CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb7928 Afdoeningsvoorstel toezegging 21bb7416 wethouder De Langen over Jaarrekening 2020 - aanvullende info

Gemeenteraad 15 juni 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 5.3 Het voorstel tot vaststelling van de conclusies en aanbevelingen van de commissie tot onderzoek van de rekening met betrekking tot de jaarrekening 2020.1.330 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

S. de Langen Wethouder Volksgezondheid, Zorg, Ouderen en Sport J. Bokhove Wethouder Mobiliteit, Jeugd en Taal

Bezoekadres: Stadhuis Coolsingel 40 3011 AD Rotterdam Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam

Aan de commissie Zorg, Onderwijs, Cultuur en Sport

Website: www.rotterdam.nl E-mail: bbo@rotterdam.nl Inlichtingen: J.J. den Dikken, N.M. van loon, J.P. Derksen Telefoon: 06-12925742 Portefeuillehouder: S. de Langen, J. Bokhove Cluster: Cluster Maatschappelijke Ontwikkeling Ons kenmerk: 21MO03045 - 21bb007928 Datum: 15 juni 2021 Betreft: Afdoening toezegging 21bb7416

Geachte leden van de commissie ZOCS, Op 2 juni jl. besprak uw commissie ZOCS de Jaarstukken 2020. Daarbij is door wethouder De Langen toegezegd om voorafgaand aan de bespreking van de Jaarrekening in de raad een brief te sturen met aanvullende informatie over de toekomstige financiering van de gemeentelijke zorg (21bo00189). Het college heeft naar aanleiding van de bestuursopdracht zorg besloten in de begroting van 2021 een herijkt financieel kader voor het zorgdomein op te nemen. Het college deed dit om de effecten van een aantal ontwikkelingen de komende jaren financieel op te vangen en om afscheid te nemen van de onrealistisch dalende zorgbegroting. Op 3 juli 2020 heeft de wethouder deze ontwikkelingen toegelicht en uw raad een nadere toelichting gegeven op de werkwijze voor de financiering van zorg, welzijn en jeugdhulp en hoe het college stap voor stap een stabiele lijn realiseert in de toekomstige financiering van de gemeentelijke zorg. (20bb008894). De aanpak van het college bestaat uit het blijven actualiseren van het financieel beeld, inzet op extra geld vanuit het Rijk, 2-3 jaar vooruitkijken en het budget verder herijken op basis van de laatste landelijke en Rotterdamse ontwikkelingen. Dit zorgt logischerwijs voor diverse bijstellingen. Met deze brief geven wij overkoepelend inzicht over de realisatie van de stabiele lijn.

Huidige stand van zaken De ontwikkelingen en onzekerheden die in de brief van 3 juli 2020 zijn gesignaleerd, zijn op dit moment nog altijd van kracht:  Zowel landelijk als lokaal stijgt het aantal cliënten in de Wmo en de Jeugdwet verder door als gevolg van demografische, landelijke en maatschappelijke ontwikkelingen. Mede door deze ontwikkelingen heeft de ‘boeggolf’ (slechts een tijdelijke toename van het aantal cliënten in de vraag naar jeugdhulp en Wmo-ondersteuning) die bij de overheveling van taken naar de gemeenten in 2015 werd verwacht, zich niet voorgedaan.

Blad:

2/4

De uitgaven voor ondersteuning blijven toenemen voornamelijk vanwege externe landelijke ontwikkelingen zoals de vergijzing in combinatie met langer thuis wonen, de ambulantisering ggz en het abonnementstarief. Dit geldt over de hele linie in de zorg, waarbij de procentuele groei in de Wlz en Zvw hoger ligt dan in het sociaal domein. Voor de Wmo en Jeugdwet geldt dat sprake is van openeinde regelingen. De gemeente moet wettelijk zorg bieden aan iedereen die dat nodig heeft en deze betalen. En Rotterdam hanteert het credo: ‘iedereen die zorg, ondersteuning of hulp nodig heeft, krijgt dit”. Er lopen landelijk zowel trajecten om tot verhoging van de rijksmiddelen voor het zorgdomein te komen (onder meer de extra rijksmiddelen jeugdhulp waarover het demissionaire kabinet onlangs heeft besloten, gesprekken over het effect van de vergrijzing en onderzoeken naar kosten GGZ) als om deze passender over de gemeenten te verdelen. De invoering van het nieuwe verdeelmodel waarmee het Rijk de middelen in het Gemeentefonds verdeelt voor onder meer zorg, welzijn en jeugdhulp, is uitgesteld naar 1 januari 2023 (21bb001705). Vanwege technische oorzaken is het eerdere voorstel door de fondsbeheerders terugverwezen naar de tekentafel. Er is daarom nog geen informatie over wat de nieuw voorgestelde verdeling specifiek betekent voor het budget dat Rotterdam krijgt per 1 januari 2023.

Een nieuwe verdeelsleutel kan een fors meerjareneffect hebben op de gemeentelijke zorgbegroting.

Bovenstaande effecten bij elkaar opgeteld maken dat de inschatting van de benodigde financiën voor de jaren 2023 en verder met de nodige onzekerheden is omgeven. Hoe ziet het financieel beeld eruit en wat doet het college om dit op te vangen? Voor de Voorjaarsretraite 2021 is wederom gekeken hoe de uitgaven voor zorg, welzijn en jeugdhulp zich naar verwachting in 2021-2025 ontwikkelen. Hierbij is rekening gehouden met de ontwikkelingen zoals die tot en met het eerste kwartaal van 2021 bekend waren. Op basis daarvan is de verwachting dat het aantal cliënten en de uitgaven voor zorg, welzijn en jeugdhulp verder zullen stijgen ten opzichte van wat eerder was voorzien. Het college heeft, rekening houdend met het bovenstaande, besloten om alleen het lopende en volgende begrotingjaar (2021 en 2022) reëel te begroten op basis van de verwachte landelijke en Rotterdamse ontwikkelingen. Reden hiervoor is dat we slechts met zekerheid twee jaar vooruit kunnen kijken. Vanuit het accres is het zeker dat er geld overkomt naar het gemeentefonds maar onzeker hoe hoog exact. Om die reden zijn toekomstige ophogingen van het zorgbudget vanuit het accres nu nog niet in het huidig budget opgenomen. Verwacht wordt dat deze jaarlijkse toevoegingen een substantiële bijdrage leveren in het aan laten sluiten van het budget op de verwachte uitgaven in de komende jaren.

Er wordt hierin nog niet vooruitgelopen op de komende herijking van het verdeelmodel. De aanpak van het college is samengevat in onderstaand figuur. In het figuur is te zien dat met het accres en de gemeentelijke bijstellingen een stabiele lijn wordt gecreëerd. Met extra rijksmiddelen wordt dit beeld verder verstevigd. Ter toelichting geven wij mee dat de uitgaven voor de Wmo gebaseerd zijn op recente realisatiegegevens uit 2020, waarbij het incidentele effect van COVID-19 waar mogelijk is geneutraliseerd.

Blad:

3/4

Figuur 1. Meerjarige doorkijk zorg, welzijn en jeugdhulp na herijking (bedragen x 1 mln)

Het college heeft, rekening houdend met het bovenstaande, de volgende stap gezet in de herijking van het financieel kader voor zorg, welzijn en jeugdhulp:  Voor 2021 en 2022 stelt het college geld beschikbaar om de begroting aan te laten sluiten op de verwachte uitgaven voor zorg, welzijn en jeugd:  Voor 2021 gaat het om een ophoging van het budget met ca. € 19,5 mln. Dit wordt volledig gedekt uit een onttrekking aan de bestemmingsreserve Tweedelijns Wmo en Jeugdhulp.  Voor 2022 gaat het om een ophoging van het budget met ca. € 36 mln. Dit wordt voor ca. € 6 mln. gedekt uit een onttrekking aan de bestemmingsreserve Tweedelijns Wmo en Jeugdhulp.  Met de begroting 2021 en 2022 is reeds voorgesorteerd op extra rijksmiddelen van zeker € 27 mln. Inmiddels heeft het Rijk toegezegd voor 2021 en 2022 extra middelen voor jeugdhulp toe te kennen, omdat ze ook ziet dat het huidige budget ontoereikend is. Voor 2021 en 2022 verwachten we in totaal € 90 mln aan extra middelen. Hieruit dekken we onder andere de € 27 mln, problematiek die ontstaan is als gevolg van de pandemie en intensivering van wachtlijstaanpak. Bij de Begroting 2022 zal dit verder worden verwerkt.  Voor de jaren 2023 en verder wordt alvast meer dan € 11 mln vanuit de algemene middelen aan de begroting toegevoegd als onderdeel van de herijking van het financieel kader.

 Er is geen uitsplitsing te maken van de ontvangen Rijksmiddelen naar de afzonderlijke onderdelen zorg, welzijn en jeugdhulp. Dit komt doordat met ingang van 2019 de integratie-uitkering Sociaal Domein (IU SD) is overgeheveld naar de Algemene Uitkering (AU). Binnen de IU SD werd door het Rijk afzonderlijk opgaaf gedaan van de onderdelen Jeugd (IU SD Jeugd), Wmo 2015 (IU SD Wmo) en Wmo huishoudelijke verzorging (IU Wmo). Na de overheveling doet het Rijk hiervan geen afzonderlijke opgaaf meer.

Blad:

4/4

Bij volgende voorjaarsretraites wordt op basis van het actuele beeld op dat moment opnieuw 2-3 jaar vooruitgekeken. Er is dan meer duidelijkheid over bijvoorbeeld de definitieve uitkomst van de herijking van het Gemeentefonds, de uitkomst van lopende landelijke onderzoeken en de plannen van het nieuwe kabinet. Het college zal op basis van het beeld dat er op dat moment ligt het budget verder herijken.

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en stel u voor toezegging 21bb7416 als afgedaan te beschouwen. Met vriendelijke groet,

S. de Langen Wethouder Volksgezondheid, Zorg, Ouderen en Sport

J. Bokhove Wethouder Mobiliteit, Jeugd en Taal

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=781cace3-bb09-46e9-868e-328c13c9d4e6