[22bb002853] Bijlage 2 behorende bij 22bb2851 over brief begeleidingscommissie onderzoek politiebejegening
Tekst van het document
Onderwerp:
Oordeel en advies begeleidingscommissie Onderzoeksrapport politiebejegening Postadres: Entzinger Consult, Nijmegen Van: Prof. dr. Han Entzinger Datum: 8 februari 2022
Aan de leden van de Rotterdamse driehoek
Geachte leden van de driehoek, De begeleidingscommissie van het onderzoek ‘Beelden van burgers over bejegening door de politie’ heeft met waardering kennisgenomen van het eindrapport en wil via deze brief graag nog enkele punten onder uw aandacht brengen. Onze hoofdtaak als commissie was het begeleiden en adviseren van de onderzoekers van Bureau Beke bij de uitvoering van het project. Daarbij zijn wij ook nagegaan of die uitvoering conform de opdracht en op wetenschappelijk verantwoorde wijze is verlopen. In deze brief gaan wij hierop nader in en willen wij, gebruik makend van de verschillende invalshoeken vertegenwoordigd in de commissie, ook enkele kanttekeningen plaatsen bij de resultaten van het onderzoek. Ten slotte hebben wij ons gebogen over de vraag ‘hoe nu verder?’. Dient dit onderzoek – dat op uw verzoek deels een replica is van dat van vier jaar geleden – bijvoorbeeld periodiek te worden herhaald, of zijn ook andere methoden mogelijk om de gewenste kennis te genereren? De uitvoering van het onderzoek Wij zijn van mening dat Bureau Beke het onderzoek conform de opdracht, zorgvuldig en op wetenschappelijk verantwoorde wijze heeft uitgevoerd. Alle onderzoeksvragen zijn duidelijk en in voldoende mate beantwoord. Dit verdient een extra compliment, omdat het veldwerk als gevolg van de Covid-19 pandemie diverse belemmeringen ondervond.
Dit gold met name voor de straatinterviews, die desondanks een goede afspiegeling vormen van de Rotterdamse bevolking. Ook een aantal gesprekken met deskundigen moest digitaal plaatsvinden in plaats van op locatie. Op enkele onderdelen moest worden afgeweken van de aanvankelijke opzet. Dit betreft met name het aantal telefonische diepte-interviews, voorzien als follow-up van de straatinterviews. Slechts een zeer beperkt aantal respondenten bleek bereid een telefoonnummer te verstrekken, waardoor uiteindelijk maar ongeveer de helft van het geplande aantal interviews kon plaatsvinden. Ondanks deze beperking, zo stellen de onderzoekers, is – mede door het raadplegen van aanvullende literatuurbronnen – een voldoende compleet beeld ontstaan van de wijze waarop Rotterdamse burgers de bejegening door de politie ervaren. De begeleidingscommissie onderschrijft dit.
Blad: Datum:
2/4 11 januari 2022
Enkele kanttekeningen bij de uitkomsten Het onderzoek was uitdrukkelijk bedoeld als een (gedeeltelijke) herhaling van het onderzoek dat Bureau Beke in 2017 heeft uitgevoerd, eveneens in opdracht van uw driehoek. Zo kon worden nagegaan welke veranderingen zich de afgelopen vier jaar hebben voorgedaan in de ervaringen van Rotterdammers met het optreden van de politie en in hun beoordeling daarvan. Hiertoe diende de opzet van het onderzoek identiek te zijn aan die van vier jaar geleden. Dit had enkele beperkingen tot gevolg, al kon niettemin ook worden ingespeeld op actuele ontwikkelingen. De gekozen opzet maakt het mogelijk bepaalde trends te ontwaren. Een belangrijke trend is dat de maatschappelijke polarisatie van de laatste jaren zich ook blijkt te vertalen in het oordeel van Rotterdammers over de politie. Zowel de positieve (in het Rotterdams Digitaal Stadspanel) als de negatieve (in de straatenquêtes) houdingen komen vaker voor dan in 2017, ook al zijn de verschillen tussen toen en nu niet altijd statistisch significant. De onderzoekers stellen wel vast dat bijna één op de vier respondenten in de straatenquêtes negatief is over de politiebejegening. Als begeleidingscommissie vinden wij dit zorgelijk. De eveneens herhaalde analyse van bij de politie ingediende klachten over discriminatie laat een verdubbeling daarvan zien ten opzichte van het vorige onderzoek.
Het onderzoeksrapport noemt een aantal mogelijke oorzaken hiervan, maar geeft daaraan geen verdere uitwerking omdat dit geen onderdeel vormde van de onderzoeksopdracht. Ons als begeleidingscommissie valt op dat bijna alle ingediende klachten schriftelijk of na een bemiddelingsgesprek zijn afgedaan en dat de acht klachten die zijn afgehandeld door de klachtcommissie alle ongegrond zijn verklaard. Dit lijkt moeilijk te rijmen met de ervaringen van discriminatie onder jongeren met een migratieachtergrond, zoals die naar voren komen uit de straatenquêtes, maar ook uit diverse andere onderzoeken. Ook al zullen niet al die ervaringen gebaseerd zijn op feiten, toch signaleren wij een zekere spanning tussen enerzijds de genoemde onderzoeksresultaten en anderzijds de uitkomst van de klachtenafhandeling. Wij vragen ons af of hiermee uiteindelijk het vertrouwen van burgers in de politie is gediend, zeker omdat het gevoelige kwesties als discriminatie en etnisch profileren betreft. Wij weten dat de klachtenafhandeling de aandacht heeft van de politie. Naar aanleiding van de aanbevelingen in het rapport ‘Verkleurde beelden’ van de Nationale Ombudsman heeft de politie haar klachtenprocedure inmiddels gedejuridiseerd en is een pilot gestart op de eerste fase van de klachtenbehandeling.
De eenheid Rotterdam doet mee aan deze pilot, die inhoudt dat klagers over etnisch profileren zowel een intakegesprek als een aanbod voor een bemiddelingsgesprek krijgen. Hierbij wordt ondersteuning aangeboden via het netwerk divers vakmanschap of een andere partij. Het doel hiervan is de verbinding met de burger te versterken, te leren van de klachten en het vertrouwen te herstellen. Resultaten zijn nog niet bekend, maar de begeleidingscommissie adviseert u op dit punt zeer alert te blijven. Een laatste kanttekening bij het onderzoek betreft het inschakelen van het Digitaal Stadspanel. Zowel in 2017 als nu bleek dat dit panel een sterke oververtegenwoordiging kent van oudere mannen, Rotterdammers zonder migratieachtergrond en Rotterdammers van de rechter Maasoever. Dit zijn juist de categorieën die relatief weinig politiecontacten hebben en niet zo vaak met discriminatie zullen worden geconfronteerd. Uiteraard is met deze vertekening in de onderzoeksrapportage rekening gehouden, maar toch valt niet uit te sluiten dat bij vluchtige
Blad: Datum:
3/4 11 januari 2022
kennisname van de opvattingen van het Stadspanel een scheef beeld van de werkelijkheid kan ontstaan. Overigens blijkt ook voor deze populatie dat de recente berichtgeving over coronarellen, Black Lives Matter en de discriminerende opmerkingen van Rotterdamse politieagenten in een WhatsAppgroep de meningen over de politie negatief beïnvloedt. Hoe verder? Dit brengt ons op de vraag hoe de bejegening van burgers door de politie in de toekomst het best zou kunnen worden onderzocht. In beide onderzoeken van Beke is, conform de wens van de gemeenteraad, bewust gekozen voor het schetsen van een zo representatief mogelijk beeld van ervaringen met en opinies over de politie onder de Rotterdamse bevolking in haar totaliteit. Met deze aanpak is het echter lastig een scherp beeld te krijgen van kwesties als discriminatie en etnisch profileren, die bij de opdrachtverlening zeker op de achtergrond meespeelden. Wij kunnen ons voorstellen dat een periodiek herhaald monitoronderzoek naar bejegening van (en door) de politie nuttig en wenselijk is. Echter, als men sterker zou willen inzoomen op ervaringen van burgers met discriminatie door de politie ligt een andere aanpak meer voor de hand, en wel een die zich concentreert op bepaalde subgroepen uit de bevolking.
Uit het onderzoek van Beke, maar ook uit ander onderzoek blijkt dat de meeste knelpunten in de relatie tussen burgers en politie zich voordoen onder jongeren (vooral jonge mannen), lager opgeleiden en mensen met een migratieachtergrond. Bovendien is bekend dat juist bij gevoelige kwesties als discriminatie en (etnisch) profileren door de politie meningen en feiten nogal eens uiteenlopen. Daarbij komt nog dat discriminatie in concrete individuele gevallen vaak lastig valt te bewijzen, terwijl wel aantoonbaar is dat personen met bovengenoemde kenmerken relatief vaak worden staande gehouden, ook als daarvoor geen specifieke aanleiding lijkt te zijn. Om deze complexiteit goed in kaart te kunnen brengen zal een andere onderzoeksopzet nodig zijn dan die waarvoor nu is gekozen. Daarbij blijft het overigens de vraag hoe dringend nieuw onderzoek naar ervaringen van burgers met discriminatie en etnisch profileren door de politie eigenlijk is. Terecht geven de onderzoekers van Beke aan dat hierover inmiddels voldoende bekend is en dat het nu vooral erom gaat in zulke situaties concreet te interveniëren. Daarvoor moet de politie nog beter worden toegerust.
Nota’s als ‘Politie voor Iedereen’ en ‘Rotterdam tegen Racisme’ bieden hiertoe zeker een basis, maar het effect ervan blijft onvoldoende zonder nadere concretisering en sensibilisering tot op het niveau van teamchefs en agenten op straat. Denk in dit verband aan intervisie, aandacht voor deze kwesties in functioneringsgesprekken, het nabespreken van incidenten en het leren van praktische ervaringen die elders zijn opgedaan. De algemene stelregel dient te zijn: ‘Acteer op gedrag, niet op kleur!’. De grootste opgave hierbij is dat professionals zich op cruciale momenten bewust moeten zijn van hun onbewuste vooroordelen en van het belang van een objectieve bejegening, niet alleen in hun gedrag, maar ook in hun taalgebruik tegenover de burger én onderling. Monitoring zou zich dan ook niet zozeer moeten richten op het vóórkomen van discriminatie en etnisch profileren, maar op de vraag hoe de politie hiermee in de praktijk omgaat, met de uiteindelijke bedoeling zulke incidenten te voorkómen. Daarbij toont ook het onderzoek van Bureau Beke overduidelijk aan dat de politie geen eiland in de samenleving is en dat discriminatiebestrijding en gelijke behandeling ook belangrijke inspanningen vragen van andere
Blad: Datum:
4/4 11 januari 2022
maatschappelijke sectoren. Dit kan echter nooit een excuus vormen voor de politie om zichzelf niet ook tot het uiterste hiervoor in te spannen. Graag is de begeleidingscommissie bereid deze brief nader aan u toe te lichten. Met vriendelijke groet namens de gehele begeleidingscommissie, Sharif Abdoel Wahid Azouz Battoui Marcel Dela Haije Semiha Denktas Marjolein van Eykelen Abigail Norville
Han Entzinger, voorzitter begeleidingscommissie