[22bb001400] Afdoeningsvoorstel motie Lammering ea over uitbuiting ondermijnt de sociale cohesie op Zuid 20bb8814
Tekst van het document
Gemeente Rotterdam
Bezoekadres: Stadhuis Coolsingel 40 3011 AD Rotterdam Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Website: www .rotterdam.nl E-mail: bbo@rotterdam.nl Inlichtingen: E. Mensink en F. van der Post
Aan de Gemeenteraad
Portefeuillehouder: Wethouder Moti Cluster: Directie Veiligheid Ons kenmerk: 22bb1400 Uw kenmerk: Bijlagen: onderzoek Risbo Datum: B&W 15 februari 2022 Betreft: Fenomeenonderzoek naar arbeidsuitbuiting, veiligheidsbeleving en sociale cohesie in Camisse, Oud Charlois en Tarwewijk en Verkenning arbeidsmarkt voor EU-migranten
Onderwerp In deze brief wordt u geïnformeerd over de resultaten van het fenomeenonderzoek naar arbeidsuitbuiting, veiligheidsbeleving en sociale cohesie in Carnisse, Oud Charlois en Tarwewijk. Ook informeren wij u over de tussentijdse resultaten van de verkenning naar de arbeidsmarkt voor EUarbeidsmigranten.
Op welke gronden deze brief?/Waarom nu voorgelegd? In de gemeenteraadsvergadering van 2 juli 2020 is de motie 'Uitbuiting ondermijnt de sociale cohesie op Zuid' aangenomen (20bb8814). Ter afdoening van deze motie is onderzoeksbureau Risbo (EUR) gevraagd onderzoek te doen, om beter inzicht te krijgen in factoren die van invloed zijn op de sociale cohesie in wijken die minder scoren op de veiligheidsindex. Ook is de vraag in hoeverre een lagere sociale cohesie samenhangt met (de mate van) arbeidsuitbuiting in wijken waar relatief veel EU-arbeidsmigranten wonen. Dit onderzoek is nu afgerond en u wordt geïnformeerd over de resultaten en handelingsperspectieven. Daarnaast is in het voorjaar van 2021 de opdracht gegeven om een verkenning uit te voeren om de benodigde kennis en expertise voor de aanpak van de arbeidsmarktproblematiek voor EU-arbeidsmigranten in beeld te brengen vanuit cluster Werk & Inkomen. De verkenning is naar verwachting in het tweede kwartaal van dit jaar afgerond. In deze brief treft u de tussenresultaten aan.
Relatie met het coalitieakkoord/collegewerkprogramma/begroting/eerder aangenomen moties en gedane toezeggingen: Geen. Met het actieprogramma 'Werken aan een menswaardig bestaan, EUarbeidsmigranten 2021-2025', dat medio april 2021 is gelanceerd en waar de gemeenteraad met de Voorjaarsnota 2021 financiering voor de duur van vijf jaar heeft verstrekt, wil de gemeente EU-arbeidsmigranten beter beschermen tegen misstanden.
Blad:
2/9
Inleiding Aanleiding voor de motie 'Uitbuiting ondermijnt de sociale cohesie op Zuid' waren de zorgen binnen de gemeenteraad over arbeidsuitbuiting, met name onder EU-arbeidsmigranten en de mogelijke relatie met de sociale cohesie en veiligheidsbeleving in Carnisse, de Tarwewijk, en Oud Charlois. Voor dit onderzoek is deskstudie en veldwerk verricht, waarbij gesproken is met professionals en wijkbewoners. Het is een kwalitatief onderzoek dat niet pretendeert een representatief beeld te schetsen, maar bedoeld is om de structuren en fenomenen te herkennen, die samenhangen met mogelijke arbeidsuitbuiting van EU-arbeidsmigranten en de sociale cohesie in Oud Charlois, Carnisse en Tarwewijk. Daarnaast is bij de lancering van het actieprogramma EU-arbeidsmigranten aangekondigd dat er een verkenning naar (Rotterdamse) werkgevers, uitzendbureaus en brancheverenigingen waar veel arbeidsmigranten werken wordt gedaan. Deze verkenning kan worden gezien als een spiegel vanuit de belevingswereld van de private partijen in deze markt. Tijdens deze analyse is ook gekeken welke maatregelen het meest effectief en kansrijk zijn om de (werk)situatie van de EU-arbeidsmigranten te verbeteren. De informatie die deze verkenning heeft opgeleverd, bevestigt het beeld van complexe materie met veel actoren en belangen.
De onderzoeksresultaten van het Fenomeenonderzoek 1. Hoe is het gesteld met de sociale cohesie, scores op de veiligheidsindex en de veiligheidsbeleving in Carnisse, Tarwewijk en Oud Charlois? Uit gesprekken met wijkprofessionals blijkt dat met name in Carnisse en de Tarwewijk het zwaartepunt van de problematiek ligt. In Carnisse wordt gesproken over drie groepen: de bewoners die er al decennia wonen, EUarbeidsmigranten (circa 25% van de bewoners) en nieuwe bewoners die in nieuwbouw (koop)woningen zijn komen wonen. De groepen stellen verschillende eisen aan hun woning en leefomgeving, wat voor spanningen in de wijk kan zorgen. De sociale cohesie lijkt over het algemeen zwak in de wijken. Er is een in zichzelf gekeerde mentaliteit waarbij men zich vooral niet met elkaar bemoeit. De meerderheid van de buurtbewoners benoemt de aanwezigheid van EUarbeidsmigranten of arbeidsuitbuiting dan ook niet als een probleem in de wijk. Wel wordt er veel gesproken over gevoelens van onveiligheid door criminaliteit en overlast. Er zijn weinig groepsoverstijgende contacten, dit geldt zowel voor EU-arbeidsmigranten als overige buurtbewoners. Het bestaan van een infrastructuur gericht op EU-arbeidsmigranten in de vorm van winkels, kappers en tandartsen versterkt de binding binnen deze groep en leidt ertoe dat EUarbeidsmigranten zich in hun eigen taal redden.
Hierdoor is de drempel om Nederlands te leren verhoogd.
Blad :
3/9
2. In hoeverre komt arbeidsuitbuiting voor onder EU-arbeidsmigranten in Carnisse, Tarwewijk en Oud Charlois? Uit de gesprekken met de professionals blijkt dat een deel van de arbeidsmigranten in de drie wijken te maken heeft met benadeling op de arbeids- en woningmarkt. Tijdens de interviews met Poolse en Bulgaarse arbeidsmigranten krijgen de onderzoekers daar minder zicht op. De geïnterviewden zijn vaak al langer dan vijf jaar hier en lijken hun huisvestingsen werksituatie redelijk op orde te hebben. Het valt op dat zij in al die jaren weinig opwaartse mobiliteit hebben doorgemaakt. Het is goed mogelijk dat juist de mensen die onder erbarmelijke omstandigheden werken en leven, buiten beeld blijven en moeilijk bereikbaar zijn. EU-arbeidsmigranten vinden woonruimte via een uitzendbureau, commerciële aanbieders of via informele netwerken van vrienden, familie en kennissen. Daarbij geldt dat mensen die hier kort zijn en via uitzendbureaus en commerciële partijen huisvesting zoeken, kwetsbaar zijn voor arbeidsuitbuiting. Ook komt uit het onderzoek naar voren dat uitbuiting via de woonsituatie een belangrijke bron van inkomsten is in het verdienmodel van uitbuiters. De afhankelijkheidsrelatie zorgt er daarbij voor dat EU-arbeidsmigranten niet snel zullen klagen bij instanties. 3.
Is er een (sterke) samenhang tussen de leef- en woonomstandigheden en arbeidsuitbuiting van EU-arbeidsmigranten? Zo ja hoe sterk is deze samenhang en hoe ziet dit mechanisme er in de praktijk uit? Arbeidsmigranten betalen vaak woekerprijzen voor kleine, slecht onderhouden woningen of kamers. Daarnaast is er een zelfversterkend fenomeen waarbij de vestiging van relatief veel EU-arbeidsmigranten in de wijk ervoor zorgt dat een informeel netwerk is ontstaan van winkels, verhuurders en huurders. In de meeste gevallen regelen landgenoten in het thuisland via een tussenpersoon het contact met een (malafide) uitzendbureau. Eenmaal in Nederland vinden EU-arbeidsmigranten vaak werk via hun netwerk of via de vele Poolse en Bulgaarse winkels. Met een deel van de arbeidsmigranten lijkt het goed te gaan. Zij investeren in hun toekomst door Nederlands te leren en kiezen definitief voor een bestaan in Nederland. Toch is er weinig opwaartse mobiliteit zichtbaar: men blijft vaak afhankelijk van arbeidscircuits die weinig zekerheid bieden. De grootste groepen EU-arbeidsmigranten zijn Polen en Bulgaren. Kleinere te onderscheiden groepen zijn Roemenen, Slowaken, Letten en Litouwers. Zij zijn extra kwetsbaar voor arbeidsuitbuiting vanwege hun korte verblijfsduur, het gebrek aan kennis en hun vaak kansarme achtergrond.
De vormen van arbeidsuitbuiting die binnen dit onderzoek genoemd zijn, sluiten aan bij het bestaande beeld. Malafide uitzendbureaus en schimmige tussenpersonen spelen daarbij een centrale rol. Arbeidsuitbuiting komt tot uiting via arbeidsomstandigheden (veiligheid en werkdruk) en contractuele onrechtmatigheden als onterechte inhoudingen op het salaris, een te laag loon, niet betaalde overuren. Omdat veel EU-arbeidsmigranten die in de focuswijken
Blad:
4/9
(= onderzochte wijken) wonen niet binnen de gemeentegrenzen werken, is het lastig voor de gemeente Rotterdam om deze vormen direct aan te pakken. Het verdienmodel is echter vooral gericht op huisvesting: te hoge huur en kleine slecht onderhouden ruimtes. Een deel van de arbeidsmigranten verhuurt zelfs hun kamer onder aan een bekende of familie om minder kosten te hebben. Overbewoning kan grote gevolgen hebben; bijvoorbeeld in de vorm van geluidsoverlast en toename van afval. Dit kan de sociale cohesie weer onder druk zetten. De omvang van arbeidsuitbuiting blijft moeilijk in te schatten. De meeste voorbeelden van arbeidsuitbuiting die de onderzoekers zijn tegengekomen was tijdens gesprekken met Bulgaarse arbeidsmigranten. Veel professionals merken dan ook op dat er sprake lijkt van een verschuiving waarbij Poolse arbeidsmigranten door hun langere aanwezigheid in Nederland zich meer bewust lijken van hun rechten en dus mondiger zijn geworden. Vermoedelijk is de verblijfsduur in Nederland en het sociale netwerk van EU-arbeidsmigranten dan ook een betere voorspeller voor de kans op arbeidsuitbuiting dan herkomst. 4.
Is er een verband tussen de sociale cohesie en veiligheidsbeleving enerzijds en EU-arbeidsuitbuiting in deze wijken anderzijds? De hoofdvraag van dit onderzoek is of de afname van sociale cohesie verklaard kan worden als gevolg van arbeidsuitbuiting die in de focuswijken plaatsvindt. Het is lastig om deze vraag op basis van dit onderzoek te beantwoorden. Wel kan gezegd worden dat een lage sociale cohesie een faciliterende factor kan zijn van arbeidsuitbuiting: omdat in de wijken een mentaliteit bestaat waarbij mensen zich niet met elkaar bemoeien, kunnen misstanden langer bestaan en zal er vanwege een laag vertrouwen in de overheid minder snel gerapporteerd worden. Ook kan arbeidsuitbuiting leiden tot een verslechtering van de sociale cohesie. Uitbuiting in de vorm van slechte huisvesting en overbewoning leidt tot geluidsoverlast en meer afval op straat. Daarnaast leiden criminaliteit en overlast tot een laag veiligheidsgevoel in de wijken. Arbeidsuitbuiting lijkt dan ook niet de oorzaak of belangrijkste reden voor de lage sociale cohesie in de focuswijken. Deze lijkt al jaren zwak. Maar het is wel een versterkende factor. Hoewel de aanwezigheid van EU-arbeidsmigranten veelal niet als een probleem wordt gezien, houdt hun concentratie in de wijken onbedoeld wel de lage sociale cohesie in stand. De belangrijkste factor daarbij is de taalbarrière.
Uit het onderzoek blijkt duidelijk dat een taalbarrière de belangrijkste belemmering is in het contact met buren van andere herkomstgroepen. Het leidt ertoe dat men in eerste instantie terugvalt op familie, vrienden en in sommige gevallen buren uit dezelfde herkomstgroep wanneer er hulp nodig is.
Blad:
5/9
Conclusie en vervolg Fenomeenonderzoek Dit onderzoek geeft goed aan dat de inzet zoals beschreven in het Actieprogramma EU-arbeidsmigranten hard nodig is. Ook worden mooie aanbevelingen gedaan in hoofdstuk 7, "handelingsperspectieven". Deze aanbevelingen zijn: •
•
•
•
•
•
Verbeter de sociale cohesie in de wijken, ook al is dit een complexe zaak. Weten wie er bij je in de buurt woont kan meer meldingen van slechte huisvesting en (arbeids)uitbuiting opleveren. Meer onderling contact verbetert ook het gevoel van veiligheid. Stimuleer dus ontmoeting. Met een diverser sociaal netwerk, bestaande uit contacten die emotionele steun bieden en minder diepgaande contacten, kan bijvoorbeeld eenzaamheid en isolatie tegengegaan worden. Inventariseer burgerinitiatieven en wees zelf aanjager van onderling contact tussen verschillende groepen in deze wijken. Zorg voor extra kansen voor arbeidsmigranten die langere tijd in Nederland blijven om de Nederlandse taal te leren. Hierdoor worden EUarbeidsmigranten zelfredzamer, door zich beter te (kunnen laten) informeren over hun rechten en plichten. Ook begrijpen zij dan hun arbeidscontract beter en kunnen ze informatie van de gemeente tot zich nemen. Er is minder kans op uitbuiting. Vergroot het vertrouwen in de overheid in het algemeen en de gemeente in het bijzonder. Dit vertrouwen kan het beste bereikt worden door fysiek aanwezig te zijn in de wijk en open te staan voor de verhalen van EU-arbeidsmigranten. De in 2021 geopende infopunten EU-arbeidsmigranten en de Huizen van de Wijk zijn goede voorbeelden hiervan.
Pak de onwenselijke aspecten aan die voortkomen uit de informele netwerken, zoals de onduidelijkheid over wat zich afspeelt in Poolse en Bulgaarse supermarkten. Pak met de betreffende ministeries en inspectiediensten de vormen van arbeidsuitbuiting aan die samenhangen met de werkomstandigheden en onrechtmatige contracten. Lobby vanuit Rotterdam is daarvoor onontbeerlijk. Bijvoorbeeld bij het reguleren van de uitzendbranche via certificering, waarvoor al de eerste stappen gezet zijn.
De eerste resultaten uit de Verkenning Algemeen Het is niet voor niets dat het bestrijden van misstanden op de arbeidsmarkt ten aanzien van EU-arbeidsmigranten al vele jaren een terugkerend thema is. Binnen de verkenning naar werkgevers en de uitzendbranche is de enorme omvang, complexiteit en verwevenheid die gepaard gaan met dit thema gebleken. Er zijn vele stakeholders met ieder hun eigen belangen.
Blad :
6/9
In de gesprekken komt steevast naar voren dat private partijen behoefte hebben aan structureel contact met de gemeente om hun dilemma's en vragen mee te bespreken. Als het gaat om de uitzendbureaus waarmee contact is gelegd binnen de verkenning ontstaat het beeld dat de grote partijen over het algemeen willen handelen volgens de principes van goed werkgeverschap (beloning, werkomstandigheden en huisvesting). Echter worden de misstanden en negatieve beeldvorming rondom EUarbeidsmigranten voornamelijk beheerst door de kleinere partijen die in de meerderheid zijn. Zij blijken veelal niet aangesloten bij brancheorganisaties, maar dragen wel bij aan het negatieve stigma waar anderen hinder van ondervinden. Eveneens draagt de veelomvattendheid en complexiteit van de wet- en regelgeving, het feit dat deze onvoldoende op elkaar aansluit als ook de lacunes in keurmerken en controles bij aan de instandhouding hiervan. Tijdens de gesprekken blijkt dat partijen zeer terughoudend zijn in het benoemen van malafide partijen. Ook is gebleken dat de druk vanuit de markt een ontwikkeling is waar we niet aan voorbij kunnen gaan. De vraag naar arbeidskrachten neemt verder toe en heeft tot gevolg dat werving ook buiten de Europese Unie plaatsvindt. Het is aannemelijk dat deze krapte niet van korte duur is en dat daarmee de druk op huisvesting de komende jaren toeneemt.
Feiten en cijfers Het is lastig om de doelgroep EU-arbeidsmigranten in kaart te brengen. EUarbeidsmigranten schrijven zich (meestal) niet in de Basis Registratie Personen in en verhuizen snel. In Nederland wonen naar schatting ongeveer 600.000 EUarbeidsmigranten. Hiervan werken circa 120.000 migranten als ZZP-er of als gedetacheerde via een buitenlands bedrijf. Deze groep is nauwelijks in beeld en mogelijk extra kwetsbaar, omdat afspraken met de uitzendbranche over beloning en huisvesting niet van toepassing zijn voor deze groep. Er is geen reden om te veronderstellen dat deze verhouding in Rotterdam anders is. Waarschijnlijk werken vooral in de haven veel EU-arbeidsmigranten als gedetacheerde. Het PBLQ-rapport1 schat in dat er meer mensen in Rotterdam wonen dan er werken. De schatting van private partijen is dat dagelijks zo'n 500 auto's van Rotterdam naar het Westland rijden. Er is echter geen zicht op de werknemers die als gedetacheerde of als uitzendkracht in Rotterdam werken en buiten de stad wonen. Ook is er geen zicht op uitzendkrachten die buiten de provincie Zuid-Holland wonen en in Rotterdam werken. Er zijn 1.631 uitzendbureaus in de regio Rijnmond. Slechts een fractie hiervan is lid van de uitzendbrancheorganisaties ABU (13) of de NBBU (83). In het
1
PBQL, EU Migranten in de provincie Zuid-Holland, Adviesrapport 007086, versie 1.0, 25 september 2020.
7/9
Blad :
register van SNF (Stichting Normering Flexwonen) staan 700 geregistreerde organisaties; dit zijn 97.000 bedden in Heel Nederland. Dit is: • 25% van de markt voor uitzendkrachten. • 17% van de totale markt voor EU-arbeidsmigranten
Bevindingen EU-arbeidsmigratie volgens de geïnterviewde partijen 1. De gepercipieerde pakkans van malafide partijen is nihil; private partijen zijn teleurgesteld in de daadkracht van de overheid. Men had veel verwacht van de Wet Aanpak Schijnconstructies. Daarnaast blijkt de SNCU (in de volksmond CAO-politie) een papieren tijger, die slechts civielrechtelijke procedures kan voeren. Ook zijn er leemtes en lacunes in het totale systeem van handhaving en private zelfregulering. 2. Huisvestingsorganisaties missen faciliterende rol van gemeente om tekort tijdelijke woningen op te lossen; (malafide) huisjesmelkers springen in het gat. Het woningtekort in Rotterdam is fors. Door het tekort op de woningmarkt grijpen huisjesmelkers en malafide partijen hun kans om woningen te verhuren aan te grote groepen arbeidsmigranten die hiervoor te veel huur betalen. Hierdoor ontstaat overlast en overbewoning in de woonwijken door een fluïde groep bewoners. De geïnterviewden geven aan dat illegaal wonen toeneemt als er onvoldoende vergunningen en woonruimte zijn. Het effect hiervan is dat illegale bewoners zich niet inschrijven in de BRP. 3. Er zijn twee ketens: de bonafide (goedwillende) bureaus en inleners en de malafide (kwaadwillende) bureaus en inleners.
De malafide bedrijven onttrekken zich stelselmatig aan alle wet- en regelgeving en keurmerken en laten een spoor van maatschappelijke schade achter. Zij zijn crimineel en vluchtig. Alhoewel de bonafide bedrijven de intentie hebben het 'goed' te regelen, is ook hier verbetering mogelijk. Arbeidsmigranten die niet in staat zijn een volledige werkweek te werken of hun baan te behouden vallen in het huidige marktsysteem 'buiten de boot': ze raken hun woning kwijt, krijgen schulden en verdwijnen van de radar. 4.
Door focus op uitzendbranche mis je 33% van de EU-arbeidsmigranten
Arbeidsmigranten werken niet alleen als uitzendkracht, maar ook via een detacheringsconstructie (A1-verloning) of in een schijnconstructie als ZZP-er. De inschatting is dat deze groep 33% beslaat van de totale groep arbeidsmigranten2. Hier is echter nauwelijks zicht op, deze groep valt buiten de zelfregulering van de uitzendbranche en de Nederlandse wet- en regelgeving rondom werkgever -werknemersrelaties.
2
Bronnen: PBQL EU Migranten in de provincie Zuid-Holland, Adviesrapport 007086, versie 1.0, 25 september 2020, in combinatie met CBS cijfers.
Blad:
8/9
5. AIie publieke en private stakeholders handelen vanuit eigen perspectief: het totale systeem kent leemtes en lacunes Uit de verkenning is naar voren gekomen dat de publieke en private stakeholders vanuit hun eigen perspectief handelen en controleren op deelgebieden. Niemand is verantwoordelijk voor het totale systeem. Hierdoor ontstaan leemtes en lacunes. Zo wijzen uitzendbureaus en werkgevers naar elkaar als het gaat om verantwoordelijkheid voor een bestaansminimum in de vorm van een vaste arbeidsomvang gedurende een bepaalde periode. Huisvesters verhuren aan het uitzendbureau in plaats van aan de arbeidsmigrant, waardoor de koppeling van wonen en werken in stand blijft. Keurmerken controleren alleen op technische aspecten, niet op sociale aspecten met betrekking tot wonen en werken van arbeidsmigranten. Ook worden controles vooraf aangekondigd. Bovendien duren deze controles voor iedere organisatie even lang, ongeacht de grootte van de organisatie. Men kan relatief gemakkelijk iets verdoezelen, zowel qua woonruimte als administratief. De Extraterritoriale regeling (ET-regeling: fiscale regeling voor expats) is een perverse prikkel, die voor werkgever en arbeidsmigrant economisch interessant is. Het stimuleert echter de koppeling van huisvesting, transport en zorgverzekering aan werk.
Ook maken bedrijven gebruik van mazen in het net, omdat het ministerie van SZW en de Belastingdienst los van elkaar verschillende onderdelen van de regelingen controleren. Iedereen kan een uitzendbureau starten. Niet alleen is er geen certificeringsplicht, ook zijn er geen vakbekwaamheidseisen. Dit terwijl het uitzenden en op de juiste wijze verlonen in een complex wettelijk en CAOlandschap ingewikkeld is. Malafide partijen zijn vluchtig en maken gebruik van de mogelijkheid tot turboliquidatie. 6.
Ook de gemeente Rotterdam is inlener van uitzendkrachten en/of opdrachtgever en/of belanghebbende van grote en kleine (bouw)projecten waar EU arbeidsmigranten werken. Het is belangrijk om als opdrachtgever en relevante stakeholder proactief aandacht te vragen voor/eisen te stellen aan de condities waaronder de migranten aan het werk zijn. Dit gaat verder dan een formele opdrachtgeversrol. De gemeente en de private partijen hebben elkaar nodig om tot constructieve verbeteringen te komen over de gehele keten heen. 7.
Eigen regie EU-arbeidsmigranten.
Arbeidsmigranten zijn ook zelf verantwoordelijk voor hun eigen leven. De meesten pakken die verantwoordelijkheid. Er zijn echter ook mensen die naar Nederland vluchten voor problematiek in het land van herkomst. Zij gaan op goed geluk naar Nederland, hebben zich niet verdiept in wat het betekent om in Nederland te werken en nemen hun problemen mee (o.a. verslaving, schulden,
Blad:
9/9
detentieverleden). Deze groep is niet in staat werk te behouden en verdwijnt vervolgens 'onder de radar'.
Tot slot Sommige aanbevelingen uit het Fenomeenonderzoek zijn al in gang gezet via het Actieprogramma; in de voortgangsrapportage over 2021 wordt u hierover geïnformeerd. De komende tijd beraadt het programmateam zich over die aanbevelingen die nog niet in dit actieprogramma zijn opgenomen. Hetzelfde geldt voor de inzichten die de verkenning tot nu toe heeft opgeleverd. Er zijn reeds aanbevelingen opgesteld, die nog verder dienen te worden uitgewerkt in enerzijds verdiepende handelingsperspectieven en anderzijds concrete acties. Tegelijkertijd met de voortgangsrapportage EUarbeidsmigranten ontvangt u de definitieve conclusies van de verkenning en hoe deze (waar nodig) worden geborgd in het programma en/ of samen met andere overheden en stakeholders worden opgepakt. Met deze brief wordt motie 'Uitbuiting ondermijnt de sociale cohesie op Zuid' (20bb8814) als afgedaan beschouwd.
Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,
De burgemeester,