CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb7717 Herzien raadsvoorstel over vaststelling bestemmingsplan Hoek van Holland Bedrijventerreinen Oost

Gemeenteraad 17 juni 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 11. Het (herziene) voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan ‘Hoek van Holland Bedrijventerreinen Oost’.11.514 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

8 Reclamant 8 Reclamant is (mede)eigenaar van het tuinbouwbedrijf aan Bonnenweg 30 gelegen direct naast de grond- en slibbank van Loswal de Bonnen. 8.1 Grond- en slibbank niet bestemmen als bedrijventerrein De tijdelijke grond- en slibbank is een agrarisch gebied waar op dit moment bodemsanering plaatsvindt, mede door een afdeklaag van slib. In alle voorwaarden is opgenomen dat steeds een beperkte oppervlakte in gebruik is voor slibverwerking. De rest van de oppervlakte, meer dan 70%, blijft als agrarisch gebied, zodat alle flora en fauna in stand blijft. Het is niet gewenst dit terrein nu als bedrijventerrein te bestemmen. Reactie De grond- en slibbank heeft in het ontwerpbestemmingsplan de bestemming ‘Bedrijf – 3’ gekregen, waarin alleen het gebruik als grond- en slibbank is toegestaan. Er wordt wel over een ander gebruik nagedacht voor de situatie dat de grond- en slibbank niet langer nodig is. Zie hiervoor de beantwoording bij reclamant 2. Voorstel Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 8.2 Een munitiezeefinrichting is volstrekt ongepast in dit gebied De vergunning of ontheffing voor een munitiezeefinrichting is volstrekt ontoereikend, ongewenst en niet gepast in dit gebied. Reactie De (tijdelijke) munitiezeefinrichting is niet meer in gebruik en is inmiddels ontmanteld.

De beheerder van de locatie heeft (met zienswijze 2.2) gevraagd de aanduiding niet langer in het bestemmingsplan op te nemen. Als reactie op zienswijze 2.2 wordt voorgesteld de munitiezeefinrichting niet in het bestemmingsplan op te nemen.

Registratienummer cluster: BS19/00680 Portefeuillehouder: drs. S.A. Kurvers MPA Steller: Ir. R.J.T.M. Volman, 06-10237995

pagina 24

Voorstel Wij stellen u voor de zienswijze voor kennisgeving aan te nemen. 8.3 Groenstrook rond compostbedrijf is nodig als buffer Reclamant stelt dat in alle vergunningen en bestemmingen van en voor het composteringsbedrijf opgenomen is dat er een groenstrook aanwezig is rondom het composteringsbedrijf. Zo is er geen overlast van overwaaiende rommel en de afvalhopen zijn niet zichtbaar vanuit de omgeving. Deze groenstrook is de laatste jaren niet goed onderhouden, waardoor de groenstrook bijna niet meer aanwezig is. Het is gewenst de groenstrook om het gehele compostbedrijf in het bestemmingsplan op te nemen. Reactie In 2015 is tussen de gemeente en Stichting Loswal de Bonnen een uitvoeringsovereenkomst gesloten over aanleg en het onderhoud van bedoelde groenstrook. De overeenkomst is gesloten in het kader van de verbetering van de ecologische en recreatieve verbindingen in de Oranjebuitenpolder en de Bonnenpolder. Afgesproken is dat in maart 2017 het beheer en onderhoud overgaat naar de Stichting Loswal de Bonnen. Er bestaat geen bezwaar tegen het opnemen van deze strook in het bestemmingsplan met de bestemming ‘Groen’. Het betreft een strook met een breedte van 12 à 15 meter op het talud van de loswal. De zone betreft ook de gronden van de locatie van het composteringsbedrijf.

Voorstel Wij stellen u voor de zienswijze gegrond te verklaren en het bestemmingsplan als volgt aan te passen.

Uitsnede ontwerp

Uitsnede voorstel

8.4 Bebouwing grond- en slibbank geeft onaanvaardbare schaduw Voor het tuinbouwbedrijf van reclamant aan de Bonnenweg 30, grenzend aan het terrein van de grond- en slibbank, ontstaat een onaanvaardbare schaduwhinder als er bebouwing gaat plaatsvinden op dat terrein. Een bezonningsonderzoek heeft niet plaatsgevonden. Dit is toch al een reden om niet in te stemmen met de wijziging van de

Registratienummer cluster: BS19/00680 Portefeuillehouder: drs. S.A. Kurvers MPA Steller: Ir. R.J.T.M. Volman, 06-10237995

pagina 25

bestemming. Omdat het terrein al verhoogd is, is het gewenst dat de bebouwing nooit schaduwhinder mag geven op de kavel met glastuinbouwbestemming. Reactie De locatie voor de grond- en slibbank heeft de bestemming ‘Bedrijf – 3’ gekregen, waarin alleen het gebruik als grond- en slibbank is toegestaan. Binnen deze bestemming is geen bebouwing toegestaan. Voorstel Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 8.5 Een financiële onderbouwing ontbreekt Er is geen financiële onderbouwing voor wat de gevolgen zijn van de omzetting van agrarisch gebied naar bedrijventerrein. Er wordt ook niets gecompenseerd. Reactie Voor de grond- en slibbank is het feitelijk gebruik bestemd. Een financiële compensatie is niet aan de orde. Voorstel Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

9 Reclamant 9 Reclamant is (mede)eigenaar van het tuinbouwbedrijf aan Bonnenweg 30 gelegen direct naast de grond- en slibbank van Loswal de Bonnen. 9.1 Grond- en slibbank niet bestemmen als bedrijventerrein Reclamant maakt bezwaar tegen de omzetting van het bestaande agrarische gebied naar bedrijventerrein met milieucategorie 4. Het betreft een gebied van rond de 20 hectare waar een sanering van de bodem plaatsvindt. Reactie De locatie voor de grond- en slibbank heeft de bestemming ‘Bedrijf – 3’ gekregen, waarin alleen het gebruik als grond- en slibbank is toegestaan. De grond- en slibbank is dus niet als bedrijventerrein bestemd. Voorstel Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 9.2 Groenstrook rond grond- en slibbank bestemmen als groen De groenstrook rond de grond- en slibbank wordt in het ontwerp niet meegenomen als ‘Groen’. Reclamant stelt dat in de hinderwetvergunning is aangegeven dat overal een groenstrook aanwezig is om het terrein aan het oog te onttrekken.

Registratienummer cluster: BS19/00680 Portefeuillehouder: drs. S.A. Kurvers MPA Steller: Ir. R.J.T.M. Volman, 06-10237995

pagina 26

Reactie In 2015 is tussen de gemeente en Stichting Loswal de Bonnen een uitvoeringsovereenkomst gesloten over aanleg en het onderhoud van bedoelde groenstrook. De overeenkomst is gesloten in het kader van de verbetering van de ecologische en recreatieve verbindingen in de Oranjebuitenpolder en de Bonnenpolder. Er bestaat geen bezwaar tegen het opnemen van deze strook in het bestemmingsplan met de bestemming ‘Groen’. Het betreft een strook met een breedte van 12 à 15 meter op het talud van de loswal. De zone betreft ook de gronden van de locatie van het composteringsbedrijf. Voorstel Wij stellen u voor de zienswijze gegrond te verklaren en het ontwerpbestemmingsplan aan te passen zoals voorgesteld wordt bij zienswijze 8.3. 9.3 Een watergang ter voorkoming van wateroverlast ontbreekt Over de watergang ter voorkoming van wateroverlast wordt niets vermeld. Reactie Op de grens van het bestemmingsplan is in de huidige situatie een (smalle) polderwatergang aanwezig. De watergang ligt deels in dit bestemmingsplan en is toegestaan binnen de bestemmingen ‘Bedrijf – 3’ en ‘Bedrijf – 4’. Het is nodig wateroverlast te voorkomen en ter voorkoming van wateroverlast is binnen deze bestemmingen de aanleg van veel meer wateroppervlak toegestaan dan de huidige watergangen.

In de toelichting van het bestemmingsplan is een hoofdstuk Water opgenomen met onder meer de omschrijving van het huidige watersysteem en de wateropgave. De bestemming laat het aanleggen van watergangen en waterpartijen binnen diverse bestemmingen (waaronder ‘Bedrijf – 3’ en ‘Bedrijf – 4’) nadrukkelijk toe. Op de terreinen zijn meerdere waterbassins, watertanks en watergangen aanwezig. Het is niet doelmatig de exacte locatie van deze polderwatergangen of waterberging vast te leggen, waardoor de flexibiliteit blijft bestaan om dit op verschillende manieren aan te leggen of te regelen/ compenseren. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 9.4 Bebouwing grond- en slibbank geeft mogelijk schaduw De hoogte van de toegestane bebouwing wordt niet omschreven. De bebouwing op het bedrijfsterrein van de grond- en slibbank geeft mogelijk schaduwhinder op het kassencomplex van reclamant. Reactie: De locatie voor de grond- en slibbank heeft de bestemming ‘Bedrijf – 3’ gekregen, waarin alleen het gebruik als grond- en slibbank is toegestaan. Binnen deze bestemming is geen bebouwing toegestaan. Voorstel Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

Registratienummer cluster: BS19/00680 Portefeuillehouder: drs. S.A. Kurvers MPA Steller: Ir. R.J.T.M. Volman, 06-10237995

pagina 27

9.5 Geluidhinder van bedrijven grond- en slibbank verstoort woonklimaat Reclamant vraagt naar de toegestane geluidsnorm die de bedrijven bij elkaar opgeteld mogen uitstoten in relatie tot een leefbaar woonklimaat. Reactie De grond- en slibbank is niet als bedrijventerrein bestemd. Voorstel Wij stellen u voor de zienswijze voor kennisgeving aan te nemen. 9.6 Uitstoot geur en schadelijke stoffen hindert leefklimaat De uitstoot van geur en schadelijke stoffen van bedrijven op het bedrijventerrein met milieucategorie 4 vormt mogelijk hinder voor een gezond leefklimaat. Reclamant vraagt aan welke regels de bedrijven op een milieucategorie 4 bedrijventerrein gebonden zijn. Reactie In de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan wordt in de paragrafen 6.5 en 6.6 ingegaan op de aspecten luchtkwaliteit en geur. In de conclusie bij die paragrafen is aangegeven dat het ontwerp voldoet aan de Wet luchtkwaliteit en dat het aspect geur geen toetsingsgrond betreft. Overigens zijn op het bedrijventerrein geen bedrijven met milieucategorie 4 toegestaan en is de grond- en slibbank niet als bedrijventerrein bestemd. Categorie 4 is wel van toepassing voor het bedrijf met de bestemming Bedrijf - 4 (het composteringsbedrijf). Voorstel Wij stellen u voor de zienswijze voor kennisgeving aan te nemen.

Ambtelijk voorgestelde aanpassing(en) van het ontwerpbestemmingsplan A1 Geen hogere waarde procedure nodig In het ontwerpbestemmingsplan is er abusievelijk van uitgegaan dat het omzetten van een bedrijfswoning naar een gewone woning een nieuwe geluidsgevoelige situatie betreft in het licht van de Wet geluidhinder. De is echter niet het geval, want de bedrijfswoning was in het geldende bestemmingsplan bestemd. Het voeren van een hogere waarde procedure en toetsing aan het Rotterdams Ontheffingsbeleid is daarom niet aan de orde. De toelichting en het akoestisch onderzoek zijn er abusievelijk van uitgegaan dat wonen op deze locatie nog niet bestemd was. Wij stellen u voor het akoestisch onderzoek uit de bijlage te laten vervallen. Ook stellen wij u voor om de paragrafen 6.4.1, 6.4.2, 6.4.3, 6.4.4 en 6.4.5, en ook Bijlage 3 en 4 van de toelichting te laten vervallen en aan paragraaf 6.4 de volgende passage toe te voegen:

Registratienummer cluster: BS19/00680 Portefeuillehouder: drs. S.A. Kurvers MPA Steller: Ir. R.J.T.M. Volman, 06-10237995

pagina 28

Het plangebied kent geen nieuwe geluidgevoelige situaties in het kader van de Wet geluidhinder. Akoestisch onderzoek en het nemen van een besluit hogere waarden kan daarom achterwege blijven.

A2

Aanpassen bestemmingsgrens tussen B-3 en B-4 Verbeelding: De begrenzing tussen ‘Bedrijf – 3’ en ‘Bedrijf – 4’ ongeveer 200 meter naar het noordwesten op te schuiven, zodat het bestemmingsvlak aansluit bij de kadastrale begrenzing van het perceel.

Uitsnede ontwerp

Uitsnede voorstel

A3 Opstelplaats We stellen voor om bij artikel 6.1 onder c.toe te voegen: “met dien verstande dat, indien het gebruik definitief is beëindigd, het opnieuw innemen van een opstelplaats voor een stacaravan niet is toegestaan.”

A4 Nabijheid beschermd natuurgebied We stellen voor om in de toelichting in paragraaf 6.2.1 de conclusie over de planm.e.r.beoordeling te vervangen door de volgende tekst: Het bestemmingsplan is grotendeels conserverend en staat enkele nieuwe ontwikkelingen toe. Gezien de maximale omvang van deze ontwikkelingen worden geen (grote) negatieve effecten op het milieu verwacht. Dit blijkt uit de in dit hoofdstuk beschreven milieuthema's. Door het bestemmingsplangebied loopt de ecologische verbinding Nieuw Oranjekanaal. Het bestemmingsplan maakt geen ontwikkelingen mogelijk die tot negatieve effecten kunnen leiden op de huidige kwaliteit van die verbinding. Het bestemmingsplan is ‘uitvoerbaar’ vanuit het oogpunt van de Wet Natuurbescherming, omdat indien nodig naar verwachting een ontheffing zal worden verkregen. Voor de ontheffing is het nodig voorafgaand de juiste mitigerende maatregelen te treffen of een vastgestelde gedragscode te volgen. Er worden geen significante negatieve effecten op Natura 2000gebieden verwacht. Het bestemmingsplan is niet kaderstellend voor mogelijke toekomstige m.e.r.(beoordelings)plichtige activiteiten, zodat het bestemmingsplan niet planm.e.r.-plichtig is.

A5

Effecten van ontwikkelingen

Registratienummer cluster: BS19/00680 Portefeuillehouder: drs. S.A. Kurvers MPA Steller: Ir. R.J.T.M. Volman, 06-10237995

pagina 29

Wij stellen u voor om in de toelichting bij paragraaf 6.9.2 Effecten van ontwikkelingen de tweede alinea te vervangen: Het bestemmingsplangebied is gelegen in en nabij diverse gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (waarbinnen ook Natura 2000-gebieden zijn opgenomen). Het Nieuw Oranjekanaal vormt een ecologische verbinding binnen het Natuurnetwerk. Het kanaal loopt gedeeltelijk door het bestemmingsplangebied. Op korte afstand van het bestemmingsplangebied is het Natura 2000-gebied Solleveld- en Kapittelduinen gelegen (deelgebied Staelduinse bos). Het bestemmingsplan is overwegend conserverend van aard en de ontwikkelingen hebben een lokaal karakter. Onderzocht is of het plan ontwikkelingen mogelijk maakt ten opzichte van de huidige situatie die mogelijke significante effecten veroorzaken op Natura 2000-gebied. Voor de ontwikkeling waar dit mogelijk voor het effect stikstofdepositie de verwachting was, namelijk Nieuw Oranjekanaal 73-75, is onderzoek gedaan naar effecten van stikstofdepositie met AERIUS-Calculator. In de modellen is hetgeen planologisch mogelijk wordt gemaakt vergeleken met de feitelijke planologisch legale situatie en uit de resultaten van de onderzoeken (Bijlage Natuur Aanlegfase 20210119 & Mustang Beheer 20201110) blijkt dat hetgeen ruimtelijk mogelijk wordt gemaakt geen significante nadelige gevolgen heeft.

Negatieve effecten op (de kwaliteit van) bovengenoemde gebieden en verbindingen worden dan ook niet verwacht.

A6 Besluit om geen milieueffectrapport op te stellen Wij stellen u voor om in de toelichting bij paragraaf 6.2.1 Planm.e.r.-beoordeling de eerste alinea aan te vullen als volgt: Net als voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling hoeft hiervoor geen aparte procedure te worden doorlopen en volstaat een gemotiveerde afweging in de toelichting bij het plan aangevuld met het besluit van B&W om geen milieueffectrapport op te stellen.

A7 Redactionele wijzigingen Wij stellen u voor om enkele ondergeschikte, redactionele wijzigingen in het bestemmingsplan door te voeren, welke geen juridische gevolgen hebben voor de uitvoering van het plan. Financiële en juridische consequenties/aspecten: Het nieuwe bestemmingsplan legt vooral de huidige situatie vast. Gelet op bovenstaande is het bestemmingsplan financieel uitvoerbaar. Bij de vaststelling van dit bestemmingsplan hoeft daarom geen exploitatieplan te worden vastgesteld.

Registratienummer cluster: BS19/00680 Portefeuillehouder: drs. S.A. Kurvers MPA Steller: Ir. R.J.T.M. Volman, 06-10237995

pagina 30

Het bijbehorende ontwerpbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en Wethouders van Rotterdam, De secretaris,

De burgemeester

V.J.M. Roozen

B. Wijbenga-van Nieuwenhuizen, l.b.

Bijlage(n): Dit raadsvoorstel bevat de volgende bijlagen: Bijlage 1 Ontwerpbestemmingsplan “Hoek van Holland Bedrijventerreinen Oost”; Bijlage 2 Verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan; Bijlage 3 Ingekomen zienswijzen; Bijlage 4 Namenlijst geanonimiseerde reclamanten/natuurlijke personen; Bijlage 5 Advies gebiedscommissie Hoek van Holland d.d. 13 december 2018 Bijlage 6 Bijlage Natuur Aanlegfase 20210119 & Mustang Beheer 20201110.

Registratienummer cluster: BS19/00680 Portefeuillehouder: drs. S.A. Kurvers MPA Steller: Ir. R.J.T.M. Volman, 06-10237995

pagina 31

Ontwerpbesluit:

De Raad van de gemeente Rotterdam, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 2 maart 2021 (raadsvoorstel nr. *dit vult de griffie later in*); gelet op de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening; besluit: 1. de zienswijzen 3.6, 5.5, 8.2, 9.5 en 9.6 voor kennisgeving aan te nemen; 2. de zienswijzen 1.1, 1.2, 1.3, 2.2, 3.2, 3.5, 5.1.2, 5.2, 5.3, 5.4, 6.2, 6.3, 7.1, 7.2, 7.3, 8.3 en 9.2 gegrond te verklaren; 3. de zienswijzen 2.1, 3.1, 3.3, 3.4, 4.1, 5.1.1, 5.1.3, 6.1, 6.4, 8.1, 8.4, 8.5, 9.1, 9.3 en 9.4 ongegrond te verklaren; 4. het bestemmingsplan "Hoek van Holland Bedrijventerreinen Oost”, NL.IMRO.0599.BP1074HvHBedrvOost-on01 met bijbehorende ondergronden BGT_10657400, BGT_10757100, BGT_10757200, BGT_10757300, BGT_10757400, BGT_10857100, BGT_10857200, BGT_10857300, BGT_10857400 en BGT10957300 in elektronische en papieren vorm vast te stellen, conform het voorstel van burgemeester en wethouders; 5. geen exploitatieplan vast te stellen. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van De griffier,

De voorzitter,

Registratienummer cluster: BS19/00680 Portefeuillehouder: drs. S.A. Kurvers MPA Steller: Ir. R.J.T.M. Volman, 06-10237995

pagina 32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=5e704771-a0bd-4b29-a17c-2703cce181e5