21bb6850 Raadsvoorstel over Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Piekstraat Punt
Tekst van het document
21bb006850
Rotterdam, 15 juni 2021.
Aan: de gemeenteraad
Onderwerp: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan “Piekstraat Punt”.
Gevraagd besluit: Samenvattend stellen wij u voor: 1. Kennis te nemen van de tussenuitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 april 2021 inzake het bestemmingsplan Piekstraat Punt; 2. Het bestemmingsplan “Piekstraat Punt”, o-NL.IMR0.0599.BP2139PiekstrPunt-va02 met bijbehorende ondergrond oJ\IL.IMRO.0599.BP2139PiekstrPunt-va02, gewijzigd vast te stellen, overeenkomstig het voorstel van burgemeester en wethouders; 3. Artikel 8 van de planregels als volgt te wijzigen: “Artikel 8 Geluidsgevoelige functies Bij de realisatie van geluidsgevoelige functies zoals bedoeld in de Wet geluidhinder moet, voor zover de voorkeursgrenswaarden uit de Wet geluidhinder worden overschreden, worden voldaan aan het besluit hogere grenswaarden dat aan dit bestemmingsplan is toegevoegd, met inbegrip van de in dat besluit opgenomen voorwaarden en maatregelen.”.
Waarom dit voorstel? I Waarom nu voorgelegd? Tegen de vaststelling van het bestemmingsplan Piekstraat Punt heeft Hunter Douglas beroep ingesteld bij de ABRvS. Dit beroep is behandeld in een zitting op 18 december 2020. Op 28 april 2021 heeft de ABRvS een tussenuitspraak gedaan. Hierin is de raad opgedragen de gebreken in het besluit te herstellen, omdat het bestemmingsplan is vastgesteld in strijd met het beginsel van een deugdelijke motivering, het zorgvuldigheidsbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel. Uw raad wordt gevraagd het bestemmingsplan op grond van artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening gewijzigd vast te stellen. Het bestemmingsplan zit in de volgende fase:
T Startfase
Concept- en ontwerpfase
Vaststellingsfase
Beroepsfase
Relatie met het coalitieakkoord/collegewerkprogramma/eerder aangenomen moties en gedane toezeggingen: Geen.
Registratienummer cluster: Portefeuillehouder: drs. S.A. Kurvers MPA Steller: E. Schotborg, 06-18 19 10 85
pagina 1
Toelichting: Het bestemmingsplan Piekstraat Punt is op door de raad vastgesteld op 2 juli 2020. Naar aanleiding van de publicatie is het bestemmingsplan Piekstraat Punt op 17 juli 2020 in werking getreden. Het plangebied ligt in het gebied Feijenoord. Het plangebied betreft de punt van de Piekstraat, bereikbaar via o.a. de Piekbrug, tussen de Persoonshaven en de Nieuwe Maas. Het terrein is nu in gebruik als parkeerplaats. Het bestemmingsplan maakt de realisatie mogelijk van een woontoren met een parkeergarage en in de plinten de mogelijkheid voor maatschappelijke en commerciële voorzieningen. De woontoren mag maximaal 75 meter hoog worden met maximaal 130 woningen en maximaal 8.000 m2 bvo aan maatschappelijke en commerciële voorzieningen, zoals horeca, dienstverlening, kantoren en lichte bedrijvigheid (tot en met milieucategorie 2). Enkele verdiepingen zullen worden ingericht als parkeergarage.
Beroepsprocedure Tegen de vaststelling van het bestemmingsplan Piekstraat Punt heeft Hunter Douglas beroep ingesteld bij de ABRvS. Dit beroep is behandeld in een zitting op 18 december 2020. Op 28 april 2021 heeft de ABRvS een tussenuitspraak gedaan. Hierin is de raad opgedragen de gebreken in het besluit te herstellen. In de uitspraak staat dat het bestemmingsplan is vastgesteld in strijd met het beginsel van een deugdelijke motivering, het zorgvuldigheidsbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel. Aangezien de gebreken volgens de ABRvS kunnen worden hersteld, is een tussenuitspraak gedaan en nog geen einduitspraak. De gebreken kunnen volgens de uitspraak worden hersteld door: - “Alsnog inzichtelijk te maken dat het plan wat betreft mogelijke geurhinder niet zal leiden tot een beperking in de bedrijfsvoering van Hunter Douglas; - Alsnog toereikend te motiveren dat de vastgestelde hogere waarden in acht zijn genomen. Daarbij moet de raad beargumenteerd en met bronvermelding inzichtelijk maken waarom de "Handleiding meten en rekenen industrielawaai" in dit geval niet vereist dat moet worden gerekend met een toeslag voor verticale geluidbronnen zoals schoorstenen op het terrein van Hunter Douglas. Hierbij moet de raad ook de visie van LBP Sight betrekken zoals opgenomen in de notitie van 6 juni 2019; - Artikel 8 van de regels te wijzigen, dan wel een ander besluit nemen.
” In de tussenuitspraak heeft de ABRvS expliciet aangegeven dat bij de raad bij de voorbereiding van het nieuwe besluit geen nieuwe inspraakmogelijkheden hoeft te bieden.
Registratienummer cluster: Portefeuillehouder: drs. S.A. Kurvers MPA Steller: E. Schotborg, 06-18 19 10 85
pagina 2
Reactie ten aanzien van de door de ABRvS geconstateerde gebreken Geurhinder Tíjdens de hoorzitting bij de ABRvS is namens de raad en de ontwikkelaar aangegeven dat geen sprake kan zijn van geurhinder bij de beoogde woontoren, omdat Hunter Douglas volgens haar milieuvergunning geen geur mag uitstoten buiten het terrein van Hunter Douglas. Gebruikelijk is om eventuele geurhinder te meten op 1,5 meter hoogte. Aangezien de schoorstenen van Hunter Douglas hoog zijn en de woontoren in totaal ongeveer 75 meter hoog zal zijn, heeft de ABRvS bepaald dat onvoldoende is aangetoond dat geen sprake kan zijn van geurhinder op hogere hoogtes. Geurhinder zou namelijk een beperking voor Hunter Douglas betekenen, omdat ze dan haar bedrijfsvoering moet aanpassen, dan wel schoorstenen bijvoorbeeld aan zou moeten passen. Het bestemmingsplan is dus op dit punt onvoldoende zorgvuldig voorbereid volgens de ABRvS. Witteveen+Bos Advies- en ingenieursbureau heeft in opdracht van de ontwikkelaar op 25 mei 2021 een rapport opgesteld inzake de geuremissie van Hunter Douglas in relatie tot de beoogde woontoren die met het bestemmingsplan Piekstraat Punt mogelijk wordt gemaakt. In dit rapport ‘Invloed luchtemissies Hunter Douglas op hoogbouw Piekstraat Punt Rotterdam’ is een modellering gemaakt van de geuremissie van de toonaangevende schoorstenen van Hunter Douglas.
Hierin is berekend wat de geuremissie zal zijn tot een hoogte van 75 meter. Dit is de hoogte van de hoogste dakrand van de beoogde woontoren. In dit rapport wordt geconcludeerd dat de eventuele geuremissie van de meest nabijgelegen en maatgevende schoorstenen in een worst case berekening geen enkele belemmering zal zijn voor een goed woon- en leefklimaat. Aangezien er geen geurklachten zíjn en zelden op hoogtes hoger dan 1,5 meter geuruitstoot wordt berekend of gemeten, werd tot op heden aangenomen dat Hunter Douglas voldoet aan de vergunningvoorwaarde uit de milieuvergunning waarin is bepaald dat geen geuremissie waarneembaar mag zijn op de grens van het terrein van Hunter Douglas. Uit het rapport ‘Invloed luchtemissies Hunter Douglas op hoogbouw Piekstraat Punt Rotterdam’ blijkt dat Hunter Douglas inderdaad aan de vergunningvoorwaarde voldoet door de schoorstenen op het terrein. Dit houdt tevens in dat het plan niet zal leiden tot een beperking in de bedrijfsvoering van Hunter Douglas. Het rapport ‘Invloed luchtemissies Hunter Douglas op hoogbouw Piekstraat Punt Rotterdam’ van 25 mei 2021 zal als extra bijlage en derhalve nadere motivering bij het bestemmingsplan Piekstraat Punt worden gevoegd. Op deze wijze wordt de door de ABRvS geconstateerde strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel hersteld.
Geluid en het Besluit hogere grenswaarden Wet milieubeheer Bij het bestemmingsplan is als bijlage en ter onderbouwing een akoestisch onderzoek gevoegd. Dit akoestisch onderzoek is opgesteld in opdracht van de ontwikkelaar. In het akoestisch onderzoek wordt een theoretische geluidstoeslag van 2 dBA toegevoegd aan de schoorstenen (de verticale geluidbronnen) op het terrein van Hunter Douglas. Het akoestisch onderzoek is beoordeeld en akkoord bevonden door
Registratienummer cluster: Portefeuillehouder: drs. S.A. Kurvers MPA Steller: E. Schotborg, 06-18 19 10 85
pagina 3
de DCMR. DCMR staat echter op het standpunt dat deze theoretische toeslag niet hoeft te worden toegevoegd. DCMR heeft geconcludeerd dat, ook als je de toeslag niet meetelt, uit het akoestisch onderzoek de conclusie kan worden getrokken dat voldaan kan worden aan een goed woon- en leefklimaat als het gaat om geluid. Hiervoor dient wel een Besluit hogere grenswaarden Wet milieubeheer te worden vastgesteld. Dat besluit is door het college genomen op 30 juni 2020. Het hiertegen door Hunter Douglas ingestelde beroep is op 28 april 2021 niet-ontvankelijk verklaard vanwege termijnoverschrijding. Het besluit hogere grenswaarden Wet milieubeheer is daarmee onherroepelijk geworden. De ABRvS is blijkens de einduitspraak van oordeel dat onvoldoende is gemotiveerd waarom het akoestisch onderzoek als voldoende kon worden beoordeeld zonder de theoretische geluidtoeslag. De ABRvS vraagt een nadere motivering, waarin expliciet mee wordt genomen waarom de "Handleiding meten en rekenen industrielawaai" in dit geval niet vereist dat moet worden gerekend met een toeslag voor verticale geluidbronnen zoals schoorstenen op het terrein van Hunter Douglas. Bij deze nadere motivering moet ook de visie van ingenieursbureau LBP Sight in de notitie van 16 juni 2019 worden betrokken.
Deze notitie is door Hunter Douglas ingebracht bij de ingediende zienswijze en wordt volgens de ABRvS onvoldoende weerlegd in de zienswijzenrapportage. DCMR heeft op 25 mei 2021 een notitie opgesteld waarin de gevraagde nadere motivering ten aanzien van de verticale geluidbronnen wordt gegeven. Kort samengevat komt de nadere motivering op het volgende neer. In het akoestisch rapport is een gerekend met een toeslag voor verticale geluidbronnen (de schoorstenen van Hunter Douglas). Met bronvermeldingen uit de ‘Handleiding meten en rekenen industrielawaai’ is uitgelegd waarom deze toeslag niet noodzakelijk is volgens deze handleiding. Het akoestisch rapport is vervolgens door DCMR beoordeeld onder weglating van de toeslag, waarbij geconcludeerd is dat voldaan kan worden aan een goed woon- en leefklimaat als het gaat om geluid. In de notitie van DCMR is expliciet aangegeven op welke onderdelen de notitie van LBP Sight niet in overeenstemming is met de ‘Handleiding meten en rekenen industrielawaai' en waarom dit niet het geval is. Ook hierbij is steeds verwezen naar de relevante pagina’s van de Handleiding meten en rekenen industrielawaai’. Met deze notitie van DCMR, ofwel een nadere motivering zoals verzocht door de ABRvS is de door de ABRvS geconstateerde strijdigheid met het motiveringsbeginsel hersteld.
Planreael m.b.t. nieuwe geluidgevoelige functies en oeluidswaarden Artikel 8 van de planregels is een standaardartikel in veel bestemmingsplannen, niet alleen in de gemeente Rotterdam. De formulering was als volgt. “Bij nieuwe situaties in de zin van de Wet geluidhinder is de realisatie van geluidsgevoelige functies (in de zin van de Wet geluidhinder), alleen mogelijk indien voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarden van de Wet geluidhinder, dan wel aan het besluit hogere grenswaarden dat aan dit bestemmingsplan is toegevoegd. ”
Registratienummer cluster: Portefeuillehouder: drs. S.A. Kurvers MPA Steller: E. Schotborg, 06-18 19 10 85
pagina 4
Dit artikel beoogt een koppeling te maken tussen een eventuele omgevingsvergunning voor nieuwe geluidgevoelige functies en het hogere waardenbesluit. Op deze wijze wordt geborgd dat een aanvraag omgevingsvergunning tevens getoetst wordt aan het hogere waardenbesluit als niet voldaan wordt aan de geluidwaarden uit de Wet geluidhinder. Volgens de tussenuitspraak van de ABRvS is onduidelijk wat precies met nieuwe situaties wordt bedoeld en tot wie deze regel zich richt. Het artikel is daarmee in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. In de Wet milieubeheer wordt niet gedefinieerd wat ‘nieuwe situaties’ zijn. Dit onderdeel wordt derhalve vervangen door ‘geluidgevoelige objecten...’. Geluidgevoelige objecten worden in artikel 1 van het bestemmingsplan gedefinieerd overeenkomstige de definitie in de Wet milieubeheer. Op deze wijze is duidelijk in welke situaties dit artikel van toepassing is. Daarnaast is in het artikel toegevoegd ’bij de realisatie van...’. Door deze toevoeging is duidelijk dat het artikel zich richt tot degene die een geluidgevoelig object wil realiseren, ofwel de ontwikkelaar/aanvrager. De ontwikkelaar dient aan te tonen dat een geluidgevoelig object dat onder dit plan wordt gerealiseerd, de geluidwaarden van de Wet milieubeheer of van het vastgestelde besluit hogere grenswaarden niet overschrijdt.
Gezien het voorgaande wordt voorgesteld wordt om het artikel 8 te wijzigen en als volgt te formuleren: “Bij de realisatie van geluidsgevoelige objecten zoals bedoeld in de Wet geluidhinder moet, voor zover de voorkeursgrenswaarden uit de Wet geluidhinder worden overschreden, worden voldaan aan het besluit hogere grenswaarden dat aan dit bestemmingsplan is toegevoegd, met inbegrip van de in dat besluit opgenomen voorwaarden en maatregelen."
Conclusie Met de voorgestelde wijzigingen worden de door de ABRvS geconstateerde gebreken hersteld. Het gewijzigde plan en de nadere motivering zullen naar de ABRvS worden gestuurd en gepubliceerd op www.ruimtelijkeplannen.nl. Vervolgens zal de ABRvS (nadat Hunter Douglas door de ABRvS in de gelegenheid is gesteld te reageren op de wijzigingen en de nadere motivering) een einduitspraak doen. Inspraak Naar aanleiding van de motie ‘Altijd inspraak bij eigendom (nummer 18bb10661) is door het college toegezegd dat in het werkproces ruimte is gemaakt om bij het toepassen van de bestuurlijke lus een inspraakmoment te creëren. In de afdoening van de motie is echter tevens aangegeven dat deze aanpassing niet geldt voor de gevallen waarbij het bieden van een inspraakmoment expliciet wordt uitgesloten door de Raad van State. In dit geval heeft de ABRvS expliciet aangegeven dat geen inspraak hoeft te worden gevraagd door de raad bij de voorbereiding van de wijzigingen door de raad. Dit is tevens niet noodzakelijk, omdat de voorgesteld wijzigingen geen wijzigingen zijn waardoor andere belanghebbenden worden benadeeld of waardoor het bouwplan verandert. Dientengevolge is geen inspraakreactie gevraagd aan Hunter Douglas of
Registratienummer cluster: Portefeuillehouder: drs. S.A. Kurvers MPA Steller: E. Schotborg, 06-18 19 10 85
pagina 5
anderen, overeenkomstig hetgeen de ABRvS heeft bepaald in de tussenuitspraak. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de ABRvS Hunter Douglas in het kader van hoor en wederhoor in de gelegenheid zal moeten stellen om schríftelijk dan wel mondeling te reageren op de door de raad vastgestelde wijzigingen en nadere motivering.
Financiële en juridische consequenties/aspecten: N.v.t. let bijbehorende ontwerpbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en Wethouders van Rotterdam, De burgei
V.J.M.
iutaleb
Bijlage(n): 1. Tussenuitspraak ABRvS 28 april 2021 2. Gewijzigde Regels bestemmingsplan Piekstraat Punt 3. rapport ‘Invloed luchtemissies Hunter Douglas op hoogbouw Piekstraat Punt Rotterdam’ d.d. 25 mei 2021 4. Notitie DCMR ‘Nadere toelichting geluid n.a.v. tussenuitspraak’ d.d. 25 mei 2021 5. Concept-brief aan ABRvS inzake nadere motivering en gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Piekstraat Punt
Registratienummer cluster: Portefeuillehouder: drs. S.A. Kurvers MPA Steller: E. Schotborg, 06-18 19 10 85
pagina 6
Ontwerpbesluit:
De Raad van de gemeente Rotterdam, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 15 juni 2021 (raadsvoorstel nr. *dit vult de griffie later in*); gelet op de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening;
besluit: 1. Kennis te nemen van de tussenuitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 april 2021 inzake het bestemmingsplan Piekstraat Punt; 2. Het bestemmingsplan “Piekstraat Punt”, o-NL.IMRO.0599.BP2139PiekstrPunt-va02 met bijbehorende ondergrond o-NL.IMRO.0599.BP2139PiekstrPunt-va02, gewijzigd vast te stellen, overeenkomstig het voorstel van burgemeester en wethouders; 3. Artikel 8 van de planregels als volgt te wijzigen: “Artikel 8 Geluidsgevoelige functies Bij de realisatie van geluidsgevoelige objecten zoals bedoeld in de Wet geluidhinder moet, voor zover de voorkeursgrenswaarden uit de Wet geluidhinder worden overschreden, worden voldaan aan het besluit hogere grenswaarden dat aan dit bestemmingsplan is toegevoegd, met inbegrip van de in dat besluit opgenomen voorwaarden en maatregelen.”. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van "Dit vult griffie later in" De griffier,
De voorzitter,
Registratienummer cluster: Portefeuillehouder: drs. S.A. Kurvers MPA Steller: E. Schotborg, 06-18 19 10 85
pagina 7