[22bb003052] Bijlage 1 behorende bij 22bb3050 over ontwerpbestemmingsplan "s-Gravendijkwal 122' plus verbeelding
Tekst van het document
De gecumuleerde geluidbelasting inclusief aftrek conform artikel 110g van de Wgh is vanwege de zoneplichtige wegen bij de ontwikkellocaties per bouwlaag berekend en weergegeven in de laatste kolom van de tabel in bijlage 5. In figuur 2 zijn de resultaten grafisch weergegeven waarbij de rode punten niet voldoen aan het ontheffingsbeleid ^53 dB) en de groene punten wel 253 dB). Uit de figuur blijkt dat de realisatie van minimaal één geluidluwe gevel mogelijk is. De locatie voldoet daarmee aan het ontheffingsbeleid.
Blad: Datum:
Gemeente Rotterdam
4/4 16 augustus 2021
Figuur 2: Weergave geluidbelaste (rode punten) en geluidluwe (groene punten) gevels 's-Gravendijkwal 122
Conclusie In het pand aan de ’s-Gravendijkwal zijn momenteel maatschappelijke voorzieningen aanwezig. Er zijn plannen om in dit pand woningen te realiseren. Voor het realiseren van nieuwe geluidgevoelig functies moet de Wgh in acht worden genomen. Het Ingenieursbureau van de gemeente Rotterdam heeft deze locatie daarom akoestisch onderzocht. Voor de locatie zijn de ’s-Gravendijkwal, de Nieuwe Binnenweg inclusief tramverkeer en de Mathenesserlaan de relevante zoneplichtige geluidbronnen. Bepaald is wat de geluidbelasting vanwege deze wegen op de ontwikkellocatie is en of deze voldoet aan de eisen uit de Wgh. Daarnaast is onderzocht of het plan voldoet aan het ontheffingsbeleid van de gemeente Rotterdam. Uit de berekeningen blijkt dat de voorkeurswaarde vanwege de ’s-Gravendijkwal en de Nieuwe Binnenweg inclusief tramverkeer wordt overschreden. De maatgevende geluidbron is de ’s-Gravendijkwal. Maatregelen ten behoeve van de geluidbelasting vanwege deze weg zijn in het kader van de transformatie van dit pand niet doelmatig. Geadviseerd wordt de maximaal berekende geluidbelastingen als hogere waarden aan te vragen bij het college van burgemeester en wethouders. De vast te stellen hogere waarden zijn weergegeven in onderstaande tabel: locatie
’s-Gravendijkwal 122 1)
weg
Lden1) [dB]
‘s-Gravendijkwal
60
Nieuwe Binnenweg + tram 51 Deze waarden zijn inclusief de aftrek van 5 dB conform artikel 110g van de Wgh
Aanbevelingen Geadviseerd wordt om bij de transformatie rekening te houden met een acceptabele binnenwaarde. Dit kan worden gerealiseerd door de meest geluidgevoelige ruimtes zoals slaapkamers aan de geluidluwe zijde van het pand te plannen. Bijlagen: 3
Bijlage 1:
Verkeersgegevens a: b: c: d: e:
overzicht linknummers wegvakken verkeersintensiteiten wegverkeer overzicht linknummers baanvakken tramintensiteiten snelheidsprofiel trams
Verkeersopgave afdeling Mobiliteit per mail van 10 augustus 2021
Overzichtskaart van studiegebied met betreffende wegvakken (linknr, straatnaam)
Verkeersopgave afdeling Mobiliteit per mail van 10 augustus 2021 Weekdaggemiddelde Gemiddeld daguur LINKNR NAAM etmaalintensiteit 2031 Lv Mz 1.000 998 's-Gravendijkwal 66 2 5.180 999 Nieuwe Binnenweg 341 13 9.885 1000 Mathenesserlaan 645 29 1002 's-Gravendijkwal 810 53 2 8.510 1003 Mathenesserlaan 551 29 2.545 14200 's-Gravendijkwal 170 5 2.260 14205 's-Gravendijkwal 153 2 9.825 17444 Mathenesserlaan 641 29 18618 's-Gravendijkwal 30.345 1991 3 19127 's-Gravendijkwal 3.055 208 2 19157 's-Gravendijkwal 2.010 136 2 662619 's-Gravendijkwal 26.295 1727 2 666685 Nieuwe Binnenweg 6.080 407 10 667011 's-Gravendijkwal 2.315 156 3 667012 s-Gravendijkwal 1.710 115 2 669408 Mathenesserlaan 9.485 616 31 669719 Nieuwe Binnenweg 3.245 214 8 669722 Nieuwe Binnenweg 5.570 370 12
Gemiddeld avonduur Zv 1 4 9 1 9 1 1 9 1 1 1 0 3 1 1 9 2 3
Lv 30 158 297 25 254 79 70 296 1030 96 63 893 188 72 53 284 99 171
Mz 1 3 7 1 7 1 1 7 1 1 1 0 2 1 1 7 2 3
Gemiddeld nachtuur Zv 0 0 2 0 2 0 0 2 0 0 0 0 0 0 0 2 0 0
Lv 6 29 55 4 46 14 13 54 285 17 11 247 34 13 10 52 17 31
Mz 0 1 3 0 3 0 0 3 0 0 0 0 1 0 0 3 2 1
Zv 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Verkeersopgave afdeling Mobiliteit per mail van 10 augustus 2021
Overzichtskaart van studiegebied met betreffende wegvakken (linknr, straatnaam)
Verkeersopgave afdeling Mobiliteit per mail van 10 augustus 2021 LINKNR A B NAAM 352650 195617 311916 Rotterdam 352665 193101 311930 Heemraadplein - Claes de Vrieselaan 352666 311918 311931 Claes de Vrieselaan - 's Gravendijkwal 353104 3085 311916 Rotterdam 353142 3085 311917 Mathenesserlaan - 's Gravendijkwal 353170 311917 311931 Rotterdam 353180 311918 312383 Rotterdam 353181 311930 312383 Rotterdam
NOOT
TRAM_WKD TRAM..GDU TRAM. GAU TRAM GNU 174 12 6 2 174 12 6 2 174 12 6 2 174 12 6 2 174 12 6 2 174 12 6 2 174 12 6 2 174 12 6 2
Bijlage 2:
Rekenmodel
a: b:
overzicht rekenmodel wegverkeerslawaai overzicht rekenpunten (
bodemabsorptie bebouwing rijlijn tram hoogtelijn met scherm optrektoeslag waarneempunt gevel
. +
’mmąammmmr Wegdek
Dicht asfaltbeton (DAB) Klinkers in keperverband (KV)
Bijlage 2a Overzicht rekenmodel wegverkeerslawaai
Akoestisch onderzoek 's-Gravendijkwal 122 Gemeente Rotterdam
Ingenieursbureau Dossiernummer: 20210028 Formaat:
0
250
A4
Datum:
12-08-2021
Schaal:
1 :2500
WinHavik 9.1.0(build 4) (c) dirActivity-software
VL [Lden]
I bodemabsorptie I bebouwing I rijlijn tram I hoogtelijn met scherm optrektoeslag waarneempunt gevel
+
Wegdek
Dicht asfaltbeton (DAB) Klinkers in keperverband (KV)
Bijlage 2b Overzicht rekenpunten wegverkeerslawaai
Akoestisch onderzoek 's-Gravendijkwal 122
Ingenieursbureau Dossiernummer: 20210028 Formaat:
0
50
A4
Datum:
12-08-2021
Schaal:
1 : 500
WinHavik 9.1.0(build 4) (c) dirActivity-software
VL [Lden]
Bijlage 3:
Rekenresultaten wegverkeerslawaai zoneplichtige wegen
Bijlage 3 - Rekenresultaten wegverkeerslawaai vanwege relevante zoneplictige wegen Mathenesserlaan
's-Gravendijkwal Locatie
Reken-
Reken-
punt
hoogte
L dag
L avond
[m]
[dB(A)]
[dB(A)]
L nacht
[dB(A)]
Lden
[dB]
Lden
Ldag
Nieuwe Binnenweg+tram
L avond
L nacht
Lden
L den
L dag
L avond
L nacht
Cumulatief L den
L den
L VL.CUM
Cumulatief L VL.CUM
incl. aftrek
incl. aftrek
incl. aftrek
Conform art 110f
Conform art 110g
art. 110g
art. 110g
art. 110g
(alleen zoneplichtige wegen en
(alleen zoneplichtige wegen en
Lden > voorkeurswaarde)
Lden > voorkeurswaarde)
[dB]
[dB(A)]
[dB(A)]
[dB(A)]
[dB]
[dB]
[dB(A)]
[dB(A)]
[dB(A)]
[dB]
[dB]
[dB]
[dB]
's-Gravendijkwal 122
W.01
1,50
60,99
57,49
50,65
61,18
51,11
47,76
41,23
51,47
46
52,69
49,27
43,51
53,27
48
61,0
56,0
's-Gravendijkwal 122
W.01
4,50
62,99
59,71
53,40
63,46
52,15
48,78
42,25
52,50
47
54,13
50,71
44,96
54,71
50
63,6
58,6
's-Gravendijkwal 122
W.01
7,50
64,16
60,99
54,88
64,76
52,62
49,23
42,67
52,95
48
54,44
51,04
45,34
55,05
50
65,4
60,4
's-Gravendijkwal 122
W.01
10,50
64,28
61,13
55,05
64,90
52,75
49,36
42,82
53,09
48
54,52
51,13
45,46
55,15
50
65,4
60,4
's-Gravendijkwal 122
W.01
13,50
64,43
61,31
55,28
65,08
52,73
49,34
42,79
53,06
48
54,56
51,17
45,52
55,19
50
65,4
60,4
's-Gravendijkwal 122
W.02
1,50
61,30
57,84
51,14
61,55
50,91
47,50
40,92
51,22
46
53,47
50,06
44,32
54,06
49
62,6
57,6
's-Gravendijkwal 122
W.02
4,50
63,28
60,03
53,78
63,79
51,73
48,33
41,76
52,05
47
54,81
51,40
45,66
55,40
50
64,5
59,5
's-Gravendijkwal 122
W.02
7,50
64,19
61,02
54,93
64,79
52,34
48,90
42,30
52,63
48
55,08
51,68
45,99
55,69
51
65,5
60,5
's-Gravendijkwal 122
W.02
10,50
64,27
61,13
55,08
64,91
52,37
48,94
42,35
52,67
48
55,16
51,77
46,11
55,79
51
65,5
60,5
's-Gravendijkwal 122
W.02
13,50
64,43
61,31
55,31
65,09
52,37
48,95
42,37
52,68
48
55,15
51,77
46,11
55,79
51
65,5
60,5
's-Gravendijkwal 122
W.03
1,50
40,68
37,68
31,85
41,47
36
36,44
32,76
36,58
32
35,44
32,08
36,16
31
's-Gravendijkwal 122
W.03
4,50
41,04
38,02
32,19
41,82
37
36,67
32,96
36,79
32
35,37
32,00
36,09
31
's-Gravendijkwal 122
W.03
7,50
41,62
38,59
32,76
42,40
37
37,51
33,74
37,59
33
35,96
32,58
36,68
32
's-Gravendijkwal 122
W.03
10,50
42,69
39,65
33,78
43,45
38
38,63
34,90
38,76
34
36,91
33,53
37,63
33
's-Gravendijkwal 122
W.03
13,50
44,70
41,64
35,74
45,43
40
40,79
37,25
41,06
36
38,13
34,77
38,89
34
's-Gravendijkwal 122
W.04
1,50
39,89
36,87
31,05
40,68
36
36,46
32,75
36,58
32
35,15
31,80
35,88
31
's-Gravendijkwal 122
W.04
4,50
40,20
37,18
31,34
40,98
36
36,77
33,03
36,87
32
35,09
31,75
35,85
31
's-Gravendijkwal 122
W.04
7,50
40,84
37,81
31,97
41,61
37
37,78
34,01
37,87
33
35,63
32,28
36,39
31
's-Gravendijkwal 122
W.04
10,50
41,63
38,58
32,70
42,38
37
39,21
35,52
39,37
34
36,41
33,07
37,18
32
's-Gravendijkwal 122
W.04
13,50
42,95
39,89
33,97
43,68
39
40,71
37,13
40,95
36
37,20
33,86
37,97
33
's-Gravendijkwal 122
W.05
1,50
35,51
32,55
36,35
31
34,32
30,45
34,27
37,66
34,25
38,29
33
's-Gravendijkwal 122
W.05
4,50
35,50
32,54
36,34
31
34,46
30,57
34,41
38,17
34,75
38,79
34
's-Gravendijkwal 122
W.05
7,50
34,73
31,75
35,55
31
35,12
31,16
35,02
38,59
35,15
39,20
34
's-Gravendijkwal 122
W.05
10,50
35,69
32,71
36,51
32
35,73
31,74
35,63
31
39,06
35,60
39,65
35
's-Gravendijkwal 122
W.05
13,50
36,88
33,89
37,69
33
36,35
32,35
36,24
31
39,57
36,10
40,16
35
's-Gravendijkwal 122
W.06
1,50
35,73
32,76
36,55
32
34,25
30,44
34,25
38,49
35,09
39,13
34
's-Gravendijkwal 122
W.06
4,50
35,45
32,47
36,27
31
34,23
30,35
34,19
38,98
35,57
39,61
35
's-Gravendijkwal 122
W.06
7,50
35,49
32,50
36,30
31
34,87
30,91
34,77
39,29
35,86
30,22
39,91
35
's-Gravendijkwal 122
W.06
10,50
36,37
33,38
37,18
32
35,44
31,45
35,33
39,72
36,28
30,64
40,33
35
's-Gravendijkwal 122
W.06
13,50
37,75
34,75
38,55
34
36,07
32,07
35,96
40,37
36,90
31,26
40,96
36
's-Gravendijkwal 122
W.07
1,50
40,06
37,06
31,25
40,86
36
31,99
32,21
40,21
36,76
31,13
40,82
36
's-Gravendijkwal 122
W.07
4,50
40,21
37,20
31,37
41,00
36
31,84
32,05
40,87
37,39
31,69
41,44
36
's-Gravendijkwal 122
W.07
7,50
40,61
37,59
31,76
41,39
36
32,50
32,71
41,21
37,70
32,01
41,76
37
's-Gravendijkwal 122
W.07
10,50
41,29
38,25
32,40
42,05
37
33,22
33,48
41,90
38,37
32,74
42,46
37
's-Gravendijkwal 122
W.07
13,50
42,80
39,73
33,85
43,54
39
34,29
34,61
43,22
39,70
34,14
43,81
39
's-Gravendijkwal 122
W.08
1,50
40,71
37,70
31,88
41,50
37
32,06
32,22
40,10
36,64
31,01
40,70
36
's-Gravendijkwal 122
W.08
4,50
40,85
37,84
32,01
41,64
37
31,78
31,91
40,79
37,29
31,59
41,34
36
's-Gravendijkwal 122
W.08
7,50
41,15
38,13
32,29
41,93
37
32,33
32,45
41,03
37,50
31,79
41,56
37
's-Gravendijkwal 122
W.08
10,50
41,88
38,85
33,00
42,65
38
32,92
33,06
41,42
37,88
32,19
41,96
37
's-Gravendijkwal 122
W.08
13,50
43,84
40,78
34,91
44,58
40
34,06
34,29
42,55
38,99
33,37
43,10
38
30,76
30,61
30,86
30,52
31
30,45
L DEN_____________ __ < 30 dB Į 31 -48 dB 49 - 53 dB ____
54 - 58 dB
__ 59 - 63 dB B > 63 dB
Pagina 1 van 1
bestemmingsplan 's-Gravendijkwal 122
Bijlage 2
20
Stikstofberekening
Bijlagen bij de toelichting (ontwerp)
Gemeente Rotterdam
Voortoets Nbw Projectbestemmingsplan ’s-Gravendijkwal 122
Van Paul Bruijkers Datum 29-3-2021 Versie 0.1 Collegiale toetsing Irma Dekker
Inhoud 1
Aanleiding
3
2
Rekenmethode en uitgangspunten
4
2.1
Uitgangspunten aanlegfase
4
2.1.1
Gebruiksfase
4
3
Beoordeling resultaten en conclusie
5
Versie
Bp 's-Gravendijkwal 122
Collegiale toetsing
Datum
Pagina
0.1
Voortoets Nbw
Irma Dekker
29-3-2021
2 van 6
1
Aanleiding
Als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen kunnen effecten ontstaan op Natura 2000-gebieden. In de ruime omgeving van het plangebied ‘s-Gravendijkwal 122 zijn verschillende Natura 2000-gebieden aanwezig, te weten de ‘Solleveld en Kapittelduinen’, ‘Oude Maas’, ‘Westduinpark & Wapendal’, ‘Nieuwkoopse Plassen’ en Broekvelden Vettenbroek & Polder Stein’. Gelet op de afstand (H0 km) tot Natura 2000-gebieden, de aard van de ontwikkeling (woningbouw) zijn directe effecten zoals verstoring, effecten op waterhuishouding en dergelijke op voorhand uit te sluiten. Effecten die wel op grotere afstand kunnen plaatsvinden zijn depositie effecten als gevolg van toename van stikstofemissies. Natura 2000-gebieden waar sprake is van overbelasting als gevolg van stikstofdepositie betreffen ‘Solleveld en Kapittelduinen’, ‘Westduinpark & Wapendal’, ‘Nieuwkoopse Plassen’. Deze gebieden liggen op meer dan 10 km afstand (figuur 1). De aanleg en het gebruik van projecten ontwikkelingen binnen het projectbestemmingsplan ‘sGravendijkwal 122 kunnen leiden tot een toename van de stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Met het programma Aerius Calculator is een berekening uitgevoerd voor de beoogde eindsituatie en de aanlegfase, om inzicht te geven in de eventuele bijdrage van stikstofdepositie binnen Natura 2000-gebieden. Jak Verlaat ľoetėfwoude-Rijndijk vodrechoter
Voorburg
Benthuizen
Nootdorp
Heenweg
Pijnackei
Haastrecht
Rodenrijs
Maasland Maassluis
Voordelta
Schoonhoven
Berkenwoude Capelle aan den IJsset
Vierdingen
StOtwijk
Lageweg
Zweth De Kapél
linīngergors
Monrtoo
Polsbroekerdam
Moordrecht
De Lier
Svoorne
Papekop
Gouda
BletSwi)k Zevenhuizen
Delft Ľŵfgauw
iWoudt
Maasdijk Europoort
riebruggey
Oodewater
Wateringen
s-Gravenzande Naaldwijk
Reeuwrjk-Dorp Reeuwijk-
Moeikapeke
Katwijkerlaan
Woelden
Nieuwerbrug i
Zoetermeer
Poeldijk
Kamerik
Mazerswoude Dorp
's-Gravenhâge
Rijswijk
Zegveld
ŽwammefdE
Stompwijk
Lėidschendarn
Schiedam
'Rotterdam
Brielle
Nieuwpoort
Bergambacht
Oudeland
Krimpen aan den ussel
jJMashav&i
Lekkerkerk
Bolnes
Noordeloo;
Streefkerk Ottoland Brandwijk
Geervliet
Rboon
Abbenbroek
Barendrecht Wijngaarden
Spijkeniss?
Oudenhoorn
Oud-Beųerland
Ouddorp
Heinenoord
taríngvliet
Meltssanl Grevelingen
Zwartslwsje
Sommelsdijk
Klaaswaal
^Zuid-Beljeriand
Dirksland Stad aan 1
fshaven
M.jnsheerenland
Gressenburg Schelluipen
Papendrechi
i:--‘iľ-
Zwijndreclit
Stellenc Oosthoek
njanstam
Hoornaar
Bleskensgraal
Ridderkerk
- Smitshoek
Hoogvliet
HeBevoeisluis
Koeken?
Alphçn aan den Rijn
fćrkendair
Puttershoek Dordrecht
Oudeland jįan Strijen Schenkeldijk ļĵf
Nurnansdorp Schuring
Hank Dus ■SrÖSM b Kadaster
Habitatrichtlljn Vogelrichtliļn Vogelrichtlijn. Habitatrichtlljn
Figuur 1: Ligging plangebied ’s-Gravendijkwal 122 (i-marker) ten opzichte van Natura 2000-gebieden
Versie
Bp 's-Gravendijkwal 122
Collegiale toetsing
Datum
Pagina
0.1
Voortoets Nbw
Irma Dekker
29-3-2021
3 van 6
2
Rekenmethode en uitgangspunten
Aan de ‘s-Gravendijkwal 122 wordt 1.200 m2 aan maatschappelijke opvangvoorziening getransformeerd naar 9 appartementen (7 stuks van ca. 90 m2 en twee van ca. 50) of in 8 appartementen (6x 90 m2, 2x 50 m2) en 300 m2 gezondheidszorg, bijvoorbeeld een huisartspost. Voor de berekening van de bijdrage aan de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden is gebruik gemaakt van het rekenprogramma Aerius Calculator, versie 2020.
2.1 Uitgangspunten 2.1.1 Bouwen Voor het transformeren is nog geen concreet bouwplan. Om het effect toch in beeld te kunnen brengen wordt uitgegaan van een worstcase kental wat betekent dat per 100 m2 bvo 3 kg NOx wordt uitgestoten. Het getal van 3 komt uit de “Handreiking woningbouw en Aerius” van de Rijksoverheid (januari 2020) en staat voor de uitstoot van één nieuwbouwhuis. De uitstoot in de aanlegfase bedraagt derhalve 1.200/100 maal 3 maakt 36 kg NOx. 2.1.1 Gebruiksfase Ruimtelijk programma
Er wordt niet aangesloten op aardgas, hier vindt dan ook geen uitstoot van NOx plaats. Verkeer
Er is geen bijdrage aan de depositie van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Dit wordt verklaard uit het gegeven dat de NOx uitstoot van het lokale wegverkeer van de nieuwe school in de Aerius Calculator niet verder bijdraagt dan 5 kilometer en deze uitstoot dus geen effect heeft op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden omdat deze op meer dan 16 kilometer van het plangebied zijn gelegen1.
1 zie “Handreiking woningbouw en Aerius” van de Rijksoverheid (januari 2020)
Versie
Bp ’s-Gravendijkwal 122
Collegiale toetsing
Datum
Pagina
0.1
Voortoets Nbw
Irma Dekker
29-3-2021
4 van 6
3
Beoordeling resultaten en conclusie
Uit de berekening van de aanlegfase (zie bijlage) blijkt dat er geen bijdrage is aan de stikstofdepositie dat wil zeggen (afgerond) niet meer dan 0,00 mol/ha/jr. De gebruiksfase draagt niet bij aan de stikstofdepositie. Enerzijds omdat de nieuwe bestemmingen aardgasloos worden opgeleverd en anderzijds omdat het extra wegverkeer als gevolg van dit plan op meer dan 5 kilometer van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden plaatsvindt en daardoor per definitie geen effect (0,00 mol/ha/jr) geeft. De ontwikkeling van het projectbestemmingsplan ’s-Gravendijkwal 122 heeft geen negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden. Van verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en habitats van soorten of een significant verstorend effect op soorten waarvoor de gebieden zijn aangewezen, is geen sprake.
Versie
Bp 's-Gravendijkwal 122
Collegiale toetsing
Datum
Pagina
0.1
Voortoets Nbw
Irma Dekker
29-3-2021
5 van 6
Bijlage Rapportage stikstofberekening aanlegfase
Versie
Bp 's-Gravendijkwal 122
Collegiale toetsing
Datum
Pagina
0.1
Voortoets Nbw
Irma Dekker
29-3-2021
6 van 6
AERIUSB CALCULATOR Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RTgnPhEi6QSZ (29 maart 2021) pagina 1/5
Resultaten
AERIUSn Contact
Activiteit
CALCULATOR Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Gemeente Rotterdam
Wilhelminakade 179, 3002AN Rotterdam
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Projectbestemmingsplan 'sGravendijkwal 122
RTgnPhEi6QSZ
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
29 maart 2021, 18:41
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten
Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
36,00 kg/j
NH3
-
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
aanlegfase transformatie 1.200 m2 bvo
Situatie 1
RTgnPhEi6QSZ (29 maart 2021) pagina 2/5
Resultaten
AERIUSB CALCULATOR Bhjdorp
Locatie Situatie 1
Blíjdofpseļįįder
Spangen
Provenierswijk
Nieuwe Wesicn
Middelland 0
Oude Westen
Tussendijken
Bospolder
CiWÌftaVÏ
Ctelfcbaven
Wörií
Kjop var z
iémand
RĶ’ïtiaven ächlėtisven Kntondrpciit
Air 1:33 500 m
Emissie Situatie 1
Bron Sector
Emissie NH3
-
Resultaten
Situatie 1
Bron 1 Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
Emissie NOx
36,00 kg/j
RTgnPhEi6QSZ (29 maart 2021) pagina 3/5
Resultaten
AERIUSB CALCULATOR
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
Resultaten
NOx
Voertuig
Omschrijving
AFW
aanlegfase transformatie 'sGravendijkwal 122
Situatie 1
Bron 1 91494, 436604 36,00 kg/j
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
4,0
2,0
Warmte Stof inhoud (MW)
0,0
Emissie
NOx
36,00 kg/j
RTgnPhEi6QSZ (29 maart 2021) pagina 4/5
Resultaten
AERIUSB CALCULATOR Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS
versie 2020_202l0209_2f032cela2
Database
versie 2020_202l0209_2f032cela2
Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Situatie 1
RTgnPhEi6QSZ (29 maart 2021) pagina 5/5
bestemmingsplan 's-Gravendijkwal 122
Bijlage 3
32
Natuurtoets
Bijlagen bij de toelichting (ontwerp)
UI IDDS
integrale expertise bij ruimtelijke ontwikkeling
RAPPORT Quickscan Wet Natuurbescherming ‘s Gravendijksewal 122 - Rotterdam
Kenmerk Datum
: R&O19022168/RSL/rap1 : 22 september 2019
Opdrachtgever :
FDJ Advocaten Hellingweg 9 b 2583 DZ Den Haag
Goedkeuring_____________________________________ Datum______ Handtekening Dhr. R.F.M. Sluijs (Ecoloog)
IDDS ‘s-Gravendijckseweg 37 2201 CZ Noordwijk IDDS.NL
Opsteller, auteur
Postbus 126 2200 AC Noordwijk info@idds.nl T 071 - 402 85 86
22-09-2019
j
Inhoudsopgave 1. Inleiding................................................................................................................................................................ 3 1.1 Aanleiding.......................................................................................................................................................3 1.2 Doel van het onderzoek............................................................................................................................... 3 1.3 Leeswijzer....................................................................................................................................................... 3 2. Opzet en uitvoering van het onderzoek............................................................................................................ 4 2.1 Bureaustudie................................................................................................................................................. 4 2.2 Veldonderzoek.............................................................................................................................................. 4 2.3 Effectenbeoordeling......................................................................................................................................4 3.
Beschrijving van het plangebied......................................................................................................................... 5 3.1 Ligging ten opzichte van beschermde gebieden en omgeving................................................................5 3.2 Algemene beschrijving van het plangebied.............................................................................................. 7 4. Wettelijk kader......................................................................................................................................................8 4.1 Wet Natuurbescherming, onderdeel soorten............................................................................................ 8 4.2 Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland...............................................................9 5. Resultaten en effectenbeoordeling.....................................................................................................................9 5.1 Vleermuizen ................................................................................................................................................. 9 5.2 Grondgebonden zoogdieren......................................................................................................................
10 5.3 Vaatplanten..................................................................................................................................................10 5.4 Vogels........................................................................................................................................................... 10 5.5 Amfibieën en reptielen................................................................................................................................11 5.6 Overige beschermde soorten..................................................................................................................... 11 6. Samenvatting conclusie en overzichtstabel....................................................................................................12 6.1 De zorgplicht zoals weergegeven in artikel 1.11.......................................................................................12 6.2 De zorgplicht specifiek voor vogels in artikel 3.1....................................................................................12 6.3 Overzichtstabel van onderzochte soortgroepen en onderzoeksresultaten in het plangebied.........
13 Checklist groen bouwen....................................................................................................................................13 Literatuur en bronvermelding.................................................................................................................................14
‘s Gravendijksewal 122 - Rotterdam - R&Ol9022168/RSL/rap1
2/14
u IDDS 1. Inleiding 1.1 Aanleiding In opdracht van FDJ Advocaten is een flora - en faunaonderzoek uitgevoerd op de locatie ‘s Gravendijksewal 122, te Rotterdam. Aanleiding tot het uitvoeren van dit flora- en faunaonderzoek is de voorgenomen renovatie van het aanwezige opstal. 1.2 Doel van het onderzoek Deze quickscan flora en fauna heeft ten doel de voorgenomen plannen te toetsen aan de huidige natuurwetgeving zodat duidelijk wordt welke maatregelen moeten worden getroffen om overtreding van deze wet te voorkomen. Het plangebied is onderzocht en beoordeeld op de aanwezigheid van en betekenis voor door de Wet natuurbescherming beschermde plant- en diersoorten. Indien overtreding niet kan worden vermeden, is in het onderhavige rapport aangegeven voor welke soorten en met welke onderbouwing ontheffing dient te worden aangevraagd. Indien aanvullend onderzoek noodzakelijk blijkt, kan op basis van de quickscan een gedegen planning daarvan worden gemaakt. 1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de opzet van het onderzoek besproken en in hoofdstuk 3 wordt nader ingegaan op het plangebied. In hoofdstuk 4 is de reikwijdte en de doelstelling uit de Natuurbeschermingswet beschreven. In hoofdstuk 5 worden conclusies getrokken uit de resultaten van het bureauonderzoek en het veldbezoek, waarna in hoofdstuk 6 de conclusies zijn samengevat.
Tot slot wordt in de bijlage een overzicht van de geraadpleegde literatuur gepresenteerd.
flip
Vooraanzicht ‘s Gravendijksewal 122 ‘s Gravendijksewal 122 - Rotterdam - R&Ol9022168/RSL/rap1
3/14
u IDDS 2. Opzet en uitvoering van het onderzoek Het onderhavige flora- en faunaonderzoek bestaat uit twee onderdelen, te weten: een bronnen- en literatuuronderzoek en een biotooptoets (veldbezoek). De biotooptoets is door een ecoloog uitgevoerd op 18 september 2019 in de middag bij windkracht 2, zwaar bewolkt weer, circa 19 graden Celsius. 2.1 Bureaustudie Het bronnen- en literatuuronderzoek omvat een bureaustudie, waarbij kaarten zijn geraadpleegd (kenmerken van het landschap waarin het plangebied zich bevindt) en de reeds bekende verspreidingsgegevens van voorkomende beschermde soorten in de regio zijn geraadpleegd. In het bronnen- en literatuuronderzoek zijn het plangebied en het omliggende gebied in een straal van ongeveer 1,5 kilometer onderzocht. Er zijn diverse bronnen geraadpleegd om een beeld te krijgen van de verspreiding en mogelijk voorkomen van beschermde soorten in en rond het plangebied. Aan de hand van deze informatie is een inschatting gemaakt of de betreffende soorten in het plangebied voor zouden kunnen komen, gezien de habitatvoorkeur van de betreffende soorten. Een overzicht van de gebruikte literatuur is opgenomen in de literatuurlijst, die is opgenomen in de bijlage van deze briefrapportage. 2.2 Veldonderzoek Naast een bureaustudie is een biotooptoets uitgevoerd.
Dit betreft een veldbezoek met als doel een inschatting te maken van de ecologische kwaliteiten van het plangebied. De bevindingen van het bronnen en literatuuronderzoek worden in het veld getoetst en indien nodig aangevuld. Op het moment dat een biotooptoets wordt uitgevoerd, zijn niet alle soorten zichtbaar aanwezig. Diersoorten zijn bijvoorbeeld alleen nachtactief of in een bepaalde periode van het jaar afwezig. Daarom zijn de eisen die soorten/soortgroepen aan hun leefomgeving stellen met betrekking tot vaste rust- en verblijfplaatsen, voedselgebieden en migratierouten vergeleken en getoetst met de situatie in het veld. Op deze manier is ook het belang van het plangebied beoordeeld voor flora en fauna die niet zijn waargenomen gedurende de biotooptoets, maar desondanks toch mogelijk kunnen voorkomen ter plaatse van het plangebied. De resultaten van de biotooptoets betreffen uitsluitend waarnemingen binnen het plangebied. 2.3 Effectenbeoordeling Op basis van de veldkenmerken van het plangebied en de verspreiding van beschermde soorten, is beoordeeld voor welke beschermde soorten het plangebied van betekenis kan zijn. Bij deze toetsing is alleen gekeken naar de beschermde soorten uit de Wet Natuurbescherming. Deze soorten hebben een Nederlandse of Europese bescherming en moeten worden getoetst op voorkomen en effect.
Wanneer effecten optreden of verbodsbepalingen worden overtreden, dan zijn er mogelijk maatregelen nodig om de effecten te voorkomen, verzachten of te compenseren om te voldoen aan de Wet Natuurbescherming. Algemene soorten zijn niet meegenomen in deze toetsing. Deze soorten zijn zodanig algemeen in Nederland dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt door de meeste projecten. Bovendien geldt voor deze soorten een vrijstelling van de verbodsbepalingen zoals weergegeven in artikelen 3.1,3.5 en 3.10 van de Wet Natuurbescherming. Wel geldt de zorgplicht ex artikel 1.11.
‘s Gravendijksewal 122 - Rotterdam - R&Ol9022168/RSL/rap1
4/14
u IDDS 3. Beschrijving van het plangebied 3.1 Ligging ten opzichte van beschermde gebieden en omgeving Het plangebied is gelegen aan de parallelweg van de drukke doorgaande S100 in Rotterdam. Het ligt midden in het centrum in een bebouwde omgeving. Op de onderstaande kaart is te zien dat het plangebied geen deel uitmaakt van het Natuurnetwerk Nederland. Het gebied maakt eveneens geen onderdeel uit van een ander beschermd gebied, zoals Natura 2000 of belangrijk weidevogelgebied. Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied is op 8,3km Oude Maas.
tem. .
' ĩú
g
«’S? V
\ V .fy»
S/’Pĩį
■/rÀ.fi
'V-Ŵ
riĉ'^'ŚŜV'
[HįwRïfí ’ '
Ligging plangebied (rode cirkel midden) in het centrum van Rotterdam.
Het gebied maakt geen deel uit van een potentieel ecologische verbindingszone, zoals blijkt uit de Natuurkaart Rotterdam 2014
‘s Gravendijksewal 122 - Rotterdam - R&Ol9022168/RSL/rap1
5/14
u IDDS
Close-up plangebied.
‘s Gravendijksewal 122 - Rotterdam - RÃOl90221687RSL7rap1
6/14
u IDDS 3.2 Algemene beschrijving van het plangebied In het plangebied staat één opstal van vijf verdiepingen met een plat dak en een kelder. De zuidgevel is volledig begroeid met klimop. De achtertuin is geheel verhard. In het plangebied staan geen bomen. Grenzend aan de tuin van het plangebied wordt een pand aan de Nieuwe Binnenweg 171a geheel gestript en gerenoveerd. Dit brengt verstoring met zich mee.
r i ai i
Foto-impressie plangebied: achergevel, zijgevel en vijfde verdieping.
's Gravendijksewal 122 - Rotterdam - R&OlSC^lSB/RSL/rapt
7/14
u IDDS 4. Wettelijk kader 4.1 Wet Natuurbescherming, onderdeel soorten Voor soortenbescherming geldt voor deze wet dat deze gericht is op het bereiken of herstellen van een gunstige staat van instandhouding van deze soorten. De wet maakt hiervoor een programmatische aanpak mogelijk. Binnen deze wet wordt de soortbescherming opgedeeld in drie categorieën: 1. 2. 3.
De bescherming van alle natuurlijk in het wild levende vogels van soorten die voorkomen in de EU als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn en de niet in die bijlage genoemde geregeld voorkomende trekvogelsoorten (art. 3.1 - 3.4). De bescherming van in het wild levende dieren en planten van soorten die voorkomen in de EU op grond van de Habitatrichtlijn (bijlagen I, II, IV, V) en natuurbeschermingsverdragen (art. 3.5 - 3.9). De bescherming van niet onder de bovenstaande twee categorieën vallende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland, vermeld in de bijlage van de Wet Natuurbescherming (art. 3.10 - 3.11). Voor de zoogdier- amfibieen reptielsoorten opgenomen in deze bijlage geldt geen Europese verplichting tot bescherming. Deze soorten worden beschermd vanwege de breed in de maatschappij levende overtuiging dat deze dieren een bescherming behoeven. De andere in de bijlage opgenomen soorten worden om ecologische redenen beschermd. Hiermee geeft Nederland uitvoering aan de algemene verplichting van het Biodiversiteitsverdrag om kwetsbare en bedreigde dier- en plantsoorten te beschermen.
Verbodsbepalingen: Artikel 3.5
1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Uitbreiding verbodsbepalingen en mogelijkheid tot ontheffing of vrijstelling: Artikel 3.10
1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
2. Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. t/m h. (niet van toepassing, zie wettekst). 3. De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. ‘s Gravendijksewal 122 - Rotterdam - R&Ol9022168/RSL/rap1
8/14
u IDDS 4.2 Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland Artikel 8.1 vrijstelling ten behoeve van bestendig beheer of onderhoud en de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. 1. De verboden, bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, van de wet, gelden niet bij de uitvoering van handelingen in het kader van: a. de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; (b,c,d niet van toepassing, zie wettekst) 2. De vrijstellingen, bedoeld in het eerste lid, gelden ten aanzien van de in bijlage 6 genoemde andere beschermde soorten: Aardmuis, Bastaardkikker, Bosmuis, Bruine kikker, Bunzing, Dwergmuis, Dwergspitsmuis, Egel, Gewone bosspitsmuis, Gewone pad, Haas, Hermelijn, Huisspitsmuis, Kleine watersalamander , Konijn, Meerkikker, Ree, Rosse woelmuis, Veldmuis, Vos, Wezel en Woelrat. Bovenstaande soorten zijn derhalve niet beschermd bij de voorgenomen werkzaamheden, wel geldt de zorgplicht. 5. Resultaten en effectenbeoordeling 5.1 Vleermuizen Resultaten bureauonderzoek
De meest voorkomende gebouwbewonende vleermuissoort is de gewone dwergvleermuis. Andere soorten die vaak of regelmatig in gebouwen verblijven en voorkomen volgens verspreidingsgegevens zijn de ruige dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis en watervleermuis. Bomen van voldoende grootte zijn in het plangebied niet aanwezig. Binnen de verstorende invloedsfeer van de werkzaamheden mogelijk wel. De ruige dwergvleermuis is een boombewonende soort die volgens verspreidingsgegevens kan voorkomen. Zomerverblijven bevinden zich vaak in (oude) bomen met holten. Gewone dwergvleermuis en laatvlieger kunnen holten gebruiken als paarverblijf. De bomen moeten worden onderzocht op holtes die voor vleermuizen geschikt zijn om in te verblijven, zoals ingerotte boomdelen, ingescheurde takken en loshangend schors. Resultaten veldbezoek
Het gebouw is nauwkeurig onderzocht op mogelijk voor vleermuizen geschikte openingen. Deze openingen zijn aanwezig in de zin van open stootvoegen op alle verdiepingen in de achtergevel van het gebouw. In het merendeel van de open stootvoegen is echter spinrag aangetroffen. Bovendien wordt direct naast deze gevel gewerkt, waardoor eventueel aanwezige vleermuizen in het plangebied verstoord zouden zijn en een ander onderkomen zoeken. Andere invliegopeningen zijn niet gevonden. In de boom direct grenzend aan het plangebied zijn geen voor vleermuizen geschikte invliegopeningen gevonden. Het plangebied maakt geen deel uit van een vaste vliegroute, omdat een lijnvormig element ontbreekt. Als foerageergebied heeft het plangebied geen essentiële functie, omdat groen ontbreekt. Conclusie vleermuizen
In het plangebied bevinden zich mogelijk voor vleermuizen geschikte potentiële vaste rust- en verblijfplaatsen in de vorm van open stootvoegen in de achtergevel. Vanwege aanwezig spinrag en aanwezige licht- en geluid verstoring van nabije grootschalige werkzaamheden worden geen vleermuisverblijven in het plangebied verwacht. Deze zijn dan ook niet aangetroffen. Het gebied maakt geen deel uit van een lijnelement en wordt daardoor niet gebruikt als vaste vliegroute van vleermuizen. Als foerageergebied heeft het plangebied geen essentiële functie. Het is daarom uitgesloten dat de voorgenomen werkzaamheden negatieve effecten hebben op vaste rust en/of verblijfplaatsen, vaste vliegroutes en foerageergebied van vleermuizen.
‘s Gravendijksewal 122 - Rotterdam - R&Ol9022168/RSL/rap1
9/14
u IDDS 5.2 Grondgebonden zoogdieren Resultaten bureauonderzoek
Op basis van verspreidingsgegevens en biotoop kunnen (beschermde soorten) zoogdieren op voorhand worden uitgesloten in het plangebied. Resultaten veldbezoek
Tijdens het veldbezoek zijn geen zoogdieren of sporen van beschermde zoogdieren waargenomen. Mogelijk komen algemene soorten muizen voor. Conclusie grondgebonden zoogdieren
Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde soorten zoogdieren aangetroffen. Volgens verspreidingsgegevens komen deze ook niet voor in of nabij het plangebied. Mocht een zoogdier worden aangetroffen, dan geldt de zorgplicht (g6.1). 5.3 Vaatplanten Resultaten bureauonderzoek
Op basis van verspreidingsgegevens en biotoop kan de aanwezigheid van beschermde soorten vaatplanten worden uitgesloten. Resultaten veldbezoek
Beschermde vaatplanten zijn tijdens het veldbezoek niet aangetroffen. Geconstateerd is dat het biotoop ongeschikt is voor deze soorten. Conclusie vaatplanten
Geconcludeerd kan worden dat de aanwezige vaatplanten geen beschermde status hebben en ontwikkelingen niet in de weg staan. 5.4 Vogels Resultaten bureauonderzoek
In de verspreidingsgegevens worden over de afgelopen drie jaar meerdere vogelsoorten genoemd. Huismus en gierzwaluw, waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn, worden gemeld. Deze soorten kunnen voorkomen indien geschikte invliegopeningen aanwezig zijn.
Resultaten veldbezoek
Tijdens het veldbezoek zijn geen vogels waargenomen in het plangebied en is geconstateerd dat in het gebouw geen vogels kunnen broeden, omdat plaatsen voor nesten ontbreken. In het plangebied en binnen de verstorende invloedsfeer daarvan zijn geen (overblijfselen van) jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Het valt niet uit te sluiten dat soorten waarvan het nest niet jaarrond beschermd is, bijvoorbeeld houtduif, in de klimop tegen de zijgevel of in de boom grenzend aan het plangebied gaan broeden. Conclusie vogels
Het gebouw in het plangebied heeft geen functie voor broedvogels waarvan het nest jaarrond beschermd is. In het gebied zijn geen (overblijfselen van) jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Huismussen zijn in het gebied niet gesignaleerd. Ook in de directe omgeving van het plangebied zijn geen huismussen gezien of gehoord. Daarom doet het plangebied geen dienst als (essentiële) foerageerplaats of schuilplaats voor huismussen. Het is wel mogelijk dat vogels waarvan het nest niet jaarrond beschermd is, gaan broeden in het plangebied. De Wet natuurbescherming biedt bescherming aan alle in gebruik zijnde nesten en rustplaatsen van vogels. De nestbescherming geldt voor alle soorten gedurende het broedseizoen en voor een beperkt aantal soorten jaarrond. Iedere vogel is tijdens het broeden beschermd. Voor het broedseizoen geldt geen vaste periode, globaal wordt uitgegaan van half maart tot half augustus. Geadviseerd wordt het groen in ‘s Gravendijksewal 122 - Rotterdam - RÃOl90221687RSL7rap1
10/14
u IDDS het plangebied, indien noodzakelijk, te verwijderen voor half maart, zodat vogels niet in het plangebied gaan broeden. Indien de werkzaamheden starten binnen het broedseizoen, mogen deze pas uitgevoerd worden indien vooraf door een deskundig ecoloog is vastgesteld dat geen verstoring van broedvogels zal plaatsvinden. Tot de mogelijkheden behoort aanvangen voor het broedseizoen en doorwerken met continue verstoring tijdens het broedseizoen, zodat vogels niet tot broeden komen. 5.5 Amfibieën en reptielen Resultaten bureauonderzoek
Beschermde soorten amfibieën en reptielen kunnen op basis van verspreidingsgegevens (geen van deze soorten is de laatste jaren in de bebouwde kom van Rotterdam waargenomen) worden uitgesloten. Resultaten veldbezoek
Amfibieën of reptielen zijn niet waargenomen. Watergang is niet aanwezig in het plangebied en in de omgeving van het plangebied. Het plangebied is daarom ongeschikt voor deze soortgroepen. Conclusie amfibieën en reptielen
Beschermde amfibieën en reptielen kunnen op basis van verspreidingsgegevens worden uitgesloten. Algemene soorten kunnen op basis van biotoop worden uitgesloten. 5.6 Overige beschermde soorten Resultaten bureauonderzoek
Vissen zijn niet onderzocht: het plangebied beschikt niet over watergang. De verschillende soorten libellen, vlinders, insecten en andere ongewervelden die vermeld worden in de Wet natuurbescherming zijn aanwezig in een ander verspreidingsgebied en biotoop dan het plangebied. Meldingen van deze soorten in het plangebied zijn er niet. Resultaten veldbezoek
Tijdens het veldbezoek is vastgesteld dat het biotoop ongeschikt is voor beschermde soorten vlinders en libellen, vanwege het ontbreken van geschikt voortplantingswater. Conclusie overige beschermde soorten
Met beschermde ongewervelde diersoorten hoeft op grond van biotoop en verspreidingsgegevens geen rekening gehouden te worden.
‘s Gravendijksewal 122 - Rotterdam - R&Ol9022168/RSL/rap1
11/14
u IDDS 6. Samenvatting conclusie en overzichtstabel Uit de bureaustudie en de biotooptoets is naar voren gekomen dat het onwaarschijnlijk is dat met de plannen vaste rust- en verblijfplaatsen of belangrijk leefgebied wordt aangetast van de in de Wet natuurbescherming beschermde soorten. De zorgplicht uit de Wet natuurbescherming blijft altijd van toepassing. Hieronder wordt geadviseerd hoe aan deze zorgplicht invulling kan worden gegeven. 6.1 De zorgplicht zoals weergegeven in artikel 1.11 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.
Zodra een niet in de Wet natuurbescherming beschermd in het wild levende dier wordt aangetroffen tijdens de werkzaamheden kan deze worden gevangen en direct worden overgeplaatst naar een geschikte habitat in de nabijheid van het plangebied. 6.2 De zorgplicht specifiek voor vogels in artikel 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Invulling zorgplicht specifiek voor vogels in artikel 3.1 De Wet natuurbescherming biedt bescherming aan alle in gebruik zijnde nesten en rustplaatsen van vogels. De nestbescherming geldt voor alle soorten gedurende het broedseizoen en voor een beperkt aantal soorten jaarrond. Iedere vogel is tijdens het broeden beschermd.
Voor het broedseizoen geldt geen vaste periode, globaal wordt uitgegaan van half maart tot half augustus. Geadviseerd wordt het groen in het plangebied, indien noodzakelijk, te verwijderen voor half maart, zodat vogels niet in het plangebied gaan broeden. Indien de werkzaamheden starten binnen het broedseizoen, mogen deze pas uitgevoerd worden indien vooraf door een deskundig ecoloog is vastgesteld dat geen verstoring van broedvogels zal plaatsvinden. Tot de mogelijkheden behoort aanvangen voor het broedseizoen en doorwerken met continue verstoring tijdens het broedseizoen, zodat vogels niet tot broeden komen.
‘s Gravendijksewal 122 - Rotterdam - R&Ol9022168/RSL/rap1
12/14
u IDDS 6.3 Overzichtstabel van onderzochte soortgroepen en onderzoeksresultaten in het plangebied Bijzonderheden/ Soort(groep) Ingreep Nader Ontheffing opmerkingen verstorend onderzoek Vleermuizen Nee Nee Nee Geen soorten aanwezig, het gebied heeft geen (essentiële) functie voor vleermuizen. Nee Nee Nee Geen beschermde soorten aanwezig. Grondgebonden zoogdieren Vogels Nee* Nee Nee Geen jaarrond beschermde nesten aanwezig. *Zie zorgplicht vogels Amfibieën en Nee Nee Nee Geen beschermde soorten aanwezig. reptielen Vaatplanten Nee Nee Nee Geen beschermde soorten aanwezig. Overige soorten Nee Nee Nee Geen beschermde soorten aanwezig. Wij adviseren om de onderzoeksresultaten voor te leggen aan het bevoegd gezag om na te gaan of zij kunnen instemmen met de onderzoeksresultaten en bovengenoemde conclusies. Checklist groen bouwen Verstedelijking draagt bij aan het verlies van biodiversiteit, maar de bouw biedt ook kansen. Voor sommige dieren zijn onze steden en dorpen zelfs het belangrijkste leefgebied. Daar kan iedereen een steentje aan bijdragen. Met de Checklist Groen Bouwen kan iedere bouwonderneming, architect of projectontwikkelaar zijn projecten en ontwerpen natuurvriendelijker maken. Het beantwoorden van enkele simpele ja/nee vragen leidt tot eenvoudige soortbeschermingsmaatregelen. https://www.checklistgroenbouwen.nl/
‘s Gravendijksewal 122 - Rotterdam - R&Ol9022168/RSL/rap1
13/14
u IDDS Literatuur en bronvermelding Atlas van de Nederlandse vleermuizen, Limpens e.a. KNNV 1997 Bats of Britain and Europe, C. Dietz en A. Kiefer, Bloomsbury 2016 www.vleermuis.net, voor up-to-date kennis van vleermuizen Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus, versie 1.0, juli 2017, BIJ12 Brochure vleermuisvriendelijk bouwen: Zoogdiervereniging e.a., 2011 Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON)(Redactie) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland Kennisdocument Rugstreeppad, Bufo calamita, Versie 1.0, juli 2017, BIJ12 Stichting RAVON: www.ravon.nl Nederlandse Oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Weeda e.a. 1985-1994 Verspreidingsatlas planten. 13 mei 2014, http://www.verspreidingsatlas.nl/planten Sovon Vogelonderzoek Nederland: www.sovon.nl Vereniging Vogelbescherming: www.vogelbescherming.nl Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep, Ministerie van LNV, 2009 Atlas van de Nederlandse Zoogdieren, Zoogdiervereniging 2016, S. Broekhuizen et al.
‘s Gravendijksewal 122 - Rotterdam - RÃOl90221687RSL7rap1
14/14
bestemmingsplan 's-Gravendijkwal 122
Bijlage 4 Akoestisch onderzoek horeca
Bijlagen bij de toelichting (ontwerp)
47
Bezoekadres: Hoofdweg 70 3067 GH Rotterdam Postadres: Hoofdweg 70 3067 GH Rotterdam T +31 (0)88-5152505 E info@cauberghuygen.nl W http://www.cauberghuygen.nl K.V.K. 58792562 IBAN NL71RABO0112075584
Transformatie 's-Gravendijkwal 122 Rotterdam; akoestisch onderzoek in verband met naastgelegen horeca (Club Lido) Datum Referentie
9 februari 2021 07095-53700-02
Referentie Rapporttitel
07095-53700-02 Transformatie 's-Gravendijkwal 122 Rotterdam; akoestisch onderzoek in verband met naastgelegen horeca (Club Lido)
Datum
9 februari 2021
Opdrachtgever
Vastgoed Beheer PG B.V. Vijgenstraat 21 2552 HC 'S-GRAVENHAGE De heer A. Roopram
Contactpersoon
Behandeld door
De heer ir. T.J.W. Scholten De heer ing. B. ter Haar Cauberg Huygen B.V. Bezoekadres: Hoofdweg 70 3067 GH Rotterdam Postadres: Hoofdweg 70 3067 GH Rotterdam Telefoon 088-5152505
Transformatie 's-Gravendijkwal 122 Rotterdam; akoestisch onderzoek in verband met naastgelegen horeca (Club Lido)
07095-53700-02 9 februari 2021 Pagina 2
Inhoudsopgave 1
Inleiding
4
2
Eisen
5
2.1
Handreiking “Bedrijven en Milieuzonering” van de VNG
6
3
Meetmethode
7
3.1 3.2 3.3 3.4
Algemeen Meetmethode en apparatuur metingen Meetmethode en apparatuur galmmetingen Meetnauwkeurigheid en -condities
7 7 7 8
4
Situatie en uitgangspunten
9
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
Zendruimten, ontvangruimten en meetpunten Te hanteren muziekgeluidniveaus Muziekspectrum Technische installaties Parkeren bezoekers Laden en lossen
9 9 9 10 10 10
5
Meetresultaten en beoordeling
11
5.1 5.2 5.3
Meetresultaten: begane grond ’s-Gravendijkwal 124: Club (Zendruimte I) Meetresultaten: 2e verdieping ’s-Gravendijkwal 124: Werkkamer 1 (Zendruimte II) Beoordeling gelijktijdig gebruik
11 13 15
6
Samenvatting
16
Bijlagen Bijlage I Bijlage II Bijlage III
Plattegronden Foto’s meetresultaten
Transformatie 's-Gravendijkwal 122 Rotterdam; akoestisch onderzoek in verband met naastgelegen horeca (Club Lido)
07095-53700-02 9 februari 2021 Pagina 3
1
Inleiding
In opdracht van Vastgoed Beheer PG B.V. is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de (muziek)geluiduitstraling naar een pand aan de ’s-Gravendijkwal 122 vanuit de aangrenzende horeca. Het gebouw aan de ‘s-Gravendijkwal 122 heeft dienst gedaan als maatschappelijke voorziening met tevens een zorgfunctie. Inmiddels is dit gebruik gestaakt en bestaat het voornemen om het gebouw te transformeren ten behoeve van de realisatie van negen appartementen. Een van de twee belendende panden betreft Nightclub Lido, gevestigd aan de ’s-Gravendijkwal 124. Door de benodigde bestemmingsplanwijziging is enerzijds in het kader van een goede ruimtelijke ordening (ter bescherming van de woningen) een akoestisch onderzoek naar horecalawaai gewenst. Anderzijds is dit onderzoek gewenst om te zien in hoeverre de aanwezige nachtclub mogelijk belemmerd wordt in haar bedrijfsvoering. Als toetsingskader worden de wettelijke grenswaarden uit het Activiteitenbesluit milieubeheer gehanteerd. De Club betreft een nachtclub met bordeel en is gedurende een deel van de nacht en -avondperiode in bedrijf. Met de exploitant van de nachtclub is ter plaatse het gebruik van het pand besproken op 14 januari 2021. Op basis hiervan zijn de uitgangspunten vastgesteld m.b.t. het huidige gebruik, muziekgeluidniveaus en relevante zendruimen.
Vervolgens is aansluitend de geluiduitstraling naar de maatgevende en representatieve gevels en ruimten van de beoogde woningen gemeten. Hiertoe is vanuit twee zendruimtes in Club Lido de geluidoverdracht naar de beoogde woningen vastgesteld: Zendruimte I: de clubzaal op de begane grond. Zendruimte II: en aanvullend één representatieve maatgevende ‘’werkkamer’’ op de 2e verdieping. Deze metingen zijn uitgevoerd conform de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai 1999.De muziekgeluiduitstraling is beoordeeld op basis van het spectrum voor popmuziek. De resultaten zijn getoetst aan de in het Activiteitenbesluit milieubeheer gestelde eisen.
Transformatie 's-Gravendijkwal 122 Rotterdam; akoestisch onderzoek in verband met naastgelegen horeca (Club Lido)
07095-53700-02 9 februari 2021 Pagina 4
2
Eisen
Artikel 2.17 Activiteitenbesluit Voor de beoordeling van de (muziek)geluiduitstraling van de gelegenheid is uitgegaan van de eisen zoals weergegeven in Afdeling 2.8 ‘’Geluidhinder’’ van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Deze eisen hebben betrekking op het immissieniveau ter plaatse van gevels van de nabijgelegen woningen en het geluidniveau in in- of aanpandige woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen. Een overzicht van de desbetreffende waarden uit het eerder genoemde Besluit is in tabel 2.1 weergegeven. Tabel 2.1:_____Eisen conform het Activiteitenbesluit milieubeheer, Artikel 2.17. Dagperiode
Avondperiode
Nachtperiode
(07:00-19:00 uur)
(19:00-23:00 uur)
(23:00-07:00 uur)
ĽArĽT (gemiddeld) op de gevel van gevoelige gebouwen
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A)
ĽArĽT (gemiddeld) in in- of aanpandige gevoelige gebouwen
35 dB(A)
30 dB(A)
25 dB(A)
ĽAmax (pieken) op de gevel van gevoelige gebouwen
70 dB(A)
65 dB(A)
60 dB(A)
ĽAmax (pieken) in in- en aanpandige gevoelige gebouwen
55 dB(A)
50 dB(A)
45 dB(A)
Plaats
Het bevoegd gezag kan eventueel 5 dB hogere waarden ter plaatse van de gevels toestaan. In onderhavig onderzoek is hier nog geen rekening mee gehouden. Uitgezonderd van toetsing De ĽAmax piekniveaus ten gevolge van laden en lossen is uitgesloten van toetsing voor zover: Ľaad- en losactiviteiten in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur plaatsvinden (artikel 2.17, lid 1b). Uit artikel 2.18 eerste lid onderdeel a blijkt dat het stemgeluid van bezoekers in een aantal situaties van toetsing aan het Activiteitenbesluit is uitgezonderd. Stemgeluid blijft buiten beschouwing wanneer sprake is van “personen op een onverwarmd en onoverdekt terrein, dat onderdeel is van de inrichting, tenzij dit terrein kan worden aangemerkt als een binnenterrein.”.
Bedrijfsduurcorrectie algemeen Bij de beoordeling mag een bedrijfsduurcorrectie Cb worden toegepast waarmee rekening wordt gehouden met een verlagend effect wanneer geluidbronnen slechts een bepaalde periode van een bepaalde beoordelingsperiode (dag, avond of nacht) in werking zijn. Hieruit volgt het te toetsen langtijdgemiddelde beoordelingsniveau ĽArĽT. Deze bedrijfsduurcorrectie mag niet worden toegepast op herkenbare muziekgeluidbronnen.
Transformatie 's-Gravendijkwal 122 Rotterdam; akoestisch onderzoek in verband met naastgelegen horeca (Club Ľido)
07095-53700-02 9 februari 2021 Pagina 5
Strafcorrectie en bedrijfsduurcorrectie muziekgeluid Bij de beoordeling is uitgegaan van 10 dB strafcorrectie voor muziekgeluid en het niet toepassen van een bedrijfsduurcorrectie voor muziekgeluidbronnen, e.e.a. zoals in de AMvB en de “Handleiding meten en rekenen Industrielawaai” (1999) is aangegeven. De strafcorrectie is alleen van toepassing indien het muziekgeluid daadwerkelijk als muziekgeluid waarneembaar is ter plaatse van het beoordelingspunt. LAmax t.g.v. muziekgeluid Voor de maximale geluidniveaus (LAmax) geldt dat deze 30 dB meer mogen bedragen dan de gemiddelde geluidniveaus (geen strafcorrectie voor muziekgeluid). In de praktijk blijkt dat muziekgeluid (als gevolg van de dynamiek) pieken bevat van maximaal 6 tot 10 dB boven het gemiddelde geluidniveau en dat piekgeluiden hiermee, zoals ook in onderhavige situatie het geval is, geen significante rol spelen. Nadere beoordeling van de maximale piekgeluidniveaus ten gevolge van muziek is hiermee niet nodig. Bedrijfsduurcorrectie algemeen Bij de beoordeling mag een bedrijfsduurcorrectie Cb worden toegepast waarmee rekening wordt gehouden met een verlagend effect wanneer geluidbronnen slechts een bepaalde periode van een bepaalde beoordelingsperiode (dag, avond of nacht) in werking zijn. Hieruit volgt het te toetsen langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LArLT.
Deze bedrijfsduurcorrectie mag niet worden toegepast om muziekgeluidbronnen, maar wel op installatiegeluid en laden en lossen. De bedrijfsduurcorrectie is logischerwijs niet van toepassing op de beoordeling van LAmax niveaus aangezien de maximale pieken worden beoordeeld. 2.1
Handreiking “Bedrijven en Milieuzonering” van de VNG
De resultaten zijn getoetst aan de in het Activiteitenbesluit milieubeheer gestelde eisen aangezien de inrichting aan de wettelijke grenswaarden uit het Activiteitenbesluit dient te voldoen. De hoogte van de gehanteerde eisen komt overeen met de 50 dB(A) etmaalwaarde die de handreiking “Bedrijven en Milieuzonering” van de VNG hanteert bij een stap 2 besluit in gemengd gebied om te kunnen spreken van een goede ruimtelijke ordening. Die VNG handreiking wordt, hoewel niet verplicht, veelal gebruikt bij de beoordeling van de ruimtelijke inpasbaarheid (een zogenoemd buitenplanse afwijking) en of voldaan wordt aan de criteria voor een goede ruimtelijke ordening. Toepassing van de VNG-handreiking is niet wettelijk verplicht. De VNG legt niet vast wat wel en niet is toegestaan. De VNG is naar eigen zeggen een hulpmiddel en geen blauwdruk. De VNG stelt bovendien ook geen eisen aan geluidniveaus binnen woningen. Derhalve is de handreiking verder niet toegepast, aangezien de grenswaarden uit de handreiking immers ook overeenkomen met de Activiteitenbesluiteis van 50 dB(A) etmaalwaarde op de gevels.
Transformatie 's-Gravendijkwal 122 Rotterdam; akoestisch onderzoek in verband met naastgelegen horeca (Club Lido)
07095-53700-02 9 februari 2021 Pagina 6
3
Meetmethode
3.1
Algemeen
De geluidmetingen hebben plaatsgevonden door het plaatsen van zware ruisbronnen in de zendruimte(n) van het bedrijf. Hierna is de geluidoverdracht van de zendruimte(n) naar de gevel(s) en ruimte(n) van de nabij gelegen geluidgevoelige bestemming(en) bepaald (directe metingen). De metingen zijn gecorrigeerd voor het ter plaatse heersende stoor- c.q. achtergrondgeluidniveau en voor optredende gevelreflecties. In bijlage I zijn plattegronden met zend- en ontvangruimten en meetpunten voor de gevels opgenomen. In bijlage II is tevens een overzicht van de voorgevels weergegeven met de zendruimten en meetpunten. 3.2
Meetmethode en apparatuur metingen
De metingen zijn uitgevoerd conform de “Handleiding meten en rekenen Industrielawaai”, 1999. Bij de metingen is gebruik gemaakt van de volgende meetapparatuur: Geluidmeter: -
-
Geluidmeter Meetmicrofoon
fabricaat B&K fabricaat B&K
type 2250. type 4189.
Geluidinstallatie van Cauberg-Huygen: -
-
Geluidbox Versterker
fabricaat Decabel fabricaat Zesva
type Maxibel (2 stuks). type AP-602.
In bijlage I zijn plattegronden met boxposities opgenomen.
3.3
Meetmethode en apparatuur galmmetingen
Omdat het geluidniveau in een ruimte afhankelijk is van de ruimte-akoestische parameters worden de meetresultaten conform de HMRI genormaliseerd op een nagalmtijd van 0,5 seconde. De galmmetingen zijn uitgevoerd conform de NEN 5077. Voor de meting is gebruikt gemaakt van een startpistool waarbij op verschillende posities achtereenvolgens de nagalmtijd wordt geregistreerd. Voor de nagalmtijd metingen is gebruik gemaakt van de volgende apparatuur: - geluidmeter fabrikant B&K type 2250; -
meetmicrofoon startpistool
fabrikant B&K fabrikaat EM-GE
type 4189; type starter pistol mod.6.
Transformatie 's-Gravendijkwal 122 Rotterdam; akoestisch onderzoek in verband met naastgelegen horeca (Club Lido)
07095-53700-02 9 februari 2021 Pagina 7
3.4
Meetnauwkeurigheid en -condities
De nauwkeurigheid waarmee de geluiduitstraling van de gelegenheid kan worden gemeten, wordt niet zozeer bepaald door de apparatuur waarmee wordt gemeten, maar door de condities waarin de metingen plaats vinden. In het onderzoek wordt uitgegaan van de meet- en rekennauwkeurigheid conform de “Handleiding meten en rekenen Industrielawaai” (maximaal ± 2 dB). Met betrekking tot de meetcondities wordt het volgende opgemerkt: bij de overdrachtsmetingen was geen sprake van contactgeluid; - tijdens de metingen was sprake van stoorgeluid van wegverkeer. Er is gemeten op de stilst mogelijke momenten tussen voortuigpassages door. Voor resterend stoor- c.q. achtergrondgeluid is conform HMRI1999 gecorrigeerd. Dit had geen noemenswaardige invloed op de meetresultaten; - de weersomstandigheden waren gedurende de meting op 14 januari 2021 zoals aangegeven in tabel 3.1. Tabel 3.1:_____Weersomstandigheden tijdens de metingen 14-1 -2021 (op basis van weerstation Rotterdam) Temperatuur [“Cj