CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb003440] Collegebrief over voorlopige jaarstukken 2021, ontwerpbegrotingswijziging 2022, ontwerpbegroting 2023 Gemeenschappelijke Regeling Rotterdam Rijnmond ( GRJR ).

Tijdelijke commissie Sociaal (2022-2026) 18 mei 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: Presentatie vanuit de ambtelijke organisatie2.682 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Maatschappelijke Ontwikkeling Mobiliteit, Jeugd en Taal Judith Bokhove Bezoekadres: De Rotterdam Wilhelminakade 179, Rotterdam Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Internet: www.rotterdam.nl Van: Mieke Kakebeeke Telefoon: 06-18191054 E-mail: bbo@rotterdam.nl

Aan de gemeenteraad Ons kenmerk: M2204-3416 22bo3295 Onderwerp: Voorlopige jaarstukken 2021, ontwerpbegrotingswijziging 2022 en ontwerpbegroting 2023 Datum: B&W 10 mei 2022

Onderwerp: Voorlopige jaarstukken 2021, ontwerpbegrotingswijziging 2022, ontwerpbegroting 2023 Gemeenschappelijke Regeling Rotterdam Rijnmond (GRJR). Op welke gronden deze brief? / Waarom nu voorgelegd? Het Algemeen Bestuur (AB) van het Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond (OLJR) heeft op 14 april jl. de voorlopige jaarstukken 2021, de ontwerpbegrotingswijziging 2022 en de ontwerpbegroting 2023 GRJR behandeld. Het AB richt zich via bijgevoegde aanbiedingsbrief tot uw raad om u in de gelegenheid te stellen om hierop een zienswijze te formuleren en deze uiterlijk 12 juni 2022 kenbaar te maken. Relatie met het coalitieakkoord/collegewerkprogramma/begroting/eerder aangenomen moties en gedane toezeggingen: In het coalitieakkoord is opgenomen dat het uitgangspunt is ”dat alle zorguitgaven worden gedaan binnen het budget dat Rotterdam krijgt van het Rijk en dit in 2022 te bereiken’. Als de rijksmiddelen onvoldoende blijken om hierin te voorzien, brengen we in samenwerking met zorgaanbieders goed beargumenteerd en onderbouwd op tafel wat een reële bekostiging door het Rijk zou moeten zijn.” Meermaals is door het AB bij de minister aangegeven dat de middelen ontoereikend zijn. In 2020 is door AEF een onderzoek uitgevoerd wat laat zien dat landelijk gemeenten 1,6 tot 1.8 miljard tekortkomen. Het beroep op zwaardere jeugdhulp neemt nog niet af.

Voor een deel is dit minder stuurbaar, vanwege de verwijsstromen buiten het wijkteam via de jeugdbescherming (gecertificeerde instelling) of huisartsen. Voor 2021, 2022 en 2023 besloot het Rijk om eenmalige extra middelen beschikbaar te stellen. In mei 2021 deed de arbitragecommissie (bemiddelend tussen Rijk en gemeenten) uitspraak over ophoging van het gemeentelijk budget voor jeugdhulp. Hierbij deed de

Blad: Datum: Ons kenmerk:

2 10 mei 2022 M2204-3416

commissie ook de aanbeveling aan het Rijk en de VNG om een hervormingsagenda op te stellen met het doel jeugdhulp effectiever te maken en tegelijk de kosten te verminderen. De gemeenten in de regio en de uitvoeringsorganisatie van de GRJR werken samen om de uitgangspunten van de hervormingsagenda (maatregelen en doelen) te vertalen naar de regionale setting en een regionale agenda in aansluiting op de landelijke agenda. Ook in Rotterdam wordt er gewerkt met een lokale hervormingsagenda. Regionaal zijn vijf werkgroepen aan de slag gegaan met maatregelen uit de hervormingsagenda. De werkgroepen ‘Tariefdifferentiatie’, ‘Toeleiding gecontracteerd aanbod’, ‘POH’ en ‘Reikwijdte’ hebben hun adviezen opgeleverd. De werkgroep ‘Bestaanszekerheid’ wordt eind april opgeleverd. Deze adviezen zullen besproken worden in het AOJ, het directeurenoverleg en het AB. Bij de landelijke coalitievorming is eenzijdig vanuit het Rijk besloten te breken met de afspraken die zijn gemaakt rondom de uitkomst van de arbitrage. Er is aangekondigd € 500 miljoen extra te bezuinigen. De VNG heeft op 13 januari jl. een resolutie aangenomen, waarmee het bestuurlijke gesprek over de Hervormingsagenda is stopgezet. Op 14 april jl. is in het AB een gezamenlijke brief van de GRJR en de JHaanbieders aan de staatssecretaris vastgesteld met daarin de oproep om het probleem van de € 500 miljoen op te lossen.

De staatssecretaris heeft aangegeven eind april met een schriftelijke reactie te komen. Toelichting: Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Jeugdwet. In deze wet is vastgelegd dat colleges met elkaar samenwerken, indien dat voor een doeltreffende en doelmatige uitvoering van deze wet aangewezen is. Daarom wordt in het kader van de gemeenschappelijke regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) samengewerkt in verband met de bekostiging van de taken jeugdreclassering en jeugdbescherming (uitgevoerd door de gecertificeerde instellingen), de gespecialiseerde jeugdhulp en de organisatie van het Advies- en Steunpunt Huiselijk Geweld en Kindermishandeling (uitgevoerd door Stichting Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond). In de Wet gemeenschappelijke regelingen is geregeld dat gemeenteraden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid gesteld dienen te worden een zienswijze in te dienen bij het bestuur van de gemeenschappelijke regeling. Mede op grond van de ontvangen zienswijzen van de deelnemende gemeenten zal het bestuur op 1 juli 2022 de begroting voor 2023 definitief vaststellen, zodat de vastgestelde begroting voor 1 augustus aan Gedeputeerde Staten (GS) kan worden toegezonden. U heeft de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen, maar dit wordt niet nodig geacht.

Aanpak wachttijden Met de extra middelen in 2021 en verder is in samenwerking met het Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd (OZJ) medio vorig jaar een project gestart om voor einde 2022 twee doelen te halen: (1) de wachttijden in de GRJR terug te dringen tot een acceptabel niveau;

Blad: Datum: Ons kenmerk:

3 10 mei 2022 M2204-3416

(2) een duurzame werkwijze te implementeren, die ervoor moet zorgen dat de wachttijden stabiel blijven. In eerste instantie is dit project gestart om de wachtlijsten in de (specialistische) ambulante jeugdhulp terug te dringen. Inmiddels is deze opdracht uitgebreid naar de percelen met opname (opdracht B) en langdurig verblijf (opdracht C). Dit doen we, omdat anders de doorbraakaanpak met de jeugdbescherming stagneert bij gebrek aan doorstroom vanuit B/C naar ambulante hulp. De eerste resultaten binnen de ambulante jeugdhulp zijn wel positief. Sinds de start van het project is de wachttijd voor ambulante hulp. Vanaf het moment dat het project is gestart in juni 2021, is de wachttijd voor de ambulante specialistische jeugdhulp (opdracht E) van gemiddeld 29 weken gedaald naar gemiddeld 16 weken eind februari 2022. Dit nadert de landelijke Treeknorm van 14 weken.

Voorlopige jaarstukken 2021 In het jaar 2021 is halverwege besloten tot een begrotingsophoging voor de zorgkosten met ca. €15,5 mln. In de jaarrekening blijken deze kosten met een nadelig verschil van €1,0 mln. binnen de gewijzigde begroting te passen. Dit betekent dat het is gelukt om met de begrotingswijziging tot een realistische begroting 2021 te komen. Er zijn wel grote verschuivingen tussen de zorgbudgetten. Dit heeft te maken met de moeite om aanbod en vraag van jeugdhulp goed op elkaar aan te sluiten. De al vooraf ingeboekte besparing (taakstelling van €2,7 mln.) blijkt niet realistisch te zijn geweest. In de begroting was op basis van destijds beschikbare informatie gerekend in de aanpak wachttijden met €4 mln. eenmalige specifieke uitkering acute GGZ voor spoedzorg en uitstroom uit spoed die uiteindelijk niet via de GRJR is afgerekend met de aanbieders maar rechtstreeks via de landelijke uitkering naar de aanbieders. Dit veroorzaakt per saldo een tekort in de exploitatie 2021 van €5,3 mln. Een deel van de kostenstijging is toe te schrijven aan de indexatie van de tarieven. Maar ook het afgeven van duurdere arrangementen (te zien in een stijging van het weektarief) of een stijging in het verwachtte aantal toewijzingen kunnen verklaringen vormen. Naast deze verschillen in de exploitatie 2021 komt dit tekort voor € 7,4 mln.

door nakomende kosten uit eerdere jaren:  Eindafrekening 2020 regionale aanbieders € 4,7 mln. en afwikkeling van een geschil over de eindafrekeningen 2018 en 2019: € 0,7 mln. De afwijkingen hebben als oorzaak dat eerdere jaarrekeningen onvoldoende op basis van volledige informatie konden worden opgesteld waardoor met schattingsmethoden moest worden gewerkt.  Op advies van de Jeugdautoriteit is in verband met de financiële situatie van aanbieders van gesloten jeugdhulp (JH+) alsnog omzetderving corona 2020 aan hen vergoed: € 1,2 mln. Afwikkeling landelijke aanbieders en overige kleinere punten: €0,8 mln. Het totale tekort in de jaarrekening 2021 bedraagt voorlopig €12,7 mln. Voor €5,3 mln. in de exploitatie 2021 en voor €7,4 mln. nagekomen kosten voorgaande jaren. Het tekort wordt opgevangen door de begrote bijdragen van de gemeenten te verhogen. Bij de

Blad: Datum: Ons kenmerk:

4 10 mei 2022 M2204-3416

afwikkeling van de vlaktaks voor 1-1-2023 zullen de verschillen tussen inleg en werkelijke kosten per gemeente alsnog worden verrekend. De voorlopige aanvullende bijdrage voor Rotterdam voor 2021 is € 6.723.000. Rotterdam heeft op voorhand rekening gehouden met een overschrijding van de jaarrekening; die kunnen we grotendeels dekken vanuit de gereserveerde middelen, maar waarschijnlijk moeten we deels ook putten uit de bestemmingsreserve. Ontwerpbegrotingswijziging 2022  De vastgestelde begroting 2022 was gebaseerd op de aanname dat de hoeveelheid in 2020 geleverde zorg constant blijft. Om na te gaan of de hierop gebaseerde begroting voldoende reëel is, is gekeken naar de getalsmatige ontwikkeling van de jeugdhulpverlening in de voorlopige jaarrekening 2021. Voor de opdrachten B, C en D is de geleverde zorg in 2021 hoger dan het bedrag dat hiervoor was opgenomen in de begroting 2022. Door de begroting hiervoor te verhogen (€16,8 mln) wordt gewaarborgd dat de noodzakelijke zorg geleverd kan worden en niet pas achteraf als overschrijding wordt verantwoord.  Voor opdracht E geldt dat in de primaire begroting het budget was verlaagd door de taakstelling in mindering te brengen op het budget voor de reguliere productie (naast de extra inzet aanpak wachttijden). Dit is niet realistisch. Met deze verhoging van de budgetten wordt het benodigde budget vooraf beschikbaar gesteld.

Hiermee was bij de oorspronkelijke begroting gewacht tot de gemeenten expliciete en concrete helderheid zouden hebben over extra middelen van de rijksoverheid voor 2022. Dit laatste is inmiddels het geval.  Effect aanpassing woonplaatsbeginsel volgens opgave per gemeente (+€1,7 mln.). Verwerking eerdere besluiten:  Verhoging inzet voor Adolescentenstrafrecht en VTRR (bij elkaar +€ 1,8 mln.), dit is in december 2021 door het AB al besloten en wordt nu verwerkt.  Extra loon in de zorg door extra indexatie van de looncomponent (+€2,8 mln.). De gemeenten ontvangen hiervoor extra middelen in de algemene uitkering.  De begroting 2022 liet een tekort zien van €7,5 mln. doordat het eenmalige extra budget aanpak wachttijden van €15 mln. nog maar voor de helft was doorgerekend in de deelnemersbijdragen. Met de verhoging van de bijdragen voor de volledige €15 mln. was bij de oorspronkelijke begroting gewacht tot de gemeenten expliciete en concrete helderheid zouden hebben over extra middelen van de rijksoverheid voor 2022. Dat is nu het geval. Afgesproken was de verhoging mee te nemen in de eerstvolgende begrotingswijziging. De begroting 2022 stijgt aan de uitgavenkant met €23 mln. en aan de ontvangstenkant met €30,5 mln. waardoor de gewijzigde begroting 2022 sluitend is.

De verdeling van de bijdragenverhoging in deze begrotingswijziging is nog wel gebaseerd op de huidige systematiek van de vlaktaks.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

5 10 mei 2022 M2204-3416

De extra inleg voor Rotterdam voor het jaar 2022 bedraagt € 20.090.943. Deze extra inleg betreft deels indexering, het effect van het woonplaatsbeginsel en het aanvullende budget voor de wachtlijstaanpak. Met deze onderdelen is rekening gehouden binnen het budget. De autonome groei stijging wordt meegenomen in het proces naar de tweede herziening van de begroting 2022 en de meerjarenraming.

Ontwerpbegroting 2023  In december 2021 verzocht het AB om een notitie waarin de financiële werkwijzen worden beschreven nu vanaf 2023 de budgetplafonds en de vlaktaks worden afgeschaft. Deze notitie Kader financieel beleid en beheer GRJR ligt nu voor ter besluitvorming. De Management Letter 2021 bevat een analyse en aanbevelingen die in deze Kadernotitie zijn verwerkt.  Het AB stelde in oktober 2021 de Kadernota 2023 vast met inhoudelijke uitgangspunten voor de begroting 2023. Uitgaand van de kaders (dus het Kader financieel beleid en beheer GRJR en de Kadernota 2023) is in nauwe ambtelijke samenwerking met de deelnemende gemeenten de Ontwerp-Begroting 2023 opgesteld.  De Ontwerp-Begroting 2023 wordt direct na AB-vaststelling aan de raden gezonden. Uiterlijk 12 juni ontvangt de GRJR de zienswijzen van raden. Op 1 juli 2022 wordt de Definitieve Begroting 2023 door het AB vastgesteld met inachtneming van dan ontvangen zienswijzen van raden. Nadere toelichting: Het Kader financieel beleid en beheer GRJR beschrijft de wijze waarop de GRJR en de samenwerkende gemeenten willen komen tot het tijdiger en beter de uitgaven begroten, beheersen en verantwoorden. In het stuk is het benodigde samenspel tussen GRJR – gemeenten – aanbieders uitgewerkt in lijn met Regiovisie en Inkoopstrategie.

De volgende elementen staan centraal:  Aansluiting op lokale infrastructuren: directere gemeentelijke invloed op de raming van de regionale uitgaven, zodanig dat er een realistische begroting tot stand komt;  Afschaffing budgetplafonds: tijdiger, vollediger en betrouwbaardere informatie, door goed gebruik te maken van maandelijkse dashboards, kwartaalafsluitingen, sturing op datakwaliteit en twee buraps per jaar die meer analyse van ontwikkelingen geven;  Afschaffing vlaktaks: de vlaktaks was een methode waardoor uitgaven voor jeugdhulp meer gespreid werden, door afschaffing per 2023 is het effect voor de gemeente sneller bekend, de verschillen worden direct verrekend;  Eenduidige vaktechnische werkwijzen: aansluiting op Management Letter 2021. Voor de verdere uitwerking hiervan, en de verdere opvolging van accountantsaanbevelingen, voert de GRJR vanaf de zomer 2022 een project uit. Het project moet voor het einde van 2022 een interne controleplan en normenkader

Blad: Datum: Ons kenmerk:

6 10 mei 2022 M2204-3416

opleveren en implementeren zodanig dat de GRJR zelfstandig in staat is de straks verplichte rechtsmatigheidsverklaring te kunnen geven. Aanpassing van de verdeelsleutel voor de uitvoeringskosten: deze kosten worden voor ca. 25% naar de gemeenten verdeeld op basis van het aantal inwoners tot 18 jaar en het resterende deel naar rato van de bijdragen aan de zorg- en subsidiekosten. Zo dragen alle 15 gemeenten bij aan de vaste kosten van de uitvoeringsorganisatie.

De belangrijkste punten in de ontwerp begroting voor 2023 zijn:  Inkoopeffecten (uitname MVS en perceel D/E)  Realistisch begroten (beleidsmatige verschuiving naast trendmatige groei met realisatieniveau 2021, verruiming uitvoeringscapaciteit UO, indexatie en woonplaatsbeginsel, verwerking eerdere besluiten) Het vertrekpunt voor de raming 2023 was € 244,3 mln. De verlagingen zijn bij elkaar € 47,1 mln. en de verhogingen € 43,2 mln. Per saldo is de begroting 2023 € 240,5 mln. De deelnemersbijdragen zijn berekend op basis van het Kader financieel beleid en beheer. Dat betekent dat alle vlaktakseffecten zijn geëlimineerd. De detailberekening is samen met de controllers van de deelnemende gemeenten opgesteld. Totale lasten 2023: Inleg Rotterdam 2023:

241.099.247 142.945.461

Het effect van de Hervormingsagenda is in deze begroting nog maar beperkt meegenomen. In de werkgroepen worden de verschillende onderdelen uitgewerkt. Deze zijn echter nog niet zover dat ze financieel gemaakt kunnen worden. Financiële en juridische consequenties/aspecten: 2021 De voorlopige aanvullende bijdrage voor Rotterdam voor 2021 is € 6.723.000. Rotterdam heeft op voorhand rekening gehouden met een overschrijding van de jaarrekening; die kunnen we grotendeels dekken vanuit de gereserveerde middelen, maar waarschijnlijk moeten we deels ook putten uit de bestemmingsreserve. Dit wordt meegenomen in het proces naar de tweede herziening van de begroting 2022 en de meerjarenraming. 2022 De begroting 2022 stijgt aan de uitgavenkant met €23 mln. en aan de ontvangstenkant met €30,5 mln. waardoor de gewijzigde begroting 2022 sluitend is. De verdeling van de bijdragenverhoging in deze begrotingswijziging is nog wel gebaseerd op de huidige systematiek van de vlaktaks. De extra inleg voor Rotterdam voor het jaar 2022 bedraagt € 20.090.943.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

7 10 mei 2022 M2204-3416

Deze extra inleg betreft deels indexering, het effect van het woonplaatsbeginsel en het aanvullende budget voor de wachtlijstaanpak. Voor deze onderdelen is rekening gehouden binnen het budget. Voor de autonome groeistijging is er nog geen rekening gehouden in de begroting. Dit wordt meegenomen in het proces naar de tweede herziening van de begroting 2022 en de meerjarenraming. 2023 Het vertrekpunt voor de raming 2023 was € 244,3 mln. De verlagingen zijn bij elkaar € 47,1 mln. en de verhogingen € 43,2 mln. Per saldo is de begroting 2023 € 240,5 mln. De deelnemersbijdragen zijn berekend op basis van het Kader financieel beleid en beheer. Dat betekent dat alle vlaktakseffecten zijn geëlimineerd. De detailberekening is samen met de controllers van de deelnemende gemeenten opgesteld. Totale lasten 2023: Inleg Rotterdam 2023:

241.099.247 142.945.461

Tot slot Wij hopen u volledig te hebben geïnformeerd over de voorlopige jaarstukken 2021, de ontwerpbegrotingswijziging 2022 en de ontwerpbegroting 2023. U heeft de mogelijkheid om een zienswijze in de dienen, maar dit wordt niet nodig geacht.

Burgemeester en wethouders van Rotterdam, De secretaris,

De burgemeester,

V.J.M. Roozen

V.P.G. Karremans, l.b.

Bijlage 1: ‘Aanbiedingsbrief PC stukken april 2022 AB getekend’ Bijlage 2: ‘Voorlopige Jaarstukken 2021 GRJR AB’ Bijlage 3: ‘Kader Financieel beleid en beheer GRJR AB’ Bijlage 4: ‘Ontwerp-begrotingswijziging 2022 AB’ Bijlage 5: ‘Ontwerp-Begroting 2023 AB’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=41adc380-03f1-4a26-9c8e-e92bdf9ad68f