[22bb001466] Collegebrief over Eindrapportage lerende evaluatie Bestuursmodel Rotterdam 2018 — 2022
Tekst van het document
Gemeente Rotterdam
Bezoekadres: Stadhuis Coolsingel 40 3011 AD Rotterdam Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Website: www.ro tterdam.nl E-mail: bbo@ rotterdam.nl Inlichtingen: R.J Dompeling Telefoon: (06) 39116461 Portefeuillehouder: Wethouder Vermeij
Cluster: Cluster Dienstverlening
Aan de Gemeenteraad
Ons kenmerk: 3704338 22bbl 466 Uw kenmerk: Datum: B&W 15 februari 2022
CC aan alle gebiedsvertegenwoordigers
Betreft: eindrapport age lerende evaluatie Bestuursmodel Rotterdam 2018 - 2022
Onderwerp: Eindrapportage lerende evaluatie Bestuursmodel Rotterdam 2018- 2022 Op welke gronden deze brief?/Waarom nu voorgelegd? Eind 2018 werd besloten tot het laten uitvoeren van een lerende evaluatie door de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) over de werking van het lokale bestuursmodel, met als leidende vraag: In hoeverre dragen de huidige democratische experimenten (wijkraden en wijkcomités) op wijk- en gebieds-niveau bij aan een versterking van de lokale democratie in Rotterdam? Ter afronding van deze evaluatie wordt u hierbij de eindrapportage aangeboden. Hierin delen de onderzoekers hun slotconclusies: wat leren we van de afgelopen bestuursperiode (2018-2022) en wat zijn de kansen en aandachtspunten voor de toekomst. Relatie met het coalitieakkoord/collegewerkprogramma/begroting/eerder aangenomen moties en gedane toezeggingen: Eerste tussenrapportage evaluatie bestuursmodel (19BB21651) Tweede tussenrapportage evaluatie bestuursmodel (20BB 1872) Derde tussenrapportage en adviesnotitie evaluatie bestuursmodel (21BB427) 'Wijk aan zet!' Verordening op de wijkraden 2022 Verordening op de gebiedscommissies 2014 Toelichting: In 1947 introduceerde het Rotterdamse stadsbestuur onder leiding van burgemeester Oud voor het eerst wijkraden. Een eerste, vandaag de dag nog altijd tot de verbeelding sprekende, aanzet om Rotterdammers meer invloed te geven op hun directe omgeving.
Sindsdien zijn opeenvolgende stadsbesturen zoekende geweest naar manieren om de Rotterdamse democratie in de praktijk verder vorm te geven, aan te passen aan de veranderende tijdgeest of anderszins te verstevigen. Het belang van die zoektocht is onverminderd actueel nu het vertrouwen van burgers in de overheid meer en meer onder druk staat - we streven ook naar een betere relatie tussen de Rotterdammer en 'de Coolsingel'.
Blad:
2/6
Nu, 75 jaar later, krijgt heel Rotterdam opnieuw wijkraden. Mede dankzij een drietal diepgaande evaluaties van de EUR, hebben we samen met uw Raad regels en kaders geformuleerd om onze lokale democratie voor de komende jaren vorm te geven. Uw Raad heeft keuzes gemaakt en vastgelegd in de Verordening en het kiesreglement. Inmiddels is het college volop bezig met de uitvoering. Een mooie eerste mijlpaal is de aanmelding van meer dan 600 Rotterdammers die straks, op 16 maart, meedingen om een plek hun wijkraad. Een bemoedigende start. Keuzes zijn gemaakt en kaders geschetst. Betekent dit dat we klaar zijn? Dat de Wijk aan Zet volbracht is en optimaal functioneert? Zeker niet. We zijn pas net begonnen. Terwijl we ermee aan de slag zijn blijven we kritisch kijken naar de praktijk, blijven we evalueren en bijsturen waar nodig. Samen met uw Raad. Het afrondende essay van de EUR geeft ons daarbij scherpte mee, zoals hieronder uiteengezet. Zo blijven we ook de komende jaren bouwen aan onze lokale democratie. Wat voorafging De 1° Tussenrapportage (juli 2019) was een 0-meting, met een beschrijving van eerste ervaringen met het nieuwe bestuursmodel en een overzicht van knelpunten In de 2° Tussenrapportage (december 2019) presenteerden de onderzoekers een aantal kernobservaties over het functioneren van het bestuursmodel.
In de 3° Tussenrapportage/adviesnotitie (december 2020) deden de onderzoekers verslag van de derde onderzoeksfase (over het jaar 2020) én gaven zij een aantal aanbevelingen en denklijnen mee voor het college en de raad, ten behoeve van het maken van keuzes over het bestuursmodel Reflectie vierde rapportage
1. Ro/invulling & agenda van de wijk In het stelsel met gebiedscommissies was de rol van de gebiedsvertegenwoordigers bedoeld als 'stimulans van participatie in de wijk'. Uit de bevindingen van de EUR blijkt dat de vertegenwoordigers hun positie in dit model vooral beschrijven als belangenbehartigers van hun wijk. Gevolgd door ofwel advisering van het stadsbestuur (bij gebiedscommissies) ofwel het stimuleren van participatie en initiatieven (bij wijkraden en wijkcomités). Ook bewoners ervaren belangenbehartiging als een van de belangrijkste taken. De onderzoekers noemen het opmerkelijk dat de uitvoering van de wijkactieplannen zelden genoemd wordt als belangrijkste taak terwijl dit volgens de onderzoekers wel de manier is om meer invloed uit te kunnen oefenen als vertegenwoordigend orgaan. De nieuwe wijkraden zijn duidelijker gepositioneerd als belangenbehartigend orgaan. De wijkraad houdt toezicht op uitvoering en gemaakte afspraken van het, met de wijk vormgegeven, wijkakkoord. Daarnaast verstevigen we de rol van een wijkraad op het gebied van inspraak en participatie. Zo krijgen ze een cruciale rol bij het in de praktijk brengen van het meedoen, meedenken en meebeslissen van de wijk. Wanneer de
Blad :
3/6
gemeente niet genoeg levert in dat opzicht, kan de wijkraad opkomen voor de bewoners en het college of de Raad daarop aanspreken. Hiermee zetten we de wijkraad steviger in als belangenbehartiger op het gebied van inspraak en participatie
- - - - - - - -+'rrcfe-wijll'".-- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 2. Adviezen Over de advisering stelt de EUR dat er niet veel positieve ervaringen zijn en dat volgens de gebiedsvertegenwoordigers de impact van de adviezen te laag is. Ook geven de gebiedsvertegenwoordigers aan dat het er te veel werk in zit en dat de gevraagde adviezen specifieke kennis vragen. Het college heeft tussentijds gewerkt aan de snelheid van beantwoording. Toch concludeerde het college dat de gevraagde adviezenstroom het werk van de vertegenwoordigers te veel belastte met vergaderen en bureaucratische processen. Hoewel het college onderschrijft dat het ongevraagd advies een belangrijk instrument van bestuurscommissies is, is het instrument zelf voor verbetering vatbaar. In het nieuwe stelsel zal ongevraagd advies dan ook direct gedeeld worden met de gemeenteraad en is het ongevraagde advies bedoeld om te gebruiken als escalatie, zodat het ook prioriteit krijgt binnen de organisatie. Daarnaast is ervoor gekozen om wijkraden onafhankelijke ondersteuning te geven in de vorm van wijkcoördinatoren, waarmee wordt voorkomen dat de wijkmanager een dubbele pet houdt in het enerzijds faciliteren van dit advies en anderzijds de vooruitgeschoven post is die werk moet maken van het punt dat gemaakt wordt in het advies.
3. Bewonersinitiatieven & participatie Het toekennen van bewonersinitiatieven werd volgens de EUR verschillend opgepakt, vaak betrof het 'usual suspects' die hier gebruik van maakten. Voor anderen wierp de besluitvorming en het bureaucratisch proces drempels op om een aanvraag te doen. Het bestuursmodel had expliciet ten doel dat de gebiedsorganen de participatie van bewoners zouden aanjagen, zo stelt ook de EUR In de tussentijdse evaluaties werd opgemerkt dat het organiseren van participatie vaak veel inzet, middelen en kennis vraagt. Deze zouden volgens de bevindingen niet in voldoende mate aanwezig zijn in de huidige vertegenwoordigende organen, waardoor participatie in de wijken vaak niet zoals bedoeld van de grond kwam of weinig innovatief was. Omdat elke Rotterdammer mee moet kunnen doen als hij/zij dat wil, is het college van mening dat de gemeente de verantwoordelijkheid, kennis en capaciteit heeft om te zorgen voor vroegtijdige, inclusieve en laagdrempelige inspraak en zeggenschap bij beleidvorming in de wijken. De wijkraden zijn daarbij niet verantwoordelijk voor het organiseren. Wel hebben wijkraden de belangrijke taak om de gemeente te adviseren hoe de participatie vormgegeven dient te worden in hun wijk en houden ze kwaliteit in de gaten van deze trajecten.
Daarnaast kan de wijkraad zich meer richten op het stimuleren en verbinden van het wijknetwerk om mee te participeren. Dit haalt de druk van het organiseren van participatie weg bij de wijkraden en legt dit neer bij de
Blad :
4/6
gemeente, die hiermee de belangrijke taak krijgt om, in nauw overleg met de wijkraad, participatie te organiseren. In de wijken groeit daarnaast de vraag naar directe inspraak in de eigen leefomgeving. Om hier een antwoord op te geven is ervoor gekozen om de besluitvorming van bewonersinitiatieven laagdrempeliger, inclusiever en directer bij bewoners zelf te organiseren via een digitaal platform (uiteraard organiseren we ook analoge mogelijkheden voor wie niet digitaal wil of kan). De wijkraden zijn nog steeds een belangrijke schakel in dit proces, omdat ze de belangen behartigen door te checken of initiatieven niet in strijd zijn met het wijkakkoord. 4. Verbinding met gemeentebestuur De onderzoekers stellen in hun eindrapport dat gebiedsvertegenwoordigers moeite ervaren met het aanspreken van een brede groep. Het (voor de wijkraden) op persoonlijke titel verkiezen heeft er volgens de onderzoekers toe geleid dat er een breder netwerk ontstond en een partijpolitiek gedreven invulling meer op de achtergrond raakte. Hierdoor kwam de inhoudelijke problematiek en opgave van een wijk meer centraal te staan. De onderzoekers stellen echter wel dat vertegenwoordigers met een politieke verbinding sneller en gemakkelijker gebruik kunnen maken van het politieke netwerk, dat tot in het stadhuis reikt.
Het college vindt dat deze verbinding met het gemeentebestuur beter had gekund en vindt dat iedere vertegenwoordiger toegang moet hebben tot politieke escalatiemogelijkheden ongeacht het eigen netwerk. Daarom wordt in het nieuwe stelsel escalatie en verbinding met het gemeentebestuur voor iedere vertegenwoordiger georganiseerd. In de wijk aan zet stelt het college voor om wijkwethouders te instaleren in het volgend college, borgt het college structureel overleg met deze wethouders in de verordening en organiseert zij in de verordening escalatie via ongevraagde adviezen en inspreekrecht in gemeenteraad.
Kansen en bedreigingen voor de toekomst 'De wijk aan zet' wordt gevormd door een constructieve dialoog tussen stad en wijk, op het snijvlak van stedelijke en lokale belangen. Hiermee wordt meer balans gebracht tussen die belangen. De EUR geeft het nieuwe stelsel heeft hierin zeker kans van slagen, maar het slagen is en blijft afhankelijk van de daadwerkelijke invloed van de wijkraden op deze belangenstrijd. Voor de vertegenwoordigers van de wijk is het belangrijk om, naast positie op papier, ook te zorgen voor positie in praktijk en de 'strijd' op inhoudelijke onderwerpen te blijven zoeken. Ook wijzen de onderzoekers op de 'permanente tijdelijkheid' van het stelsel. Zij merken op dat elke vier jaar het stelsel verandert en dat, ondanks dat democratie dient te innoveren passend bij de maatschappij, een stelsel en haar deelnemers wel de kans moeten krijgen om zich te vormen en institutioneel geheugen opgebouwd dient te worden. De oproep van de onderzoekers is dan ook om dit stelsel niet te
Blad:
5/6
vergelijken met haar voorgangers maar het een kans te geven om te groeien in de rol en mogelijkheden die het in zich heeft. De onderzoekers roepen dan ook op om de 'strijd' vooral te centreren rondom inhoudelijke opgaven en problematiek in de wijk en #petie rondom en 'het model'. Dit benadeelt de inhoudelijke posit dialoog en positie rondom de balans tussen stad en wijk. De onderzoekers roepen daarnaast op om met elkaar, gaandeweg, te blijven leren, om weeffouten en ongemakken op te lossen en dit stelsel te blijven volgen. Om hier gevolg aan te geven en het stelsel op een lerende wijze te verbeteren en met elkaar bij te sturen waar nodig wordt in mei 2022 een 'Community of Practice' (CoP) opgestart: een praktijkgerichte leeromgeving ter ondersteuning van het gezamenlijk leerproces binnen de context van de wijk aan zet. Deze CoP heeft het doel om de potentie van het nieuwe stelsel maximaal te benutten. Hiervoor is het nodig dat alle betrokkenen in hun rol groeien en er gezamenlijke motivatie is om het stelsel elke dag te verbeteren. Binnen deze CoP wordt aan alle betrokken gevraagd een aandeel te leveren. Op deze wijze geven we invulling aan de aanbeveling van de EUR om in het nieuwe bestuursmodel 'gezamenlijk te blijven leren, in goed georganiseerde samenspraak met betrokkenen'.
Een ander punt dat de onderzoekers aandragen is het contact tussen de wijken en het gemeentebestuur. Een goede relatie met het stadsbestuur is cruciaal om de balans tussen stad en wijk te optimaliseren. Met de wijk aan zet investeert het college in de samenwerking tussen wijkraad, partners en gemeente en wordt er ook werk gemaakt van regelmatige ontmoetingen met- of escalatie naar het gemeentebestuur. Toch benadrukken we de oproep van de onderzoekers om de aankomende periode structureel aandacht en inzet te organiseren vanuit het gehele gemeentebestuur. Tot slot Het college is de onderzoekers, de EUR en iedereen die aan deze evaluaties heeft bijgedragen zeer erkentelijk. Onze dank is groot. Waardevolle inzichten als deze sterken ons in onze zoektocht naar een goedwerkende lokale democratie die recht doet aan de invloed van Rotterdammers en meehelpt de kloof tussen burger en overheid te verkleinen. Op 23 februari 2022 wordt een online symposium georganiseerd, gehost door de EUR, voor iedereen die geïnteresseerd is in lokale democratie en democratische experimenten. Deelnemers kunnen dan met elkaar in gesprek over de inzichten en lessen uit het eindrapport en hoe deze het beste kunnen worden toegepast voor een sterke Rotterdamse wijkdemocratie. Ook uw raad is hiervoor van harte uitgenodigd.
Blad:
6/6
Financiële en juridische consequenties/aspecten: N.v.t.
Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,
Bijlage(n): Eindrapportage lerende evaluatie Bestuursmodel Rotterdam 2018 - 2022