreiding in trainingsaanbod sociaal-emotionele ontwikkeling en extra sportactiviteiten. Ook kiezen veel scholen voor extra onderwijstijd in de vorm van huiswerkbegeleiding, bijles, examentraining, maar ook verrijkende activiteiten. Om de onderwijstijd effectiever in te zetten, biedt een groot deel van de scholen 1-op-1 begeleiding, instructie in kleine groepen en feedback. Daarnaast komt klassenverkleining bij veel scholen voor. Een logisch gevolg van bovenstaande is dat er sprake is van externe inhuur, het aantrekken van nieuw personeel en/of het uitbreiden van eigen personeel. 22
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2021
De meeste vo-scholen hebben geconstateerd dat leerlingen een vertraging hebben opgelopen in de ontwikkeling van executieve functies. Deze scholen spelen hierop in middels de interventies metacognitie/zelfregulerend leren en samenwerkend leren. De vo-scholen hebben bij het opstellen van het NPO-plan veel aandacht gehad voor duurzaamheid en bestendigheid van de interventies, waardoor zij allemaal hebben gekozen voor professionalisering. Daarnaast zetten zij middelen in voor schoolontwikkeling en data-geïnformeerd werken. Tenslotte wordt de inzet op digitale middelen vaak genoemd. Inzet interventies sector (s)bao Bijna de helft van de (s)bao-scholen zet vanuit NPO-middelen gericht interventies in op het welbevinden van leerlingen (46%4). Categorie A (Meer onderwijs om kennis en vaardigheden bij te spijkeren) wordt weinig gekozen. Meer dan de helft van de scholen maakt geen gebruik van de interventies uit deze rubriek. Verder worden veel interventies uit categorie B (effectievere inzet van onderwijs) gekozen, zoals instructie in kleine groepjes (50%) en een-op-een begeleiding (38%). 47% van de scholen zet extra personeel zoals onderwijsassistenten in voor het bestrijden van achterstanden. Daarnaast worden interventies in de voorwaardensfeer zoals professionalisering (44%), schoolontwikkeling (35%) en de inzet op digitale middelen (43%) vaak ingezet.
Met de inzet op de interventies op metacognitie (27%) en samenwerkend leren (25%) spelen scholen in op de vertraging die leerlingen hebben opgelopen in de ontwikkeling van executieve functies. Op de scholengroepvergadering van november hebben schoolleiders met elkaar ervaringen uitgewisseld over de inzet van de interventies in het kader van het NPO. Inzet interventies sector (v)so De grootste zorgen in deze sector liggen op het gebied van de sociaal-emotionele ontwikkeling, het welbevinden van de leerlingen en de doorstroom van leerlingen met het uitstroomprofiel arbeid door de uitval van stages als gevolg van corona. Voor deze laatste groep leerlingen is veelal verlenging van toelaatbaarheidsverklaring (TLV) aangevraagd. Van de 17 locaties in het (v)so zetten 16 locaties (94%) interventies in op het gebied van het welbevinden. Een locatie die hiervoor niet heeft gekozen was al eerder een interventie op dit gebied gestart vanuit een andere subsidie. Ook met interventies op het gebied van sportieve activiteiten (18%) en cultuureducatie (24%) willen scholen de sociaal-emotionele en fysieke ontwikkeling stimuleren. Als randvoorwaardelijke interventie kiest bijna de helft van de locaties (47%) voor het inzetten van digitale technologie, en interventies op faciliteiten zoals teamontwikkeling (35%).
Het geven van instructie in kleine groepen wordt minder vaak gekozen dan in de andere sectoren, wat te verklaren valt uit het feit dat de groepen in het speciaal onderwijs al kleiner zijn dan in de andere sectoren. Ook wordt minder vaak gekozen voor uitbreiding van de onderwijstijd in verband met de mindere belastbaarheid van leerlingen. Tijdens het sectoroverleg van november 2021 zijn de ervaringen met de gekozen interventies en de eerste bevindingen door de locatiedirecteuren en afdelingsleiders met elkaar gedeeld.
4
Deze en volgende percentages geven het aantal scholen weer dat uit de menukaart voor een bepaalde interventie heeft gekozen. Omdat scholen uit meerdere interventies kunnen kiezen, tellen de percentages niet op tot 100%. Ze geven een beeld welk percentage van de scholen aan die specifieke interventie werkt.
23
BOOR JAARVERSLAG 2021 - BESTUURSVERSLAG
Eerste bevindingen/resultaten Scholen zien dat het de leerlingen goed doet dat zij weer naar school kunnen komen. Het welbevinden van leerlingen laat verbetering zien door de inzet op positieve groepsvorming, interventies gericht op de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen en de structuur die weer terug is na de schoolsluitingen. Als het gaat om het effect op de cognitieve ontwikkeling zien de scholen dat het fysieke onderwijs ervoor zorgt dat leerlingen weer tot leren komen en dat de interventies bijdragen aan het effectieve leerproces. Op deze korte termijn (4 maanden) zijn er nog geen duidelijke effecten terug te zien in de resultaten, ook gezien de huidige golf met veel verzuim onder personeel en leerlingen. Het voorkomen van extra vertraging in de ontwikkeling van leerlingen vraagt opnieuw veel aandacht. In maart 2022 hebben de scholen hier wel meer zicht op omdat dan de resultaten van schoolexamens, evaluaties opp’s en middentoetsen bekend zijn. Als het gaat om de uitvoering van de NPO-plannen geven scholen aan dat zij ernaar streven om de plannen uit te voeren zoals bedacht, maar dat zij hierin wel uitdagingen zien. Scholen worden ingehaald door de werkelijkheid: met een hoog verzuimpercentage (en daardoor organisatorische problematiek), moeite in het vinden van goed personeel en een hoge werkdruk onder het huidige personeel.
Niet alle interventies zijn daarom volgens planning uitgevoerd.
2.1.2. Doelen en resultaten in 2021 Doel 3: Samen werken en samen leren
BOOR
We werken als sectoren aan beter en meer samenwerken en samen leren. Dit doen we door te werken aan a) een optimale schoolloopbaan voor elke leerling; b) de doorontwikkeling van passend onderwijs en c) het solidariteitsprincipe. Langs drie sporen wordt in samenhang gewerkt aan de kwetsbare overgang van po naar vo. Bijzondere aandacht gaat hierbij uit naar het schooladvies. Samen met de Universiteit Maastricht wordt hier onderzoek naar gedaan. De interventie behorend bij dit onderzoek is in schooljaar 2021-2022 gestart. Hierbij staat informatieoverdracht tussen po- en vo-scholen centraal en de wijze waarop succes in het vo kennis oplevert om advisering in het po verder te verbeteren. Scholen uit de verschillende sectoren zijn hierbij betrokken. Naast het project gekoppeld aan het schooladvies ligt de focus binnen de overgang po-vo tevens op de doorgaande leerlijn ten aanzien van taal. Het eerste kwartaal van 2022 wordt hier een bijeenkomst aan gewijd waarbij leerkrachten uit het po-vo ‘best practices’ uitwisselen en de mogelijkheden verkennen om de samenwerking uit te breiden. De samenwerking tussen (s)bao en het speciaal onderwijs (passend onderwijs) wordt nader beschreven bij doel 21. In het afgelopen voorjaar is met de komst van een nieuwe lid college van bestuur het gesprek opgestart over een gedeelde visie op bedrijfsvoering binnen BOOR.
In het najaar van 2021 is er in dat kader gewerkt aan de ontwikkeling van een ‘foto’ van de huidige inrichting van de bedrijfsvoering in zijn totaliteit: bij BOOR Services, maar ook op de scholen. Ondersteund door de gegevens uit die foto willen we een visie ontwikkelen op basis waarvan we de bedrijfsvoering in de drie sectoren en bij BOOR Services meer met elkaar gaan verbinden en samen verder gaan ‘uitblinken in uitvoering’. Dat betekent dat we een bedrijfsvoering creëren die het onderwijsproces optimaal ontzorgt, toekomstbestendig en wendbaar is. Een proces waar we de komende jaren met elkaar aan werken op basis van het principe van onderlinge solidariteit.
24
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2021
Doel 4: Toekomstbestendige leerroutes
(v)so
Binnen de gestandaardiseerde leerroutes werken wij toe naar het hoogst haalbare uitstroomniveau voor elke leerling. Dat doen we door a) de doelen voor de leerroutes te harmoniseren in een plg en b) deze op te nemen in het leerlingvolgsysteem. De doelen voor de leerroutes zijn geharmoniseerd in de professionele leergemeenschap (plg). Het streven is dat de leerlijnenpakketten in schooljaar 2021-2022 opgenomen zijn in het leerlingvolgsysteem. Een vervolgopdracht is geformuleerd voor het meten van de effectiviteit van burgerschapsonderwijs en sociaal emotionele vorming. Op advies van de plg gaan alle locaties hiervoor Zien gebruiken (leerlingvolgsysteem voor sociaal-emotionele ontwikkeling).
Doel 5: Centrale aanmelding
(v)so
We realiseren de meest passende match tussen ondersteuningsbehoeften van leerlingen op het gebied van onderwijs-zorg en aanbod, door een centraal intake/aanmeldloket te organiseren waarbij een uniform instroomproces en indicatoren voor plaatsing zijn ontwikkeld. Dit starten we in 2021 op door middel van een pilot. (Dit doel is meerjarig, t/m 2022). Om de toeleiding naar het (v)so voor ouders, leerlingen en scholen zo makkelijk, duidelijk en snel mogelijk te maken hebben PPO Rotterdam, Koers VO, (v)so-besturen, (v)so-scholen en de gemeente Rotterdam de handen ineengeslagen. Per 1 oktober 2021 is er een nieuwe procedure voor aanmelding en toeleiding naar het (v)so ingericht: de centrale aanmelding en toeleiding. Eén centrale voordeur voor aanmelding, toeleiding en plaatsing op het (v)so en de beoordeling en afgifte van een toelaatbaarheidsverklaring (TLV, het document dat nodig is om te starten op het (v)so). Deze twee processen vinden gelijktijdig binnen zes tot uiterlijk tien weken plaats. De daadwerkelijke plaatsing kan vertragen in verband met de beschikbare plaatsen op een school en of de problematiek past binnen het schoolondersteuningsprofiel. De grote lijnen van de nieuwe werkwijze zijn klaar en betrokkenen kunnen deze werkwijze volgen. Er is sprake van een ‘lerende invoering’.
Dit betekent dat alle betrokken partijen de komende periode intensief het traject zullen monitoren en evalueren en dat de procedure waar nodig aangepast kan worden. De grote lijnen van de nieuwe werkwijze zijn klaar en betrokkenen kunnen deze werkwijze volgen. Er is sprake van een ‘lerende invoering’. Dit betekent dat alle betrokken partijen de komende periode intensief het traject zullen monitoren en evalueren en dat de procedure waar nodig aangepast kan worden.
Doel 7: Burgerschapsontwikkeling
(v)so
Elke school heeft een pedagogisch klimaat waarin kwalitatief goed en doelgericht burgerschapsonderwijs een plaats heeft. De locatiedirecteuren en afdelingsleiders hebben een bijeenkomst gehad waarbij ze geïnformeerd zijn over de nieuwe wetgeving rond burgerschap. De CED-groep heeft een scan uitgevoerd per school en dit met de scholen besproken. In een sectoroverleg is een gezamenlijk doel op het gebied van burgerschap geformuleerd dat aansluit bij de nieuwe koers van BOOR en het burgerschapsonderwijs in de andere sectoren. Dit doel is opgenomen in het sectorjaarplan voor 2022.
Doel 8: Zorg in onderwijstijd
(v)so
We zetten stappen in het oplossen van het ‘onderwijs-zorgvraagstuk’ door (a) het inrichten van een multidisciplinair overleg en (b) het ontwerpen van een plan tot herinrichting van de onderwijs-voorwaardelijke zorg aan onze leerlingen.
25
BOOR JAARVERSLAG 2021 - BESTUURSVERSLAG
Voor het (v)so is het ‘onderwijs-zorgvraagstuk’ de grootste uitdaging voor de komende periode. Het is een complex vraagstuk dat bestaat uit veel verschillende onderliggende problemen. Intern krijgen we steeds beter zicht op de problemen. In 2021 hebben we samen met de gemeente naar het vraagstuk gekeken. De afgelopen en de komende periode doen we gezamenlijk werkbezoeken langs (v)so-scholen. Een multidisciplinaire groep mensen houdt zich inmiddels bezig met deelvraagstukken. Deze pakken we in 2022 verder op. Ook buiten BOOR vinden gesprekken plaats met ketenpartners. Daarnaast neemt BOOR deel aan een werkgroep van de gemeente en andere onderwijsaanbieders. Twee van onze scholen nemen deel aan een pilot van de ministeries van OCW en VWS. In de pilot wordt de mogelijkheid onderzocht om de inzet van zorgmiddelen tijdens onderwijstijd te stroomlijnen middels collectieve financiering. In het voorgenomen model van collectieve financiering bundelen meerdere gemeenten, zorgkantoren en zorgverzekeraars in een regio hun budgetten afkomstig uit de Jeugdwet, de Wlz, de Zvw en/of de Wmo. We hebben een plan gereed waarin het onderwijs-zorgvraagstuk binnen BOOR wordt beschreven. Dit plan is een levend document en wordt regelmatig geactualiseerd. Het is ook onderwerp van gesprek met de gemeente.