[22bb002575] Collegebrief over Realisatie walstroom zeecruise en verlenging zeecruise Wilhelminakade incl. afdoening motie 19bb13522 en toezeggingen 19bb19223 en 19bb19222
Tekst van het document
Gemeente Rotterdam
Bezoekadres: Stadhuis Coolsingel 40 3011 AD Rotterdam Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Website: www.rotterdam.nl E-mail: bbo@rotterdam.nl Inlichtingen: R.J. Hilhorst Telefoon: 06-38315511
Aan de Gemeenteraad
Portefeuillehouder: FOHGP Cluster: Stadsontwikkeling Ons kenmerk: BS19/00356 - 22bb1665 Uw kenmerk: 19bb13522,19bb19222, 19bb19223 Datum: B&W 8 maart 2022 Betreft: Realisatie walstroom zeeauise en verlenging zeecruise Wilhelminakade
Onderwerp: Realisatie walstroom zeecruise en verlenging zeecruise Wilhelminapier Op welke gronden deze briefî/Waarom nu voorgelegd? Met deze brief wordt u voorgesteld af te doen: - de motie ‘Walstoom voor cruiseschepen’ (19bb13522), ingediend door de leden G.F.E. Koster (LR), R.A.C.J. Simons (LR), D.A. van Groningen (WD), R. Segers-Hoogendoorn (CDA), E. Verkoelen (50PLUS), C.H. Zeegers (D66) en D.P.A. Tak (PvdA); - de toezegging ‘Zeecruise - Walstroom’ (19bb19223); - de toezegging ‘Zeecruise - Vervoer’ (19bb19222). Bij de realisatie van een vaste walstroomvoorziening hoort een lange terugverdientermijn. Dit betekent dat aan de afdoening van de motie ‘Walstroom voor cruiseschepen’ ook een keuze voor een verlenging van zeecruiseactiviteiten op de Wilhelminapier is verbonden.
Relatie met het coalitieakkoord/collegewerkprogramma/begroting/eerder aangenomen moties en gedane toezeggingen: - Coalitieakkoord 2018-2022: ‘Nieuwe energie voor Rotterdam’ (18bb5321) - Strategie Walstroom Rotterdamse haven (20bb11050) - Omgevingsvisie Rotterdam (21bb12979) - Bestemmingsplan ‘Kop van Zuid’ (21 bb11357) - Beleidsnota Investeringen Rotterdam 2020 (20bb7589) - Raadsbesluit “Kaders voor aanwending verkoopopbrengst Eneco” (20bb16753) Toelichting: In de raadsvergadering van 21 maart 2019 is bij behandeling van ‘Het voorstel tot vaststelling van het raadsakkoord Energietransitie’ de motie 'Walstroom voor
Blad:
2/6
cruiseschepen’ ingediend en aangenomen. Deze motie verzoekt het college “een walstroomfaciliteit te realiseren aan de Wilhelminapier ten behoeve van de aldaar afmerende cruiseschepen”. Het college is voornemens financieel bij te dragen aan een walstroominstallatie voor zeecruiseschepen in het Cruise Terminal-gebouw op de Wilhelminapier. Met de afspraken die tussen Havenbedrijf Rotterdam (HbR), Cruise Port Rotterdam (CPR) en de gemeente Rotterdam zijn gemaakt is het de verwachting dat de installatie in 2024 in gebruik genomen kan worden. Het college heeft de ambitie in 2030 90oZo van de zeecruiseschepen die Rotterdam bezoeken aan walstroom aan te sluiten. Hiermee wordt ongewenste C02-uitstoot gereduceerd en verbetert de luchtkwaliteit. Aan dit voornemen is een keuze voor het verlengen van de activiteiten van Cruise Port Rotterdam aan de Wilhelminapier verbonden. Daarbij spelen niet enkel de ambitie voor een schonere zeecruise in Rotterdam, maar ook toekomstige ontwikkelingen op de Kop van Zuid een rol. Met deze brief informeren wij u over de voorwaarden waaronder de walstroominstallatie wordt gerealiseerd. Wij lichten u de keuze toe waarom de zeecruise ook op lange termijn een toekomst aan de Wilhelminakade heeft en hoe de ontwikkelingen rond de Cruiseterminal zich verhouden tot deze keuze.
Noodzaak Wanneer zeecruiseschepen op dit moment Rotterdam aan doen meren zij aan tegenover het Cruise Terminal-gebouw aan de Wilhelminakade. Omdat hier geen walstroomvoorziening is draaien de motoren van de cruiseschepen gedurende het bezoek continu. Hiermee is er een doorlopende uitstoot van een verbrandingsmotor gedurende het verblijf aan de kade. Dit verslechtert de luchtkwaliteit en zorgt voor ongewenste C02-uitstoot. Als gevolg van de coronacrisis zijn er versnelde ontwikkelingen in de zeecruisesector. Oudere schepen, zonder walstruomaansluiting, zijn bij uitblijvende vraag uit gebruik gehaald. Hierdoor kan een groter deel van de nu actieve schepen worden aangesloten op walstroom. Nieuwe cruiseschepen worden vaker met walstroomaansluiting gebouwd en het is de verwachting, gezien de druk op deze sector om duurzamer te worden, dat dit de komende járen verder toeneemt. In 2020 had 280A van de toen in de planning staande, Rotterdam bezoekende schepen de mogelijkheid om aan te sluiten op walstroom. Deze schepen verbleven relatief lang aan de Wilhelminapier, waardoor dit type schip goed was voor 4307o van de totale hoeveelheid ligtijd. Alhoewel er nog niet op basis van nieuwe planningen een uitspraak gedaan kan worden, zal dit percentage in de komende járen door de hierboven geschetste ontwikkelingen naar verwachting hoger liggen.
Blad:
3/6
Tot slot is een verplichting van het gebruik van walstroom per 2030 in voorbereiding op EU-niveau. Dit zou de in de 'Strategie Walstroom Rotterdamse haven’ (20bb11050) uitgesproken ambitie om 900Zo van de scheepsbezoeken in 2030 te voorzien van walstroom afdwingen. De walstroomfaciliteit vermindert uitstoot van de cruiseschepen aan de kade nog niet tot nul. Nadat de installatie in gebruik is genomen blijven er nog enkele járen schepen aanmeren in Rotterdam die geen gebruik kunnen maken van walstroom. Daarnaast is het voor de allergrootste cruiseschepen onzeker of deze van stroom kunnen worden voorzien door de walstroomfaciliteit. Door de walstroomfaciliteit worden de lokale C02 uitstoot en het geluid op de Wilhelminapier echter flink verminderd en de lokale luchtkwaliteit sterk verbeterd. De walstroominstallatie Het realiseren van de walstroominstallatie heeft maatschappelijke waarde voor Rotterdam, maar heeft in eerste instantie waarde voor Cruise Port Rotterdam. Het Havenbedrijf Rotterdam is volledig eigenaar van CPR. Zodoende dat de gemeente eerst in overleg is getreden met HbR over de realisatie en financiering van de installatie. Met HbR is afgesproken dat de verdeling van de realisatiekosten van de walstroomfaciliteit op 50/50-Dasis plaatsvindt tussen CPR en de gemeente Rotterdam. Het college koerst voor het gemeentelijke deel op een investering uit de Eneco-middelen.
Voor het inzetten van deze middelen geldt de voorwaarde dat de middelen reyolveren; ofwel op termijn weer terugkeren naar de gemeente. De beoogde wijze waarop aan deze voorwaarde zal worden voldaan is door een subsidie met terugbetaalvoorwaarden te verstrekken aan CPR. Het college heeft de Adviescommissie aanwending Eneco-middelen gevraagd over dit voorstel een advies uit te brengen. Bij een positief advies van de commissie ontvangt u een investeringsvoorstel om Eneco-middelen hiervoor in te zetten, met daarbij het uitgewerkte subsidievoorstel. Mocht de Adviescommissie negatief adviseren dan is dit een ontbindende voorwaarde voor de met HbR en CPR gemaakte afspraken. De subsidie aie dan verstrekt wordt zal maximaal 11.25 miljoen euro groot zijn. CPR beoogt door middel van andere, niet door Rotterdam verstrekte, subsidies de andere maximaal 11,25 miljoen euro die nodig is in te leggen. Dit telt op tot de 22,5 miljoen euro die ae walstroominstallatie maximaal zal kosten. Hiermee wordt aan de cofinancienngseis welke voor ae Eneco-middelen gelat voldaan. CPR zal zijn walstroomactiviteiten onderbrengen in een dochterbedrijf, Cruise Port Shore Power B.V. (CPSP), de uiteindelijke begunstigde van de subsidie. HbR beschikt over de benodigde expertise, en zal daarom zowel de realisatie als het onderhoud van de walstroominstallatie (laten) uitvoeren.
Blad:
4/6
Locatiekeuze en inpassing walstroominstallatie Het realiseren van de walstroominstallatie is een miljoeneninvestering. Cruise Port Rotterdam heeft voor de lange termijn zekerheid nodig voordat deze investering gedaan kan worden. Het huidige huurcontract van het Cruise Terminal-gebouw (waarvan de gemeente Rotterdam eigenaar is) loopt nog tot 2030 en biedt deze zekerheid niet. Om dit wel te kunnen bieden is aan het realiseren van de walstroominstallatie een verlenging (bij afloop van het huidige contract) van de huur tot 2044 verbonden. Dit biedt CPR de benodigde tijd om de investering terug te verdienen, en de Rotterdamse subsidie terug te kunnen betalen. De verlenging is niet alleen ingegeven door de walstroominstallatie. In 2017 ontving u het onderzoek 'Rotterdam Cruiseport: Make it happen' (17bb9498). Het onderzoek concludeert dat, wanneer er geen westelijke stadsbrug komt, de Merwehaven en Wilhelminapier de gunstigste omstandigheden kennen om de zeecruise op lange termijn een plek te bieden. In de ‘Omgevingsvisie Rotterdam’ is de aanleg van een westelijke oeververbinding (en daarmee de mogelijkheid op een stadsbrug tussen Charlois en Delfshaven) opgenomen als een ambitie voor ná 2040. Dit maakte de Merwehaven en Wilhelminapier de voorkeurslocaties voor de zeecruise.
Binnen de plannen voor het Merwe-Vierhavens-gebied is geen plek voorzien voor zeecruise, waardoor enkel de bestaande locatie als optie overblijft. Hierbij is, op de Wilhelminakade, gestudeerd op de diverse opties. Inbouwen in de naast het Cruise Terminal-gebouw te ontwikkelen woon-A/verktoren de ‘Baltimore’, een aparte installatie naast het Cruise Terminal-gebouw, een installatie op de Wilhelminakade, een tijdelijke installatie, en het inbouwen van de voorziening in het Cruise Terminal-gebouw zijn overwogen. Het college kiest voor de laatste optie. Dit past het beste in de omgeving en hiermee worden de kosten voor een tijdelijke installatie vermeden. Om de walstroominstallatie in te passen is het college voornemens aan Cruise Port Shore Power 600m2 van het Cruise Terminal-gebouw te verhuren. Het gebouw is een Rijksmonument waardoor het inbouwen met bijzondere zorg moet gebeuren. De installatie zal in het westelijke deel van het gebouw komen waar vrijwel geen historisch waardevolle elementen zijn en de inpassing het gemakkelijkst is. De monumentale waarde van de Cruiseterminal ligt met name in het oostelijke deel van het pand. De ruwe betonconstructie, de dakconstructie en enkele originele vensters en deuren zijn daar de bijzondere elementen. In het eerste kwartaal van 2022 wordt een bouwhistorisch onderzoek, met daarin een transformauekader opgeleverd.
Dit transformatiekader biedt het actueie inzicht in welke elememen monumentaal zijn en bij voorkeur behouden dienen te blijven. Daarnaast zullen zowel de Rijkdienst voor Cultureel Erfgoed en de gemeentelijke Commissie voor Welstand en Monumenten het college over te verlenen omgevingsvergunning adviseren.
Blad:
5/6
Ook het niet verlenen van deze vergunning is een ontbindende voorwaarde voor de afspraken met HbR en CPR gemaakte afspraken. Motie 'Walstroom voor cruiseschepen’ Met het voorgaande voorstel om een walstroominstallatie in het Cruise Terminalgebouw in te bouwen stellen wij u voor de motie ‘Walstroom voor cruiseschepen’ (19bb13522) als afgedaan te beschouwen. Toezegging ‘Zeecruise - Walstroom’ De wethouder FOHGP heeft u met de toezegging ‘Zeecruise - Walstroom’ (19bb19223) toegezegd een visie op de toekomstige locatie voor de Cruiseterminal toe te zenden, en in te gaan op mogelijkheden voor walstroom, het soort schepen, de frequentie, de aantallen en oe kwaliteit. Zoals hierboven geschetste liggen het onderzoek ‘Rotterdam Cruiseport: Make it happen’ (17bb9498), de Omgevingsvisie Rotterdam (21bb12979) en de voorziene ontwikkelingen in het M4H-gebied ten grondslag aan de keuze de zeecruise op de Wilhelminapier te behouden. Met deze keuze is het realiseren van een walstroominstallatie een logische vervolgstap. Cruise Port Rotterdam heeft aangegeven in de laatste 15 jaar van de walstroomovereenkomst (vanaf 2029) tussen de 120 en 150 cruisebezoeken per jaar te verwachten. Hier zullen schepen tussen zitten die Rotterdam frequent aandoen en schepen die dit enkele keren, of eens per jaar doen. Hiervan maakt per uiterlijk 2030 90o7o gebruik van de walstroominstallatie.
Dit brengt met zich mee dat Rotterdam de oudste cruiseschepen hierdoor uitsluit en een minimaal kwaliteitsniveau zal hebben. Het college stelt u voor hiermee de toezegging 'Zeecruise - Walstroom’ (19bb19223) als afgedaan te beschouwen. Toezegging 'Zeecruise - Vervoer’ Met toezegging 'Zeecruise - Vervoer’ (19bb19222) gaf de wethouder aan u inzicht te geven in wat er nodig is voor de aan- en afvoer van passagiers. De bereikbaarheid van de Wilhelminapier is een belangrijke factor voor het langer kunnen huisvesten van de zeecruise. Uit de onderzoeken die zijn uitgevoerd voor het herziene bestemmingsplan 'Kop van Zuid’ blijkt dat de verkeersbewegingen gerelateerd aan de zeecruise passen in het totaal. Ook naast de verwachte verKeersbewegingen van alle (bouw)ontwikkeiìngen op de Wilhelminapier. Nadere uitwerking in een logistiek plan voor de zeecruise moet nu volgen. Dat zal worden uitgewerkt in opeenvolgende fases. De logistieke ruimte die er nu is voor de zeecruiseactiviteiten zal door de bouw van de ‘Chicago’ (verwachte start bouw maart 2023) en daarna de bouw van de ‘Baltimore’ (start bouw verwacht na 2030) veranderen.
Blad:
6/6
In de eindfase, na de bouw van de ‘Baltimore’, is er nog een beperkte ruimte voor bussen op de Wilhelminapier. De overige bussen bufferen dan op afstand en zullen op afroep naar de Wilhelminapier komen. Zoals vrachtwagens voor bevoorrading van de schepen nu ook al bufferen bij de Waalhaven. Het college stelt u voor hiermee de toezegging ‘Zeecruise - Vervoer (19bb19222) als afgedaan te beschouwen. Financiële en juridische consequenties/aspecten: Het is beoogd dat öOVo van de investering in de walstroominstallatie wordt gedekt uit de Eneco-middelen. De commissie aanwending Eneco-middelen zal een advies worden gevraagd voor het verstrekken van een subsidie van maximaal 11,25 miljoen euro (maximaal 50o7o van de investering in de installatie) met terugbetaalvoorwaarden aan Cruise Port Shore Power. Bij een positief advies van de Adviescommissie aanwending Eneco-middelen wordt dit aan uw raad voorgelegd, samen met een •voorstel op basis waarvan de subsidie verstrekt kan worden.
Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,
Aboutaleb