21bb970 Afdoeningsvoorstel wethouder De Langen toezegging 20bb2273 over betaalbaarheid van huisartsenpraktijken en eerstelijnszorgruimtes
Tekst van het document
S. de Langen Wethouder Volksgezondheid, Zorg, Ouderen en Sport
Bezoekadres: Stadhuis Coolsingel 40 3011 AD Rotterdam Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Website: www.rotterdam.nl E-mail: bbo@rotterdam.nl Inlichtingen: B. Uyterlinde Telefoon: 0631001972
Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Commissie Zorg, Onderwijs, Cultuur en Sport
Cluster: Maatschappelijke Ontwikkeling Ons kenmerk: 20MO03652 - 21bb000970 Uw kenmerk: 20bb2273 Datum: 22 januari 2021 Betreft: Betaalbaarheid van huisartsenpraktijken en eerstelijnszorgruimtes’
Geachte leden van de commissies, Hierbij wil ik u informeren over de uitkomsten van het onderzoek, met betrekking tot de betaalbaarheid van huisartsenpraktijken en de rolverdeling tussen zorgverzekeraars, huisartsen en gemeente. Dit naar aanleiding van de toezegging in het actualiteiten debat d.d. 13 februari jl. (20bb2273) en eerder beantwoorde raadsvragen (20bb3275). Zoals in het debat al is benoemd heeft de gemeente formeel geen verantwoordelijkheid bij de huisvesting van huisartsen maar zien we, gezien het belang van voldoende huisartsenzorg in de stad, wel een actieve bijdrage hierin van de gemeente. Afgelopen jaar is een gemeentelijke werkgroep aan de slag geweest en deze heeft in samenspraak met de huisartsen1, zorgverzekeraar Zilveren Kruis en ZorgImpuls een stadsbrede analyse gemaakt om een exacter beeld van de huidige knelpunten te krijgen, maar ook om een prognose van de toekomst hierin te maken van de huidige en te verwachten ruimtevraag van huisartsen in de stad. Uit de analyse blijkt dat veel huisartsenpraktijken een ruimtetekort ervaren. Hoewel 83% in het algemeen tevreden is over de huidige locatie van de praktijk (zoals bereikbaarheid, onderhoudsstaat en toegankelijkheid), geeft 90% aan dat er geen mogelijkheid is tot uitbreiding van ruimte. Het tekort aan ruimte kan in de meeste gevallen alleen worden opgelost met een alternatieve locatie.
Tevens blijkt dat het vinden van een geschikt, betaalbaar alternatief lastig is, met name in de bestaande stad. In nieuw te ontwikkelen gebieden wordt ruimte gereserveerd voor maatschappelijke functies, maar is het voor een huisarts financieel lastig een praktijk te starten. De verdiensten groeien gestaag in het tempo van de bouw en aanwas van nieuwe patiënten, terwijl de startinvestering hoog is. Ook is gebleken dat 80% van de praktijkruimtes zijn gehuurd.
1 In dit proces vertegenwoordigd de Landelijke Huisartsenvereniging kring Rotterdam (LHV).
Blad:
2/3
Dit brengt het risico met zich mee dat op moment dat huurcontracten aflopen huisartsen worden geconfronteerd met te forse huurstijgingen of de noodzaak een andere locatie te vinden. De verwachting is dat dit in de toekomst voor meer knelpunten zal zorgen. Daarnaast zal de ruimtebehoefte voor praktijkruimte in de toekomst structureel toenemen. Enkele oorzaken hiervan zijn: dat het aantal huisartsen, ten gevolge van parttime werken, op piekmomenten zal toenemen per praktijk, er sprake is van bevolkingsgroei, er een verschuiving van taken van de tweedelijns- naar eerstelijnszorg plaats vindt en de zorgvraag intensiever zal worden. Dit komt mede door de vergrijzing en toename chronische ziekten. Uit de analyse blijkt dat op dit moment voldoende huisartsen zijn gevestigd in de gemeente Rotterdam en dat 2/3e van de praktijken nog ruimte heeft om nieuwe patiënten aan te nemen. De spreiding van praktijkgebouwen is mogelijk niet optimaal, omdat er op wijkniveau wachtlijsten zijn. Maar ook de vrije keuze maakt dat er nooit een situatie bereikt zal worden waarin alle patiënten van een praktijk in dezelfde wijk of zelfs dezelfde gemeente wonen. Het ruimtetekort heeft een beperkende invloed op de instroom van nieuwe huisartsen. Het aantal opleidingsplekken is minder dan waar praktijkhouders toebereid zijn te geven.
Gelet op de eerdergenoemde ontwikkelingen zou de instroom moeten meegroeien met deze ontwikkelingen. Dit geldt ook voor praktijk ondersteunende functies (POH), ook dit wordt belemmerd door het huidige ruimtetekort. Alle betrokken partijen onderschrijven de noodzaak om gezamenlijk actie te ondernemen om de huidige knelpunten op te lossen, toekomstige knelpunten te voorkomen en om te komen tot een visie voor de toekomst. Leidend voor deze huisvestingsvisie zijn de genoemde ontwikkelingen zoals die in de zorg, beroepsgroep en bevolking. De primaire verantwoordelijkheid voor de huisvesting van praktijkruimtes ligt bij de huisartsen zelf. De zorgverzekeraar is verantwoordelijk voor de adequate bereikbaarheid van de zorg volgens de zorgverzekeringswet. Het beeld dat de analyse heeft opgeleverd raakt de ook verantwoordelijkheden van de gemeente en herbevestigt ons besluit om hierin als gemeente een actieve rol te nemen. Er is reeds besloten om in de referentiewaarden voldoende plekken voor huisartsen mee te nemen en actief te sturen op gezondheidscentra en praktijkruimte voor huisartsen in nieuwe gebiedsontwikkelingen. Momenteel zijn we in gesprek met de verantwoordelijke partijen hoe een verdere structurele samenwerking kan worden vormgegeven.
Ook wordt hierin meegenomen hoe bestaande gemeentelijke instrumenten hierin optimaal kunnen worden ingezet en zal nadrukkelijk gekeken worden naar innovatieve instrumenten en mogelijkheden.
Blad:
3/3
In het tweede kwartaal van 2021 zal ik u nader informeren over de voortgang van de besloten acties. Ik verzoek u hierbij toezegging 20bb2273 ’RvW Betaalbaarheid van huisartsenpraktijken en eerstelijnszorgruimtes’ als afgedaan te beschouwen.
Met vriendelijke groet,
S. de Langen Wethouder Volksgezondheid, Zorg, Ouderen en Sport