[22bb003063] Bijlage behorende bij 22bb3061 - Convenant HKD 2022 definitief
Tekst van het document
Convenant Huisvesting Kwetsbare Doelgroepen 2022 Partijen Zorgaanbieders: ^ Parnassia Groep, vertegenwoordigd door Bas Molijn ^ Centrum voor Dienstverlening, vertegenwoordigd door mw. I.S. Basten-Poppe ^ Pameijer, vertegenwoordigd door Arend Vreugdenhil ^ Enver, vertegenwoordigd door mw. E.M. Reinhard ^ Stichting Humanitas, vertegenwoordigd door mevr. E. Kastelein ^ Nico Adriaans Stichting, vertegenwoordigd door mw. A. Schaaij ^ Leger des Heils, vertegenwoordigd door dhr. G.J. Freeke ^ Stichting Ontmoeting, vertegenwoordigd door G.A. Stoop ^ Timon, vertegenwoordigd door Marieke Treffers ^ Prokino, vertegenwoordigd door K.M.F. Laumans ^ Stichting Corridor, vertegenwoordigd door Martin Jacobusse ^ Boba, vertegenwoordigd door mw. L. Palit ^ Yulius, vertegenwoordigd door M.J.J. de Bruin ^ Middin, vertegenwoordigd door N. Dirksen ^ MOB, vertegenwoordigd door dhr. M.I. Meral ^ Impegno, vertegenwoordigd door Akash Doerbali ^ Jan Arends, vertegenwoordigd door dhr. J. van Doorn ^ Maaszicht, vertegenwoordigd door R.J.H.J.M. Verhoeven en M.P. van Breukelen ^ Stichting Perspektief, vertegenwoordigd door mw. M. Heringa ^ Fier, vertegenwoordigd door mw. A. van Dijke ^ Stichting Zuidwester, vertegenwoordigd door A. Koevoets ^ Humane Zorg, vertegenwoordigd door dhr. M. Cerit ^ Profila Zorg, vertegenwoordigd door dhr. P. van Wijk
Woningcorporaties: ^ Woonbron, vertegenwoordigd door dhr. A.R.A. Oerlemans ^ Woonstad Rotterdam, vertegenwoordigd door A.M.E. Vermeeren ^ Vestia, vertegenwoordigd door dhr. R. Straver ^ Havensteder, vertegenwoordigd door drs. H. J. van den Berk ^ WoonCompas, vertegenwoordigd door dhr. A. van den Bosch MRE ^ Habion, vertegenwoordigd door D. van Puffelen ^ WVH Wonen, vertegenwoordigd door M.A.H. Korthorst ^ Ressort Wonen, vertegenwoordigd door F.P. Desloover ^ SOR, vertegenwoordigd door H. Najja ^ Laurens Wonen, vertegenwoordigd door dhr. R. de Boer en ^ Maaskoepel, vertegenwoordigd door mw. a. van Ettinger- van Herk en Gemeente Rotterdam: vertegenwoordigd door Wethouder Volksgezondheid, zorg, ouderen en sport Christine Eskes Wethouder Bouwen, wonen en energietransitie gebouwde omgeving Bas Kurvers 1
Overwegende dat: ^ de samenleving mensen kent die in verband met een verstandelijke beperking, psychische of psychosociale problemen niet in staat zijn zich op eigen kracht, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit het sociale netwerk te handhaven in de samenleving, en als gevolg daarvan wonen met toezicht en begeleiding op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo2015), Wet langdurige zorg (Wlz) of Wet forensische zorg (Wfz); ^ deze doelgroepen, die in de praktijk van zorg en huisvesting kwetsbare doelgroepen worden genoemd, hebben in Rotterdam recht op een volwaardige plaats in de samenleving, die aansluit bij hun mogelijkheden tot actieve participatie; ^ de huisvesting van deze kwetsbare mensen kan vragen om aanvullende maatregelen om een goede inbedding in de buurt te kunnen waarborgen, met oog voor leefbaarheid en veiligheid van zowel de nieuwe als de bestaande bewoners; ^ de realisatie van nieuwe voorzieningen voor deze kwetsbare doelgroepen daarom zorgvuldig dient te gebeuren, waarbij rekening gehouden moet worden met de draagkracht van de omgeving; ^ door de gemeente Rotterdam voor de Wmo2015 (GGZ/VB) gecontracteerde zorgaanbieders gehouden zijn tot aansluiting bij een convenant over huisvesting voor deze doelgroepen; ^ er behoefte is aan het delen van informatie waar het de woonvormen Beschermd Wonen, zelfstandig wonen met een
huurzorgovereenkomst, en alle woonvormen daartussen aangaat (zie bijlage 1 voor definities); ^ er tevens behoefte is aan een vast stappenplan, waar het de realisatie van woonvoorzieningen aangaat; ^ de convenantafspraken onderdeel zijn van de prestatieafspraken tussen de gemeente en de corporaties; ^ partijen de meerwaarde hebben ervaren van samenwerking in een Platform, gebruikmakend van een gemeenschappelijk afwegingskader en een helder stappenplan om deze voorzieningen te realiseren. Besluiten: met elkaar samen te werken bij de huisvesting van deze kwetsbare doelgroepen, op de wijze zoals in dit convenant is vastgelegd, te weten: ^ de werkwijze van het Platform Huisvesting Kwetsbare Doelgroepen (hoofdstuk 1); ^ de beschrijving van de huisvestingsvormen waarop dit convenant van toepassing is (hoofdstuk 2); ^ de beschrijving van het te doorlopen proces bij de realisatie van nieuwe voorzieningen, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen voorzieningen waarvoor instemming van het college nodig is (stappenplan doorlopen) en voorzieningen waarbij dit niet het geval is (afstemming en begeleiding). Onderdeel bij beiden is de draagkrachtscan op buurtniveau (hoofdstuk 2), ^ de slotbepalingen in hoofdstuk 3.
2
Inleiding De partners willen graag een passende plek voor kwetsbare Rotterdammers realiseren. De realisatie van nieuwe woonzorgvoorzieningen dient zorgvuldig te gebeuren. Vanuit deze overtuiging werken de gemeente, corporaties en zorgaanbieders sinds 2009 volgens de afspraken uit het convenant Huisvesting Bijzondere Doelgroepen (tegenwoordig Huisvesting Kwetsbare Doelgroepen, HKD). Dit convenant Huisvesting Kwetsbare Doelgroepen vervangt het convenant Huisvesting Bijzondere Doelgroepen uit 2015. Dit convenant schetst onder meer kaders voor de realisatie van woonzorgvoorzieningen (zie hoofdstuk 2). Dit convenant treedt in werking op 1 april 2022. Het Afwegingskader huisvesting kwetsbare doelgroepen (zie hoofdstuk 2) wordt vervolgens in 2022 in de praktijk verder ontwikkeld en zorgvuldig geïmplementeerd. Met name het dashboard uit de draagkrachtscan is nog in ontwikkeling. Totdat de wethouders met Wonen en Zorg in portefeuille een besluit nemen over het definitieve gebruik van het Afwegingskader, wordt in het stappenplan bij de realisatie van nieuwe voorzieningen (zie bijlage 3) nog gebruik gemaakt van het afwegingskader voorzieningen 2015 (zie bijlage 4).
Hoofdstuk 1
Platform huisvesting kwetsbare doelgroepen
Instelling Platform Het Platform is in 2009 ingesteld op basis van het Convenant tot oprichting van het Platform Huisvesting Bijzondere Doelgroepen. Het convenant is eerder herijkt in december 2015 en met de decentralisatie van de Wmo als verplichting opgenomen voor de gecontracteerde zorgaanbieders. Deze versie (2022) van het Convenant Huisvesting Kwetsbare Doelgroepen (HKD) vervangt het Convenant Huisvesting Bijzondere Doelgroepen 2015. In 2021 is het Plan van Aanpak Wonen en Zorg 2030 voor kwetsbare Rotterdammers door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld. Dit kader geeft een visie op de huisvesting van kwetsbare doelgroepen en de ambitie om als gemeente te groeien tot een inclusieve stad. Het Convenant HKD 2021 sluit aan bij deze visie.
Doel van het Platform ^ ^ ^
Het delen van de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het bij elkaar brengen van vraag en aanbod in de huisvesting van kwetsbare doelgroepen; het voeren van een gezamenlijke regie op deze huisvesting; het adviseren van de betrokken bestuursorganen over beleidskwesties.
Organisatie van het platform Aan het Platform neemt een vertegenwoordiging deel van de partijen die het convenant hebben ondertekend, aangevuld met de directeur van Maaskoepel (federatie van woningbouwcorporaties). De convenantpartners kunnen een vertegenwoordiger kiezen die aan het Platform deelneemt namens meerdere partners. Afhankelijk van de agenda neemt namens de gemeente Rotterdam de wethouder met Wonen in portefeuille en/of de wethouder met Zorg in portefeuille deel aan het Platform. Daarnaast zijn de gemeentelijke clusters Stadsontwikkeling en Maatschappelijke Ontwikkeling vertegenwoordigd in het Platform. Directie Veiligheid en Cluster Dienstverlening zijn agendalid. Het Platform heeft een door de gemeente geleverde ambtelijk voorzitter en ambtelijk secretaris. De ambtelijk secretaris bereidt de vergadering van het Platform voor en zorgt voor agendering en verslaglegging van de vergaderingen. De ambtelijk secretaris rapporteert namens het Platform aan alle betrokken partijen, draagt zorg voor de afstemming met de desbetreffende gemeentelijke beleidssectoren, is centraal aanspreekpunt voor externen, draagt zorg voor de procesgang bij voorstellen voor de realisatie van nieuwe voorzieningen en betrekt indien nodig partijen. Het Platform overlegt minimaal twee keer per jaar. 3
Taken van het Platform ^
^ ^ ^ ^
Samenwerken bij de huisvesting van kwetsbare doelgroepen door het zoeken naar oplossingen voor en het uitwisselen van informatie over mogelijkheden om kwetsbare doelgroepen goed en efficiënt te huisvesten; de toekomstige vraag naar en het daarvoor noodzakelijke aanbod van de huisvesting voor kwetsbare doelgroepen binnen de gemeente Rotterdam in beeld brengen en met elkaar delen; een zorgvuldig proces doorlopen met betrekking tot de realisatie van voorzieningen met aandacht voor de afstemming binnen stad en regio als beschreven in dit convenant; de daadwerkelijke match tussen vraag en aanbod en de stedelijke verdeling daarvan monitoren en daarover rapporteren aan alle bij het Platform betrokken partijen; adviseren op het gebied van beleidsontwikkeling en strategie wat betreft de zorg voor en huisvesting van kwetsbare doelgroepen en de doorstroom uit voorzieningen naar zelfstandige woonruimten.
Sturingsoverleg De operationele werkzaamheden met betrekking tot deze taken worden besproken in een Sturingsoverleg onder leiding van de secretaris van het Platform. De samenstelling van het overleg bestaat uit een vaste vertegenwoordiging van de leden van het Platform en kan desgewenst aangevuld worden, afhankelijk van de agenda. Het Sturingsoverleg bereidt ook de vergadering van het Platform voor.
Rol(len) van de deelnemende partijen De gemeente brengt de partijen in het veld samen, betrekt ze bij het opstellen van de gemeentelijke beleidskaders, informeert partijen en faciliteert de processen en procedures bij de realisatie van nieuwe voorzieningen. De gemeente ondersteunt het proces van de realisatie van een nieuwe voorziening, en wanneer dit een voorziening voor beschermd wonen of een dag- en nachtopvang betreft, door middel van bestuurlijke toestemming. De gemeente informeert in dit geval ook de wijkraad, trekt het participatie- en communicatietraject en de totstandkoming van de beheercommissie en het beheerconvenant. De corporaties zijn (mede-)verantwoordelijk voor het leveren van aanbod van passende huisvesting voor de verschillende doelgroepen en voldoende zelfstandige woningen, zoals wordt afgesproken in de prestatieafspraken en de Samenwerkingsovereenkomst Wonen met begeleiding voor Bijzondere Doelgroepen. De corporaties verhuren (geclusterde) woningen aan kwetsbare bewoners of via intermediaire verhuur aan een zorgorganisatie. De corporaties zullen evenals de instellingen de realisatie van nieuwe voorzieningen via het Platform en haar kaders bewerkstelligen, volgens de in het Platform af te spreken werkwijze.
De zorgorganisaties zijn op grond van de Wmo2015, Wlz of Wfz verantwoordelijk voor de zorg en/of begeleiding aan kwetsbare doelgroepen en het realiseren van nieuwe voorzieningen zoals afgesproken in de Samenwerkingsovereenkomst Wonen met begeleiding voor Bijzondere Doelgroepen en volgens de afgesproken werkwijze, zoals beschreven in hoofdstuk 2. De zorgaanbieders nemen panden en woningen af van corporaties en zetten ook eigen vastgoed in.
Meldingsplicht ten aanzien van de realisatie van voorzieningen Alle aan het convenant deelnemende partijen hebben de verantwoordelijkheid initiatieven ten aanzien van het realiseren van een voorziening voor kwetsbare doelgroepen te melden aan het secretariaat van het Platform, zoals beschreven in hoofdstuk 2. Zo hebben de deelnemende partijen samen de gelegenheid om ervoor te zorgen dat de afspraken in dit convenant ook in de praktijk worden geborgd. De meldingsplicht geldt niet alleen voor nieuwe voorzieningen maar ook voor uitbreiding, verplaatsing of verandering van de doelgroep van een bestaande voorziening en bij voorzieningen waarvan het niet direct duidelijk is of deze wel of niet onder de werking van dit convenant vallen. De meldingsplicht geldt ook bij het opheffen van een bestaande voorziening. Voor de burger is niet zichtbaar of een voorziening door een convenantpartner wordt gerealiseerd of door een andere partij. Daarom verzoekt de gemeente ook de partijen die het convenant niet hebben ondertekend
4
nieuwe woonvormen voor kwetsbare mensen te melden. Partijen worden vervolgens uitgenodigd de stappen van het convenant te volgen. Het doel van de meldingsplicht is dat partijen een totaaloverzicht hebben en houden van voorzieningen in de gemeente. Dit ondersteunt het proces van het goed laten landen van nieuwe initiatieven in een gebied. Om de informatie actueel te houden wordt een dashboard gebruikt dat openbaar toegankelijk is. Het dashboard geeft een overzicht van alle bestaande voorzieningen op postcodeniveau, inclusief omvang en doelgroep. Ook uitbreidingen of veranderingen van doelgroep worden opgenomen. Zelfstandige woningen en locaties waarvan het om veiligheidsoverwegingen niet verstandig is om aandacht op te vestigen, zoals bijvoorbeeld opvanglocaties voor slachtoffers van huiselijk geweld, staan niet in het dashboard. De gemeente maakt en onderhoud het dashboard. Corporaties en zorgaanbieders vullen het dashboard in en houden het actueel onder de regie van de gemeente. De gemeente geeft groen licht voor het proces van de realisatie van een nieuwe voorziening, wanneer dit een voorziening voor beschermd wonen, of een dag- en nachtopvang betreft, door middel van bestuurlijke instemming. De gemeente betrekt in dit geval ook de wijkraad, trekt het participatie- en communicatietraject en de totstandkoming van de beheercommissie en het beheerconvenant.
Hoofdstuk 2 Afwegingskader huisvesting kwetsbare doelgroepen 2.1
Type voorzieningen en betrokkenheid convenantpartners A.
B.
C.
D.
E.
2.2.
Het convenant richt zich op alle woonvormen van Beschermd Wonen tot zelfstandig wonen met een huurzorgovereenkomst, en alle woonvormen daartussen. Definities van deze verschillende voorzieningen zijn opgenomen in bijlage 1. Voor al deze woonvormen geldt dat partijen elkaar op de hoogte willen brengen van het bestaan ervan en elkaar willen informeren bij het ontplooien van nieuwe initiatieven. Partijen spreken elkaar in het Platform over prestaties, innovaties, ambities en strategieën over deze voorzieningen. Partijen achten het van belang om bij woonvoorzieningen gezamenlijk op te trekken in de voorbereiding en realisatie, en om een goede inbedding in de buurt te kunnen waarborgen, met oog voor leefbaarheid en veiligheid van zowel de nieuwe als de bestaande bewoners. Voor alle voorzieningen als bedoeld bij A, met uitzondering van zelfstandig wonen met een huurzorgovereenkomst, wordt een gezamenlijk proces doorlopen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van een stappenplan en een draagkrachtscan op buurtniveau, die gebruikmaakt van de sociale en veiligheidsindex (zie onderstaand). Alleen voor de voorzieningen Beschermd Wonen en de opvangvoorzieningen voor kwetsbare doelgroepen geldt dat instemming van het college van B&W van de gemeente Rotterdam noodzakelijk is, alvorens het proces tot realisatie kan worden gestart.
Convenantpartners adviseren wel op het gebied van beleidsontwikkeling en strategie rondom de doorstroom uit voorzieningen naar zelfstandige woonruimten, maar deze doorstroom verloopt niet volgens de onderstaande processtappen bij de realisatie van voorzieningen.
Toepassing van het stappenplan
Bij de realisatie van nieuwe voorzieningen (onderdeel B en C uit paragraaf 2.1) in Rotterdam worden drie verschillende uitgangssituaties onderscheiden: 1. Het gaat om een initiatief van een zorginstelling en/of corporatie die dit convenant heeft ondertekend. In dit geval wordt het hieronder geschetste stappenplan altijd volledig doorlopen. 2. Het gaat om een initiatief van een zorginstelling en/of corporatie die dit convenant niet heeft ondertekend, maar die zich wel tot de gemeente heeft gewend met het verzoek om medewerking te verlenen aan de realisatie van het initiatief. In dit geval voert de secretaris van het Platform huisvesting kwetsbare doelgroepen eerst een vooronderzoek uit naar de vraag of het stappenplan kan 5
3.
worden toegepast, of dat direct moet worden aangegeven dat voor zover wettelijk mogelijk geen gemeentelijke medewerking zal worden verleend. Het gaat om een initiatief van de gemeente. In dat geval wordt het stappenplan (zie bijlage 3) altijd volledig doorlopen.
De verantwoordelijkheid voor de zoektocht naar locaties voor voorzieningen wordt gedeeld door de gemeente, de woningcorporaties en de zorgaanbieders. Het initiatief voor de zoektocht naar een locatie voor een voorziening ligt bij de zorginstelling en/of de corporatie. De regie voor de zoektocht naar een locatie voor maatschappelijke dag- en nachtopvangvoorzieningen ligt bij de gemeente.
2.3
Proces
Omdat de realisatie van nieuwe voorzieningen voor de huisvesting en opvang van kwetsbare doelgroepen zorgvuldig dient te gebeuren, waarbij rekening gehouden wordt met de draagkracht van de omgeving, schetst dit convenant kaders voor de realisatie van woonzorgvoorzieningen. De draagkrachtscan (zie bijlage 2), waarbij op buurtniveau de impact van een nieuwe voorziening op de leefbaarheid wordt ingeschat, vormt een basis voor het al dan niet voortzetten van een initiatief of het nemen van eventuele aanvullende maatregelen. Voor de draagkrachtscan wordt informatie gebruikt uit het actuele dashboard met bestaande voorzieningen, objectieve en subjectieve criteria vanuit het wijkprofiel en de professionele inschatting van de wijkmanager en de Directie Veiligheid van de gemeente Rotterdam. Alle door de partners gezamenlijk te doorlopen stappen worden beschreven in het stappenplan (zie bijlage 3), inclusief de extra stappen ter voorbereiding van een verzoek aan het college voor instemming van de start van de realisatie van Beschermd Wonen en opvangvoorzieningen (onderdeel C).
Hoofdstuk 3 Slotbepalingen Het convenant HKD vervangt vanaf die datum het op 15 december 2015 vastgestelde document met betrekking tot de huisvesting van bijzondere doelgroepen (Convenant HBD). Het Convenant Huisvesting Bijzondere Doelgroepen vervalt daarom per 1 april 2022. Zorginstellingen en woningcorporaties die alsnog willen deelnemen aan dit convenant, kunnen zich hiervoor aanmelden bij de secretaris van het Platform huisvesting kwetsbare doelgroepen. De secretaris agendeert de aanmelding van nieuwe partijen in het Platformoverleg. Nieuwe partijen die tot het Platform worden toegelaten ondertekenen per addendum het convenant, dat daarmee onderdeel uitmaakt van het convenant. Wijzigingen op het Convenant worden op voorstel van het Platform HKD na ingewonnen advies van alle betrokken partijen, door het college van de gemeente Rotterdam vastgesteld. Voor kleine wijzigingen gebeurt dat per addendum. Voor wijzigingen van structurele of fundamentele aard wordt het Convenant herzien en opnieuw vastgesteld door het college. Dit convenant treedt in werking op 1 april 2022. Aldus overeengekomen op 23 februari 2022 te Rotterdam.
Corporaties Zorgaanbieders Gemeente Rotterdam
6
Bijlage 1: Definities wonen en opvang Opvang: Onderdak en begeleiding voor personen die dak- of thuisloos zijn en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Intramuraal of beschermd wonen: Wonen in een accommodatie van een zorginstelling met daarbij behorende toezicht en begeleiding. Intramuraal of beschermd wonen onderscheidt zich van andere woonvormen doordat kost en inwoning onderdeel uitmaken van het zorgpakket. Semimuraal wonen: Onder semimurale woonvormen kunnen diverse woonvormen worden verstaan, niet zijnde Opvang, Intramuraal of Beschermd Wonen en Zelfstandig Wonen met een Huurzorgcontract. Onder semimuraal wonen valt in ieder geval het wonen in een cluster van zelfstandige of onzelfstandige woningen met daarbij behorende toezicht en begeleiding van één en dezelfde zorginstelling. Voor het wonen is rechtstreeks huur verschuldigd aan de eigenaar van de woning of, in geval van maatwerk, aan de zorgaanbieder die als intermediar verhuurder optreedt. In dat geval worden de verblijfskosten betaald aan de zorgorganisatie. Zelfstandig wonen met een huurzorgcontract: Wonen in een woning van een woningcorporatie waarbij de huurder woonbegeleiding ontvangt van een zorginstelling en de woonbegeleidingsovereenkomst tussen huurder en zorginstelling een onlosmakelijk geheel vormt met de huurovereenkomst tussen de huurder en de woningcorporatie.
Zelfstandige woonruimte: Woning met eigen toegang die door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte, waarbij in ieder geval als wezenlijke voorzieningen worden aangemerkt: keuken, toilet en badkamer (artikel 234 BW Boek 7). Onzelfstandige woonruimte: Woning zonder eigen toegang waarbij keuken of toilet wordt gedeeld met de bewoners van andere woningen/kamers. Zelfstandig wonen: Huren van een onzelfstandige of zelfstandige woonruimte volgens het Burgerlijk Wetboek Boek 7.
7
Bijlage 2: Toelichting draagkrachtscan Draagkrachtscan Ervanuit gaande dat alle kwetsbare personen in Rotterdam een plek verdienen worden alle mogelijke locaties voor voorzieningen met een positieve grondhouding onderzocht. Wanneer een initiatief wordt aangedragen, wordt er een scan gemaakt van de buurt om te bepalen wat de draagkracht is voor een nieuwe voorziening. Bij de huisvesting van kwetsbare doelgroepen is vanzelfsprekend de vigerende regelgeving van toepassing. Doel en inzet Doel van de draagkrachtscan op buurtniveau is om al in de initiatieffase van een nieuwe voorziening zicht te krijgen op de draagkracht van de buurt waarin de voorziening zou moeten landen. De draagkrachtscan combineert objectieve en subjectieve gegevens, en maakt onderdeel uit van de intake. De secretaris haalt de betreffende gegevens op en verwerkt deze in een vast format. Het resultaat van de scan maakt onderdeel uit van het intakeadvies dat wordt opgesteld door de secretaris over de realisatie van een nieuwe voorziening in een bepaalde buurt. Uitgangspunt hierbij is de 'ja, mits...' houding. De uitkomsten van de intake, inclusief de scan, worden gebruikt om de initiatiefnemer en de wethouders te informeren en te adviseren t.a.v. het voortzetten van de voorbereiding van het initiatief. De scan zelf Voor het maken van de draagkrachtscan worden de volgende onderdelen gebruikt: 1.
het dashboard met daarin een overzicht van alle bekende voorzieningen die zijn gemeld, inclusief omvang en doelgroep op postcodeniveau. Deze informatie is te allen tijde beschikbaar en actueel; 2. objectieve en subjectieve criteria vanuit het wijkprofiel dat bestaat uit de sociale index en de veiligheidsindex. Het wijkprofiel wordt eens in de twee jaar vastgesteld aan de hand van cijfers en beleving van bewoners in de voorafgaande periode. Het wijkprofiel is openbaar toegankelijk; 3. informatie op buurtniveau. De wijkmanager wordt gevraagd om een aantal vragen te beantwoorden. De wijkmanager gaat daarbij uit van zijn eigen professionele inschatting. Daarnaast wordt een vraag uitgezet bij de Directie Veiligheid van de gemeente Rotterdam.
De secretaris haalt de betreffende gegevens op, vraagt uit of er nog voorzieningen in de wijk zijn die niet in het dashboard zijn opgenomen en brengt deze samen: ^ levert een initiatief in alle drie de stappen een negatieve score op, dan resulteert dit in een negatief advies; ^ levert een initiatief in alle drie de stappen een positieve of neutrale score op, dan resulteert dit in een positief advies; ^ is de score uit de drie stappen verdeeld positief en negatief, dan volgt een overwogen en navolgbaar kwalitatief advies aan de verantwoordelijke wethouders: o levert een initiatief in twee stappen een positieve score op en in één stap een negatieve score, dan volgt een advies met 'ja, mits' als uitgangspunt; o levert een initiatief in twee stappen een negatieve score op en in één stap een positieve score, dan volgt een advies met 'nee, tenzij' als uitgangspunt.
8
Uitvoering scan 1
Voor onderdeel 1 geldt dat hier een koppeling gemaakt wordt tussen de gewenste voorziening en de daarbij behorende doelgroep en de al aanwezige voorzieningen in de betreffende buurt. Er zijn drie conclusies mogelijk: 1) het type voorziening is bovengemiddeld ten aanzien van het stedelijke gemiddelde aanwezig in de betreffende buurt óf er is al een aantal voorzieningen aanwezig waardoor er mogelijk een ongewenste mix aan doelgroepen kan ontstaan. 2) het type voorziening is ondergemiddeld ten aanzien van het stedelijke gemiddelde aanwezig in de betreffende buurt óf er is een beperkt aantal voorzieningen aanwezig waardoor er mogelijk een ongewenste mix aan doelgroepen kan ontstaan. 3) het type voorziening is niet aanwezig in de betreffende buurt óf er zijn geen voorzieningen aanwezig die leiden tot een ongewenste mix aan doelgroepen.
2
Voor onderdeel 2 worden de gegevens zoveel mogelijk op buurtniveau verzameld en bekeken in combinatie met het stedelijke gemiddelde. Er zijn drie conclusies mogelijk: de buurt scoort ondergemiddeld, de buurt scoort gemiddeld of de buurt scoort bovengemiddeld.
3
De wijkmanager wordt gevraagd om de volgende vragen te beantwoorden. - hoe typeren we de buurt? (kindvriendelijk, sociaal karakter en cohesie, veel ouderen/gezinnen) Hoe verhoudt zich dat tot de doelgroep? - hoe wordt de leefbaarheid in de buurt ervaren (onvoldoende, matig, voldoende, ruim voldoende of goed)? - welke zaken spelen er in de buurt die de leefbaarheid positief of negatief beïnvloeden? - welke maatregelen/projecten t.a.v. de leefbaarheid en veiligheid worden er op dit moment in de buurt uitgevoerd? - welke aanvullende maatregelen t.a.v. de leefbaarheid en veiligheid zijn nodig wanneer de voorziening zou worden toegevoegd? De Directie Veiligheid wordt gevraagd om de volgende vraag te beantwoorden: - hoe wordt de veiligheid in de buurt ervaren? Welke informatie t.a.v. het onderwerp Veiligheid moet worden meegenomen in de afweging?
4
De secretaris haalt de betreffende gegevens op en interpreteert de antwoorden van de wijkmanager en de Directie Veiligheid: is er ruimte voor nog een voorziening i.r.t. de maatregelen die nodig zijn om dit mogelijk te maken? De secretaris bespreekt dit met de Regiegroep. De objectieve criteria wegen net zo zwaar als de subjectieve gegevens. De scan maakt onderdeel uit van de intake. De secretaris betrekt het resultaat in het advies dat n.a.v. de intake naar de verantwoordelijke wethouders gaat.
9
Bijlage 3: Het stappenplan Het stappenplan voor de realisatie van nieuwe voorzieningen bestaat uit het doorlopen van een aantal vaste stappen. Deze stappen worden ook gevolgd bij uitbreiding, verplaatsing of verandering van doelgroep van een bestaande voorziening en bij voorzieningen waarvan het niet direct duidelijk is of deze wel of niet onder de werking van het convenant vallen. In bijlage 3 is een stroomschema van het stappenplan opgenomen.
0. Voortdurende dialoog Partijen zijn met elkaar in gesprek over mogelijke nieuwe voorzieningen. Zorgaanbieders, corporaties en gemeente informeren elkaar over ideeën en kansen. De wijkmanager is daarnaast in gesprek met de wijkraad, waarbij er kan worden gesproken over de leefbaarheid in de wijk en de ruimte voor nieuwe voorzieningen, voordat er een concrete casus wordt aangedragen. Initiatiefnemers kunnen ideeën vrijblijvend toetsen bij de secretaris van het Platform HKD. In deze fase worden er geen toezeggingen gedaan, maar door vroege uitwisseling wordt voorkomen dat tijd en energie geïnvesteerd wordt in initiatieven die mogelijk niet kansrijk worden geacht.
1. Initiatieffase Totdat de wethouders met Wonen en Zorg in portefeuille een besluit nemen over het definitieve gebruik van het afwegingskader, wordt in deze stap gebruik gemaakt van het afwegingskader voorzieningen 2015 (zie bijlage 4). Gemiddelde doorlooptijd ter indicatie: 8 weken tot en met stap 2. De initiatiefnemer neemt contact op met de secretaris van het Platform huisvesting kwetsbare doelgroepen en maakt de plannen kenbaar. De secretaris verstrekt een format dat door de initiatiefnemer wordt ingevuld. Het format geeft onder andere inzicht in de volgende zaken: ^ locatie van de beoogde voorziening ^ de aard en het doel van de beoogde voorziening (de woonvorm Beschermd Wonen, opvang of een tussenvorm) ^ welke doelgroep(en) begeleid wordt/worden en om hoeveel plekken het gaat ^ onder welke randvoorwaarden de voorziening gerealiseerd wordt. Randvoorwaarden zijn onder andere: de aanwezige begeleiding en de organisatie daarvan; maatregelen ter voorkoming van overlast c.q. ter behoud of versterking van de leefbaarheid; aandachtspunten voor het beheerconvenant; benodigde andere vergunningen; planning; financiële dekking/ sluitende businesscase.
Wanneer een initiatief wordt aangedragen, wordt er ook door de Regiegroep HKD - dit is het tweewekelijkse ambtelijke overleg waaraan medewerkers van Stadsontwikkeling en Maatschappelijke Ontwikkeling deelnemen en dat wordt voorgezeten door de secretaris van het Platform - een scan gemaakt van de buurt om te bepalen wat de draagkracht is voor een nieuwe voorziening (zie paragraaf 2.3.2). Het ingevulde format wordt besproken in de Regiegroep. De Regiegroep bepaalt aan de hand van de aangeleverde informatie of er sprake is van een voorziening waarvoor een instemming van het college vereist is. Eventueel wordt de initiatiefnemer om aanvullende informatie gevraagd. Als er sprake is van een voorziening waarvoor instemming van het college is vereist worden de stappen 2 en verder ingezet. Als er geen instemming van het college is vereist worden de stappen 2 en verder ingezet, met uitzondering van stap 5. Als er sprake is van een voorziening die niet valt onder de werking van dit convenant wordt de initiatiefnemer hierover geïnformeerd met een vrijblijvend advies over te nemen vervolgstappen. De secretaris informeert de 10
initiatiefnemer over de te volgen stappen. De Regiegroep regelt voor de initiatiefnemer een eerste aanspreekpunt binnen de gemeente.
2. Bestuurlijke toets en akkoord vervolg Gemiddelde doorlooptijd ter indicatie: 8 weken inclusief stap 1. Het ingevulde format wordt gebruikt om de betrokken wethouders te informeren over het initiatief en hen te adviseren over het vervolg. Het format wordt aangevuld met in ieder geval de volgende informatie: een beschrijving van het initiatief, de woonvorm en de beoogde doelgroep; de bevindingen uit de draagkrachtscan; de bestemming van de locatie volgens het bestemmingsplan; relevant gemeentelijk beleid; bestuurlijke gevoeligheid; een voorstel voor het vervolgproces. De wethouders Zorg en/of Wonen geven aan de hand van het advies van de Regiegroep HKD al dan niet instemming om tot het inwinnen van adviezen en het vervolgproces over te gaan. Het uitgangspunt is dat voor de voorzieningen Beschermd Wonen en de opvang instemming van het college nodig is, alvorens tot realisatie kan worden overgegaan. Initiatieven voor zelfstandig wonen met een huurzorgovereenkomst worden niet aan het college aangeboden. Dit geldt ook voor een voorziening die al in gebruik is (of in het verleden in gebruik is geweest) voor dezelfde soort doelgroep, en er alleen sprake is van een verandering van zorginstelling zonder uitbreiding van het aantal plekken en de doelgroep niet verandert.
3. Adviesronde Gemiddelde doorlooptijd ter indicatie: 8 weken tot en met stap 4. Het plan wordt ter advisering aan de gemeentelijke clusters MO, SO, Dienstverlening (gebiedsorganisatie) en Directie Veiligheid gezonden. De secretaris heeft binnen de gemeentelijke sectoren vaste aanspreekpunten. De aanspreekpunten zorgen voor inhoudelijke afstemming binnen de eigen organisatie. De initiatiefnemer wordt in dit stadium gevraagd een opzet voor een communicatieplan op te stellen, in overleg en samenwerking met gemeente.
4. Tweede bestuurlijke toets Gemiddelde doorlooptijd ter indicatie: 8 weken inclusief stap 3. De secretaris verzamelt de adviezen uit stap 3. Op basis hiervan formuleert de secretaris een integraal advies aan de wethouder met Wonen in portefeuille en de wethouder met Zorg in portefeuille. De opzet voor een communicatieplan dat door de initiatiefnemer in overleg met de gemeente en de gebiedsorganisatie is opgesteld maakt onderdeel uit van dit advies. De wethouders oordelen, met in achtneming van het advies, of het plan voldoende duidelijk is voor behandeling in het college. Behandeling in het college is noodzakelijk voor: de voorzieningen Beschermd Wonen, en; de opvangvoorzieningen. Behandeling in het college is niet noodzakelijk als: de locatie al in gebruik is (of in het verleden in gebruik is geweest) voor een vergelijkbare doelgroep met een vergelijkbare impact op de omgeving; er geen omstandigheden zijn die voortgezet gebruik in de weg staan. Voorbeelden van omstandigheden zijn vergunningsproblemen, ernstige overlast of toezeggingen aan de buurt; 11
-
er alleen sprake is van een verandering van zorginstelling zonder uitbreiding van het aantal plekken en de doelgroep niet verandert. In deze gevallen wordt stap 6 uit dit stappenplan overgeslagen.
5. Vertrouwelijk informeren van de wijkraad De wijkraad wordt vertrouwelijk door de secretaris geïnformeerd bij initiatieven die niet in het college worden behandeld. Bij initiatieven die in het college worden behandeld informeert de wethouder met Zorg in portefeuille vertrouwelijk de voorzitter van de wijkraad over het initiatief.
6. Collegebehandeling Gemiddelde doorlooptijd ter indicatie: 4 weken. Het college komt tot een oordeel over de gemeentelijke medewerking. Verleent het college geen gemeentelijke medewerking, dan eindigt het stappenplan hier. Bij instemming van het college met de start van de procedure om de locatie te realiseren, informeert het college de gemeenteraad en de wijkraad. Het informeren kan samengaan met een gevraagd advies over de vormgeving van het participatie- en communicatietraject. De wijkraad geeft desgevraagd advies over wat ervoor nodig is om een zachte landing voor nieuwe en bestaande bewoners te realiseren. De secretaris geeft via de rayondirecteur de benodigde informatie over het plan. Op dat moment start ook het communicatietraject. Na het groene licht van het college, start de initiatiefnemer met het aanvragen van de benodigde vergunningen en de benodigde acties om aan alle vigerende regelgeving te voldoen. Daar waar nodig wordt de procedure om het bestemmingsplan te wijzigen in gang gezet. De (wettelijke) ruimtelijke procedure en het participatie- en communicatietraject in het kader van het stappenplan HKD lopen parallel en worden qua doorlooptijden aan elkaar gekoppeld. Als er sprake is van nieuwbouw, herontwikkeling en/of een gebiedsontwikkeling, dan is de ruimtelijke procedure leidend.
7. Participatie- en communicatiefase De initiatiefnemer (gemeente, zorgaanbieder, corporatie of een combinatie hiervan) is verantwoordelijk voor de organisatie en uitvoering van het communicatie- en participatietraject. De initiatiefnemer betrekt de ambtenaren van de gemeente (zie punt 7; de Werkgroep) en deze betrekken de wijkraad. Onderdeel van het communicatie- en participatietraject is het instellen van een beheercommissie en het opstellen van een beheerconvenant. Wanneer het college heeft ingestemd met de realisatie van een voorziening, neemt de gemeente een coördinerende rol op zich in het communicatie- en participatietraject, ook wanneer zij niet zelf de initiatiefnemer is.
8. Implementatiefase De Regiegroep stelt in overleg met de initiatiefnemer een Werkgroep samen die het proces tot realisatie van de voorziening begeleidt aan de hand van het communicatieplan. De Werkgroep bestaat ten minste uit de rayondirecteur (of de wijkmanager) van het betreffende gebied, een afgevaardigde van de initiatiefnemer(s), een afvaardiging van het Cluster MO en een gemeentelijke communicatiemedewerker.
9. Beheerconvenant De Werkgroep is verantwoordelijk voor de realisatie van een Beheerconvenant. Het Beheerconvenant bevat onder andere een escalatieladder. De escalatieladder geeft duidelijk aan waar klachten kunnen worden gemeld, hoe klachten worden geregistreerd en hoe ermee wordt omgegaan. Ook wordt er gebruik gemaakt van het door het Platform vastgestelde 'format Beheerconvenant'. Hierin wordt onder meer de instelling van een Beheercommissie geregeld, wie de bij het beheer betrokken partijen zijn en wat hun rol is. Omwonenden,
12
ondernemers, de wijkagent, directie Veiligheid en instellingen in de directe omgeving van de beoogde voorziening worden door de Werkgroep betrokken bij het tot stand komen van het Beheerconvenant en bij de instelling van een Beheercommissie. Voor voorzieningen waar het college instemming voor heeft verleend wordt een nulmeting gemaakt van de leefbaarheid, die gedurende het beheer wordt geëvalueerd.
10. Fase van beheer De Beheercommissie komt tenminste éénmaal per jaar bijeen. De gemeente vervult de rol van voorzitter en van secretaris. Gecontroleerd wordt of de afspraken uit het convenant worden nageleefd én of partijen in staat zijn en/of worden gesteld om deze afspraken na te leven. De directie MO en de rayondirecteuren bespreken periodiek het omgevingsmanagement van de HKDvoorzieningen aan de hand van een rapportage die input geeft voor bijsturing en informatievoorziening richting de wethouder met Zorg in portefeuille. Als de voorzitter van de beheercommissie constateert dat beheerafspraken niet worden nagekomen of dat het beheer van de locatie niet goed verloopt, wordt de situatie opgeschaald via de gebiedsorganisatie. Hierbij wordt gebruikgemaakt van een escalatieladder.
2.3.2 Draagkrachtscan Het beleid van de gemeente Rotterdam gaat uit van de positieve grondhouding dat alle kwetsbare personen in Rotterdam een plek verdienen. Daarom worden alle mogelijke locaties voor voorzieningen met deze positieve grondhouding onderzocht. Bij de huisvesting van kwetsbare doelgroepen is vanzelfsprekend alle vigerende regelgeving van toepassing. Doel van de draagkrachtscan op buurtniveau is om al in de initiatieffase van een nieuwe voorziening zicht te krijgen op de draagkracht van de buurt waarin de voorziening zou moeten landen. De draagkrachtscan combineert objectieve en subjectieve gegevens, en maakt onderdeel uit van de intake. De secretaris haalt deze gegevens op. Het resultaat van de scan maakt onderdeel uit van het intakeadvies dat wordt opgesteld door de secretaris over de realisatie van een nieuwe voorziening in een bepaalde buurt. De uitkomsten van de intake, inclusief de scan worden gebruikt om de initiatiefnemer en de wethouders te informeren en te adviseren over het voortzetten van de voorbereiding van het initiatief. Bijlage 2 geeft een uitgebreidere beschrijving van de scan. NB: Een stroomschema van het stappenplan staat op de volgende pagina.
13
Continue dialoog èŝá
Initiatief # Geen comvenantpartner
Wel convenant partner
Contact verzoek tot volgen protocol
Volgen op afstand
IsS
Intake -ontact met
Invullen format me I. businesscase □raagkrachtscan Toets aan be eid
Eventueel gesprek voor nadere toelichting
le Bestuurlijke
Eventueel
Initiatief
Advies ronde 2e Bestuurlijke
Vertrouwelijk informeren wijkraad
Collegebehandeling nodig?
College behandeling Megatief
Positief
Initiatief
stopt
3articipatie-en communicatie traject. incl advies wijkraad
Werkgroep realisatie
o
Inrichting beheer commissie
Onderteke ning beheer convenant
Fase van beheer
Gemeente voert secretariaat Minimaal jaarlijkse bijeenkomst
Figuur 1. Stroomschema stappenplan
14
Bijlage 4. Afwegingskader voorzieningen 2015 Dit afwegingskader wordt toegepast in stap 1 uit het stappenplan (bijlage 2) totdat de wethouders met Wonen en Zorg in portefeuille een besluit nemen over het definitieve gebruik van het afwegingskader (hoofdstuk 2). In dit afwegingskader wordt op een zo laag mogelijk schaalniveau aangegeven in hoeverre een wijk ^CBS-buurt in statistische zin) of een deel daarvan voldoende absorptieruimte heeft om nieuwe open woon/zorgvoorzieningen te realiseren. Op wijkniveau vormen de volgende indicatoren een negatieve wegingsfactor: ^ het aantal plekken in open woon/zorgvoorzieningen ten opzichte van het aantal inwoners van de wijk is hoger dan het stedelijk gemiddelde (aantal plekken volgens de laatst uitgevoerde telling en aantal inwoners per 1 januari 2014); ^ de wijk scoort onder het stedelijk gemiddelde van de veiligheidsindex binnen het Wijkprofiel 2014; ^ de wijk scoort onder het stedelijk gemiddelde van de sociale index binnen het Wijkprofiel 2014. Toepassing van deze indicatoren op alle Rotterdamse wijken leidt tot het overzicht met de daarbij behorende zoneringskaart in bijlage 5 (in definitieve versie toevoegen). Ter toelichting op het overzicht en de kaart: ^ Groene wijken scoren op geen van de indicatoren negatief ten opzichte van het stedelijk gemiddelde.
Hier is in principe volop absorptieruimte voor de realisatie van nieuwe voorzieningen. ^ Gele wijken scoren op 1 van de indicatoren negatief ten opzichte van het stedelijk gemiddelde. Hier is met mate ruimte voor de realisatie van nieuwe voorzieningen. ^ Oranje wijken scoren op 2 van de indicatoren negatief ten opzichte van het stedelijk gemiddelde. Hier is een beperkte ruimte voor de realisatie van nieuwe voorzieningen. ^ Rode wijken scoren op alle 3 van de indicatoren negatief ten opzichte van het stedelijk gemiddelde. Hier is in principe geen absorptieruimte voor de realisatie van nieuwe voorzieningen. Het afwegingsproces zelf verloopt vervolgens als volgt: ^ In groene wijken is voldoende absorptieruimte voor de realisatie van nieuwe voorzieningen. Een nadere toets met behulp van de Buurtsignalering is niet nodig. ^ In gele wijken is met mate ruimte voor de realisatie van nieuwe voorzieningen. Ze worden bij voorkeur gerealiseerd in die delen van de wijk die in de Buurtsignalering positief scoren ten opzichte van het stedelijk gemiddelde (een score op of onder 0,00). ^ In oranje wijken is een beperkte ruimte voor nieuwe voorzieningen. Ze worden bij voorkeur niet gerealiseerd in die delen van de wijk die in de Buurtsignalering negatief scoren ten opzichte van het stedelijk gemiddelde (een score boven 0,00).
^ In rode wijken is geen ruimte voor de realisatie van nieuwe voorzieningen. Een nadere toets met behulp van de Buurtsignalering is niet nodig. Een beperkt aantal wijken is voorzien van een paars driehoekje, dat zijn de wijken waar verdunning nagestreefd wordt.
15
Bijlage 5 zoneringskaart
Zonerinqskaart HBD 2019
De zoneringskaart wordt toegepast in stap 1 uit het stappenplan (bijlage 2) totdat de wethouders met Wonen en Zorg in portefeuille een besluit nemen over het definitieve gebruik van het afwegingskader (hoofdstuk 2).
16