CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb7232 Bijlage 2 behorende bij 21bb7233 - inkoopstrategie jeugdhulp

Gemeenteraad 8 juli 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 17. Het voorstel tot vaststelling van de inkoopstrategie Wijkteams, alsmede de inkoopstrategie Jeugdhulp, alsmede de brief van burgemeester en wethouders over de voortgang aanbesteding Welzijn en WMO-maatwerkondersteuning.7.299 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inkoopstrategie Jeugdhulp

Van Sanne Eeltink, Laura Prince, Jelle den Dikken Datum 1 juni 2021

Samenvatting De druk op jeugdhulp neemt toe. Landelijk zijn grote tekorten ontstaan op jeugdhulpbudgetten bij gemeenten en ook in onze regio kampen we met oplopende kosten. De druk van wachttijden en oplopende kosten is in Rotterdam het hoogst bij de regionaal ingekochte jeugdhulp. In onze lokale inkoop willen we (op lange termijn) bijdragen om de druk op de regionale jeugdhulp te verminderen. Via deze inkoopstrategie verstevigen we de lokale infrastructuur, om zo wachttijden te verminderen en oplopende kosten te beperken. Doordat onderdelen van de regionale inkoop overgaan naar de lokale inkoop kunnen we de lokale inkoop stevig vormgeven. De lokale infrastructuur wordt opgebouwd rond de wijkteams, zij nemen een spilfunctie in, door stevige casusregie te voeren (zie ook de inkoopstrategie van de wijkteams). Ook wordt naast het wijkteam het lokale aanbod meer robuust, zodat er lokaal meer opgepakt kan worden. Zo krijgen we als gemeente meer grip op de benodigde hulp voor onze kinderen en gezinnen en zetten we in op de gewenste beweging naar voren met als doel het voorkomen en verkorten van specialistische hulp. Om de lokale infrastructuur binnen de lokale jeugdhulp te verstevigen is er meer aandacht voor de verschillende doelgroepen die specifieke hulp nodig hebben. We doen dit door het verfijnen en het op onderdelen uitbreiden van de lokale jeugdhulp.

Zo komt er meer focus voor specifieke populatiekenmerken in combinatie met het gewenste aanbod en resultaat en hoe dat resultaat bereikt wordt. Deze informatie helpt bij het monitoren en sturen en bij de gesprekken met de aanbieders. Dit stimuleert het samen leren en verbeteren en impactgedreven werken. Bij de verdere uitwerking ter voorbereiding op de inkoopdocumenten werken we samen met de markt het bijpassende aanbod uit met aandacht voor de verschillende kind- en omgevingsfactoren die van invloed zijn. De nieuwe voorgestelde ordening van de jeugdhulp biedt meer keuzeruimte voor de toeleiders, wat vraagt om een helder afwegingskader. In samenhang met de ontwikkelingen binnen de wijkteams wordt het systeem effectiever omdat het in te zetten aanbod beter afgestemd kan worden op de specifieke hulpvraag van het kind en/of gezin. De arrangeur kan namelijk op deze manier maatwerkgericht aan de voorkant een pakket aan passend aanbod samenstellen. Deze werkwijze past bij de ambitie om een stevigere vraagverheldering en casusregie neer te zetten. Met de ontwikkelingen die in deze inkoopstrategie zijn beschreven worden meer kinderen via de lokale jeugdhulp geholpen. Door de omgeving van kinderen en het gezin te versterken, verduurzamen we de hulp. Dit zorgt voor een effectievere en logischere samenhang in de keten.

Datum

Pagina

1 juni 2021

3 van 25

Inhoud 1

Inleiding

5

1.1

Jeugdhulp

5

1.2

Kaders nieuwe inkoop

7

1.3

Ontwikkelingen

7

1.4

Stevige lokale infrastructuur

8

1.5

Leeswijzer

9

2

Uitgangspunten nieuwe inkoop

10

3

Van resultaatgericht naar impactgedreven werken

13

3.1

Inkopen van resultaten

13

3.2

Impactgedreven werken

13

3.3

Doorontwikkeling arrangementenmodel

15

4

Hoe kopen we in?

16

4.1

4.1 Hoe wordt er nu ingekocht

16

4.2

Doorontwikkeling

17

4.3

Voorgenomen opdrachtindeling

22

5

Samenhang

24

5.1

Regionale inkoop

24

5.2

Samenhang met andere vormen van hulp, en preventie

24

5.3

Samenhang met de verordening, beleidsregels en nadere regels

24

6

Vervolg

25

1

Inleiding De gemeente Rotterdam koopt lokale jeugdhulp in. De huidige contracten lopen tot 1 januari 2023. Voor de nieuwe inkoop voor de periode vanaf 2023 is deze inkoopstrategie ontwikkeld. Deze inkoopstrategie beschrijft de basis voor de wijze waarop de lokale jeugdhulp wordt ingekocht.

1.1

Jeugdhulp Sinds 2015 zijn we als gemeente verantwoordelijk voor passende hulp voor onze jeugd. Als gemeente Rotterdam streven we ernaar dat ieder kind kansrijk, veilig en gezond opgroeit. Voor kinderen in een kwetsbare situatie kan ondersteuning ingezet worden, om ook deze kinderen kansrijk, veilig en gezond te laten opgroeien. Via de Jeugdwet zijn transformatiedoelen meegegeven voor deze ondersteuning: •

Inzet van preventie, uitgaan van de eigen kracht, de-medicaliseren, ontzorgen, normaliseren, dichtbij en tijdig inzetten van de juiste hulp op maat, ter voorkoming van dure gespecialiseerde zorg.

•

Meer samenhang binnen de jeugdhulp aan kinderen en gezinnen, betere samenwerking en innovaties in ondersteuning, hulp en zorg. Eén gezin, één plan, één regisseur.

•

Meer ruimte voor professionals om de juiste hulp te bieden, vermindering van de regeldruk.

In Rotterdam zetten we in op het kansrijk, gezond, en veilig ontwikkelen van de jeugd, via ondersteuning vanuit welzijn, collectieve preventie, gerichte preventie, jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering. Binnen dit netwerk van hulp- en ondersteuningsmogelijkheden, streeft de lokale jeugdhulp naar hulp dichtbij de Rotterdamse gezinnen thuis en op school, om het kind of het gezin vroegtijdig en laagdrempelig te ondersteunen en duurdere regionale of zelfs landelijke specialistische jeugdhulp te voorkomen. De lokale jeugdhulp is hiermee een belangrijke schakel binnen dit netwerk. Kinderen en gezinnen worden naar de lokale jeugdhulp doorverwezen vanwege gesignaleerde jeugdhulpvragen bij ondersteuning vanuit bijvoorbeeld wijkteams, welzijnspartners, onderwijs of huisarts/Praktijkondersteuner Jeugd en Gezin (POH J&G). Lokale jeugdhulp kan ook worden ingezet als vervolg na specialistischere regionale of landelijke jeugdhulp.

Datum

Pagina

1 juni 2021

5 van 25

Het huidige stelsel van de jeugdhulp is samengevat in onderstaande infographic. U heeft deze infographic in het voorjaar van 2020 ontvangen n.a.v. Kind is geen Kavel. Deze plaat geeft aan hoe de jeugdhulp nu georganiseerd is. De grijze vlakken geven de verdeling aan tussen Landelijk (rechts), Regionaal (midden) en Lokaal (Links). De groene vierkanten zijn de diverse opdrachten die worden ingekocht.

Lijst van gebruikte afkortingen in de infographic: •

CJG: Centrum voor Jeugd en Gezin

•

GGZ: Geestelijke Gezondheidszorg

•

GRJR: Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond

•

OZA: Onderwijszorgarrangementen

•

POH: Praktijkondersteuner Huisarts Jeugd en Gezin

Datum

Pagina

1 juni 2021

6 van 25

1.2

Kaders nieuwe inkoop De volgende beleids- en strategiedocumenten vormen belangrijke kaders voor de inkoop van lokale jeugdhulp: •

In beleidsplan “Heel de stad”1 zijn de ambities van de gemeente Rotterdam vastgelegd voor het brede spectrum van maatschappelijke ontwikkeling en jeugdhulp, waarmee er oog is voor problematieken die niet alleen bij het kind hoeven te liggen en inzet breder dan jeugdhulp kunnen vragen.

•

In de Regiovisie “Nabij en Passend”2 hebben de 15 regiogemeenten de gezamenlijke ambities van de regio voor de jeugdhulp vastgelegd, zowel ten aanzien van wat iedere gemeente zelf lokaal organiseert als ten aanzien van wat de regiogemeenten samen organiseren. De Regiovisie is in lijn met de Norm voor Opdrachtgeverschap.

•

De aanbevelingen van het rapport “Een kind is geen kavel” van de Raadscommissie uit het najaar van 2019.

•

De “Kadernotitie Inkoopstrategieën Heel De Stad - Overkoepelende uitgangspunten” voor de inkoopstrategieën van de inkoopsporen Welzijn, WmoMaatwerkondersteuning, Wijkteams en Jeugdhulp” (hierna: Kadernotitie) is op 28 januari 2021 en 4 februari 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. Deze Kadernotitie vormt een gezamenlijk kader voor de inkoop van Wmomaatwerkondersteuning, Welzijn, Wijkteams en Jeugdhulp. De onderhavige inkoopstrategie vormt een verdere uitwerking van deze Kadernotitie voor de inkoop van lokale jeugdhulp per 1 januari 2023.

1.3

Ontwikkelingen Rotterdamse kinderen worden hard getroffen door de corona crisis. Uit onderzoek blijkt dat zij het zwaar hebben met corona en de onzekerheid die deze crisis met zich meebrengt. Gebrek aan contacten en afleiding zorgen voor stress en moedeloosheid, depressieve klachten, eetstoornissen, suïcidale gedachten. De druk op jeugdhulp, met name op de Jeugd-GGZ neemt toe. Dit beeld is onlangs in een verschenen inspectierapport bevestigd. Landelijk zijn grote tekorten ontstaan op jeugdhulpbudgetten bij gemeenten en ook in onze regio kampen we met oplopende kosten. Een vorig jaar uitgevoerd onderzoek van AEF laat zien dat landelijk gemeenten 1,6 tot 1,8 miljard tekortkomen. Ook voor Rotterdam geldt dat we vanuit eigen reserves middelen beschikbaar stellen aan jeugdhulp en dat we moeten

Heel de Stad - Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026 (raadsinformatie.nl): https://rotterdam.raadsinformatie.nl/document/9675711/2/21bb1119 2 Nabij en Passend – Regiovisie: https://www.Jeugdhulprijnmond.nl/wp-content/uploads/2021/05/Nabij-enPassend-30-november-2020.pdf 1

Datum

Pagina

1 juni 2021

7 van 25

constateren dat dit nog niet voldoende is. De commissie Sint heeft een aantal maatregelen geformuleerd in drie scenario’s, die variëren van weinig aanpassen, de jeugdhulpplicht voor gemeenten sterker gaan begrenzen, tot aan het schrappen van de jeugdhulpplicht. Bij alle scenario’s zullen er nog steeds tekorten zijn. Er lopen gesprekken om de tekorten tussen Rijk en gemeenten te verdelen3. De druk van wachttijden en oplopende kosten is in onze regio het hoogst bij de regionaal ingekochte jeugdhulp. Via het verstevigen van de lokale infrastructuur streven we ernaar om de tekorten en wachttijden te verminderen. Het helpt hierbij dat onderdelen van de regionaal ingekochte hulp overgaan naar het lokale. Desalniettemin zijn deze ontwikkelingen via de inkoop maar ten dele te beïnvloeden en mogelijk geen oplossing voor deze grote uitdagingen. We verwachten dat de komende periode meer duidelijkheid komt rond het beschikbaar komen van extra middelen tot het mogelijk recentraliseren van jeugdhulptaken. 1.4

Stevige lokale infrastructuur De lokale infrastructuur verstevigen we door de ontwikkelingen binnen de wijkteams (zie ook de Inkoopstrategie Wijkteams) en de lokale inkoop robuuster te maken zodat er lokaal meer opgepakt kan worden. Zo krijgen we als gemeente meer grip op de benodigde hulp voor de Rotterdamse kinderen. En zetten we in op de gewenste beweging naar voren en het voorkomen en verkorten van specialistische hulp. Via het verstevigen van de lokale inkoop jeugdhulp, beperken we de druk in de jeugdhulpketen. In deze inkoopstrategie is terug te lezen dat we hiervoor inzetten op o.a.: •

Meer focus op het kind en de hulpvraag in plaats van het aanbod dankzij uitgaan van doelgroepen en minder onderaannemers;

•

Hulp dichtbij dankzij onderdelen gebiedsgericht inkopen;

•

Meer aandacht voor de omgeving ten behoeve van o.a. verduurzamen van de hulp en voorkomen terugval;

•

Meer zicht op ingezette interventies en effectiviteit van de hulp via impactgedreven werken;

•

Langdurig aandacht voor jeugdigen met een chronische hulpvraag ter voorkoming van terugkerende cirkel van zorg.

Sint - Handhaaf, beperk of schrap Jeugdhulpplicht: https://www.nji.nl/nl/Actueel/Nieuws-uit-hetjeugdveld/2021/Sint-Handhaaf,-beperk-of-schrap-jeugdhulpplicht 3

Datum

Pagina

1 juni 2021

8 van 25

1.5

Leeswijzer De inhoud van dit stuk start na deze inleiding met de uitgangspunten voor de nieuwe inkoop (hoofdstuk 2), en daaropvolgend wat de voorgenomen wijzigingen zijn voor het arrangementenmodel (hoofdstuk 3). Daarna worden de huidige opdrachten beschreven, de doorontwikkeling die we willen doormaken en een voorlopige opdrachtindeling (hoofdstuk 4). De inkoopstrategie sluit af met de samenhang (hoofdstuk 5) en het vervolg (hoofdstuk 6).

Datum

Pagina

1 juni 2021

9 van 25

2

Uitgangspunten nieuwe inkoop De beleidsambities hebben we vertaald naar zeven uitgangspunten voor de nieuwe inkoop lokale jeugdhulp. Aan de hand van onderstaande uitgangspunten heeft de gemeente Rotterdam de ambitie om, via een goede inrichting van onze inkoop, zoveel mogelijk impact voor de Rotterdamse kinderen en gezinnen te bereiken. Impactgedreven werken De ambitie en de impact die we willen bereiken voor de lokale jeugdhulp is dat kinderen kansrijk, veilig en gezond opgroeien ondanks de kwetsbare situatie waarin ze verkeren. Het Factorenmodel4 helpt om de complexiteit van de risico- en beschermende factoren en daaruit voortkomende hulpvraag van de Rotterdamse kinderen en gezinnen te begrijpen. Dit betekent dat er aandacht is voor de balans tussen draagkracht en draaglast van de verschillende factoren. Zo kan een goede ouder-kind relatie helpend zijn bij bijvoorbeeld kinderen van ouders met een psychische problemen of een verslaving. Als gemeente werken we met de aanbieders samen als partners om structureel de effecten te meten, en te blijven leren en verbeteren wat werkt en hoe de gewenste impact wordt bereikt. Dit doen we door niet alleen de resultaten die de aanbieders behalen te meten, maar ook het gesprek te voeren over hóe die resultaten worden bereikt.

We hebben concrete aandacht voor de kwaliteit van de hulp, waaronder doorlooptijden, eventuele stagnatie, of de hulp nog steeds passend is, en zoveel als mogelijk voor de wetenschappelijke onderbouwing voor de effectiviteit. Kinderen hebben een (t)huis en kunnen naar school. Alle inzet heeft als uiteindelijk doel dit in stand te houden De hulp sluit aan op de leefwereld van het kind en gezin, en de hulp wordt zo dicht mogelijk bij het gezin, in de school en/of in de omgeving van een kind georganiseerd. De vormen van lokale jeugdhulp worden zo laagdrempelig mogelijk georganiseerd, in aansluiting op de wijkteams en/of in aansluiting op wijkvoorzieningen in Rotterdam. Waar ondersteuning bij het onderwijs of het leren nodig is, doen we dat op basis van de Wet Passend Onderwijs. Maar we zorgen ook voor ambulante jeugdhulp op school, met als doel dat kinderen die psychosociale problematiek ondervinden ook naar school kunnen blijven gaan. Deze jeugdhulp organiseren we in aansluiting op de zorgstructuur van het onderwijs.

Het Factorenmodel is het wetenschappelijk fundament voor het Rotterdamse Jeugdbeleid. Het maakt duidelijk welke beschermende factoren en risicofactoren daadwerkelijk van invloed zijn op de ontwikkeling van kinderen en ook welke factoren het meest bepalend zijn. 4

Datum

Pagina

1 juni 2021

10 van 25

Voor de kinderen waar zorg en onderwijs wordt afgewisseld gedurende de dag, organiseren we deze zorg zoveel als mogelijk op de school van het kind. Ouders en opvoeders zijn blijvend, hulpverlening sluit aan bij wat zij nodig hebben We kijken goed naar wat de ouders en kinderen nodig hebben en sluiten zoveel mogelijk aan bij de leefwereld van het kind. Hierbij wordt goed naar het kind geluisterd. Om intergenerationele overdracht van problematiek te doorbreken is het nodig om, naast het bieden van hulp aan de ouders, het hele gezinssysteem te betrekken. Hiervoor willen we onder andere integrale gezinsarrangementen doorontwikkelen. Door de kinderen te ondersteunen én specifiek aandacht te besteden aan de dynamiek tussen de gezinsleden, kan de onderliggende problematiek worden geadresseerd en verminderd of zelfs opgelost. We doen wat helpt. Dat betekent dat we ook andere hulp en ondersteuning inzetten dan jeugdhulp Naast dat er gekeken wordt waar het misgaat, de risicofactoren, kijken we ook naar welke beschermende factoren versterkt kunnen worden bij een kind en het gezin. Dit betekent dat we breder kijken dan alleen de ondersteuning die vanuit de jeugdhulp geboden kan worden.

Effectieve ondersteuning van onze kinderen en gezinnen vraagt daarmee niet een standaard route door de jeugdketen van licht naar zwaar of andersom, maar vraagt om gelijktijdige inzet van jeugdhulp-expertise en ondersteuning vanuit het wijkteam, de POH Jeugd en Gezin, partners in de wijk, het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG), coaches in de wijk of sportverenigingen. Het wijkteam is de centrale plek waar dit samen komt en van waaruit de casusregie wordt gevoerd. We luisteren naar de vraag van het kind en spreken de taal van het kind. We vragen hen wat ze zelf willen Het opvangen van signalen is erg belangrijk. Het is daarom van belang dat de hulpverlener goed luistert naar het kind. Als communiceren moeizaam verloopt wordt creatief gezocht naar andere manieren zoals bijvoorbeeld tekenen of digitale apps en games. De hulpverlener kan de signalen duiden en begrijpt wat het kind nodig heeft. We streven altijd naar passende hulp: gewoon is goed genoeg We streven altijd naar passende hulp. Het kind en de hulpvraag staat centraal, niet het aanbod. Er wordt gekeken naar wat voor het kind het beste is. Inzet kan variëren van één op één contact tot groepsinzet, van face to face tot innovatieve digitale inzet, en, indien nodig wordt aanvullend specialistische expertise ingeschakeld of maatwerk ingezet. Voor

Datum

Pagina

1 juni 2021

11 van 25

kinderen en gezinnen met een hulpvraag worden de risico- en beschermende factoren (Factorenmodel) in kaart gebracht en ingezet op de factoren waar de meeste impact te bereiken is. De inzet kan bestaan uit verschillende combinaties bijvoorbeeld van inzet vanuit welzijn met een preventief karakter, gecombineerd met zwaardere hulp. De inzet op beschermende factoren gaan we verder stimuleren door o.a. meer bekendheid te geven aan de mogelijkheden buiten de jeugdhulp. We streven hierbij naar transformatie van (de inzet van) zwaardere vormen van jeugdhulp naar zo licht mogelijke hulp tot preventie. Behoud arrangementenmodel Het arrangementenmodel is op verschillende plekken de afgelopen periode geëvalueerd waaruit is gebleken het model nog doorontwikkeld kan worden. Mede gelet op de aanbeveling 1 uit “Kind is geen kavel” waarin geen grootschalige verbouwing van het systeem centraal staat en de richting van de inkoop van de regio en de Wmomaatwerkondersteuning om te blijven werken met het in 2017 geïntroduceerde arrangementenmodel behouden we voor de lokale inkoop van de jeugdhulp ook het arrangementenmodel. In het arrangementenmodel worden de resultaatsgebieden en ondersteuningselementen met elkaar worden gecombineerd om tot een passend arrangement aan hulp en ondersteuning voor het kind en gezin te komen.

Op basis van onze ervaringen met de werking van het arrangementenmodel gaan we wel bepaalde onderdelen verfijnen en optimaliseren. Dit betekent geen grote wijzigingen.

Datum

Pagina

1 juni 2021

12 van 25

3

Van resultaatgericht naar impactgedreven werken Bij de lokale jeugdhulp kopen we niet een aantal uren of fte’s in, maar we kopen resultaten in waaraan doelen zijn gekoppeld. De ondersteuning die wordt gevraagd is gericht op specifieke resultaten die de aanbieder moet bereiken5. De gedachte hierachter is dat deze wijze van inkoop de aanbieders maximaal de ruimte geeft om in te zetten wat nodig is. De gemeente stuurt alleen op ‘wat’ er wordt bereikt, en ‘hoe’ het resultaat wordt bereikt is aan de professional.

3.1

Inkopen van resultaten Voor de komende periode blijven we inkopen op resultaten. We maken daarbij gebruik van het arrangementenmodel als basis voor de toewijzing, registratie en financiering van de hulp en ondersteuning. Het arrangementenmodel wordt zowel door de gemeente Rotterdam als door de GRJR gebruikt. In het arrangementenmodel zijn de volgende resultaatgebieden (R) en ondersteuningselementen (O) opgenomen: •

Ondersteuning van het sociaal en persoonlijk functioneren (R1)

•

Herstel, vermindering en stabilisatie van de stoornis (R2)

•

Opvoeding en versterking van de mogelijkheden ouders (R3)

•

Vervangende opvoeding (O1)

•

Dagbehandeling of dagbesteding (O2)

•

Mantelzorgondersteuning (O3)

Bij indicatiestelling kan een arrangement voor het kind en gezin worden samengesteld uit deze resultaatgebieden en ondersteuningselementen. Alle vormen van jeugdhulp met verblijf (ondersteuningselement O1) koopt de gemeente Rotterdam via de GRJR samen met veertien regiogemeenten in. Om die reden wordt ondersteuningselement O1 niet ingezet bij de lokaal ingekochte opdrachten. 3.2

Impactgedreven werken Bij de nieuwe inkoop blijven we inkopen op resultaten. Het uitgangspunt bij de vorige inkoop was dat de aanbieders bepalen hoe dat resultaat wordt bereikt. Bij de nieuwe inkoop willen we meer inzicht krijgen in hóe de resultaten bereikt worden. Daarom vragen we aan

5

Een uitzondering hierop is ambulante hulp op het (speciaal) onderwijs.

Datum

Pagina

1 juni 2021

13 van 25

aanbieders informatie over de kenmerken van de populatie, kenmerken van het aanbod, en kenmerken van de resultaten (via o.a. data). Deze informatie biedt het inzicht om structureel met de aanbieders in gesprek te gaan over de bereikte impact voor de Rotterdamse kinderen. populatie

resultaten

aanbod

Inzicht door informatie over de geboden hulp en ondersteuning is essentieel om, samen met aanbieders, te kunnen bepalen of we de juiste ontwikkeling doormaken en de beoogde maatschappelijke impact bereiken voor de Rotterdamse kinderen. We willen sturen op beschermende en risicofactoren met de meeste impact. Hierbij hebben we aandacht voor welke hulp en ondersteuning het beste werkt. We maken afspraken over welke hulp en ondersteuning we met elkaar nader willen volgen, bijvoorbeeld interventies die nog niet eerder zijn ingezet onder onze Rotterdamse kind en gezinnen of nog niet zijn opgenomen in de databank van het Nederlands Jeugdinstituut. En we maken afspraken over welke hulp en ondersteuning om verandering vraagt en experimenteren met innovatieve vormen. We gaan, conform de visie monitoring en sturing die is toegelicht in paragraaf 2.3 van de Kadernotitie, bij de nieuwe inkoop sturen op verschillende niveaus zoals op het niveau van het zorglandschap, de opdracht, de aanbieder en de cliënt. Daarbij hebben we aandacht voor o.a. de volgende elementen: opdrachtwaarde, raming omzet per aanbieder, aantal cliënten, behandelduur/doorstroom, wachttijden, reden beëindiging, duurzaamheid van beëindigde hulp.

Met de combinatie van deze gegevens krijgen we een beter inzicht om de effecten in de jeugdhulp te kunnen duiden en daarmee sneller met het juiste beeld een oordeel te vormen om vervolgens passend naar te handelen. In de Kadernotitie is aangegeven dat in de Inkoopstrategie Jeugdhulp teruggekomen wordt op de budgetplafonds. Om dit zorgvuldig te doen is nader onderzoek nodig naar de relatie met de wachttijden. Dit geheel gaan we in samenhang bezien met de financiële opgave en de regionale ontwikkelingen. In het najaar komen we hier op terug.

Datum

Pagina

1 juni 2021

14 van 25

3.3

Doorontwikkeling arrangementenmodel De komende inkoopperiode blijven we werken met het arrangementenmodel. In de praktijk zien we wel dat het arrangeren (het samenstellen van het benodigde arrangement voor het kind en gezin) op sommige onderdelen ingewikkeld werkt. Daarom voeren we de volgende grotere wijzigingen door. Dagbehandeling of dagbesteding Op dit moment moet er voor het inzetten van daghulp een combinatie gemaakt worden van Ondersteuningselement 2 met R1, R2 of R3. Het bepalen van de juiste intensiteitstrede is hierbij erg ingewikkeld, met name wanneer er naast de daghulp ook een ambulant jeugdhulptraject loopt. Daarom wordt er gewerkt aan een andere inrichting van Ondersteuningselement 2; namelijk de intensiteitstreden worden verdeeld naar dagen en direct gecombineerd met begeleiding en/of behandeling in termen van licht, midden, zwaar. Omgeving Naast het gezin speelt de omgeving rondom het kind een belangrijke rol bij de ontwikkeling. Op dit moment zijn de resultaatgebieden gericht op het kind en het gezin waar de omgeving soms onderdeel van is. Acteren op de omgeving buiten het gezin, zoals de school of vrijetijdsbesteding, speelt een belangrijke rol bij de kwaliteit van de hulp, zo leert het Factorenmodel ons. We onderzoeken daarom hoe we de omgeving steviger kunnen inbedden in het arrangementenmodel.

Datum

Pagina

1 juni 2021

15 van 25

4

Hoe kopen we in? Kinderen veilig, gezond en kansrijk op te laten groeien is het doel, en de aanbestedingsprocedure is het middel. In dit hoofdstuk lichten we toe hoe er nu wordt ingekocht, welke wijzigingen we daarin willen aanbrengen en hoe de verschillende onderdelen van de jeugdhulp opnieuw zullen worden ingekocht. De inkoopvorm en procedure is toegelicht in paragraaf 2.1 van de Kadernotitie.

4.1

Hoe wordt er nu ingekocht Rotterdam telt in 2020 ongeveer 139.139 kinderen tussen 0-18 jaar, waarvan er in de eerste helft van 2020 ongeveer 10.853 (7,8 % van het aantal Rotterdamse kinderen) kinderen een beschikking voor een individuele voorziening jeugdhulp hadden. De cijfers van de tweede helft 2020, worden later dit jaar bekend. De omzet is geëxtrapoleerd naar een heel jaar. Vanuit de lokale jeugdhulp is in de periode 1 januari 2018 tot 1 januari 2023 ingezet op: •

Laagdrempelige hulp op school via onderwijszorgarrangementen en dyslexiehulp gerelateerd aan school, beide gericht op het kunnen (blijven) leren en ontwikkelen op school en tegengaan schooluitval.

•

Laagdrempelige Basis GGZ-hulp, onder andere ter voorkoming van en als vervolg op regionaal ingekochte specialistische GGZ-hulp.

•

Integrale ambulante hulp voor kinderen met een beperking, waaronder begeleiding van gezinnen, behandeling voor kinderen, dagprogramma in kinderdagcentra en de mogelijkheid tot mantelzorgondersteuning.

In onderstaande figuren staan de verhoudingen weergegeven qua uitgaven en aantallen kinderen die geholpen zijn in 2020.

Datum

Pagina

1 juni 2021

16 van 25

Aantal Cliënten

Omzet (miljoen)

450

5

983 681

1,3 0,75 15,6

1272

OZA

Dyslexie

OZA

Dyslexie

Basis GGZ

Jeugd met een beperking

Basis GGZ

Jeugd met een beperking

Vanuit de regionale inkoop worden onderdelen overgedragen naar de lokale inkoop per 1 januari 2023. Het zal gaan om onderdelen van daghulp (opdracht D) en specialistische ambulante hulp (opdracht E). 4.2

Doorontwikkeling Bij de nieuwe inkoop staat samen leren en verbeteren centraal. Dit doen we door structureel in gesprek te blijven met de aanbieders en partners. Om de inkoop hier zoveel mogelijk ondersteunend aan te laten zijn leidt dit tot de onderstaande belangrijkste doorontwikkelingen die we in de huidige opdrachtenstructuur zien. Doelgroepgericht In het huidige resultaatgerichte model staat het kind en zijn hulpvraag reeds centraal. Echter vertalen deze individuele hulpvragen zich nog onvoldoende naar doelen en impact op opdrachtniveau, vooral vanwege inkoop via de integrale opdrachten en aanbod. Via meer differentiatie in doelgroepen en de daaraan te koppelen populatiekenmerken kunnen we samen met aanbieders meer gericht gaan werken aan de gewenste impact per doelgroep. Inzicht in de populatiekenmerken helpt om concretere afspraken te maken met aanbieders over o.a. het ontwikkelpotentieel en specifiekere eisen te stellen bij de inkoop wat passend is bij het sturen op impact.

Datum

Pagina

1 juni 2021

17 van 25

Gebiedsgericht De opdrachten of percelen zijn gebiedsgericht of stedelijk. Gebiedsgericht betekent dat de aanbieder aangeeft in welke gebieden de aanbieder wel of niet levert. Bij stedelijke opdrachten is hier geen keuze in: de aanbieder moet in staat zijn hulp te bieden aan kinderen uit de hele stad, ook in de buitengebieden. Gebiedsgericht heeft als voordeel dat aanbieders zich specifiek kunnen richten op bepaalde wijken en daar ook meer betrokkenheid in het wijknetwerk kunnen tonen. Zo zorgen we voor herkenbare partijen per wijk. Ook kunnen partijen die alleen in de buitengebieden actief zijn zich makkelijker inschrijven op gebiedsgerichte opdrachten. Stedelijk inkopen is van toepassing als het gaat om specialistisch en schaarser aanbod. Per inkoopopdracht maken we een afgewogen keuze voor stedelijke of gebiedsgerichte percelen. Psychosociale problemen We zien een hoge druk op de Jeugd-GGZ (specialistische jeugdhulp), we willen het daarom lokaal steviger inrichten. De Basis-GGZ is tevens een groeiopdracht in het beleidsplan “Heel de stad”. In de Regiovisie “Nabij en Passend” staat een sterke lokale infrastructuur centraal. Als de complexiteit van de problematiek het toelaat streven we er naar zoveel mogelijk kinderen in het lokale veld te helpen. Het toerusten van de huisarts, door de inzet van POH J&G in zijn praktijk mogelijk te maken helpt daarbij.

Met de inzet van deze functionaris is het mogelijk om, direct vanuit de laagdrempelige, praktijk van de huisarts ondersteuning te bieden. De POH J&G werkt onder aansturing van de huisarts, kan breed kijken, heeft kennis van het hulpaanbod, geeft zelf opvoedadviezen, kortdurende begeleiding en help de cliënt naar de juiste zorg. Dat kan zijn vanuit welzijn, lokale hulp in de wijk, Basis-GGZ, het wijkteam, CJG, of gespecialiseerde jeugdhulp. We beogen hiermee de druk op achterliggende jeugdhulpketen te verlichten door eerder hulp te bieden en optimaler gebruik te kunnen maken van beschikbare hulp in de wijk. Als er gespecialiseerde jeugdhulp nodig is voorziet de POH J&G in snelle en goed onderbouwde doorverwijzing. Samen met de wens van de regiogemeenten om meer lokaal in te kopen wordt deze opdracht groter in omvang en zwaarder qua complexiteit dan de huidige Basis-GGZ. Om te zorgen dat kinderen meer in het lokale veld geholpen kunnen worden, stappen we af van de twee trajecten van maximaal zes behandelingen die nu maximaal ingezet kunnen worden. Om daarnaast de druk op een beperkt aantal aanbieders meer te verspreiden en de hulp dichterbij te bieden wordt het mogelijk om gebiedsgericht in te schrijven. GGZ-hulp wordt ook door de wijkteams geleverd. We ontwikkelen een helder afwegingskader voor wijkteams en huisartsen/POH J&G wanneer een kind door de lokale

Datum

Pagina

1 juni 2021

18 van 25

jeugdhulpaanbieder wordt geholpen, wanneer door het wijkteam en wanneer door een regionale jeugdhulpaanbieder. Een belangrijk onderscheid is dat als er meer aan de hand is in het gezin, zoals bijvoorbeeld schulden, het wijkteam aan zet is. Indien het gaat om een enkelvoudige hulpvraag bij alleen het kind, dan is de lokale jeugdhulpaanbieder aan zet. Chronische psychosociale problemen Een deel van de ambulante jeugdhulp die nu nog regionaal wordt ingekocht, zoals de hulp aan kinderen met ADHD, wordt onderdeel van de lokale inkoop jeugdhulp. Deze in te kopen hulp wordt ingebed in de opdrachtenstructuur samen met het onderdeel ambulante jeugdhulp uit jeugd met een beperking. Hiervoor wordt gekozen omdat deze problematiek naar eenzelfde type gewenst resultaat van de hulpverlening toewerkt. Een continue zorglijn is hierbij van belang om de kans op een herhalende hulpvraag te verkleinen. Dit betekent een waakvlamfunctie voor het wijkteam. Onderwijs Zorgarrangementen (OZA) Op dit moment wordt de OZA individueel op het speciaal onderwijs en in mindere mate op het regulier onderwijs aangeboden. We willen toewerken naar meer integraliteit tussen jeugdhulp in het onderwijs en ambulante jeugdhulp.

Op het regulier onderwijs leert de ervaring dat de inzet niet efficiënt en effectief ingezet kan worden in de huidige vorm doordat de vraag per school gering is en alle kinderen in het regulier onderwijs ontvangen ook al ambulante jeugdhulp buiten school. Met meer aandacht voor de omgeving in het arrangementenmodel kan vanuit ambulante jeugdhulp makkelijker hulp gerelateerd aan bijvoorbeeld de schoolomgeving. Voor het speciaal onderwijs is de vraag groter per school en een nog grotere behoefte aan goede samenhang tussen inzet vanuit onderwijs en inzet vanuit jeugdhulp. De inzet van jeugdhulp in het onderwijs gaan we de komende inkoopperiode op bovenstaande punten doorontwikkelen. De ingangsdatum van de inkoop OZA wijkt met 1 augustus 2022 af van de ingangsdatum van de overige contracten vanwege het aflopen van de huidige contracten. Integrale levering ‘Jeugd met een beperking’ De onderdelen ambulante hulp, dagbehandeling en mantelzorgondersteuning voor de verschillende doelgroepen binnen de opdracht ‘Jeugd met een Beperking’ vallen nu onder dezelfde opdracht. Van de aanbieders wordt verwacht dat zij alle hulpvragen daarbinnen leveren. In de praktijk leidt dit vaak tot stapeling binnen de toegekende arrangementen en daarmee onnodig hoge kosten per kind en binnen deze opdracht.

Daarnaast zorgt dit voor onduidelijkheid bij de wijkteams, onoverzichtelijkheid voor de aanbieder en wordt relatief veel gebruik gemaakt van onderaannemers om alle benodigde hulp te kunnen bieden. De

Datum

Pagina

1 juni 2021

19 van 25

afgelopen periode leert dat het door verschillende CAO’s, als gevolg van de verschillende typen diensten, ingewikkeld is om tot reële tarieven te komen. We willen deze integrale opdracht uit elkaar halen en meer in samenhang te zien met andere vergelijkbare hulp. Dit bevordert het impactgedreven werken. Daarbij is de verwachting dat er minder onderaannemers ingezet worden en het eenvoudiger is om tot reële tarieven te komen. Daghulp in samenhang Op dit moment wordt dagbehandeling zowel ingekocht via de onderwijszorgarrangementen, als via de lokale jeugdhulp, én via de regionale jeugdhulp. De afgelopen periode leert ons dat het afhankelijk is via welke verwijzer een kind binnenkomt bepaalt op welke plek het terechtkomt. Bij de nieuwe inkoop bekijken we daarom dit geheel in samenhang met de andere in te kopen opdrachten. Zo wordt daghulp geen onderdeel meer van de onderwijszorgarrangementen, maar komt er een aparte opdracht voor verschillende doelgroepen. Specialistische daghulp, waaronder ‘Observatie diagnostiek’, blijft regionaal ingekocht. Mantelzorgondersteuning Als een gezinslid veel zorg en aandacht nodig heeft, heeft dit vaak een grote impact op de andere gezinsleden. Mantelzorgondersteuning kan er dan voor zorgen dat het gezin ontlast wordt, om op de overige momenten de benodigde ondersteuning te kunnen bieden.

Op dit moment is mantelzorgondersteuning alleen mogelijk binnen de opdracht ‘Jeugd met een beperking’. Dit betekent dat er geen andere doelgroepen in aanmerking komen, terwijl deze ondersteuningsbehoefte er in de praktijk wel blijkt te zijn. Wij willen het daarom mogelijk maken om het breder in de markt te zetten en het daarom apart te positioneren, inclusief een duidelijk afwegingskader en criteria op de belastbaarheid van de ouders/verzorgers om hiervoor in aanmerking te komen. Dit ter bevordering van het benutten van eigen kracht en voorkomen van meer of zwaardere inzet van jeugdhulp. Gezinsarrangementen Uit onderzoek weten we dat kinderen uit kwetsbare en/of onveilige gezinnen grote risico’s lopen op het ontwikkelen van problemen en dat ze die problematiek vaak een leven lang met zich meedragen. Psychische of psychosociale problematiek en/of een (licht) verstandelijke beperking van de ouders leidt in deze gezinnen tot een opeenstapeling van problemen op het gebied van sociaal en persoonlijk functioneren, gezondheid, financiën, veiligheid en huisvesting. Deze multiproblematiek heeft zijn weerslag op de opvoeding en de ontwikkeling van de kinderen.

Datum

Pagina

1 juni 2021

20 van 25

Om intergenerationele overdracht van problematiek te doorbreken is het nodig om, naast het bieden van Wmo-maatwerkondersteuning aan de ouders, het hele gezinssysteem te betrekken en ook jeugdhulp aan te bieden. Deze integrale ondersteuning wordt al geboden vanuit de wijkteams. Maar daarmee bereiken we niet alle gezinnen die we willen bereiken. Voor het ondersteunen van dak- en thuisloze gezinnen en voor het langduriger ondersteunen van kwetsbare gezinnen in de wijken zetten we daarom via nieuwe gezinsarrangementen in op integrale tweedelijnsondersteuning6. Hierbij gaan we uit van een combinatie van Wmo-maatwerkondersteuning en jeugdhulp, met aandacht voor systeemgericht werken. Doelgroepen voor de integrale tweedelijnsondersteuning zijn gezinnen waarin problematiek speelt als gevolg van (O)GGZ, (L)VB en/of dakloosheid. Het gezinsarrangement wordt aanvullend op Wmo-ondersteuning ingezet, met als onderdelen kindgerichte hulp, opvoedondersteuning en systeemgericht werken. Huiselijk geweldarrangementen Het Verwey-Jonker rapport “Complexe problemen vragen onorthodoxe oplossingen” (2020) heeft aangetoond dat de gemeente de aanpak van huiselijk geweld moet verbeteren. Eén van de verbeterrichtingen is om een integraal huiselijk geweldarrangement te ontwikkelen voor gezinnen waar huiselijk geweld speelt. Dit gaat de gemeente daarom nu inkopen.

Integrale ondersteuning bij huiselijk geweld wordt al geboden vanuit de wijkteams. Maar de complexiteit van casussen vraagt soms om langdurige en meer specifieke inzet dan het wijkteam kan bieden. In het huiselijk geweldarrangement wordt, net als het nieuwe gezinsarrangement, een combinatie gevormd van jeugdhulp en Wmo-maatwerkondersteuning, zodat een zorgaanbieder het hele gezin kan helpen. Centraal staat de veiligheid van de gezinsleden. Naast hulp bij het herstellen en bestendigen van de veiligheid binnen het gezin kunnen ook andere specifieke elementen onderdeel uitmaken van een huiselijk geweldarrangement. Het gaat dan om traumabegeleiding en slachtoffer- en plegerhulp. Overige elementen die kunnen worden geïndiceerd bij een huiselijk geweldarrangement zijn reguliere Wmomaatwerkondersteuning (zoals bijvoorbeeld ondersteuning bij het sociaal en persoonlijk functioneren), kindgerichte hulp, opvoedondersteuning en systeemgericht werken.

Het huidige Wmo-gezinsarrangement bestaat uit lichte opvoedondersteuning voor ouders. De mogelijkheid ontbreekt momenteel om zorgaanbieders doelen mee te geven op het gebied van gezinsdynamiek en het aanpakken van de problematiek van de kinderen. 6

Datum

Pagina

1 juni 2021

21 van 25

4.3

Voorgenomen opdrachtindeling In deze voorgenomen opdrachtindeling benoemen we de verschillende doelgroepen die centraal staan bij de nieuwe inkoop. We benoemen daarbij de belangrijkste populatiekenmerken en het gewenste resultaat van de hulpverlening. Hier wordt bewust het aanbod dat voor de doelgroepen door de aanbieders wordt geleverd niet benoemd, dit gaan we samen met de aanbieders via verschillende marktconsultaties voorafgaand aan de inkoopprocedure verder uitwerken. Deze nadere uitwerking leidt mogelijk nog tot verschillende percelen per opdracht.

Opdracht

Doelgroepen (inclusief populatiekenmerken)

Omschrijving

Gewenst resultaat van de hulpverlening

1. Psychosociale hulp

Kinderen met enkelvoudige en nietchronische psychosociale hulpvraag op één of meerdere leefgebieden (inclusief verbinding regulier onderwijs).

Kinderen die vastlopen op één of meerdere leefgebieden met een niet-chronische hulpvraag op psychosociale problematiek. De problematiek is kindgebonden en enkelvoudig, maar vraagt wel afweging van inzet op meerdere leefgebieden en beschermende of risicofactoren.

Vermindering/afname of mogelijk oplossen van de psychosociale problematiek tot dusdanig niveau dat het kind gezond, kansrijk en veilig kan opgroeien, zónder verdere inzet van jeugdhulp, maar mét praktische handvatten voor kind en omgeving. Verkennen afschalingsmogelijkheden digitale middelen en/of laagdrempelig lotgenotencontact.

2. Chronisch psychosociaal en/ of een beperking

Kinderen met ADHD, chronische psychosociale hulpvragen of met een beperking en bijkomende comorbiditeit op het gebied van gedrag, leefgebieden thuis en omgeving inclusief verbinding met het regulier onderwijs.

Kinderen die een chronische hulpvraag hebben. Hulp voor deze kinderen wordt in een continuüm langdurig ingezet. De ondersteuning vraagt continuïteit, maar is wel wisselend in intensiteit en zwaarte gedurende de jaren.

Gezond, kansrijk en veilig opgroeien ondanks de chronische hulpvraag die de kinderen hebben, dankzij een continuüm van benodigde hulpverlening gedurende de verschillende levensfases en gebeurtenissen. Verkennen afschalingsmogelijkheden digitale middelen en/of laagdrempelig lotgenotencontact.

3. Ambulant op het speciaal onderwijs

Kinderen met een hulpvraag binnen het onderwijs binnen het (voortgezet) speciaal onderwijs, SBO, PrO en MBO-1

Kinderen waarbij het leren en ontwikkelen op het onderwijs in het geding komt, door een beperking of langdurige psychosociale problemen. Hulp voor deze kinderen wordt áltijd georganiseerd in combinatie met inzet vanuit de zorgstructuur van een school.

Onderwijs (blijven) volgen in een zo normaal mogelijke onderwijssetting ondanks beperking of langdurige psychosociale problemen danwel via langdurige ondersteuning aan kind op onderwijs danwel via tijdelijke inzet op kind en schoolomgeving.

4. a Jonge kind daghulp

Jonge kinderen met (het vermoeden van) ontwikkelingsproblemen (0-4jaar)

Dit zijn kinderen waarbij aanwijzingen zijn dat hun ontwikkeling (op 1 of meerdere levensgebieden) achterloopt op hun leeftijdsgenoten. De problemen zijn ofwel niet duidelijk (nadere diagnostiek is aangewezen) of naar verwachting kunnen met stimuleringsprogramma’s (gespecialiseerde opvang ed.) worden ingelopen. Gezinssysteem moet onderdeel zijn van de behandeling, waarbij sprake is van een combinatie daghulp en intensief ambulant traject gericht op ouders en kind, vooral de transfer van geleerde vaardigheden in de thuissituatie kunnen toepassen is een belangrijk onderdeel.

In potentie is uitgangspunt dat deze kinderen instromen in het reguliere basisonderwijs (eventueel met specifieke ondersteuning) danwel voor speciaal onderwijs in aanmerking komen. Of naar een onderwijscentrum indien blijkt dat een vorm van onderwijs (nog) niet mogelijk is.

Datum

Pagina

1 juni 2021

22 van 25

4. b Ontwikkelingsgerichte daghulp

Kinderen met een (ernstige) meervoudige beperking (4-18/Wlz)

Dit zijn kinderen waarbij is vastgesteld dat zij te maken hebben ernstige problemen in hun ontwikkeling/met een ernstig meervoudige beperking waarbij er sprake is van een combinatie van 2 of meer ernstige beperkingen van verstandelijke, motorische- lichamelijke- of zintuigelijke aard. Zodanig dat instroom in het reguliere onderwijs op voorhand niet is aangewezen. Deze kinderen hebben, gezien hun beperking(en) behoefte aan intensieve opvang verzorging en behandeling.

Het ontwikkelen en aanleren van praktische-, cognitieveen/of sociaal emotionele vaardigheden waarbij de mogelijkheden en talenten van het kind optimaal benut worden en waar mogelijk, instroom in speciaal onderwijs te realiseren. Als blijkt dat dit niet haalbaar is zullen zij voor verdere zorg zijn aangewezen op de WLZ.

4.c Schoolgerichte daghulp

Kinderen die leerplichtig zijn maar tijdelijk niet op school mee kunnen (4-18)

Dit zijn kinderen die leerplichtig zijn, maar als gevolg van een (vermoeden) van een stoornis niet aan het onderwijs kunnen deelnemen. De ondersteuning wisselt gedurende de dag onderwijs en jeugdhulp af. Binnen dit traject wordt afgeschaald naar school, waarbij stap voor stap een afbouw op de groep en opbouw op school zichtbaar is. Samenwerking met Samenwerkingsverbanden PPO en KoersVo is randvoorwaardelijk.

Schoolcarrière zo snel mogelijk te hervatten. Inclusief advies welke vorm van onderwijs het meest passend is, waarbij terugkeer naar school van herkomst wenselijk is maar geen must hoeft te zijn. Toekomstplan in algemene zin is randvoorwaardelijk, niet alleen ter voorbereiding op leeftijd van 18.

4.d Daghulp gericht op werk

Jongeren die extra ondersteuning nodig hebben ter voorbereiding op werk en leven (16-18)

Het gaat hier om een groep kwetsbare jongeren vanaf 16 jaar die voorbereid moeten worden op een volwassen werkend leven via een daghulpsetting. Rondom deze doelgroep zijn vaak ook nog andere ‘loketten’ betrokken die hen begeleiden naar werk (Jongerenloket, UWV, Participatiewet, Wmo). Gezien de jeugdhulp tot 18 jaar loopt is het belangrijk dat er nauwe samenwerking is met deze loketten om een soepele overgang te borgen.

Samenwerking van belang zodat geen dubbele trajecten worden ingezet en het best passende traject ingezet kan worden.

5. Dyslexie

Kinderen met ernstige problemen met lezen en/of spellen

Een kind met dyslexie heeft ernstige problemen met lezen en/of spellen. Het is een hardnekkig probleem dat zich voordoet bij alle vakken waarbij taalvaardigheid een rol speelt.

De inzet is erop gericht dat een kind in staat is om optimaal de schoolperiode te doorlopen.

6. Mantelzorgondersteuning

Ouders/verzorgers die overbelast zijn door de aanwezige beperking en/of chronische stoornis van hun kind.

De inzet is er op gericht om ouders/verzorgers of andere betrokken mantelzorgers zoals broers of zussen in het gezin te ontlasten en daarmee de draag- en veerkracht te vergroten en weer in balans te brengen. Daar waar mogelijk wordt gebruik gemaakt van het netwerk, omgeving, voorliggende voorzieningen en het mantelzorgsteunpunt Mantelfoon. Wanneer dit (nog) niet tot de mogelijkheden behoord, wordt een professional ingezet.

De inzet is er op gericht om het gezin te ontlasten en daarmee de draag- en veerkracht van het gezin te vergroten. Waarna het gezin voldoende is opgeladen om op eigen kracht de zorg/ondersteuning van hun kind vol te houden. De locatie waar het kind verblijft moet voldoen aan de ondersteuningsbehoefte van het kind.

7. Gezinsarrangementen

Multiprobleem gezinnen

Psychische, psychosociale en/of een (licht) verstandelijke beperking van de ouders leidt in deze gezinnen tot een opeenstapeling van problemen. Deze multiproblematiek heeft zijn weerslag op de opvoeding en de ontwikkeling van de kinderen.

8. Huiselijk geweld arrangementen

Gezinnen waar huiselijk geweld speelt

Huiselijk geweld heeft een grote impact op de levens van alle gezinsleden. Het zorgt ervoor dat zij niet veilig kunnen meedoen in de samenleving, niet veilig kunnen opgroeien en zich niet veilig kunnen ontwikkelen.

Om intergenerationele overdracht van problematiek te doorbreken is het nodig om, naast het bieden van Wmo-hulp aan de ouders, het hele gezinssysteem te betrekken en ook jeugdhulp aan te bieden. De inzet is er op gericht om de balans tussen draagkracht en draaglast van gezinnen te herstellen en te verbeteren. Centraal staat de veiligheid van de gezinsleden. Naast hulp bij het herstellen en bestendigen van de veiligheid binnen het gezin kunnen ook andere specifieke elementen onderdeel uitmaken van een huiselijk geweldarrangement.

Datum

Pagina

1 juni 2021

23 van 25

5

Samenhang

5.1

Regionale inkoop Voor zowel de regionale als de lokale inkoop is de Regiovisie “Nabij en passend” het beleidskader. De strategie van de regio is dat de lokale infrastructuur de basis is en alleen als het nodig is aanvullende regionale hulp wordt ingeschakeld. Bij de nieuwe inkoop komen onderdelen die nu regionaal zijn ingekocht, over naar de lokale inkoop. Het gaat om vormen van dagbehandeling (opdracht D) en ambulante jeugdhulp (opdracht E). De ingangsdata van de nieuwe lokale en regionale contracten valt samen op 1 januari 2023.

5.2

Samenhang met andere vormen van hulp, en preventie De inkoop van de lokale jeugdhulp is niet los te zien van de inkoop van Welzijn, Wmomaatwerkondersteuning en Wijkteams. Daarnaast is er samenhang met programma’s zoals de Wijkprogrammering, Stevige start en aansluiting onderwijs/jeugdhulp. Waar mogelijk is de strategie afgestemd met deze trajecten. Waar nodig is samengewerkt om tot een goed samenhangend aanbod te komen.

5.3

Samenhang met de verordening, beleidsregels en nadere regels De regels en beleid voor (onder andere) de jeugdhulp is vastgelegd in de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2018 en de daaraan verwante Nadere Regels en Beleidsregels. Deze documenten geven de benodigde juridische basis voor de inkoop en uitvoering van de jeugdhulp en daarom zullen voor inwerkingtreding van de nieuwe overeenkomsten met jeugdhulpaanbieders, de benodigde wijzigingen in de Verordening en andere regelgeving moeten worden aangebracht. Daarin zal ook, voor zover noodzakelijk, aandacht zijn voor overgangsbepalingen.

Datum

Pagina

1 juni 2021

24 van 25

6

Vervolg De inkoopstrategie vormt het kader waarbinnen de vertaling van de ambities naar inkoopdocumenten (bestek, programma van eisen en contracten) wordt vormgegeven. De nieuwe contractperiode loopt vanaf 1 januari 2023, welke gelijk is aan de ingangsdatum van de nieuwe regionale contractperiode. Per in te kopen opdracht wordt een aanbestedingsprocedure gevolgd. Wij streven ernaar de procedure medio 2022 te hebben afgerond. Dit geeft de gemeente en de nieuwe partijen minimaal een half jaar voor overdracht en zorgvuldige voorbereiding van de overgang. Voor de ingang van de nieuwe contracten zullen de Verordening maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp 2018, de Nadere regels en de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp 2018 moeten worden aangepast om de geambieerde wijzigingen voor de inkoop en uitvoering mogelijk te maken. Na de ingangsdatum van de nieuwe contracten stopt het werk niet. Daarom is er nu al aandacht voor mogelijke wijzigingen in de inrichting van het contractmanagement, hoe de kwaliteit van de jeugdhulp verder kan worden verbeterden welke afspraken daarvoor noodzakelijk zijn met de aanbieders.

Datum

Pagina

1 juni 2021

25 van 25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=026200d5-5d66-40ac-95c7-2790185a4c02