CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb003660] Raadsvoorstel over wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Rotterdam 2012

Tijdelijke commissie Fysiek (2022-2026) 8 juni 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: Buitenruimte5.077 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rotterdam, 24 mei 2022

22bo3504

Aan: de gemeenteraad

Onderwerp:

Wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Rotterdam 2012

Gevraagd besluit:

Samenvattend stellen wij u Voor de tweeëntwintigste en drieëntwintigste wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Rotterdam 2012 vast te stellen. Daarnaast wordt voorgesteld een technische wijziging door te voeren in de Verordening beperking drankverstrekking. Waarom dit voorstel?/Waarom nu voorgelegd?

Voorgesteld wordt om in lijn met de vaste verandermomenten een wijziging van de Algemene plaatselijke verordening 2012 (hierna: APV) door te voeren. Het betreft de invoering van de bevoegdheid om een alcoholoverlastgebied aan te wijzen, de invoering van een stadsbreed voederverbod en een verruiming van het artikel met betrekking tot de aanpak van woonoverlast. Het verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties (colorverbod) wordt naar aanleiding van een gerechtelijke uitspraak en ter afdoening van de toezegging overbodige verboden geschrapt (ontwerpbesluit I). Daarnaast betreft het een wijziging in de bomenparagraaf in verband met de invoering van een vergunningplicht voor de kap van bomen op particulier terrein met een stamomtrek van minimaal 361 cm gemeten op 130 cm hoogte boven het maaiveld (ontwerpbesluit II).Tot slot wordt voorgesteld een technische wijziging door te voeren in de Verordening beperking drankverstrekking (ontwerpbesluit Ill). Relatie met het coalitieakkoord/collegewerkprogramma/eerder moties en gedane toezeggingen:

aangenomen

Motie bescherm Rotterdamse bomen (20bb19123) Motie monumentale bomen beter beschermd in APV (21BB15348) Motie monumentale bomen niet kappen (21bb15350) Afdoeningsbrief moties van het college van 24 mei 2022 Motie haalbaarheid stadsbreed voederverbod (21 bb9754) Nota dierenwelzijn Actieplan rattenoverlast Advies gebiedscommissie Centrum inzake oliebollenkramen (BSD-GbRC3539800) Toezegging overbodige verboden APV (20bb18390) Brief wethouder Karremans aanbieden jaarverslag woonoverlast Toelichting: Ontwerpbesluit I

U wordt voorgesteld per 1 juli 2022 de volgende wijzigingen in de APV door te voeren.

Registratienummer cluster: BCO Portefeuillehouder: burgemeester Steller: mr. C.J. Roon, mr. M. Uka, mr. K. Waterberg

pagina 1

Introductie bevoegdheid om alcoholoverlastgebieden aan te wijzen Per 1 juli 2021 is de Drank- en Horecawet gewijzigd in de Alcoholwet. In de Alcoholwet is een nieuwe bevoegdheid opgenomen om bij verordening een gebied aan te wijzen als een zogenoemd alcoholoverlastgebied (artikel 25f van de Alcoholwet). Hier kunnen dan beperkingen gaan gelden voor de verkoop van alcohol en/of kunnen Alcoholwetvergunningen worden geweigerd. Met dit artikel is een aanpak mogelijk op gebieden met een relatief grote concentratie van alcoholverkooppunten waar alcohol prominent wordt aangeboden. De inzet van dit instrument is enkel mogelijk indien de openbare orde, de leefomgeving of de volksgezondheid in een gebied ernstig is aangetast. De aanwijzing betreft een burgemeestersbevoegdheid. Op dit moment wordt onderzocht of, na opneming van deze bevoegdheid in de APV, er voldoende onderbouwing is om Carnisse aan te wijzen als alcoholoverlastgebied. Verruiming artikel aanpak woonoverlast In artikel 2:78 van de APV is een zorgplicht opgenomen voor gebruikers en verhuurders van woningen om geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden te veroorzaken. De burgemeester kan op grond hiervan gedragsaanwijzingen geven aan overlastgevers in zowel huur- als koopwoningen en aan verhuurders.

Tot 1 januari 2021 was de gedragsaanwijzing aan verhuurders alleen mogelijk als de persoon die overlast gaf niet als ingezetene in de desbetreffende gemeente stond ingeschreven. Met de inwerkingtreding van de Wet toeristische verhuur van woonruimte (Stb. 2020, 460) op 1 januari 2021 is die beperking komen te vervallen. In verband hiermee is artikel 2:78 APV aangepast. Om woonoverlast beter tegen te gaan, geldt de zorgplicht voortaan in alle gevallen voor verhuurders van woonruimten. Dat betekent dat verhuurders zorgdragen dat vanuit de woningen die zij verhuren geen ernstige en herhaaldelijke hinder plaatsvindt. Als de verhuurder zich niet of op een verkeerde manier inzet tegen ernstige en herhaaldelijke hinder, kan de burgemeester direct een verhuurder aanspreken en hoeft de burgemeester daarvoor niet eerst de huurder te hebben aangesproken. Dit is wenselijk wanneer verschillende huurders van dezelfde verhuurder hinder hebben veroorzaakt. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn in panden waar meerdere huurders wonen of waar huurders snel wisselen. De burgemeester kan dan direct aan een verhuurder een last onder bestuursdwang of dwangsom opleggen. In de bijlage treft u ter kennisname de concept beleidsregel Wet aanpak woonoverlast in Rotterdam 2022 aan.

Indien u akkoord gaat met de voorgestelde wijziging van de APV, is de burgemeester voornemens bijgevoegde concept beleidsregel na wijziging van de APV vast te stellen. Introductie stadsbreed voederverbod Bij de behandeling van de voorjaarsnota 2021 is door uw raad een motie aangenomen waarin het college de opdracht kreeg om te onderzoeken of een stadsbreed voederverbod haalbaar is en zo ja, oni een voorstel voor te bereiden om dit in de APV. door te voeren. Met dit voorstel wordt uitwerking gegeven aan deze motie. De huidige APV gaat uit van de norm dat het voederen van dieren is toegestaan, behalve in aangewezen gebieden. Dit stelsel heeft de afgelopen jaren niet het gewenste resultaat gehad met betrekking tot het terugdringen van met name rattenoverlast. Voedsel in de openbare ruimte, vaak veroorzaakt door het voederen van dieren, is één van de

Registratienummer cluster: BCO Portefeuillehouder: burgemeester Steller: mr. C.J. Roon, mr. M. Uka, mr. K. Waterberg

pagina 2

voornaamste oorzaken van de aanwezigheid van ratten. Het terugdringen dan wel voorkomen van rattenoverlast is een wettelijke taak voor de gemeente. Een stadsbreed voederverbod is één van de instrumenten die de gemeente hiervoor inzet, naast preventie, voorlichting en bestrijding. Door het voeren van dieren overal in de stad te verbieden ontstaat er duidelijkheid voor zowel bewoners als handhavers en ontstaat er de mogelijkheid om hier zo nodig handhavend tegen te kunnen optreden. De handhaving concentreert zich op locaties waar veel overlast is van voedsel op straat dan wel plaagdieren. Het verbod geldt voor alle diersoorten. Het college heeft de bevoegdheid om categorieën van gevallen aan te wijzen voor wie het wel is toegestaan om dieren te voeren, zoals sportvissers die in het bezit zijn van een geldige VISpas of ander toestemmingsdocument. Daarnaast kan het college gebieden aanwijzen waar het voederverbod niet geldt. Dit kan enkel als aan bepaalde voorwaarden kan worden voldaan, zoals extra inzet van reiniging en/of plaagdierbeheersing en voorlichting over het op een juiste wijze voeren. Een aanwijzing van gebieden vindt in samenspraak met de wijkraden plaats. Vervroeging periode inname standplaats oliebollenverkoop

Een stand plaatsvergunning voor oliebollenverkoop mag op basis van artikel 5:21 a APV thans ingenomen worden van 1 november tot en met 31 januari. Het voorstel is om deze periode, mede op advies van de gebiedscommissie Centrum, te vervroegen naar 15 oktober tot en met 15 januari. In de coronaperiode was sprake van een verlenging / ruimere periode voor de oliebollenverkoop. Onder de (meerderheid van) ondernemers bestaat de wens om deze eerdere start structureel aan te houden. De totale periode blijft wel 3 maanden, maar verschuift naar eerder in het jaar. Overige wijzigingen:

In artikel 2:10a APV wordt toegevoegd dat een vergunning inname openbare grond ook geweigerd kan worden als het beoogd gebruik afbreuk doet aan het uiterlijk aanzien van de openbare ruimte. In artikel 2:72 APV wordt verduidelijkt dat een vergunning voor het verkopen van consumentenvuurwerk ook geweigerd kan worden bij strijdigheid met het vuurwerkvergunnirigenbeleid. In artikel 4:15 APV komt het zevende lid te vervallen. Hierdoor is het verbod om op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken indien de constructieve- of brandveiligheid in gevaar wordt gebracht of indien de handelsreclame in strijd is met redelijke eisen van welstand, ook van toepassing op bouwwerken. Afdoening toezegging Overbodige verboden APV

Tot slot is op 3 december 2020 in de gemeenteraad de toezegging gedaan om in de nieuwe collegeperiode te bekijken of er in de APV overbodige verboden zitten en voorstellen te doen om deze te verwijderen (kenmerk: 20bb18390). Bij elke APVwijziging wordt (voortaan) kritisch naar overbodige verboden gekeken en zal waar nodig de APV daarop worden aangepast. In dat kader wordt nu voorgesteld om de volgende onverbindende strafrechtelijke bepaling te schrappen, te weten:

Registratienummer cluster: BCO Portefeuillehouder: burgemeester Steller: mr. C.J. Roon, mr. M. Uka, mr. K. Waterberg

pagina 3

Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties(colorverbod): de Hoge Raad heeft op 24 december 2021 geoordeeld dat het colorverbod (artikel 2:50b jo. 2:26, derde lid, onder f, van de APV) in strijd is met het grondrecht op vrijheid van meningsuiting. Hiermee beschouwen we de toezegging met kenmerknummer 20bb18390 als afgedaan. Ontwerpbesluit II U wordt voorgesteld om per 1 juli 2022 een wijziging door te voeren in de bomenparagraaf in verband met de invoering van een vergunningplicht voor bomen op particulier terrein met een stamomtrek van minimaal 361 cm gemeten op 130 cm hoogte boven het maaiveld. Met deze wijziging wordt uitvoering gegeven aan de moties "Bescherm Rotterdamse bomen" (20bb19123), "Monumentale bomen beter beschermd in APV" (21bb15348) en "Monumentale bomen niet kappen" (21bb15350). Dit criterium is één van de criteria waarmee gemeentelijke bomen in de Bomenstructuurvisie als monumentaal worden aangemerkt. Hoewel in de Bomenstructuurvisie niet gesproken wordt over een stamomtrek van 361 cm maar over een stamdiameter van 115 cm, is gekozen voor stamomtrek, omdat deze voor iedereen te meten is. Een stamomtrek van 361 cm komt neer op een stamdiameter van 115 cm. Daarnaast is een enkele technische wijziging aangebracht, die de leesbaarheid ten goede komt.

U bent in een separate raadsbrief geïnformeerd over de afdoening van de op 17 december 2020 aangenomen motie "Bescherm Rotterdamse bomen" (20bb191230) en de op 2 december 2021 aangenomen moties "Monumentale bomen beter beschermd in APV" (21bb15348) en "Monumentale bomen niet kappen" (21bb15350). Met deze wijziging wordt tegemoet gekomen aan suggesties die de Bomenridders in een aantal brieven hebben gedaan. Onze reactie aan de Bomenridders hebben we u in afschrift toegestuurd. Ontwerpbesluit Ill Wijziging Verordening beperking drankverstrekking De Drank- en Horecawet is recent gewijzigd in de Alcoholwet. Voorgesteld wordt om in de Verordening beperking drankverstrekking een technische wijziging door te voeren zodat de artikelen in overeenstemming worden gebracht met de Alcoholwet. Financiële en juridische consequenties/aspecten: Op grond van artikel 149 Gemeentewet maakt de raad de verordeningen die hij in het belang van de gemeente nodig oordeelt. De gemeenteraad heeft op grond van haar autonome verordende bevoegdheid (149 Gemeentewet) juridisch de ruimte om bovengenoemde wijzigingen door te voeren. Handhaving van het voederverbod en de vergunningplicht voor bomen op particulier terrein met een stamomtrek van minimaal 361 cm gemeten op 130 cm hoogte boven het maaiveld vindt plaats binnen de reguliere inzet van Stadsbeheer en Stadsontwikkeling.

Registratienummer cluster: BCO Portefeuillehouder: burgemeester Steller: mr. C.J. Roon, mr. M. Uka, mr. K. Waterberg

pagina 4

De bijbehorende (drie) ontwerpbesluiten bieden wij u hierbij ter vaststelling aan.

Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,

De secretaris,

De burgemeester,

V.P.G. Karremans, l.b.

Bijlage(n):

- Ontwerpbesluit I tweeëntwintigste wijziging van de APV Rotterdam 2012 - Ontwerpbesluit II drieëntwintigste wijziging van de APV Rotterdam 2012 - Ontwerpbesluit Ill Derde wijziging Verordening beperking drankverstrekking - Concept Beleidsregel 'Wet aanpak woonoverlast in Rotterdam 2022'

Registratienummer cluster: BCO Portefeuillehouder: burgemeester Steller: mr. C.J. Roon, mr. M. Uka, mr. K. Waterberg

pagina 5

Ontwerpbesluit tweeëntwintigste verordening Rotterdam 2012

wijziging van de Algemene plaatselijke

De raad van de gemeente Rotterdam, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 24 mei 2022, 22bo3504 gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; overwegende dat het gewenst is de Algemene plaatselijke verordening Rotterdam 2012 te wijzigen; besluit Artikel I De Algemene plaatselijke verordening Rotterdam 2012 wordt als volgt gewijzigd: A De inhoudsopgave en de inhoudsopgave van de toelichting worden als volgt gewijzigd: 1. Na 'Artikel 2:48a Lachgasverbod' wordt ingevoegd 'Artikel 2:48b Alcoholoverlastgebied'. 2. 3. 4.

'Artikel 2:50b Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties' vervalt. 'Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren' wordt vervangen door 'Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren'. Na 'Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren' wordt ingevoegd 'Artikel 2:60a Verbod voeren van dieren op openbare plaats of openbaar water'.

B Aan artikel 2:10a wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel 3 door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende: 4. als het beoogd gebruik afbreuk doet aan het uiterlijk aanzien van de openbare ruimte.

C Artikel 2:26 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het derde lid vervalt onderdeel f, onder vervanging van de puntkomma aan het slot van onderdeel e door een punt. 2. Het vierde lid vervalt, onder vernummering van het vijfde lid tot het vierde lid. D Na artikel 2:48a wordt een artikel ingevoegd, luidende: 2:48b Alcoholoverlastgebied 1.

De burgemeester kan een gebied aanwijzen als alcoholoverlastgebied indien naar zijn oordeel sprake is van ernstige aantasting van de openbare orde, de leefomgeving of de volksgezondheid door het gebruik van alcohol in dat gebied.

Registratienummer cluster: BCO Portefeuillehouder: burgemeester Steller: mr. C.J. Roon, mr. M. Uka, mr. K. Waterberg

pagina 6

2.

In een overlastgebied, zoals bedoeld in het eerste lid, kan de burgemeester: a. een verbod instellen om zwak-alcoholhoudende drank in of vanuit locaties als bedoeld in artikel 18, tweede lid, of artikel 19, tweede lid, onder a van de Alcoholwet bedrijfsmatig of anders. dan om niet verstrekken, of daar beperkingen aan stellen; b. een Alcoholwetvergunning, als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet, weigeren indien naar zijn oordeel sprake is van ernstige aantasting van de openbare orde, de leefomgeving of de volksgezondheid door het gebruik van alcohol in dat gebied.

E Artikel 2:50b vervalt.

F Artikel 2:60, eerste lid, onderdeel d, vervalt, onder vervanging van '; of aan het slot van onderdeel c door een punt. G Na artikel 2:60 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

2:60a Verbod voeren van dieren op openbare plaats of openbaar water 1. 2.

Het is verboden op een openbare plaats of openbaar water dieren te voeren. Dit verbod geldt niet: a. voor personen die dieren voeren in opdracht van de beheerder van de openbare plaats of het openbaar water; b. ten aanzien van door het college aan te wijzen categorieën van gevallen; c. in door het college aan te wijzen gebieden.

H Aan artikel 2:72, derde lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel f door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende: g. niet wordt voldaan vergunningenbeleid.

aan

de

beleidsregels

zoals

opgenomen

in

het

In artikel 2:78, eerste lid, vervalt 'aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven'. J Artikel 4:15, zevende lid, vervalt, onder vernummering van het achtste lid tot het zevende lid. K Artikel 5:21 a, derde lid, onderdeel a, komt te luiden: a. oliebollen van 15 oktober tot en met 15 januari; L

Registratienummer cluster:BCO Portefeuillehouder: burgemeester Steller: mr. C.J. Roon, mr. M. Uka, mr. K. Waterberg

pagina 7

In de rangschikking van artikel 6.1, eerste lid, vervalt artikel 2:50b (verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties) en wordt ingevoegd: artikel 2:48b (alcoholoverlastgebied) en artikel 2:60a (verbod voeren van dieren op openbare plaats of openbaar water).

Artikel II De Toelichting op de Algemene plaatselijke verordening Rotterdam 2012 wordt als volgt gewijzigd: A In de toelichting op artikel 2:26 vervalt 'Voor de toelichting bij het derde lid, onderdeel f, en het vierde lid, wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 2:50b'. B Na de toelichting op artikel 2:48a wordt een toelichting ingevoegd, luidende:

Artikel 2:48b Alcoholoverlastgebied In dit artikel wordt de burgemeester de bevoegdheid toegekend om alcoholoverlastgebieden aan te wijzen. Dit artikel is gebaseerd op artikel 25f van de Alcoholwet. In sommige gebieden bevindt zich een grote concentratie van alcoholverkooppunten waar alcohol prominent wordt aangeboden. In deze gebieden veroorzaken personen onder invloed van alcohol overlast en incidenten zoals geluidsoverlast, baldadigheid, agressief gedrag, wildplassen, vervuiling en verstoring van de openbare orde. Ondanks de inzet van verschillende instrumenten en een intensieve aanpak om de veiligheid en leefbaarheid te verbeteren blijft de overlast door personen die onder invloed zijn van alcohol groot. Aan verkooppunten van zwakalcoholhoudende drank, voor gebruik elders dan ter plaatse, gelegen in zo'n alcoholoverlastgebied kan de verkoop van alcohol verboden of beperkt worden (lid 2, onder a). Ook kan in het aangewezen gebied een Alcoholwetvergunning geweigerd worden. Die weigering kan reeds zonder aanwijzing van een alcoholoverlastgebied als redelijkerwijs aangenomen kan worden dat de verstrekking van alcohol zal leiden tot verstoring van de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid.

Maar die weigering is beperkter dan het weigeren van een vergunning om de overlast, aantasting van het woon- en leefklimaat of de gezondheid als gevolg van verstrekking of verkoop van alcohol te voorkomen in een reeds belaste situatie, hetgeen het geval is op grond van lid 2, onder b. In deze gebieden kan het aantal verkooppunten worden beperkt door het weigeren van een aangevraagde vergunning. De weigeringsgronden moeten in het verlengde liggen van de gronden waarop het gebied als alcoholoverlastgebied is aangewezen. De aanwijzing van de burgemeester wordt ingetrokken indien de leefbaarheid of de openbare orde in het gebied niet meer onder druk staan.

C De toelichting op artikel 2:50b vervalt. D De toelichting op artikel 2:60 komt te luiden:

Registratienummer cluster: BCO Portefeuillehouder: burgemeester Steller: mr. C.J. Roon, mr. M. Uka, mr. K. Waterberg

pagina 8

Artikel 2:60 houden van hinderlijke of schadelijke dieren Door in het eerste lid de zinsnede "buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer" op te nemen wordt de afbakening met de Wet milieubeheer direct vastgelegd. Het kan voor de omgeving hinderlijk zijn als iemand dieren houdt. Er moet kunnen worden ingegrepen als overlast of schade voor de volksgezondheid dreigt. Dan moeten belangen worden afgewogen. Daarom is gekozen voor de constructie dat het college bevoegd wordt verklaard om de plaatsen aan te wijzen waar naar zijn oordeel het houden van bepaalde dieren overlast of schade voor de volksgezondheid veroorzaakt. Waar het college bij een aanwijzing bevoegd is verklaard daarbij nadere regels te geven inzake het houden van dieren, is er sprake van delegatie van verordenende bevoegdheid als bedoeld in artikel 156 Gemeentewet. Tevens wordt in dit verband nog gewezen worden op de Wet natuurbescherming, waarin regels worden gegevens ter bescherming van dieren. Hier is van het toepassen van de lex silencio positivo afgezien. Dit vooral omdat in gevallen waarin dit artikel wordt toegepast vaak al enig ongenoegen leeft over de in de buurt ondervonden overlast. Een van rechtswege ontstane ontheffing en daardoor weer toenemende hinder zou de sfeer niet ten goede komen.

E Na de toelichting op artikel 2:60 wordt een toelichting ingevoegd, luidende: Artikel 2:60a Verbod voeren van dieren op openbare plaats of openbaar water Het verbod op het voeren van dieren in de openbare buitenruimte is opgenomen om de verrommeling van de buitenruimte en de overlast van dieren zoals ratten, meeuwen, duiven en ganzen te verminderen. Voedsel op straat heeft een enorme aantrekkende werking op overlastgevende dieren. Het terugdringen dan wel voorkomen van rattenoverlast is een wettelijke taak voor de gemeente. Een stadsbreed voederverbod is één van de instrumenten die de gemeente hiervoor inzet, naast preventie, voorlichting en bestrijding. Door het voeren van dieren overal in de stad te verbieden ontstaat er duidelijkheid voor zowel bewoners als handhavers en ontstaat er de mogelijkheid om hier zo nodig handhavend tegen te kunnen optreden. Lid 2 beschrijft de uitzonderingen op het voederverbod. De beheerder van het betreffende gebied kan opdracht geven tot het bijvoeren van dieren, bijvoorbeeld tijdens strenge vorst. Het college heeft op grond van onderdeel b de bevoegdheid om categorieën van gevallen aan te wijzen die zijn uitgezonderd van het verbod. Ook kan het college in uitzonderlijke gevallen gebieden aanwijzen waar het wel is toegestaan om dieren te voeren (onderdeel c).

Dit kan enkel als aan bepaalde voorwaarden kan worden voldaan, zoals extra inzet van reiniging en/of plaagdierbeheersing en voorlichting over het op een juiste wijze voeren. F De toelichting op artikel 2:78 komt te luiden: 2:78 Aanpak woonoverlast Op 1 juli 2017 is de Wet aanpak woonoverlast in werking getreden (artikel 151d van de Gemeentewet). Deze wet maakt het mogelijk dat de gemeenteraad de burgemeester de bevoegdheid toekent om bij ernstige en herhaaldelijke woonoverlast gedragsaanwijzingen op te leggen aan gebruikers van een woning of erf.

Registratienummer cluster: BCO Portefeuillehouder: burgemeester Steller: mr. C.J. Roon, mr. M. Uka, mr. K. Waterberg

pagina 9

Tot 1 januari 2021 was de gedragsaanwijzing aan verhuurders alleen mogelijk als de persoon die overlast gaf niet als ingezetene in de desbetreffende gemeente stond ingeschreven. Met de inwerkingtreding van de Wet toeristische verhuur van woonruimte (Stb. 2020, 460) op 1 januari 2021 is die beperking vervallen. De zorgplicht geldt thans in alle gevallen voor verhuurders van woonruimten. Dat betekent dat verhuurders zorgdragen dat vanuit de woningen die zij verhuren geen ernstige en herhaaldelijke hinder plaatsvindt. Als de verhuurder zich niet of op een verkeerde manier inzet tegen ernstige en herhaaldelijke hinder, kan de burgemeester direct een verhuurder aanspreken en hoeft de burgemeester daarvoor niet eerst de huurder te hebben aangesproken. Tot aan de invoering van artikel 151d Gemeentewet bestond de mogelijkheid in het kader van de aanpak van woonoverlast om een bestuurlijke waarschuwing te geven of de woning van de. overlastgever tijdelijk te sluiten. In de Rotterdamse aanpak van woonoverlast werd een tussenvorm gemist. Want een bestuurlijke waarschuwing blijkt in de praktijk een (te) licht instrument en heeft vaak niet het gewenste effect. Een tijdelijke woningsluiting is daarentegen een zwaar instrument.

Woonoverlast bestaat vaak uit relatief kleine incidenten, die weliswaar een grote invloed kunnen hebben op omwonenden maar die zich niet (altijd) lenen voor een tijdelijke woningsluiting. De mogelijkheid om een gedragsaanwijzing op te leggen versterkt de Rotterdamse aanpak van woonoverlast en biedt mogelijkheden voor een maatwerkoplossing. Eerste lid Het eerste lid van artikel 2:78 bevat een zorgplicht die inhoudt dat gedragingen in of vanuit een woning of het daarbij behorende erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder mogen veroorzaken voor omwonenden. Gedragingen in de onmiddellijke nabijheid van de woning of het erf, die ernstige en herhaaldelijke hinder veroorzaken, vallen tevens onder de bepaling. De hinder moet ernstig en herhaaldelijk zijn voordat het onder deze bepaling valt. Een eenduidige definitie van hinder is niet te geven. De hinder moet worden aangetoond vanuit de Rotterdamse aanpak van woonoverlast. Er kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het draaien van luide muziek in de nachtelijke uren. Deze zorgplicht geldt voor gebruikers van een woning en/of bijbehorend erf. Er hoeft geen huurrechtelijk of eigendomsrechtelijke relatie met de woning te bestaan. Ook een regelmatige gast, een illegale onderhuurder of een kraker van de woning valt onder de bepaling. De zorgplicht geldt tevens· voor verhuurders.

Ook zij moeten zorgdragen dat de woningen die zij verhuren geen ernstige en herhaaldelijke hinder veroorzaken. Dat geldt ook als een persoon zijn of haar woning tegen betaling in gebruik geeft aan personen die niet staan ingeschreven in Rotterdam in de Basisregistratie Personen (BRP). Hier worden bijvoorbeeld personen mee bedoeld die de eigen woning te huur aanbieden via een online verhuurplatform, zoals Airbnb en Wimdu. Tweede lid Wanneer de zorgplicht wordt geschonden, kan de burgemeester een gedragsaanwijzing geven in de vorm van een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang. Uitgangspunt is dat de last proportioneel is en in verhouding staat tot de overtreding. In de last staat bijvoorbeeld omschreven welke handelingen een gebruiker van de woning en/of erf moet verrichten of moet nalaten. Er kan bijvoorbeeld worden bepaald dat de

Registratienummer cluster: BCO Portefeuillehouder: burgemeester Steller: mr. C.J. Roon, mr. M. Uka, mr. K. Waterberg

pagina 10

overtreder geen luide muziek mag draaien na een bepaalde tijd. De last kan ook een tijdelijk verbod inhouden voor een meerderjarige gebruiker om aanwezig te zijn in of bij de woning of op het erf. Het doel hiervan is dat de overlast tijdelijk stopt. Bovendien ontstaat hierdoor ruimte om te zoeken naar een definitieve oplossing en kunnen ingrijpendere maatregelen zoals een woningsluiting worden voorkomen. Het verbod om aanwezig te zijn geldt voor een periode van tien dagen en kan bij ernstige vrees voor verdere overtreding worden verlengd tot ten hoogste vier weken. De Wet tijdelijk huisverbod is van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de bepalingen die specifiek zien op huiselijk geweld. Als de verhuurder zich niet of op een verkeerde manier inzet tegen ernstige en herhaaldelijke hinder, kan de burgemeester direct een verhuurder aanspreken en hoeft de burgemeester daarvoor niet eerst de huurder te hebben aangesproken. Dit is wenselijk wanneer verschillende huurders van dezelfde verhuurder hinder hebben veroorzaakt. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn in panden waar meerdere huurders wonen of waar huurders snel wisselen. De burgemeester kan dan dus direct aan een verhuurder een last onder bestuursdwang of dwangsom opleggen.

Er kan ook een gedragsaanwijzing worden gegeven aan degene die zijn of haar woning tegen betaling in gebruik geeft aan· perso(o)n(en) die niet staan ingeschreven in Rotterdam in de BRP, en waarbij de betreffende personen ernstige en herhaaldelijke hinder veroorzaken voor omwonenden. Het tweede lid schrijft voor dat de burgemeester in beleidsregels vastlegt hoe hij invulling geeft aan zijn bevoegdheid. De wijze waarop de burgemeester gebruik maakt van de bevoegdheid is vastgelegd in de beleidslijn 'Wet Aanpak Woonoverlast in Rotterdam'. G

In de toelichting op artikel 4: 15 wordt 'In het derde lid van artikel 4:15 is de werkingssfeer van dit artikel ten opzichte van hogere regelgeving afgebakend' vervangen door 'In het vijfde en zesde lid van artikel 4: 15 is de werkingssfeer van dit artikel ten opzichte van hogere regelgeving afgebakend' en vervalt '· Indien een reclameconstructie is aan te merken als bouwwerk, is voor het plaatsen ervan een reguliere of lichte bouwvergunning vereist. Het welstandsbelang wordt dan meegewogen bij de beoordeling.' H In de toelichting op artikel 5:21a wordt 'oliebollen van 1 november tot en met 31 januari' vervangen door 'oliebollen van 15 oktober tot en met 15 januari'. Artikel Ill

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2022. Artikel IV

Dit besluit wordt aangehaald als: tweeëntwintigste wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Rotterdam 2012. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van [datum]. De griffier,

De voorzitter,

Registratienummer cluster: BCO Portefeuillehouder: burgemeester Steller: mr. C.J. Roon, mr. M. Uka, mr. K. Waterberg

pagina 11

Ontwerpbesluit drieëntwintigste wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Rotterdam 2012 De raad van de gemeente Rotterdam, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 24 mei 2022,

[nummer raadsvoorstel ] [nummer raadstuk]; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; overwegende, dat het gewenst is de Algemene plaatselijke verordening Rotterdam 2012 te wijzigen; besluit: Artikel I De Algemene plaatselijke verordening Rotterdam 2012 wordt als volgt gewijzigd: A Artikel 4: 10, tweede lid, komt te luiden: 2. In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: a. omzagen; b. rooien; c. knotten of kandelaberen; d. e.

het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben; verplanten, met uitzondering van het ter plaatse lichten of laten zakken van bomen binnen een straal van één meter.

B Artikel 4:11 wordt als volgt gewijzigd 1. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd: a. in onderdeel a wordt na 'zakelijk gerechtigde is' ingevoegd ', tenzij sprake is van een boom met een stamomtrek van minimaal 361 centimeter gemeten op 130 centimeter boven het maaiveld'. b. in onderdeel f vervalt 'deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en'. 2. Het vierde lid wordt als volgt gewijzigd: a. in de aanhef wordt na 'knotten' ingevoegd 'of kandelaberen'. b. in onderdeel b wordt na 'het' ingevoegd 'knotten of kandelaberen'.

C Artikel 4.11 b wordt als volgt gewijzigd 1. In het vijfde lid vervalt 'Daarbij kan tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet worden vervangen.'. 2. Het zesde lid vervalt, onder vernummering van het zevende en achtste lid tot het zesde en zevende lid. D Artikel 4:11d vervalt.

Registratienummer cluster: BCO Portefeuillehouder: burgemeester Steller: mr. C.J. Roon, mr. M. Uka, mr. K. Waterberg

pagina 12

Artikel II De toelichting op de Algemene plaatselijke verordening Rotterdam 2012 wordt als volgt gewijzigd:

A De toelichting op artikel 4:11 wordt als volgt gewijzigd: 1. De tekst: 'Het gestelde verbod kent een uitzondering voor bomen waarvan een natuurlijk persoon de zakelijk gerechtigde is. Dit betekent dat burgers geen kapvergunning nodig hebben voor de kap van een boom op hun eigen perceel.' wordt vervangen door: 'Het gestelde verbod kent een uitzondering voor bomen waarvan een natuurlijk persoon de zakelijk gerechtigde is, tenzij de boom een stamomtrek van minimaal 361 cm heeft, gemeten op een hoogte van 130 cm boven het maaiveld. Behoudens bomen van deze omvang hebben burgers geen kapvergunning nodig voor de kap van een boom op hun eigen perceel.' 2. De tekst: 'Deze uitzondering is neergelegd in het tweede lid van artikel 4:11. Het gestelde verbod kent een uitzondering voor bomen waarvan een natuurlijk persoon de zakelijk gerechtigde is.' vervalt. 3. De tekst: 'Dit betekent dat natuurlijke personen, eigenaren en erfpachters, geen kapvergunning nodig hebben voor de kap van bomen op hun eigen perceel.' vervalt. B De toelichting op artikel 4:11b wordt als volgt gewijzigd: Na de zin 'Er is dus geen beleidsruimte voor een gemeentebestuur indien het wordt verzocht om afgifte van een kapvergunning met het oog op het voldoen aan de ICAO-eisen.' wordt de tekst 'Het zevende lid' vervangen door "Het zesde lid'.

C De toelichting op artikel 4:11d vervalt.

Artikel Ill Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2022.

Artikel IV Dit besluit wordt aangehaald als: drieëntwintigste wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Rotterdam 2012. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van [datum]

De griffier,

De voorzitter,

Registratienummer cluster: BCO Portefeuillehouder: burgemeester Steller: mr. C.J. Roon, mr. M. Uka, mr. K. Waterberg

pagina 13

Derde wijziging Verordening beperking drankverstrekking De raad van de gemeente Rotterdam, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 24 mei 2022, [nummer raadsvoorstel] [nummer raadstuk]; gelet op de artikelen 25a en 25c van de Alcoholwet; overwegende, dat een technische wijziging van de Verordening beperking drankverstrekking noodzakelijk is vanwege de inwerkingtreding van de Alcoholwet op 1 juli 2021; besluit: Artikel I In artikel 1 van de Verordening beperking drankverstrekking wordt 'Drank- en Horecawet' telkens vervangen door 'Alcoholwet'. Artikel II In de toelichting bij de Verordening beperking drankverstrekking wordt 'Drank- en Horecawet' telkens vervangen door Alcoholwet. Artikel Ill Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het gemeenteblad waarin het wordt geplaatst.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van [datum]

De griffier,

De voorzitter,

Registratienummer cluster:BCO Portefeuillehouder: burgemeester Steller: mr. C.J. Roon, mr. M. Uka, mr. K. Waterberg

pagina 14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=ebb36dca-356b-43cf-8b13-5b1543b70a1e