21bb9609 Raadsvoorstel over verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs Rotterdam 2021
Tekst van het document
speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 1 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door ten minste 10 groepen speciaal onderwijs, 2 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door ten minste 10 groepen voortgezet speciaal onderwijs, 3,5 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door ten minste 6 groepen speciaal onderwijs of 7,5 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door ten minste 3 groepen speciaal onderwijs gebruik te maken van een of meer gymnastiekruimten dan wel van binnen een redelijke termijn beschikbaar komende gymnastiekruimten; 3°. voortgezet onderwijs het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 2 km gebruik te maken van een of meer gymnastiekruimten dan wel van binnen redelijke termijn beschikbaar komende gymnastiekruimten, en c. het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaren de leerlingen waarvoor het door het college vastgestelde aantal klokuren noodzakelijk is aanwezig zullen zijn.
Registratienummer cluster: Portefeuillehouder: S. Kasmi Steller: G.H. Hofstede, 06-22051985
pagina 19
B.1.4 Ingebruikneming van een gymnastiekruimte De noodzaak van ingebruikneming blijkt uit: a. het feit dat: 1°. de minister de school voor het eerst voor bekostiging in aanmerking brengt; of 2°. het feit dat het huidige gebouw voor vervanging, conform artikel B.1.2, onderdeel a, voor vervangende nieuwbouw in aanmerking komt; b. het afwezig zijn van mogelijkheden om voor een school voor: 1. basisonderwijs binnen 1 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik van ten minste 20 klokuren, 3,5 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik van ten minste 15 klokuren of 7,5 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik van ten minste 5 klokuren gebruik te maken van een of meer gymnastiekruimten dan wel van binnen een redelijke termijn beschikbaar komende gymnastiekruimten; 2. speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs om binnen 1 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door ten minste 10 groepen speciaal onderwijs, 2 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door ten minste 10 groepen voortgezet speciaal onderwijs, 3,5 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door ten minste 6 groepen speciaal onderwijs of 7,5 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door ten minste 3 groepen speciaal onderwijs gebruik te maken van een of meer gymnastiekruimten dan wel van binnen een redelijke termijn beschikbaar komende gymnastiekruimten; of 3.
voortgezet onderwijs om binnen 2 km gebruik te maken van een of meer gymnastiekruimten dan wel van binnen redelijke termijn beschikbaar komende gymnastiekruimten; c. het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaren het door het college vastgestelde aantal klokuren aanwezig zullen zijn; en d. de kosten van ingebruikneming inclusief aanpassingen in redelijke verhouding, zulks ter beoordeling van het college, staan ten opzichte van de kosten van vervangende bouw. B.2 Terrein De noodzaak van het verwerven of uitbreiden van een terrein of een deel daarvan is aanwezig als voor het realiseren van de nieuwbouw of de uitbreiding geen of onvoldoende terrein aanwezig is. B.3 Eerste inrichting De noodzaak van eerste inrichting bewegingsonderwijs is aanwezig als nieuwbouw of uitbreiding van een bestaand lokaal bewegingsonderwijs voor de school is goedgekeurd, en nog niet eerder voor de desbetreffende leerlingen bekostiging van eerste inrichting bewegingsonderwijs is verstrekt. B.4 Medegebruik De noodzaak van medegebruik is aanwezig als het door de gemeente vastgestelde aantal klokuren bewegingsonderwijs zodanig is dat daarvoor binnen de op dat moment in gebruik zijnde lokalen bewegingsonderwijs geen plaats is.
B.5 Herstel constructiefouten De noodzaak van herstel van constructiefouten is aanwezig als een bouwkundige rapportage uitwijst dat het gaat om constructiefouten die hersteld moeten worden. B.6 Herstel of vervanging van schade aan gebouw, onderwijsleerpakket en meubilair in geval van bijzondere omstandigheden De noodzaak van vervangen of herstel van een gebouw, onderwijsleerpakket of meubilair als gevolg van schade daaraan is aanwezig als door de opgetreden bijzondere omstandigheid het onderwijs in het desbetreffende gebouw wordt gehinderd. Registratienummer cluster: Portefeuillehouder: S. Kasmi Steller: G.H. Hofstede, 06-22051985
pagina 20
Bijlage II – Prognosecriteria A. Algemeen 1. Een prognose van het aantal te verwachten leerlingen van een school voor basisonderwijs, een speciale school voor basisonderwijs, een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs of voor voortgezet onderwijs wordt gemaakt voor een periode van ten minste vijftien jaar, met als eerste jaar het jaar waarin de start van de bekostiging wordt gewenst (de prognoseperiode). 2. De prognose omvat gegevens voor ten minste een periode van zes jaar (de analyseperiode) met als laatste jaar het jaar dat voorafgaat aan het indienen van de aanvraag. De prognose is niet meer dan twee jaar oud. Als basis voor de prognose mag gebruik gemaakt worden van de omvang van de basisgeneratie voor het basisonderwijs zoals het meest recent berekend door het Centraal Bureau voor de Statistiek of het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. 3. Een prognose wordt schriftelijk aangeleverd en bevat in ieder geval de relevante gegevens en berekeningen over de analyse- en prognoseperiode, een beschrijving van de gebruikte programmatuur en een onderbouwing van de aannames waarop de prognose is gebaseerd. B. Voedingsgebied 1. Het voedingsgebied van een school omvat het gebied waaruit het overgrote deel van de leerlingen afkomstig is of zal zijn. 2.
De prognose voor een basisschool bevat in ieder geval een beschrijving van het voedingsgebied op wijkniveau. Bij een speciale school voor basisonderwijs en een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs of voortgezet onderwijs kan, als het voedingsgebied zich over de gemeentegrens uitstrekt, worden volstaan met een opsomming van de gemeenten die tot het voedingsgebied worden gerekend. 3. Voor zover het voedingsgebied kleiner is dan de hele gemeente wordt beredeneerd aangegeven welke berekeningen op de basisgeneratie zijn toegepast. C. Prognose school voor basisonderwijs De prognose van een school voor basisonderwijs geeft per jaar inzicht in het te verwachten aantal leerlingen van de school of nevenvestiging waarbij rekening wordt gehouden met: a. het voedingsgebied; b. de bevolking in het voedingsgebied, verdeeld in relevante leeftijdsgroepen; c. de woningvoorraad en wijzigingen daarin, inclusief een eventuele wijziging van het voedingsgebied; d. veranderingen als gevolg van migratie, sterfte en geboorte in de leeftijdsgroepen, bedoeld onder b; e. veranderingen in de bevolking als gevolg van wijzigingen in de woningvoorraad; f. de verdeling van de leerlingen als gevolg van de belangstelling voor de basisschool; en g. het onderwijs dat wordt gegeven.
Registratienummer cluster: Portefeuillehouder: S. Kasmi Steller: G.H. Hofstede, 06-22051985
pagina 21
D. Prognose speciale school voor basisonderwijs en school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs De prognose van een speciale school voor basisonderwijs en een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs geeft inzicht in: a. het voedingsgebied; b. de plaats waar het onderwijs moet worden gegeven; c. de voorgestelde datum van ingang van bekostiging; en d. als het een school voor meervoudig gehandicapte kinderen betreft, de handicaps van de leerlingen waarvoor de school bestemd is. E. Prognose school voor voortgezet onderwijs De prognose van een school voor voortgezet onderwijs geeft inzicht in: a. de gemeente van herkomst van de leerlingen; b. het voedingsgebied; c. de plaats waar het onderwijs moet worden gegeven; en d. instroom van nieuwe leerlingen zoals vastgesteld in de Overstaproute1 Bevoegde gezagsorganen conformeren zich aan de gemeentelijke prognose, dan wel kiezen voor een andere prognose. Indien voor een andere prognose gekozen wordt, wordt dezelfde teldatum als die van de gemeentelijke prognose gehanteerd. De prognoses moeten voldoen aan de eisen als vermeld in de Regeling modelprognose primair onderwijs 2013.
1 Voor het voortgezet onderwijs geldt dat de jaarlijkse instroom van nieuwe leerlingen per school
wordt vastgesteld in de Overstaproute en het afgestemde aantal beschikbare brugklasplaatsen per school wordt gepubliceerd in Onderwijs Transparant. In de Overstaproute staan de afspraken die de schoolbesturen in Rotterdam en omgeving hebben gemaakt over de overstap naar de middelbare school Registratienummer cluster: Portefeuillehouder: S. Kasmi Steller: G.H. Hofstede, 06-22051985
pagina 22
Bijlage III – Criteria vaststellen capaciteit, ruimtebehoefte en aanvullende ruimtebehoefte Deel A – Vaststellen capaciteit A.1 Uitgangspunten De capaciteit van gebouwen wordt op basis van onderstaande methodiek vastgesteld. Het college kan in overeenstemming met het bevoegd gezag van een school besluiten tot het verminderen van de met onderstaande methodiek vastgestelde capaciteit, als de hiertoe beschikbaar komende ruimten worden ingezet voor onderwijskundige, culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden. Als een deel van een gebouw is gerealiseerd met middelen van het bevoegd gezag zelf of met andere dan overheidsmiddelen en hiervoor geen vergoeding wordt genoten, kan het bevoegd gezag een verzoek indienen bij gemeente Rotterdam om dit deel niet tot de capaciteit van het gebouw te rekenen. Dit deel wordt wel geregistreerd. A.1.1 School voor basisonderwijs, speciale school voor basisonderwijs, school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs of voortgezet onderwijs 1. De capaciteit van een gebouw voor een school voor basisonderwijs, een speciale school voor basisonderwijs, een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs of een school voor voortgezet onderwijs wordt vastgelegd in de bruto vloeroppervlakte van het gebouw en bepaald overeenkomstig bijlage III, deel E. De capaciteit van ieder gebouw wordt afzonderlijk vastgesteld. 2.
Voor een speciale school voor basisonderwijs of een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs geldt dat een eventueel aanwezig speellokaal niet in de capaciteitsbepaling wordt meegenomen. Als een speellokaal aanwezig is en de noodzaak van het uitbreiden met een speellokaal, bedoeld in bijlage I, onder A.3.2, aanwezig is, wordt op de bruto vloeroppervlakte 90 vierkante meter in mindering gebracht. 3. Als sprake is van een schoolgebouw met een zeer ongunstige bruto-nuttig-verhouding kan het schoolbestuur een verzoek indienen tot vaststelling van een fictieve bruto vloeroppervlakte als grondslag voor de capaciteitsbepaling. 4. Voor een school voor basisonderwijs geldt dat ruimte voor een eventueel aanwezige voorziening peuteropvang waar een door het college gesubsidieerd programma peuteropvang uitgevoerd wordt, in mindering wordt gebracht op de capaciteit van het gebouw. A.1.2 Dislocaties, gebouwen met een permanente of tijdelijke bouwaard De capaciteit van dislocaties wordt overeenkomstig bijlage III, deel E, vastgesteld. A.1.3 Rangorde hoofdgebouwen en dislocaties Als een schoolbestuur voornemens is een hoofdvestiging, nevenvestiging of dislocatie af te stoten, wordt in overleg met het college vastgesteld welk gebouw wordt afgestoten.
A.1.4 Terrein Het terrein omvat het kadastraal perceel of de kadastrale percelen waarop het schoolgebouw met toebehoren zich bevindt. De terreinoppervlakte is gelijk aan de grootte in de kadastrale registratie van het Kadaster. Als de kadastrale perceelgrenzen niet overeenkomen met de grenzen van het schoolterrein wordt het met overheidsmiddelen bekostigde deel van de terreinoppervlakte vastgelegd. A.1.5 Inventaris 1. Voor de inventaris van een school voor basisonderwijs, een speciale school voor basisonderwijs, een school voor speciaal onderwijs of een school voor voortgezet speciaal onderwijs geldt de ruimtebehoefte op grond van de laatste teldatum, voorafgaand aan het indienen van de aanvraag als uitgangspunt. 2. Voor de inventaris van een school voor voortgezet onderwijs is de bruto vloeroppervlakte van de school de basis voor het vaststellen van de omvang van de aanwezige inventaris. Registratienummer cluster: Portefeuillehouder: S. Kasmi Steller: G.H. Hofstede, 06-22051985
pagina 23
A.1.6 Lokalen bewegingsonderwijs A.1.6.1 Lokalen bewegingsonderwijs. De capaciteit van een lokaal bewegingsonderwijs bedraagt ten hoogste 40 klokuren. A.1.6.2 Terrein De terreinoppervlakte is de oppervlakte zoals vastgelegd bij het Kadaster. Slechts de terreinoppervlakte van de vrijstaande lokalen bewegingsonderwijs gelegen op eigen terrein, los van het terrein van het lesgebouw, wordt geregistreerd. A.1.6.3 Inventaris De noodzaak van eerste inrichting bewegingsonderwijs is aanwezig als nieuwbouw of uitbreiding van een lokaal voor bewegingsonderwijs is goedgekeurd, en nog niet eerder voor de desbetreffende leerlingen bekostiging van eerste inrichting bewegingsonderwijs is verstrekt. Deel B – Vaststellen ruimtebehoefte B.1 Lesgebouwen B.1.1 School voor basisonderwijs 1. De ruimtebehoefte voor een school voor basisonderwijs wordt bepaald aan de hand van het aantal leerlingen en is inclusief een speellokaal. De ruimtebehoefte wordt berekend voor elke school met een eigen BRIN-nummer en voor elke nevenvestiging met een eigen vestigingsnummer. Een nevenvestiging wordt voor het berekenen van de ruimtebehoefte beschouwd als een afzonderlijke school. Aan de ruimtebehoefte wordt een toeslag verbonden, indien voor de school aanvullende bekostiging beschikbaar wordt gesteld. 2.
De basisruimtebehoefte wordt berekend met de formule: B = 200 + 5,03 * L, waarbij: B = Basisruimtebehoefte in vierkante meter bruto vloeroppervlakte, afgerond op hele vierkante meter. L = Aantal leerlingen dat op 1 oktober voorafgaande aan elk jaar waarop de prognose betrekking heeft op de school zijn ingeschreven. 3. Indien een school een vergoeding ontvangt op grond van de achterstandscore als bedoeld in artikel 27 van het Besluit bekostiging Wet op het primair onderwijs wordt een toeslag voor de ruimtebehoefte toegekend. De toeslag wordt berekend met de formule: T = 1,40 * G, waarbij: T = Toeslag in vierkante meter bruto vloeroppervlakte, afgerond op hele vierkante meter. G = De achterstandsscore, zoals gepubliceerd door de Dienst Uitvoering Onderwijs van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap vermenigvuldigd met 7,17%, rekenkundig afgerond op een geheel getal. B.1.2 Speciale school voor basisonderwijs 1. De ruimtebehoefte voor een speciale school voor basisonderwijs wordt bepaald aan de hand van het aantal leerlingen. De ruimtebehoefte wordt berekend voor elke school met een eigen BRIN-nummer en voor elke nevenvestiging met een eigen vestigingsnummer. Een nevenvestiging wordt voor het berekenen van de ruimtebehoefte beschouwd als een afzonderlijke school.
De ruimtebehoefte wordt berekend met de formule: R = 250 + 7,35 * L, waarbij R = Ruimtebehoefte in vierkante meter bruto vloeroppervlakte, afgerond op hele vierkante meter. L = Aantal leerlingen dat op 1 oktober voorafgaande aan elk jaar waarop de prognose betrekking heeft op de school zijn ingeschreven. 2. Een eventueel speellokaal leidt tot een additionele ruimtebehoefte van 90 vierkante meter. Registratienummer cluster: Portefeuillehouder: S. Kasmi Steller: G.H. Hofstede, 06-22051985
pagina 24
B.1.3 School voor (voortgezet) speciaal onderwijs 1. De ruimtebehoefte voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs wordt bepaald aan de hand van de onderwijssoort, de categorie (speciaal of voortgezet speciaal), het type vestiging en het aantal leerlingen. De ruimtebehoefte wordt berekend met de formule: R = 370 + [8,8 * Leerling SO] + [12,2 * Leerling VSO] , waarbij R = Ruimtebehoefte in vierkante meter bruto vloeroppervlakte, afgerond op hele vierkante meter. 370 = De vaste voet in vierkante meter bruto vloeroppervlakte voor de hoofdvestiging van een school en bij een zelfstandige locatie met meer dan 120 leerlingen Leerling SO = Aantal leerlingen dat op 1 oktober voorafgaande aan elk jaar waarop de prognose betrekking heeft op de school voor speciaal onderwijs zijn ingeschreven. Leerling VSO = Aantal leerlingen op 1 oktober voorafgaande aan elk jaar waarop de prognose betrekking heeft op de school voor voortgezet speciaal onderwijs zijn ingeschreven. 2. Voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs met lichamelijk gehandicapte kinderen of meervoudig gehandicapte kinderen vindt een toeslag in de ruimtebehoefte plaats. Voor Leerling SO bedraagt de toeslag 5 vierkante meter per leerling en voor Leerling VSO 3,3 vierkante meter per leerling.
De aantallen van de lichamelijk gehandicapte kinderen en meervoudig gehandicapte kinderen worden door de Dienst Uitvoering Onderwijs niet geregistreerd in de leerling gegevens. 3. Een eventueel speellokaal leidt tot een additionele ruimtebehoefte van 90 vierkante meter. B.1.4 School voor voortgezet onderwijs 1. De ruimtebehoefte voor een school voor voortgezet onderwijs wordt bepaald aan de hand van het ruimtebehoeftemodel. De totale ruimtebehoefte van een instelling voor voortgezet onderwijs is het totaal van twee componenten, te weten: a. een leerlinggebonden component, en b. een vaste voet. 2. De leerlinggebonden component wordt berekend door de in tabel 2.a opgenomen bruto vloeroppervlakten per leerling te vermenigvuldigen met het aantal leerlingen dat op de school voor voortgezet onderwijs staat ingeschreven. De leerlinggebonden component is afhankelijk van de soort onderwijs, het profiel dat de leerling volgt. 3. De vaste voet per instelling is 980 m² bruto vloeroppervlakte, die wordt toegekend aan de hoofdvestiging van de instelling. Voor een nevenvestiging die op grond van een ministeriële beschikking in aanmerking komt voor aanvullende bekostiging in verband met spreidingsnoodzaak, geldt een aanvullende vaste voet van 550 m² bruto vloeroppervlakte.
Wanneer een nevenvestiging geen spreidingsnoodzaak heeft, maar minimaal 300 leerlingen op grond van de laatste formele teldatum, voorafgaand aan de indiening van de aanvraag, geldt ook een aanvullende vaste voet van 550 m² bruto vloeroppervlakte. De vaste voet voor een hoofdvestiging of nevenvestiging met of zonder spreidingsnoodzaak is niet van toepassing op een zelfstandige school voor praktijkonderwijs. Voor praktijkonderwijs geldt een vaste voet van 306 m² voor zowel een zelfstandige vestiging als een afdeling voor praktijkschool. Indien van toepassing worden vaste voeten behorende bij die sectoren waar de beroepsgerichte leerweg wordt aangeboden toegekend aan de vestiging waarvan de omvang afhankelijk is van het VMBO-profiel, dat wordt aangeboden en de sector een omvang heeft van ten minste 100 leerlingen. 4. De ruimtebehoefte is de som van: a. de uitkomst van de vermenigvuldiging van het aantal leerlingen per onderwijssoort met de bijbehorende normoppervlakten; b. de vaste voet per instelling, en c. als dit van toepassing is, een vaste voet per VMBO-profiel, uitgedrukt in bruto vierkante meter.
Registratienummer cluster: Portefeuillehouder: S. Kasmi Steller: G.H. Hofstede, 06-22051985
pagina 25
Tabel 1.a – Berekening leerlingafhankelijke ruimtebehoefte voortgezet onderwijs 2
Onderwijssoort
Leerweg
Ruimtetype
BVO/leerling
Onderbouw (leerjaar 1 en 2)
-
Algemeen
6,18
Bovenbouw AVO/VWO
-
Algemeen
5,85
Bovenbouw theoretische leerweg
TLW
Algemeen
6,41
-
LWOO
Algemeen
7,07
Bovenbouw techniek
GLW
Algemeen
5,98
-
-
Specifiek
5,47
-
BLW
Algemeen
4,69
-
-
Specifiek
8,99
-
LWOO
Algemeen
4,44
-
-
Specifiek
12,72
Bovenbouw economie
GLW
Algemeen
5,95
-
-
Specifiek
0,89
-
BLW
Algemeen
5,56
-
-
Specifiek
2,25
-
LWOO
Algemeen
5,85
Specifiek
3,06
Algemeen
5,33
Specifiek
2,10
Algemeen
4,71
Specifiek
4,22
Algemeen
4,85
Specifiek
5,53
Algemeen
5,94
Specifiek
0,78
Algemeen
5,37
Specifiek
2,34
Algemeen
5,03
Specifiek
4,69
Algemeen
4,41
Specifiek
7,72
Bovenbouw zorg/welzijn
GLW
BLW
LWOO
Bovenbouw landbouw
GLW
BLW
LWOO
Praktijkonderwijs
2
TLW = LWOO = GLW = BLW =
theoretische leerweg leerwegondersteunend onderwijs gemengde leerweg beroepsgerichte leerweg (basis- of kader-) Registratienummer cluster: Portefeuillehouder: S. Kasmi Steller: G.H. Hofstede, 06-22051985
pagina 26
Tabel 1.b – Vaste voet per instelling voor het berekenen van de ruimtebehoefte voortgezet onderwijs Onderwijssoort
Ruimtetype
Vaste voet
Hoofdvestiging
Algemeen
980
Nevenvestiging met spreidingsnoodzaak
Algemeen
550
Nevenvestiging zonder spreidingsnoodzaak met >300 leerlingen
Algemeen
550
Tijdelijke nevenvestiging
Algemeen
0
VMBO-techniek BLW
Specifiek
299
VMBO-economie BLW
Specifiek
196
VMBO-zorg/welzijn BLW
Specifiek
168
VMBO-landbouw BLW
Specifiek
117
Praktijkonderwijs
Algemeen
306
5. In het Regionaal Plan
Onderwijsvoorzieningen 2021-2026 zijn afspraken vastgelegd over de omvang van schoolgebouwen in relatie tot het leerlingenaantal. B.2 Lokalen bewegingsonderwijs 1. De ruimtebehoefte van een lokaal bewegingsonderwijs wordt vastgesteld: a. voor een school voor basisonderwijs, op 2 klokuren per week per groep leerlingen 6 jaar en ouder; b. voor een speciale school voor basisonderwijs en een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs, op 2,25 klokuren per week per groep leerlingen 6 jaar en ouder, en c. als het schoolgebouw niet beschikt over een speellokaal, op 3,75 klokuren per week voor de leerlingen 4 en 5 jaar. 2. Bij een school voor voortgezet onderwijs wordt de ruimtebehoefte bepaald op basis van het aantal lestijden bewegingsonderwijs. Hiervoor geldt als maximum het aantal lesuren dat overeenkomstig tabel 2 van het ruimtebehoeftemodel is berekend. Deze berekening is als volgt: (aantal leerlingen * 32 * vierkante meter bruto vloeroppervlakte bewegingsonderwijs per leerling) ÷ 460. Voor het leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs wordt een aangepaste formule gehanteerd: (aantal leerlingen * 32 * vierkante meter bruto vloeroppervlakte bewegingsonderwijs per leerling) ÷ 322. Tabel 3 – Uitgangspunten vaststellen ruimtebehoefte lokaal bewegingsonderwijs voortgezet onderwijs Onderwijssoort
Leerweg
BVO per leerling
Onderbouw (leerjaar 1 en 2)
-
1,66
Bovenbouw AVO/VWO
-
0,78
Bovenbouw theoretische leerweg
TLW
1,11
-
LWOO
1,26
Bovenbouw techniek
GLW
1,11
-
BLW
1,38
-
LWOO
1,57
Bovenbouw economie
GLW
1,11
Registratienummer cluster: Portefeuillehouder: S. Kasmi Steller: G.H. Hofstede, 06-22051985
pagina 27
-
BLW
1,38
-
LWOO
1,57
Bovenbouw zorg/welzijn
GLW
1,11
-
BLW
1,38
-
LWOO
1,57
Bovenbouw landbouw
GLW
1,11
-
BLW
1,38
-
LWOO
1,57
Praktijkonderwijs
-
1,99
Deel C – Vaststellen aanvullende ruimtebehoefte C.1 Voor blijvend gebruik bestemde voorzieningen Er is sprake van een voorziening voor blijvend gebruik als de overeenkomstig deel C vastgestelde ruimtebehoefte gedurende ten minste vijftien jaar blijft bestaan. C.1.1 Nieuwbouw, of vervangende nieuwbouw De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde voorziening nieuwbouw of vervangende nieuwbouw wordt overeenkomstig deel B vastgesteld. C.1.2 Overige voor blijvend gebruik bestemde voorzieningen 1. Uitbreiding, uitbreiding ter vervanging van een bestaand gebouw, ingebruikneming of medegebruik wordt voor een: a. school voor basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs vastgesteld als het verschil tussen de overeenkomstig deel A vastgestelde capaciteit en de overeenkomstig deel B vastgestelde ruimtebehoefte gelijk of groter is dan de drempelwaarde van: 1°. 55 vierkante meter bruto vloeroppervlakte voor een voorziening basisonderwijs; 2°. 50 vierkante meter bruto vloeroppervlakte voor een voorziening speciaal basisonderwijs; 3°. 50 vierkante meter bruto vloeroppervlakte voor een voorziening voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs; b.
school voor voortgezet onderwijs vastgesteld als het verschil tussen de overeenkomstig deel A vastgestelde capaciteit en de overeenkomstig deel B vastgestelde ruimtebehoefte gelijk of groter is dan tien procent van de bestaande capaciteit met een minimum van 100 vierkante meter. Medegebruik wordt vastgesteld op het verschil tussen de overeenkomstig deel B vastgestelde ruimtebehoefte en de overeenkomstig deel A vastgestelde capaciteit verhoogd met 10%. 2. Voor een speciale school voor basisonderwijs en een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs bedraagt de bruto vloeroppervlakte van een speellokaal, in aanvulling op het aantal meters bruto vloeroppervlakte bedoeld in het eerste lid, 90 vierkante meter. C.2 Voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen De ruimtebehoefte van een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening wordt op dezelfde wijze vastgesteld als de ruimtebehoefte voor een voor blijvend gebruik bestemde voorzieningen. Een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening is voor ten minste vier jaar en ten hoogste vijftien jaar noodzakelijk. Voor het vaststellen van de omvang van een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening is het verschil: a. bij een school voor basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs ten minste 40 vierkante meter bruto vloeroppervlakte; en b.
bij een school voor voortgezet onderwijs het gestelde onder C.1.2, eerste lid, onder b. Registratienummer cluster: Portefeuillehouder: S. Kasmi Steller: G.H. Hofstede, 06-22051985
pagina 28
C.3 Overige voor blijvend gebruik of voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen De omvang van een goedgekeurde voorziening: a. voor blijvend of tijdelijk gebruik bestemde voorziening terrein, dan wel uitbreiding van het terrein, wordt bepaald door de minimaal noodzakelijke terreinoppervlakte om het schoolgebouw te realiseren met inachtneming van de bij of krachtens de wet gestelde eisen ten aanzien van de terreinoppervlakte en de minimumnormen, bedoeld in deel D. b. eerste aanschaf van: 1°. onderwijsleerpakket en meubilair, of uitbreiding van de eerste aanschaf van het onderwijsleerpakket en meubilair voor een school basisonderwijs, een speciale school voor basisonderwijs en een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs, en 2°. leer- en hulpmiddelen en meubilair, of uitbreiding van de eerste aanschaf van leeren hulpmiddelen en meubilair voor een school voor voortgezet onderwijs, is gekoppeld aan de omvang van de toegekende voorziening. c. tegemoetkoming in eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en meubilair voor een school voor voortgezet onderwijs als gevolg van een inpandige aanpassing waarbij algemene of specifieke ruimte wordt omgezet in specifieke of werkplaatsruimte bedraagt het verschil tussen de vergoeding voor eerste inrichting van de bestaande ruimte en de vergoeding voor eerste inrichting van de te creëren ruimte. d.
herstel van constructiefouten en herstel van schade aan het gebouw, onderwijsleerpakket, leer- en hulpmiddelen en meubilair in geval van bijzondere omstandigheden wordt bepaald door de activiteiten die minimaal noodzakelijk zijn voor de voortgang van het onderwijs. C.4 Lokalen bewegingsonderwijs 1. De omvang van de goedgekeurde voorziening nieuwbouw, vervangende nieuwbouw en uitbreiding van een lokaal bewegingsonderwijs wordt: a. voor een school voor basisonderwijs, een speciale school voor basisonderwijs, een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs vastgesteld op het verschil tussen de overeenkomstig bijlage III, deel A, vastgestelde capaciteit en het overeenkomstig B.2, eerste lid, vastgestelde ruimtebehoefte; en b. voor een school voor voortgezet onderwijs vastgesteld op de overeenkomstig B.2, tweede lid, vastgestelde ruimtebehoefte als de uitbreiding groter of gelijk is dan tien procent van de overeenkomstig deel A vastgestelde capaciteit. 2. De omvang van de goedgekeurde voorziening aanpassen van een lokaal bewegingsonderwijs van een school voor basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs wordt vastgesteld op de minimaal noodzakelijke aanvullende vloeroppervlakte om te kunnen voldoen aan de minimumnormen, bedoeld in deel D, onder D.3. 3.
De omvang van de goedgekeurde voorziening terrein, of uitbreiding van het terrein, voor een lokaal bewegingsonderwijs wordt vastgesteld op de minimaal noodzakelijke terreinoppervlakte om het lokaal, of de uitbreiding van het lokaal te realiseren. 4. De omvang van de goedgekeurde voorziening aanvulling op de eerste aanschaf van het meubilair wordt overeenkomstig bijlage IV bepaald als een lokaal bewegingsonderwijs in gebruik wordt genomen door andere leerlingen dan waarvoor het lokaal oorspronkelijk is bedoeld of wordt uitgebreid. 5. De omvang van de goedgekeurde voorziening herstel van constructiefouten en het herstel van schade aan gebouw, onderwijsleerpakket en meubilair in geval van bijzondere omstandigheden, wordt bepaald door de feitelijke kosten voor de activiteiten die minimaal noodzakelijk zijn voor de voortgang van het onderwijs.
Registratienummer cluster: Portefeuillehouder: S. Kasmi Steller: G.H. Hofstede, 06-22051985
pagina 29
C.5 Frictieruimte Bij de bepaling van de huisvestingsbehoefte voor scholen in het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs wordt gerekend met 5% ruimteopslag in te zetten als frictieruimte. Het rekenen met deze ruimteopslag kan zolang de omvang van het bestaande gebouw dit toelaat en indien de ruimten niet voor andere onderwijsdoeleinden benodigd zijn. Het kan niet leiden tot een ruimtetekort of meer m2 bij nieuwbouw. Deel D – Minimumnormen bij het realiseren van nieuwe voorzieningen D.1 Terreinoppervlakte 1 Voor een schoollocatie voor basisonderwijs, een speciale school voor basisonderwijs, een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs geldt voor de speelplaats een minimum terreinoppervlakte van 3 vierkante meter per leerling, met een minimum van 300 vierkant meter netto. Vanaf 200 leerlingen kan worden volstaan met 600 vierkante meter netto. 2 Bij nieuwbouw of vervangende nieuwbouw voor een school voor basisonderwijs, een speciale school voor basisonderwijs, een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs geldt, indien hier plaatselijk de mogelijkheid toe is, voor de speelplaats het vloeroppervlak in vierkante meters uit de volgende tabel: Aantal leerlingen van de school
Omvang buitenruimte
1-100 leerlingen
300
101-200 leerlingen
300 + 3 * (L - 100)
201-400 leerlingen
600
401-600 leerlingen
600 + 3 * (L - 400)
601-800 leerlingen
1200
801-1000 leerlingen
1200 + 3 * (L - 800)
1001 leerlingen of meer
1800
L = Aantal leerlingen dat op de teldatum voorafgaande aan elk jaar waarop de prognose betrekking heeft op de school zijn ingeschreven.
3. Bij nieuwbouw of vervangende nieuwbouw voor een school voor voortgezet onderwijs geldt, indien hier plaatselijk de mogelijkheid toe is, voor de speelplaats het vloeroppervlak in vierkante meters uit de volgende tabel: Aantal leerlingen van de school
Omvang buitenruimte
1-300 leerlingen
300
301 leerlingen of meer
300 + 0,75 * (L - 300)
L = Aantal leerlingen dat op de teldatum voorafgaande aan elk jaar waarop de prognose betrekking heeft op de school zijn ingeschreven.
4. De in het eerste en tweede lid gestelde normen betreffen de exclusieve speel- en beweegruimte voor de leerlingen van de school. Het terrein voor voorzieningen dient te worden opgeteld bij de norm. 5. Voor parkeervoorzieningen wordt de voor de locatie van het terrein geldende gemeentelijke parkeernorm gehanteerd. D.2 Speellokaal Een speellokaal heeft een minimum van 90 vierkante meter netto.
Registratienummer cluster: Portefeuillehouder: S. Kasmi Steller: G.H. Hofstede, 06-22051985
pagina 30
D.3 Lokaal bewegingsonderwijs 1. De netto vloeroppervlakte van een lokaal bewegingsonderwijs is ten minste 308 m², bij voorkeur in de verhouding LxBxH van 22x14x5.5 meter. 2. Een lokaal bewegingsonderwijs bevat ten minste twee kleedruimten met een was- of douchegelegenheid. Deel E – Meetinstructie voor het vaststellen van de bruto vloeroppervlakte van schoolgebouwen E.1 Meetinstructie voor schoolgebouwen De bruto vloeroppervlakte van een schoolgebouw wordt vastgesteld volgens NEN 2580. E.2 Aanvulling op de meetinstructie voor de schoolgebouwen E.2.1 (Speciaal) basisonderwijs en speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs 1. De in- en aangebouwde fietsenstallingen en bergingen die uitsluitend van buitenaf bereikbaar zijn, worden niet tot de bruto vloeroppervlakte gerekend. 2. De oppervlakte van verbindende ruimten tussen in- of aanpandige lokalen bewegingsonderwijs wordt toegekend aan het lesgebouw. 3. Bij scheidingswanden tussen lesgebouwen en in- of aanpandige lokalen bewegingsonderwijs wordt de bruto vloeroppervlakte gerekend tot het hart van de scheidingsconstructie. E.2.2 Voortgezet onderwijs De bruto oppervlakte van een gebouw is de som van de bruto vloeroppervlakte van alle tot het gebouw behorende beloopbare binnenruimten. De bruto vloeroppervlakte wordt gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande buitenconstructies die de ruimten omhullen.
Tot de bruto oppervlakte behoren eveneens: a. de oppervlakte van trapgaten, liftschachten, en leidingschachten op elk vloerniveau, en b. de oppervlakte van vrijstaande uitwendige kolommen, voor zover groter dan 0,5 vierkante meter. E.2.3 Uitzonderingen 1. De oppervlakten van overdekte niet door vaste buitenbegrenzingen omsloten ruimten worden niet tot de bruto vloeroppervlakte gerekend, ongeacht de vloerconstructie of wijze van verharding. Dit betreft in ieder geval luifels, dakoverstekken, de ruimte onder op kolommen staande verdiepingen, fietsenstallingen. 2. Open brand- of vluchttrappen aan de buitenzijde van een gebouw worden bij de bepaling van de bruto oppervlakte niet meegerekend. 3. Niet beloopbare kelders en zolders worden niet meegerekend. 4. In het geval er sprake is van een schoolgebouw met veel inefficiënte meters kan een schoolbestuur een verzoek indienen tot bijstelling van de bruto vloeroppervlakte. Dit conform de regeling Inefficiënte meters schoolgebouwen.
Registratienummer cluster: Portefeuillehouder: S. Kasmi Steller: G.H. Hofstede, 06-22051985
pagina 31
Bijlage IV –Financiële normering Deel A – Indexering De in de verordening genoemde normbedragen gelden voor 2021. Jaarlijks worden de normbedragen aangepast aan de werkelijke prijsontwikkeling tot 1 juli van het lopende jaar. Om te voorkomen dat elk jaar alle tabellen aangepast zouden moeten worden, wordt jaarlijks na 1 juli het prijsbijstellingscijfer bekendgemaakt. Voor de voorzieningen eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en meubilair en de klokuurvergoeding gymnastiek wordt als prijsbijstellingscijfer aangehouden het verschil tussen het CBS-indexcijfer 'Consumentenindex van alle huishoudens’ (NR-reeks), gepubliceerd in de 'Maandstatistiek van de prijzen' van het CBS over de maand juli van het lopende jaar en de maand juli van het daaraan voorafgaande jaar. Verwachte prijsontwikkeling ten behoeve van het programma Naast de bijstelling van de prijzen tot 1 juli van het jaar waarin het programma wordt vastgesteld is het noodzakelijk om een inschatting te maken van het werkelijk prijsniveau in het jaar van uitvoering van het programma. Dit is noodzakelijk om de hoogte van de vergoeding bij vaststelling van het programma en het moment van vergoeding vast te stellen.
Voor de voorzieningen nieuwbouw en uitbreiding geldt als prijsindexcijfer het MEV-cijfer (Macro-economische verkenningen) 'bruto investeringen door bedrijven in woningen', zoals bekendgemaakt op de derde dinsdag in september. Voor de voorzieningen eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en meubilair en de klokuurvergoeding gymnastiek geldt als prijsindexcijfer het MEV-cijfer 'prijsmutatie van de netto-materiële overheidsconsumptie', zoals bekendgemaakt op de derde dinsdag in september. Deel B – Normbedragen In artikel 4 van deze verordening is aangegeven welke voorzieningen worden vergoed op basis van normbedragen. Alle in deze bijlage genoemde bedragen zijn inclusief BTW. A. Nieuwbouw met permanente bouwaard A.1 Kostencomponenten nieuwbouw 1. De financiële normering voor nieuwbouw valt uiteen in de volgende kostencomponenten: a. kosten voor terrein; b. bouwkosten; c. toeslag voor verhuiskosten bij vervangende bouw; d. indien noodzakelijk toeslag paalfundering; e. als het een speciale school voor basisonderwijs of een school voor speciaal onderwijs betreft een toeslag voor het realiseren van een afzonderlijk speellokaal, en f. als het een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs betreft, toeslag voor het aanbrengen van een liftinstallatie. 2.
Als vervangende nieuwbouw of renovatie wordt gecombineerd met het uitbreiden van een gebouw ter vervanging van een ander gebouw, gelden de bedragen bedoeld in paragraaf C. 3. Indien sprake is van renovatie gelden de bedragen bedoeld in paragraaf B. Indien uit de uitwerking in de businesscase blijken dat de normbedragen niet toereikend zijn, kan het college besluiten een bovennormatieve vergoeding te verstrekken. A.2 Kosten voor terreinen Het benodigde bouwrijpe terrein wordt door de gemeente, eventueel na aankoop, om niet aan het schoolbestuur beschikbaar gesteld en het juridisch eigendom wordt aan hen overgedragen. De kosten van een terrein worden opgenomen op het programma, zowel bij aankoop van een terrein als in de situatie dat de gemeente een terrein beschikbaar stelt.
Registratienummer cluster: Portefeuillehouder: S. Kasmi Steller: G.H. Hofstede, 06-22051985
pagina 32
De kosten voor het terrein worden bepaald op de in de gemeente gangbare wijze van waardevaststelling van terreinen. Bij vervangende nieuwbouw behoren de kosten voor het slopen van het oude gebouw tot de kosten voor terreinen. Deze worden op basis van werkelijke kosten vergoed. A.3.1 Bouwkosten 1. Tot de bouwkosten behoren: a. de bouwkosten van het gebouw, inclusief fundering, en b. de kosten van de aanleg en inrichting van het schoolterrein. De bouwkosten omvatten de bouwkosten van het gebouw, inclusief bouwvoorbereiding, fundering op staal, alsmede aanleg en inrichting van het schoolterrein. De bouwkosten van het gebouw bestaan uit de kosten van bouwkundige werken, installaties (werktuigbouwkundige en elektrische installaties) en vaste inrichtingen. Tevens zijn in de bedragen de extra ambitie van Frisse Scholen opgenomen en maatregelen om te voldoen aan Bijna Energie Neutraal Bouwen (BENG). 2. De vergoeding bestaat uit een startbedrag, inclusief een aantal vierkante meters, en een bedrag per vierkante meter bruto vloeroppervlakte. Met deze vergoedingsbedragen worden de in bijlage III, deel B en C, vastgestelde aanvullende ruimtebehoefte gerealiseerd.
A.3.2 Bouwkosten school voor basisonderwijs De vergoeding voor een basisschool wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: 3 € 1.396.385,69 Startbedrag voor de realisatie van de eerste 350 m2 bvo 2 Voor elke volgende m bvo € 2.389,62 A.3.3 Toeslag paalfundering school voor basis onderwijs 1. Voor de school voor basis onderwijs is het bedrag van de normkosten gebaseerd op een standaardlocatie met fundering op staal. Voor paalfundering wordt, indien noodzakelijk, een aanvullend bedrag beschikbaar gesteld die bestaat uit een vast bedrag voor de eerste 350 m2 bvo en een bedrag per volgende m2 bvo (A). 2.
De aanvullende vergoeding is afhankelijk van de benodigde paallengte in relatie met de omvang van de bouw in bruto vloeroppervlakte en wordt bepaald op basis van de volgende formules: Paallengte 1 tot 15 meter € 15.925,64 + (€ 27,68 * A) Paallengte 15 tot 20 meter € 23.233,26 + (€ 48,13 * A) Paallengte 20 meter of langer € 37.179,48 + (€ 85,43 * A) A.3.4 Bouwkosten school voor speciaal basisonderwijs De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Startbedrag voor de realisatie van de eerste 670 m2 bvo, € 262.565,02 waarin niet begrepen een eventueel speellokaal Voor elke volgende m2 bvo, waarin niet begrepen een € 2.502,24 eventueel speellokaal Toeslag voor elk speellokaal € 214.676,68 A.3.5 Toeslag paalfundering school voor speciaal basis onderwijs 1. Voor de school voor basis onderwijs is het bedrag van de normkosten gebaseerd op een standaardlocatie met fundering op staal. Voor paalfundering wordt, indien noodzakelijk, een aanvullend bedrag beschikbaar gesteld die bestaat uit een vast bedrag voor de eerste 670 m2 bvo en een bedrag per volgende m2 bvo (A). 2. De aanvullende vergoeding is afhankelijk van de benodigde paallengte in relatie met de omvang van de bouw in bruto vloeroppervlakte en wordt bepaald op basis van de volgende formules: 3
Onder m2 bvo wordt hier en verder verstaan: vierkante meter bruto vloeroppervlakte. Registratienummer cluster: Portefeuillehouder: S. Kasmi Steller: G.H. Hofstede, 06-22051985
pagina 33
Paallengte 1 tot 15 meter Paallengte 15 tot 20 meter Paallengte 20 meter of langer
€ 23.304,26 € 35.961,74 € 60.229,84
+ + +
(€ 27,68 * A) (€ 48,13 * A) (€ 85,43 * A)
A.3.6 Bouwkosten school voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Startbedrag, voor de realisatie van de eerste 677 m2 € 2.177.352,96 bvo, waarin niet begrepen een eventueel speellokaal Voor elke volgende m2 bvo, waarin niet begrepen een € 2.487,40 eventueel speellokaal Toeslag voor elk speellokaal € 214.676,68 Toeslag liftinstallatie als bij nieuwbouw een liftinstallatie € 211.004,84 inclusief een schacht wordt aangebracht A.3.7 Toeslag paalfundering school voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs 1. Voor de school voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs is het bedrag van de normkosten gebaseerd op een standaardlocatie met fundering op staal. Voor paalfundering wordt, indien noodzakelijk, een aanvullend bedrag beschikbaar gesteld die bestaat uit een vast bedrag voor de eerste 677 m2 bvo en een bedrag per volgende m2 bvo (A). 2. De aanvullende vergoeding is afhankelijk van de benodigde paallengte in relatie met de omvang van de bouw in bruto vloeroppervlakte en wordt bepaald op basis van de volgende formules: Paallengte 1 tot 15 meter € 23.304,26 + € 27,68 * A) Paallengte 15 tot 20 meter € 35.961,74 + € 48,13 * A) Paallengte 20 meter of langer € 60.229,84 + € 85,43 * A) A.3.8 Bouwkosten school voor voortgezet onderwijs 1.
Er is geen onderscheid in de normbedragen tussen nieuwbouw en uitbreiding. 2. De vergoeding voor een school voor voortgezet onderwijs bestaat uit: a. een startbedrag, afhankelijk van de omvang van de voorziening; b. een werkplaatstoeslag, afhankelijk van het profiel in het VMBO; c. een bedrag afhankelijk van het aantal vierkante meters, vastgesteld op basis van de toegekende ruimtebehoefte per onderwijssoort, overeenkomstig bijlage III, deel C. Startbedrag < 455 m2 > 455 m2 < 2500 m2 >2500 m2
€0 € 698.943,65 € 882.417,14
Werkplaatstoeslag VMBO = Voor de onderwijssoort VMBO met de profielen: bwi, pie, mot, mat, hbr en g een bedrag van € 85.618,99. Ruimteafhankelijke vergoeding = Een bedrag per vierkante meter, dat afhankelijk is van de omvang van de voorziening en van de onderwijssoort en bijbehorende profiel
Onderwijssoort PRO, HAVO, VWO VMBO-TL, VMBO TL-IW
Profielen
Registratienummer cluster: Portefeuillehouder: S. Kasmi Steller: G.H. Hofstede, 06-22051985
bvo totaal exclusief gymnastiek <=455 m2 >455 m2 >=2.500 m2 2 <2.500 m € 3.739,08
€ 2.218,27
€ 2.165,71
pagina 34
VMBO Gemengde leerweg bwi, pie, mot, mat mvi, eo, hbr
€ 4.294,20 € 4.377,41
€ 2.548,93 € 2.598,20
€ 2.487,61 € 2.535,79
zw
€ 3.739,08
€ 2.218,27
€ 2.165,71
g
€ 4.874,49
€ 2.892,73
€ 2.823,75
d&p
€ 4.025,95
€ 2.389,07
€ 2.332,14
VMBO Basisberoepsgerichte/ Kaderberoepsgerichte leerweg bwi, pie, mot, mat € 4.489,09 mvi, eo, hbr € 4.577,78
€ 2.663,89 € 2.716,45
€ 2.600,39 € 2.651,85
zw
€ 3.739.08
€ 2.218,27
€ 2.165,71
g
€ 4.832,89
€ 2.867,54
€ 2.799,66
d&p
€ 3.344,92
€ 1.985,05
€ 1.937,97
€ 4.582,16 € 4.756,25
€ 2.719,73 € 2.822,65
€ 2.654,04 € 2.754,77
zw
€ 3.739,08
€ 2.218,27
€ 2.165,71
g
€ 4.323,76
€ 2.565,35
€ 2.504,04
d&p
€ 4.196,75
€ 2.490,90
€ 2.430,68
VMBO Leerwegondersteunend onderwijs bwi, pie, mot, mat mvi, eo, hbr
bwi = bouwen, wonen en interieur pie produceren, installeren en energie mot = mobiliteit en transport mat = maritiem en techniek mvi = media, vormgeving en ict eo = economie en ondernemen hbr = horeca, bakkerij en recreatie zw = zorg en welzijn g = groen
A.3.9 Toeslag paalfundering school voor voortgezet onderwijs 1. Voor de school voor voortgezet onderwijs is het bedrag van de normkosten gebaseerd op een standaardlocatie. Voor de volgende aanvullende investeringskosten wordt, indien noodzakelijk, een aanvullend bedrag beschikbaar gesteld: a. paalfundering, en b. bemaling. 2. De aanvullende vergoeding is afhankelijk van de benodigde paallengte in relatie met de omvang van de bouw in bruto vloeroppervlakte en wordt bepaald op basis van de volgende formules: Nieuwbouw en uitbreiding < 1000 m2 Paallengte 1 tot 15 meter € 5.730,54 + € 30,07 * A) Paallengte 15 tot 20 meter € 6.100,89 + € 50,86 * A) Paallengte 20 meter of langer € 6.811,44 + € 91,02 * A) Uitbreiding > = 1000 m2 Paallengte 1 tot 15 meter € 6.998,03 Paallengte 15 tot 20 meter € 9.127,77 Paallengte 20 meter of langer € 13.861,27 Registratienummer cluster: Portefeuillehouder: S. Kasmi Steller: G.H. Hofstede, 06-22051985
+ + +
€ 10,53 * A) € 27,32 * A) € 55,26 * A)
pagina 35
3. Als de grondwaterstand minder dan 1 meter onder het maaiveld ligt, is bemaling noodzakelijk en wordt een aanvullend bedrag per vierkante meter goedgekeurde terreinoppervlakte toegekend. De vergoeding bedraagt € 19,52 per vierkante meter terrein. A.4 Toeslag voor verhuiskosten bij vervangende nieuwbouw 1. Als een school tijdens de realisatie van vervangende nieuwbouw gebruik kan blijven maken van het bestaande schoolgebouw, bestaat aanspraak op bekostiging van de verhuiskosten voor één verhuizing. 2. Als een school tijdens de realisatie van vervangende nieuwbouw tijdelijk op een andere locatie moet worden gehuisvest, bestaat aanspraak op bekostiging van de verhuiskosten voor twee verhuizingen. 3. De vergoeding wordt vastgesteld op feitelijke kosten. B. Uitbreiding met permanente bouwaard B.1 Reikwijdte Deze paragraaf is van toepassing op de uitbreiding van de huisvesting in permanente bouwaard van een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs tot 1035 vierkante meter bruto vloeroppervlakte en van een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs tot 1000 vierkante meter bruto vloeroppervlakte. Op overige uitbreidingen is paragraaf B overeenkomstig van toepassing.
B.2 Kosten terrein Als uitbreiding van het terrein noodzakelijk is, is het bepaalde in B.2 overeenkomstig van toepassing op het vaststellen van de kosten voor het voor uitbreiding benodigde terrein. B.3.1 Bouwkosten 1. Tot de bouwkosten behoren: a. de bouwkosten van het gebouw, en b. kosten voor extra aanleg en inrichting van een deel van het schoolterrein. 2. De vergoeding bestaat uit een startbedrag, inclusief een aantal vierkante meters, en een bedrag per vierkante meter. Met deze vergoedingsbedragen wordt de overeenkomstig bijlage III, deel C, vastgestelde aanvullende ruimtebehoefte gerealiseerd.
B.3.2 Bouwkosten school voor basisonderwijs De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Startbedrag bij uitbreidingen van 115 m2 bvo of groter € 170.405,64 Startbedrag bij uitbreidingen van 55 tot 115 m2 bvo € 113.603,75 2 Naast het startbedrag voor elke m bvo € 2.269,99 B.3.3 Bouwkosten speciale school voor basisonderwijs De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Startbedrag bij uitbreidingen van 105 m2 bvo of groter € 175.239,05 Startbedrag bij uitbreidingen van 50 tot 105 m2 bvo € 116.826,04 Naast het startbedrag voor elke m2 bvo, waarin niet € 2.315,22 begrepen een eventueel speellokaal Toeslag voor elk afzonderlijk speellokaal (90 m2 bvo) in € 204.298,75 combinatie met uitbreiding van de school Vergoeding voor elk afzonderlijk speellokaal, zonder € 375.615,56 gelijktijdige uitbreiding van de school
Registratienummer cluster: Portefeuillehouder: S. Kasmi Steller: G.H. Hofstede, 06-22051985
pagina 36
B.3.4 Bouwkosten school voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Startbedrag bij uitbreidingen van 96 m2 bvo of groter € 158.714,60 Startbedrag bij uitbreidingen van 50 tot 96 m2 bvo € 105.809,74 2 Naast het startbedrag voor elke m bvo, waarin niet € 2.319,80 begrepen een eventueel speellokaal Toeslag voor elk afzonderlijk speellokaal (90 m2 bvo) in € 178.897,23 combinatie met uitbreiding van de school Vergoeding voor elk afzonderlijk speellokaal (90 m2 € 375.615,56 bvo), zonder gelijktijdige uitbreiding van de school Toeslag liftinstallatie als bij uitbreiding een liftinstallatie € 211.353,30 inclusief een schacht wordt aangebracht B.3.5 Toeslag paalfundering school voor voortgezet onderwijs Het bepaalde in A3.9 is overeenkomstig van toepassing op het bepalen van de omvang van de vergoeding voor paalfundering en bemaling bij uitbreiding. C. Lokalen bewegingsonderwijs C.1 Bouwkosten nieuwbouw 1. De vergoeding van de bouwkosten voor nieuwbouw van een lokaal bewegingsonderwijs met minimaal een netto speeloppervlakte van 308 vierkante meters bedraagt € 1.790.904,18 als deze op het schoolterrein gerealiseerd kan worden, of € 1.827.126,28 als deze op een afzonderlijk terrein gerealiseerd wordt.
In deze vergoeding zijn opgenomen de kosten van fundering op staal en inrichting van het terrein. De bouwkosten van het gebouw bestaan uit de kosten van bouwkundige werken, installaties (werktuigbouwkundige en elektrische installaties) en vaste inrichtingen. Tevens zijn in de bedragen de extra ambitie van Frisse Scholen opgenomen en maatregelen om te voldoen aan Bijna Energie Neutraal Bouwen (BENG). 2. Als paalfundering noodzakelijk is wordt een toeslag gegeven op basis van de volgende bedragen: Paallengte Vergoeding 1<15 m € 30.018,38 15<20 m € 41.381,88 >20 m € 58.119,07 D. Tijdelijke voorziening Koop en huur (inclusief plaatsingskosten) van een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening en huur van een bestaand gebouw worden vergoed op basis van de werkelijke kosten. E. Eerste inrichting onderwijsleerpakket voor een school ten behoeve van basisonderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs E.1.1 Uitbreiding onderwijsleerpakket en meubilair Bij uitbreiding met onderwijsleerpakket en meubilair wordt het uit te keren bedrag van de vergoeding bepaald aan de hand van het verschil tussen de al toegekende investeringsbedragen en de nieuw berekende vergoeding.
Registratienummer cluster: Portefeuillehouder: S. Kasmi Steller: G.H. Hofstede, 06-22051985
pagina 37
E.1.2 Vergoeding basisschool De vergoeding voor een basisschool wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Startbedrag € 41.801,99 Voor elke volgende m2 bvo € 146,24 E.1.3 Vergoeding speciale school voor basisonderwijs De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Startbedrag € 88.688,82 Naast het startbedrag voor elke volgende m2 bvo € 151,29 E.1.4 Vergoeding school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Startbedrag € 313.772 Naast het startbedrag voor elke m2 bvo € 215 E.1.5 Vergoeding speellokaal speciale school voor basisonderwijs De vergoeding voor onderwijsleerpakket en meubilair voor de inrichting van een speellokaal voor een speciale school voor basisonderwijs en een school voor speciaal onderwijs bedraagt € 8.093,25. F. Eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en meubilair voor een school ten behoeve van voortgezet onderwijs F.1 School voor voortgezet onderwijs 1. De vergoeding voor eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en meubilair is gekoppeld aan de toe te kennen voorziening nieuwbouw, uitbreiding en ingebruikneming, niet zijnde ingebruikneming ter vervanging van een bestaand gebouw.
Aanspraak op deze vergoeding bestaat als de eerste inrichting nog niet eerder door het rijk of de gemeente is bekostigd. De hoogte van de vergoeding wordt berekend door vast te stellen het verschil tussen de al toegekende vergoeding en de vergoeding die is vastgesteld op basis van de te realiseren bruto vloeroppervlakte per onderwijssoort. De vergoeding per onderwijssoort wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: per m2 Onderwijssoort bvo Praktijkonderwijs € 331 VMBO Theoretische leerweg (TLW) € 173 VMBO Theoretische leerwegondersteunend onderwijs (TLW€ 173 LWOO) VMBO- Profiel Bouwen, Wonen en Interieur (BWI) € 423 VMBO- Profiel Produceren, Installeren en Energie (PIE) € 423 VMBO- Profiel Mobiliteit en Transport (M&T) € 423 VMBO- Profiel Maritiem en Techniek (MaT) € 423 VMBO- Profiel Media, Vormgeving en ICT (MVI) € 247 VMBO- Profiel Economie en Ondernemen (E&O) € 247 VMBO- Profiel Horeca, Bakkerij en Recreatie (HBR) € 819 VMBO- Profiel Zorg-Welzijn (Z&W) € 403 VMBO- Profiel Groen € 423 VMBO- Profiel Dienstverlening en Producten (D&P) € 173 HAVO € 173 VWO € 173
Registratienummer cluster: Portefeuillehouder: S. Kasmi Steller: G.H. Hofstede, 06-22051985
pagina 38
2. Als in plaats van uitbreiding van het schoolgebouw medegebruik van een voor een school bestemd gebouw wordt gevorderd, wordt inventaris slechts toegekend als de inventaris in de voor medegebruik aangewezen ruimte ontbreekt of niet geschikt is. G. Lokalen bewegingsonderwijs G.1.1 OLP/meubilair school voor basisonderwijs en speciaal basisonderwijs De vergoeding voor de eerste inrichting met onderwijsleerpakket of meubilair voor een lokaal bewegingsonderwijs voor een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs bedraagt € 56.002. G.1.2 OLP/meubilair school voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs De vergoeding voor de eerste inrichting met onderwijsleerpakket of meubilair voor een lokaal bewegingsonderwijs voor een school voor speciaal onderwijs of voor voortgezet speciaal onderwijs bedraagt € 56.002. G.1.3 Meubilair/leer- en hulpmiddelen school voor voortgezet onderwijs De vergoeding voor de eerste inrichting meubilair of leer- en hulpmiddelen voor een lokaal bewegingsonderwijs voor een school voor voortgezet onderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Meubilair Leer- en hulpmiddelen Totaal Eerste lokaal € 1.183 € 70.529 € 71.712 Tweede lokaal Derde lokaal Oefenplaats 1 Oefenplaats 2
€ 1.183 € 1.183 € 0,00 € 0,00
€ 55.018 € 23.919 € 15.576 € 1.798
€ 56.201 € 25.102 € 15.576 € 1.798
G.1.4 Medegebruik/huur van een niet-eigen voorziening Naast bewegingsonderwijs in een eigen lokaal van de school is ook bewegingsonderwijs mogelijk in een bestaand lokaal bewegingsonderwijs door middel van: a. medegebruik van een gebouw van een andere school of de gemeente, of b. huur van een gebouw van een commerciële exploitant. H. Huur sportvelden 1. Een school voor voortgezet onderwijs maakt aanspraak op een vergoeding van de huur van een sportveld voor ten hoogste 8 weken per jaar. De vergoeding voor deze kosten bedraagt voor de periode van 8 weken € 23 per klokuur. 2. Aanspraak op vergoeding als bedoeld in het eerste lid bestaat uitsluitend als de school voor voortgezet onderwijs niet beschikt over een eigen sportveld en geen gebruik maakt van een sportveld dat door de gemeente is gefinancierd. DEEL C Vergoeding op basis van feitelijke kosten Bepaling van de feitelijk kosten De feitelijke kosten van de in artikel 4 genoemde voorzieningen worden bepaald aan de hand van de in de demarcatielijst opgenomen investeringskosten eigenaar versus gebruiker voor zover vereist uit relevante regelgeving. Deze kosten en het minimale kwalitatieve gebruikers niveau van deze investeringskosten staan beschreven in de Leidraad Bouwprojecten Onderwijs. Hierbij wordt rekening gehouden met de wet- en regelgeving, lokaal onderwijsbeleid, locatiegebonden factoren en de actuele marktsituatie.
Het College toetst zowel de bouwkundige als de prijstechnische aspecten, met als uitgangspunt "sober en doelmatig". Vaststelling van het uiteindelijke budget vindt plaats na het overleg zoals omschreven in artikel 9.
Registratienummer cluster: Portefeuillehouder: S. Kasmi Steller: G.H. Hofstede, 06-22051985
pagina 39
Huur van tijdelijke lokalen Naast aankoop kan een voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw ook worden gehuurd. In principe zijn er twee typen huur mogelijk: huur van een noodlokaal en huur van een bestaand gebouw. Beide soorten huur worden vergoed op basis van feitelijke kosten, exclusief onderhoud. Ten aanzien van de voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1 en 2, kan een aanvraag worden ingediend voor bekostiging van bouwvoorbereiding. Deze vergoeding omvat maximaal 5procent van het geraamde investeringsbedrag van de aan te vragen voorziening. Het beschikbaar gestelde bouwvoorbereidingskrediet, inclusief voorschot daarop, maakt onderdeel uit van het totale investeringsbedrag en wordt hierop in mindering gebracht. Indien goedgekeurde huisvestingsvoorzieningen, ingevolge artikel 4, eerste lid, worden vergoed op basis van feitelijke kosten, dienen de wettelijke voorschriften ten aanzien van aanbesteding voor de sector overheid en de aanbestedingsregels van de gemeente Rotterdam voldaan te worden. De laatste zijn beschreven in de “Leidraad Bouwprojecten Onderwijs”. Het uiteindelijke budget op basis van de feitelijke toegekende kosten wordt beschouwd als een taakstellend budget inclusief BTW. Hieronder vallen alle kosten die met de toegekende voorziening gemoeid zijn, alsmede verhuiskosten en parkeerafkoopregelingen.
Registratienummer cluster: Portefeuillehouder: S. Kasmi Steller: G.H. Hofstede, 06-22051985
pagina 40
Bijlage V – Criteria voor het vaststellen van de prioriteit van de aangevraagde voorziening 1. Algemeen Prioriteiten worden vastgesteld als het overeenkomstig artikel 11 vastgestelde bekostigingsplafond onvoldoende is om alle aangevraagde voorzieningen die in aanmerking komen om te worden opgenomen op het programma te honoreren. Op basis van de gestelde prioriteiten wordt een rangorde vastgesteld van de voorzieningen waarvan is vastgesteld dat die voor bekostiging in aanmerking komen. Daarna wordt vastgesteld voor welke voorzieningen het bekostigingsplafond voldoende is en deze voorzieningen worden opgenomen op het programma. De voorzieningen die niet worden opgenomen op het programma worden op het overzicht geplaatst. Een aanvraag die voldoet aan een criterium met de hoogste prioriteit krijgt voorrang op een aanvraag die voldoet aan een criterium met een lagere prioriteit. Hieronder volgt een lijst van voorzieningen in volgorde van toepassing: Prioriteit 1: Opheffen van capaciteitstekorten Voorzieningen om capaciteitstekorten op te heffen (als bepaald op basis van bijlage III). A. Medegebruik; B. Ingebruikneming van een gebouw; C. Huur; D. Verplaatsen noodlokalen bij tijdelijk capaciteitstekort; E. (Vervangende) nieuwbouw of uitbreiding als gevolg van permanent capaciteitstekort; F. Eerste inrichting (onderwijsleerpakketten, meubilair, leer- en hulpmiddelen, gymnastiek); G.
Terrein. Binnen de subprioriteiten geldt, daar waar procentueel het capaciteitstekort het grootst is, voor gaat. Het capaciteitstekort wordt vastgesteld op het niveau van het administratieve nummer van de school, het zogenaamde vestigingsnummer van het desbetreffende BRINnummer. Prioriteit 2: Handhaven adequaat niveau Voorzieningen om adequaat niveau te handhaven. A. Herstel constructiefout; B. Herstel en vervanging in verband met schade; C. (Vervangende) nieuwbouw (of renovatie) zoals opgenomen in het Integraal Huisvestingsplan; D. (Vervangende) nieuwbouw (of renovatie) De afweging van de volgorde binnen subprioriteiten A, B en D wordt op basis van de conditie gemaakt welke op basis van bouwkundig onderzoek, urgentie en gevaarzetting bepaald wordt. Binnen subprioriteit C geldt als basis de volgorde zoals opgenomen in het Integraal Huisvestingsplan.