[22bb003061] Collegebrief inzake het Convenant Huisvesting Kwetsbare Doelgroepen ( voorheen Convenant Huisvesting Bijzondere Doelgroepen)
Tekst van het document
Gemeente Rotterdam
Stadhuis Coolsingel 40 3011 AD Rotterdam Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Website: www.rotterdam.nl E-mail: bbo@rotterdam.nl Inlichtingen: Frans Bosman Telefoon: 06-53700471 Portefeuillehouder: wethouder Eskes Cluster: Cluster Maatschappelijke Ontwikkeling Ons kenmerk: M2202-5551 - 22bo3016
Aan de Gemeenteraad Datum: B&W 12 april 2022 Betreft: Convenant Huisvesting Kwetsbare Doelgroepen (voorheen Convenant Huisvesting Bijzondere Doelgroepen)
Onderwerp: Convenant Huisvesting Kwetsbare Doelgroepen (voorheen Convenant Huisvesting Bijzondere Doelgroepen) Op welke gronden deze briefî/Waarom nu voorgelegd? Gemeente, corporaties en zorgaanbieders willen graag gezamenlijk een passende plek voor kwetsbare Rotterdammers realiseren. Vanuit deze overtuiging werken deze partijen sinds 2009 samen in het Platform Huisvesting Bijzondere Doelgroepen (HBD). Op 23 februari 2022 heeft het Platform HBD het nieuwe Convenant Huisvesting Kwetsbare Doelgroepen (HKD) vastgesteld, wat de volgende stap is in de dóórontwikkeling van het Convenant Huisvesting Bijzondere Doelgroepen (19bb18830). De formele ondertekening van het convenant door alle betrokken partijen vindt 14 april aanstaande plaats. Relatie met het coalitieakkoord/collegewerkprogramma/begroting/eerder aangenomen moties en gedane toezeggingen: Het Convenant HKD is een uitwerking van het Plan van aanpak kwetsbare Rotterdammers 2019-2022 (actielijn 6, maatregel 1: Versterken acceptatie van MO/GGZ-voorzieningen in de wijk en dóórontwikkeling). Toelichting: In mei 2021 heeft het Platform HBD besloten tot de herijking van het huidige Convenant HBD. In het betreffende besluit is bepaald op welke punten het convenant moet worden aangepast.
Aanleiding tot de herijking is de motie ‘Onderzoek vergroten draagvlak’ (18bb3181) waarin het college wordt opgedragen onderzoek te doen naar de mogelijkheden om bij de realisatie van nieuwe woonvoorzieningen eerder en meer draagvlak te verkrijgen bij omwonenden. In de uitkomst van het onderzoek (19bb18829) wordt geadviseerd het beleid met betrekking tot de huisvesting van bijzondere doelgroepen uit te voeren vanuit een breed gedragen strategisch kader. Dit kader is opgesteld in 2021 en door het college vastgesteld als het Plan van aanpak
Blad:
2/5
Wonen en Zorg 2030 (21bb9424). De in het besluit van mei 2021 meegegeven uitgangspunten voor aanpassing zijn verwerkt. Het herijkte convenant HKD sluit aan bij de uitgangspunten, doelen en strategie in het plan van aanpak. Het Convenant HKD schetst hiermee de kaders voor de realisatie van woonzorgvoorzieningen uit het Plan van aanpak wonen en zorg 2030. Het komende jaar wordt dit afwegingskader in de praktijk verder ontwikkeld en zorgvuldig geïmplementeerd. Een aantal nieuwe instrumenten zoals de draagkrachtscan enhet dashboard is nog in ontwikkeling. Daarom wordt in het stappenplan bij de realisatie van nieuwe voorzieningen nog gebruik gemaakt van het nu geldende afwegingskader voorzieningen 2014. Dit zal zo blijven tot het moment dat de wethouders met Wonen en Zorg in hun portefeuille een besluit nemen over het definitieve gebruik van het in dit convenant opgenomen Afwegingskader en de daarbij behorende instrumenten. Belangrijkste veranderingen In lijn met het Platformbesluit van 18 mei 2021 is het convenant op een zestal onderdelen aangepast: 1. Integratie Plan van Aanpak Wonen en Zorg 2030 voor kwetsbare Rotterdammers De integratie van het Plan van Aanpak Wonen en Zorg 2030 heeft geleid tot een aanpassing in de titel van het convenant: we spreken niet langer van huisvesting van bijzondere doelgroepen (HBD), maar van huisvesting van kwetsbare doelgroepen (HKD).
Waar het oude convenant sprak over het beperken van overlast, is de insteek van het nieuwe convenant om de leefbaarheid te bevorderen, veiligheid te borgen en te zorgen voor een zachte landing voor bestaande én nieuwe bewoners. Dit past bij het uitgangspunt van Rotterdam als inclusieve stad, waar voor iedereen een plek moet zijn. Daarom is de focus verschoven van doelgroepen naar woonvormen. Het Plan van Aanpak Wonen en Zorg 2030 introduceert semimurale woonvormen zoals tussenvoorzieningen die kunnen verschillen qua woonvorm, omvang en doelgroep. Ook zijn rollen van partijen verder uitgewerkt. Deze onderwerpen zijn vertaald naar samenwerkingsafspraken in het convenant Huisvesting Kwetsbare Doelgroepen. 2. Herijking van de definities van de doelgroepen voor voorzieningen waar mensen tijdelijk verblijven, met speciale aandacht voor semimurale voorzieningen. In het nieuwe convenant staan de verschillende typen voorzieningen centraal, in plaats van de doelgroepen. Hiervoor is gekozen, omdat het convenant primair over de huisvesting gaat en cliënten soms meerdere zorgbehoeften tegelijk hebben. Daarnaast huisvesten voorzieningen soms ook meerdere doelgroepen. Deze aanpassing zorgt voor een verbreding van het type voorzieningen die vallen binnen de afspraken in het convenant.
Tegelijkertijd zijn de voorzieningen duidelijker gedefinieerd, zijn semimurale voorzieningen opgenomen en wordt het stappenplan beschreven dat nu bij de realisatie van alle verschillende typen voorzieningen, met uitzondering van zelfstandig wonen (met een huurzorgcontract), moet worden doorlopen.
Blad:
3/5
3. De stedelijke verdunningsagenda is vervangen door de regionale opgave De stedelijke verdunningsagenda maakt niet langer deel uit van het convenant. In plaats daarvan ligt er een opgave om tot regionale spreiding te komen. Dit komt voort uit de wens een om tot een regionale aanpak (21bb9238) te komen als gevolg van de geplande doordecentralisatie van Bescherm Wonen (19bb19230). Om actief te kunnen sturen op de regionale spreiding van cliënten zijn de samenwerkende gemeenten Rotterdam, Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland en Ridderkerk verantwoordelijk voor het monitoren van het aanbod, de spreiding van voorzieningen in de regio en de in- en uitstroom naar de gemeente van herkomst van cliënten. Deze samenwerking valt buiten de scope van het convenant HKD en is daarom niet in het convenant opgenomen. 4. Taak en rol van het Platform In het convenant is als taak van het Platform opgenomen om te adviseren over beleidsontwikkeling en strategie rondom de doorstoom uit voorzieningen naar zelfstandig wonen. Bij mensen die zelfstandig wonen is echter geen sprake van een voorziening in de zin van het convenant en deze woonvorm maakt dan ook geen deel uit van het afwegingskader en het stappenplan voor de realisatie van nieuwe voorzieningen. 5.
Aanpassing afwegingskader: nieuwe werkwijze voor draagkracht op buurtniveau Het afwegingskader voldoet niet meer en moet worden aangepast. De systematiek van de zoneringskaart geeft op voorhand helderheid over de (on)mogelijkheden bij de realisatie van een nieuwe voorziening en maakt dat er altijd een consequente en herleidbare afweging wordt gemaakt. Toch zijn de gemeente en haar partners het erover eens dat het huidige afwegingskader niet langer naar wens functioneert. * Het afwegingskader is te grof, waardoor lokale verschillen en issues niet zichtbaar zijn. * De zoneringskaart wordt eens per twee jaar geüpdatet en is daardoor gebaseerd op vaak verouderde informatie. * De aanpak van de zoneringskaart sluit ook niet aan bij de ja, mits gedachte. Er wordt in het gebruik van de zoneringskaart namelijk niet onderzocht onder welke voorwaarden de realisatie van een voorziening wél mogelijk is. * De zoneringskaart sluit ook niet langer aan bij de bestaande praktijk, omdat semimurale voorzieningen niet zichtbaar zijn. Hierdoor geeft de kaart geen reëel beeld van de aanwezigheid van voorzieningen in de wijk. » Tot slot, merken we dat de zoneringskaart is bedoeld als onderdeel van een bredere afweging bij de realisatie van een nieuwe voorziening, maar in de praktijk vaak wordt gebruikt als zelfstandig instrument om een bepaalde ontwikkeling tegen te houden.
De aanpassingen aan het afwegingskader moeten tegemoetkomen aan bovenstaande problemen met de huidige zoneringskaart. We stellen een nieuwe werkwijze voor - de draagkrachtscan - die leidt tot herleidbare afwegingen op basis
Blad:
4/5
van een actueler, vollediger en neutraler overzicht dat recht doet aan de situatie op buurtniveau: * Het startpunt blijft de informatie uit het wijkprofiel: de veiligheids- en sociale index geplot op een kaart; * Deze informatie wordt aangevuld met een te ontwikkelen en te publiceren dashboard met een actueel overzicht van bekende voorzieningen, inclusief omvang en doelgroep in beeld gebracht; * De nieuwe werkwijze wordt verder aangevuld met de professionele inschatting van de wijkmanager en de Directie Veiligheid. Leiden bovenstaande stappen drie keer tot een negatief beeld, dan is het advies negatief. Leiden bovenstaande stappen drie keer tot een positief beeld, dan is het advies positief. Is het beeld verdeeld positief en negatief dan volgt een navolgbaar kwalitatief advies. Bij twee keer positief en één keer negatief gaat dit advies uit van het principe 'ja, mits’. Bij twee keer negatief en één keer positief gaat dit advies uit van het principe ‘nee, tenzij’. Het advies wordt altijd getoetst door de wethouder met Wonen in diens portefeuille en de wethouder met Zorg in diens portefeuille. 6. ‘Spelregels van het proces’ verduidelijken (van plan tot beheer) Het hoofdstuk afwegingskader start met een overzicht van het type voorzieningen en de betrokkenheid van het Platform daarbij.
Waar het gaat om de realisatie van voorzieningen, wordt voor alle voorzieningen een gelijk proces doorlopen. Alleen voor de voorzieningen Beschermd Wonen en de opvangvoorzieningen voor kwetsbare doelgroepen geldt dat groen licht van het college van B en W van de gemeente Rotterdam noodzakelijk is, alvorens het proces tot realisatie kan worden gestart. In het convenant zijn alle stappen uitgeschreven en is een stroomschema opgenomen. Nieuw is dat partijen eerder samen aan tafel gaan om de haalbaarheid van initiatieven in te schatten én te vergroten. Ook is er meer aandacht voor de beheerfase. Partijen concluderen dat het beheer van grote invloed is op hoe men naar de voorzieningen kijkt en het draagvlak voor nieuwe voorzieningen beïnvloedt. Ook is in het convenant een escalatiemogelijkheid opgenomen bij problemen in de beheerfase. Met het instellen van de wijkraden en de daarbij behorende verordening verandert de rol van de wijk in het proces. Participatie is op de volgende onderdelen in het proces voorzien c.q. mogelijk: * Voortdurende dialoog: wijkmanager bespreekt met de wijkraad de leefbaarheid in de wijk en de ruimte voor nieuwe voorzieningen, voordat er een concrete casus ligt * Intake fase: de wijkmanager wordt betrokken om een indruk te krijgen van de leefbaarheid en veiligheid in de buurt.
* De wijkraad wordt voor de collegebehandeling (in gevallen waar het oordeel van het college nodig is) of in ieder geval voor de participatie- en communicatiefase vertrouwelijk geïnformeerd.
Blad:
5/5
* De wijkraad kan na groen licht in het college zelf kiezen om een advies uit te brengen. De beslissing over het 'wat' is reeds genomen (de voorziening kan er komen), daarom staat het ‘hoe’ centraal (wat is er nodig voor een zachte landing voor nieuwe en bestaande bewoners). * Er wordt een beheercommissie ingericht en een beheerconvenant getekend om blijvende betrokkenheid van de betrokken partijen, omwonenden, ondernemers, de wijkagent en instellingen in de directe omgeving van de beoogde voorziening te realiseren. Slot Met het inwerking treden van het Convenant HKD wijzigt ook de naam van het Platform HBD. Vanaf 1 april 2022 wordt de naam gewijzigd in Platform Huisvesting Kwetsbare Doelgroepen. Dit past beter bij de huidige maatschappelijke visie op huisvesting van deze doelgroepen: een stabiele woonplek in de wijk, midden in de samenleving.
Financiële en juridische consequenties/aspecten:
Burgemeester en Wethouders van Rotterdam, e secretaris,
V.J.M
Bijlage(n): Convenant Huisvesting Kwetsbare Doelgroepen
De burgemees'
Aboutaleb