[22bb003636] Afdoeningsvoorstel motie Arsieni ea over eens maar nooit weer! 21bb3741
Tekst van het document
Gemeente Rotterdam
Bezoekadres: Stadhuis Coolsingel 40 3011 AD Rotterdam Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Website: www .rotterdam.nl E-mail: bbo@rotterdam.nl Inlichtingen: Adriëtte de Lange Telefoon: 06-12443709
Aan de leden van de gemeenteraad
Portefeuillehouder: Burgemeester Dienst: Directie Veiligheid Ons kenmerk: 22bo3459 Datum: B&W 24 mei 2022 Betreft: Afdoening motie 'Eens maar nooit weer' (21bb3741)
Onderwerp:
Afdoening motie 21 bb3741 'Eens maar nooit weer'. Op welke gronden deze brief?/Waarom nu voorgelegd?
Tijdens uw vergadering van 18 maart 2021 over de coronabestrijding in de periode van 12 maart 2020 tot 1 december 2020 heeft uw raad motie 21bb3741 'Eens maar nooit weer' aangenomen. In deze brief gaan wij hier nader op in en stellen u voor de motie af te doen. Het voorstel wordt hieronder toegelicht. Relatie met het coalitieakkoord/collegewerkprogramma/begroting/eerder aangenomen moties en gedane toezeggingen:
- 21bb00351 Afdoeningsvoorstel burgemeester toezeggingen 20bb3679 en 20bb10992 over Impression Reports coronacrisis - 21 bb7134 Tussenbericht - 21bb13312 Tussenbericht - 22bb1179 Tussenbericht Toelichting:
U draagt in de motie het College op om er bij het Rijk op aan te dringen bij het evaluatieonderzoek van de Onderzoeksraad voor Veiligheid naar de coronacrisisaanpak, expliciet te onderzoeken hoe de lokale democratie in de toekomst bij een crisis met een lange doorlooptijd beter geborgd kan worden. In uw motie overweegt u dat de crisisstructuur met noodverordeningen alleen gebruikt zou moeten worden in crisissituaties waarin overleg niet mogelijk is. U geeft aan dat de langdurige GRIP 4 situatie onwenselijke gevolgen heeft gehad voor de (lokale) democratische legitimiteit van het overheidsbeleid; U vraagt om de resultaten van de genoemde evaluatie terug te koppelen.
Blad:
2/3
Zoals bekend heeft in opdracht van het Rijk de Onderzoeksraad voor Veiligheid de aanpak van de coronacrisis geëvalueerd. In de tussenberichten hebben wij u al meegedeeld dat dit onderzoek met name betrekking had op de preparatie, de governance en de crisiscommunicatie. Het effect van de coronacrisis op de positie van gemeenteraden viel buiten de reikwijdte van het onderzoek. De Tweede Kamer heeft in december 2020 aan de Raad voor het Openbaar Bestuur advies gevraagd over de impact van de coronacrisis op gemeenten en meer specifiek op de lokale democratie. Dit advies is onlangs uitgekomen en sluit aan bij uw onderzoeksvraag. U treft het aan in de bijlage. De volgende punten uit het advies zijn voor de afdoening van de motie van belang. De Raad voor het Openbaar Bestuur erkent dat er in crisissituaties een spanningsveld bestaat tussen de vereiste doorzettingsmacht voor voorzitters van veiligheidsregio's en het belang van democratische controle door gemeenteraden. Zo concludeert de Raad voor het Openbaar Bestuur op pagina 61: "De meest algemene les die de Raad trekt uit de afgelopen twee jaren is dat Nederland lang in een crisismodus heeft verkeerd. Het bestempelen van een bepaalde periode tot een crisis legitimeert het prioriteren van daadkracht boven democratische legitimiteit en rechtsstatelijkheid.
Als deze prioritering lang aanhoudt, doet dit langzaam maar zeker afbreuk aan onze democratische rechtsstaat, met onwenselijke gevolgen voor overheid en samenleving". In de eerste aanbeveling stelt de Raad voor het Openbaar Bestuur dan ook dat de minister van Justitie en Veiligheid, voorzitters van veiligheidsregio's en andere burgemeesters terughoudend dienen te zijn met het nemen van (informele) besluiten in het veiligheidsberaad en in regionale beleidsteams zonder dat deze zijn geborgd in het stelsel van democratische controle en verantwoording. Ook constateert de Raad dat gemeenteraden binnen het huidige bestel wellicht een grotere rol hadden kunnen opeisen dan dat ze gedaan hebben, door meer gebruik te maken van hun kaderstellende rol. Op pagina 35 van het advies worden voorbeelden genoemd van gemeenteraden die een eigen manier vonden om kaders te stellen en te controleren, zonder in hun ogen het bestuurlijke vermogen van het college te veel te beperken. Vanuit deze constatering beveelt de ROB op pagina. 64 gemeenteraden aan om bij een volgende soortgelijke langdurige situatie krachtdadiger kaders te stellen en te controleren.
De Raad voor het Openbaar Bestuur onderschrijft op de pagina's 8 en 32 de waarneming van uw raad dat.de Wet Veiligheidsregio's niet is toegerust op een langdurige crisis en stelt in haar aanbeveling op pagina 64 vervolgens voor om in de Wet Veiligheidsregio's een maximale termijn op te nemen voor het beleggen van bevoegdheden bij voorzitters van veiligheidsregio's en het afleggen van verantwoording over de invulling van deze bevoegdheden.
Blad:
3/3
Of het maximeren van de termijn een werkbare oplossing biedt in crisissituaties zal verder onderzocht en uitgewerkt moeten worden. Aangezien geen twee crises gelijk zijn, is het immers niet ondenkbaar dat juist een bepaalde mate van flexibiliteit wenselijk kan zijn. In het advies werkt de Raad voor het Openbaar Bestuur overigens niet verder uit volgens welke criteria bepaald kan worden wat een werkbare maximale termijn zou kunnen zijn. In de evaluatie van de Wet Veiligheidsregio's van december 2020 wijst ook de evaluatiecommissie op de problematiek van gebrekkige democratische legitimiteit bij langdurige crisissituaties en schetst welke factoren bij de afweging tussen daadkracht en democratische legitimiteit een rol zouden kunnen spelen. Op pagina 119 van de rapportage staat dat de schaal, de zwaarte en de tijdsduur van de crisis leidend zouden moeten zijn voor het niveau van democratische controle. Hieruit concluderen wij dat de commissie ten aanzien van de democratische legitimiteit een bredere afweging wil maken dan alleen de tijdsduur van een crisis. Bovendien schetst de commissie hier dat er bij verschillende typen crises verschillende niveaus van democratische controle mogelijk zijn. Een nadere uitwerking van deze schets is op dit moment nog niet voorhanden.
Wij vertrouwen erop dat wij u met de terugkoppeling van de relevante punten uit het advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur voldoende hebben geïnformeerd en stellen u voor hiermee motie 21bb3741 als afgedaan te beschouwen.
Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,
De burgemeester,
Bijlage: ROB-advies Van Crisis naar Opgave