21bb7464 Bijlage 1 behorende bij 21bb7463 - Preadvies Commissie Welstanden Monumenten
Tekst van het document
COMMISSIE VOOR WELSTAND EN MONUMENTEN ROTTERDAM Bezoekadres secretariaat: Wilhelminakade 179 3072 AP Rotterdam Postadres: Postbus 6575 3002 AN Rotterdam
Aan de heer Pieter Dijckmeester, Projectdirecteur Museum Boijmans van Beuningen Wilhelminakade 179 3072 AP Rotterdam
Website: www.rotterdam.nl/welstand E-mail: bmm.pronk@rotterdam.nl Inlichtingen: ir. B.M.M Pronk Afdeling: Bouw- en Woningtoezicht Telefoon: 06 -126 215 40 / 010 - 489 4947 Betreft: reactie op hoofdlijnen naar aanleiding van planvorming Museum Boijmans van Beuningen Datum: 20 april 2021
Geachte heer Dijckmeester, Hierbij ontvangt u een reactie op hoofdlijnen van de commissie voor Welstand en Monumenten Rotterdam (commissie W+M) op Visie 2.0 voor Museum Boijmans van Beuningen. Deze is door de architect op 24 maart 2021 gepresenteerd aan de commissie en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Op 10 maart is door de commissie W+M een reactie op hoofdlijnen gegeven op Visie 1.0. Dat doet zij nu op dezelfde wijze voor Visie 2.0, een aangepaste versie van Visie 1.0 op basis van de reacties van verschillende betrokken partijen, waaronder de commissie en de RCE en de conclusies uit de verschillende onderzoeken. Een vroegtijdige reactie op hoofdlijnen maakt het mogelijk opmerkingen en aandachtspunten mee te nemen in de belangrijke vervolgstap in het proces; het indienen van een nadere uitwerking van de visie door middel van een conceptaanvraag. Voor wat betreft de punten waar de commissie nu in hoofdlijnen positief op reageert kan uiteraard de uitwerking nog tot nadere discussie leiden.
Hoewel de toegelichte visie op onderdelen (museum, monumentale tuin, verbindingen met Museumpark, een nieuw gebouw als paviljoen in de tuin en de zogenaamde Verbinder) nog globaal is en vooral een visie geeft op de verbouwing en uitbreiding van de bouwdelen Van der Steur en Bodon, ligt er ten aanzien van de aanpak van de overige monumentale onderdelen op basis van de doorkijk zoals getoond in de visie, voldoende informatie voor het op hoofdlijnen benoemen van aandachtspunten op de aspecten van de eerste en tweede fase. Omdat fase 2 een ambitiescenario betreft, geeft de commissie mee dat het van belang is in de verdere uitwerking aan te geven hoe het museum ook zonder fase 2 kan functioneren en hoe met de eventuele vervolgfase in een later stadium naadloos aansluiting gevonden kan worden, opdat er in beide scenario’s een werkend en passend geheel ontstaat. Algemeen - De commissie is onder de indruk van de gemaakte stappen na de bijeenkomst op 10 februari en het onderzoek dat daaraan ten grondslag ligt. Door het narratief van het museum en de conclusies uit de cultuurhistorische onderzoeken nog meer als inspiratiebron te gebruiken zijn mooie nieuwe inzichten ontstaan.
- De commissie complimenteert de architect met de durf om grote wijzigingen aan te brengen in de opzet en stelt voor om snel voorwaarts te gaan in de vorm van een formeel adviseringsproces, waar natuurlijk nog wel meer uitwerking voor nodig is. - Als het gaat om de programmering van de museale route, de opstelling van de collectie in relatie tot het gebouw, en de verschillende andere (publieks) functies mist de commissie nog de uitwerking van de integrale ambitie en de visie op het museum. Het gebouw is in zijn oorspronkelijke opzet en
-
verschijningsvorm nauw verweven met het karakter van de museale collectie, de commissie vindt het van belang om vanuit deze integraliteit de voorgestelde route en indeling te kunnen beoordelen. De commissie is nieuwsgierig naar de inhoudelijke slag in de nadere uitwerking van het geheel. Iedere fase dient van voldoende kwaliteit te zijn en op zichzelf te kunnen functioneren zonder een toekomstige ontwikkeling in de weg staan.
1. Visie op het monument, visie op de restauratie - De architect heeft tot op heden de aanpak getypeerd als ‘in ere herstellen’ en ‘ontklonteren’. De commissie is positief over het feit dat het gebouw wordt ‘ontklonterd’ en dat ingezet wordt op maximale beleving van de delen van Van der Steur en Bodon. - De commissie is nieuwsgierig naar de aanpak van wat binnen de restauratieopgave dient te worden gerepareerd, dat wat voor een hogere prestatienorm wordt aangepast en daar waar ingrepen worden gedaan voor het implementeren van Visie 2.0. - Dit is niet alleen van belang voor een consistente restauratie van beide gebouwen, maar ook noodzakelijk om de voorgestelde nieuwe ingrepen en toevoegingen in samenhang te kunnen beoordelen. Het is wenselijk dat de restauratiearchitect hierbij betrokken wordt en niet uitsluitend wordt ingezet voor de uitwerking.
2. Visie op de bouwdelen van Henket en Robbrecht en Daem Met het oog op auteursrechtelijke aspecten doet de commissie de algemene aanbeveling om bij aanpassingen van welke aard dan ook in overleg te treden met de oorspronkelijke architect.
-
Bouwdeel Henket De commissie vraagt de architect om de verwijdering of verplaatsing van het paviljoen van Henket te onderbouwen in relatie tot de waardering uit de CV en in relatie tot het toekomstig functioneren van het museum. Het gaat daarbij niet alleen om de waarde van de architectuur, maar ook om de waarde die het paviljoen heeft voor het onderbrengen en exposeren van de collectie pre-industriële gebruiksvoorwerpen van het echtpaar Van Beuningen - De Vries waarvoor het op deze plaats speciaal ontworpen en gebouwd is. De commissie is op dit punt nog niet overtuigd. Het paviljoen heeft op verschillende vlakken een belangrijke betekenis voor het gebouw. De commissie is nieuwsgierig naar een variant waar het paviljoen onderdeel uitmaakt van de ontwikkeling. Bouwdeel Robbrecht en Daem - De commissie ziet dat het verwijderen van het gebouwdeel Robbrecht en Daem kansen biedt voor het opnieuw zichtbaar maken van Bodon aan de Museumparkstraat. Ook begrijpt zij dat het een verbetering kan zijn voor het museumcomplex ten aanzien van de logistiek en de functionaliteit. Zij heeft echter nog een aantal vragen met betrekking tot het voorstel: o De commissie vraagt vanuit stedenbouwkundig oogpunt te onderzoeken of het werkelijk nodig is het bouwdeel van Robbrecht en Daem in zijn geheel te verwijderen.
Kan het bijvoorbeeld niet gedeeltelijk, door alleen het deel vóór Bodon te verwijderen. Het bestaande gebouw heeft vanuit de Westersingelzijde wel degelijk een ruimtelijke betekenis heeft. De kop aan de Westersingel is in relatie tot de straatgevelwand van belang. Er ontstaat stedenbouwkundig een gat als de Robrecht en Daemvleugel in zijn geheel wordt verwijderd. o Het is interessant te onderzoeken hoe een optimum bereikt kan worden tussen duurzaamheid en ruimtelijk perspectief, in samenhang met het functioneren van het museumcomplex en het in ere herstellen van de gebouwdelen Bodon en Van der Steur o Met betrekking tot het voorgestelde kunstpodium vóór de Bodonvleugel stelt de commissie de vraag welke gevolgen dit heeft voor die vleugel. Bodon legde bewust de eerste zaal op straatniveau, waardoor de toegankelijkheid verhoogd kon worden en drempels konden vervallen. - Uit het oogpunt van duurzaamheid en circulariteit stelt de commissie de architect de algemene vraag om, mochten er uitbreidingen worden verwijderd, met een voorstel te komen voor hergebruik van het bouwdeel c.q. het interieur zoals de bibliotheek en de materialen.
2
3. Entreegebied en hof - Het gedeeltelijk verdiepen van de buitenhof als centraal entreegebied geeft nieuwe betekenis aan de hof. De commissie ziet graag inzichtelijk gemaakt hoe de nieuwe entree anticipeert op de museale route. - De commissie is positief over het behoud en herstel van de oorspronkelijke entree in het gebouw van Van der Steur. Het plan om de rotunda in ere te herstellen wordt met belangstelling tegemoet gezien. De oorspronkelijke hoofdentree van Van der Steur lijkt in het plan echter de functie van een secundaire entree te krijgen of zelfs geheel buiten gebruik te raken. Hier mist een reactie op de constateringen en aanbevelingen in het cultuurhistorisch onderzoek naar de buitenruimte van Van Meijel en Bet hoe dit krachtige element weer betekenis kan krijgen in de nieuwe situatie van straat en park. - Een aandachtspunt bij de verdere uitwerking is hoe de architectuur van de nieuwe entree zich verhoudt tot die van Bodon en Van der Steur en hoe deze ruimte verdere invulling krijgt. - De commissie vraagt de architect om meer inzicht te geven in de effecten voor de monumentale waarden in dit gebied en in de gevolgen voor het ex- en interieur van zowel Bodon als Van der Steur. Wat blijft behouden, wat verdwijnt?
4. Museale route - De commissie reageert positief op het terugbrengen van het routingconcept van Van der Steur, waarin na de imposante beleving van de rotunda en de hoogteverschillen, de bezoeker een museale route kan lopen met rustpunten en uitzichten naar de stad, de tuin en naar de binnenhof. - Positief is het behoud van de verbinding op de verdieping tussen Van der Steur en Bodon. - Vanuit de entree is er geen gelijkwaardigheid in de route naar de bouwdelen Bodon en Van der Steur. De routing begint bij Bodon en voor Van der Steur moet men verder via een trap naar de Hannemazaal om bij de rotunda uit te komen. De mogelijkheid van een gelijkwaardige entree met betrekking tot Van der Steur zou nader onderzocht moeten worden. - De ontsluiting door de Hannemazaal vraagt om een nadere duiding van de betekenis van deze zaal, betreft dit de eerste zaal van het bouwdeel Van der Steur of is dit een verbindingsgang als opmaat naar de rotunda? - De commissie constateert een aantal ingrijpende interventies in de eerste zalen na de rotunda, ten behoeve van de logica en toegankelijkheid. Hier gaan monumentale waarden verloren. Graag ontvangt zij hierover meer gedetailleerde informatie. - In de eerdere visie was er sprake van een extra goederenlift, de vraag is hoe de interne logistiek wordt opgelost in deze nieuwe Visie 2.0.
5. Expeditie - Het herintroduceren van de belvedère en het idee deze als thema te gebruiken voor een ondergrondse afwikkeling van de expeditie lijkt als concept een overtuigende oplossing, daarnaast brengt het de oorspronkelijk gelaagde opbouw van de museumtuin terug. - Aandachtspunt bij de ontsluiting is het behoud van het bomenbestand achter het G.J. de Jonghmonument, dat als gesloten ‘groene wand’ voor de flankerende museumtuin van essentieel belang is. - Eveneens is een aandachtspunt de beweging langs de Griekse Kerk (1947), een gemeentelijk monument, en vervolgens het afdalen langs het G.J. de Jonghmonument. De commissie ziet een nadere uitwerking van de ruimtelijke inpassing en inrichting met belangstelling tegemoet. - Nu de expeditie via een tunnel en een aanleg met belvedère door de museumtuin wordt voorgesteld, vraagt de commissie aan te geven hoe deze vorm zal krijgen indien het plan gefaseerd uitgevoerd gaat worden of als uitsluitend de eerste fase gerealiseerd wordt.
6. De Verbinder en het paviljoen - Met betrekking tot de Verbinder is het de vraag of dit een openbare route betreft, of een expositieruimte voor het museum en of deze dan in het laatste geval qua afmetingen genereus genoeg is. - De commissie signaleert dat het beoogde nieuwe paviljoen (fase 2) in het aangepaste voorstel een vergelijkbare waardigheid heeft gekregen met de andere gebouwdelen. Zij is benieuwd naar de signatuur van het paviljoen.
3
-
-
-
-
De Verbinder heeft een verhoogd vloerniveau, gelijk aan het niveau van Bodon, met daar onder de expeditiestraat. De expeditiestraat loopt recht, waar het publieksgedeelte op maaiveld een verspringing maakt. De ruimtelijke gevolgen hiervan moeten nog inzichtelijk worden gemaakt. Daarnaast is de Verbinder georiënteerd op de museumtuin met een gesloten gevel naar de achtertuinen van de Westersingel. De aansluiting met deze tuinen, die naar de sloot toe aflopen, is een aandachtspunt, evenals de vormgeving aan deze zijde. Een ander aandachtspunt is hoe de verbinding van de expeditie vorm zal krijgen indien het plan gefaseerd uitgevoerd gaat worden of als uitsluitend de eerste fase gerealiseerd wordt. Door de verschuiving van het beoogde nieuwe paviljoen in noordelijke richting verbetert de dwarsverbinding van de Westersingel naar de museumtuin. Aandachtspunt is het gevolg van de bouw van dit paviljoen op de monumentale tuinen van de monumentale panden aan de Westersingel, ook in relatie tot het beschermde stadsgezicht. In de achtertuinen van de singelbebouwing is de opgave om in te zetten op het groene karakter als onderdeel van de groene omsluiting rondom de museumtuin. De commissie is nieuwsgierig naar de verdere doorontwikkeling van de signatuur van de Verbinder en het paviljoen.
7. De monumentale tuin - De commissie is enthousiast over het concept van een expeditieroute met groenbekleding op de locatie van de voormalige belvedère en is in relatie tot de monumentale waarden van de tuin nieuwsgierig naar de doorontwikkeling, De tuin is ten slotte een belangrijk onderdeel van het rijksmonument, waarin alle ingrepen en wijzigingen afgewogen dienen te worden in relatie tot de monumentale waarden. Zij geeft daarbij de volgende opmerkingen en aandachtpunten mee: o De Verbinder en het nieuwe paviljoen snijden door de oorspronkelijke poldersloot. Deze wordt nu aan de noordzijde geheel verwijderd, waar deze naast de eigen cultuurhistorische waarde ook van belang is voor Bodon en het hier gelegen balkon. In de huidige situatie is er vanuit de zuidelijke zalen van Bodon en vanaf het terras zicht over de sloot met aan de linkerzijde de achtertuinen van de Westersingel en aan de rechterzijde de museumtuin. De commissie krijgt graag van dit gebied inzichtelijk gemaakt wat de ingrepen en de effecten hiervan zijn voor alle aanwezige cultuurhistorische waarden en op de ruimtelijke inpassing. o De nieuwe belvedère wordt ca. 1,5 meter hoger dan de oorspronkelijke, bijna twee keer zo hoog. De commissie is nieuwsgierig hoe de museumtuin en de achtertuinen van de panden aan de Westersingel zowel worden ervaren vanuit de nieuwe hoogte als omgekeerd.
o Met betrekking tot de museumtuin is de vraag hoe het oorspronkelijke ontwerp van de museumtuin uit de periode van Van der Steur en de opeenvolgende tijdlagen die er daarna zijn ontstaan bij de belvedère in uitstraling en betekenis dominant blijft. De beoogde terrassen met verblijfsplekken bij de belvedère bieden de mogelijkheid tot het intensiveren van het gebruik van de museumtuin. Dat kan een interessante ontwikkeling zijn. De verhouding tussen verharding en groene inrichting is hierbij van belang. Als voorbeeld worden hier de vele pleintjes en bankjes genoemd. o Eerder werd gesproken over extra benodigde waterberging. De vraag is nu of dat deze is komen te vervallen of dat deze nog zal worden ingepast. In het laatste geval is de commissie benieuwd hoe dit kan worden gerealiseerd binnen de monumentale waarden van de museumtuin.
8. Monumenten Westersingel - Naast de monumenten van het museumcomplex worden er nog vier andere rijksmonumenten betrokken bij de planvorming, te weten Westersingel 97, 98, 101 en 102. Voor deze panden zal een bouwhistorisch onderzoek noodzakelijk zijn en de panden zullen betrokken moeten worden bij de restauratievisie. De transformatie en eventuele aanpassingen en wijzigingen dienen met respect voor de aanwezige monumentale waarden te geschieden en kunnen pas op basis van concrete en separate planvorming worden beoordeeld. - Eén van de aandachtspunten daarbij is hoe omgegaan wordt met zowel de voortuinen van deze panden, alsook met de nog grotendeels aanwezige achtertuin van Westersingel 97/98. De commissie heeft waardering voor de gemaakte stappen en kijkt met vertrouwen en belangstelling uit naar de volgende stap binnen de doorontwikkeling van Visie 2.0 voor de renovatie en uitbreiding van Museum Boijmans van Beuningen.
4
Met vriendelijke groet, namens de commissie Welstand en Monumenten Rotterdam,
Esther Agricola, voorzitter
5