CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb8089 Raadsbesluit Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2021

Gemeenteraad 17 juni 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 15. Het voorstel tot vaststelling van de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2021.14.771 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

21bb8089 Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2021 De Raad van de gemeente Rotterdam, gelezen het voorstel van het burgemeester en wethouders van 18 mei 2021 (raadsvoorstel nr. 21bb5526); gelet op artikel 156 van de Gemeentewet, de artikelen 8, 9 en 10 van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek en artikel 4, eerste lid van de Huisvestingswet 2014; besluit: vast te stellen Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2021 HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: - basisregistratie personen: de basisregistratie als bedoeld in artikel 1 .2 van de Wet basisregistratie personen; - college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam; - gebruiksoppervlak: gebruiksoppervlakte als bedoeld in NEN 2580; huishouden: alleenstaande, of twee of meer personen die naar het oordeel van het college hebben aangetoond, dat zij een duurzaam gemeenschappelijke huishouding voeren; - huisvestingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 8 van de Huisvestingswet 2014; ingezetene: degene die in de basisregistratie personen van één van de gemeenten in de regio is opgenomen en feitelijk aldaar hoofdverblijf heeft in een voor permanente bewoning aangewezen woonruimte; inkomen: rekeninkomen als bedoeld in artikel 1,

onder i van de Wet op de huurtoeslag; kamerbewoner: bewoner van onzelfstandige woonruimte of bewoner die behoort tot meer dan één uit meer personen bestaande huishoudens die zelfstandige woonruimte bewonen; kamerbewoning: bewonen van onzelfstandige woonruimte of het bewonen van zelfstandige woonruimte door meer dan één uit meer personen bestaande huishoudens; minister: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; - onttrekkingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder a, van de Huisvestingswet; - onzelfstandige woonruimte: woonruimte welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte, waarbij in ieder geval als wezenlijke voorzieningen worden aangemerkt: keuken, toilet, en badkamer; - regio: grondgebied van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne; raadsvergadering van: raadsstuk 21bb8089

15 en 17 juni 2021 pagina 1

-

registratienummer: registratienummer als bedoeld in artikel 23a van de Huisvestingswet 2014; student: ingeschrevene aan een opleiding voor middelbaar beroepsonderwijs, hoger beroepsonderwijs of wetenschappelijk onderwijs in Nederland; vakantieverhuur: vorm van toeristische verhuur van woonruimte tijdens afwezigheid van de hoofdbewoner van die woonruimte, waarbij onder hoofdbewoner wordt verstaan de persoon die in de basisregistratie personen staat ingeschreven op een adres en daar zijn feitelijk hoofdverblijf houdt; woningcorporatie: toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet; zelfstandige woonruimte: woonruimte welke een eigen toegang heeft en welke door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte, waarbij in ieder geval als wezenlijke voorzieningen worden aangemerkt: keuken, toilet en badkamer.

Artikel 1.2 Intrekking van vergunning 1. een vergunning kan in ieder geval worden ingetrokken indien: a. de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; b. van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; c. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; d. de houder dit verzoekt

HOOFDSTUK 2 Toegang tot de woningmarkt op grond van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek Artikel 2.1 Toepassingsgebied 1 . Dit hoofdstuk is van toepassing op alle te huur aangeboden zelfstandige en onzelfstandige woonruimten die zijn gelegen in de straten, genoemd in bijlage 1 bij deze verordening. 2. In bijlage 1 bij deze verordening staan de straten die door de minister op grond van artikel 5 van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek zijn aangewezen voor de toepassing van de artikelen 8, 9 en 10 van deze wet. 3. Artikel 2.6 is alleen van toepassing op te huur aangeboden zelfstandige woonruimten. Artikel 2.2 Vergunningvereiste 1. Het is verboden om woonruimte die is aangewezen krachtens artikel 2.1 voor bewoning in gebruik te nemen zonder een huisvestingsvergunning. 2. Het is verboden om woonruimte die is aangewezen krachtens artikel 2.1 voor bewoning in gebruik te geven aan een huishouden dat niet beschikt over een huisvestingsvergunning. Artikel 2.3 Criteria voor verlening huisvestingsvergunning 1. Het college verleent de huisvestingsvergunning indien wordt voldaan aan de volgende criteria: a.

de aanvrager bezit de Nederlandse nationaliteit, of wordt op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander behandeld, of is vreemdeling en houdt rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onderdelen a tot en met e en I, van de Vreemdelingenwet 2000;

raadsvergadering van: raadsstuk 21bb8089

15 en 17 juni 2021 pagina 2

b. de aanvrager is 18 jaar of ouder of is het hoofd van een huishouden met één of meer minderjarige kinderen, tenzij artikel 2.5, tweede lid van toepassing is, in welk geval de aanvrager 16 jaar of ouder is; c. er is sprake van een vergunning voor kamerbewoning als bedoeld in artikel 3.2.2 en de woonruimte een onzelfstandige woonruimte is waarvoor een vergunning voor kamerbewoning is vereist, d. de aanvrager voldoet aan artikel 2.4, 2.5 of 2.6 voor zover dat artikel van toepassing is, en e. de aanvrager komt op grond van de Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2020 in aanmerking voor verlening van de huisvestingsvergunning in het geval dat de woonruimte een zelfstandige woonruimte van een woningcorporatie is. 2. Indien op de aanvraag twee of meer van de in het eerste lid, onder b tot en met e genoemde criteria van toepassing zijn, vindt beoordeling van deze criteria plaats in de in het eerste lid weergegeven volgorde. Artikel 2.4 Inkomenseisen als bedoeld in artikel 8 van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek 1.

In het geval dat de woonruimte waarvoor een huisvestingsvergunning wordt aangevraagd is gelegen in één van straten die op deel 1 van de lijst in bijlage 1 bij deze verordening staat, komt de aanvrager die minder dan zes jaar voorafgaand aan de aanvraag van een huisvestingsvergunning onafgebroken ingezetene is van één van de gemeenten van de regio slechts in aanmerking voor een huisvestingsvergunning, indien hij voldoet aan een van de in artikel 8, eerste lid, onderdeel a tot en met f van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek genoemde eisen of beschikt overeen urgentieverklaring dan wel een herhuisvestingsverklaring als bedoeld in artikel 2.3.8 van de Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2020, mits de woonruimte wordt aangemerkt als een woonruimte als bedoeld in artikel 2.1.1. van die verordening en gebruik wordt gemaakt van de urgentieverklaring of de herhuisvestingsverklaring. 2. Indien het inkomen afkomstig is van de in artikel 8, eerste lid, onderdeel a. of b. van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek genoemde bronnen, is de hoogte van het inkomen ten minste gelijk aan de voor de aanvrager geldende bijstandsnorm, bedoeld in de artikelen 20, 21 en 22 van de Participatiewet.

Artikel 2.5 Beperking van overlastgevend en crimineel gedrag als bedoeld in artikel 10 van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek 1. Een huisvestingsvergunning wordt niet verleend, indien: a. de woonruimte waarvoor de huisvestingsvergunning is aangevraagd is gelegen in één van de straten, genoemd in deel 2 van de lijst in bijlage 1 bij deze verordening; b. uit het onderzoek op basis van politiegegevens, bedoeld in artikel 10a van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek blijkt dat er een gegrond vermoeden is dat het huisvesten van de personen van 16 jaar en ouder die zich in de woonruimte willen huisvesten, zal leiden tot een toename van overlast of criminaliteit in die straat 2. Een persoon van 16 jaar en ouder die zich op een later tijdstip bij de houder van een huisvestingsvergunning wil huisvesten in de woonruimte die is gelegen in één van de straten die in deel 2 van de lijst in bijlage 1 bij deze verordening staat, dient over een huisvestingsvergunning te beschikken. Zulk een huisvestingsvergunning wordt niet verleend, indien op grond van het in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde onderzoek blijkt dat er een gegrond vermoeden is dat zijn huisvesting zal leiden tot een toename van overlast of

raadsvergadering van: raadsstuk 21bb8089

15 en 17 juni 2021 pagina 3

criminaliteit in de straat waarin de woonruimte van de houder van de huisvestingsvergunning is gelegen. 3. Bij een onderzoek als bedoeld in het eerste, onderdeel b, en het tweede lid kan uitsluitend rekening worden gehouden met de volgende gedragingen uit de politiegegevens: a. het veroorzaken van overlast die hinderlijk of schadelijk is voor personen of een gevaar oplevert voor de veiligheid of gezondheid van personen door: 1°. geluid of trillingen; 2°. het plaatsen, werpen of hebben van stoffen of voorwerpen; 3°. het verrichten van handelingen waardoor op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze rook, roet, walm, stof, stank of irriterend materiaal wordt verspreid; 4°. vervuiling, verontreiniging of schadelijk of hinderlijk gedierte in de woning of de directe omgeving ervan; b. onrechtmatig gebruik van een woning; c. gebruik van beledigende of discriminerende taal of uitingen jegens of intimidatie van omwonenden of bezoekers; d. gewelddadigheden of openlijke geweldpleging tegen, dan wel bedreiging of mishandeling van omwonenden of bezoekers; e. activiteiten die strafbaar zijn gesteld op grond van de Opiumwet in of in de omgeving van de woning; f. openbare dronkenschap in de omgeving van de woning; g. het plegen van vermogensdelicten met een directe relatie tot de woonomgeving; h. brandstichting, vernieling en vandalisme in de omgeving van de woning; i.

radicaliserende, extremistische of terroristische gedragingen die strafbaar zijn gesteld op grond van het Wetboek van Strafrecht. 4. Een onderzoek als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt uitgevoerd overeenkomstig artikel 10b van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek. Indien de in dat wetsartikel bedoelde woonverklaring van de burgemeester negatief is, wordt de huisvestingsvergunning geweigerd. 5. Indien aan deze woonverklaring voorschriften zijn verbonden, worden deze voorschriften opgenomen in de huisvestingsvergunning. Bij overtreding van deze voorschriften kan het college een bestuurlijke boete opleggen. Artikel 2.6 Voorrang op sociaal-economische gronden als bedoeld in artikel 9 van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek 1. Een aanvrager van een huisvestingsvergunning voor een woonruimte, gelegen in één van de straten die op deel 3 van de lijst in bijlage 1 bij deze verordening staan, krijgt voorrang op andere aanvragers als hij voldoet aan één of meer van de volgende kenmerken: a. het aantoonbaar verrichten van betaald werk, ongeacht het aantal uren per week dat daaraan besteed wordt; b. het aantoonbaar verrichten van vrijwilligerswerk, ongeacht het aantal uren per week dat daaraan besteed wordt; c. het hebben van een opleidingsniveau van ten minste middelbaar beroepsonderwijs; d.

het beoefenen van het beroep van beeldend kunstenaar, blijkend uit een portfolio van voldoende omvang en kwaliteit; e. het hebben van een beroep in het onderwijs, in een zorginstelling of bij een politieeenheid genoemd in bijlage 2 bij deze verordening. 2. Het college kan besluiten om voor straten waarin woonruimte is gelegen als bedoeld in het eerste lid, geen toepassing te geven aan dit artikel. raadsvergadering van: raadsstuk 21bb8089

15 en 17 juni 2021 pagina 4

Artikel 2.7 Aanvraag huisvestingsvergunning De aanvraag van een huisvestingsvergunning voor een woonruimte wordt door middel van een door het college vastgesteld formulier ingediend bij het college en gaat vergezeld van de volgende gegevens en bescheiden: a. de dagtekening, b. de naam en het adres van de aanvrager, c. de samenstelling van het huishouden dat de woonruimte wil betrekken, d. het adres van de woonruimte waarop de aanvraag betrekking heeft, e. een schriftelijke verklaring van of namens de eigenaar dat hij bereid is de woonruimte aan de aanvrager van de huisvestingsvergunning te verhuren, behoudens in de gevallen, bedoeld in de artikelen 267, zesde lid, 268, derde lid en 270, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, f. een verklaring omtrent de bron en de hoogte van het inkomen van het huishouden van de aanvrager en g. een verklaring omtrent de verblijfsstatus van de aanvrager, indien deze niet de Nederlandse nationaliteit heeft. Artikel 2.8 Beslissing huisvestingsvergunning 1. Het college beslist op een aanvraag van een huisvestingsvergunning binnen zes weken na de dag van ontvangst van de aanvraag. 2. Het college kan de termijn eenmaal met zes weken verlengen en doet hiervan mededeling aan de aanvrager.

Artikel 2.9 Intrekken huisvestingsvergunning Het college kan een huisvestingsvergunning intrekken, indien de vergunninghouder de erin vermelde woonruimte niet binnen één maand na verlening van de huisvestingsvergunning in gebruik heeft genomen, tenzij in de vergunning een afwijkende termijn is opgenomen waarbinnen de woonruimte in gebruik moet worden genomen.

HOOFDSTUK 3 Wijziging van de samenstelling van de woonruimtevoorraad als bedoeld in de Huisvestingswet 2014 Paragraaf 3.1 Onttrekkingsvergunning Artikel 3.1.1 Toepassingsgebied 1. Het verbod bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel a, van de Huisvestingswet 2014 is van toepassing op alle woonruimten gelegen in de gemeente Rotterdam. 2. Onder het onttrekken aan de bestemming tot bewoning als bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel a, van de Huisvestingswet 2014, wordt niet verstaan het slopen of samenvoegen van woonruimten. Artikel 3.1.2 Criteria voor verlening onttrekkingsvergunning Het college verleent een onttrekkingsvergunning, indien: a. het belang dat is gediend met het onttrekken aan de bestemming tot bewoning groter is dan het belang van het behoud of de samenstelling van de woningvoorraad; en b. het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad door het stellen van voorwaarden en voorschriften voldoende kan worden gediend. raadsvergadering van: raadsstuk 21bb8089

15 en 17 juni 2021 pagina 5

Artikel 3.1.3 Tijdelijke onttrekkingsvergunning Het college kan een onttrekkingsvergunning voor een beperkte periode van ten hoogste vijf jaar verlenen, indien de aanvrager aantoont dat een situatie bestaat die een tijdelijke onttrekking rechtvaardigt en waarbij vaststaat dat die situatie niet langer dan vijfjaar zal duren. Artikel 3.1.4 Aanvraag onttrekkingsvergunning De aanvraag om een onttrekkingsvergunning wordt door middel van een door het college vastgesteld formulier ingediend bij het college en gaat vergezeld van de volgende gegevens en bescheiden: a. de dagtekening; b. naam, voornaam en correspondentieadres in Nederland van de eigenaar van de te onttrekken woonruimte; c. naam, voornaam en correspondentieadres in Nederland van eventuele andere belanghebbenden; d. straat en huisnummer van de te onttrekken woonruimte; e. een duidelijke omschrijving van de aanvraag en de gronden waarop deze berust; f. de namen van eventuele huidige bewoners van de te onttrekken woonruimte; en g. een recent kadastraal uittreksel en een uittreksel van de kadastrale kaart van het gebouw.

Paragraaf 3.2 Vergunning voor kamerbewoning Artikel 3.2.1 Toepassingsgebied Deze paragraaf is van toepassing op alle woonruimten gelegen in de gemeente Rotterdam. Artikel 3.2.2 Verbod voor kamerbewoning zonder vergunning Het verbod bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel c, van de Huisvestingswet 2014 is van toepassing, indien de zelfstandige woonruimte wordt bewoond door: a. drie of meer kamerbewoners; b. één uit meer personen bestaand huishouden en twee of meer kamerbewoners; of c. meer dan één uit meer personen bestaande huishoudens. Artikel 3.2.3 Criteria voor verlening vergunning voor kamerbewoning Het college verleent een vergunning voor kamerbewoning, indien wordt voldaan aan de volgende criteria: a. het betreft kamerbewoning door studenten; b. de kamerbewoning leidt naar het oordeel van het college niet tot aantasting van het woonmilieu en de leefbaarheid in de buurt; c. in de woonruimte is ten minste 18 m2 gebruiksoppervlak gemiddeld per persoon aanwezig; d. de woonruimte bevindt zich op minimaal 50 meter afstand van een andere woonruimte waarvoor reeds een vergunning voor kamerbewoning is verleend; e. op het adres van de woonruimte is niet in de 24 maanden voorafgaand aan de datum van aanvraag van de vergunning een vergunning ingetrokken door toepassing van artikel 3.2.4; en f.

de woonruimte is niet gelegen in één van de gebieden genoemd in bijlage 5, deel 1 of 2. raadsvergadering van: raadsstuk 21bb8089

15 en 17 juni 2021 pagina 6

Artikel 3.2.4 Intrekken vergunning voor kamerbewoning Het college kan een vergunning voor kamerbewoning intrekken, indien de kamerbewoning naar het oordeel van het college leidt tot aantasting van het woonmilieu en de leefbaarheid in de buurt. Artikel 3.2.5 Vervallen vergunning voor kamerbewoning Na beëindiging van het gebruik van de woonruimte voor kamerbewoning vervalt de verleende vergunning voor kamerbewoning. Artikel 3.2.6 Aanvraag en beslissing vergunning voor kamerbewoning De aanvraag om een vergunning voor kamerbewoning wordt door middel van een door het college vastgesteld formulier ingediend bij het college en gaat vergezeld van de volgende gegevens en bescheiden: a. de dagtekening; b. naam, voornaam en correspondentieadres in Nederland van de eigenaar van de om te zetten woonruimte; c. naam, voornaam en correspondentieadres in Nederland van eventuele andere belanghebbenden; d. straat en huisnummer van de om te zetten woonruimte; e. een duidelijke omschrijving van de aanvraag en de grond(en) waarop deze berust; f. de namen van eventuele huidige bewoners van de om te zetten woonruimte; g. het aantal personen dat de om te zetten woonruimte in gebruik zal nemen; en h. een recent kadastraal uittreksel en een uittreksel van de kadastrale kaart van het gebouw. Artikel 3.2.7 volgorde behandeling vergunningaanvraag 1.

Vergunningaanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst 2. Als de volgorde van binnenkomst niet kan worden bepaald, wordt de volgorde van behandeling bepaald door loting. 3. Het college stelt de aanvragers in de gelegenheid bij de loting aanwezig te zijn.

Paragraaf 3.3 Vergunning voor woningvorming Artikel 3.3.1 Toepassingsgebied Het verbod bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel d, van de Huisvestingswet 2014 is van toepassing op alle woonruimten die zijn gelegen in de gemeente Rotterdam. Artikel 3.3.2 Criteria voor verlening vergunning voor woningvorming 1. Het college verleent een vergunning voor woningvorming, indien door de verbouwing twee of meer woonruimten worden gevormd waarvan de kleinste een gebruiksoppervlak van ten minste 50 vierkante meter heeft. 2. Indien de woonruimte is gelegen in één van de gebieden die zijn genoemd in bijlage 3 bij deze verordening, verleent het college een vergunning voor woningvorming, als door de verbouwing twee of meer woonruimten worden gevormd waarvan de kleinste een gebruiksoppervlak van ten minste 85 vierkante meter heeft.

raadsvergadering van: raadsstuk 21bb8089

15 en 17 juni 2021 pagina 7

Artikel 3.3.3 Aanvraag vergunning voor woningvorming De aanvraag om een vergunning voor woningvorming wordt door middel van een door het college vastgesteld formulier ingediend bij het college en gaat vergezeld van de volgende gegevens en bescheiden: a. de dagtekening; b. naam, voornaam en correspondentieadres in Nederland van de eigenaar van de te onttrekken woonruimte; c. naam, voornaam en correspondentieadres in Nederland van eventuele andere belanghebbenden; d. straat en huisnummer van de te verbouwen woonruimte; e. een duidelijke omschrijving van de aanvraag en de gronden waarop deze berust; f. de namen van eventuele huidige bewoners van de te verbouwen woonruimte; g. een recent kadastraal uittreksel en een uittreksel van de kadastrale kaart van het gebouw; en h. een opgave van de gebruiksoppervlakten in vierkante meters van de te vormen woonruimten.

Paragraaf 3.4 Splitsingsvergunning Artikel 3.4.1 Toepassingsgebied Deze paragraaf is van toepassing op alle gebouwen gelegen in de gemeente Rotterdam. Artikel 3.4.2 Verbod recht op een gebouw te splitsen, zonder splitsingsvergunning 1. Het verbod bedoeld in artikel 22, eerste lid van de Huisvestingswet 2014 is van toepassing, indien: a. één of meer van de appartementsrechten de bevoegdheid omvatten tot het gebruik van één of meer gedeelten van het gebouw als woonruimte, b. het gebouw ouder is dan 25 jaar en c. de appartementsrechten onderdeel zijn van een Vereniging van Eigenaren met minder dan 25 appartementsrechten. 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verlenen van deelnemings- of lidmaatschapsrechten of het aangaan van een verbintenis daartoe door een rechtspersoon met betrekking tot een gebouw als bedoeld in het eerste lid. Artikel 3.4.3 Aanvraag splitsingsvergunning Een aanvraag om een splitsingsvergunning wordt door middel van een door het college vastgesteld formulier ingediend bij het college en gaat vergezeld van de volgende gegevens en bescheiden: a. de dagtekening; b. naam en correspondentieadres in Nederland van de eigenaar van het in appartementsrechten te splitsen gebouw; c. straat en huisnummer van het gebouw waarvan het recht wordt gesplitst; d.

een recent kadastraal uittreksel en een uittreksel van de kadastrale kaart van het gebouw waarvan het recht wordt gesplitst; e. bouwjaar van het gebouw waarvan het recht wordt gesplitst; f. het aantal appartementsrechten waarin het recht op het gebouw zal worden gesplitst; g. de tegenwoordige en toekomstige bestemming van de te vormen appartementsrechten; raadsvergadering van: raadsstuk 21bb8089

15 en 17 juni 2021 pagina 8

h. de namen en adressen van de bewoners van het gebouw waarvan het recht wordt gesplitst; i. een splitsingsplan dat voldoet aan artikel 109 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek; j. het ontwerp van de akte van splitsing waarvoor het meest recente Modelreglement bij Splitsing in Appartementsrechten van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie als uitgangspunt heeft gediend of waarin dit Modelreglement van toepassing is verklaard, waarbij kenbaar wordt gemaakt wat de ten opzichte van het Modelreglement toegepaste veranderingen zijn, als het reglement van splitsing deel uitmaakt van de akte van splitsing. k. een taxatierapport betreffende het gebouw en de tot afzonderlijke woonruimte bestemde gedeelten van het gebouw, opgemaakt door een beëdigd taxateur en dat in elk geval een beschrijving en een beoordeling van de onderhoudstoestand van het gebouw bevat. Artikel 3.4.5 Aanhouden wegens gebreken l . Het college kan de beslissing op een aanvraag van een splitsingsvergunning aanhouden, indien de aanvrager aannemelijk kan maken dat hij binnen een daarvoor gestelde redelijke termijn de weigeringsgronden, bedoeld in artikel 3.4.6, met het oog op de voorgenomen splitsing zal opheffen. 2.

Indien het college de beslissing op een aanvraag van een splitsingsvergunning aanhoudt, vermeldt het college in het besluit tot aanhouding welke gebreken met het oog op de voorgenomen splitsing moeten worden hersteld en binnen welke termijn. Artikel 3.4.6 Weigeren wegens toestand van het gebouw Het college kan een splitsingsvergunning weigeren, indien: a. de toestand van het gebouw waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft, zich uit een oogpunt van indeling of staat van onderhoud geheel of ten dele tegen splitsing verzet; en b. de desbetreffende gebreken niet door het treffen van voorzieningen of het aanbrengen van verbeteringen kunnen worden opgeheven, dan wel onvoldoende verzekerd is dat die gebreken zullen worden opgeheven. Artikel 3.4.7 Intrekken splitsingsvergunning 1. Het college kan een splitsingsvergunning intrekken, indien niet binnen de in de splitsingsvergunning gestelde termijn waarbinnen van de vergunning gebruik gemaakt kan worden, nadat de vergunning onherroepelijk is geworden, is overgegaan tot inschrijving in de openbare registers van de akte van splitsing in appartementsrechten, bedoeld in artikel 109 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, of is overgegaan tot het verlenen van deelnemings- of lidmaatschapsrechten. 2.

Het college doet van de intrekking van een splitsingsvergunning schriftelijk mededeling aan de bewoners van het gebouw waarvoor de splitsingsvergunning was aangevraagd.

Paragraaf 3.5 Toeristische verhuur Artikel 3.5.1 Registratieplicht Het verbod, bedoeld in artikel 23a van de Huisvestingswet 2014 is van toepassing op alle woonruimten die zijn gelegen in de gemeente Rotterdam voor alle vormen van toeristische verhuur. raadsvergadering van: raadsstuk 21bb8089

15 en 17 juni 2021 pagina 9

Artikel 3.5.2 Nachtencriterium en meldplicht 1. Het is verboden woonruimte gelegen in de gemeente Rotterdam voor meer dan 60 nachten per kalenderjaar in gebruik te geven voor vakantieverhuur. 2. Het is verboden woonruimte gelegen in de gemeente Rotterdam in gebruik te geven voor vakantieverhuur zonder het aantal nachten van iedere verhuring vooraf bij het college te melden. 3. Het is degene die een dienst verleent gericht op het publiceren van aanbiedingen voor toeristische verhuur van woonruimte, verboden om een aanbieding voor toeristische verhuur te tonen gedurende de rest van het kalenderjaar, indien diegene door het college ervan in kennis is gesteld dat de woonruimte die wordt aangeboden reeds voor 60 nachten in dat jaar in gebruik is gegeven voor vakantieverhuur.

HOOFDSTUK 4 Overige bepalingen Artikel 4.1 Hardheidsclausule Indien vanwege bijzondere omstandigheden een strikte toepassing van het bepaalde in deze verordening zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard, kan het college afwijken van het bepaalde in deze verordening. Artikel 4.2 Uitvoering Het college kan nadere regels vaststellen voor de uitvoering van artikel 2.6. Artikel 4.3 Toezicht Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast de daartoe door het college op grond van artikel 33, eerste lid, van de Huisvestingswet aangewezen ambtenaren. Artikel 4.4 Bestuurlijke boete 1. Het college kan een bestuurlijke boete opleggen bij overtreding van: a. de artikelen 2.2, tweede lid, 2.5, vijfde lid, 3.5.2 van deze verordening, artikel 21, eerste lid, onderdeel a, c en d, artikel 22, eerste lid en artikel 23a, eerste lid van de Huisvestingswet 2014 en b. de artikelen 23a, derde lid en 23d van de Huisvestingswet 2014. 2. De in het eerste lid bedoelde boete bedraagt: a. voor de eerste overtreding van de artikelen 2.2, tweede lid, 3.1.1, 3.2.2, 3.3.1, 3.4.2, 3.5.2 en 3.5.3 van deze verordening en de artikelen 23a derde lid en 23 d van de Huisvestingswet de bedragen die in de tabellen 1 tot en met 1 1 in bijlage 4 zijn opgenomen in de kolom ‘eerste overtreding’; b.

voor de tweede en volgende overtreding van de in onderdeel a genoemde artikelen de bedragen die in de tabellen 1 tot en met 1 1 in bijlage 4 zijn opgenomen in de kolommen ‘tweede overtreding’, ‘derde overtreding’ en ‘vierde overtreding en verder; c. voor iedere overtreding van artikel 2.5, vijfde lid, het bedrag dat in tabel 12 in bijlage 4 is opgenomen. 3. Als tweede en volgende overtreding als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, wordt aangemerkt de overtreding die volgt op een eerdere overtreding van hetzelfde verbod of voorschrift, geconstateerd door een ambtenaar als bedoeld in artikel 4.3, binnen een tijdvak van vier jaren nadat voor die eerdere overtreding een bestuurlijke boete is opgelegd. raadsvergadering van: raadsstuk 21bb8089

15 en 17 juni 2021 pagina 10

HOOFDSTUK 5 Overgangs- en slotbepalingen Artikel 5.1 Intrekking verordening De Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2019 wordt ingetrokken. Artikel 5.2 Overgangsbepaling 1. Na inwerkingtreding van deze verordening blijven de onder de eerder geldende regels verstrekte huisvestingsvergunningen, onttrekkingsvergunningen, vergunningen voor kamerbewoning, vergunningen voor woningvorming en splitsingsvergunningen of daaraan gelijkgestelde vergunningen van kracht. 2.Op een aanvraag om een vergunning krachtens hoofdstuk 3 van de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2019 die is ingediend vóór de inwerkingtreding van deze verordening, wordt, totdat de beslissing daarop onherroepelijk is, beslist overeenkomstig het ten tijde van de indiening geldende recht. 3. Voor aanbieders die reeds voor 1 juli 2021 woonruimte aanboden voor toeristische verhuur, gelden de verboden bedoeld in de artikelen 3.5.2 en 3.5.3, eerste lid, met ingang van 1 januari 2022. 4.

Indien de aanvrager van een vergunning voor kamerbewoning naar het oordeel van het college heeft aangetoond dat er op 31 december 2019 reeds sprake was van kamerbewoning door ten minste hetzelfde aantal kamerbewoners als op het moment van de vergunningaanvraag, zijn de criteria, bedoeld in artikel 3.2.3, onderdelen d en f, niet van toepassing op een aanvraag om een vergunning voor kamerbewoning voor: a. vier of meer kamerbewoners; b. één uit meer personen bestaand huishouden en drie of meer kamerbewoners; of c. meer dan één uit meer personen bestaande huishoudens, waarvan het kleinste huishouden uit drie of meer personen bestaat. 5. Indien de aanvrager van een vergunning voor kamerbewoning naar het oordeel van het college heeft aangetoond dat er op 30 juni 2021 reeds sprake was van kamerbewoning door ten minste hetzelfde aantal kamerbewoners als op het moment van de vergunningaanvraag, zijn de criteria, bedoeld in artikel 3.2.3, onderdelen a, c, d en f, niet van toepassing op een aanvraag voor een vergunning voor kamerbewoning voor: a. drie kamerbewoners; b. één uit meer personen bestaand huishouden en twee kamerbewoners; of c. drie uit meer personen bestaande huishoudens. Artikel 5.3 Horizonbepaling 1 . Artikel 2.8 vervalt met ingang van 1 april 2022. 2. Artikel 5.2, vierde en vijfde lid en deel 2 van de lijst in bijlage 5 vervallen met ingang van 1 september 2022.

Artikel 5.4 inwerkingtreding en geldigheidsduur van de verordening 1. Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2021, met uitzondering van: a. artikel 3.5.2, tweede en derde lid, dat in werking treedt op een door het college te bepalen tijdstip en

raadsvergadering van: raadsstuk 21bb8089

15 en 17 juni 2021 pagina 11

b. artikel 4.4, eerste lid, onderdeel b dat in werking treedt met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel F, artikelen 23a, derde lid, en 23d, en onderdeel Ib van de Wet toeristische verhuur. 2. Deze verordening geldt voor de duur van vier jaar. Artikel 5.5 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2021.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 17 juni 2021. Ier,

De voorzitter,

raadsvergadering van: raadsstuk 21bb8089

15 en 17 juni 2021 pagina 12

Bijlage 1. Aangewezen straten als bedoeld in hoofdstuk 2 Lijst van straten waar hoofdstuk 2 van deze verordening van toepassing is. Deze lijst bestaat uit 3 delen. Deel 3 bestaat uit 2 onderdelen: deel 3a en deel 3b. Deel 1 Lijst van straten in de wijken Bloemhof (CBS-buurt 1081), Carnisse (CBS-buurt 1572), Hillesluis (CBS-buurt 1082), Oud-Charlois (CBS-buurt 1574) en Tarwewijk (CBS-buurt 1571), die door de minister op grond van artikel 5 van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek tot 1 april 2022 zijn aangewezen voor de toepassing van artikel 8 van genoemde wet (inkomen uit werk) en waarvoor daadwerkelijk toepassing gegeven wordt aan laatstgenoemd artikel:

Straten in de wijk Bloemhof (CBS-buurt 1081) - Pimpernelstraat Ericaplein - Lavendelstraat Salviahof Stokroosstraat - Oleanderstraat Odastraat - Abcoudestraat Marentakstraat Putsebocht Geraniumstraat Narcissenstraat - Sint-Andriesstraat Lobeliastraat Straten in wijk Hillesluis (CBS-buurt 1082) - De la Reystraat Wielerstraat - Kegelstraat - Schildstraat - Wapenstraat Kokerstraat - Christiaan de Wetstraat Noordpolderstraat Dahliastraat Straten in wijk Carnisse (CBS-buurt 1572) Quintstraat - Wolphaertsbocht raadsvergadering van: raadsstuk 21bb8089

15 en 17 juni 2021 pagina 13

Utenhagestraat Meester Arendstraat Zandblokstraat Ebenhaëzerstraat Carnisselaan 1e Carnissestraat Kruizemuntstraat Bevelandsestraat Carnissesingel

Straten in wijk Oud-Charlois (CBS-buurt 1574) Gouwstraat Frans Bekkerstraat - Pendrechtstraat Bas Jungeriusstraat Brielselaan Straten in wijk Tarwewijk (CBS-buurt 1571) Polslandstraat Moerkerkestraat Blankenburgstraat - Wolphaertsbocht - Stoppelstraat - Roggestraat - Tarwestraat Hekeiingenstraat - Wieldrechtstraat Borselaarstraat De Manstraat - Verschoorstraat - G reepstraat - Heenvlietstraat Spijkenissestraat Rijsoordstraat

raadsvergadering van: raadsstuk 21bb8089

15 en 17 juni 2021 pagina 14

Deel 2 Lijst van straten die door de minister op grond van artikel 5 van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek tot 1 april 2025 zijn aangewezen voor de toepassing van artikel 10 van genoemde wet (beperking van overlastgevend en crimineel gedrag) en waarvoor daadwerkelijk toepassing gegeven wordt aan laatstgenoemd artikel: Straten in wijk Afrikaanderwijk - Transvaalstraat Straten in wijk Bloemhof Heer Daniëlstraat Cillershoekstraat Lavendelstraat Dubbelstraat - Lijnzaadstraat - Boekweitstraat - Marentakstraat - Hyacintstraat Straten in wijk Hillesluis - Strijensestraat - Wielerstraat - 2e Rosestraat Breeplein Straten in wijk Vreewijk - Jan Ligthartstraat - Disselstraat - Breeweg Straten in wijk Carnisse Schoklandsestraat - Van Oestendestraat - Van Eversdijckstraat - Quintstraat De Buijserlaan Straten in wijk Oud Charlois Gouwstraat - Charloisse Kerksingel - Schilperoortstraat Boergoensestraat Doklaan Straten in wijk Pend recht Stellendamhof Halsterenstraat Slinge Sommelsdijkstraat Middelharnishof - Abbenbroekweg raadsvergadering van: raadsstuk 21bb8089

15 en 17 juni 2021 pagina 15

Straten in wijk Tarwewijk Wuysterstraat - Polslandstraat - Blankenburgstraat Mijnsherenplein Hellevoetstraat Staten in wijk Zuidwijk Menenkamp Merxveld - Hietkamp Hulkestein Roselo - Harkulo Bronkhorst - Havikhorst Straten in wijk Hoogvliet Zuid - Forelstraat Horsweg Straten in wijk Beverwaard Sandenburgbaan Straten in wijk Groot IJsselmonde - Koppeldijk - Abrikozentuin - Schoordijk Indische tuin - Erfdijk Prinsenplein Hooghagen Straten in wijk Lombardijen - Terentiusstraat - Rousseaustraat - Petrarcastraat Straten in wijk Bospolder 3e Schansstraat - Corverstraat Rosier Faassenstraat Straten in wijk Oud Mathenesse - Pinasplein - Letlandsestraat Wijk Tussendijken Schiedamseweg Wijk Oud-Crooswijk Koeweide - Marnixstraat - Wijk Ruhroek _____________________________________________________ raadsvergadering van: raadsstuk 21bb8089

15 en 17 juni 2021 pagina 16

Boezemsingel Wijk Schiebroek Hamakerstraat De Pintostraat Wijk Kleinpolder - Patijnstraat Wijk Het Lage Land De Klerkstraat

Deel 3 A Artikel 2.6 is van toepassing op de zelfstandige woonruimten in bezit of beheer van woningcorporatie Woonstad Rotterdam in onderstaande straten. Deze woonruimten zijn alle gelegen in de straten die door de minister op grond van artikel 5 van Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek tot 1 april 2022 zijn aangewezen voor de toepassing van artikel 9 van genoemde wet (voorrang op sociaaleconomische gronden).

Straten in Bloemhof Hortensiastraat Zwijndrechtseplein Rozemarijnstraat Sleutelbloemstraat Egelantierstraat Korte Heinlantstraat Dahliastraat Narcissenstraat Lobeliastraat Heer Arnoldstraat Sandelingplein Schiltmansstraat Hyacintstraat Hendrik Idostraat Hillevliet Violierstraat Lindtstraat 1e Pioenstraat Lange Hilleweg Korenbloemstraat Oudelandstraat Oostendam Groene Hilledijk Sandelingstraat Dortsmondstraat raadsvergadering van: raadsstuk 21bb8089

15 en 17 juni 2021 pagina 17

-

Meerdervoortstraat 1e Balsemienstraat Heerjansweg Oost Pietermanstraat Asterstraat Kleine Lindtstraat Oostendamstraat Jasmijnstraat Heinlantstraat Hendrik Idoplein Heer Daniëlstraat Develstraat Marentakstraat Seringenstraat 2e Kiefhoekstraat Heerjanstraat Putsebocht West-Pietermanstraat 2e Balsemienstraat Dubbelstraat Resedastraat Kamperfoeliestraat Adriaan Pieterstraat Ridderspoorstraat Boekweitstraat Heidestraat Grote Lindtstraat Eemstein Dordtselaan Geraniumstraat 1e Kiefhoekstraat Nederhovenstraat Schobbelantstraat Sneeuwbalstraat Anemoonstraat Zwijndrechtsestraat Goudenregenstraat

Straten in Hillesluis - Noordpolderstraat - Brabantsestraat Putsestraat Janne Bouwensstraat - Kokerstraat - Kegelstraat Randstraat Hendrick Croesinckstraat - Wapenstraat raadsvergadering van: raadsstuk 21 bb8089

15 en 17 juni 2021 pagina 18

-

-

-

-

-

Pantserstraat Klosstraat Adriaen Niemantsstraat Riederstraat Wielerstraat Randweg West-Varkenoordseweg Overijsselsestraat Zaadakkerstraat Polderstraat Van Haeftenstraat Immobilialaan Slaghekstraat Maliestraat Beverstraat Zeeuwsestraat Van Malsenstraat Utrechtsestraat Laantjesweg Donkerslootstraat Friesestraat Zuidpolderstraat Breeweg Riederlaan Beijerlandsestraat Vlasakkerstraat Drentsestraat Hollandsestraat Westerbeekstraat Immobiliastraat Beijerlandselaan Schildstraat Walravenstraat Blokweg

Straten in Oud-Charlois Gouwstraat - Wolphaertstraat

raadsvergadering van: '

raadsstuk 21bb8089

15 en 17 juni 2021 pagina 19

Deel 3 B Artikel 2.6 is van toepassing op de zelfstandige woonruimten in onderstaande straten. Deze woonruimten zijn alle gelegen in de straten die door de minister op grond van artikel 5 van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek tot 1 april 2025 zijn aangewezen voor de toepassing van artikel 9 van genoemde wet (voorrang op sociaaleconomische gronden).

Straten in Feijenoord Persoonskade - Feijenoordhaven - Zinkerweg Damstraat - Persoonsdam Feijenoorddijk Persoonshaven - Oranjeboomstraat Straten in Oud- Mathenesse - Pinasplein Kraaierstraat - Finsestraat - Galjootstraat Hoekersingel Portugesestraat Engelsestraat Bulgaarsestraat Roemeensestraat Straten in Schiemond Indrapoerastraat Dempostraat Slamatstraat - Westkousdijk Pelgrimsstraat Sibajakstraat Straten in Tussendijken Haringpakkersstraat Taandersstraat Kleine Visserijstraat Straten in Carnisse Quintstraat - Wolphaertsbocht Utenhagestraat Meester Arendstraat Zandblokstraat Ebenhaëzerstraat Carnisselaan 1e Carnissestraat raadsvergadering van: raadsstuk 21bb8089

15 en 17 juni 2021 pagina 20

Kruizemuntstraat Bevelandsestraat Carnissesingel Straten in Oud-Charlois Gouwstraat Frans Bekkerstraat - Pendrechtstraat Bas Jungeriusstraat Brielselaan Straten in Pendrecht Wagenbergstraat - Dirkslandstraat Stellendamstraat Straten in Tarwewijk Polslandstraat Moerkerkestraat Blankenburgstraat - Wolphaertsbocht - Stoppelstraat - Roggestraat - Tarwestraat Hekelingenstraat Rijsoordstraat - Wieldrechtstraat Borselaarstraat De Manstraat - Verschoorstraat Groepstraat Heenvlietstraat Spijkenissestraat Straten in Beverwaard Radboudplein Biljoenstraat Lunenburgdam - Blitterswijkstraat

raadsvergadering van: raadsstuk 21bb8089

15 en 17 juni 2021 pagina 21

Bijlage 2. Kenmerken van beroepen als bedoeld in artikel 2.6 Onderwijs Docent met de volgende kenmerken: a. heeft een bruto-inkomen van niet meer dan € 42.436, op jaarbasis per huishouden; b. is werkzaam in het primair onderwijs of speciaal onderwijs binnen de gemeente Rotterdam; c. heeft minimaal een 1-jarig contract met zicht op een vaste baan op een school die gevestigd is binnen de gemeente Rotterdam en waarvoor een werkgeversverklaring wordt afgegeven; d. heeft minimaal een werkweek binnen het onderwijs van 20 uur per week; en e. werkt mee aan een klein tevredenheidsonderzoek/enquête over de woonbeleving. Zorgverlening Verpleegkundige niveau 4/ doktersassistent niveau 4 of verzorgende niveau 3 met de volgende kenmerken: a. heeft een bruto-inkomen van niet meer dan € 42.436, op jaarbasis per huishouden; b. heeft minimaal een 1-jarig contract met zicht op een vaste baan voor een zorginstelling gevestigd binnen de gemeente Rotterdam en waarvoor een werkgeversverklaring wordt afgegeven; c. heeft minimaal een werkweek binnen de zorgsector van 24 uur per week; en d. werkt mee aan een klein tevredenheidsonderzoek/enguête over de woonbeleving. Politie-eenheid Politieagent met de volgende kenmerken: a. heeft een bruto-inkomen van niet meer dan € 42.436, op jaarbasis per huishouden; b. is werkzaam binnen de politie-eenheid Rotterdam; c.

heeft een minimale werkweek van 32 uur per week; en d. werkt mee aan een klein tevredenheidsonderzoek/enguête over de woonbeleving.

raadsvergadering van: raadsstuk 21bb8089

15 en 17 juni 2021 pagina 22

Bijlage 3. Gebieden waar geldt dat bij woningvorming de kleinste woning een gebruiksoppervlakte heeft van ten minste 85 vierkante meter als bedoeld in artikel 3.3.4.

- Geheel gebied Delfshaven (CBS-wijk 3), met uitzondering van de winkelstraten West (Nieuwe Binnenweg, West Kruiskade, 1 ste Middellandstraat, Middellandplein (huisnummers 16 tot en met 35), 2de Middellandstraat en Vierambachtsstraat). -

Geheel gebied Noord (CBS-wijk 5), met uitzondering van de Noorderboulevard (Noordmolenstraat en Zwart Janstraat).

- Geheel gebied Kralingen-Crooswijk (CBS-wijk 8), met uitzondering van wijk De Esch (CBS-buurt 0845). - In het gebied Charlois (CBS-wijk 15) de wijken Oud Charlois (CBS-buurt 1574), Carnisse (CBS-buurt 1572) en Tarwewijk (CBS-buurt 1571). - In het gebied Feijenoord (CBS-wijk 10) de wijken Katendrecht (CBS-buurt 1085), Noordereiland (CBS-buurt 1088), Feijenoord (CBS-buurt 1087), Kop van Zuid-Entrepot (CBS-buurt 1079), Afrikaanderwijk (CBS-buurt 1086), Hillesluis (CBS-buurt 1082), Bloemhof (CBS-buurt 1081) en Vreewijk (CBS-buurt 1080).

raadsvergadering van: raadsstuk 21bb8089

15 en 17 juni 2021 pagina 23

Bijlage 4. Bedragen bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 4.4 Tabel 1: Bestuurlijke boete bij overtreding van artikel 2.2, tweede lid

In gebruik geven van woonruimte zonder huisvestingsvergunning

Eerste overtredin

Tweede overtreding

Derde overtreding

9 € 4.000

€8.000

€16.000

Vierde overtreding en verder €21.750

Tabel 2: Bestuurlijke boete bij overtreding van artikel 21, eerste lid, onderdeel a, van de Huisvestingswet 2014. Eerste overtreding Onvergund onttrekken van woonruimte

€ 8.000

Tweede Derde Vierde overtreding overtreding overtreding en verder €21.750 € 12.000 € 18.500

Tabel 3: Bestuurlijke boete bij overtreding van artikel 21, eerste lid, onderdeel c, van de Huisvestingswet 2014.

Onvergund omzetten van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte

Eerste overtreding

Tweede overtreding

Derde overtreding

Vierde overtreding en verder

€ 8.000

€ 12.000

€18.500

€21.750

Tabel 4: Bestuurlijke boete bij overtreding van artikel 21, eerste lid, onderdeel d, van de Huisvestingswet 2014.

Onvergund verbouwen van woonruimte tot twee of meer woonruimten

Eerste overtreding

Tweede overtreding

Derde overtreding

Vierde overtreding en verder

€ 4.000

€8.000

€16.000

€21.750

raadsvergadering van: raadsstuk 21bb8089

15 en 17 juni 2021 pagina 24

Tabel 5: Bestuurlijke boete bij overtreding van artikel 22, eerste lid van de Huisvestingswet 2014.

Onvergund splitsen van het recht op een gebouw in appartementsrechten

Eerste overtreding

Tweede overtreding

Derde overtreding

Vierde overtreding en verder

€ 4.000

€ 8.000

€ 16.000

€21.750

Tabel 6: Bestuurlijke boete bij overtreding van artikel 23a, eerste lid van de Huisvestingswet 2014.

Aanbieden voor toeristische verhuur zonder het daarbij vermelden van het registratienummer

Eerste overtreding

Tweede overtreding

Derde overtreding

Vierde overtreding en verder

€ 2.000

€ 4.000

€ 6.000

€ 8.700

Tabel 7: Bestuurlijke boete bij overtreding van artikel 3.5.2, eerste lid

Overtreden nachtencriterium vakantieverhuur

Eerste overtreding

Tweede overtreding

Derde overtreding

Vierde overtreding en verder

€ 4.000

€ 8.000

€ 16.000

€21.750

Tabel 8: Bestuurlijke boete bij overtreding van artikel 3.5.2, tweede lid

Niet voldoen aan meldplicht

Eerste overtreding

Tweede overtreding

Derde overtreding

Vierde overtreding en verder

€ 2.000

€ 4.000

€6.000

€ 8.700

raadsvergadering van: raadsstuk 21bb8089

15 en 17 juni 2021 pagina 25

Tabel 9: Bestuurlijke boete bij overtreding van artikel 3.5.2, derde lid

Publiceren door platform terwijl bekend is gemaakt dat nachtencriterium is overschreden

Eerste overtreding

Derde Tweede overtreding overtreding

€ 2.000

€ 4.000

€ 6.000

Vierde overtreding en verder € 8.700

Tabel 10: Bestuurlijke boete bij overtreding van artikel 23a, derde lid Huisvestingswet 2014

Overtreden van verbod op publiceren door platform zonder vermelding registratienummer

Eerste overtreding

Tweede overtreding

Derde overtreding

Vierde overtreding en verder

€ 2.000

€ 4.000

€ 6.000

€ 8.700

Tabel 11: Bestuurlijke boete bij overtreding van artikel 23d Huisvestingswet 2014

Overtreden van plicht tot informeren door platform van aanbieders van woonruimten over de verboden ex art. 23a lid 1 en art. 23b, lid 1 en 2 Huisvestingswet

Eerste overtreding

Tweede overtreding

Derde overtreding

Vierde overtreding en verder

€ 2.000

€ 4.000

€ 6.000

€8.700

raadsvergadering van: raadsstuk 21bb8089

15 en 17 juni 2021 pagina 26

Tabel 12 Bestuurlijke boete bij overtreding van artikel 2.5, vijfde lid. Iedere overtreding Niet naleven van de in de huisvestingsvergunning opgenomen voorschriften

€435

raadsvergadering van: raadsstuk 21bb8089

15 en 17 juni 2021 pagina 27

Bijlage 5. Gebieden waar geen vergunning voor kamerbewoning wordt afgegeven als bedoeld in artikel 3.2.3, onderdeel f Deel 1 De wijken - Middelland (CBS buurt 0325) het Nieuwe Westen (CBS buurt 0324) Kralingen West (CBS buurt 0841) - Kralingen Oost (CBS buurt 0842) - Struisenburg (CBS buurt 0847) De straat: • Mathenesserweg

Deel 2 Gebieden waar artikel 3.2.3, onderdeel f, van de verordening van toepassing is, in acht genomen hetgeen bepaald is in artikel 5.3 onderdeel 2. - Alle gebieden binnen de gemeente Rotterdam met uitzondering van de gebieden genoemd in deel 1 van deze bijlage

raadsvergadering van: raadsstuk 21bb8089

15 en 17 juni 2021 pagina 28

Algemene toelichting De Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningmarkt 2019 regelt in hoofdstuk 2 de bepalingen op grond van artikel 8 (inkomenseis), 9 (voorrang op sociaal economische gronden) en 10 (screening op overlast) van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (of: Rotterdamwet) en in hoofdstuk 3 de bepalingen op grond van de artikelen 21, 22 en 23 van de Huisvestingswet 2014 (de vergunningplicht voor woonruimteonttrekking, omzetten voor kamerbewoning, woningvorming, splitsing en toeristische verhuur van woonruimte). Onderbouwing verordening Het gemeentelijk woonbeleid is onder meer gericht op een betere aansluiting van de woningvoorraad bij de behoeften van de Rotterdamse woningzoekenden, en daarmee het tegengaan van schaarste in de woningvoorraad. De grondslag van het gemeentelijk woonbeleid wordt gevormd door een situatie waarbij niet in alle segmenten van de Rotterdamse woningmarkt op eenzelfde manier sprake is van schaarste. Het meest sprekende voorbeeld hiervan is het sociale segment, waarin sprake is van zowel een statisch overschot als een dynamische schaarste. Statische schaarste of overschot gaat over de verhouding tussen de doelgroep en de daarvoor bestemde voorraad, dus over de balans in de voorraad.

De dynamische schaarste of overschot gaat over de verhouding tussen de vraag naar en het aanbod van woningzoekenden in de voor hun bestemde voorraad en zegt vooral iets over de dagelijkse druk. Voor een genuanceerd en effectief woonbeleid is oog en inzet van beleid en maatregelen voor beide vormen van schaarste noodzakelijk. De Woonvisie 2030 en het Addendum Thuis in Rotterdam zijn gericht op het meer in balans brengen van de woningvoorraad door het aanpakken van de statische tekorten en overschotten in de verschillende woningmarktsegmenten (via onder meer het Actieplan Middenhuur, de Gebiedsatlas en het Woningbouwakkoord/Doorbouwmanifest), waarbij ook aandacht is voor de ontwikkeling van de dynamische schaarste namelijk door onder andere de door de raad vastgestelde ijkpunten. Naar aanleiding van de ontwikkeling van deze ijkpunten heeft u in 2020 het Actieplan Beschikbaarheid vastgesteld en zijn er naar aanleiding daarvan afspraken gemaakt met de corporaties gericht op het aanpakken van enkel de dynamische schaarste in het sociaal-basis segment. De huisvestingsverordening, gebaseerd op de Huisvestingswet 2014, is een ander instrument dat de gemeente inzet om schaarste tegen te gaan en richt zich op de samenstelling van de woningvoorraad.

Inzet van dit instrumentarium is van belang om te voorkomen dat woningen waar behoefte aan is aan de bestaande woningvoorraad worden onttrokken dan wel een andere functie krijgen. In een aantal rechtszaken rond de toepassing van de huisvestingsverordening is gebleken dat de onderbouwing een actualisatie en uitbreiding behoeft om blijvend te kunnen voldoen aan de vereisten uit de Huisvestingswet 2014. Dit omdat de verordening zich nu alleen baseert op onderzoek naar de situatie in de sociale huurvoorraad van corporaties, terwijl de toepassing nadrukkelijk breder gewenst is, namelijk ook woningen van particuliere verhuurders, in het koopsegment en ook woningen in het middensegment. Bovendien dateert dat onderzoek alweer van een aantal jaar geleden. raadsvergadering van: raadsstuk 21bb8089

15 en 17 juni 2021 pagina 29

In de tweede helft van 2020 heeft onderzoeksbureau RIGO ten behoeve van de onderbouwing voor de inzet van het instrumentarium uit de Huisvestingswet 2014 een onderzoek verricht en het rapport Schaarste in de Rotterdamse woningvoorraad opgeleverd. Het onderzoek van RIGO naar schaarste in de Rotterdamse woningvoorraad richt zich op de verhouding tussen vraag en aanbod (dynamische schaarste). Hieronder wordt nader ingegaan op de resultaten van het onderzoek van RIGO. Aansluitend wordt de noodzaak van het inzetten van het instrumentarium uit de Huisvestingswet 2014 in Rotterdam toegelicht. RIGO-onderzoek: schaarste in de Rotterdamse woningvoorraad Het onderzoek van RIGO kijkt naar vraag en aanbod in de verschillende segmenten in de woningmarkt. Geconcludeerd wordt dat in alle segmenten er sprake is van schaarste: In de koopsector komt de schaarste tot uiting doordat er veel meer huishoudens naar een koopwoning in Rotterdam willen verhuizen dan er aanbod is. Dit geldt voor koopwoningen van alle soorten en maten. De schaarste aan koopwoningen is ook terug te zien in de stijgende transactieprijzen van koopwoningen, waardoor steeds meer woningen verschuiven van het middensegment naar het hogere en topsegment.

- In de huursector lijkt het aantal huishoudens dat een woning in Rotterdam zou willen gaan huren en het aantal huishoudens dat uit een huurwoning zou willen verhuizen op het eerste gezicht grosso modo in evenwicht, maar een groot deel van het potentiële aanbod in de huursector komt alleen vrij als de huidige bewoners kunnen doorstromen. In de praktijk komt deze doorstroming vaak niet voldoende op gang. Dit leidt in de vrije huursector (waaronder het middensegment) tot gestegen gemiddelde huurprijzen. Dit is een indicatie dat er ook in dit segment sprake is van schaarste. Specifiek voor de sociale corporatiehuursector heeft RIGO gegevens uit de actuele Monitor Woonruimtebemiddeling gebruikt. Deze monitor is reeds eerder besproken bij de vaststelling van de Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2020 in juni 2020 (20bb006632). Uit deze cijfers blijkt een knelpunt in de beschikbaarheid van sociale huurwoningen en dus een (dynamische) schaarste. In de sociale corporatiehuursector is de slaagkans van woningzoekenden sterk afgenomen. De gemiddelde wachttijd is wel licht gedaald, al is deze in 2019 nog altijd bijna driejaar, hetgeen een signaal van schaarste is. - De schaarste in het sociale corporatiehuursegment wordt met name veroorzaakt door het gebrek aan doorstromingsmogelijkheden vanwege de sterk stijgende prijzen in de vrije huur- en koopsector.

Hierdoor kunnen huurders in het sociale segment niet verhuizen naar de vrije huur- of koopsector. Dat heeft vervolgens tot gevolg dat er ook weinig doorstroommogelijkheden voor de huurders in het sociaal-basis segment zijn. RIGO- onderzoek: effecten schaarste Het onderzoek toont aan dat als gevolg van deze schaarste aan woonruimte in de koop- en huursector veel huishoudens hun verhuiswensen niet kunnen realiseren. Dit geldt vooral voor woningzoekenden uit de (primaire en secundaire) doelgroep van corporaties en voor woningzoekenden met een middeninkomen. Het gaat bij deze laatste groep vooral om starters en (grote) gezinnen die de negatieve gevolgen van schaarste ervaren. Starters hebben meestal geen eigen vermogen waarmee ze op de koopmarkt kans maken en gezinnen zijn aangewezen op de grotere woningen die in het middensegment heel moeilijk te vinden zijn in Rotterdam. Omdat deze huishoudens hun verhuiswens moeilijk kunnen realiseren, blijft een deel van hen in de huidige woning wonen. Dit zijn vaak woningen in het goedkopere segment, waardoor deze woningen niet als aanbod voor andere raadsvergadering van: raadsstuk 21bb8089

15 en 17 juni 2021 pagina 30

woningzoekenden (waaronder woningzoekenden die zijn aangewezen op de goedkope voorraad) beschikbaar komen. De doorstroming komt daardoor onvoldoende op gang. Noodzaak inzetten instrumentarium Huisvestingswet Uit het onderzoek blijkt dus dat de schaarste zich voordoet in alle segmenten van de woningmarkt in Rotterdam. Er is bovendien een onderlinge negatieve beïnvloeding van de verschillende segmenten in de woningvoorraad, door het bestaan van die schaarste. Doordat er schaarste in het ene segment speelt, zal een deel van de woningzoekenden noodgedwongen gaan uitwijken naar andere segmenten. Daardoor wordt de druk op die delen van de woningmarkt opgevoerd, hetgeen weer een van invloed is op de kansen voor de woningzoekenden die op dat segment zijn aangewezen. Door deze onderlinge beïnvloeding ervaren veel woningzoekenden onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van de schaarste. De omvang en samenstelling van de woningvoorraad is daarom in het bijzonder van belang, met het oog op de beschikbaarheid voor de verschillende doelgroepen. Tegelijkertijd functioneert de woningmarkt op (ten minste) gemeentelijk schaalniveau: als woningzoekenden in de ene wijk geen geschikte woning kunnen vinden maar in een andere wijk wel, zullen de meeste woningzoekenden kiezen voor verhuizing naar een andere wijk.

Dit maakt het sturen met behulp van het instrumentarium uit de Huisvestingswet (artikel 21, 22 en 23) op de gehele woningvoorraad op gemeentelijk niveau noodzakelijk, om te voorkomen dat het aanbod aan de nu al schaarse woningen nog verder afneemt en dit aanbod (nog) kleiner en duurder wordt. De inzet van de volgende instrumenten achten wij noodzakelijk en geschikt: Vergunningplicht woningonttrekking Met het verbod op het onttrekken van woonruimte zonder vergunning, wordt voorkomen dat bestaande woonruimte wordt onttrokken aan de woningvoorraad, en wordt omgezet naar een niet-woonfunctie, zonder dat aandacht is voor het belang van de woonruimtevoorraad. Vanwege de schaarste aan woonruimte in Rotterdam, is het belangrijk voorwaarden te stellen aan het onttrekken van woonruimte aan de woningvoorraad, terwijl die zo hard nodig is om huisvesting te bieden aan mensen die woonruimte zoeken in Rotterdam. Vergunningplicht omzetten voor kamerbewoning Met het verbod op het omzetten van woonruimte voor kamerbewoning behoudens vergunning kunnen criteria worden gesteld aan de omzetting van woonruimte voor kamerbewoning. Kamerbewoning is een wijze van gebruik van woningen waar met name onder studenten behoefte aan is.

Er is op dit moment sprake van een zodanige schaarste aan woonruimte dat de marktwerking eigenaar-verhuurders ertoe verleidt hun huurwoningen kamergewijs te verhuren, in plaats van die voor bewoning door gezinnen ter beschikking te houden. Een te grote mate van omzetting van zelfstandige woonruimte naar onzelfstandige kamerbewoning heeft tot gevolg dat de woningen die geschikt zijn voor bewoning door een gezin nog schaarser worden.

raadsvergadering van: raadsstuk 21bb8089

15 en 17 juni 2021 pagina 31

Vergunningplicht woningvorming Door de vergunningplicht voor woningvorming kan voorkomen worden dat grotere woningen zonder meer worden verbouwd tot kleinere woningen en daarmee niet meer bewoonbaar zijn door gezinnen. Gezinnen zijn een belangrijke doelgroep van het woonbeleid van de gemeente, zoals dat is vastgelegd in de Woonvisie. Zonder deze vergunningplicht zou elke woning verbouwd kunnen worden tot meerdere woningen, met als enige ondergrens de minimale eisen uit het Bouwbesluit. In een woningmarkt met schaarste, zoals nu het geval is, zou de marktwerking tot gevolg hebben dat er te veel grote woningen zouden verdwijnen en verbouwd zouden worden tot meerdere kleine woningen, te klein voor gezinnen. Splitsingsvergunning Met de splitsingsvergunning kan vooral grip worden gehouden op de verhouding koopversus huurwoningen. In Rotterdam is het alleen met een vergunning toegestaan om het recht van eigendom op een gebouw met daarin woonruimte, zoals bijvoorbeeld huurwoningen kadastraal te splitsen in appartementsrechten. Na splitsing kunnen de appartementsrechten individueel worden verkocht. De splitsingsvergunning wordt alleen verleend als het gebouw zich voor wat betreft de staat van onderhoud of indeling niet tegen splitsing verzet.

Registratieplicht toeristische verhuur en meldplicht vakantieverhuur Nieuw is het instrumentarium in artikel 23 in de Huisvestingswet: een registratieplicht, een meldplicht en -indien deze instrumenten onvoldoende soelaas bieden - een vergunningplicht voor de toeristische verhuur van woonruimte. In Rotterdam is deze vorm van verhuur van woningen de afgelopen jaren gestaag gegroeid. Op het moment dat een woning langdurig en/of structureel verhuurd wordt aan toeristen, is de woning niet of slechts beperkt beschikbaar voor reguliere bewoning en draagt deze vorm van toeristische verhuur bij aan schaarste in de woningvoorraad. Inzicht in waar en met welke frequentie dergelijke verhuur plaatsvindt, alsmede het vaststellen van een grens aan deze frequentie, is dus cruciaal om te voorkomen dat toeristische verhuur doorslaat in woningonttrekking. Een registratieplicht en een meldplicht zijn daardoor voor Rotterdam noodzakelijke en geschikte instrumenten om schaarste tegen te gaan en om inzicht te verkrijgen of mogelijk een zwaarder instrument zoals de vergunningplicht ingezet moet worden. Effectuering maatregelen op grond van de Wbmgp (Rotterdamwet) De grondslag voor hoofdstuk 2 van de verordening is niet gelegen in de Huisvestingswet 2014, maar heeft zijn wettelijke grondslag in de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp).

Vanwege het inhoudelijke verband tussen het verlenen van toegang tot de woningmarkt en het beïnvloeden van de samenstelling van de woningvoorraad (met name bij kamerbewoning is dat verband heel direct) wordt nu voorgesteld om beide onderwerpen in één verordening onder te brengen. In de Wbmgp is de bevoegdheid van de gemeenteraad opgenomen om in een huisvestingsverordening te bepalen dat, kort benoemd, er een inkomenseis, voorrang en/of screening geldt voor een huisvestingsvergunning.

raadsvergadering van: raadsstuk 21bb8089

15 en 17 juni 2021 pagina 32

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft bij besluiten van 8 maart 2018, 5 april 2018 en 12 februari 2021 aanwijzingen gedaan, zodat de regels over een inkomenseis, voorrang en screening gesteld kunnen worden in de huisvestingsverordening Ten opzichte van de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2019 bevat deze verordening de volgende wijzigingen: Inkomenseis (artikel 8 Wbmqp) Ten opzichte van de huidige situatie komt artikel 8 van de Wbmgp (de inkomenseis) in 83 % van de straten te vervallen. In plaats van wijken worden de straten waar artikel 8 blijft gelden opgenomen in de bijlage in deze verordening. Alleen in die straten blijft de inkomenseis gelden en wordt gevraagd om de huisvestingsvergunning. De inkomenseis vervalt per 1 april 2022, wanneer de gebiedsaanwijzing van de minister verloopt. Voorrang op grond van sociaal-economische kenmerken (artikel 9 Wbmqp) De minister heeft op 12 februari 2021 straten aangewezen (raadstuk: 21bb2301) waar op grond van artikel 9 van de Wbmgp voorrang aan woningzoekenden op basis van sociaaleconomische kenmerken zoals werk, vrijwilligerswerk, studie of woningzoekenden met beroepen uit de maatschappelijke sector (docenten, zorgmedewerkers en politieagenten) kan worden verleend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=6bc27a16-6706-4393-9ff6-0cc61fa8c957