CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb003534] Bijlage 3 behorende bij 22bb3530 over DCMR begroting 2023

Gemeenteraad 23 juni 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: Het voorstel tot vaststelling van een zienswijze met betrekking tot de ontwerpbegroting 2023 van de gemeenschappelijke regeling DCMR Milieudienst Rijnmond10.213 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Begroting 2023

DCMR

milieudienst

Rijnmond

Begroting 2023

Auteur(s) Documentnummer Datum Versie

DCMR Milieudienst Rijnmond Parallelweg 1 Postbus 843 3100 AV Schiedam T

010 - 246 80 00

F

010 - 246 82 83

E

info@dcmr.nl

W www.dcmr.nl

DCMR o.l.v. Concern Controller 22330280 31 maart 2022 0.1

Het algemeen bestuur van de DCMR Milieudienst Rijnmond, Gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur, Gelet op artikel 28 van de Gemeenschappelijke regeling DCMR Milieudienst Rijnmond BESLUIT Vast te stellen de Begroting 2023. Vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur d.d. 30 juni 2022, De voorzitter,

De secretaris,

Dhr. M. Stolk

Mevr. R. M. Thé

Begroting 2023 Blad 3 van 29

Inhoud 1

Inleiding

6

Deel 1: Beleidsbegroting

7

2

Beleidskader

7

2.1 2.2 2.3

7 9 10

3

4

5

6

Meerjarenprogramma 2021-2024 Invoering Omgevingswet Doorontwikkeling Zuid-Hollandse Omgevingsdiensten

Financieel kader

11

3.1 3.2

11 11

Financieel kader Uitgangspunten

Milieubeheer

14

4.1 4.2 4.3

14 14 15

Wat willen we bereiken? Wat gaan we daarvoor doen? Wat mag het kosten?

Bedrijfsvoering

16

5.1 5.2 5.3

16 16 17

Wat willen we bereiken? Wat gaan we daarvoor doen? Wat mag het kosten?

Paragrafen

19

6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7 6.8

19 19 20 22 23 23 24 24

Lokale heffingen Weerstandsvermogen Risicomanagement Financiële en beleidsindicatoren Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Verbonden partijen Grondbeleid

Deel 2: Financiële begroting

25

7

Overzicht van Baten en Lasten

25

8

Ontwikkeling werkplanbijdragen

27

9

Ontwikkeling financiële positie

28

Begroting 2023

Blad 4 van 29

Voorwoord Voor u ligt de begroting voor het jaar 2023 van DCMR. De begroting beschrijft welke rol DCMR in het Rijnmondgebied speelt en welke taken in opdracht van onze participanten worden uitge­ voerd, gericht op een schone, gezonde en veilige leefomgeving. Daarnaast vindt u in deze begroting de taken die DCMR bij de grote risicobedrijven uitvoert in de andere delen van ZuidHolland en in de Provincie Zeeland. Het programma Milieubeheer beschrijft in samenhang de kerntaken van DCMR: de bedrijfsge­ richte milieutaken (vergunningverlening, toezicht en handhaving), de advisering voor ruimtelijke plannen, de ondersteuning bij beleidsontwikkeling, en databeheer en monitoring. Het Beleids­ kader dat de inhoudelijke prioriteiten voor ons werk bevat, is gebaseerd op het Meerjarenpro­ gramma 2021-2024 en de Omgevingswet. In 2023 zal de Omgevingswet naar verwachting in werking treden. Samen met onze participan­ ten moeten de nieuwe werkwijzen die bij de wet horen in praktijk worden gebracht. Dat vraagt om vernieuwd samenspel tussen alle betrokken partijen en voor iedereen toegankelijke data over de milieukwaliteit in het gebied. In 2021 en 2022 is DCMR zich steeds meer aan het ont­ wikkelen tot een datagedreven organisatie en bouwen we verder aan informatie gestuurd toe­ zicht en het gebruik van digitale vergunningen waarin altijd de actuele voorschriften te vinden zijn.

De innovatie die met al deze ontwikkelingen zichtbaar wordt, onze vakmensen én onze in 50 jaar opgebouwde deskundigheid en ervaring, maken dat ik er op vertrouw dat DCMR ook ko­ mend jaar weer op een goede manier in uw opdracht kan werken aan een veilige en leefbare regio. Rosita Thé, Directeur

Begroting 2023

blad 5 van 29

1

Inleiding

Aard DCMR is als gemeenschappelijke regeling een samenwerkingsverband van de provincie ZuidHolland, gemeente Rotterdam en veertien regiogemeenten in het Rijnmondgebied. DCMR is één van de vijf regionale uitvoeringsdiensten in Zuid-Holland en verricht zijn taken voornamelijk in het Rijnmondgebied. Voor een aantal taken heeft de DCMR een groter werkgebied, zoals bij de uitvoering van Brzo taken voor de Provincies Zeeland en Zuid-Holland, de meldkamer en bij de landelijke BRZO-coördinatie. In het vervolg van deze begroting wordt echter steeds gespro­ ken over het Rijnmondgebied, wanneer het over het werkgebied gaat. De rol en taakuitvoering van de DCMR wordt bepaald door de opdrachten die door de partici­ panten bij de DCMR zijn belegd. Deze opdrachten hebben betrekking op uitvoering van het door hen vastgestelde milieubeleid, binnen de daartoe beschikbaar gestelde middelen. De DCMR is dan ook vergelijkbaar met een onderdeel van een gemeente of provincie, dat de uit­ voering verzorgt van het programma milieu door het leveren van producten en diensten die moeten bijdragen aan het realiseren van vastgestelde milieudoelstellingen. In termen van het Besluit Begroten en Verantwoorden 2004 (hierna: BBV) moet deze begroting van de DCMR daarom worden gezien als informatie voor de sturing van de uitvoering (uitvoeringsinformatie).

Doel De begroting biedt inzicht in de werkzaamheden van de DCMR en het financiële kader waar­ binnen deze worden verricht. Conform de BBV is deze begroting ingedeeld in de programma’s Milieubeheer en Bedrijfsvoering. Het programma Milieubeheer bevat alle bedrijfsgerichte activi­ teiten, zoals reguleren, inspecteren en handhaven, maar ook de ruimtelijke adviestaken en de activiteiten voor verbetering en bewaking van leefomgevingskwaliteit. In de dagelijkse uitvoe­ ring wordt verbinding gemaakt tussen de activiteiten om ervoor te zorgen dat het "bedrijf in zijn omgeving" wordt benaderd en de gebiedsgerichte kennis en taken worden gecombineerd met de bedrijfsgerichte uitvoering. Het programma Bedrijfsvoering bevat alle activiteiten die het programma Milieubeheer ondersteunen. De begroting heeft ten aanzien van de uit te voeren werkzaamheden een kaderstellend en richtinggevend karakter. De concrete invulling van de uit te voeren werkzaamheden wordt per participant in de werkplannen 2023 vastgelegd. Leeswijzer De begroting is ingedeeld in overeenstemming met de richtlijnen die zijn neergelegd in de arti­ kelen 7 t/m 23 van het BBV. Dit heeft tot gevolg dat deze begroting uit twee delen bestaat.

Het eerste deel, de beleidsbegroting, bestaat uit de volgende onderdelen: Beleidskader (hoofdstuk 2); schetsen DCMR beleidsmatige ontwikkelingen Financieel kader (hoofdstuk 3); toelichting afrekensystematiek en financiële uitgangspunten Programmaplan (hoofdstukken 4 en 5); programmaplan Milieubeheer en Bedrijfsvoering Paragrafen (hoofdstuk 6); inzicht bedrijfsvoering en weerstandsvermogen Het tweede deel, de financiële begroting, bestaat uit de volgende onderdelen: Overzicht van baten en lasten 2022 (hoofdstuk 7). Ontwikkeling van de baten 2020 - 2022 (hoofdstuk 8). Ontwikkeling van de financiële positie van de DCMR (hoofdstuk 9).

Begroting 2023

Blad 6 van 29

Deel 1: Beleidsbegroting 2

Beleidskader

Het Rijnmondgebied wordt gekenmerkt door een grote bevolkingsdichtheid en een sterke con­ centratie van bedrijven en grote industrie. De bestuurlijke ambitie van de regio is erop gericht dat de ontwikkeling als economische topregio hand in hand gaat met behoud en verbetering van de leefkwaliteit en veiligheid. De regio verwacht een consequente en continue aandacht voor een gezond leefklimaat en veilige woon- en werkomgeving. Dat vergt een professioneel toezicht op en regulering van bedrijvigheid in de regio. Om de ambities te verwezenlijken en alle functies in dit drukke gebied te combineren, is een adequate ruimtelijke planvorming cruci­ aal. Ons uitgangspunten zijn onze missie en visie. De missie van DCMR Wij werken aan een schone, gezonde en veilige leefomgeving; wij reguleren de bedrijvigheid in onze regio. We zien erop toe dat bedrijven veilig werken en zich aan milieuwet- en regelgeving houden. Daarnaast adviseren we met als doel een toekomst vast, veerkrachtig gebruik van onze leefomgeving. De visie van DCMR > Wij zijn de omgevingsdienst van de provincie Zuid-Holland en de gemeenten in het Rijn­ mondgebied. Wij zijn toonaangevend in Nederland en voeren ook taken uit buiten onze re­ gio. > Wij zijn een deskundige organisatie waarin professionals worden uitgedaagd en zelf ver­ antwoordelijkheid nemen voor hun werk en hun ontwikkeling.

> Wij realiseren ambities van onze opdrachtgevers in verbinding met de omgeving. Wij zijn open en toegankelijk. > Onze inzet is efficiënt en effectief. We zetten innovatie en technologie in om ons werk op­ timaal uit te voeren. 2.1

Meerjarenprogramma 2021-2024

In december 2020 is in het Algemeen Bestuur van DCMR het Meerjarenprogramma 2021 2024 (MJP) vastgesteld. In het MJP is beschreven op welke wijze DCMR invulling geeft aan het realiseren van beleidsdoelstellingen van de opdrachtgevers. Deze invulling bestaat uit de inzet van VTH- en ruimtelijke- en adviesinstrumenten. Om doelen te behalen of risico’s te be­ heersen wordt daarnaast, waar nodig extra focus gelegd op bepaalde aandachtsgebieden. Hiervoor zijn in het MJP dertien focuspunten benoemd, waaraan tijdens de looptijd van het MJP extra aandacht wordt besteed. Per focuspunt zijn doelstellingen geformuleerd op het te bereiken effect in de leefomgeving. Ook zijn de activiteiten opgenomen die bijdragen aan het realiseren van deze doelen. Dit maakt het MJP een instrument dat bijdraagt aan de sterke koppeling tussen beleidsvorming en -uitvoering. Daarnaast wordt met het MJP voldaan aan de regels voor de beleidscyclus uit het Besluit omgevingsrecht. Hierin is vastgelegd dat voor overgedragen milieutaken (door provincie en gemeenten) een uniform uitvoerings- en handhavingsbeleid moet worden vastgesteld. Dit beleid moet gebaseerd zijn op een risico- en omgevingsanalyse. Het MJP geeft hieraan uitvoe­ ring en zorgt voor een risicogerichte programmering van de basistaken. Voor het realiseren van de doelstellingen werkt DCMR effectgestuurd.

De keuze voor de focuspunten is gebaseerd op drie criteria: Ze leveren een bijdrage aan de maatschappelijke doelen veiligheid, gezondheid, leefbaarheid en duurzaamheid; Ze zijn van bestuurlijk belang voor de opdrachtgevers;

Begroting 2023

blad 7 van 29

Ze weerspiegelen gezamenlijk de problematiek van meerdere opdrachtgevers. Op basis van een omgevingsanalyse en een risicoanalyse zijn voor de periode 2021-2024 de volgende focuspunten in het MJP benoemd: Opgave

Thema

Focuspunt

Veiligheid

Veiligheid

Procesveiligheid in de industrie

Veiligheid

Veiligheid

Beperken gevolgen incidenten bij calamiteiten

Veiligheid

Veiligheid

Veilige opslag en verwerking van gevaarlijke stoffen

Ondermijning

Ondermijning

Crimineel gedrag en ondermijning door bedrijven voorkomen

Leefbaarheid

Geur

Geurhinder voorkomen

Leefbaarheid

Geluid

Geluid- en trillinghinder voorkomen

Lucht, afvalwater,

Uitstoot van zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) ver­

afval, bodem

minderen

Gezondheid

Lucht

Uitstoot van fijnstof en stikstof verminderen

Gezondheid

Asbest

Gezondheidsrisico's m.b.t. asbest voorkomen

Duurzaamheid

Energie

Energieverbruik verminderen

Duurzaamheid

Energie

Gezondheid

Energietransitie: meer duurzame energie/nieuwe brandstoffen toepassen

Duurzaamheid

Bodem

Duurzaamheid

Afval

Aanwezigheid van schadelijke stoffen in de bodem voorkomen Circulaire economie

De primaire taak van de DCMR is het werken aan een veilige, gezonde en schone leefomge­ ving. Duurzaamheid krijgt in het MJP een sterkere nadruk met focuspunten op energiebespa­ ring, energietransitie, het voorkomen van schadelijke stoffen in de boden en bijdragen aan een circulaire economie. Landelijke kaders en regionale beleidsambities (van provincie en gemeenten) zijn als vertrek­ punt meegenomen in de uitwerking van de focuspunten. Het MJP is gericht op voorkomen, beheersen, verbeteren en verbinden. Samenwerking met provinciale en gemeentelijke (duurzaamheid)programma’s krijgt daarmee meer aandacht. In 2021 en 2022 is veel aandacht besteed aan het opstellen van de monitoring van de dertien focuspunten en de digitalisering daarvan. Daarnaast is onder de leiding van een regieteam MJP een start gemaakt om het MJP (verder) in te bedden in de bestaande stuurinformatie van DCMR. Hiermee zijn stappen genomen om het MJP breder onder de aandacht te brengen en nadrukkelijk onderdeel te maken van bestaande werkwijzen binnen DCMR. Tevens zijn in 2022 voorbereidingen getroffen om het MJP en de dertien gekozen focuspunten te herijken en wordt het MJP opgenomen in het Uitvoeringsbeleidsplan (UP). De focuspunten in het MJP zijn in 2020 vastgesteld met de opdrachtgevers. In twee jaar tijd kunnen de opgaven en belangen van de opdrachtgevers zijn gewijzigd.

Om hier in het MJP voldoende ruimte, aandacht en flexibiliteit voor te creëren, vindt op basis van monitoring van de huidige focuspunten bijstelling en waar nodig herijking plaats. Eind 2022 moet het resultaat van de herijking bekend zijn. Mogelijk zorgt dit in 2023 voor een aanpassing in de focuspunten voor de resterende looptijd van het MJP. Naast de herijking van de focuspunten wordt nagegaan of de verschillende taken en aandachtgebieden binnen DCMR voldoende in het MJP zijn opgenomen. De huidige focuspunten rich­ ten zich veelal op VTH-taken. Sinds 2021 werkt DCMR voor een aantal grote opgaven pro­ grammatisch. Daarnaast krijgt (ruimtelijke) advisering in het huidige MJP minder aandacht.

Begroting 2023

Blad 8 van 29

Voor deze en andere onderwerpen wordt bekeken of deze in samenspraak met de opdracht­ gevers een grotere plek binnen het MJP kunnen krijgen. 2.2

Invoering Omgevingswet

Op dit moment is er nog geen definitieve zekerheid over het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet, vandaar dat we ook in de Begroting 2023 dit als beleidskader meenemen. De inwerkingtreding is nu voorzien op 1 januari 2023. Een herhaald uitstel zal leiden tot extra kosten die vooralsnog niet zijn begroot. De invoering van de Omgevingswet heeft impact op de taken van de DCMR. Om deze veran­ deringen zo goed mogelijk voor te bereiden is sinds enkele jaren een programmateam Omge­ vingswet actief. Vanaf 1-1-2022 is dit programma gestopt en zijn de werkzaamheden in de lijn belegd. Dit proces wordt aangestuurd door een aparte beheergroep die de voortgang bewaakt en monitort. De belangrijkste (beleidsmatige) veranderingen voor de DCMR betreffen de volgende zaken: » de aanpassing van de primaire werkprocessen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het in­ regelen van de systemen vanwege de nieuwe producten/instrumenten (denk aan de inkorting van de behandelingstermijn van een omgevingsvergunning van 26 naar 8 weken, de inregeling van de (provinciale) omgevingstafel, het aanpassen van alle sja­ blonen). Zo zal ook de Omgevingswet in ons zaaksysteem worden meegenomen. » Ook wordt op dit moment gewerkt aan de aanpassing van de producten- en diensten­ catalogus, veel producten heten straks immers anders of kennen een andere opzet.

» De aanpassing van inhoudelijke kennis en vaardigheden van de DCMR medewerkers aan de vereisten van de Omgevingswet. DCMR gaat (in principe) uit van een budget neutrale overgang naar de Omgevingswet. Dit geldt voor de reguliere basis VTH-taken, maar ook de adviesproducten die de DCMR voor haar deelnemers maakt. Er is echter een belangrijke uitzondering op bovengenoemd uitgangspunt. Voor de specifieke advisering op de (milieu-)thema’s bodem, (externe) veiligheid en geluid is nog onvoldoende duidelijk wat de financiële consequenties zijn en welke afspraken op landelijk niveau over de financiering worden gemaakt. Voor wat betreft het onderwerp ‘bodem’ gaat het om overgang van de bodemtaken (van provincie naar gemeenten) waartoe ook een aantal VTH- en advies­ taken behoort. Onduidelijk op dit punt is nog welke afspraken op landelijk niveau worden ge­ maakt om deze nieuwe taak van gemeenten te financieren. In deze begroting zijn de financiële consequenties hiervan nog niet meegenomen. Op dit moment wordt ook nog onderzocht wat de omvang van de verwachte financiële conse­ quenties zijn van de wijzigingen voor de thema’s externe veiligheid en geluid. Verwacht wordt dat de veranderingen in ieder geval beperkter zijn dan voor het thema bodem.

Tenslotte wordt rekening gehouden met frictiekosten in de eerste maanden na inwerkingtreding van de wet (wennen aan nieuwe instrumenten, andere werkwijzen etc.). De verwachting is op dit moment dat deze frictiekosten binnen de huidige begroting kunnen worden opgevangen. Concluderende, er is nu nog geen totaal inzicht van de financiële effecten van de invoering van de Omgevingswet. Om die reden is in de financiële kaders van de provincie en de gemeenten (nog) geen rekening gehouden met de Omgevingswet. DCMR gaat vooralsnog vanuit dat de invoering van de Omgevingswet geen nadelig effect zal hebben op hoogte van de totale DCMR Begroting 2023 en binnen het totale financieel kader zal kunnen worden ingepast. Wanneer over de uitvoering meer duidelijkheid is en meer concrete afspraken zijn gemaakt over de fi­ nanciële impact zal dit na afstemming in een begrotingswijziging 2023 worden verwerkt.

Begroting 2023

blad 9 van 29

2.3

Doorontwikkeling Zuid-Hollandse Omgevingsdiensten

In 2021 is in opdracht van het college van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland een onder­ zoek uitgevoerd naar de doorontwikkeling van de VTH-uitvoering door de vijf Zuid-Hollandse omgevings-diensten. Het rapport concludeert dat een toekomstbestendige uitvoering van VTHtaken vraagt om intensievere samenwerking tussen de vijf diensten. Nieuwe maatschappelijke opgaven, innovatie van werkwijzen en opbouw van nieuwe expertise vragen van alle omge­ vingsdiensten extra inzet, en daarbij is onderlinge samenwerking vereist. De gezamenlijke be­ stuurders van de omgevingsdiensten hebben op basis hiervan een opdracht geformuleerd voor intensivering van de samenwerking. De focus ligt in eerste instantie op arbeidsmarktcommuni­ catie en digitalisering. De vijf diensten gaan, gelet op de krapte op de arbeidsmarkt, meer sa­ menwerken op het gebied van arbeidsmarktcommunicatie, werving en trainee-programma’s. Daarnaast wordt de opgave van digitalisering gezamenlijk opgepakt, waaronder de uitwisseling van VTH-data en het provincie breed ontwikkelen van de altijd actuele digitale vergunning (AADV). Deze inhoudelijke samenwerking wordt ingevuld binnen de bestaande begrotingska­ ders. Indien deze doorontwikkeling leidt tot een wijziging van de financiële inzet zal dit via de gebruikelijke weg van een begrotingswijziging worden voorgelegd aan het bestuur.

Begroting 2023

Blad 10 van 29

3

Financieel kader

In dit hoofdstuk wordt weergegeven binnen welk financieel kader de beleidsinzet uit het vorige hoofdstuk wordt uitgevoerd. 3.1

Financieel kader

In onderstaande tabel wordt inzicht gegeven in meerjarige financiële kaders van participanten: Tabel 1 Meerjarenraming

Kader 2023

Gemeente Albrandswaard

e

385.773 e

385.773 e

385.773 e

385.773

Gemeente Barendrecht

e

735.361

735.361

735.361

e

735.361

Gemeente Capelle a/d IJssel

e

576.884 e

576.884 e

576.884 e

576.884

Gemeente Goeree-Overflakkee

e

1.680.112 e

1.680.112 e

1.680.112 e

1.680.112

Gemeente Krimpen a/d IJssel

e

546.122 e

546.122 e

546.122 e

546.122

Gemeente Lansingerland

e

1.642.367 e

1.642.367 e

1.642.367 e

1.642.367

Gemeente Maassluis

e

491.689 e

491.689 e

491.689 e

491.689

Gemeente Nissewaard

e

1.166.322 e

1.166.322 e

1.166.322 e

1.166.322

Gemeente Ridderkerk

e

1.013.184 e

1.013.184 e

1.013.184 e

1.013.184

Gemeente Schiedam

e

1.649.196 e

1.649.196 e

1.649.196 e

1.649.196

Gemeente Vlaardingen

e

1.869.719 e

1.869.719 e

1.869.719 e

1.869.719

Gemeente Voorne aan Zee

e

1.818.515 e

1.818.515 e

1.818.515 e

1.818.515

Gemeente Rotterdam

e 21.539.589 e 21.539.589 e 21.539.589 e 21.539.589

Provincie Zuid-Holland

e 29.137.110 e 29.137.110 e 29.137.110 e 29.137.110

Provincie Zeeland

e 3.333.777 e 3.333.777 e

3.333.777 e

3.333.777

Projecten

e 8.638.228 e 8.638.228 e

8.638.228 e

8.638.228

Totaal participanten

e 76.223.947 e 76.223.947 e 76.223.947 e 76.223.947

3.2

Kader 2024

e

Kader 2025

e

Kader 2026

Uitgangspunten

Bovenstaand financieel overzicht is gebaseerd op de volgende uitgangspunten en aannames: 1. Voor het structurele financiële kader van de gemeenten wordt rekening gehouden met een indexering van + 4,8/ op de werkplanbijdragen in overeenstemming met de Indexeringsbrief Gemeenten. Deze indexering wordt door de deelnemende gemeenten vastgesteld op basis van de voorstellen van de Financiële Werkgroep Sturing Gemeenschappelijke Rege­ lingen. De basisindex 2023 bedraagt: 19/0 en de correctie 2,9/. De indexering zal worden toegepast over de structurele componenten van de gewijzigde begrotingsbijdragen 2022 van de gemeentelijke participanten. Incidenteel toegekende budgetten en eventuele finan­ cieringen vanuit voorschotten worden hierin niet meegenomen. 2. Bij de bepaling van het financieel kader van de provincie wordt rekening gehouden met de uitgangspunten van de Indexeringsbrief Provincie. In deze brief heeft de provincie aange­ geven het kader voor de loonkosten aan te passen op basis van de loonvoetontwikkeling sector overheid 2,3/ en het kader voor de materiële kosten te indexeren aan de hand van Begroting 2023

blad 11 van 29

de nationale consumentenindex CPI 1,97. Het gewogen gemiddelde van deze twee indi­ ces is 2,207. Het gewogen gemiddelde wordt als volgt bepaald: De loonvoetontwikkeling (2,37) telt voor 76,27 mee en de CPI (1,97) voor 23,807o. Deze indexering wordt toege­ past op het urendeel van het werkplan PZH. Het materiële deel van het werkplan wordt geindexeerd met de CPI. De indexeringen zullen worden toegepast over de structurele com­ ponenten van de gewijzigde begrotingsbijdrage 2022 van de provincie Zuid-Holland. Inci­ denteel toegekende budgetten en eventuele financieringen vanuit voorschotten worden hierin niet meegenomen. 3. In 2021 hebben de Directeuren van de Omgevingsdiensten van Zuid-Holland een be­ stuurlijke opdracht gekregen, gericht op samenwerken langs vijf lijnen. Het mogelijke fi­ nanciële effect is nog onbekend. Eventuele effecten kunnen in Begrotingswijzigingen mee­ genomen kunnen worden. 4. DCMR streeft naar een zo efficiënt mogelijk ingerichte bedrijfsvoering. Enkele speerpun­ ten zijn digitalisering en datagedreven werken, duurzaam inkopen, beheersing van de kos­ ten externe inhuur voor ondersteunende taken. Zo ook HRM beleid: strategisch perso­ neelsbeleid en het streven naar een inclusieve organisatie met creëren van participatiebanen en stageplekken. 5.

In de financiële kaders van de provincie en gemeenten is (nog) geen rekening gehouden met de (mogelijke) financiële consequenties als gevolg van de invoering van de Omgevingswet aangezien op dit moment hierover nog onvoldoende duidelijkheid is en onzeker­ heid heerst over datum van invoering. DCMR gaat vooralsnog vanuit dat de invoering van de omgevingswet geen nadelig effect op de hoogte van de totale begroting 2023 zal heb­ ben en binnen het totale financieel kader zal kunnen worden ingepast. Wanneer over de uitvoering meer duidelijkheid is en meer concrete afspraken zijn gemaakt over de financiële impact zal dit na afstemming in een begrotingswijziging 2023 worden verwerkt. Mogelijk kan het de eerste jaren leiden tot een financieel effect na implementatie. 6. In de financiële kaders is nog geen rekening gehouden met de wijzigingen (agv Omge­ vingswet) op het gebied van bodem- en grondwatertaken. De financiële impact hiervan zal worden meegenomen in de 1e begrotingswijziging 2023 7. DCMR voorziet voortdurende noodzaak tot het uitvoeren van projecten om de bedrijfsvoe­ ring up-to-date te houden. In het AB van december 2019 is besloten om hiervoor jaarlijks C 1 mln. in te passen in de exploitatiebegroting. Qua technische verwerking is in het bestuur afgesproken om wel met een bestemmingsreserve te blijven werken.

Hoofdzakelijk omdat projecten vaak over jaargrenzen heen lopen en zo een goede sturing en bestuurlijke ver­ antwoording kan worden geborgd. In de begroting wordt een dotatie van C 1 mln. aan de bestemmingsreserve per jaar opgenomen. Op basis van actueel inzicht wordt jaarlijks een onttrekking begroot. Omdat het gaat over bedrijfsvoering projecten en niet over inhoudelij­ ke innovatie/andere taken zal de onttrekking als totaalbedrag worden opgenomen in de begroting. Uiteraard wordt de begrote onttrekking en gerealiseerde onttrekking wel aan het bestuur voorgelegd. 8. De bijdragen voor de overige dienst brede projecten (I2, Ranomos, SKP, WeNose, Cri­ sisbeheer en MOI) zullen worden geïndexeerd met de verwachte tariefontwikkeling voor 2023. 9. De omvang van de externe projectenportefeuille (additionele projecten) is altijd onzeker en blijft een inschatting. Hier is rekening gehouden met een indexatie aangezien voor deze projecten de tariefstelling zal worden gehanteerd die wordt vastgesteld in het AB van DCMR op 30 juni 2022. 10. De prijsindexering van de provincie Zeeland voor de uitvoering van de BRZO taken is op dit moment begroot op 17. De provincie beslist hier op 1 juli 2022 definitief over. Voor de taakuitvoering in Zeeland wordt de tariefstelling gehanteerd die wordt vastgesteld in het AB van DCMR op 30 juni 2022. 11.

De ontwikkeling van de bijdragen van participanten in de meerjarenraming zijn onzeker en moeten nader worden onderzocht, zodoende eventuele effecten mee te kunnen nemen in de meerjarenraming. 12. In de begroting 2023 wordt uitgegaan van een ‘regulier’ begrotingsjaar waarbij eventue­ le consequenties van de Corona pandemie, binnen de huidige financiële kaders worden opgelost, tenzij specifiek beschreven bijvoorbeeld CAO. 13. De begroting is opgezet conform de financiële regelgeving BBV.

Begroting 2023

Blad 12 van 29

14. Als gevolg van de herindeling zullen de gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne per 1 januari 2023 gezamenlijk de gemeente Voorne Aan Zee vormen. In de Be­ groting 2023 zal Voorne Aan Zee als één gemeente worden gekenmerkt, welke een optel­ ling is van de huidige drie gemeenten.

Begroting 2023

blad 13 van 29

4

Milieubeheer

DCMR geeft uitvoering aan haar werkzaamheden in een samenhangend programma Milieubeheer, waarin al haar primaire VTH- en advieswerkzaamheden zijn ondergebracht. In dit hoofdstuk wordt aangegeven welke werkzaamheden binnen het programma Milieubeheer cen­ traal staan. 4.1

Wat willen we bereiken?

In hoofdstuk 2 is het DCMR beleidskader beschreven, waarin staat wat DCMR uiteindelijk wil bereiken. De exacte uitwerking daarvan wordt, binnen de kaders van de werkplannen, vertaald in een uitvoeringsprogramma volgens de hoofdlijnen die in de volgende paragraaf worden be­ schreven 4.2

Wat gaan we daarvoor doen?

DCMR is een omgevingsdienst op het gebied van Vergunningverlening, Toezicht en Handha­ ving (VTH) en Advies en Monitoring. DCMR is te karakteriseren als een uitvoeringsorganisatie, welke handelt in opdracht van en voor haar financiers (participanten en externen). DCMR heeft drie hoofdtaken Vergunningverlening We maken omgevingsvergunningen voor bedrijven in opdracht van gemeenten en provincies. In de vergunningen leggen we vast aan welke eisen een bedrijf moet voldoen, bijvoorbeeld wat betreft het minimaliseren van de uitstoot van stoffen in de lucht, het voorkomen van geluidhin­ der en het waarborgen van de veiligheid. DCMR verleent vergunningen aan nieuwe bedrijven (oprichtingsvergunningen), en aan bedrijven waarvan de activiteiten of processen zijn veran­ dert (revisievergunningen). Toezicht en handhaving DCMR houdt toezicht op de bedrijven in de Rijnmondregio. We onderzoeken overlast, brengen risico’s in kaart en voeren bedrijfscontroles uit. De Meldkamer van DCMR, die 24 uur per dag bereikbaar is, ontvangt meldingen van bewoners en bedrijven en bepaalt welke vervolgactie nodig is. Inspecties organiseren we zowel branchegericht als gebiedsgericht. DCMR onder­ zoekt dan de fysieke installaties en voorzieningen van bedrijven, maar ook de veiligheidscul­ tuur en de systemen voor milieuzorg. Inspecties vinden zowel aangekondigd als onaangekon­ digd plaats.

Toezicht en Handhaving worden risico gestuurd en datagedreven aangepakt. Het doel van toezicht is ervoor te zorgen dat bedrijven de regels naleven. Om dat te bereiken, maakt het Toezicht lab van DCMR steeds meer gebruik van gedragswetenschappelijke inzich­ ten, monitoring op afstand en snelle analyse van grote hoeveelheden data. Datagedreven wer­ ken in het toezicht zorgt ervoor dat we een beter beeld hebben waar de risico’s zijn, en daar­ door kunnen we de inspecteurs inzetten waar dat het meest nodig is. Advies en monitoring DCMR geeft advies aan gemeenten en provincies over beleid en ruimtelijke planprocessen. Daarbij is het altijd de uitdaging om duurzame ontwikkeling te realiseren en de omgevingskwa­ liteit te verbeteren, met oog voor de balans tussen milieu, economie en ruimte. In de ontwikke­ ling van de adviestaken van DCMR wordt een nadrukkelijk accent gelegd bij de aansluiting op de maatschappelijke opgaven van de opdracht gevende gemeenten en provincies. DCMR zet daarvoor de eigen kennis en ervaring in op het gebied van veiligheid, bodem, lucht, geluidhin­ der en energie. DCMR draagt bij aan omgevingsplannen en -visies en adviseert over de transi­ tie naar een circulaire en klimaat neutrale economie. Onder andere met meetpunten voor de luchtkwaliteit let DCMR voortdurend op de milieukwaliteit en rapporteert hierover.

Begroting 2023

Blad 14 van 29

Binnen deze drie hoofdtaken zoekt DCMR naar verbetering via het uitvoeren van specifieke projecten en programma’s (vb. Altijd Actuele Digitale Vergunning, Datagedreven organisatie) en voorbereiding op nieuwe taken (circulaire economie en energie transitie) binnen het VTH en Advies en Monitoring domein. Uiteindelijk is alles wat DCMR doet gericht op onze missie om te werken aan een schone, ge­ zonde en veilige leefomgeving. Kritisch proces indicatoren Voor het VTH instrumentarium zijn met participanten de kritische proces indicatoren afgespro­ ken, zoals opgenomen in onderstaande tabel. Over deze indicatoren zal gerapporteerd worden in het jaarverslag. Omschrijving 1 2 3

Op tijd verlenen van vergunningen regulie­ re procedures Op tijd verlenen van vergunningen uitge­ breide procedures Uitvoeren actualisatieprogramma

4

Uitvoeren inspectieprogramma

5

Opvolgen sanctiematrix

4.3

Indicator

Doel

/o afgeronde besluiten binnen wettelijke ter­ mijn /o afgeronde besluiten binnen wettelijke 1 afgesproken termijn /o vergunningen geac­ tualiseerd conform programma /o uitgevoerde contro­ les conform de jaarlijks bijgestelde planning voor de branches /o uitgevoerde acties conform de sanctiematrix

Streef­ waarden

Voorkomen dat vergunningen van rechtswege worden ver­ leend (Lex Silencio Positivo) Op tijd eisen en maatregelen vastleggen tbv adequaat toezicht Het vergunningenbestand actueel houden

100 0/

85 0/ 100 0/

Programmatisch (preventief) toezicht risicogericht uitge­ voerd, gericht op verbeteren naleefgedrag en beperken ernstige milieuovertredingen Voortvarende aanpak van de handhaving

100 0/

100 0/

Wat mag het kosten?

De financiële omvang van het programma Milieubeheer is bepaald aan de hand van de jaarre­ kening 2021, de vastgestelde werkplannen 2022 (gewijzigde begroting), voortschrijdend inzicht en het financieel kader 2023. Het programma Milieubeheer wordt enerzijds ingevuld vanuit de werkplannen en werkplanprojecten van de participanten en anderzijds door additionele pro­ jecten, die door participanten en niet-participanten worden gefinancierd. Tabel 2 Programma Milieubeheer

(x C 1.000)

Begroting 2023

Primaire Begroting 2022

1e wijziging Begroting 2022

Jaarverslag 2021

C

49.471

C

50.031

Taakveld: milieubeheer

Resultaat programma Milieubeheer

- Baten C

49.535

C

49.382

- Lasten C

49.535

C

49.382

C

49.581

C

50.159

C

-

C

-

C

-110

C

-128

De begroting is een indicatie voor de omvang van het programma. Tijdens de werkplanbesprekingen worden concrete afspraken gemaakt over de invulling en financiële omvang.

Begroting 2023

blad 15 van 29

5

Bedrijfsvoering

DCMR geeft uitvoering aan haar werkzaamheden in een samenhangend programma Milieubeheer. Afdeling Bedrijfsvoering ondersteunt en is onderdeel van het primaire proces. In dit hoofdstuk wordt aangegeven welke werkzaamheden in 2023 binnen het programma Be­ drijfsvoering centraal staan. 5.1

Wat willen we bereiken?

De afdeling Bedrijfsvoering heeft zich en zal zich de komende jaren blijven ontwikkelen. De afdeling Bedrijfsvoering bestaat niet alleen uit overhead kosten, maar zal zich meer en meer direct in het domein begeven van de uitvoering van de primaire processen bijvoorbeeld op het vlak van communicatie en data management. Bedrijfsvoering wil in 2023 de volgende grote doelen bereiken: Z Het vergroten van zichtbaarheid DCMR Z Het borgen van de invoering van het in 2022 ingevoerde hybride werken Z Het blijven inzetten op vakinhoudelijke en persoonlijke ontwikkeling Z Het borgen van de datagedreven organisatie Z Het doorontwikkelen en updaten van het applicatie landschap Z Het efficiënter maken van de Planning & Control cyclus, zowel voor onze medewerkers als participanten De exacte uitwerking van de Bedrijfsvoering plannen zullen binnen de geldende kaders worden opgesteld in samenspraak met het programma Milieubeheer. 5.2

Wat gaan we daarvoor doen?

Zichtbare DCMR Het Communicatiehuis is het strategisch fundament van de verdere doorontwikkeling van het zichtbaarder maken van DCMR. DCMR zet in om duidelijk haar Corporate Identity uit te dragen waarmee DCMR zichtbaar en in verbinding is met haar omgeving. Daarnaast zal ingezet wor­ den op cross mediaal communiceren van zowel medewerkers als specifieke DCMR onderwer­ pen. Hybride werken In 2022 is DCMR gestart met het hybride werken, waarin medewerkers plaats- en tijdonafhankelijk werken. Het hybride werken is niet even geborgd en zal in 2023 veel aandacht nodig hebben op aspecten van bijvoorbeeld cultuur, kaderstelling en leiderschap. Medewerker Ontwikkeling DCMR medewerkers zijn de spil en de kracht van onze organisatie en daarom investeert DCMR nog meer in de (kennis) ontwikkeling van de medewerkers. De verantwoordelijkheden worden laag in de organisatie gelegd en dit vraagt leiderschap van medewerkers én manage­ ment. Daarnaast is de focus op het ontwikkelen van onze medewerkers door het vergroten van kennis en kunde door middel van (online) trainingen, workshops en intervisie. Tenslotte werkt DCMR aan haar werkgeversmerk, om zodoende de juiste talenten binnen te halen en te blijven binden en boeien. Datagedreven organisatie DCMR is op weg om een datagedreven organisatie te worden.

Dit vraagt om een professionali­ sering van de informatiefunctie, aangezien de rol van data en informatie in de primaire proces­ sen en bedrijfsvoering steeds groter wordt. De datagedreven strategie wordt langs drie lijnen

Begroting 2023

Blad 16 van 29

opgezet; 1) data kwaliteit, 2) data cultuur en 3) waarde creatie. Specifiek zal in 2023 een data opleidingsplan worden uitgerold. Applicatielandschap In de afgelopen jaren is een routekaart opgesteld waarin stappen zijn gedefinieerd voor het upto-date houden en verbeteren van het applicatielandschap. Deze kaart geeft richting aan wat we doen. Daarnaast zal de opgestelde doelarchitectuur richting geven aan hoe we willen wer­ ken en wat daar bijvoorbeeld vanuit ICT voor nodig is en hoe we gemakkelijk en veilige data kunnen uitwisselen met bedrijven, participanten en andere omgevingsdiensten en een transpa­ rante en betrouwbare presentatie van openbare informatie kunnen borgen. Planning 8, Control DCMR heeft zich ten doel gesteld om de Planning à Control cyclus efficiënter te gaan uitvoe­ ren. Aan de hand van een strategie worden deelgebieden van de cyclus aangepakt. De ko­ mende jaren bijvoorbeeld het algeheel proces, werkplannen, tijdschrijven, tarieven. Dit alles gericht op een verhoging van de efficiency van de algehele DCMR bedrijfsvoering. Duurzaamheid en Inclusiviteit Als omgevingsdienst hecht DCMR veel belang aan duurzaamheid ook in de eigen bedrijfsvoe­ ring en in de contacten met externe organisaties.

DCMR vindt het belangrijk dat in inhuur- en offerte-trajecten de inschrijvers in hun bedrijfsvoering rekening houden met maatschappelijk verantwoord ondernemen, duurzaamheid en milieu. DCMR houdt daarom bij inkopen van pro­ ducten en diensten zoveel als mogelijk rekening met duurzaamheidsaspecten als onderdeel van de kwaliteit van het in te kopen product of dienst. DCMR heeft aandacht voor inclusiviteit. DCMR maakt optimaal gebruik van de diversiteit van talenten en vermogens zowel binnen DCMR als op de arbeidsmarkt en streeft er naar om mensen met arbeidsbeperkingen op te nemen. DCMR zorgt ervoor dat onze medewerkers duurzaam en vitaal bij ons werken. 5.3

Wat mag het kosten?

In onderstaande tabel wordt inzichtelijk gemaakt de geraamde lasten en baten zijn voor het programma Bedrijfsvoering. Tabel 3: Programma Bedrijfsvoering

(x C 1.000)

Begroting 2023

Primaire Begroting 2022

1e wijziging Begroting 2022

Jaarverslag 2021

Taakveld: ondersteuning organisatie - Baten C

23.995

C

23.148

C

24.058

C

21.924

- Lasten C

24.795

C

23.904

C

25.108

C

22.970

- Onttrekkingen en dotaties bestemmingsreserves C

800

C

656

C

1.110

C

218

C

-

C

-

C

233

- Post onvoorzien

C

-

- Saldo financieringsfunctie

C

-

C

-

C

-

- Overige dekkingsmiddelen

C

-

C

100

C

50

- Vennootschapsbelasting

C

-

C

-

C

-

C

-

C

-

C

110

Resultaat programma Bedrijfsvoering

C C

234

C C

-827

In de begroting is de definitie voor overhead uit het BBV gevolgd. Dit heeft als consequentie dat een aantal kostenposten, dat in ruimere definities ook als overhead gezien kunnen worden, hierin niet zijn verdisconteerd. Voorbeelden hiervan zijn: overige personeelskosten, opleidin­ gen, leasekosten, documentatie en communicatie, dienstkleding en abonnementen.

Begroting 2023

blad 17 van 29

Door de integrale kostprijsbenadering die de DCMR hanteert, is het uitgangspunt dat de kosten van de overhead verdisconteerd zijn in zijn tariefstelling. Door middel van het realiseren van directe, declarabele uren in de primaire processen worden baten gerealiseerd waarmee naast de kosten primair proces ook de kosten van de overhead worden gedekt. Een belangrijke grondslag voor het ramen van de overhead is de vastgestelde formatie voor sturings- en on­ dersteuningsfuncties door de DCMR. Deze formatie is financieel vertaald op basis van de functiekosten voor betreffende functies. Alleen het deel van de functiekosten, dat niet declarabel is, wordt tot de overhead gerekend. Alle baten van de DCMR zijn direct gerelateerd aan het inhoudelijke programma Milieubeheer en er is geen beleidsvrije ruimte voor onvoorziene uitgaven. De DCMR raamt daarom de pos­ ten onvoorzien als nihil. De stijging van de kosten ten opzichte van de realisatie 2021 wordt enerzijds veroorzaakt door de indexeringen en vooral de CAO stijging aanname van 30Zo, anderzijds zijn in 2021 deels medewerkers aangenomen die lager in de schaal starten dan gepland. In de begroting 2023 wordt geen rekening gehouden met eventuele negatieve financiële effecten als gevolg van de Corona pandemie, invoering van de Omgevingswet en mogelijke geopolitieke spanningen (vb. Ukraine).

Begroting 2023

Blad 18 van 29

6

Paragrafen

Dit hoofdstuk bevat een aantal paragrafen, dat op grond van het BBV moeten worden opge­ nomen. 6.1

Lokale heffingen

De DCMR legt in principe geen lokale heffingen op. 6.2 6.2.1

Weerstandsvermogen

Algemeen

De paragraaf weerstandsvermogen geeft een beschouwing over de kwaliteit van de vermo­ genspositie van de DCMR op lange termijn. Het weerstandsvermogen is het vermogen om financiële tegenvallers op te kunnen vangen zonder dat de doelrealisatie in het gedrang komt. Het weerstandsvermogen geeft samen met het begrotingsresultaat, het verloop van de investe­ ringen, financiering, reserves en voorzieningen en de uitkomsten van de meerjarenraming een indicatie van de financiële positie van de DCMR. De paragraaf weerstandsvermogen bevat volgens de voorschriften vanuit het BBV tenminste: a. b. c. d.

een inventarisatie van de (beschikbare) weerstandscapaciteit het beleid over de weerstandscapaciteit en de risico’s een inventarisatie van de risico’s een aantal gedefinieerde financiële indicatoren

6.2.2

Weerstandsvermogen DCMR

Weerstandsvermogen Om het weerstandsvermogen te kunnen bepalen is inzicht nodig in de feítelijk aanwezige weerstandscapaciteit (‘de reserves’) en in de omvang van de risico’s; de benodigde weer­ standscapaciteit. De verhouding tussen benodigde en aanwezige middelen heet de ratio van het weerstandsvermogen. In een formule: (Ratio) Weerstandvermogen =

Weerstandscapaciteit (reserves) Benodigde weerstandscapaciteit

Met deze ratio wordt helder gemaakt in welke mate de DCMR beschikt over een financiële buffer om financiële gevolgen van risico’s op te vangen. Het Algemeen Bestuur heeft een bandbreedte voor deze ratio vastgesteld van 1,0^^,4. De aan te houden weerstandscapaci­ teit is dan tenminste net zo groot als de benodigde weerstandscapaciteit. In risicomanagementmodellen wordt deze bandbreedte als ‘voldoende’ geclassificeerd.

Begroting 2023

blad 19 van 29

Weerstandscapaciteit (beschikbaar) Voor het bepalen van de beschikbare weerstandscapaciteit wordt meegenomen: De algemene reserve. Het vrij besteedbare deel van de bestemmingsreserves. Het deel van de bestemmingsreserves dat via meerjarenplannen al bestemd is, wordt niet meegenomen. De post onvoorzien. Daar waar deze buffer geen uitsluitsel biedt, voorziet artikel 34 van de Gemeenschappelijke Regeling, waarin de financiële verantwoordelijkheid van de gezamenlijke participanten is vast­ gelegd. De ontwikkeling van de beschikbare weerstandscapaciteit is in onderstaande tabel weergege­ ven. Tabel 4: weerstandvermogen Weerstandvermogen (xC 1.000) Algemene Reserve Mutatie Algemene Reserves Post onvoorzien Vrij besteedbaar deel bestemmingsreserve Totaal

ultimo 2023 C 816 C0 C0 C 1.084 C 1.900

Voor het bepalen van de benodigde weerstandscapaciteit worden de risico’s geclassificeerd conform een vastgestelde classificatiemethodiek. De risico’s met een (zeer) hoge financiële impact, risicocategorie Hoog en Zeer Hoog vormen onderdeel van het benodigd weerstands­ vermogen, zij worden beschouwd als risico’s van materieel belang. Er wordt daarbij uitgegaan van het netto risico, dus het resterend risico als de aanwezige be­ heersmaatregelen in beschouwing worden genomen. De classificatie van de kans leidt tot een wegingsfactor; een percentage van het bedrag dat wordt aangehouden in de weerstandscapaciteit. 6.3 6.3.1

Risicomanagement

Algemeen

Om de doelstellingen van de DCMR ook in de toekomst te kunnen realiseren en de gewenste kwaliteit te kunnen blijven leveren treft de DCMR maatregelen ter behoud van een goede repu­ tatie en een duurzaam gezonde financiële situatie. Eén van deze maatregelen is de risicomanagementcyclus. Risico’s worden binnen de DCMR opgehaald in risicogesprekken van het management. Risi­ co’s zijn onzekere gebeurtenissen met oorzaken, een kans van optreden en gevolgen voor doelstellingen. Er is sprake van een menselijke, organisatorische of technische/juridische oor­ zaak of een ontwikkeling van buitenaf waardoor de onzekere gebeurtenis zich kan voordoen. Het voordoen van de gebeurtenis kan gevolgen hebben voor geld, tijd, kwaliteit, veiligheid of reputatie. Niet elk risico heeft een financieel gevolg. De risicomanagementcyclus is gebaseerd op de theorie van Risicoleiderschap. Risicomana­ gement is niet bedoeld om alle onzekerheid over doelrealisatie weg te nemen, maar om de weerbaarheid van de organisatie te vergroten. De gekozen methodiek is praktisch toepasbaar en geïntegreerd in de reguliere managementtaken. Volledigheid is niet het streven, doel is het identificeren en adresseren van de meest relevante en actuele risico’s t.a.v. de doelrealisatie, waaronder de risico’s met grote financiële impact.

De DCMR hanteert conform de nota risico­ management en weerstandsvermogen DCMR 2020-2023, een opslag van 2007o op het beno­ digd weerstandsvermogen.

Begroting 2023

Blad 20 van 29

6.3.2

Inventarisatie risico S

Ook In 2023 zullen de eerder geïdentificeerde risico’s worden geactualiseerd en aangevuld. Gedurende het jaar zullen deze risico’s worden gemonitord en gestuurd op de beheersing hier­ van door middel van het toepassen van reducerende maatregelen. Hoge risico’s (kwantitatief en materieel belang) Er zijn drie hoge risico’s met kwantitatief financiële gevolgschade van materieel belang in 2021. Deze hebben gevolgen voor de weerstandscapaciteit. Tabel: Benodigde weerstandcapaciteit Omschrijving

Kans

Risico categorie

Financieel gevolg bedrag x C1000

1. Bedreiging continuïteit bedrijfsproces­

70/

Hoog

6263

2. Te lage gerealiseerde declarabiliteit.

70/

Hoog

6711

3.Tekort aan vakspecialisten voor aantal

90/

Hoog

6 90

sen door verouderde soft- en hardware.

specifieke vakgebieden

Totaal benodigde weerstandscapaciteit

x 1,2

61.277

Ad 1: In 2021 is met de roadmap automatisering systematisch gewerkt aan het op orde bren­ gen van de basis en is een plan goedgekeurd en zijn alle voorbereidingen gedaan om een grote technische stap vooruit te zetten. De zogenaamde Technische Upgrade. Hiervoor is ook extern advies ingewonnen. De Technische Upgrade is een aantal keer uitgesteld, gezien het afhankelijkheden heeft met het project ‘Vervanging VTH systeem’. In Q2/3 2022 staat de Tech­ nische Upgrade nu gepland. Hierna zal dit risico afgeschaald kunnen worden. Ad 2: dit risico is nog steeds initieel aan eerdere jaren, gezien de omvang en diversiteit van het risico. In 2019 werd over de risico’s rondom stuwmeer verlof en te lage declarabiliteit apart gerapporteerd. Omdat het (overmatig) opnemen van verlof feitelijk als één van de oorzaken kan worden gezien voor een verlaagde declarabiliteit, is de keuze gemaakt deze twee onder­ werpen samen onder te brengen in één risico. Voor de herberekening is teruggekeken naar de trend van de afgelopen drie jaren, met oog voor de bijzondere omstandigheden van corona. De onzekerheid van de declarabiliteit is bepaald op 15/0, met een kans klasse IV (hoog).

Oorza­ ken die aan deze onzekerheid ten grondslag liggen, zijn de organisatieontwikkeling met nieuwe (programma)managementfuncties, Corona perikelen (mentaal en fysiek) en aangepaste pro­ ductiviteitsnormen; een verhoogde opleidingsdruk als gevolg van POB, de omgevingswet en de introductie van nieuwe systemen; mogelijk minder fysiek toezicht als gevolg van corona; het opnemen van bovenmatig verlof i.v.m. de afbouwafspraken. Ad 3: het is voor DCMR voor een aantal specifieke functies en soms ook algemeen moeilijk om vacatures in te vullen. Dit is een landelijk beeld en speelt bijvoorbeeld ook bij enkele Gemeen­ tes en Provincies. Mitigerende acties zijn ondernomen om nieuwe medewerkers te trekken, zoals meer stage plekken, nieuwe werving website, meeloop dagen, etc.de verwachting is dat dit risico in 2023 ook nog aanwezig zal zijn. Hoge risico’s (kwalitatief en niet-materieel) Eén risico met andere dan financieel-materiële gevolgen, staat als Hoog geclassificeerd.

Begroting 2023

blad 21 van 29

Tabel: hoog risico niet materieel Omschrijving

Kans

Risico cate­ gorie

De aantasting van de fysieke en mentale

7007o

Hoog

Gevolg Kwaliteit

gezondheid van medewerkers als gevolg

Veiligheid (van de werkomstandighe­

van de COVID-maatregelen.

den) Directe financiële gevolgschade is beperkt.

Toelichting-. Dit risico neemt toe naarmate de COVID-maatregelen langer aanhouden. De DCMR acteert door te sturen op persoonlijke aandacht voor het welzijn van de medewerkers, ruimte voor maatwerkafspraken, het delen van best practices, het faciliteren van Arboverantwoord materiaal, aandacht voor thuiswerkomstandigheden en vitaliteit. Bedrijfsmaatschappelijk werk is betrokken. Ratio weerstandsvermogen Op basis van de benodigde weerstandscapaciteit en de aanwezige weerstandscapaciteit wordt de ratio weerstandsvermogen berekend. Ratio weerstandsvermogen = 1.900 kë = 1,49 1.277 kë

De ratio is gestegen ten opzichte van Begroting 2022 gezien de verlaging van de financiële impact van de risico’s en de verhoging van het weerstandsvermogen. De stijging van het weer­ standsvermogen is toe te schrijven aan de daling van de Algemene Reserves en de stijging van het onbestemde deel van de bestemmingsreserve Maatschappelijke Duurzaamheidsopgave. DCMR heeft afgesproken om de ratio norm tussen 1,0cxd ,4 te houden. De nuance zit in het feit dat het onbestemde deel van de bestemmingsreserve ë 1.8mln is. Zonder dit deel zou de ratio 0.64 zijn. Het is dus belangrijk dat de Algemene Reserves de aankomende jaren wor­ den aangevuld, zodoende het onbestemde deel van de bestemmingsreserves die wel geoor­ merkt zijn voor Maatschappelijke Duurzaamheidsopgave (Circulaire Economie en Energie Transitie) ten uitvoer te kunnen brengen. Zonder het vrij besteedbare deel van de bestem­ mingsreserve zou een aanvulling van de algemene reserve van kë461 nodig zijn om de ratio weerstandsvermogen op het gewenste minimum van 1,0 te brengen. 6.4 Financiële en beleidsindicatoren Tabel 7: financiële indicatoren Financiële kengetallen Netto schuldquote Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte

Jaarverslag Begroting 2022 2021 -2,40Zo 0,407o 34,407o 27,907o 6,407o 0,007o

Begroting 2023 2,407o 17,207o 0,007o

Netto schuldquote: De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de DCMR ten opzichte van het eigen vermogen en geeft een indicatie van de druk van rentelast en aflossingen op de exploitatie. Een schatting waarbij de schuldquota in de Begroting 2023 ten opzichte van Jaar­ verslag 2021 en Begroting 2022 iets gestegen. Solvabiliteitratio: Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de DCMR in staat is aan haar schulden te voldoen. De verwachting in dat de omvang van het eigen vermogen ten opzichte van Jaarverslag 2021 en Begroting 2022 zal afnemen door daling van de omvang van de bestemmingsreserve Maat­ schappelijke Duurzaamheidopgaven. De beschikbare weerstandscapaciteit valt echter nog

Begroting 2023

Blad 22 van 29

binnen de bandbreedte van de benodigde weerstandscapaciteit, maar is wel door het verlies van uit 2021 lager. Structurele exploitatieruimte: Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de structurele baten en lasten in evenwicht zijn. De verwachting voor 2023 is dat er de structurele baten en lasten in evenwicht zijn en er geen incidenteel resultaat zal zijn, waardoor ratio nul is. Tabel 8 : beleidsindicatoren Beleidsindicatoren Formatie (FTE per 1.000 inwoners) Bezetting (FTE per 1.000 inwoners) Apparaatskosten per inwoner Externe inhuur Overhead

Jaarverslag Begroting Begroting 2023 2021 2022 0,16 0,16 0,16 0,15 0,14 0,15 C 17,84 C 18,19 C 19,13 14,407o 14,707o 14,17 31,907o 31,907o 33,47

In bovenstaande tabel is ter informatie de ontwikkeling van de voor gemeenten en provincies verplichte beleidsindicatoren uit het taakveld bestuur en ondersteuning opgenomen. Aangezien het werkveld van de DCMR geen directe relatie heeft met de omvang van inwoneraantal van de provincie Zuid Holland hebben deze indicatoren een beperktere toegevoegde waarden dan bij gemeenten. De stijging van overhead kosten heeft vooral te maken met gestegen ICT kos­ ten gezien grote systemen zijn vervangen en deze duurder in onderhoud zijn en de hogere afschrijvingslasten. Bijvoorbeeld VTH systeem Rudis vervangen door Mozard. Externe inhuur De beheersing van de omvang van de externe inhuur is ook in 2023 een nadrukkelijk punt van aandacht. De verwachting is dat deze indicator wat lager zal zijn dan de begroting 2022 omdat naar verwachting veel vacatures bij de afdeling Bedrijfsvoering gedurende 2022 zullen worden ingevuld, waardoor er minder behoefte aan (duurdere) inhuur zal zijn. Toch zal dit mogelijk anders uitpakken gezien de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. De afgelopen jaren is veel tijdelijke dure expertise ingehuurd om de basis voor de datagedreven organisatie in te richten. De DCMR is in 2022 zo ver dat de volgende fasen met steeds meer eigen personeel kan wor­ den ingevuld. 6.5

Onderhoud kapitaalgoederen

Kapitaalgoederen zijn duurzame productiemiddelen die de DCMR nodig heeft om de diensten en goederen te produceren die aan participanten en niet-participanten geleverd worden. Deze paragraaf moet op grond van het BBV ten minste de kapitaalgoederen wegen, riolering, groen en gebouwen bevatten. 6.6

Financiering

De financieringsparagraaf vloeit voort uit de Wet financiering decentrale overheden (Wet FI­ DO). Voor de DCMR is deze regelgeving vertaald in het door het Algemeen Bestuur vastge­ stelde treasurystatuut. Deze financieringsparagraaf is in samenhang met het treasurystatuut een belangrijk instrument voor het transparant maken en daarmee sturen, beheersen en con­ troleren van de treasury functie van de DCMR. De treasury functie omvat het sturen en be­ heersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaar­ den, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Aandachtspunten vanuit de treasury zijn:

1 Het aantal inwoners dat gehanteerd is, betreft het aantal inwoners voor de gehele provincie Zuid Holland en is geba­ seerd op CBS gegevens.

Begroting 2023

blad 23 van 29

-

Facturering van de bijdragen van de participanten vindt vier keer per jaar plaats; de bijdra­ gen van de participanten moeten uiterlijk halverwege het lopende kwartaal zijn ontvangen. De DCMR leent geen gelden uit aan derden. De DCMR maakt binnen de regelgeving voor decentrale overheden alleen gebruik van goed bekendstaande banken. Voor de financiering van tekorten op de rekening-courant wordt gebruik gemaakt van kas­ geldleningen via goed bekendstaande banken.

In onderlinge samenhang worden het treasurystatuut, de financiële verordening en de controle verordening jaarlijks beoordeeld op hun actualiteit en indien nodig opnieuw vastgesteld door het algemeen bestuur. De laatste vaststelling vond plaats in het Algemeen Bestuur van 6 de­ cember 2017. 6.7

Verbonden partijen

In verband met bestuurlijke, beleidsmatige en/of financiële belangen en mogelijk daarmee ver­ band houdende risico’s moet in de begroting en in de jaarstukken een paragraaf worden opge­ nomen waarin aandacht wordt besteed aan de verbonden partijen. Verbonden partijen zijn die partijen waarin de DCMR een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Dat kunnen zijn ge­ meenschappelijke regelingen, samenwerkingsverbanden, vennootschappen, stichtingen en verenigingen. Een bestuurlijk belang is zeggenschap, hetzij door vertegenwoordiging in het bestuur van de verbonden partij, hetzij door stemrecht. Van een financieel belang is sprake als de DCMR aan de verbonden partij een bedrag beschikbaar heeft gesteld dat niet verhaalbaar is als de partij failliet gaat of als de DCMR aansprakelijk is voor een bepaald bedrag als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Bij een verbonden partij is dus sprake van een financieel en een bestuurlijk belang. Het is dus niet de bedoeling te rapporteren over alle partijen waarmee de DCMR op enigerlei wijze in bijvoorbeeld projectverband (zie het programma “Jaarverslag Projecten”) verbonden is. Hoewel de DCMR participeert in vele vormen van samenwerking op projectbasis is er in het primaire proces geen sprake van een verbonden partij. 6.8

Grondbeleid

Grondbeleid is niet van toepassing op DCMR.

Begroting 2023

Blad 24 van 29

Deel 2: Financiële begroting 7

Overzicht van Baten en Lasten

In onderstaande tabel is een gespecificeerd inzicht gegeven in de ontwikkeling van de baten en lasten van de DCMR. Tabel 9: Lasten en Baten

2023

2024

2025

2026

Brutosalarissen

C

34.703.610

C

34.703.610

C

34.703.610

C

34.703.610

IKB

C

7.745.848

C

7.745.848

C

7.745.848

C

7.745.848

Sociale lasten

C

5.331.217

C

5.331.217

C

5.331.217

C

5.331.217

Pensioenlasten

C

7.194.165

C

7.194.165

C

7.194.165

C

7.194.165

Functiekosten

C

54.974.839

C

54.974.839

C

54.974.839

C

54.974.839

Toelagen

C

721.000

C

721.000

C

721.000

C

721.000

Opleidingen

C

1.209.446

C

1.209.446

C

1.209.446

C

1.209.446

Overige personele lasten

C

1.530.000

C

1.530.000

C

1.530.000

C

1.530.000

Bijkomende kosten personeel

C

3.460.446

C

3.460.446

C

3.460.446

C

3.460.446

Inhuur personeel buiten formatie

C

2.058.060

C

1.937.592

C

1.562.592

C

1.362.592

Diensten door derden

C

2.243.000

C

2.243.000

C

1.870.282

C

1.653.195

Inhuur personeel / diensten derden

C

4.301.060

C

4.180.592

C

3.432.874

C

3.015.787

Afschrijvngen

C

914.518

C

1.034.986

C

1.266.703

C

1.399.791

Huisvesting

C

3.762.000

C

3.762.000

C

3.762.000

C

3.762.000

ICT

C

4.493.000

C

4.493.000

C

4.493.000

C

4.493.000

Documentatie

C

320.500

C

320.500

C

320.500

C

320.500

Overig materieel

C

447.000

C

447.000

C

447.000

C

447.000

Totale materiele kosten

C

9.937.018

C

10.057.486

C

10.289.203

C

10.422.291

1

Totale directe kosten

C

72.673.363

C

72.673.363

C

72.157.363

C

71.873.363

| Dekking declarabele uren

C

71.873.363

C

71.873.363

C

71.873.363

C

71.873.363

-800.000

C

-800.000

C

-284.000

C

Resultaat op declarabele uren Overige opbrengsten

C

-

C

-

C

-

C

-

Totale kosten werkplannen en projecten

C

76.223.947

C

76.223.947

C

76.223.947

C

76.223.947

Totale opbrengsten werkplannen en projecten

C

76.223.947

C

76.223.947

C

76.223.947

C

76.223.947

Resultaat op werkplannen en projecten

C

-

C

-

C

-

C

Incidenteel resultaat

C

-

C

-

C

-

C

-

Resultaat voor onttrekkingen en dotaties

C

-800.000

C

-800.000

C

-284.000

C

-0

Modernisering bedrijfsvoering

C

1.000.000

C

1.000.000

C

1.000.000

C

1.000.000

Maatschappelijke Duurzaamheidsopgaven

C

800.000

C

800.000

C

284.000

C

Modernisering bedrijfsvoering

C

1.000.000

C

1.000.000

C

1.000.000

C

1.000.000

Resultaat voor bestemming

C

0

C

0

C

0

C

-0

Onttrekkingen bestemmingsreserves

-

Dotatie bestemmingsreserves:

Begroting 2023

blad 25 van 29

1

In onderstaande tabel 10 is inzicht gegeven in de baten en lasten per participant: Tabel 10: Omschrijving

Lasten 2023

Baten 2023

Resultaat 2023

Gemeente Albrandswaard

e

385.773 e

385.773 e

-

Gemeente Barendrecht

e

735.361

735.361

e

-

Gemeente Capelle a/d IJssel

e

576.884 e

576.884 e

-

Gemeente Goeree-Overflakkee

e

1.680.112 e

1.680.112 e

-

Gemeente Krimpen a/d IJssel

e

546.122 e

546.122 e

-

Gemeente Lansingerland

e

1.642.367 e

1.642.367 e

-

Gemeente Maassluis

e

491.689 e

491.689 e

-

Gemeente Nissewaard

e

1.166.322 e

1.166.322 e

-

Gemeente Ridderkerk

e

1.013.184 e

1.013.184 e

-

Gemeente Schiedam

e

1.649.196 e

1.649.196 e

-

Gemeente Vlaardingen

e

1.869.719 e

1.869.719 e

-

Gemeente Voorne aan Zee

e

1.818.515 e

1.818.515 e

-

Gemeente Rotterdam

e

21.539.589 e 21.539.589 e

-

Provincie Zuid-Holland

e

29.137.110 e 29.137.110 e

-

Provincie Zeeland

e

3.333.777 e

3.333.777 e

-

Projecten

e

8.638.228 e

8.638.228 e

-

Totaal participanten

c

76.223.947 C 76.223.947 c

-

e

Op de werkplannen van de participanten worden geen financiële resultaten begroot.

Begroting 2023

Blad 26 van 29

8

Ontwikkeling werkplanbijdragen

In onderstaande tabel is het verloop van de bijdragen van de participanten over de jaren zicht­ baar gemaakt. Tabel 11: Raming baten 2021

Omschrijving

Realisatie baten 2021

Primaire raming Begroting 2022

Raming baten 2022 na 1e begrotingswijziging

Raming baten 2023

Gemeente Albrandswaard

ē

392.864

ē

354.610

ē

368.104

ē

383.220

ē

385.773

Gemeente Barendrecht

ē

644.159

ē

686.360

ē

657.831

ē

701.680

ē

735.361

Gemeente Capelle a/d IJssel

ē

537.173

ē

493.722

ē

550.462

ē

550.462

ē

576.884

Gemeente Goeree-Overflakkee ē

1.474.400

ē

1.492.829

ē

1.504.311

ē

1.603.372

ē

1.680.112

Gemeente Krimpen a/d IJssel

ē

510.111

ē

515.331

ē

521.109

ē

521.109

ē

546.122

Gemeente Lansingerland

ē

1.556.028

ē

1.636.375

ē

1.567.144

ē

1.587.110

ē

1.642.367

Gemeente Maassluis

ē

439.833

ē

438.477

ē

439.480

ē

479.394

ē

491.689

Gemeente Nissewaard

ē

1.087.897

ē

1.123.514

ē

1.112.903

ē

1.112.903

ē

1.166.322

Gemeente Ridderkerk

ē

994.170

ē

887.978

ē

966.779

ē

966.779

ē

1.013.184

Gemeente Schiedam

ē

1.378.303

ē

1.193.319

ē

1.408.107

ē

1.573.970

ē

1.649.196

Gemeente Vlaardingen

ē

1.742.515

ē

1.611.333

ē

1.779.120

ē

1.784.321

ē

1.869.719

Gemeente Voorne aan Zee

ē

1.698.449

ē

1.725.516

ē

1.696.669

ē

1.735.224

ē

1.818.515

Gemeente Rotterdam

ē

20.196.214

ē

20.376.785

ē

20.354.525

ē

20.562.572

ē

21.539.589

Provincie Zuid-Holland

ē

29.493.186

ē

28.775.428

ē

28.792.209

ē

29.400.737

ē

29.137.110

Provincie Zeeland

ē

3.236.975

ē

3.486.055

ē

3.236.975

ē

3.491.869

ē

3.333.777

Projecten

ē

7.500.000

ē

7.176.594

ē

7.575.000

ē

7.075.000

ē

8.638.228

Totaal participanten

C

72.882.277 C

73.529.722 C

76.223.947

Begroting 2023

F

71.974.227 C

72.530.728 C

blad 27 van 29

9

Ontwikkeling financiële positie

In onderstaande tabel is de geprognosticeerde balans opgenomen. Tabel 12

Per 31-12­ 2023

Per 31-12­ 2024

Per 31-12­ 2025

Per 31-12­ 2026

Materiële vaste activa

3.345

5.261

4.419

4.484

Voorraden

1.250

1.250

1.250

1.250

Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

10.995

8.279

8.837

8.772

60

60

60

60

1.250

1.250

1.250

1.250

16.900

16.100

15.816

15.816

Per 31-12­ 2023

Per 31-12­ 2024

Per 31-12­ 2025

Per 31-12­ 2026

2.900

2.100

1.816

1.816

Voorzieningen

0

0

0

0

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer

0

0

0

0

Netto vlottende schulden met een rente typische kooptijd korter dan één jaar

5.500

5.500

5.500

5.500

Overlopende passiva

8.500

8.500

8.500

8.500

16.900

16.100

15.816

15.816

( ê x ê 1.000)

ACTIVA

Liquide middelen Overlopende activa Totaal generaal

PASSIVA Eigen vermogen

Totaal generaal

Toelichting mutaties: In onderstaande tabel wordt het verloop van de activa inzichtelijk gemaakt. Tabel 13 2021

Investeringen (x C 1.000) Technische installaties en apparatuur in C gebouwen Kantoormeubilair en (veiligheids)voorzieningen C in gebouwen

2022 C

-

15 C

Automatisering en telefonie

C

433 C

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=53e4d86e-30f2-43de-8b86-6d563a3b765d