[22bb002665] Bijlage 1b behorende bij 22bb2619 over Vooronderzoek (VO) Wet natuurbescherming, juni 2021
Tekst van het document
į
vXş - J ;
SScsX.
habims Vooronderzoek (VO) Wet natuurbescherming y V: ^-ţÿS
Insulindestraat 240 te Rotterdam Gemeente Rotterdam
ìSSē
habitus Projectadviseur Amber Heitman MSc
Kwaliteitscontrole Nick Kroese BSc
amber@habitus.nl 0172-204060
Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport inclusief foto's is enkel toegestaan met toestemming van de eigenaar (de
Rapportage Ruth van den Herik MSc
opdrachtgever) en onder vermelding van de bron. Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt
5H|
Habitus geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend
Documentcode RDAM2020-17-QS1-V1
uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of door toepassing van adviezen. Onze algemene voorwaarden zijn hier in te zien. Onze privacyverklaring is hier te vinden.
In opdracht van Gemeente Rotterdam Contactpersoon opdrachtgever dhr. Dolf van der Gaag
Een verklaring van onze documentcodes is te vinden op onze website.
Adres: Tolnasingel 3 / 2411 PV / Bodegraven Kvk-nummer: 61229628 / Btw-nummer: NL854262301B01 Rekeningnummer: NL14ABNA0494577894
Opleverdatum 8 juni 2020
https://habitus.nl
«JOnetROB
i
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico's inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING EN ONDERZOEK
4
2
PLANGEBIED EN WERKZAAMHEDEN
6
3
RESULTATEN
7
4
CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN
13
5
MAATREGELEN
14
BRONVERMELDING BIJLAGEN
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding
3
1. INLEIDING ä ONDERZOEK 1.1 Aanleiding
1.3 Criteria
Deze toetsing wordt aangevraagd voor een
Op dit onderzoek zijn de volgende criteria van toepassing:
aanvraag
»
omgevingsvergunning.
Er
dient
Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige
daarom onderzocht te worden of met de
ecologen met een hbo of wo opleiding op
voorgenomen (ruimtelijke) ontwikkeling sprake is
ecologisch gebied, zoals, (toegepaste) biologie,
van overtreding van de geldende natuurwet en -regelgeving.
ĩ
dierecologie of bos -en natuurbeheer. »
Het
onderzoek
is
uitgevoerd
door
een
onafhankelijk adviesbureau. Habitus verklaart Indien na het onderzoek geen overtredingen
hierbij geen enkel belang te hebben bij de
worden verwacht, kan de ontwikkeling vanuit de
uitkomst van het onderzoek. Ook heeft iedere
ecologie zonder beperkingen doorgang vinden.
vaste medewerker de ethische gedragscode
Indien wij vervolgonderzoek adviseren,
kan
een voorgenomen ontwikkeling doorgaans nog
ondertekend en beloofd hiernaar te handelen. »
steeds plaatsvinden na het verkrijgen van een ontheffing of vergunning.
Het onderzoek voldoet aan onze eigen proces en kwaliteitseisen Bekijk deze hier.
»
Dit onderzoek is maximaal drie jaar geldig na de opleverdatum (zie colofon) of zo lang
1.2 Doel en centrale vraag
dit realistisch is, gezien de ecologie van de
Dit rapport dient voor de initiatiefnemer als bewijsstuk dat een ecologisch onderzoek is verricht.
betreffende soort(en). »
Voor het opsporen, vangen (met toegestane vangmiddelen) of bemachtigen van beschermde
ýneşosy
dier- of plantensoorten is een geldige ontheffing In
dit
rapport
wordt
een
voorgenomen
aanwezig.
ontwikkeling getoetst aan de Wet natuur bescherming. De centrale vraag luidt:
1.4 Werkwijze
Is de voorgenomen ontwikkeling in strijd met
De werkwijze is te vinden in Bijlage 4.
de soort- of gebiedsbescherming uit de Wet natuurbescherming (Wnb)
of het provinciaal
beleid? En welke vervolgstappen dienen genomen te worden voor met de uitvoering gestart kan worden?
Toelichting op de afbeelding Impressie plangebied: zuidgevel van het gebouw.
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico's inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
4
1.5 Reikwijdte
1.5.3 Provinciaal beleid
Onderstaand is beschreven aan welke wetten,
Daarnaast
artikelen en aan welk beleid de voorgenomen
beschermde gebieden, beschermd via de Wet
ontwikkeling wordt getoetst in dit rapport.
wordt
getoetst
aan
provinciaal
Ruimtelijke Ordening. Het betreft gebieden die in de Verordening Ruimte zijn aangewezen als Natuurnetwerk Nederland (NNN). Aan overige
1.5.1 Soortbescherming Er wordt getoetst aan de volgende artikelen uit de
beleidsgebieden wordt in principe niet getoetst.
Wet natuurbescherming:
Tenzij dit specifiek overeengekomen is.
-
3.1
-
3.5 Habitatrichtlijn(soorten)
Vogelrichtlijn(soorten) Indien uit de toetsing naar voren komt dat er
-
3.10 Andere soorten
mogelijk sprake is van een overtreding, dan
-
1.11 Zorgplicht
is veelal vervolgonderzoek benodigd. Hierbij
n Bijlage 1 zijn de verbodsartikelen opgenomen. In Bijlage 2 zijn de beschermde soorten te vinden. De
(soortbescherming),
vrijgestelde soorten zijn opgenomen in Bijlage 3.
Voortoets Natura 2000 (gebiedsbescherming). Deze nadere onderzoeken zijn een vervolg
is er geen kans op het overtreden van de Wet
processchema.
Bij
(éénmalige) activiteiten
worden wel altijd maatregelen voorgesteld om rekening te houden met de vrijgestelde soorten. 1.5.2 Gebiedsbescherming
exacte datum van invoering is echter nog niet bekend.
Voor aan
Meer informatie over hoe dit voor flora- en fauna-activiteiten geregeld wordt,
gebiedsbescherming de
volgende
wordt
onderdelen
van
getoetst de
Wet
natuurbescherming:
is hier te vinden.
^ Natura 2000-gebieden (Wnb artikel 2.7, dit wordt vanaf 2021 de Omgevingswet met de
Het bevoegd gezag is in de regel de provincie. Provincies regelen in de
artikelen 2.4 en 4.1).
omgevingsverordening of en welke vrijstellingen van de omgevingsvergunning
^ Bijzondere nationale gebieden. In de
voor een flora- en fauna-activiteit gelden. Dit zal in het aanvullingsbesluit
Omgevingswet die in gaat op 2021 betreft
Natuur worden geregeld.
dit: artikel 7.8 lid 2 Bkl. Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico's inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
WĘjŗ
r
\
of
op dit onderzoek. Zie Bijlage 11 voor een
vrijstelling dan niet geldt.Indien van toepassing
huidige Wet natuurbescherming verweven worden (Rijksoverheid, 2020). De
NNN-toetsing
ruimtelijke ontwikkelingen, want door de vrijstelling
vindt wel een effect beoordleing plaats, omdat de
Naar verwachting zal in de nabije toekomst de Omgevingswet (Ow) met de
een
Vrijgestelde soorten worden niet beoordeeld bij
natuurbescherming.
Kader Omgevingswet (Ow)
valt te denken aan een soortgericht onderzoek
2. PLANGEBIED ä WERKZAAMHEDEN 2.1 Huidige situatie
2.2 Werkzaamheden en planning
Het plangebied ligt aan de Insulindestraat 240 te Rotterdam en is gelegen in de provincie Zuid-
In het plangebied worden de volgende werkzaamheden uitgevoerd:
Holland. De begrenzing van het plangebied is weergegeven in Figuur 1. In de huidige situatie bestaat
1. transformatie naar woningen.
het plangebied uit een leegstaand gebouw. Het gebouw heeft twee verdiepingen en heeft een plat
Er zullen inpandige werkzaamheden plaatsvinden. Bovendien worden er ook mogelijk werkzaamheden
dak. De muren zijn van baksteen en er is een spouwmuur aanwezig. Er zijn diverse gaten aanwezig in
uitgevoerd aan de gevels en het dak. Er komt mogelijk een extra verdieping bovenop het gebouw. Een
de muren.
kaart van het plangebied is weergegeven in Bijlage 5.
Het plangebied grenst aan de noordzijde aan een ander gebouw. Aan de zuidzijde van het plangebied
Er is geen vragenlijst aangeleverd. Er wordt uitgegaan van een worst-case scenario. Er wordt verwacht
is een braakliggend terrein aanwezig. De Insulindestraat ligt aan de westzijde van het plangebied. De
dat er sterke trillingen en harde geluiden zullen ontstaan tijdens de werkzaamheden. Er wordt in de
omgeving van het plangebied bestaat uit bedrijven, woningen, wegen, de Bergsingel, trambanen en
uitvoerings- en gebruiksfase extra verlichting geplaatst ten opzichte van de huidige situatie. Er wordt
tuinen. De werkzaamheden beperken zich tot het gebouw.
gewerkt tussen zonsondergang en zonsopkomst. Er is geen water aanwezig in het plangebied. Er zal daarom geen water onttrokken worden of water worden opgespoten. Er zullen zanddepots ontstaan.
Legenda I I
I Plangebied I Onderzoeksgebied
De precieze planning van de werkzaamheden is ten tijde van de uitvoering van dit vooronderzoek nog niet bekend. Dit is mede afhankelijk van de vergunningverlening.
-V-v V
Algemene opmerking: In dit rapport maken we onderscheid tussen het plangebied en het onderzoeksgebied. Het plangebied is het gebied waar de te beoordelen ingrepen plaatsvinden. Het onderzoeksgebied is het gebied wat onderzocht is tijdens het veldbezoek en tevens het gebied tot waar de effecten van de ingreep kunnen reiken. Figuur 1: het plangebied is rood omrand (PDOK, 2020).
i
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico's inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
6
3. RESULTATEN
3.1 Beschermde gebieden In Tabel 1 zijn de afstanden van het plangebied tot de beschermde gebieden in provincie Zuid-Holland benoemd. In de figuren 2 op de volgende pagina, is de ligging van het plangebied weergegeven ten opzichte van de beschermde gebieden. Tabel 1: afstanden van het plangebied tot beschermde gebieden Beschermd gebied
Afstand tot plangebied (in meters)
Natura 2000-gebied*: 'Oude Maas' Dit gebied is niet gevoelig voor stikstofdepositie.
10.300
Natuurnetwerk Nederland
2.300
ří.á
*In Bijlage 7 is de ingevulde effectenindicator te vinden (Ministerie van Economische Zaken, 2017). Daar is ook meer informatie opgenomen over habitatsoorten en -typen.
Uilig
SÜI
Binnen het plangebied bevinden zich geen gebieden behorend tot Natura 2000. Binnen het plangebied bevinden zich ook geen gebieden behorend tot Natuurnetwerk Nederland (NNN). Aangezien er geen Natura 2000-gebieden aanwezig zijn binnen vijf kilometer, wordt het dichtstbijzijnde gebied beoordeeld.
Algemene opmerking: Een grote afstand tussen het plangebied en een beschermd gebied betekent niet dat negatieve effecten per definitie uitgesloten kunnen worden. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een negatief effect op een soort die buiten een beschermd gebied verblijft óf van depositie. Ook de
ř* ^
onttrekking van grondwater kan effecten veroorzaken op grote afstand.
Toelichting op de afbeelding Impressie plangebied: westgevel van het gebouw. k Tmĩ'
n\îm
nzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
niïSÏÏMĽ1
iS&í
, Legenda l I
f
3.1.2 Effecttoetsing NNN
—\
l Plangebied I Natura 2000-gebied
Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op 2.300 meter. Er vindt geen ruimtebeslag plaats op een NNNgebied. De werkzaamheden zullen niet leiden tot aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden. Er vindt geen externe werking plaats op het NNN-gebied of op kwalificerende soorten vanwege de afstand en de demping van het tussengelegen landschap. Negatieve effecten worden daarom uitgesloten. 3.1.3 Effecttoetsing (stikstof)depositie Gezien de afstand tussen het plangebied en Natura 2000-gebieden met habitattypen die gevoelig zijn
'- ' 4
voor stikstof, zijn depositie-effecten zeer onwaarschijnlijk en worden daarom niet verwacht. Echter, het bevoegd gezag kan altijd om een aeriuscalculatie vragen ter bevestiging. Kinderdijk
Fjíĩ. w-i!T "1 "
2
Figuur 2: ligging plangebied (stip in rode cirkel) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (PDOK, 2020; provincie Zuid-Holland, 2020). 3.1.1 Effecttoetsing Natura 2000-gebieden In de effectenindicator Natura 2000-gebieden (Ministerie van Economische Zaken, 2017;Bijlage 7) is gekozen voor de activiteit 'woningbouw', omdat deze activiteit het best vergelijkbaar is met de ontwikkeling. De effectenindicator geeft aan dat mogelijke effecten van 'woningbouw' op Natura 2000-gebied 'Oude Maas' worden veroorzaakt door oppervlakteverlies; versnippering; verontreiniging; verdroging; verstoring door geluid, licht en trilling; optische verstoring en verstoring door mechanische effecten. Van deze effecten is in het huidige project geen sprake, aangezien de effecten zeker niet tot het Natura 2000-gebied zullen reiken. Het Natura 2000-gebied ligt daarvoor op een te grote afstand met daarnaast tussenliggende demping van bebouwing, landschap en de Nieuwe Maas. Vanwege de afwezigheid van geschikt biotoop worden in het plangebied ook geen habitatsoorten verwacht. Effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor het betreffende gebied zijn niet aan de orde.
r
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico's inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
3.2 Beschermde soorten Het bureau-onderzoek is uitgevoerd op 15 mei 2020 voorafgaand aan het veldbezoek. Het veld- en het bureau-onderzoek zijn verricht door een deskundig ecoloog, namelijk Nick Kroese. Op onze website zijn alle cv's opgenomen van onze collega's om deze deskundigheid aantoonbaar te maken. Tijdens het veldbezoek op 15 mei 2020 was het droog, circa 10 graden, bewolkt en stond er een windkracht van circa 2 Bft vanuit de richting noord. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek zijn niet van invloed op de potentiebepaling. Wel kunnen de weersomstandigheden van invloed zijn op de aangetroffen soorten. De potentiebepaling blijft daarom leidend. Omdat de omgeving ook beïnvloed kan worden door de voorgenomen ontwikkeling, is deze ook meegenomen in de beoordeling tot zo ver de invloedssfeer van het project reikt. In Tabel 2 op de volgende pagina is te zien welke soorten (mogelijk) in het plangebied voorkomen en welke functies er verwacht worden. Ook is weergegeven welke ecologische risico's dit project met zich meebrengt met betrekking tot de Wet natuurbescherming (Wnb). De soorten genoemd in de tabel worden zowel op basis van het bureau- als veldonderzoek verwacht. Een overzicht van de soorten die uit het bureau-onderzoek komen, zijn te zien in Bijlage 8.
Soorten die wel uit het bureauonderzoek komen maar op basis van het veldbezoek zijn uitgesloten, zijn te zien in Bijlage 9.
Toelichting op de afbeelding Impressie plangebied: oostgevel van het gebouw.
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico's inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
JSiSr
9
Tabel 2: relevante resultaten bureau- en veldonderzoek. Zie Bijlage 9 voor een totaaloverzicht van de uitgesloten soorten. Zie Bijlage 10 voor relevante foto's.
Toelichting op Tabel 2:
Zie Figuur 3 voor een kaart met het plangebied, geschikte biotopen en relevante waarnemingen.
In deze tabel staan enkel de soorten waarvoor een overtreding verwacht wordt óf een effect niet uitgesloten kan worden. Hier hebben we voor gekozen om de leesbaarheid van het rapport te vergroten. De soorten waarvoor geen effect wordt verwacht, zijn opgenomen in Bijlage 9. Daar
is
een
nadere
onderbouwing
te vinden over waarom een soort of
Resultaten
Toetsing aan de Wnb
Te verwachten soort op basis van bureauen veldonderzoek
a/m/ vm
Te ver wachten functies
Onderbouwing en locatie(s) in het plangebied
Werkzaamheid1
Kans op overtreding Wnb2
Vogels zonder jaarrond beschermd nest
a, vm
n
^ ^ ^
Er zijn geen vogels met nestindicerend gedrag aangetroffen tijdens het veldbezoek. Er is een (oud) nest van vermoedelijk kauw aangetroffen, zie Figuur 4. Categorie 5-soorten met een matig ongunstige staat van instandhouding zoals de spreeuw kunnen broeden in gaten in de muren. Het gebouw is niet geschikt voor de huiszwaluw, omdat geschikte dakranden ontbreken. Witte kwikstaart en zwarte roodstaart kunnen zich vestigen op bouwterreinen en kunnen broeden in hopen afval of bouwmateriaal. De volgende biotopen (zie 2.3) zijn aanwezig: bebouwing en braakliggend terrein. Zie Tabel 3 op pagina 11 voor de vogelsoorten die verwacht worden.
1
Artikel 3.1 lid 1,2 en 4
Verblijfplaatsen: er worden werkzaamheden aan het gebouw verricht, namelijk transformatie naar woningen. Het gebouw
1
Inclusief cat. 5-soorten zonder zwaarwegende ecologische redenen voor bescherming.
^ ^
beschermde functie is uitgesloten. Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis
Legenda Tabel 2: a = beschermde functie aangetroffen m = beschermde functie mogelijk aanwezig vm = vestiging van deze soort is mogelijk Verblijfplaatsen
m
z, w, p, k
heeft in de zuidgevel diverse gaten in de muur en ruimte onder een loodlap waar vleermuizen verblijfplaatsen kunnen hebben. Er is vrijwel geen groen in de omgeving van het plangebied aanwezig, waardoor de kans op kraamverblijfplaatsen klein is. Ook zijn de gaten in de muren recent ontstaan door het slopen van het naastgelegen gebouw. De kans op verblijfplaatsen is hierdoor klein, maar gezien de huidige geschiktheid is het niet mogelijk om verblijfplaatsen uit te sluiten. Er kunnen sterke trillingen ontstaan tijdens de werkzaamheden. Ook wordt mogelijk verlichting geplaatst die gebouwen beschijnt, negatieve effecten op vleermuizen kunnen daarom niet uitgesloten worden. Essentiële vliegroute: er worden geen lijnvormige houtige elementen gekapt, watergangen gedempt of geblokkeerd (fysiek of door lichteffecten). Effecten op een essentiële vliegroute worden daarom niet verwacht. Essentieel foerageergebied: er wordt geen groot oppervlak aan houtige beplanting of moeras verwijderd óf een groot oppervlak aan water gedempt. Effecten op essentieel foerageergebied worden daarom niet verwacht. Massawinterverblijven kunnen aanwezig zijn in gebouwen vanaf vier etages. Dit biotoop is niet aanwezig.
en/of Artikel 1.11
Artikel 3.5 lid 1, 2 en 4 HR-soorten
2 De beschermingsregimes zijn toegelicht in Bijlage 1.
n = nest (vogels) k = kraamverblijfplaats z = zomerverblijfplaats p = paarverblijfplaats w = winterverblijfplaats
i
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico's inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
10
Tabel 3: Beschrijving van de biotopen en te verwachten vogels zonder jaarrond beschermd nest Legenda
ļ I I Plangebied ļ I I Onderzoeksgebied Waarnemingen O Groot gat in muur (V, VL) O Groeiplaats tongvaren
Aanwezige biotopen
Beschrijving biotoop
Vogels zonder jaarrond beschermd nest die te verwachten zijn (indicatief, het betreft geen volledige lijst):
Bebouwing
gebouwen, zoals woonhuizen en bedrijfspanden
spreeuw, holenduif, kauw, zwarte roodstaart
Braakliggend terrein
pioniersituatie
scholekster, kleine plevier, witte kwikstaart
Verharding algemeen
stapels (bouw)materialen
witte kwikstaart, zwarte roodstaart
V rr vogels zonder jaarrond beschermd nest, VL rr vleermuizen. Figuur 3: kaart met het plangebied, biotopen waar diersoorten in verwacht worden en relevante waarnemingen. Alleen biotopen waar beschermde soorten aanwezig kunnen zijn, zijn weergegeven in deze figuur. In Tabel 3 wordt per biotoop beschreven welke broedvogels er kunnen voorkomen. Dit is echter slechts een indicatie, er kunnen altijd nog andere vogels aanwezig zijn in dit biotoop. De openingen in de muren en achter de loodlap zijn geschikt voor vleermuizen. Deze kunnen verblijfplaatsen hebben in het gebouw. Tongvaren en muurvaren zijn niet beschermd. Muurvaren is een begeleidende soort van de beschermde planten muurbloem en schubvaren. Deze beschermde plantensoorten zijn niet aangetroffen in het plangebied en worden daarom uitgesloten. Witte kwikstaart en zwarte roodstaart kunnen broeden in stapels (bouw)materialen. Huismus en gierzwaluw zijn uitgesloten, zie onderbouwing in Bijlage 9.
i
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico's inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
11
3.3 Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen (zie Bijlage 1). Uit de zorgplicht volgt dat nadelige gevolgen voor flora of fauna voorkomen worden of dat noodzakelijke maatregelen getroffen worden. Planten De volgende plantensoorten zijn in het plangebied aangetroffen: tongvaren en muurvaren. Voor deze algemene planten zijn geen maatregelen benodigd. Er zijn geen planten van de Rode Lijst aangetroffen. Er zijn geen invasieve exoten aangetroffen. Dieren In het plangebied kunnen verschillende diersoorten aanwezig zijn welke relevant zijn om rekening mee te houden tijdens de voorgenomen ontwikkeling. Deze worden hieronder per biotoop benoemd. Bebouwing en braakliggend terrein In en rond het gebouw kunnen soorten aanwezig zijn, zoals: huisspitsmuis en gewone pad.
Toelichting op de afbeelding Impressie plangebied: een groeiplaats van tongvaren (niet beschermd) is aangetroffen in het plangebied (rode cirkel).
i
r
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico's inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
12
4. CONCLUSIE ä AANBEVELINGEN Algemene opmerking:
4.1 Conclusie
In 4.1 is de conclusie weergegeven. Voor de volledigheid én om een verkeerde interpretatie
De conclusie geeft antwoord op de centrale vraag: Is de voorgenomen ontwikkeling in strijd met de soort- of gebiedsbescherming uit de Wet natuur bescherming (Wnb) of het provinciaal beleid? En welke vervolgstappen dienen genomen te worden voor met de uitvoering gestart kan worden?
te voorkomen, dient het gehele rapport gelezen te worden. Zo geeft hoofdstuk 1 belangrijke informatie over de opzet en afbakening van het onderzoek. In hoofdstuk 2 wordt informatie gegeven over de begrenzing van het plangebied en welke werkzaamheden getoetst zijn. Hoofdstuk 3 geeft nadere informatie over de aanwezigheid van soorten en gebieden. Ook de
Hieronder volgt een antwoord op de centrale vraag. In tabel 4 is de conclusie samengevat.
bijlagen zijn onlosmakelijk met de inhoud verbonden, met name Bijlage 9.
De voorgenomen ontwikkeling is naar verwachting mogelijk in strijd met het onderdeel soortbescherming
4.2 Nader onderzoek is nodig voor de volgende soorten en gebieden
uit de Wet natuurbescherming. Er kunnen namelijkverblijfplaatsen van vleermuizen en 'vogels zonder
Voor iedere soort waarvoor de Wet Natuurbescherming en/of het natuurbeleid van de provincie
jaarrond beschermd nest' op de planlocatie aanwezig zijn. De voorgenomen ontwikkeling is niet in
(mogelijk) wordt overtreden, wordt hieronder de vervolgstap beschreven.
strijd met het onderdeel gebiedsbescherming uit de Wet natuurbescherming. Verder zijn de plannen
^ Vleermuizen: zie Tabel 2 voor de soorten en functies. Dit onderzoek dient globaal plaats te vinden tussen half mei en half oktober volgens het meest recente vleermuisprotocol (momenteel:
niet in strijd met provinciale gebiedsbescherming.
2017). Er zijn onder andere veldbezoeken in het voorjaar en in het najaar benodigd. Tabel 4: Samenvatting conclusie Soort(groep)Zgebied
Maatregel
Vogels zonder jaarrond beschermd nest Vleermuizen
Onderzoek
x
Overig/opmerking zie paragraaf 5.1.1
x
zie paragraaf 4.2
x = maatregel of onderzoek is benodigd
Zie paragraaf 5.1 voor informatie over hoe om te gaan met soorten waarvoor geen onderzoek benodigd is, maar waarvoor wel maatregelen benodigd zijn. In Bijlage 11 is een stroomschema te vinden waarin de vervolgstappen zijn opgenomen met een indicatieve doorlooptijd.
i
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico's inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
13
5. MAATREGELEN doorgang vinden. Let op: in de aangegeven broedperiode is er veelal een grote kans op het aantreffen
Algemene opmerking: Verricht geen werkzaamheden voordat de nadere onderzoeken zijn afgerond, maatregelen zijn genomen en/of (indien aan de orde) een ontheffing of vergunning is verkregen. Of treed voorafgaand aan de werkzaamheden in overleg met een deskundig ecoloog over welke werkzaamheden wél mogelijk zijn. Afwijkingen dienen altijd schriftelijk vastgelegd te worden om aantoonbaar volgens de wet te werken (omgekeerde bewijslast). Zie ook paragraaf 5.4. Hieronder volgen de te nemen maatregelen om overtreding van wetsartikelen te voorkomen tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. De maatregelen zijn opgedeeld in: ^ 5.1 Maatregelen beschermde soorten (artikelen 3.1, 3.5 en 3.10);
van broedende vogels. Een gunstige uitkomst van de inspectie is vooraf niet te geven. Witte kwikstaart en zwarte roodstaart Vogelsoorten zoals de witte kwikstaart en zwarte roodstaart kunnen aanwezig zijn op bouwterreinen en broeden in hopen afval of bouwmateriaal. Als de soort tot broeden komt op het terrein is het nest beschermd en zal hier rekening mee gehouden moeten worden. Maatregel: voorkom vestiging van deze soorten door in de broedperiode (globaal van half maart t/m eind juli) bouwmateriaal, hopen houtafval of stenen direct te verwijderen uit het plangebied. Of dek de bouwmaterialen geheel af met een stevig zeil of doek.
^ 5.2 Zorgplichtmaatregelen (artikel 1.11); ^ 5.3 Bovenwettelijke maatregelen. Daarnaast wordt in paragraaf 5.4 besproken wat u kunt doen bij een wijziging van de ontwikkeling of wanneer de gegeven adviezen niet passen in de uitvoering of planning. 5.1 Maatregelen beschermde soorten Er zijn maatregelen nodig voor de volgende beschermde soorten: vogels. 5.1.1 Vogels zonder jaarrond beschermd nest Voorkom vernietiging van vogelnesten óf een verstoring die van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van een in Europa inheemse vogelsoort. Nesten van deze soorten mogen niet beschadigd, weggehaald of vernietigd worden. Ook verstoringen die leiden tot het verlaten van het nest zijn verboden. De meeste vogels broeden globaal tussen half maart en half augustus. Echter, alle broedende in Europa inheemse vogelsoorten zijn te allen tijde beschermd. Maatregel 1: verricht de werkzaamheden buiten de broedperiode van de aanwezige soorten. Op basis van het veldbezoek waarin we op aanwezige vogelsoorten hebben gelet én op basis van de aanwezige biotopen, verwachten wij dat de broedperiode loopt van half maart t/m half augustus. Indien het niet mogelijk is om buiten deze broedperiode te werken, kan maatregel 2 uitkomst bieden. Maatregel 2: laat voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelinspectie uitvoeren door een ecoloog.
Indien er geen broedende vogels worden vastgesteld, kunnen de werkzaamheden alsnog
i
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico's inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
14
5.2 Zorgplichtmaatregelen In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen (zie Bijlage 1). Uit de zorgplicht volgt dat nadelige gevolgen voor flora of fauna voorkomen worden óf dat noodzakelijke maatregelen getroffen worden. Hieronder volgt de strategie om met deze soorten om te gaan, zie kader.
5.2.2 Amfibieën In het plangebied kunnen soorten voorkomen zoals benoemd in paragraaf 3.3. De volgende maatregelen zijn nodig om rekening te houden met deze soorten: ^ Verplaats individuen die aanwezig zijn binnen het werkterrein naar een vergelijkbare, veilige plek buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden.
Strategie zorgplicht: Om invulling te geven aan de zorgplicht wordt de volgende strategie gevolgd: 1. In eerste instantie worden alle vaste rust- of verblijfplaatsen waar mogelijk gespaard of worden de werkzaamheden verricht buiten de verstoringsafstand van de betreffende soorten. 2. Indien dit niet mogelijk is, vinden de werkzaamheden plaats buiten de kwetsbare perioden voor de betreffende soorten. De voortplantingsperiode en de winterrust zijn hier voorbeelden van. In paragraaf 3.3 zijn per biotoop de zorgplichtsoorten opgenomen die in het plangebied verwacht worden.
Indien niet voldaan kan worden aan de strategie in bovenstaand kader, dan zijn de volgende maatregelen minimaal benodigd om nadelige gevolgen te voorkomen. 5.2.1 Zoogdieren In het plangebied kunnen soorten voorkomen zoals benoemd in paragraaf 3.3. De volgende maatregelen zijn nodig om rekening te houden met deze soorten: ^ Indien er verstoring plaatsvindt, dient er een passende vluchtroute beschikbaar te zijn. Dit geldt in het bijzonder voor vogels en grondgebonden zoogdieren (zoals muizen, egels) om verkeersslachtoffers te voorkomen. Werk vanaf één zijde en bij voorkeur van een drukke naar een rustige locatie toe, zoals een open veld of ruigte. Werk ook op een aangepast tempo, zodat dieren kunnen vluchten. ^ Kunstmatige verlichting werkt verstorend op zoogdieren en andere fauna. Werk daarom niet tussen zonsondergang en zonsopkomst. ^ Voorkom of beperk daarnaast de toepassing van kunstlicht en de verstrooiing van licht buiten de projectlocatie. Voorkom ook het direct schijnen op wateroppervlakken of groenelementen, zoals bosschages en ruigtes.
i
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico's inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
15
5.3 Bovenwettelijke of aanvullende maatregelen
^
Op het gebouw kan een groendak aangelegd worden. Met een groendak krijgt een plat dak
Dit rapport is opgesteld om aan de wettelijke eisen uit de Wet natuurbescherming te voldoen. In het
een unieke en duurzame uitstraling. Daarnaast wordt het dak multifunctioneel, waardoor
rapport wordt dus in principe geen rekening gehouden met aanwezige natuurwaarden die niet wettelijk
er ecologische, economische of sociale voordelen kunnen ontstaan. In deze flyer wordt kort
beschermd zijn. Maar ook niet-beschermde natuurwaarden zijn waardevol om te behouden. Daarnaast
uitgelegd wat een groendak is en worden diverse ecologische en economische voordelen
zijn er vaak ecologische kansen aanwezig die eenvoudig te realiseren zijn. Wij vinden het belangrijk om
benoemd. Er is ook een handreiking groene daken ontwikkeld, waarin details staan over wat een
ook daar aandacht aan te geven.
groendak is, de voordelen en hoe een groendak kan worden aangelegd. ^
Voor het gebouw kunnen bloembakken met wilde bloemen geplaatst worden om de natuurlijke uitstraling te vergroten en bloembezoekende soorten een handje te helpen. Op deze en deze
Biodiversiteit
pagina worden bruikbare tips gegeven over welke bloemen hiervoor geschikt zijn.
Wil je met een onafhankelijke en herhaalbare meting weten hoe het met de biodiversiteit gesteld is in jouw plangebied? En wil je daarnaast aanbevelingen om gericht maatregelen te nemen die
Nieuwe aanplant of vegetatie-ontwikkeling
de biodiversiteit verhogen? Vraag ons dan om een Quickscan Biodiversiteit uit te voeren!
^
Kies voor de beplanting voor inheemse bomen en struiken. Deze planten hebben voor insecten,
Met de Quickscan Biodiversiteit wordt aantoonbaar gemaakt wat de huidige biodiversiteit is.
vlinders en vogels een hogere waarde dan uitheemse planten. Kies bij aanplant voor streekeigen
Bij een vervolgmeting kan de bijdrage dan objectief worden bepaald. Vraag de projectadviseur
soorten van autochtoon materiaal. Vermijd daarnaast te allen tijde de aanplant van invasieve
gerust om de folder of om meer informatie.
exoten, zoals japanse duizenknoop, watercrassula en grote waternavel. ^
Realiseer een rand of plek met ruigtekruiden. Door een plek met ruigtekruiden te realiseren en deze slechts éénmaal per twee jaar te maaien, ontstaat een overgang met ruigtekruiden. Deze rand
5.3.1 Ecologische kansen
is waardevol voor bijvoorbeeld planten, vlinders en kleine zoogdieren. Spontane ontwikkeling is de
Binnen het plangebied zijn de volgende ecologische kansen of mogelijkheden aanwezig:
eenvoudigste manier. Indien toch voor inzaaien wordt gekozen, dan dient bij voorkeur gekozen te worden voor biologisch zaad van inheemse kruiden met een regionale herkomst.
Nieuwbouw ^
Raadpleeg de 'checklist groen bouwen' om te zien welke maatregelen uitgevoerd kunnen worden bij nieuwbouw of renovatie.
^
In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van vleermuizen. Wij adviseren om in de nieuwbouw voorzieningen te treffen voor vleermuizen, zoals een toegankelijke (dubbele) spouw. Denk ook aan vleermuisvriendelijke verlichting en biotoopverbeterende maatregelen, zoals aanplant van inheemse struiken en bomen of leg een (grote) poel aan. Op vleermuis.net is meer informatie beschikbaar ter inspiratie.
^
Denk aan de huismus als er een vogelschroot wordt geplaatst. Doe dit dan ter hoogte van de derde dakpan, dit biedt voldoende nestgelegenheid. Ook kunnen nestvoorzieningen geplaatst worden. Via Stichting de witte mus zijn tekeningen beschikbaar om zelf een nestkast te bouwen of plaats een goedwerkend model. Mussenflats (te weinig ruimte) en vogelvides (werken in de praktijk slechts zelden) zijn ongeschikt.
r
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico's inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
5.4 Wat te doen bij een wijziging van de ontwikkeling of bij het afwijken van het advies? De adviezen in dit rapport zijn opgesteld om te werken volgens de geldende natuurwetgeving. Wij zijn hierbij uitgegaan van de voorgenomen ontwikkeling zoals aangeleverd door de opdrachtgever of tussenpersoon. Indien de geplande ontwikkeling wijzigt, bijvoorbeeld doordat het plangebied groter wordt of de werkzaamheden veranderen, dan is de kans aanwezig dat ook het voorliggende advies wijzigt. Neem in dat geval contact op met een adviseur (zie colofon) om te onderzoeken of er passende maatregelen zijn waarbij conform de geldende natuurwetgeving kan worden gewerkt. Vervolgstappen niet inpasbaar? Ook kan het zijn dat wij maatregelen of vervolgstappen adviseren die niet goed in te passen zijn in de planning of uitvoering. Afwijken van het plan of advies is sommige gevallen mogelijk, maar altijd onder begeleiding van een deskundig ecoloog. Het is mogelijk dat in een vervolgtraject beschermde planten uitgestoken moeten worden of beschermde dieren gevangen moeten worden. Hiervoor is een ontheffing benodigd. Dit dient daarom altijd onder begeleiding plaats te vinden van een deskundig ecoloog met kennis van de betreffende soorten.
Algemene opmerking: Indien er een wijziging plaatsvindt in het plan of de uitvoering, dient de effectbeoordeling opnieuw uitgevoerd te worden. Dit geldt in het bijzonder voor (extra) licht, geluid, trillingen of nachtelijke werkzaamheden. Dit geldt ook in gevallen waarbij het werkterrein groter wordt, werkroutes wijzigen of op andere plekken wordt gewerkt binnen het plangebied, zoals een watergang, bosschage of oever. Deze verantwoordelijkheid ligt bij de initiatiefnemer/uitvoerder.
Andere beschermde soorten aangetroffen? Indien er beschermde soorten worden aangetroffen die niet in dit rapport benoemd zijn, dient direct \
contact opgenomen te worden met een ecoloog om te bepalen hoe gehandeld dient te worden.
■K
Toelichting op de afbeelding Impressie plangebied: in de hoek van gat aanwezig.
BRONVERMELDING Internetpagina's, programma's en online documenten .
BIJ12 (2017). Kennisdocumenten soorten natuurbescherming.
.
Boomvalk (z.d.). Voortplanting.
. .
BWLG (2007). Tonghaarmuts. Cuppen, J.G.M. & Koese, B (2005). De gestreepte waterroofkever Graphoderus bilineatus in Nederland: een eerste inhaalslag.
.
EIS Kenniscentrum Insecten (z.d.). Vermiljoenkever.
.
EIS Kenniscentrum Insecten (2018). Beschermde vermiljoenkever duikt op in Gelderland.
.
Floron (z.d). Verspreidingsatlas.
.
Hennekes, S.M., N.A.C. Smits & J.H.J. Schaminée (2010). SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR.
. .
IvL & RHB (2014-2016). Platte schijfhoren. Ministerie van Economische Zaken (2017). Effectenindicator.
.
Ministerie van Economische Zaken (z.d.). Wet natuurbescherming.
.
Ministerie van Lanbouw, Natur en Voedselkwaliteit (2015). Ecologie bataafse stroommossel.
«
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (2008). Nauwe korfslak (Vertigo angustior) H1014.
«
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (2018). DAS-gebieden.
.
NDFF-ecogrid (2017). Uitvoerportaal van de Nationale Databank Flora en Fauna.
»
Netwerk Groene Bureaus (2017a). Vleermuisprotocol 2017.
»
Netwerk Groene Bureaus (2017b). Soortinventarisatieprotocollen.
. .
PDOK (2019). Viewer. Provincie Zuid-Holland (2020). Geodataviewer Natuurnetwerk Nederland.
.
Ravon (z.d.). Soorteninformatiepagina
.
Rijksoverheid (2020). Omgevingswet.
.
Sovon (z.d.). Sovon.
.
Stichting Witte mus (2018). Pagina huismuskasten.
.
Vleermuis.nel (20 18). Pagina suurlen.
.
Vlinderstichting (z.d.a). Vlinderstichting startpagina.
.
Vogelbescherming Nederland (z.d). Vogelgids.
.
Zoogdiervereniging (z.d.a). Startpagina zoogdiersoorten.
i
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico's inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
18
BIJLAGE 1 - WET NATUURBESCHERMING Wet natuurbescherming (Wnb)
Verbodsartikel
Lid
3.1 Vogelrichtlijn
Lid 1
Toelichting Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen.
In de Wet natuurbescherming zijn meerdere oude wetten samengevoegd.
Lid 2
Relevant zijn de samenvoegingen van de Natuurbeschermingwet 1998 die
Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadi gen, of nesten van vogels weg te nemen.
over beschermde gebieden gaat, de Boswet die over bescherming van houtopstanden gaat en de Flora- en faunawet die over de bescherming
Lid 3
Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben.
van soorten gaat. Al deze regels zijn al dan niet aangepast overgenomen
Lid 4
Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen.
Lid 5
Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van
in de Wnb. Wij toetsen een ingreep in aan de Wnb en daardoor aan wat eerst drie wetten waren. Hiernaast is weergegeven waar wij aan toetsen.
instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. 3.5 Habitatrichtlijn
Soortbescherming
Lid 1
bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te
De Wet natuurbescherming kent drie beschermingsregimes waarin de
vangen.
voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd. Aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven, dat zijn de andere soorten. In de Wet
Lid 2
Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren.
Lid 3
Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.
Lid 4
natuurbescherming zijn de beschermingsregimes in drie aparte paragrafen
Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen.
neergelegd. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden
Lid 5
en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend
Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
door het bevoegd gezag. In de tabel hiernaast is weergegeven op welke beschermingsregimes welke verboden van toepassing zijn.
Artikel 3.10 andere
Elke provincie heeft de mogelijkheid soorten die onder de andere soorten
soorten
vallen vrij te stellen. De vrijgestelde soorten zijn in Bijlage 3 weergegeven.
Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II
Lid 1
Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet: a: opzettelijk te doden of te vangen; b: de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen,
Omgevingswet
c: vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied
Het kabinet heeft besloten dat de natuurbeschermingsregels overgaan
opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
in het stelsel van de Omgevingswet. De Aanvullingswet natuur voorziet in deze wijzigingen van de Omgevingswet, zodat die wet straks over de nodige bevoegdheden en instrumenten beschikt om regels te stellen en maatregelen te treffen voor de bescherming van de natuur. Vermoedelijk zal de wet in 2021 in werking treden.
r
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico's inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
Beschermde nesten
Beschermde gebieden
*Het verbod van het vernietigen of wegnemen van nesten geldt alleen tijdens het broedseizoen van de
In Europa is een netwerk van beschermde gebieden opgezet. Dit zijn de zogenoemde Natura 2000-
soorten die elk jaar een nieuw nest maken. De soorten die jaarlijks terug komen op het zelfde nest zijn
gebieden. Deze gebieden zijn in de Wnb zwaar beschermd. Volgens de Wnb is het volgens artikel 2.7 lid 2
jaarrond beschermd. Specifiek gaat dit om vogels van categorie It/m 4 en de nesten van soorten in
verboden zonder vergunning projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de
categorie 5 als er onvoldoende alternatieven zijn. ^ Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. ^ Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de
instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Dit geld ook voor projecten die fysiek buiten het Natura 2000-gebied gelegen zijn maar wel een effect kunnen hebben op het gebied (externe werking).
nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. ^ Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broe
Natuurnetwerk Nederland (NNN)
den en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden
Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen
voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar.
natuurgebieden. In de wet heet dit de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het netwerk moet
^ Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat
natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied.
zijn een nest te bouwen. ^ Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor
In het Natuurnetwerk Nederland liggen:
hebben
»
bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken;
gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken
»
gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt;
om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.
»
landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer;
De soorten die beschermd zijn staan in Bijlage 2 weergegeven, hierbij wordt ook aangegeven welke
»
vogels onder de categorieën vallen.
ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee;
»
alle Natura 2000-gebieden.
Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen:
Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor het Natuurnetwerk Nederland. De ligging en
Artikel 1.11, lid 1: Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere
bescherming van de NNN is vastgelegd in de provinciale Structuurvisie, welke door de gemeentes wordt
nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.
uitgewerkt in bestemmingsplannen, conform de Wet Ruimtelijke Ordening.
Artikel 1.11, lid 2: De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet
of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft
om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.
i
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico's inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
20
Natuurwaarden buiten het Natuurnetwerk Nederland Ook buiten het NNN zijn grote natuurwaarden aanwezig. Behoud, herstel en verdere ontwikkeling van deze natuurwaarden dragen substantieel bij aan de biodiversiteit. Wij beoordelen ook eventuele effecten op beschermde beleidsgebieden. Zuid-Holland: strategische reservering natuur en belangrijke weidevogelgebieden Het realiseren van een natuurmantel in de vorm van een groenblauwe dooradering rondom de natuurkernen in het NNN. Deze mantel wordt de 'Strategische reservering natuur' genoemd. Het in stand houden van de belangrijke leefgebieden voor weidevogels in blijvend agrarisch gebied door agrarisch natuurbeheer. Weidevogelgebieden worden gerekend tot categorie 2 in het handelingskader ruimtelijke kwaliteit. Deze gebieden worden 'Belangrijke weidevogelgebieden' genoemd. Beschermde houtopstanden In de Wnb is het conform artikel 4.2 verboden houtopstanden te kappen buiten de bebouwde kom houtopstanden grenzen zonder hier vooraf een melding van te maken aan het bevoegd gezag. Deze regel geldt niet voor: a. houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b. houtopstanden op erven of in tuinen; c. fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d. naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e. kweekgoed; f. uit populieren of wilgen bestaande:
10 wegbeplantingen; 20 beplantingen langs waterwegen, en12 30 eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; g. het dunnen van een houtopstand; h. uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de
productie van houtige biomassa, indien zij: 10 ten minste eens per tien jaar worden geoogst; 20. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en . zijn aangelegd na 1 januari 2013.
30
r
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico's inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
BIJLAGE 2 - BESCHERMDE SOORTEN
Nederlandse naam
Categorie
SvI* (als broedvogel)
Nederlandse naam
Categorie
SvI (als broedvogel)
Steenuil
1
matig ongunstig
Gekraagde roodstaart
5
matig ongunstig
Gierzwaluw
2
gunstig
Glanskop
5
matig ongunstig
gekoppeld, namelijk 3.1. vogelrichtlijnsoorten, 3.5 habitatrichtlijnsoorten en 3.10
Huismus
2
matig ongunstig
Grauwe vliegenvanger
5
matig ongunstig
andere soorten.
Roek
2
matig ongunstig
Groene specht
5
gunstig
Grote gele kwikstaart
3
gunstig
Grote bonte specht
5
gunstig
Kerkuil
3
gunstig
Hop
5
artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Deze worden hieronder niet allemaal specifiek
Oehoe
3
gunstig
onbekend, vermoedelijk ongunstig
benoemd. Hieronder wordt alleen ingegaan op de uitzonderingen en dat zijn de
Huiszwaluw
5
matig ongunstig
Ooievaar
3
gunstig
vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten van de categorieën 1 t/m 4 en bij
IJsvogel
5
gunstig
Slechtvalk
3
gunstig
Kleine bonte specht
5
gunstig
Boomvalk
4
matig ongunstig
Kleine vliegenvanger
5
Buizerd
4
gunstig
onbekend, vermoedelijk geen broedvogel
Havik
4
gunstig
Koolmees
5
gunstig
Ransuil
4
zeer ongunstig
Sperwer
4
gunstig
kolonie)
Wespendief
4
gunstig
Categorie 4: Vogels die ieder jaar terugkeren naar specifiek nest
Zwarte wouw
4
onbekend, vermoedelijk gunstig
beschermd bij zwaarwegende ecologische redenen, zoals een zeer
Blauwe reiger
5
matig ongunstig
ongunstige SvI (zie tekst onder kader).
Boerenzwaluw
5
gunstig
Bonte vliegenvanger
5
gunstig
Boomklever
5
gunstig
Boomkruiper
5
gunstig
Bosuil
5
gunstig
toekomstperspectief.
Brilduiker
5
zeer ongunstig
De meest sombere score bij een van de vier elementen (verspreiding, populatie,
Draaihals
5
zeer ongunstig
Eidereend
5
zeer ongunstig
Ekster
5
zeer ongunstig (in het buitengebied)
Tabellen Wet Natuurbescherming Aan de indeling van de regels van de Wnb (bijlage 1) zitten verschillende soortenlijsten
Artikel 3.1 Vogelrichtlijnsoorten Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten in
uitzondering categorie 5-vogels.
Legenda tabel Categorie 1: Jaarrond gebruikte nesten (steenuil) Categorie 2: Zeer honkvaste koloniebroeders of afhankelijk bebouwing Categorie 3: Zeer honkvaste broeders of afhankelijk bebouwing (geen
Categorie 5: Honkvaste broeders, maar voldoende flexibel. Enkel
*SvI: Staat van Instandhouding De SvI is bepaald op basis van (a) de ontwikkeling in de populatie, (b) ontwikkeling in verspreiding, (c) ontwikkeling in kwaliteit van het leefgebied, en (d)
leefgebied, toekomstperspectief) bepaalt de indicatieve SvI. Indien twee of meer keer 'onbekend' is aangegeven, gecombineerd met 'groen' (gunstig), dan is de SvI 'onbekend'.
r
Kortsnavelboomkruiper
5
gunstig
Oeverzwaluw
5
gunstig
Pimpelmees
5
gunstig
Raaf
5
gunstig
Ruigpootuil
5
onbekend, vermoedelijk geen vaste broedvogel
Spreeuw
5
matig ongunstig
Tapuit
5
zeer ongunstig
Torenvalk
5
matig ongunstig
Zeearend
5
gunstig
Zwarte kraai
5
gunstig
Zwarte mees
5
matig ongunstig
Zwarte roodstaart
5
gunstig
Zwarte specht
5
matig ongunstig
Vetgedrukte soorten (uit cat. 5) hebben een zeer ongunstige staat van instandhouding en hebben daarom een zwaarwegende ecologische reden om als jaarrond beschermd aangemerkt te worden.
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico's inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
BIJLAGE 2 - BESCHERMDE SOORTEN (VERVOLG)
Nederlandse naam
Categorie
SvI
Nederlandse naam
Categorie
SvI
Boerenzwaluw
2
gunstig
Bijeneter
4
onbekend, vermoedelijk gunstig
Boomvalk
3
matig ongunstig
Blauwe reiger
4
matig ongunstig
Bosuil
2
gunstig
Buizerd
4
gunstig
Gierzwaluw
2
gunstig
Draaihals
4
zeer ongunstig
Grote gele kwikstaart
2
gunstig
Grauwe klauwier
4
gunstig
Legenda tabel
Havik
3
gunstig
Categorie 1: Jaarrond gebruikte nesten
Grutto
4
matig ongunstig
Huismus
2
matig ongunstig
IJsvogel
4
gunstig
Huiszwaluw
2
matig ongunstig
Kramsvogel
4
zeer ongunstig
een specifiek nest
Kerkuil
1
gunstig
Kwartelkoning
4
zeer ongunstig
Categorie 4: Vogel dat jaarlijks terugkeert naar specifiek nest, maar
Oehoe
1
gunstig
voldoende flexibel om elders nieuw nest te bouwen. Echter, dusdanig
Oeverzwaluw
4
gunstig
Ooievaar
2
gunstig
Paapje
4
zeer ongunstig
Raaf
3
gunstig
Ringmus
4
zeer ongunstig
Ransuil
3
zeer ongunstig
Roerdomp
4
zeer ongunstig
Rode wouw
3
matig ongunstig
Sperwer
4
gunstig
Roek
1
matig ongunstig
Spotvogel
4
matig ongunstig
De SvI is bepaald op basis van (a) de ontwikkeling in de populatie, (b)
Slechtvalk
2
gunstig
Visdief
4
zeer ongunstig
ontwikkeling in verspreiding, (c) ontwikkeling in kwaliteit van het leefgebied, en (d)
Steenuil
1
matig ongunstig
Wulp
4
matig ongunstig
Torenvalk
3
matig ongunstig
Zomertortel
4
zeer ongunstig
Wespendief
3
gunstig
Zwarte specht
4
matig ongunstig
Zwarte wouw
3
onbekend, vermoedelijk gunstig
Limburg: vogels met een jaarrond beschermd nest Vogels met jaarrond beschermde nesten conform provinciale beleidsregels passieve soortenbescherming provincie Limburg.
Categorie 2: Zeer plaatstrouwe broedvogel of afhankelijk van bebouwing Categorie 3: Zeer plaatstrouwe broedvogel die ieder jaar terugkeert naar
kwetsbaar dat functionaliteit van het leefgebied niet in het geding mag komen.
*SvI: Staat van Instandhouding
toekomstperspectief. De meest sombere score bij een van de vier elementen (verspreiding, populatie, leefgebied, toekomstperspectief) bepaalt de indicatieve SvI. Indien twee of meer keer 'onbekend' is aangegeven, gecombineerd met 'groen' (gunstig), dan is de SvI 'onbekend'.
i
Vetgedrukte soorten zijn specifiek in Limburg beschermd.
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico's inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
23
BIJLAGE 2 - BESCHERMDE SOORTEN (VERVOLG) Artikel 3.5 Habitatrichtlijnsoorten Onder artikel 3.5 vallen naast habitatrichtlijnsoorten ook soorten uit Bern I, Bern II en Bon I. Vogels vallen echter niet* onder artikel 3.5. * In de officiële wettekst, gepubliceerd in het Staatsblad op 19 januari
Soort
Soort
Soort
Soort
Soort
Apollovlinder
Gestreepte dolfijn
Heikikker
Noordse vinvis
Tijmblauwtje
Bataafse stroommossel
Gestreepte waterroofkever
Heldenbok
Noordse vleermuis
Tuimelaar
Bechsteins vleermuis
Gevlekte witsnuitlibel
Hille
Noordse winterjuffer
Tweekleurige vleermuis
Bever
Gewone baardvleermuis
Houting
Noordse woelmuis
Vale vleermuis
Boomkikker
Gewone dolfijn
Ingekorven vleermuis
Oostelijke witsnuitlibel
Vermiljoenkever
Bosvleermuis
Gewone dwergvleermuis
Juchtleerkever
Orca
Vroedmeesterpad
Conventie van Bern en Bijlage I Conventie van Bonn genoemde vogelsoorten,
Boszandoog
Gewone grootoorvleermuis
Kamsalamander
Otter
Walrus
geldt volgens de wettekst artikel 3.5 ook de verbodsbepalingen en het
Brandts vleermuis
Gewone spitsdolfijn
Kemps' zeeschildpad
Pimpernelblauwtje
Watervleermuis
beschermingsregime van de Habitatrichtlijn. De MvT van de wet gafjuist
Brede geelrandwaterroofkever
Gewone vinvis
Kleine dwergvleermuis*
Platte schijfhoren
Wilde kat*
Bronslibel
Gladde slang
Kleine hoefijzerneus
Poelkikker
Witflankdolfijn
verwarring geweest bij de verschiiiende bevoegde gezagen of de vogeis
Bruinvis
Griend
Kleine zwaardwalvis
Potvis
Witsnuitdolfijn
genoemd in Bijlage II van de Conventie van Bern en Bijlage I Conventie
Bultrug
Grijze dolfin
Knoflookpad
Rivierrombout
Witte dolfijn
van Bonn conform art. 3.5 waren beschermd of niet. Onlangs, op 1 juli
Dikkopschildpad
Grijze grootoorvleermuis
Kruipend moerasscherm
Rosse vleermuis
Wolf*
Donker pimpernelblauwtje
Groene glazenmaker
Laatvlieger
Rugstreeppad
Zandhagedis
Drijvende waterweegbree
Groenknolorchis
Lederschildpad
Ruige dwergvleermuis
Zilverstreephooibeestje
Dwergpotvis
Grote hoefijzerneus
Lynx
Sierlijke witsnuitlibel
Zomerschroeforchis
Dwergvinvis
Grote rosse vleermuis
Meervleermuis
Soepschildpad
Oeveraas**
Franjestaart
Grote vuurvlinder
Mopsvleermuis
Spitsdolfijn van Gray
Walrus**
Gaffellibel
Hamster
Muurhagedis
Steur
Geelbuikvuurpad
Hazelmuis
Narwal
Teunisbloempijlstaart
2016, is in artikel 3.5 verwezen naar de Conventie van Bern, Bijlage I en II en de Conventie van Bonn, Bijlage I. Met betrekking tot de in Bijlage II
aan dat de Vogeirichtijn de rechtsbasis vormt en dat de bescherming van vogels is geregeld in de Vogelrichtlijn, dat is uitgewerkt in art. 3.1. Er is lang
2018, is echter een verzamelwet inwerking getreden waarin is aangegeven dat art. 3.5 niet van toepassing is op soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn.
*= niet opgenomen in Bijlage 2 Memorie van Toelichting, maar wel op lijst Habitatrichtlijn Bijlage IV. ** = niet genoemd in Bijlage 3 Memorie van Toelichting: Tabel I, staat wel in Bijlage II van de Conventie van Bern.
i
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico's inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
24
BIJLAGE 2 - BESCHERMDE SOORTEN (VERVOLG) Artikel 3.10 Andere soorten Hieronder vallen soorten genoemd in onderdeel A en onderdeel B bij de Wnb. Sommige van deze soorten zijn vrijgesteld bij ruimtelijke ontwikkeling of bestendig beheer en onderhoud. Dat verschilt per provincie. In Bijlage 3 is hiervan een overzicht te vinden. Soort
Soort
Soort
Soort
Soort
Soort
Soort
Aardbeivlinder
Bruine kikker
Gewone bosspitsmuis
Karthuizeranjer
Naaldenkervel
Veenbesblauwtje
Molmuis
Aardmuis
Bruinrode wespenorchis
Gewone bronlibel
Karwijselie
Ondergrondse woelmuis
Veenbesparelmoervlinder
Oeveraas
Adder
Bunzing
Gewone pad
Kempense heidelibel
Pijlscheefkelk
Veenbloembies
Mercuurwaterjuffer
Akkerboterbloem
Damhert
Gewone zeehond
Kleine ereprijs
Pimpernelblauwtje
Veenhooibeestje
Akkerdoornzaad
Das
Glad biggenkruid
Kleine heivlinder
Ree
Veldmuis
Akkerogentroost
Dennenorchis
Gladde zegge
Kleine ijsvogelvlinder
Ringslang
Veldparelmoervlinder
Alpenwatersalamander
Donker pimpernelblauwtje
Grijze zeehond
Kleine Schorseneer
Roggelelie
Veldspitsmuis
Beekdonderpad
Donkere waterjuffer
Groene nachtorchis
Kleine watersalamander
Rood peperboompje
Vinpootsalamander
Beekkrombout
Dreps
Groensteel
Kleine wolfsmelk
Rosse woelmuis
Vliegend hert
Beekprik
Duinparelmoervlinder
Groot spiegelklokje
Kluwenklokje
Rozenkransje
Vliegenorchis
Beklierde ogentroost
Dwergmuis
Grote bosaardbei
Knollathyrus
Ruw parelzaad
Vos
Berggamander
Dwergspitsmuis
Grote bosmuis
Knolspirea
Scherpkruid
Vroege ereprijs
Bergnachtorchis
Echte gamander
Grote leeuwenklauw
Kommavlinder
Schubvaren
Vuursalamander
Blaasvaren
Edelhert
Grote modderkruiper
Konijn
Schubzegge
Waterspitsmuis
Blauw guichelheil
Eekhoorn
Grote parelmoervlinder
Korensla
Sleedoornpage
Wezel
Bokkenorchis
Egel
Grote vos
Kranskarwij
Smalle raai
Wild zwijn
Boommarter
Eikelmuis
Grote vuurvlinder
Kruiptijm
Speerwaterjuffer
Wilde averuit
Bosbeekjuffer
Elrits
Grote weerschijnvlinder
Kwabaal
Spiegeldikkopje
Wilde ridderspoor
Bosboterbloem
Europese rivierkreeft
Haas
Lange zonnedauw
Spits havikskruid
Wilde weit
Bosdravik
Franjegentiaan
Hazelworm
Levendbarende hagedis
Steenbraam
Woelrat
Bosmuis
Geelgroene wespenorchis
Hermelijn
Liggende ereprijs
Steenmarter
Wolfskers
Bosparelmoervlinder
Gentiaanblauwtje
Honingorchis
Meerkikker
Stijve wolfsmelk
Zandwolfsmelk
i
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico's inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
25
Overijssel
Gelderland
Utrecht
N-Holland
Z-Holland
Flevoland
Zeeland
N- Brabant
hiernaast genoemd, mits het gaat om handelingen die
Aardmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
worden verricht in verband met:
Bastaardkikker
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Bruine kikker
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Bosmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
b. de uitvoering van werkzaamheden in het kader
Bunzing
x
x
x
x
x
x
van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen,
Dwergmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken,
Dwergspitsmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
In afwijking van artikel 3.10, eerste lid, van de wet gelden de in dat lid opgenomen verboden niet voor de soorten
a. de uitvoering van werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting;
oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of
x
Limburg
Drenthe
1
Groningen
Soort 1 Provincie
Friesland
BIJLAGE 3 - VRIJGESTELDE SOORTEN
x
Egel
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Gewone bosspitsmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Gewone pad
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
bosbouw;
Haas
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
d. bestendig gebruik.
Hermelijn
x
x
x
x
x
Huisspitsmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Kleine watersalamander
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Konijn
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Meerkikker
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Ondergrondse woelmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Ree
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Rosse woelmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Steenmarter
x
Tweekleurige bosspitsmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Veldmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Vos
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Wezel
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
in het kader van natuurbeheer;
c. de uitvoering van werkzaamheden in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of
Deze vrijstelling geldt dus niet voor (eenmalige) activiteiten, zoals evenementen of (sport)wedstrijden. 1 Per 1 december 2019 zijn bunzing, egel, hermelijn, ondergrondse woelmuis en wezel niet meer vrijgesteld (bron).
x
x
x
x
Wild zwijn Woelrat
r
x x
x
x
x
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico's inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
x
x
x
BIJLAGE 4 - WERKWIJZE ONDERZOEK Werkwijze Dit onderzoek bestaat uit een bureau-onderzoek, een veldonderzoek en een toetsing. Daarna volgen de conclusie en de aanbevelingen. Hieronder volgt per onderdeel een toelichting op de methode. Soortbescherming Als eerste wordt het bureau-onderzoek uitgevoerd. Hieruit volgt een lijst met soorten die in de omgeving aanwezig zijn. Deze lijst is weergegeven in Bijlage 8 en Bijlage 9 en is een samenstelling van: ^ Soorten die naar voren komen uit een analyse van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Er wordt standaard gekozen voor een tijdreeks van vijf jaar en een afstand van drie kilometer rond de grens van het plangebied. Alle waarnemingen van soorten met relevant gedrag worden bekeken en beoordeeld. ^ Soorten die niet uit te sluiten zijn op basis van verspreiding. Deze zijn in Bijlage 9 weergegeven met een *. Dit betreft soorten die zeer mobiel zijn (zoals de rivierrombout), vrij algemeen voorkomen (zoals de gewone dwergvleermuis) of soorten waarvan vestiging in de nabije toekomst verwacht wordt (zoals de bataafse stroommossel). Na het bureau-onderzoek wordt een veldonderzoek uitgevoerd. Bij dit veldonderzoek onderzoekt een deskundig ecoloog of er geschikt biotoop aanwezig is voor beschermde soorten. Het veldonderzoek is een potentiebepaling, en is geen onderzoek naar de daadwerkelijke aanwezigheid van soorten.
De beoordeling wordt verricht aan de hand van een lijst met alle beschermde soorten, dus niet alleen de soorten die uit het bureau onderzoek komen. Er kunnen namelijk altijd soorten in het plangebied aanwezig zijn, die niet uit het bureau-onderzoek komen. De beoordeling van de biotopen wordt uitgevoerd op basis van de kennis van de ecoloog, eventueel aangevuld met een literatuurstudie, welke wordt vermeld in de bronnenlijst. Daarnaast wordt gezocht naar individuen, sporen of verblijfplaatsen van beschermde soorten, zoals (poot)afdrukken, holen, haren, braakballen, wissels en uitwerpselen. Alle aangetroffen geschikte biotopen, individuen, sporen en verblijfplaatsen worden in het veld geregistreerd met Waarneming Pro (WrnPro) en in het rapport weergegeven (zie Fig.4. in paragraaf 3.2). Als de ecoloog tijdens het veldonderzoek geschikt biotoop heeft gevonden voor een bepaalde soort, maar er niet zeker van is of deze soort op de betreffende locatie voor kan komen, dan wordt vastgesteld of de soort wel of niet in het plangebied voor kan komen door te kijken naar: ^ verspreiding; ^ dispersie-afstand (vogels die zich naar broedplaatsen verplaatsen); ^ mate waarin een soort onderzocht is; ^ aanwezigheid van obstakels. Obstakels, zoals snelwegen en grote wateren, kunnen het plangebied mogelijk isoleren. Het uitsluiten van soorten wordt altijd beargumenteerd in Bijlage 9.