21bb8531 Bijlage behorende bij 21bb8122 - uitspraak Raad van State bestemmingsplan Boezenbocht - Veilingterrein
Tekst van het document
De Afdeling overweegt dat niet valt uit te sluiten dat verkeer van en naar de metaalbedrijven enigszins wordt bemoeilijkt ten
Uitspraak 202004002/1/R3
17
opzichte van de bestaande situatie, maar dat aannemelijk is dat de bereikbaarheid van de metaalbedrijven voldoende is om een aanzienlijke belemmering van de bedrijfsvoering van de bedrijven te voorkomen. De Afdeling is van oordeel dat de raad dit aspect in de belangenafweging in redelijkheid van minder gewicht heeft kunnen achten dan de belangen die met de vaststelling van het plan zijn gemoeid. Het betoog slaagt niet. Uitbreiding bouwvlak voor de bedrijven 30. In hun zienswijze hebben Stichting Verenigde Bedrijven van de Boezembocht en andere verzocht om aan hun volledige percelen de aanduiding "bouwvlak" toe te kennen om optimaal de mogelijkheid te hebben tot overkapping van hun bedrijfsterreinen. Naar aanleiding daarvan is in het raadsvoorstel opgenomen om dit onderdeel van de zienswijze gegrond te verklaren. Stichting Verenigde Bedrijven van de Boezembocht en andere betogen dat de aanduiding "bouwvlak" echter slechts is toegekend aan een gedeelte van hun gronden. 30.1. De raad stelt dat het bouwvlak is uitgebreid ten opzichte van het ontwerpplan, omdat de vergunde uitbreiding van een kantoor ten onrechte niet was meegenomen. Hij wil het bouwvlak niet verder uitbreiden. In de zienswijzennota staat dat uit het akoestisch onderzoek blijkt dat geluidsbeperking door overkapping van de metaalbedrijven niet nodig is om realisering van de woningen mogelijk te maken.
De raad stelt dat ook zonder een overkapping sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat. In de zienswijzennota staat echter dat de raad aan de metaalbedrijven tegemoet wil komen door in het plan een overkapping mogelijk te maken. Met dit doel is in artikel 3, lid 3.3, van de planregels een afwijkingsbevoegdheid opgenomen op grond waarvan een hogere bouwhoogte kan worden toegestaan onder de voorwaarde dat het verhogen van de bouwhoogte niet zal leiden tot een toename van de geluidsemissies op de gevels van woningen. Over het punt van Stichting Verenigde Bedrijven van de Boezembocht en andere dat zij voor eventuele wijziging of uitbreiding van de metaalbedrijven in de toekomst graag zouden zien dat de aanduiding "bouwvlak" wordt verruimd, stelt de raad dat hiervoor in artikel 3, lid 3.5, van de planregels een wijzigingsbevoegdheid is opgenomen. Dat maakt een vergroting van het bouwvlak mogelijk onder de voorwaarde dat dit uit milieutechnisch oogpunt aanvaardbaar is. Ook moet daarbij worden aangetoond dat dit geen onaanvaardbare gevolgen heeft voor het woon- en leefklimaat op het punt van geluid bij de woningen die in Nieuw Kralingen worden toegestaan.
Omdat Stichting Verenigde Bedrijven van de Boezembocht en andere niet hebben gesteld dat de metaalbedrijven concrete plannen voor wijziging of uitbreiding hebben, is de Afdeling van oordeel dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat hij niet bij recht hoefde te voorzien in een verdere verruiming van het bouwvlak. Het betoog slaagt niet. Wijzigingsbevoegdheid naar een woonbestemming 31. Stichting Verenigde Bedrijven van de Boezembocht en andere richten zich tegen het plandeel met de bestemming "Bedrijf - Metaalverwerkingsbedrijf" voor hun gronden, voor zover geen mogelijkheid is opgenomen om deze bestemming te wijzigen naar een woonbestemming. De raad stelt zich volgens hen ten onrechte op het standpunt dat dit niet stedenbouwkundig inpasbaar is vanwege de geluidafwerende voorziening dan wel geluidafwerende bebouwing die ten zuiden van de metaalbedrijven mogelijk wordt gemaakt. Zij snappen niet waarom deze geluidafwerende voorziening dan wel geluidafwerende bebouwing wel stedenbouwkundig inpasbaar wordt geacht ten opzichte van de 800
Uitspraak 202004002/1/R3
18
woningen die mogelijk worden gemaakt in het plan. Zij wijzen erop dat zij al in het najaar van 2018 aan de gemeente hebben aangegeven dat er een gegadigde is die woningbouw wil realiseren op de gronden van de metaalbedrijven. Volgens hen had dan ook al in een vroegtijdig stadium kunnen worden onderzocht of dit ruimtelijk aanvaardbaar is. Over de bufferbebouwing stellen zij dat deze alleen nodig is als de bestaande bedrijvigheid van de metaalbedrijven wordt voortgezet. Zij betogen dat niet vol te houden is dat het opnemen van een wijzigingsbevoegdheid zou leiden tot ernstige vertraging van de huidige plannen. In dit verband wijzen zij erop dat ten gunste van de eigenaar van bedrijvenpark Boezembocht wel een wijzigingsbevoegdheid is toegekend. Ook wijzen zij erop dat voor OCNK nog in de eindfase is voorzien in een woonbestemming voor de Wellant-locatie. Dit getuigt volgens Stichting Verenigde Bedrijven van de Boezembocht en andere bovendien van ongelijke behandeling. 31.1. De raad stelt dat de metaalbedrijven nooit een concreet initiatief hebben voorgelegd voor woningbouw voorafgaand aan de vaststelling van het plan. Daarom kon dit niet worden meegenomen. De raad heeft ter zitting toegelicht dat de metaalbedrijven pas na de vaststelling van het plan concretere plannen hebben ingediend.
De gemeente is hierover nu in overleg met de projectontwikkelaar die is benaderd door de metaalbedrijven, maar de raad stelt wel dat het niet eenvoudig is om op de locatie van de metaalbedrijven woningbouw te realiseren. De gronden van de metaalbedrijven worden namelijk aan de noordkant begrensd door een snelweg, spoorwegverkeer, een emplacement en bedrijven, terwijl ze aan de zuidkant worden begrensd door de Verlegde Bosdreef. Er moet dus nog veel onderzoek worden verricht naar de stedenbouwkundige haalbaarheid van woningbouw op deze locatie, maar er moet vooral ook worden onderzocht of woningbouw op deze locatie akoestisch wel verantwoord is in te passen. 31.2. De Afdeling overweegt dat niet is gebleken dat Stichting Verenigde Bedrijven van de Boezembocht en andere stukken hebben overgelegd waaruit een tijdig en concreet initiatief zou blijken. Het enkele feit dat zij de wens hebben uitgesproken om woningen te bouwen, is onvoldoende om dat aan te merken als een concreet particulier initiatief waarin de raad aanleiding had moeten zien om dat nader te onderzoeken. 31.3.
Over de door Stichting Verenigde Bedrijven van de Boezembocht en andere gemaakte vergelijking met de locatie voor het Wellant College heeft de raad zich op het standpunt gesteld dat deze situatie niet dezelfde is als de situatie die nu aan de orde is, omdat OCNK voor de locatie van het Wellant College wel een concreet initiatief had ingediend voorafgaand aan de vaststelling van het plan. Over de door Stichting Verenigde Bedrijven van de Boezembocht en andere gemaakte vergelijking met de locatie voor het bedrijvenpark Boezembocht heeft de raad zich op het standpunt gesteld dat deze situatie niet dezelfde is als de situatie die nu aan de orde is, omdat bedrijvenpark Boezembocht zich wat betreft situering ten opzichte van de woonwijk Nieuw Kralingen en de Verlegde Bosdreef beter leent voor woningbouw. Gelet op wat Stichting Verenigde Bedrijven van de Boezembocht en andere hebben aangevoerd is de Afdeling van oordeel dat de raad zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de twee situaties niet dezelfde zijn als de situatie die nu aan de orde is. Het betoog slaagt niet. Stikstof 32. Stichting Verenigde Bedrijven van de Boezembocht en andere betogen dat er in de memo "Stikstofdepositie aanlegfase Nieuw Kralingen" van Rho adviseurs voor leefruimte van
Uitspraak 202004002/1/R3
19
1 april 2020 van uit wordt gegaan dat er gemiddeld 50 woningen per jaar worden gerealiseerd. Zij betwijfelen of dat bouwtempo in de praktijk niet wezenlijk hoger zal liggen en dus een veel hogere stikstofdepositie zal opleveren. 32.1. In de memo "Stikstofdepositie aanlegfase Nieuw Kralingen" van Rho adviseurs voor leefruimte van 1 april 2020 worden de beoogde ontwikkelingen getoetst aan de Wet natuurbescherming. 32.2. Blijkens de geschiedenis van de totstandkoming van de Wet aanpassing bestuursprocesrecht (Kamerstukken II, 2009/10, 32 450, nr. 3, blz. 18-20) heeft de wetgever met artikel 8:69a van de Awb de eis willen stellen dat er een verband moet bestaan tussen een beroepsgrond en het belang waarin de appellant door het bestreden besluit dreigt te worden geschaad. De bestuursrechter mag een besluit niet vernietigen wegens schending van een rechtsregel die kennelijk niet strekt tot bescherming van het belang van de appellant. 32.3. De Afdeling overweegt dat Stichting Verenigde Bedrijven van de Boezembocht en andere opkomen voor hun bedrijfsbelangen. De bepalingen in de Wet natuurbescherming zijn geschreven om de natuurwaarden in Natura 2000-gebieden te beschermen. Zij hebben niet tot doel de belangen die zijn gemoeid met de exploitatie van bedrijven te beschermen.
Bovendien is niet gebleken dat de bedrijfseconomische belangen verweven zijn met het belang bij bescherming van de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied, waarbij het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied op een afstand van ongeveer 11 km tot het plangebied ligt. Het voorgaande betekent dat Stichting Verenigde Bedrijven van de Boezembocht en andere niet met succes een beroep kunnen doen op de bepalingen in de Wet natuurbescherming. Wat zij hebben aangevoerd over de memo "Stikstofdepositie aanlegfase Nieuw Kralingen" van Rho adviseurs voor leefruimte van 1 april 2020, laat de Afdeling daarom buiten bespreking. De Afdeling sluit hiermee aan bij overweging 10.53 en 10.54 van haar overzichtsuitspraak van 11 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2706. M.e.r-plicht 33. Stichting Verenigde Bedrijven van de Boezembocht en andere betogen dat niet duidelijk is of de metaalbedrijven in de m.e.r.-beoordeling op de juiste wijze zijn meegenomen. 33.1. De Afdeling overweegt dat uit de plantoelichting volgt dat de metaalbedrijven zijn meegenomen in de m.e.r.-beoordeling. Daarin staat dat rekening is gehouden met de metaalbedrijven die zich op relatief korte afstand bevinden van de woningbouw en dat de woningen geluidhinder kunnen ondervinden van de metaalbedrijven.
Stichting Verenigde Bedrijven van de Boezembocht en andere hebben niet weerlegd dat de m.e.r.-beoordeling op dit punt desondanks gebrekkig is. Het betoog slaagt niet. Herhalen en inlassen zienswijze 34. Stichting Verenigde Bedrijven van de Boezembocht en andere hebben zich in hun beroepsschrift voor het overige beperkt tot het verwijzen naar de inhoud van de zienswijze. Zij hebben in het beroepschrift of op de zitting geen redenen aangevoerd waarom de weerlegging van die zienswijze in het bestreden besluit onjuist zou zijn. Conclusie 35. Het beroep van Stichting Verenigde Bedrijven van de Boezembocht en andere is ongegrond.
Uitspraak 202004002/1/R3
20
Proceskosten 36. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden van Stichting Verenigde Bedrijven van de Boezembocht en andere. De raad moet wel proceskosten vergoeden van de Stoomstichting. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart het beroep van Stichting Stoomstichting Nederland gegrond; II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Rotterdam van 28 mei 2020 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Boezembocht-Veilingterrein", voor zover geen evenementenregeling in artikel 9 van de planregels is opgenomen; III. draagt de raad van de gemeente Rotterdam op om binnen 16 weken met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen een nieuw besluit te nemen over het onder II genoemde plandeel en dit zo spoedig mogelijk op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken; IV. verklaart het beroep van Stichting Verenigde Bedrijven van de Boezembocht en andere ongegrond; V. veroordeelt de raad van de gemeente Rotterdam tot vergoeding van bij Stichting Stoomstichting Nederland in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1068,00 (zegge: duizendachtenzestig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; VI.
gelast dat de raad van de gemeente Rotterdam aan Stichting Stoomstichting Nederland het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 354,00 (zegge: driehonderdvierenvijftig euro) vergoedt. Aldus vastgesteld door mr. B.J. Schueler, voorzitter, en mr. D.A. Verburg en mr. A. Kuijer, leden, in tegenwoordigheid van mr. M. Priem, griffier. De voorzitter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. Uitgesproken in het openbaar op 2 juni 2021 646.
BIJLAGE Artikel 3 Bedrijf - Metaalverwerkingsbedrijf 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf - Metaalverwerkingsbedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijfsactiviteiten t/m categorie 3.2. ten behoeve van metaalverwerkingsbedrijven; b. bijbehorende opslag- en werkterreinen, parkeervoorzieningen, ontsluitingswegen en paden, groen en water. 3.2 Bouwregels
Uitspraak 202004002/1/R3
21
3.2.1 Algemeen Op de voor 'Bedrijf - Metaalverwerkingsbedrijf' bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde functie. 3.2.2 Bebouwingsnormen a. bouwwerken mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak; b. de bouwhoogte van bouwwerken mag niet meer bedragen dan met de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' op de verbeelding is aangegeven. 3.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.2 onder b, in die zin dat ter plaatse van het bedrijf Lion Metals een bouwhoogte van maximaal 25 meter is toegestaan en ter plaatse van het bedrijf Forest Metal Group een bouwhoogte van maximaal 20 meter is toegestaan, onder de voorwaarde dat het verhogen van de bouwhoogte niet leidt tot verhoging van de geluidsimmissies op de gevels van de woningen die op grond van de bestemming "Woongebied" zijn toegestaan. 3.4 Specifieke gebruiksregels 3.4.1 Bedrijfsgebonden kantoren Bedrijfsgebonden kantoren mogen per bedrijf niet meer dan 50 % van het bruto vloeroppervlak innemen, met een maximum van 3000 m2.
3.5 Wijzigingsregels Burgemeester en wethouders kunnen op grond van artikel 3.6 Wet ruimtelijke ordening de bestemming 'Bedrijf - Metaalverwerkingsbedrijf' wijzigen, in die zin dat ter plaatse het op grond van 3.2.2 toegestane bouwvlak wordt vergroot, onder de voorwaarden dat: a. de wijziging uit milieutechnisch oogpunt aanvaardbaar is; in ieder geval moet aangetoond worden dat de vergroting van het bouwvlak geen onaanvaardbare gevolgen heeft voor het woon- en leefklimaaat met betrekking tot geluid van de woningen die op grond van de bestemming Woongebied' worden toegestaan. Artikel 6 Bedrijventerrein - 1 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijventerrein - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijfsactiviteiten t/m categorie 3.1, zoals opgenomen op de lijst van bedrijfsactiviteiten die als bijlage 2 bij deze regels is gevoegd; b. ter plaatse van de aanduiding "sportcentrum" tevens voor een sportschool; c. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf - 1" tevens voor een cateringbedrijf; d. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf - 2" tevens voor een autoshowroom met bijbehorende activiteiten; e. bijbehorende opslag- en werkterreinen, parkeervoorzieningen, ontsluitingswegen (max 30
Uitspraak 202004002/1/R3
22
km p/u) en -paden, groen en water. 6.2 Bouwregels 6.2.1 Algemeen Op de voor 'Bedrijventerrein - 1' bedoelde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde functie. 6.2.2 Bebouwingsnormen a. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak; b. de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan met de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' op de verbeelding is aangegeven; c. het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan met de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' op de verbeelding is aangegeven, waarbij het bebouwingspercentage wordt berekend over de gronden die liggen binnen het bouwvlak. 6.3 Specifieke gebruiksregels 6.3.1 Toegestane bedrijven Uitsluitend bedrijven t/m categorie 3.1 van de lijst bedrijfsactiviteiten behorende bij deze regels zijn toegestaan. 6.3.2 Bedrijfsgebonden kantoren Bedrijfsgebonden kantoren mogen per bedrijf niet meer dan 50 % van het bruto vloeroppervlak innemen, met een maximum van 3000 m2. Artikel 7 Bedrijventerrein - 2 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijventerrein - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijfsactiviteiten t/m categorie 3.2, zoals opgenomen op de lijst van bedrijfsactiviteiten die als bijlage 2 bij deze regels is gevoegd; b. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf - 1" tevens voor een cateringbedrijf; c.
bijbehorende opslag- en werkterreinen, parkeervoorzieningen, ontsluitingswegen en paden, groen en water. 7.2 Bouwregels 7.2.1 Algemeen Op de voor 'Bedrijventerrein - 2' bedoelde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde functie. 7.2.2 Bebouwingsnormen a. de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan met de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' op de verbeelding is aangegeven;
Uitspraak 202004002/1/R3
23
b. het bebouwingspercentage mag niet mee bedragen dan met de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' op de verbeelding is aangegeven. 7.3 Specifieke gebruiksregels 7.3.1 Toegestane bedrijven Uitsluitend bedrijven t/m categorie 3.2 van de lijst bedrijfsactiviteiten behorende bij deze regels zijn toegestaan. 7.3.2 Bedrijfsgebonden kantoren Bedrijfsgebonden kantoren mogen per bedrijf niet meer dan 50 % van het bruto vloeroppervlak innemen, met een maximum van 3000 m2. Artikel 8 Gemengd - 1 8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Gemengd - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven t/m categorie 2, zoals opgenomen op de lijst van bedrijfsactiviteiten die als bijlage 2 bij deze regels is gevoegd, en de daarbij behorende opslag- en werkterreinen; b. dienstverlening; c. één sportschool/fitnesscentrum; d. één kantoor met een maximum 1.000 m2 b.v.o; e. één horecavestiging, in de zin van een restaurant en/of lunchroom, met een maximum van 600 m2 b.v.o; f. kantoren tot 1.000 m2 b.v.o met een maximum van 250 m2 b.v.o. per vestiging. g. ter plaatse van de aanduiding "overige zone - geluidsafscherming 1" tevens voor een geluidafwerende voorziening danwel geluidafwerende bebouwing; h. voorzieningen zoals groen, parkeervoorzieningen, ontsluitingswegen en -paden.
8.2 Bouwregels 8.2.1 Algemeen Op de voor 'Gemengd - 1' bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde functies. 8.2.2 Bebouwingsnormen a. de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan met de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' op de verbeelding is aangegeven; b. ter plaatse van de aanduiding "overige zone - geluidsafscherming 1" moet een geluidsscherm danwel bebouwing worden gebouwd waarvan de bouwhoogte niet minder mag bedragen dan op de verbeelding met de aanduiding "minimum bouwhoogte" is aangegeven en de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan met de aanduiding "maximum bouwhoogte" is aangegeven, behoudens daar waar een minimum bouwhoogte van 15 meter moet worden gerealiseerd; ter plaatse van die gronden is dit tevens de maximum bouwhoogte;
Uitspraak 202004002/1/R3
24
c. indien ter plaatse van de aanduiding "overige zone - geluidsafscherming 1" bebouwing wordt gerealiseerd, dan mag de binnenwaarde in de bebouwing niet meer bedragen dan 45 dB(A) met betrekking tot het geluid afkomstig van de bedrijven Lion Metals en Forest Metal Group, tenzij uit nader akoestisch onderzoek blijkt, dat de geluidsproductie van de functie die in het gebouw wordt gevestigd hoger is dan deze binnenwaarde. 8.3 Wijzigingsregels 8.3.1 Tankstation Burgemeester en wethouders kunnen op grond van artikel 3.6 Wet ruimtelijke ordening de bestemming(en) de bestemming 'Gemengd - 1' wijzigen, in die zin dat ter plaatse een verkooppunt voor motorbrandstoffen, zonder LPG, met de daarbij behorende boven- en ondergrondse voorzieningen, erf, alsmede, uitsluitend in combinatie hiermee detailhandel tot een verkoop vloeroppervlak van maximaal 125 m2 is toegestaan, onder de voorwaarden dat: a. het bestaande tankstation ter plaatse van de de bestemming "Bedrijf - Verkooppunt motorbrandstoffen" is komen te vervallen; b. de wijziging uit verkeerskundig oogpunt aanvaardbaar is; c. de wijziging uit milieutechnisch oogpunt aanvaardbaar is.
8.3.2 Tuincentrum en/of bouwmarkt Burgemeester en wethouders kunnen op grond van artikel 3.6 Wet ruimtelijke ordening de bestemming(en) de bestemming 'Gemengd - 1' wijzigen, in die zin dat een tuincentrum en/of bouwmarkt is toegestaan, onder de voorwaarden dat: a. is aangetoond dat het woon- en leefklimaat niet onevenredig wordt aangetast en geen onaanvaardbare leegstand ontstaat; b. de binnenwaarde in de bebouwing niet meer bedragen dan 55 dB(A) met betrekking tot het geluid afkomstig van de bedrijven Lion Metals en Forest Metal Group; c. voorzover sprake is van een vestiging met meer dan 1000 m2 bruto vloeroppervlak advies is gevraagd aan de adviescommissie detailhandel Zuid-Holland; d. ten hoogste 20% van het netto verkoopvloeroppervlak voor de verkoop van het nevenassortiment wordt gebruikt en het nevenassortiment past bij het hoofdassortiment; e. regionale afstemming heeft plaatsgevonden. Artikel 9 Gemengd - 2 9.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Gemengd - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijfsactiviteiten ten behoeve van de stalling, het onderhoud en de reparatie van (historisch) rollend spoor- en tramwegmaterieel (waaronder stoomlocomotieven) de aansluiting op het spoorwegnet en een draaischijf; b. museum met bijbehorende horeca; c. voorzieningen behorend bij bovengenoemde functies, zoals groen, parkeervoorzieningen, ontsluitingswegen en -paden.
Uitspraak 202004002/1/R3
25
9.2 Bouwregels 9.2.1 Algemeen Op de voor 'Gemengd - 2' bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde functies. 9.2.2 Bebouwingsnormen a. gebouwen mogen uitsluitend gebouwd worden binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak; b. de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan met de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' op de verbeelding is aangegeven. Artikel 9 Gemengd - 2 9.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Gemengd - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijfsactiviteiten ten behoeve van de stalling, het onderhoud en de reparatie van (historisch) rollend spoor- en tramwegmaterieel (waaronder stoomlocomotieven) de aansluiting op het spoorwegnet en een draaischijf; b. museum met bijbehorende horeca; c. voorzieningen behorend bij bovengenoemde functies, zoals groen, parkeervoorzieningen, ontsluitingswegen en -paden. 9.2 Bouwregels 9.2.1 Algemeen Op de voor 'Gemengd - 2' bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde functies. 9.2.2 Bebouwingsnormen a. gebouwen mogen uitsluitend gebouwd worden binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak; b. de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan met de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' op de verbeelding is aangegeven.
Artikel 15 Verkeer - Wegverkeer 15.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - Wegverkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. voorzieningen voor rijdende en stilstaande voertuigen, zoals rijstroken, trambanen, fietspaden, parkeerplaatsen, met de daarbij behorende kunstwerken zoals viaducten, bruggen, duikers; b. voorzieningen ten behoeve van wandelen en verblijven, zoals trottoirs, paden en trappen; c. groenvoorzieningen, waterlopen en overige in het kader van de waterhuishouding nodige voorzieningen, zoals taluds, keerwanden en beschoeiingen;
Uitspraak 202004002/1/R3
26
d. bouwwerken ten behoeve van kleinschalige openbaar nutsvoorzieningen, verkeer en vervoersvoorzieningen; e. geluidswerende voorzieningen; f. ter plaatse van de aanduiding "overige zone - geluidsafscherming 2" in ieder geval een geluidsscherm; g. ter plaatse van de aanduiding "overige zone - geluidsafscherming 3" in ieder geval een geluidsscherm; h. uitstekende delen aan gebouwen die toegelaten zijn krachtens een aangrenzende bouwbestemming. 15.2 Bouwregels 15.2.1 Algemeen Op de voor 'Verkeer - Wegverkeer' bestemde gronden mag niet worden gebouwd, behoudens: a. in de bestemming passende bouwwerken (geen gebouwen zijnde), zoals straatmeubilair, huisvuilcontainers (al dan niet ondergronds) niet groter dan 10 m3, abri's, bovenleidingmasten c.q. portalen ten behoeve van trambanen, alsmede niet voor bewoning bestemde kleine gebouwen voor openbaar nut, verkeer en vervoer, welke gebouwen niet groter mogen zijn 80 m3; b. uitstekende delen aan gebouwen als bedoeld in het eerste lid onder f., niet dieper dan 2 meter uit de gevel en ten minste 2,2 meter boven maaiveld; c. ter plaatse van de aanduiding "overige zone - geluidsafscherming 2" is een geluidsscherm met een bouwhoogte van minimaal 1 meter toegestaan; d.
ter plaatse van de aanduiding "overige zone - geluidsafscherming 3" is een geluidsscherm met een bouwhoogte van minimaal 4 meter toegestaan; het geluidsscherm dient uitgevoerd te worden met geluidabsorberend materiaal. Artikel 17 Woongebied 17.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen, met de daarbij behorende aanbouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met in achtneming van het bepaalde in lid 17.3.1; b. maximaal 3 horecavestigingen, uitsluitend in de zin van een restaurant en/of lunchroom, met een maximum oppervlak van 600 m2 b.v.o. per vestiging en een maximum gezamenlijk oppervlak van 900 m2; c. een woonvoorziening voor zorgbehoevenden voor maximaal 30 wooneenheden, met in achtneming van het bepaalde in lid 17.3.1; d. kantoor tot 1.000 m2 b.v.o met een maximum van 250 m2 b.v.o. per vestiging; e. ter plaatse van de aanduiding "ontsluiting" tevens voor een weg (30 km/u);
Uitspraak 202004002/1/R3
27
f. aaneengesloten groengebied, waarbij het volgende geldt: 1. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van groen - 1" begint een zone waarbinnen geen bebouwing mag worden opgericht; buiten en aansluitend aan de aanduiding "specifieke vorm van groen - 1" moet deze onbebouwde zone met een breedte van minimaal 12 meter worden voortgezet in noordoostelijke richting; 2. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van groen - 2" moet het begin van een aaneengesloten groengebied gerealiseerd worden met een breedte van minimaal 20 meter; buiten en aansluitend aan de aanduiding "specifieke vorm van groen - 2" moet het groengebied met een breedte van minimaal 20 meter worden voortgezet in noordoostelijke richting, waarbij: het aaneengesloten groengebied in ieder geval tot minimaal 50 meter vanaf de noordoostelijke grens van dubbelbestemming " Leiding - Hoogspanning" gerealiseerd moet worden; ter hoogte van die dubbelbestemming het aaneengesloten groengebied onderbroken mag worden door een weg; ten behoeve van de aanleg van fiets- en voetpaden het aaneengesloten groengebied onderbroken mag worden. 3.
ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van groen - 3" moet het begin van een aaneengesloten groengebied gerealiseerd worden met een breedte van minimaal 17,50 meter; buiten en aansluitend aan de aanduiding "specifieke vorm van groen - 3" moet het groengebied met een breedte van minimaal 17,50 meter worden voortgezet in noordoostelijke richting, waarbij; het aaneengesloten groengebied tot aan de dubbelbestemming " Leiding - Hoogspanning" gerealiseerd moet worden; 4. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van groen - 4" moet het begin van een aaneengesloten groengebied gerealiseerd worden met een breedte van minimaal 17,50 meter; buiten en aansluitend aan de aanduiding "specifieke vorm van groen - 4" moet het groengebied met een breedte van minimaal 17,50 meter worden voortgezet in noordoostelijke richting, waarbij; het aaneengesloten groengebied tot aan de dubbelbestemming " Leiding - Hoogspanning" gerealiseerd moet worden; 5.
ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van groen - 5" moet het begin van een aaneengesloten groengebied gerealiseerd worden met een breedte van minimaal 14 meter; buiten en aansluitend aan de aanduiding "specifieke vorm van groen - 5" moet het groengebied met een breedte van minimaal 14 meter worden voortgezet in noordoostelijke richting, waarbij; het aaneengesloten groengebied in ieder geval tot minimaal 40 meter gemeten vanaf de plangrens ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van groen - 5" gerealiseerd moet worden; g. water, met inachtneming van het volgende: 1. minimaal 7.800 m2 van de bestemming "Woongebied" moet voor water gebruikt worden;
Uitspraak 202004002/1/R3
28
2. waarbij in ieder geval van een doorlopende hoofdwatergang met een minimale waterbreedte van 9 meter moet worden gerealiseerd, 3. het bepaalde in lid 17.3.3 moet in acht genomen worden; h. groenvoorzieningen, tuinen, parkeervoorzieningen, ontsluitingswegen en -paden, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder een defosfateringsinstallatie; i. nutsvoorzieningen, buurtbatterijen. 17.2 Bouwregels 17.2.1 Algemeen Op de voor 'Woongebied' bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde functies. 17.2.2 Bebouwingsnormen a. er zijn niet meer dan 800 woningen toegestaan; b. een woning moet een minimale oppervlakte hebben van 50 m2; c. ter plaatse van de aanduiding "wonen uitgesloten" mogen geen woningen worden gerealiseerd; d. ter plaatse van de aanduiding "'specifieke bouwaanduiding - dove gevel' moeten de gevels op de eerste verdieping en hoger, dus met uitzondering van de begane grond, van de woningen die gericht zijn op de Verlegde Bosdreef uitgevoerd worden als dove gevel en van een dove gevel voorzien blijven; e. ter plaatse van de aanduiding "'specifieke bouwaanduiding - dove gevel 2' moeten de gevels op de begane grond en daarboven gelegen verdiepingen van de woningen die gericht zijn op de Bosdreef en de Verlegde Bosdreef uitgevoerd worden als dove gevel en van een dove gevel voorzien blijven; f.
ter plaatse van het op bijlage 4 met een rode kleur aangegeven gebied moeten de gevels van de woningen waar de hoogste toelaatbare geluidsbelasting wordt overschreden, vanaf de eerste verdieping uitgevoerd worden met een dove gevel en van een dove gevel voorzien blijven; g. ter plaatse van het op bijlage 5 met een rode kleur aangegeven gebied moeten de gevels van de woningen waar de hoogste toelaatbare geluidsbelasting wordt overschreden vanaf de tweede verdieping uitgevoerd worden met een dove gevel en van een dove gevel voorzien blijven; h. ter plaatse van de op bijlage 6 met een rode kleur aangegeven gebied moeten de gevels van de woningen waar de hoogste toelaatbare geluidsbelasting wordt overschreden vanaf de derde verdieping uitgevoerd worden met een dove gevel en van een dove gevel voorzien blijven; i. in aanvulling op het voorgaande geldt, dat als niet kan worden voldaan aan het bepaalde in artikel 30.2 een dove gevel dient te worden toegepast voor de gevels waar de hoogste toelaatbare geluidsbelasting wordt overschreden; j. voor de woningen die langs de Verlegde Bosdreef worden gerealiseerd geldt:
Uitspraak 202004002/1/R3
29
1. dat deze woningen op een afstand van minimaal 15 meter van de rand van de hoofdweg (niet zijnde de ventweg) moeten worden gebouwd; 2. dat de ventilatie-inlaatopeningen van deze woningen aan de zijde van de woningen moeten worden gerealiseerd die niet is gericht op de Verlegde Bosdreef; k. de maximum bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan met de aanduiding "maximum bouwhoogte" op de verbeelding is aangegeven; l. indien op de verbeelding tevens een aanduiding "minimum bouwhoogte" is opgenomen, dan mag de minimum bouwhoogte niet minder bedragen dan met die aanduiding is aangegeven; m. een dakterras is toegestaan; indien de maximaal toegestane bouwhoogte van een gebouw is bereikt geldt daarvoor dat: 1. een hekwerk gerealiseerd moet worden, met een minimum bouwhoogte van 1,3 meter; n. ter plaatse van de aanduiding "wonen uitgesloten" mogen geen woningen worden gebouwd; 1. dat de maximum bouwhoogte van erfafscheidingen 2 meter bedraagt voor erfafscheidingen achter de voorgevel (en het verlengde daarvan) van de woning, tenzij grenzend aan het openbaar toegankelijk gebied; in dat geval bedraagt de maximum bouwhoogte 1 meter; 1 meter bedraagt voor erfafscheidingen vóór de voorgevel (en het verlengde daarvan) van de woning; 2. de maximum bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer bedraagt dan 2 meter; o.
voor gronden die als tuin zullen fungeren behorende bij grondgebonden woningen, geldt met betrekking tot de toegestane bebouwing het volgende: 1. een aanbouw aan de zijgevel van het hoofdgebouw mag niet breder zijn dan 3 meter, gemeten vanaf de oorspronkelijke zijgevel van het hoofdgebouw; 2. een aanbouw aan de achtergevel van het hoofdgebouw mag niet dieper zijn dan 5 meter, gemeten vanaf de oorspronkelijke achtergevel van het hoofdgebouw; 3. de goothoogte van een aanbouw mag niet hoger zijn dan het vloerniveau (+ 30 cm) van de eerste verdieping van het hoofdgebouw, met dien verstande dat een aanbouw mag worden afgedekt met een schuin dakvlak met dezelfde hellingshoek als de kap/schuin dakvlak op het hoofdgebouw; 4. aanbouwen dienen op een afstand van ten minste 1 meter de denkbeeldige lijn getrokken in het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw aan te houden; 5. aanbouwen dienen een afstand van ten minste 2 meter tot de erfgrens aan te houden; 6. gebouwde terrassen (dakterrassen worden niet hieronder begrepen) mogen niet hoger worden dan 0,2 meter boven maaiveld; 7. uitstekende delen aan gebouwen mogen niet dieper dan 2,5 meter uit de gevel steken en moeten ten minste 2,2 meter boven maaiveld blijven;
Uitspraak 202004002/1/R3
30
8. per woning mag de tuin voor niet meer dan 50% worden verhard. 17.3 Specifieke gebruiksregels 17.3.1 Voorwaardelijke bepaling De in lid 17.1 onder a en c genoemde woningen mogen uitsluitend in gebruik worden genomen, indien: a. ter plaatse van de aanduiding "overige zone - geluidsafscherming 1" een aaneengesloten geluidsscherm danwel aaneengesloten bebouwing van minimaal het aantal meters moet worden gerealiseerd zoals in artikel 8.2.2 onder b is aangegeven; 1. onderbrekingen in het geluidsscherm cq de bebouwing zijn toegestaan, indien dit noodzakelijk is vanwege de aanleg van een ontsluitingsweg op de Verlegde Bosdreef; 2. indien daardoor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting op de gevel van de begane grond of de daarboven gelegen verdieping(en) van een woning overschreden wordt, moet die gevel uitgevoerd worden met een dove gevel en van een dove gevel voorzien blijven; b. ter plaatse van de aanduiding "overige zone - geluidsafscherming 2" een geluidsscherm met een bouwhoogte van minimaal 1 meter is gerealiseerd of een vergelijkbare maatregel is getroffen, waarbij: 1. onderbrekingen in het geluidsscherm of de vergelijkbare maatregel zijn toegestaan, indien dit noodzakelijk is vanwege de inrichting van de weg; 2.
indien daardoor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting op de gevel van de begane grond van een woning aan de Verlegde Bosdreef wordt overschreden, moet de gevel van die woning op de begane grond uitgevoerd worden met een dove gevel en van een dove gevel voorzien blijven; c. ter plaatse van de aanduiding "overige zone - geluidsafscherming 3" een aaneengesloten geluidsscherm met een bouwhoogte van minimaal 4 meter is gerealiseerd, waarbij; 1. onderbrekingen in het geluidsscherm zijn toegestaan; 2. De in lid 17.2.2 genoemde woningen mogen uitsluitend gebouwd als voldaan is aan het Besluit hogere grenswaarden dat als bijlage 7 is gevoegd bij deze regels. 3. het geluidsscherm uitgevoerd dient te worden met geluidabsorberend materiaal; a. ter plaatse van de aanduiding "overige zone - geluidsafscherming 1" een aaneengesloten geluidsscherm danwel aaneengesloten bebouwing van minimaal het aantal meters moet worden gerealiseerd zoals in artikel 8.2.2 onder b is aangegeven; 1. aan de voorkeursgrenswaarde zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, of; 2. aan de waarden zoals opgenomen in het Besluit hogere waarden Wet geluidhinder, behorende bij dit bestemmingsplan; 3. door de omliggende bedrijfsactiviteiten aan de geluidsvoorschriften uit het Activiteitenbesluit (of een daarvoor in de plaats getreden kader), een maatwerkvoorschrift of een omgevingsvergunning voor de activiteit milieu.
Artikel 27 Algemene aanduidingsregels
Uitspraak 202004002/1/R3
31
27.1 vrijwaringszone - dijk 27.1.1 Aanduidingsomschrijving De voor 'vrijwaringszone - dijk' aangeduide gronden zijn mede bestemd voor onderhoud, bescherming of mogelijkheden voor versterking van de waterkerende functies van de dijk. 27.1.2 Bouwregels a Verbod Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - dijk' mag, in afwijking van de bouwregeling voor de voorkomende bestemmingen, niet binnen bedoelde zone worden gebouwd. b Uitzondering op verbod Het bouwverbod bedoeld in a geldt niet voor (vervangende nieuwbouw van) bebouwing die aanwezig is op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan. 27.1.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning voor het bouwen afwijken van het bepaalde in a ten behoeve van bouwwerken die toegelaten zijn krachtens de voorkomende bestemming(en), mits: • geen onevenredig afbreuk wordt gedaan aan het doelmatig en veilig functioneren van de waterkerende functies van de dijk; • vooraf advies wordt ingewonnen van de betreffende beheerder van de waterkering. 27.2 Kostenverhaal 27.2.1 Wetgevingzone - exploitatiegebied a.
Kosten van gebiedsinvesteringen worden verhaald ten laste van de gronden gelegen binnen het exploitatiegebied, waarop bouwplannen zijn voorzien, waarvoor kostenverhaal verplicht is op grond van artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening of een daarvoor in de plaats tredend besluit; b. het exploitatiegebied is op de verbeelding aangegeven met de aanduiding "Wetgevingzone - exploitatiegebied". Artikel 28 Algemene wijzigingsregels 28.1 Wetgevingzone - wijzigingsgebied - 2 Ter plaatse van de aanduiding 'Wetgevingzone - wijzigingsgebied - 2' kunnen burgemeester en wethouders op grond van artikel 3.6 Wet ruimtelijke ordening de bestemming(en) wijzigen naar de functie wonen en bedrijfsactiviteiten tot en met categorie 2, zoals opgenomen op de lijst van bedrijfsactiviteiten die als bijlage 2 bij deze regels is gevoegd, met bijbehorende voorzieningen zoals, water, tuin, parkeervoorzieningen, ontsluitingswegen en -paden, onder de voorwaarden dat; a. gebouwen uit maximaal 5 bouwlagen mogen bestaan; b. gebouwen niet buiten de bouwgrenzen gebouwd mogen worden, zoals opgenomen op het kaartje dat als bijlage 3 bij de regels is gevoegd;
Uitspraak 202004002/1/R3
32
c. minimaal 60% b.v.o. van gebouwen uit woningen moet bestaan; d. minimaal 20% b.v.o. van gebouwen uit bedrijfsactiviteiten tot en met categorie 2 moet bestaan; e. minimaal 70% van de voorgevels van woningen gekeerd moeten zijn naar de bouwgrenzen, zoals opgenomen op het kaartje dat als bijlage 3 bij de regels is gevoegd. f. in afwijking van het bepaalde onder a gebouwen uit minimaal 4 bouwlagen moetn bestaan en uit maximaal 8 bouwlagen mogen bestaan, indien gelegen: 1. aan de Boezem; 2. aan de Verlegde Bosdreef; g. maximaal 140 woningen mogen worden gebouwd; h. een woning moet een minimale oppervlakte hebben van 50 m2; i. per woning de tuin voor niet meer dan 50% mag worden verhard; j. de wijziging uit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is; k. de wijziging uit milieutechnisch oogpunt aanvaardbaar is; l. bij het aantonen van de milieutechnische aanvaardbaarheid zoals genoemd onder j met betrekking tot het aspect "geluid" uit een akoestisch rapport moet blijken dat kan worden voldaan aan de Wet geluidhinder of een wettelijk kader dat daarvoor in de plaats is getreden; m. de wijziging uit verkeerskundig oogpunt aanvaardbaar is; waarbij uitgangspunt is dat de verkeersgeneratie niet meer mag bedragen dan de verkeersgeneratie als gevolg van het realiseren van 140 woningen; n. voldaan kan worden aan een water(compensatie)opgave die uit de wijziging voortvloeit; o.
er sprake is van voldoende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen, overeenkomstig het beleid van de gemeente Rotterdam ten aanzien van parkeren, zoals geldend op het moment van de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen en het gebruik van gronden en/of bouwwerken. 28.3 Wetgevingzone - wijzigingsgebied - 4 Ter plaatse van de aanduiding 'Wetgevingzone - wijzigingsgebied - 4' kunnen burgemeester en wethouders op grond van artikel 3.6 Wet ruimtelijke ordening de bestemming(en) wijzigen naar de bestemming en/of functies: • 'Gemengd - 2', • parkeervoorzieningen, • voorzieningen op het gebied van onderwijs en cultuur, waaronder een museum, • zalenverhuur/voorzieningen ten behoeve van het houden van bijeenkomsten in de zin van vergaderingen, lezingen ed; onder de voorwaarden dat: a. de bouwhoogte van gebouwen niet meer mag bedragen dan 10 meter, gemeten vanaf het hoogst gelegen maaiveld;
Uitspraak 202004002/1/R3
33
b. het bebouwde oppervlakte met niet meer dan 2000 m2 mag toenemen; c. de wijziging uit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is; d. de wijziging uit verkeerskundig oogpunt aanvaardbaar is; e. de wijziging uit milieutechnisch oogpunt aanvaardbaar is; f. bij het aantonen van de milieutechnische aanvaardbaarheid zoals genoemd onder e met betrekking tot het aspect "geluid" uit een akoestisch rapport moet blijken dat kan worden voldaan aan de Wet geluidhinder of een wettelijk kader dat daaroor in de plaats is getreden; g. advies wordt ingewonnen van het Hoogheemraadschap; h. er sprake is van voldoende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen, overeenkomstig het beleid van de gemeente Rotterdam ten aanzien van parkeren, zoals geldend op het moment van de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen en het gebruik van gronden en/of bouwwerken.
Artikel 31 Algemene afwijkingsregels 31.1 Afwijking toegestane bouwhoogte techniek Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning voor het bouwen afwijken van de regels van dit bestemmingsplan ten aanzien van de maximum toegestane bouwhoogte van een gebouw, ten behoeve van technische voorzieningen op het dak, welke noodzakelijk zijn voor het doelmatig functioneren van het bouwwerk, zoals liftopbouwen, lichtkoepels, schoorstenen, antennemasten, luchtverversingsapparatuur, glazenwas installatie e.d., mits de overschrijding van de maximum bouwhoogte niet meer dan 5 meter bedraagt, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het straat- en bebouwingsbeeld en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken. 31.2 Afwijking toegestane afmetingen, maten en percentages Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning voor het bouwen afwijken van de regels van dit bestemmingsplan voor afwijkingen van toegestane afmetingen, maten (waaronder minimale en maximale afstanden) en percentages tot niet meer dan 10% van die afmetingen, maten en percentages, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het straat- en bebouwingsbeeld, de verkeersveiligheid, de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken en de milieusituatie.
Artikel 32 Overige regels 32.1 Voorwaardelijke verplichting over parkeren Een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen en het gebruik van gronden of bouwwerken op grond van de regels in hoofdstuk 2 kan uitsluitend worden verleend als voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen, overeenkomstig het in de gemeente Rotterdam geldende beleid ten aanzien van parkeren voor de overige bestemmingen in het plangebied.
Uitspraak 202004002/1/R3
34