[22bb002635] Collegebrief over monitor W&I 3e tertaal 2021
Tekst van het document
Gemeente Rotterdam Bezoekadres: Stadhuis Coolsingel 40 3011 AD Rotterdam Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Website: www.rotterdam.nl E-mail: bbo@rotterdam.nl Inlichtingen: M. Zuijderwijk Telefoon: 06-51436034
Aan de Gemeenteraad
Portefeuillehouder: R. Moti Cluster: Werk en Inkomen Ons kenmerk:22bb2061 Uw kenmerk: xx Datum: B&W 8 maart 2022 Betreft: Monitor W&l 3" tertaal 2021
Onderwerp: Monitor W&l 3e tertaal 2021 Op welke gronden deze brief? I Waarom nu voorgelegd? Met de monitor Werk in Inkomen informeren wij uw raad iedere vier maanden over de ontwikkelingen op het gebied van Werk en Inkomen op de reguliere P&C-momenten (1e herziening, 2e herziening en jaarverslag). De monitor is hiermee een verdieping van de gemeentelijke P&C-producten voor wat betreft het programma Werk en Inkomen. Relatie met het coalitieakkoord/collegewerkprogŗamma/begroting/eerder aangenomen moties en gedane toezeggingen: -
Coalitieakkoord: Nieuwe energie voor Rotterdam 2018-2022. Mensenwerk. Beleidskader Participatiewet 2019-2022. Collegebrief ‘Sterker Door.. Mensenwerk’, (20bb7683 d.d. 23 juni 2020). Motie 'Maak er Havenwerk van van raadslid Lammering (PvdA) e.a. (21bb12403), 30 september 2021. Motie 'Giftgrens bijstand omhoog’ van raadslid Yildirim (PvdA) e.a. (21 bb14102Ì, 11 november 2021. Motie 'Het rechte pad plaveien’ van raadslid Versnel (WD) e.a. (21 bb14115), 11 november 2021. Motie 'Toekomstzekerheid Wijkbasisbaners' van raadslid Segcrs-Hoogendoorn (CDA) e.a. (21bb15377), 2 december 2021. Motie 'Schort de gezinsboete op’ van raadslid Vonk (CU/SGP) e.a. (21 bb14135), 11 november 2021. Toezegging opsporen buitenlandsvermogen (gewijzigd in thema reisbewegingen) (19bb17618), 19 juni 2019. Toezegging verdiepingsthema effectiviteit van de re-integratie instrumeníen (21bb004020), 24 maart 2021. Toezegging monitor 2ri tertaal 2021 RSF (21 bb13763), 3 november 2021. Toezegging monitor 2e tertaal 2021 heronderzoeken (21bb13769), 3 november 2021. Toezegging ‘Alle kliklijnen weg uit Rotterdam’ (21bb15880), 9 december 2021.
Blad:
2/16
-
Toezegging ‘Zwartboek misstanden bijstand’ (21bb16557), 22 december 2021.
Toelichting: In deze brief wordt allereerst ingegaan op de belangrijkste ontwikkelingen uit de monitor over het 3e tertaal (september-december) 2021. Daarna informeren wij u over de voortgang of afdoening van een aantal moties en toezeggingen. Naar aanleiding van het verdiepingsthema bij de monitor over het 2e tertaal 2021 over de dienstverlening aan kwetsbare doelgroepen, brengen wij u, zoals toegezegd, eveneens kort op de hoogte van de ontwikkeling inzet loonkostensubsidie in de dienstverlening aan kwetsbare Rotterdammers naar betaald werk. Verdiepingsthema: effectiviteit van de re-integratie instrumenten Sinds het 1e tertaal 2019 gaan we in de monitor Werk en Inkomen in op een specifiek thema. Dit biedt de mogelijkheid om meer gericht en verdiepend in gesprek te kunnen gaan met u als raad over bepaalde onderwerpen. Op 24 maart 2021 is in de commissie WIISA aan uw raad toegezegd u bij de monitor over het 3e tertaal 2021 te informeren over de effectiviteit van de re-integratie instrumenten (toezegging 21bb004020). U treft de tekst van het verdiepingsthema in bijlage aan. Ontwikkelingen op de landelijke en regionale arbeidsmarkt Voordat wordt ingegaan op de Rotterdamse bijstandspopulatie, schetsen we eerst de context. Het jaar 2021 liet een ongekend grote daling zien van de werkloosheidscijfers. De economie veerde terug van de grote corona-gerelateerde klappen in 2020.
Volgens het CBS is eind november (december cijfer nog niet beschikbaar) het aantal werklozen landelijk gedaald naar 251.000 (eind 2020: 368.000). Het aantal WW-uitkeringen in Rotterdam is tot en met december 2021 (voorlopig cijfer) met ruim 3407o gedaald van 13.530 (december 2020) naar 8.893. Het aantal faillissementen in Zuid-Holland januari tot en met december 2021 (november en december cijfers zijn (nader) voorlopig) bedraagt 317. Dit is lager dan in dezelfde periode 2020 (529). De door ondernemers verwachte inzet personeel (Conjunctuur enquête) laat vanaf maart een stijging zien. Een ander signaal van een aantrekkende economie is dat het aantal uitzenduren vanaf het begin 2021 landelijk een stijging laat zien t.o.v. dezelfde periode vorig jaar. In week 17 tot en met 20 2021 was de stijging van het aantal uren het hoogst met i-3907o ten opzichte van dezelfde periode 2020, waarna dit percentage geleidelijk is afgenomen naar +6% in week 45 tot en met 48 t.o.v. 2020. Bijstandsvolume In 2020 was er sprake van een forse stijging van het bijstandsvolume als gevolg van de coronacrisis; de eindstand kwam uit op 36.203 bijstandsuitkeringen. In de eerste maanden van 2021 steeg het volume voorzichtig door, maar vanaf mei is een daling ingezet.
Het aantal uitkeringen ten opzichte van de beginstand 2021 daalde uiteindelijk met 1.579 uitkeringen (min 4,407o), waarmee het volume op 31 december 2021 is uitgekomen op 34.624 uitkeringen. We begonnen deze collegeperiode met 37.667 Rotterdammers in de bijstand. Ondanks de coronacrises hebben we deze collegeperiode toch nog een daling van het aantal bijstandsgerechtigden weten te realiseren. Vanaf oktober 2021 konden ondernemers een tijdelijke BBZ-light uitkering aanvragen (als vervolg op Tozo-5). Hierdoor zijn er in de maanden oktober t/m december 580 BBZ -light uitkeringen toegekend. Deze zijn ook per 31 december weer beëindigd, waarmee deze 580 uitkeringen ook niet meer in de eindstand zitten. Doordat de tijdelijke BBZ-light regeling is
Blad:
3/16
verlengd (1 januari 2022 tot en met 31 maart 2022) is de verwachting dat ondernemers deze uitkering weer opnieuw gaan aanvragen. Als gevolg daarvan kan ervan worden uitgegaan dat begin 2022 een groot deel van deze uitstroom aan BBZ-light uitkeringen opnieuw weer zullen instromen. Hierbij moet worden opgemerkt dat er per 31 december 2021 ook nog 712 aanvragen BBZ-light in behandeling waren. Een deel daarvan zal ook (met terugwerkende kracht) een uitkering krijgen over de periode tussen oktober en december 2021. De ontwikkeling van het bijstandsvolume werd in het afgelopen jaar in grote mate bepaald door de wijze waarop de economie reageerde op de stapsgewijze versoepeling en aanscherping van de contactbeperkende (corona)maatregelen van het kabinet. We hebben alles op alles gezet om het ondanks de coronacrisis beter te doen dan het landelijk gemiddelde en de in 2020 opgelopen achterstand weer in te halen. We willen ons er immers niet bij neerleggen dat de afhankelijkheid van een bijstandsuitkering in Rotterdam veel hoger ligt dan landelijk. Integendeel: we willen dat meer Rotterdammers een baan vinden, en dat die baan een duurzame baan is. Daarom rapporteren we niet alleen de absolute aantallen uitkeringen, maar ook de vergelijking met het landelijk gemiddelde en de G4. De landelijke cijfers zijn beschikbaar tot en met oktober 2021.
Tot en met oktober 2021 lag de landelijke bestandsontwikkeling (1-1-2021=100) met 96,7307o onder die van Rotterdam (97,130Zo) Zodra de cijfers tot en met december 2021 worden gepubliceerd (april-mei) kan pas worden gezegd hoe Rotterdam over het volledige jaar 2021 heeft gepresteerd ten opzichte van de landelijke bestandsontwikkeling. Over heel 2021 (1-1-2021=100) is Rotterdam met 95,6407o minder hard gedaald dan de G4 (94,3207o). In onderstaande grafiek is zichtbaar hoe het Rotterdamse volume zich heefi. ontwikkeld vanaf 1 januari 2018 tot en met december 2021, ten opzichte van het landelijk gemiddelde (tot en met oktober) en de G4. Bezien over deze periode van vier jaar blijft de Rotterdamse bestandsdaling achter bij de landelijke en G4-cijfers. Na de eerste twee jaar liep Rotterdam voorop in de daling van het aantal uitkeringen, maar de coronacrisis heeft Rotterdammers bovengemiddeld hard getroffen. Het herstel is weer ingezet, maar de opgave is groot.
Bestandsontwikkeling 2018 -2021 (index 1-1-2018 = 100)
102»
88n7o 86»
comcoraracoronKcocoroo)oiO)roooio)0)C)0)®ooooooo IN CN ÍN CN CN CN oi a ç » o O) O. rr 2 w Ş O- ® T
V à j6 -ć
ò à A -ė s i -s ĩ « ■R'dam
i Ò Ċiť
ž 8 * 2 -8
■G4
——Landelijk
E «r e ~
o o o o N N fS M N
6» ò. ik i 6 3 8 * 8 -8
—NPRZ (Rotterdam Zuid)
~ o ō c
EÍEJ
o as
j
w
ä 8* 8«
Blad: 4/16
Toelichting op andere onderdelen van de monitor Opvallende punten uit de tertaalmonitor zijn: »
In het WPRZ-gebied (zie monitor ad 2) is het bijstandsvolume in absolute aantallen, na een stijging in het eerste tertaal 2021 (van 14.567 naar 14.731), gedaald naar 13.973. Het bijstandsvolume daalde met 4,1 “/o over geheel 2021. De afname van het bijstandsvolume in het NPRZ-gebied hield hiermee vrijwel gelijke tred met de rest van Rotterdam.
*
Door de verschillende lockdoŵn-periodes ten gevolge van de Coronacrisis zijn jongeren (zie monitor ad 3) hard geraakt. In vergelijking met dezelfde periode 2020 zien we zoals de verwachting was, dat het bijstandsvolume geleidelijk is afger.omen tot 2.480 jongeren maar het bestand nog niet terug is op het niveau van.voor de crisis. Een groot aantal jongeren is in de afgelopen tijd met name uitgestroomd richting de arbeidsmarkt.
»
In geheel 2021 was de instroom in de bijstand (zie monitor ad 5) 8.264. In 2020 was de instroom over dezelfde periode 10.319. De norm die voor 2021 was opgesteld betrof 6.550. Door de beperkende maatregelen als gevolg van de coronacrisis is de instroom hoger uitgevallen dan vooraf verwacht werd. Van de totale instroom ging het in 14,20Zo (zie monitor ad 5) van de gevallen om instroom vanuit de WW. In 2020 was dit percentage 16,607o.
»
In 2021 is er in 4.649 gevallen sprake van uitstroom naar werk (zie monitor ad 6). In 2020 was dat 3.364. Kijken we naar de periode 2018-2021 dan zijn in totaal 16.952 Rotterdammers uitgestroomd naar werk Een prestatie waar we - gelet op de moeilijke (economische) omstandigheden als gevolg van de coronacrisis -trots op zijn.
»
Een minder grote besparing door Parttime werk (zie monitor ad 7) kan liggen aan een grotere aantal werkzoekenden dat uitstroomt naar voltijd werk (zie ook resultaten indicator 'Uitstroom naar Werk').
»
De uitstroom van jongeren naar werk (zie monitor ad 8) is ten opzichte van 2020 met 4207o toegenomen. De hoge uitstroom zorgt voor een geleidelijke daling van het bijstandsvolume aan jongeren. Jongeren met een korte afstand naar de arbeidsmarkt profiteren van de vele openstaande vacatures en stromen snel uit. Het in oktober 2020 geformeerde team Uitstroom bij het JongerenLoket richt zich specifiek op deze jongeren en hanteert een specialistische aanpak in de directe bemiddeling naar werk. We zien dat kwetsbare jongeren harder getroffen zijn door de coronamaatregelen en er zorg en/of ondersteuning nodig is, bijvoorbeeld in de vorm van een iraject, voordat zij de stap naar werk kunnen maken. De verwachting is dat de geleidelijke daling van het bijstandsvolume zal voortzetten en we pas in 2023 weer op het volume van voor de coronacrisis zitten. Dit is in lijn met de verwachting van het CPB.
»
In de uitstroom van jongeren naar opleiding (zie monitor ad 8) zien we een daling (1807o) ten opzichte van 2020. Door de langdurige lockdown in 2020 waren in een aantal branches weinig vacatures beschikbaar. Jongeren in de uitkering kozen in 2020
daarom vaker voor een vervolgopleiding om hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. Nu de arbeidsmarkt in 2021 is aangetrokken, zien we meer jongeren uitstromen naar werk in plaats van naar een opleiding en is de uitstroom naar onderwijs weer vergelijkbaar met die van pre-corona. De uitstroom naar Werk op Zuid (zie monitor ad 9) in het derde tertaal is 688. De blijvende aandacht voor uitstroom naar werk in NPRZ-gebied resulteerde in meer uitstroom naar werk in 2021 dan in 2020. Het aandeel van NPRZ in de uitstroom naar werk was 41,4X. In 2021 is ca 1607o van de 712 ingediende klachten (zie monitor ad 12) specifiek gerelateerd aan TOZO/TONK (114). In 2020 waren dat er 575 op de 1337 (430zó). In 2021 is ca 7ŨX van de klachten informeel afgehandeld. Als de informele aanpak niet leidt tot tevredenheid van de klager, of de klager stemt niet in met de informele behandeling, dan wordt de klacht op formele wijze behandeld. Door ook in de klachtafhandeling meer aandacht te hebben voor de menselijke maat is meer tijd gespendeerd aan de informele aanpak. Hierdoor is er een lichte procentuele daling van 207o in tijdigheid van de klachtafhandeling (zie monitor ad 12). In 2021 is er meer aandacht geweest voor de menselijke maat en passende dienstverlening wat heeft geleid tot verdere afname van het aantal bejegeningsklachten (zie monitor ad 12).
Dit past in de trend van de afgelopen járen en lijkt zich in 2022 voort te gaan zetten. Tot en met het derde tertaal zijn 95,307o van de bijstandsaanvragen binnen de termijn van 8 weken afgehandeld (zie monitor ad 13). Hiermee is ruimschoots de in 2021 gestelde norm van 9007o behaald. In 2021 is net als in 2020 de norm met betrekking tot het tijdig verwerken van inkomstenverrekeningen (zie monitor ad 14) ruimschoots behaald. Hoewel er een kleine terugval was ten tijde van de nieuwe afdelingsindeling, is dit in het 2" halfjaar van 2021 gecorrigeerd. 96,307) van de verwekte inkomstenverrekeningen zijn binnen 4 weken uitgevoerd. In T3 was dit zelfs 98“/o van de inkomstenverrekeningen. Door een hoger ziekteverzuim als gevolg van corona in combinatie met verlof in december, is de bezetting voor de telefonie onder druk komen te staan en is de telefonische bereikbaarheid (zie monitor ad 16) in T3 van 90o7o niet gehaald. Over het gehele jaar genomen is de bereikbaarheid ten opzichte van 2020 (85X) in 2021 gestegen naar 87X. In de maand november zijn de technische problemen met de terugbelnotities opgelost. Vanaf december 2021 zit er weer een stijgende lijn in de tijdige afhandeling van de terugbelnotities. Dit zien we echte» nog niet terug in de prestatie over het 3e tertaal 2021.
In oktober en november hadden we immers nog technische problemen waardoor het derde tertaal als geheel nog een daling laat zien. Ten opzichte van 2020 met een % tijdig terugbellen (zie monitor ad 16) van 81 Vo is de afhandeling van de terugbelnotities ondanks de technische issues gestegen naar 8207o.
In 2021 is de werkwijze bij het uitvoeren van heronderzoeken (zie monitor ad 15) aangepast. De menselijke maat en passende dienstverlening staan nu centraal. De gesprekken hebben hiermee een breder karakter gekregen dan alleen de rechtmatigheid van de uitkering. We nemen voor deze gesprekken ook ruimer de tijd. De medewerkers besteden nu ook aandacht aan mogelijk benodigde zorg en ondersteuning. Deze ingezette verandering en de beperkingen die de coronacrisis heeft opgeleverd in de dienstverlening hebben ervoor gezorgd dat in het jaar 2021 4.478 heronderzoeken zijn uitgevoerd. De afgesproken doelstelling van 6.000 + 1.500 (inhaalslag 2020) heronderzoeken is daarmee niet gehaald. De nieuwe werkwijze zetten we in 2022 voort. De afgelopen maanden hebben wij nieuwe medewerkers aangetrokken die worden ingewerkt op heronderzoeken. De verwachting is dat er in 2022 6.400 (i.p.v. 7.500) heronderzoeken uitgevoerd kunnen worden. Corona blijft hierin nog een onzekere factor. Zouden we in 2022 het aantal van 7.500 heronderzoeken willen realiseren dan moet er extra capaciteit worden aangetrokken. Dit levert mogelijk een extra kostenpost van C 700.000,-. Gezien de krapte op de arbeidsmarkt achten we het echter niet mogelijk deze extra tijdelijke capaciteit tijdig te kunnen werven.
Hiermee voldoen wij aan de toezegging u gedaan bij de bespreking van de monitor over het 2e tertaal 2021 om een indicatie te geven van de extra kosten voor het halen van het oorspronkelijk geplande aantal heronderzoeken. Dan wel hoeveel heronderzoeken binnen de bestaande formatie kunnen plaatsvinden (toezegging 21bb13769). In de eerste tertaalmonitor 2021 bent u geïnformeerd over de ontwikkeling om het voormalig experiment 'opsporing buitenlands vermogen volgens IBF-methode’ (toezegging 19bb17618) om te zetten naar een themaonderzoek over reisbewegingen. Zoals gemeld hebben er door de gevolgen van COVID minder heronderzoeken plaatsgevonden. In 2022 wordt voor de duur van zes maanden een themaonderzoek op het gebied van reisbewegingen uitgevoerd. De uitkomst van dit themaonderzoek wordt meegewogen bij toekomstige besluitvorming over het vervolg. Het aantal gemeentelijke garantiebanen (GGB) (zie monitor ad 17) is aan het einde van het derde tertaal 446,3. Dat is een toename in het derde tertaal van 28,4. Daarmee is de taakstelling 2021 (443,3) volledig gerealiseerd. Ten opzichte van het eerste kwartaal 2021 is het aantal regionaal gerealiseerde garantiebanen (zie monitor ad 18) in het tweede kwartaal 2021 met 292 banen gestegen naar 9.425. Dat is een stijging met 3,20zó. De verwachtingen voor 2021 waren over het geheel bezien niet positief.
De coronacrisis duurt nog steeds voort. Alleen in Q3 2021 zijn de maatregelen vanwege de coronacrisis tijdelijk minder geweest. De eventueel positieve effecten van een gewijzigde, vereenvoudigde Wet Banenafspraak zijn sterk vertraagd doordat tot voor kort sprake was van een demissionair kabinet dat dit wetsvoorstel niet mocht behandelen. Voor 2021 en 2022 wordt n.a.v. de coronacrisis nog steeds een bijgestelde ambitie per arbeidsmarkregio verwacht van de Werkkamer.
Het aantal werkplekken Nieuw beschut werk (zie monitor ad 19) is aan het einde van het derde tertaal 199. Dat is een toename in het derde tertaal van 35 werkplekken. De stijgende lijn in het aantal werkplekken die in het tweede tertaal van 2021 is ingezet, is daarmee in het derde tertaal voortgezet, waardoor de taakstelling 2021 (190) ruim is gerealiseerd. Financieel resultaat BUIG (zie monitor ad 10) Dankzij meevallende inkomsten en uitgaven voor het verstrekken van bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies (de zogenoemde ‘BUIG’) is sprake van een omvangrijk positief financieel resultaat op de BUIG. De uitgaven aan uitkeringen en loonkostensubsidies waren uiteindelijk ^ 28,5 miljoen (ö.OVo) lager dan het ontvangen BUIG-budget (respectievelijk f 539,3 miljoen en C 567,8 miljoen). Op 26 oktober 2021 is uw raad geïnformeerd (21bb12853) over het definitieve BUIG budget 2021, dat bijna C 6 miljoen hoger was dan eerder geraamd Daarnaast bent u in de 10-maandsrapportage 2021 geïnformeerd over meevallende uitgaven (ê 12,3 miljoen lager), omdat het aantal uitkeringen sneller daalde dan eerder werd verwacht op basis van ramingen van het Centraal Planbureau (CPB). In de 10maandsrapportage gingen we niet langer uit van 37.000 uitkeringen aan het eind van het jaar, maar van 36.000.
Ook dat was een voorzichtige aanname, waarover werd toegelicht: “De BUIG raming is voorzichtig met een lichte stijging van het aantal uitkeringen naar 36.000 aan het eind van dit jaar. Het risico bestaat dat de verwachte stijging als gevoíg van de beëindiging van diverse steunmaatregelen (NOW, Tozo) niet optreedt of in mindere mate dan nu wordt ingeschat. Als gevolg daarvan kan er bij de jaarrekening een meevaller ontstaan.” Deze extra meevaller heeft zich inderdaad voorgedaan: het bijstandsvolume is verder gedaald, waardoor de uįtgaven aan bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies bij jaarrekening f 1,7 miljoen lager uitvallen. Het gevolg van deze financiële meevallers is dat er in het afgelopen jaar geen beroep hoefde worden gedaan op de bestemmingsreserve BUIG, die nu op C 35,5 miljoen is blijven staan. Daarnaast viel bij de 10-maandsrapportage een positief resultaat van C 15,6 mln vrij ren gunste van ae algemene middelen, gevolgd door de genoemde onderbesteding van š 1,7 miljoen bij jaarrekening. Het gunstige financiële beeld over het afgelopen jaar is niet uniek voor Rotterdam. Ook in andere steden is sprake van meevallende inkomsten en uitgaven, waardoor onze inschatting is dat ook landelijk gezien dat BUIG-uitgaven lager zijn dan het landelijke BUIG-budget 2021. In de financieringssystematiek van de BUIG zit een automatische correctie op ramingsfouten in het verleden.
Nu duidelijk is dat het aantal bijstandsuitkeringen landelijk lager is uitgevallen dan het CPB en het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) dachten, zal het landelijke macrobudget BUIG voor 2022 neerwaarts worden aangepast. Onzeker is nog wat de consequentie hiervan is voor de gemeente Rotterdam. Verwerking van de wijziging van de BUIG-baten in de begroting 2022 zal plaats vinden in de 1e Herziening 2022. Daarbij zal het nader voorlopig budget (verwachte bekendmaking: april) leidend zijn. De bestemmingsreserve BUIG fungeert als eerste buffer om schommelingen in de inkomsten en uitgaven op de BUIG op te vangen, zodat de rest van de gemeentebegroting niet onmiddellijk wordt getroffen.
Blad: 8/16
Afronding pilot Huishoudboekje De pilot ‘Huishoudboekje’ is op 31 december 2021 afgerond. De pilot had als ambitie om door middel van een buffer inkomenszekerheid te bieden aan de Rotterdammers met (wisselende) inkomsten uit parttime werk of die twijfelen over het aanvaarden van parttime werk of urenuitbreiding vanwege (angst voor) schommelingen in het inkomen of vorderingen. De dienstverlening via het ‘Huishoudboekje’ zorgt ervoor dat maandelijks op een vast moment een gegarandeerd inkomen aan de Rotterdammer wordt verstrekt. Door gebruik van de buffer gebeurt eventuele inkomstenverrekening achter de schermen. Met dit instrument wilden we testen of we Rotterdammers meer inkomenszekerheid konden bieden, waardoor er ruimte zou ontstaan om ofwel parttime te gaan werken of de uren uit te breiden als opstapje om uit de uitkering te stromen. Na afronding is de pilot met alle betrokkenen geëvalueerd en is op basis hiervan besloten om de dienstverlening via het 'Huishoudboekje’ stop te zetten. Ondanks alle inzet bleef de instroom van deelnemers zeer beperkt. Hier liggen uiteenlopende redenen aan ten grondslag: denk aan de vertrouwenskwestie door o.a. de toeslagenaffaire en de angst om toch schulden op te lopen. Aanvullend is de applicatie toegankelijk voor een te klein aantal Rotterdammers.
De deelnemers hebben aangegeven dat ze meer inkomenszekerheid ervaren, minder stress en meer mentale rust. Toch blijkt het middel Huishoudboekje voor het doel dat wij willen bereiken niet het juiste middel te zijn. Hierop voortbordurend worden er daarom andere mogelijkheden onderzocht om invulling te geven aan het bieden van inkomenszekerheid voor Rotterdammers die parttime (willen) werken. Nieuwe regels inkomstenvrijlating De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft op 24 augustus 2021 in een hoger beroepszaak van de gemeente Rotterdam tegen een uitspraak van de rechtbank, een uitspraak gedaan over de inkomstenvrijlating Participatiewet. De uitspraak was dat een vrijlating ook kan gelden als het inkomen van de bijstandsgerechtigde hoger is dan de bijstandsnorm. De CRvB heeft bevestigd dat voor het vaststellen van de hoogte van het inkomen uit arbeid eerst de vrijlating in mindering moet worden gebracht, omdat deze (volgens artikel 31, tweede lid, onderdeel n, Participatiewet) niet tot de middelen wordt gerekend. Daarna moet bekeken worden of het resultaat van die berekening nog steeds lager is dan de bijstandsnorm. Als dat zo is, duurt het recht op bijstand voort. Overigens hanteren veel gemeenten de uitvoeringspraktijk zoals in gemeente Rotterdam.
Aanpassing van de werkwijze inkomstenvrijlating aan de zienswijze van de CRvB heeft grote gevolgen voor de uitvoeringspraktijk van en door gemeenten. Mede als gevolg hiervan trekt de G4 hier gezamenlijk in op Een essentiële vraag die voorligt is of gemeenten moeten overgaan tot handmatige herberekeningen of het verstrekken van een compensatie aan burgers die het betreft. Gemeenten hebben daarbij aan het ministerie van SZW kenbaar gemaakt, ook via de VNG, behoefte te hebben aan een handreiking. De nieuwe vrijlatingsregels hebben ook impact op de uitstroomcijfers. Immers, meer Rotterdammers zullen langer recht op een aanvullende bijstandsuitkering hebben. In G4 verband werken we nu samen met Wigo4it aan de benodigde aanpassing van Socrates. Deze aanpassing van de nieuwe vrijlatingsregels zal op zijn vroegst 1 maart 2022 gereed zijn. Ontwikkeling inzet loonkostensubsidie in de dienstverlening aan kwetsbare Rotterdammers naar betaald werk Met het verdiepingsthema bij de monitor Werk en Inkomen over het 2e tertaal 2021 hebben wij u in oktober 2021 geïnformeerd over hoe de gemeente Rotterdam werkt aan de verbetering van de dienstverlening aan kwetsbare Rotterdammers naar betaald werk met inzet van
Blad:
9/16
loonkostensubsidie (verder: Iks). Wij hebben toegezegd u hierover in het eerste kwartaal van 2022 verder te informeren. Allereerst: ultimo december 2021 waren er ruim 900 mensen uit de doelgroep met Iks aan het werk. Dat betekent in één jaar -en ondanks corona- een netto’ groei met ruim 200 mensen uit de doelgroep Participatiewet die betaald aan het werk zijn met Iks. Ruim de helft van de netto groei met 200 extra banen is gerealiseerd in het derde tertaal. Wij zien dit als een eerste voorzichtig positief resultaat van alle eerdere in gang gezette stappen om de dienstverlening van het werkfit maken en bemiddelen naar werk met inzet van Iks voor kwetsbare Rotterdammers te verbeteren. In het genoemde thema hebben we geconcludeerd dat een ingrijpend herontwerp van de dienstverleningsketen nodig is om de kwetsbare Rotterdammers op grotere schaal naar betaald werk te gaan begeleiden bij een werkgever en hen daarna ook actief te kunnen blíjven begeleiden en zo te zorgen dat men aan het werk blijft. Ook werkgevers zijn aan zet. Zij hebben werknemers nodig en zullen bereid moeten zijn om te investeren in de arbeidsontwikkeling van mensen en in de organisatie van hun werk, zodat er meer functies komen waar de doelgroep op aan de slag kan.
Voorwaardelijk voor succes van de in te richten dienstverleningsketen voor werknemers en werkgevers zijn een heldere ambitie, sturing, en het kunnen beschikken over de benodigde financiële middelen voor de organisatie ervan. De afgelopen maanden zijn verdere stappen gezet. Onze ambitie is om voor iedere Rotterdammer bij wie dat behulpzaam kan zijn Iks in te kunnen zetten en ook na de uitstroom naar werk begeleiding te kunnen blijven bieden om de uitstroom duurzaam te maken en de werk- en dus bestaanszekerheid te vergroten. We willen de versnelling die in 2021 is ingezet bestendigen en uitbreiden. Dit vraagt o.a. veel en langdurige begeleidingsinzet wanneer mensen in de bijstand zitten én ook daarna als ze aan het werk zijn. Om een beeld te krijgen van de mogelijke financiële impact van de extra benodigde inzet op re-integratie, maar ook om de meerjarige impact op het budget voor Iks/BUIG beter te begrijpen, is in november jl. aan een extern adviesbureau de opdracht verstrekt onderzoek te doen naar de mogelijke realistische scenario’s voor een Rotterdamse ambitie m.b.t. Iks en de financiële doorwerking op de genoemde budgetten. Inmiddels is duidelijK dat niet inzetten op groei van het aantal banen met Iks gelijk staat aan verdere meerjarige daling van het BUIG-budget. Dit omdat het BUIG-budget mede afhangt van wat andere gemeenten doen.
Als Rotterdam achterblijft bij het realiseren van uitstroom uit de bijstand naar een baan met Iks, dan is het aannemelijk dat het financieel resultaat op de BUIG verslechtert. Ook is helder dat deze ambitie en daarmee de groei naar grotere aantallen forse impact heeft op de uitvoeringsorganisatie. Dit zal dan ook gefaseerd worden opgepakt. Er wordt in de eerste helft van 2022 onder andere gewerkt aan het opstellen van een businesscase. pilots om nieuwe dienstverlening uit te proberen en aan een marktverkenning naar waar in de markt (extern, intern) welke banen voor de doelgroep te realiseren zijn. Deze ambitie en de inschatting van de gevolgen op het gebied van organisatie en financiën voor de uitvoering van de Participatiewet zullen in net traject van de bestuurswissel worden 1 Het betreft netto groei. Lopende het jaar eindigen ook veel arbeidsovereenkomsten met Iks. Die afname moet worden opgevangen door nieuwe plaatsingen op een baan met Iks. voordat er sprake is van groei van het aantal banen met Iks.
Blad:
10/16
ingebracht zodat het nieuwe gemeentebestuur aeze informatie mee kan nemen in de breaere ook financiële - afweging.
Openstaande moties en toezeggingen Motie ‘Maak er Havenwerk van!’ Op 30 september 2021 heeft uw raad de motie ‘Maak er havenwerk van!’ (21bb12403) aangenomen. De motie verzoekt ons college “om samen met de partners van het Leerwerkakkoord Haven 8c Logistiek, en in het bijzonder het havenbedrijfsleven, extra inzet te plegen om jongeren die vatbaar zijn om verstrikt te raken in de wereld van ondermijnende criminaliteit kansen te bieden op een legale carrière in de haven; en hierbij een coalitie van bedrijven te zoeken die bereid is zich hier hard voor te maken’. De motie is besproken met de partners in het overleg van het (geclusterde) Leerwerkakkoord Haven. Transport, Logistiek, Personenvervoer en Binnenvaart (LWA HTLPB). Ook is gesproken met stakeholders daarbuiten, zoals politie, Openbaar Ministerie en de reclassering. Overall wordt de behoefte gedeeld om iéts te kunnen en willen betekenen voor jongeren in de stad. Vanzelfsprekend willen onze partners jongeren warm maken voor werken in de haven, maar zij willen dat niet beperken tot jongeren met een (mogelijk) criminele achtergrond. Bovendien zijn deze jongeren niet per definitie geïnteresseerd in werken in de haven. De insteek zou daarom vooral moeten zijn dat we niemand vooraf uitsìuiten en dat we van de haven een inclusieve en diverse haven willen maken.
Dit heeft geleid tot uitwerking van de motie vanuit een preventieve insteek: de haven experience special. We organiseren in 2022 vanuit LWA Haven samen met LWA Transport, Logistieke Personenvervoer en binnenvaart een speciale haven experience voor jongeren. Het gaat ons dan vooral om jongeren op Zuid, op school of werkzoekend. We bereiken deze jongeren o.a. via het JongerenLoket en via de scholen op Zuid (m.n. vmbo en mbo1). In de experience wordt een toelichting op de werkmogelijkheden in de haven gegeven en worden jongeren voorgelicht over de risico’s I negatieve consequenties van een keuze voer criminele carrière (om de jongeren weerbaarder te maken). De haven experience staat niet op zichzelf, maar zal aansluiten op diverse bestaande activiteiten om jongeren te interesseren voor werken in de haven, zoals Bridge, EIC, JINC. Ook wordt samengewerkt met het Scheepvaart- en Transportcollege. Eén van de beoogde opbrengsten van de haven experience special is dat jongeren kiezen voor een vervolgopleiding of bbl-traject in de haven. De haven experience special wordt ingebed in de brede campagne 'werken in de haven’ die vanuit het LWA Haven wordt ingezet, om het imago van werken in de (Rotterdamse) haven te bevorderen. Daarmee bevorderen we ook de zichtbaarheid van de haven en het werken in de haven.
Om meerdere bedrijven te betrekken die zich voor deze groep jongeren extra willen inspannen, wordt onder meer het HR-platform Haven Werkt betrokken bij de uitwerking. In de contacten met zowel het havenbedrijfsleven als met politie en justitie is aangegeven dat niemand het opportuun vindt om jongeren die veroordeeld zijn voor strafbare feiten gerelateerd aan de haven, weer in de haven aan de slag te laten gaan. Dat brengt te veel risico’s met zich mee. Aan veel banen in de haven worden strenge eisen en voorwaarden gesteld, zoals het kunnen leveren van een positieve Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). In deze gevallen is het in dienst nemen van jongeren met een veroordeling niet mogelijk. Of de haven een erkende plek kan zijn om jongeren met een werkstraf te kunnen plaatsen kan onderzocht worden, maar dan alleen voor jongeren die veroordeeld zijn voor andere
Blad:
11/16
vergrijpen, dan een vergrijp in ae naven. Echter, daarbij is het ook belangrijk dax er voldoende werkstraffen zijn om dit te kunnen opstarten. Tot eind vorig jaar moest het OM bewijzen of een uithaler zodanig in verband kan worden gebracht met het smokkelen van een partij drugs, dat hij zich schuldig maakt aan overtreding van de Opiumwet. Als die dat niet of onvoldoende aangetoond kon worden, kon het OM alleen een boete opleggen voor het onbevoegd aanwezig zijn op een verboden terrein. Per 2022 is dit veranderd. Het nieuwe wetsartikel, 138aa sr, stelt het onbevoegd aanwezig zijn op onder meer (container)terminals van de Rotterdamse haven strafbaar. De rechter kan dan een gevangenisstraf opleggen tot een jaar. Bij strafverzwarende omstandigheden zoals het gebruik van valse passen, misleiding van de bewaking of als het feit wordt gepleegd in vereniging, kan deze straf worden verhoogd. Het OM wil verdachten die zich schuldig maken aan het feit via het snelrecht afdoen. Dat wil zeggen dat uithalers die opgepakt worden, snel voor de rechter worden gebracht. Motie ‘Giftgrens bijstand omhoog’ Op 11 november 2021 heeft uw raad dc motie "Giftgrens bijstand cmhoog’ (21 bb14102) aangenomen. De motie vraagt ons college de giftgrens voor uitkeringsgerechtigden in de bijstand zo spoedig mogelijk te verhogen naar 1200 euro per jaar.
Met de motie beogen de indieners beleid vast te stellen om voor giften vrij te stellen tot een grensbedrag van C 1.200 per jaar. De motie heeft ertoe geleid dat de Beleidsregels giften Participatiewet Rotterdam 2021 zijn aangepast en per 17 november 2021 in werking zijn getreden. Met deze beleidsregels is het grensbedrag van C 1.200 per kalenderjaar ingevoerd. Indien van derden ontvangen bijdragen als gift beschouwd kunnen worden en niet hoger dan C 1.200 per kalenderjaar zijn, dan worden deze bijdragen niet als middelen beschouwd. De bijdragen worden dan niet met de uitkering verrekend. Evenmin hoeven werkzoekenden dergelijke bijdragen bij het cluster W&l te melden. Met het grensbedrag wordt op objectieve wijze invulling gegeven aan het criterium in art 31, lid 2 onder m Participatiewet dat giften niet tot de middelen gerekend hoeven te worden ‘voor zover deze naar het oordeel van het college uit een oogpunt van bijstandsverlening verantwoord zijn . In het verlengoe hiervan melden wij u dat wij ook de beleidsregel ten aanzien van gokken en bijstand hebben aangepast. Bij de beoordeling van bankafschriften in het kader van onderzoek van de rechtmatigheid van een uitkering wordt vaak geconstateerd dat geld wordt opgenomen in een gokinstelling. Als een gemeente dergelijk gedrag vaststelt, is het toegestaan om aan te nemen dat dat is om ermee te gokken.
Als de werkzoekende dan niet in staat is een administratie te tonen met uitgaven en inkomsten in het kader van gokken, zou de gemeente juridisch gezien moeten concluderen dat het recht op bijstand over de betreffende maand of maanden niet is vast íe stellen. In dat geval is de gemeente gehouden de bijstand over die maanden terug te vorderen. Om de juridische carrousel met vaak buitenproportioneel hoge terugvorderingen te doorbreken, is de beleidsregel aangepast. Uitgangspunt is om die situaties, waar uitsluitend sprake is van het opnemen van geld, buiten beschouwing te laten als de geldopname in een gokinstelling niet meer dan C 100 per
Blad:
12/16
I
kalendermaand is. Dit beleid richt zich overigens alleen op situaties waar alleen aangenomen werd dat werkzoekende gegokt zou kunnen hebben, maar zonder dat vastgesteld is dat daadwerkelijk gegokt is en zonder dat sprake is van vastgestelde inkomsten uit gokken. Zodra blijkt dat er met gokken wel inkomsten zijn worden die inkomsten geheel verrekend. Indien de geldopname hoger dan C 100 per maand is, dan is het beleid erop gericht dat de medewerker in een gesprek de werkzoekende in de gelegenheid stelt toe te lichten waar de geldopname voor bedoeld was. De medewerker beoordeelt de aannemelijkheid van de verklaring. Het onderzoek is er uiteindelijk op gericht om na te gaan of het recht op bijstand vastgesteld kan worden. Bij een geringe overschrijding van het grensbedrag zal dat anders liggen dan wanneer het in de gokinstelling opgenomen bedrag in de buurt komt van de hele uitkering, zonder dat daar een steekhoudende verklaring voor gegeven werd. Ontbreekt een goede verklaring, bijvoorbeeld in de vorm van een deugdelijke administratie, dan kan de werkzoekende een herkansing geboden worden. De herkansing komt neer op een vervolggesprek 6 maanden later. Van de werkzoekende wordt dan verwacht over die periode wel een administratie bij te houden van opnames, uitgaven en inkomsten in de gokinstelling.
Motie ‘Het rechte pad plaveien’ Tijdens de begrotingsbehandeling op 11 november 2021 heeft uw raad de motie ‘Het rechte pad plaveien’ (21 bb14115) aangenomen. Ons college wordt verzocht zich in te spannen om begeleiding na uitstroom van ex-gedetineerden op de arbeidsmarkt binnen de budgettaire kaders mogelijk te maken, om zo duurzame uitstroom te realiseren. Ex-gedetineerden die geheel of gedeeltelijk betaalt aan het werk gaan worden na uitstroom begeleid. Daartoe is bij Werk ã Inkomen een dedicated jobcoach voor de doelgroep ex-gedetineerden aangesteld die de begeleiding op zich kan nemen. Een tweede mogelijkheid is dat de werkgever van de exgedetineerde een aanvraag voor (een vergoeding voor) jobcoaching indient bij de gemeente. Motie ‘Schort de gezinsboete op’ Tijdens de begrotingsbehandeling op 11 november 2021 heeft uw raad eveneens de motie 'Schort de gezinsboete op’ (21bb14135) aangenomen.
De motie verzoekt ons college om aan te geven op welke wijze de gemeente Rotterdam kan afzien van de kostendelersnorm op de uitkering van een hoofdbewoner als de medebewoner de leeftijd van 21 t/m 27 jaar heeft; een proef te starten waarbij de kostendelersnorm op de uitkering van de hoofdbewoner voor een periode van 6 maanden niet wordt toegepast in het geval de medebewoner de leeftijd heeft van 21 t/m 27 jaar; en daarnaast bij het Rijk te lobbyen voor de afschaffing van de kostendelersnorm, die in de praktijk neerkomt op een gezinsboete; In het landelijk coalitieakkoord ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’ is opgenomen dat de kostendelersnorm zodanig wordt gewijzigd dat inwonende jongvolwassenen tot 27 jaar niet langer meetellen als kostendeler voor de bijstandsuitkering van huisgenoten. In verband met deze aangekondigde wetswijziging, hebben wij de afgelopen periode contact met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (hierna: SZW) onderhouden. Op basis van dit contact ontstaat het beeld dat SZW (zowel de minister als het ministerie) hoge prioriteit toekent aan de uitvoering van de aangepaste kostendelersnorm. Net als wij wil ook het ministerie het wetsvoorstel zo spoedig mogelijk geïmplementeerd zien. Om deze reden zal de wetswijziging per 1-1-2023 ingaan.
In Rotterdam willen we in verband met de problematiek waar betrokkenen zich mee geconfronteerd zien en de uitzichtloosheid die voor veel van hen daarmee gepaard gaat, ondersteund door de motie 'Schort de gezinsboete op!, hier zo snel mogelijk op anticiperen. Vanwege de benodigde aanpassingen in werk- en systeemprocessen zullen we vanaf 1 juli 2022 overgaan tot anticiperen op de wetswijziging. Als vanzelfsprekend zet het college in de
Blad:
13/16
tussentijd het huidige beleid voort. Dit betekent dat op basis van individueel maatwerk vrijstelling wordt verleend in schrijnende situaties die verband houden met de leeftijdsgrens.
Motie ‘Toekomstzekerheid Wijkbasisbaners’ Uw raad heeft op 3 december 2021 is de motie Toekomstzekerheid voor Wijkbasisbaners (21bb15377) aangenomen waarin u ons college verzoekt om - voor de 7 Rotterdammers die nu werkzaam zijn in een wijkbasisbaan een duidelijke en duurzame oplossing te vinden in een afspraak met de betreffende werkgevers, zodat ook deze 7 Rotterdammers aan het werk kunnen blijven; - een bedrag te reserveren vanuit de huidige middelen om bij te kunnen dragen aan de financiering van deze wijkbasisbanen. De wijkbasisbaners waren op het moment van het aannemen van de motie nog allen, als wijkbasisbaner, in dienst bij de vijf aan hei experiment deelnemende werkgevende partijen. Omdat gedurende het experiment alle wijkbasisbaners volledig uit de uitkering zijn uitgestroomd, hadden wij met hen geen formele relatie meer (in het kader van de Participatiewet). Gedurende het experiment hebben wij daarom altijd met de werkgevende partners contact gehouden. Toen duidelijk werd dat we het experiment moesten beëinuigen, werd de toekomst van de wijkbasisbaners onderwerp van gesprek. Voor alle wijkbasisbaners is naar een duidelijke en duurzame oplossing gezocht. Omwille van de privacy van de wijkbasisbaners, het zijn er 7 en voor elk van hen is een maatwerkoplossing gevonden, gaan we niet verder in op de specifieke oplossingen.
Wel kunnen we aangeven dat het bijna gelukt is om alle wijkbasisbaners aan het werk (en dus uit de uitkering te houden). Ook kunnen we aangeven dat er meerjarige financiële consequenties zijn voor de gemeente ter hoogte van ca. 100.000 euro in totaal voor de gehele periode.
Toezegging Rotterdams Scholingsfonds Bij de bespreking van de monitor W&l over het 2e tertaal 2021 hebben wij u toegezegd te rapporteren over de resultaten, verwachtingen en voorwaarden voor het Rotterdams Scholingsfonds (21bb13763). In september 2020 is het Rotterdams Scholingsfonds (RSF) van start gegaan. Rotterdammers kunnen bij het RSF terecht voor de aanvraag van een scholingsvoucher van maximaal f2.500 die hen toegang geeft tot een opleiding (om-, her- of bijscholing) die aansluit bij de vraag op de regionale arbeidsmarkt. Vanaf augustus 2021 is de regeling verruimd en kunnen ook werkenden (incl. zzp-ers) met een kwetsbare arbeidsmarktpositie aanspraak maken op een scholingsvoucher. Resultaten Tussen de start van het Scholingsfonds in september 2020 en eind 2021 zijn 308 vouchers uitgegeven. Van de in totaal 418 positieve adviezen uitgegeven door scholingsadviseurs was 750Zo voor mensen die vallen onder de Participatiewet. Het onderwerp scholing is aan bod gekomen in ruim 7.200 gesũrekken die de M&A teams voeren met mensen in de Participatiewet2. We zien dat ontvangers van een uitkering op basis van de Participatiewet, voordat een scholingsvoucher in beeld komt, vaak eerst gebruik maken van andere voorliggende voorzieningen vanuit het re-integratie budget bedoeld om mensen duurzaam aan het werk te krijgen.
Voorbeelden hiervan zijn taaltrainingen Nederlands (862 in totaal), of VCA certificatie (158). Soms is er individueel maatwerk nodig, zoals toeleidingstrajecten die 2 Cijfers van juni tot december 2021. Sinds juni 2021 wordt dit specifieker geregistreerd, oa. voor RSF.
Blať
14/16
ruimte geven voor extra oriëntatie op een beroep en aanvullende begeleiding, zoals bijvoorbeeld WelSlagen3 voor werken in de zorg. Verwachtingen De aantallen verstrekte scholingsvouchers zijn tot eind 2021 lager dan oorspronkelijk ingeschat. Dit komt mede doordat de economische impact van de coronacrisis in termen van werkloosheid gelukkig is meegevallen. Om te zorgen dat zoveel mogelijk Rotterdammers zich bewust zijn van het bestaan van de scholingsvoucher, is in januari 2022 een communicatiecampagne gestart (zie ook de afdoening van de moties ‘Onbekend maakt onbemind’ (21bb14164) en 'Uitje eigen koker’ (21 bb14129). Hierbij is de voucher nadrukkelijk onder ue aandacht gebracht bij Rotterdammers die er het meeste profijt van kunnen hebben. Daarnaast worden werkgevers en organisaties vanuit het maatschappelijk middenveld benaderd om ook hier de scholingsvoucher onder de aandacht te brengen. We verwachten dat het aantal aangevraaqde scholingsvouchers door deze inspanningen in 2022 gaat toenemen. We streven ernaar om in 2022 ten minste 500 scholingsvouchers uit te geven. We richten onze aandacht hierbij voornamelijk op de inspanningen die we plegen (d.w.z.
zorgen dat scholing aan bod komt in de gesprekken die de M&A teams voeren, en ervoor zorgen dat zoveel mogelijk Rotterdammers de scholingsvoucher en het loopbaanadvies kennen), en minder op een daadwerkelijk aantal uit te geven vouchers. Het aantal van 500 is dan ook een streefgetal. Op basis van deze streefcijfers en de opbrengsten van de communicatiecampagne wordt in het eerste kwartaal van 2022 verder uitgewerkt wat dit betekent voor de toekomst van het Rotterdams Scholingsfonds, dat onder de huidige regeling en financiering door Eneco gelden loopt tot eind 2022. Ook mogelijk van invloed op het aantal aanvragen voor een scholingsvouchers is het landelijke STAP budget, dat in maart 2022 van start gaat4. Dit is een scholingsbudget van C1.000 dat door werkenden en werkzoekenden kan worden aangevraagd bij het UWV voor het volgen van aanvullende scholing. Het effect van het STAP budget op het Scholingsfonds is nog onzeker. Door het Rijk wordt het RSF beschouwd als voorliggende voorziening op STAP, d.w.z. dat RSF eerst wordt toegekend bij een vraag om financiering voor scholing, en daarna pas het STAP budget. Het effect hiervan kan zijn dat er minder aanvragen bij het RSF binnenkomen, maar het is ook mogelijk dat het RSF kan meeliften op de door STAP gegenereerde aandacht voor Leven Lang Ontwikkelen.
Het effect dat het STAP budget heeft op het aantal aangevraagde scholingsvouchers zullen we pas in de tweede helft van 2022 goed kunnen beoordelen. We laten het aan het volgende college om op basis van de behaalde resultaten en inschatting van de toekomstige behoefte een besluit te nemen over eventuele voortzetting van het Rotterdams Scholingsfonds na 2022. Toezegging ‘Alle kliklijnen weg uit Rotterdam’ Tijdens de actualiteitenraad van 9 december 2021 is toegezegd om de tekst van het loket 'fraude met uitkering doorgeven’ aan te passen (21 bb 15880). De wens was om de tekst beter te laten aansluiten bij het doel van het loket. Rotterdammers moeten de mogelijkheid hebben om eventuele misstanden te melden. Hierbij moet wel in acht worden genomen dat een 3 https://calibrisadvies.nl/wat-wij-doen/arbeidsmarktprojecten/welslagen 4 https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/leven-lang-ontwikkelen/leven-lang-ontwikkelen-financieleregelingen/stap-budget
Blad:
15/16
melding van mogelijke fraude niet altijd betekent aat ook echt sprake is van fraude. Het is immers mogelijk dat de gemelde informatie al bekena is bij de gemeente Rotterdam of dat de geleverde informatie niet juist of niet relevant is. Op basis van deze benadering is de tekst van het loket aangepast. Toezegging ‘Zwartboek misstanden bijstand’ In de vergadering van de commissie WIISA van 22 december 2022 is toegezegd dat de insprekers over ‘misstanden in de bijstand’ zich kunnen melden via de reguliere klachtenprocedure (21bb16557). Inmiddels hebben 2 van de 6 insprekers zich gemeld. Deze klachten worden in behandeling genomen en hun situatie zal nader onderzocht worden. Wanneer Rotterdammers het gevoel hebben dat zij onheus behandeld zijn door W&l kunnen zij zich via de klachtenprocedure melden. Iedere klacht overWerk en Inkomen wordt hierbij serieus genomen. Wij stellen u voor de moties -
'Maak er havenwerk van!’ van raadslid Lammering (PvdA) e.a. (21bo12403) 'Giftgrens bijstand omhoog’ van raadslid Yildirim (PvdA) e.a. (21bb14102) ‘Het rechte pad plaveien’ van raadslid Versnel (WD) e.a. (21 bb14115) 'Schort de gezinsboete op’ van raadslid Vonk (CU/SGP) e.a. (21bb14135) Toekomstzekerheid Wijkbasisbaners’ van raadslid Segers-Hoogendooin (CDA) e.a. (21bb15377) en de toezeggingen - 'Opsporen buitenlands vermogen’ (19bb17618) - ‘Verdiepingsthema effectiviteit van de re-integratie instrumenten’ (21bb004020) - 'Monitor 2e tertaal 2021 RSF’ (21 bb13763) - 'Monitor 2e tertaal 2021 heronderzoeken’ (21bb13769) - ‘Alle kliklijnen weg uit Rotterdam’ (21bb15880) - 'Zwartboek misstanden bijstand’ (21bb16557) hiermee als afgedaan te beschouwen. Tot slot We staan aan het einde van de raads- en collegeperiode 2018-2022. Op 24 februari 2022 hebben wij met u de balans opgemaakt en gedebatteerd over de bestuurlijke eindverantwoording van ons college. Onze oorspronkelijke doelstelling van 30.000 Rotterdammers in de bijstand hebben wij niet gehaald. De economische gevolgen van twee jaar (stapsgewijze; versoepelingen en aanscherpingen van de contactbeperkende (corona)maatregelen van het kabinet betekende een abrupte kentering in het dalend aantal bijstandsgerechtigden. Op 31 december 2021 kwamen we uiteindelijk uit op 34.624 bijstandsgerechtigden.
In de eindverantwoording hebben wij dit aantal verder toegelicht. Een belangrijke ambitie is ook om meer maatwerk en passende bejegening te bieden aan Rotterdammers die bij ons aankloppen voor inkomensondersteuning of hulp op weg naar werk. We zien dat het aantal klachten over bejegening verder afneemt. Rotterdammers ervaren onze dienstverlening steeds positiever. We handelen meer en meer vanuit vertrouwen, met oog voor de menselijke maat. En daar gaan we mee door. Met laagdrempelige en transparante dienstverlening, waar mogelijk ondersteund door slimme IToplossingen. Aandacht voor maatwerk en passende bejegening betekent ook dat daar waar regelgeving anders uitwerkt dan de bedoeling is, wij die aanpakken, We zien dat de kostendelersnorm uit
Blad:
16/16
de Participatiewet soms tot schrijnende situaties leidt. Ondersteund door de motie ‘Schort de gezinsboete op!', anticiperen we daarom zo snel mogelijk op een wetsvoorstel van het kabinet die de kostendelersnorm wijzigt voor inwonende jongvolwassenen tot 27 jaar. En we hebben, ondersteund door de motie ‘Giftgrens bijstand omhoog’, de beleidsregels giften Participatiewet Rotterdam 2021 aangepast. Maar ook de beleidsregel ten aanzien van gokken en bijstand. Omdat we zagen dat in de praktijk de toepassing van de regel leidde tot buitenproportioneel hoge terugvorderingen. En mensen daarmee met jarenlange financiële problemen werden opgezadeld. In het verdiepingsthema bij deze monitor leest u dat positieve bejegening en het bevorderen van professioneel handelen ook thema’s zijn waarin wij investeren in het kader van een effectieve re-integratie van werkzoekenden. We praten niet over maar mét de Rotterdammer. En de werkzoekende heeft frequent, intensief en persoonlijk contact met een vaste werkcoach. We investeren doorlopend in het verbeteren van de beaeleiding van hen die vanuit de bijstand werk zoeken. Dienstverlening met oog en hart voor de Rotterdammer. Daar hebben we deze collegeperiode in geïnvesteerd. En het is belangrijk dat we dat blijven doen. Omdat het altijd beter kan.
Financiële en juridische consequenties/aspecten: I liet vaïvtoepassing.
Burgemeester en Wethouders van Rotterdam, De secretaris
V.J.M.
Aboutaleb
Bijlage: 1. Monitor Werk en Inkomen tertaal 3, jaar 2021 2. Verdiepingsthema bij monitor Werk en Inkomen. Effectiviteit van re-integratie