CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb671 Herzien Raadsvoorstel over eerste wijziging van de verordening tegemoetkoming kosten SMI - kinderopvang Rotterdam 2018

Gemeenteraad 18 maart 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 15. Het (herziene) voorstel tot vaststelling van de eerste wijziging van de Verordening tegemoetkoming kosten SMI-kinderopvang Rotterdam 2018.4.213 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rotterdam, 26 januari 2021.

21bb000671

Aan: de gemeenteraad

Onderwerp: Eerste wijziging van de Verordening tegemoetkoming kosten SMI-kinderopvang Rotterdam 2018.

Gevraagd besluit: Samenvattend stellen wij u voor: vast te stellen de Eerste wijziging van de Verordening tegemoetkoming kosten SMIkinderopvang Rotterdam 2018. Waarom dit voorstel?/Waarom nu voorgelegd? Sinds 1 januari 2005 is de Wet kinderopvang (Wko) in werking getreden. Op grond van deze wet kunnen ouders een tegemoetkoming krijgen voor de kosten van kinderopvang. Voor de doelgroep die de kinderopvang nodig heeft vanwege een sociaal-medische indicatie (SMI) zoals bedoeld in artikel 1.12 Wko, heeft het rijk geen voorwaarden of beperkingen opgelegd aan de vormgeving van het gemeentelijk beleid voor de doelgroep ‘sociaal-medische indicatie’ (SMI). De VNG heeft wel in een handreiking richtlijnen opgesteld voor de uitvoering van de kinderopvang SMI. Het benodigde budget voor kinderopvang voor de doelgroep ‘sociaal-medische indicatie’ is wel door de wetgever toegevoegd aan de algemene middelen van het gemeentefonds. Deze verstrekking aan gemeenten via het gemeentefonds wordt aangemerkt als een algemene uitkering, waaraan geen voorwaarden worden gesteld. Het rijk heeft dus geen voorwaarden of beperkingen opgelegd aan de vormgeving van het gemeentelijk beleid voor de doelgroep SMI. In Rotterdam zijn de regels voor verlening van een tegemoetkoming voor SMIkinderopvang, vastgelegd in de Verordening tegemoetkoming kosten SMIkinderopvang Rotterdam 2018.

Deze verordening betreft dus een regeling voor inwoners van de gemeente Rotterdam die op grond hier van een eenmalige subsidie kunnen ontvangen in de tegemoetkoming van de gemaakte kinderopvangkosten. Deze verordening gaat dus niet in op de regelgeving rondom de kinderopvang zelf en is niet van toepassing op de kinderopvanginstellingen. De verordening gaat in op de eisen en voorwaarden waaraan ouders/verzorgers moeten voldoen om aanspraak te kunnen maken op een dergelijke gemeentelijke tegemoetkoming. Registratienummer cluster: 21MO00077 Portefeuillehouder J. Bokhove Steller: drs. M. van Kooten, mr. drs. E. Hendriks, drs. N. Pieterse pagina 1

Vanwege vastgestelde knelpunten in de uitvoeringspraktijk, de uitkomsten van een onderzoek dat recent door de onderzoeksafdeling van de gemeente is uitgevoerd naar beleving en verbetering van de SMI-regeling, alsmede een beoogde verhoging van de effectiviteit van de regeling, is er aanleiding om de Verordening te wijzigen. Relatie met het coalitieakkoord/collegewerkprogramma/eerder aangenomen moties en gedane toezeggingen: Het beleidsplan Heel de Stad geeft het kader voor het belang van goede verbindingen. Het onderwijs en de kinderopvang vormen samen belangrijke leefwerelden van kinderen en daarmee ook de meest logische plekken om verbinding te leggen tussen de thuissituatie, talentontwikkeling en ondersteuning op maat voor kind en gezin. Daarmee kan vroegtijdig hulp en ondersteuning worden geboden en mogelijk verergering van problemen voorkomen. Deze plannen krijgen o.a. vorm in de werkagenda Passend Onderwijs. Toelichting: Aanleiding In 2019/2020 heeft een onderzoek plaatsgevonden naar de beleving en effectiviteit van de SMI-regeling in de huidige vorm, uitgevoerd door de onderzoeksafdeling van de Gemeente Rotterdam. De belangrijkste conclusie uit het onderzoek is dat zowel ouders en professionals blij zijn met het bestaan van de regeling. Het voorziet in een duidelijke behoefte om voor wat lucht te zorgen in een gezin om aan de situatie te werken.

Voor gezinnen met kortdurende ouderproblematiek volstaat de regeling. Voor langdurig kwetsbare gezinnen pleiten professionals voor een andere regeling dan de SMIregeling, om de gezinnen langer opvang te kunnen bieden. Aanbevelingen zijn dat de bekendheid van de regeling en de voorwaarden hiervan, en de verwachte inspanningen van de ouders continue aandacht vereisen; ouders zijn zich momenteel onvoldoende bewust dat de SMI periode bedoeld is om hulp voor de gezinsproblemen te zoeken en te accepteren. Het monitoren van gezinnen en de betrokkenheid van gezinshulpverleners bij de opvang is een succesfactor. Het hebben van een hulpplan is nu als voorwaarde opgenomen voor een SMI toekenning, in de aanpassingen voor de verordening. Verder is uit de praktijk van het werkveld gebleken dat er enkele knelpunten bestaan in de combinatie van de regeling met het Rotterdamse zorgveld. Met de aanpassing van de Verordening zijn de actuele knelpunten alsmede de belangrijkste aanbevelingen van het onderzoek verwerkt. De aanpassing zal naar verwachting leiden tot een grotere effectiviteit van de regeling alsmede een betere inpassing in het zorgveld. De belangrijkste voorgestelde wijzigingen: -

Als adequate voorliggende voorziening is de tekst van ‘een voorziening op grond van jeugdwet’ aangepast naar ‘Een voorziening op grond van de Jeugdwet die voor langer dan een dag in de week in opvang of plaatsing buitenshuis voorziet’ Hierdoor is jeugdhulp onder de jeugdwet pas een adequate voorliggende voorziening wanneer deze meer dan een dag in de week bedraagt. Observatie en adviestrajecten, alsook ambulante trajecten (< dag/week) Registratienummer cluster: 21MO00077 Portefeuillehouder J. Bokhove Steller: drs. M. van Kooten, mr. drs. E. Hendriks, drs. N. Pieterse pagina 2

-

-

-

kunnen hierdoor samengaan met SMI. De aansluiting met het zorgveld rondom deze gezinnen is hierdoor vergroot. Dit was één van de belangrijkste aangegeven knelpunten in de huidige situatie en zal naar ons idee ertoe leiden dat meer gezinnen voor wie kinderopvang uitkomst kan bieden kan worden bereikt. Daarnaast biedt de mogelijkheid om jeugdhulp korter dan 1 dag/week of ambulante trajecten vanuit de Jeugdwet aan te kunnen bieden aan ouders gecombineerd met opvang voor de kinderen ruimte om ouders te versterken in hun opvoedings- en zorgvaardigheden. Zeker bij jonge kinderen is een combinatie van ontwikkelingsstimulering voor het kind en het versterken van de vaardigheden van de ouders zeer van belang en het vergroot de kans dat de gezinnen het na afloop van de SMI-indicatie weer beter zelf kunnen. Een voorziening op grond van WMO als adequate voorliggende voorziening is eruit gehaald en geldt hierdoor niet meer als een weigeringsgrond. In de praktijk wordt een WMO-voorziening veelal als praktische ondersteuning aan de ouder(s) geboden voor een beperkt aantal uur in de week, bijvoorbeeld in de vorm van hulp in de huishouding of hulp bij administratie. Deze ondersteuning is zeer van belang, maar vergroot niet de mogelijkheden van ouder(s) in de opvoeding en zorg voor hun kinderen.

Door de combinatie tussen WMO en SMI wel mogelijk te maken, komt er ruimte voor extra hulp aan en ontlasting van de ouder(s) gedurende de momenten dat de kinderen op de opvang zijn, waardoor de kans vergroot wordt dat ouders het na afloop van de SMI-indicatie weer zelf kunnen. Als extra voorwaarde voor een positief besluit op de aanvraag is toegevoegd dat er door de aanvrager een concreet plan voor hulp aan het gezin kan worden overlegd. SMI is bedoeld als tijdelijke noodmaatregel en een financiële tegemoetkoming in de kosten van de kinderopvang, waardoor hulp in het gezin kan worden ingezet. Het is daarom belangrijk om een hulptraject aan ouders zoveel mogelijk gelijk te laten lopen met een SMI-indicatie om maximaal gebruik te maken van de toegekende periode en actief te werken aan verbetering van de situatie in het gezin. Door deze voorwaarde scherp te stellen, beogen we te voorkomen dat de looptijd van de SMI-indicatie al deels of grotendeels voorbij is voordat de hulp aan de ouder(s) daadwerkelijk is opgestart en willen we zorgdragen voor het vooraf bedenken welke plek SMI kan hebben in het hulpplan. In de meeste gevallen betekent deze voorwaarde dat er voorafgaand aan een SMI-aanvraag samen met een hulpverlener wordt nagedacht over een plan om de gezinssituatie te verbeteren.

In de huidige situatie is dit niet altijd geval en mist daardoor soms het samenlopen van hulp en kinderopvang. De term ‘peuterspeelzaal’ is bij voorliggende voorziening eruit gehaald. Hiervoor is gekomen ‘een voorziening voor peuteropvang voor niet-aaneengesloten uren’; Toelichting: peuteropvang blijft voorliggend. Echter indien gezien de problematiek de indicatiesteller van mening is dat een kind hele dagopvang nodig heeft in plaats van dagdelen peuteropvang, dan kan er aanspraak op SMI worden gedaan. Hierbij kan gedacht worden aan situaties waarbij de hulp aan de ouder(s) bestaat uit één of meerdere hele dagen (bv. revalidatie of groepstherapie), wat niet past in de dagdelenstructuur van de peuteropvang.

Registratienummer cluster: 21MO00077 Portefeuillehouder J. Bokhove Steller: drs. M. van Kooten, mr. drs. E. Hendriks, drs. N. Pieterse pagina 3

-

SMI kan niet meer bij alle kinderopvang instellingen of bij gastouderopvang worden afgenomen, maar alleen bij voorschoolse voorzieningen die voldoen aan subsidieregeling voorschoolse educatie Rotterdam, voor kinderen van nul tot start op de basisschool. Met deze extra eis willen we de kwaliteit van de geboden kinderopvang garanderen en tevens bewerkstelligen dat een peuter met een aflopende SMIindicatie in dezelfde organisatie kan doorstromen naar de peuteropvang totdat hij of zij start op de basisschool. Een doorgaande lijn in opvang ook na de SMIindicatie is, zeker bij jonge kinderen, vaak gewenst, in het belang van zowel ouder(s) als kind. Een bijkomend voordeel is dat in de administratieve afwikkeling die gemoeid is met SMI-indicaties wordt samengewerkt met organisaties die de regelgeving van SMI en de gemeente goed begrijpen. De consequentie voor de gezinnen is wel dat het hiermee soms niet mogelijk is hun SMI-indicatie in te zetten op de door hun meest dichtbij zijnde of gewenste kinderopvangorganisatie. Wij zijn van mening dat de voordelen van dit punt groter zijn dan de nadelen en hebben daarom de beleidskeuze gemaakt voor deze extra kwaliteitseis.

Financiële en juridische consequenties/aspecten: Financieel De financiële consequenties zullen naar verwachting gering zijn omdat doelgroep, duur en omvang voor de SMI-toekenning niet wijzigt. Wel zijn de uitsluitingsgronden op een enkel punt aangepast waardoor er een groep die hier voorheen niet voor in aanmerking kwam, hier nu wel aanspraak op kan maken. Het betreft hier echter een verbetering van de aansluiting van de regeling op andere regelgeving en een betere aansluiting op het doel van de regeling. Er worden ook aanscherpingen voorgesteld. Op voorhand kan moeilijk aangegeven worden hoe de verschillende effecten financieel zullen uitwerken maar ze zullen waarschijnlijk gering kostenverhogend zijn. De dekking vindt plaats binnen het bestaande budget. Juridisch Met deze wijziging wordt het juridisch fundament onder enkele artikelen in de vigerende SMI-verordening verstevigd. Het bijbehorende ontwerpbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en Wethouders van Rotterdam, De secretaris,

De burgemeester,

V.J.M. Roozen

A. Aboutaleb

Bijlage(n): N.v.t. Registratienummer cluster: 21MO00077 Portefeuillehouder J. Bokhove Steller: drs. M. van Kooten, mr. drs. E. Hendriks, drs. N. Pieterse pagina 4

Ontwerpbesluit

De Raad van de gemeente Rotterdam, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 26 januari 2021; gelet op artikel 149 Gemeentewet, de Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk, de Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang; besluit: Artikel I De Verordening tegemoetkoming kosten SMI-kinderopvang Rotterdam 2018 wordt als volgt gewijzigd: A Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd: 1. In onderdeel a wordt ‘artikel 1.1 Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen’ vervangen door ‘artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang’ en wordt hieraan toegevoegd ‘, ingezet als tijdelijke noodmaatregel voor kinderen vanaf de leeftijd van acht weken tot aan de leeftijd van instroom op het voortgezet onderwijs, waarbij de ouders of verzorgers met behulp van een onder b. en c. genoemde instelling, werken aan verbetering van de situatie binnen het gezin; 2. In onderdeel b wordt ‘artikel 1.1 Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen’ vervangen door ‘artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang’ en wordt voor ‘als hoofdtaak de volgende basisfuncties aanbiedt’ ingevoegd ‘hele dagopvang of buitenschoolse opvang biedt en’ 3. Onderdeel c, wordt als volgt gewijzigd: 1. Subonderdeel 8°, komt te luiden: 8°. aanvullende samenwerkingsrelaties met de volgende partners: - jeugdhulpvoorzieningen; - primair onderwijs; - CJG; - speciaal onderwijs; 2.

De subonderdelen 9° en 10° vervallen. 4. De volgende onderdelen worden toegevoegd: d. tegemoetkoming: subsidie zoals bedoeld in artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht; e. sociaal-medische indicatie: indicatie-advies betreffende SMI van de afdeling Sociaal Medische Advisering van de gemeente Rotterdam. B Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd: 1. In onderdeel a wordt ‘artikel 1.46 van de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen’ vervangen door ‘artikel 1.46, tweede lid, van de Wet kinderopvang’ en wordt ‘artikel 1.5 van de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen’ vervangen door ‘artikel 1.47b, eerste lid, van de Wet kinderopvang’ Registratienummer cluster: 21MO00077 Portefeuillehouder J. Bokhove Steller: drs. M. van Kooten, mr. drs. E. Hendriks, drs. N. Pieterse pagina 5

2. In onderdeel c vervalt ‘zonder tussenkomst van een gastouderbureau dat niet is opgenomen in het Landelijk register kinderopvang als bedoeld in artikel 1.5 van de Wet kinderopvang’. 3. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel e door een puntkomma wordt een onderdeel toegevoegd, luidende: f. het kindercentrum voor hele dagopvang niet voldoet aan de Subsidieregeling voorschoolse educatie Rotterdam, voor kinderen van nul tot start op de basisschool. C Aan artikel 4 wordt een lid toegevoegd, luidende; 3. De start van de feitelijke kinderopvang kan alleen plaatsvinden op de eerste of de zestiende dag van de maand. D Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid wordt ‘GGD Rotterdam-Rijnmond’ vervangen door ‘de afdeling Sociaal Medische Advisering van de gemeente Rotterdam’. 2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende : 4. Het college ziet af van het opvragen van een indicatie-advies indien het bij de aanvraag voor SMI op objectieve gronden evident is dat de aard of de ernst van de problematiek van de ouders of verzorgers onvoldoende ernstig is om tot een ontwikkelingsachterstand bij het kind te kunnen leiden. E Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd: 1. De letteraanduidingen ‘f.’, ‘g.’, en ‘h.’ worden respectievelijk vervangen door de nummeraanduiding ‘1.’, ‘2.’ en ‘3.’. 2.

In het derde lid (nieuw) wordt ‘GGD Rotterdam-Rijnmond’ vervangen door ‘de afdeling Sociaal Medische Advisering van de gemeente Rotterdam’ en ‘daadwerkelijke start’ door ‘een concreet plan voor hulp aan het gezin kan worden overgelegd’. 3. De volgende leden worden toegevoegd: 4. Het college kan de in het eerste lid genoemde tegemoetkoming direct laten volgen door de in het tweede lid genoemde tegemoetkoming, als zich gedurende de reguliere SMI-kinderopvang een aantoonbare verslechtering in de ontwikkeling van het kind of de uitvoering van de hulp aan de ouders of verzorgers voordoet die een opeenvolgende periode binnen de gespecialiseerde kindervang noodzakelijk maakt. 5. Het college kan de in het tweede lid bedoelde tegemoetkoming direct laten volgen door de in het eerste lid bedoelde tegemoetkoming, als zich gedurende de gespecialiseerde SMI-kinderopvang een aantoonbare verbetering in de ontwikkeling van het kind of de uitvoering van de hulp aan de ouders of verzorgers voordoet die een opeenvolgende periode binnen de reguliere SMI wenselijk maakt. F Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

Registratienummer cluster: 21MO00077 Portefeuillehouder J. Bokhove Steller: drs. M. van Kooten, mr. drs. E. Hendriks, drs. N. Pieterse pagina 6

1. De letteraanduidingen ‘f.’, ‘g.’ en ‘h.’ worden respectievelijk vervangen door de nummeraanduidingen ‘1.’, ‘2,’ en ‘4.’. 2. Er wordt een lid ingevoegd, luidende: 3. Gedurende de schoolvakanties kan de hele dagopvang, voorschoolse en naschoolse opvang voor maximaal een aaneengesloten periode van vier weken ongebruikt worden gelaten met behoud van de verleende tegemoetkoming. G Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het opschrift komt te luiden: Artikel 10 Intrekking of herziening tegemoetkoming 2. De aanhef komt te luiden: De tegemoetkoming in de kosten voor SMI-kinderopvang kan worden ingetrokken of worden herzien door vaststelling van een andere dan de eerder door het college bepaalde duur, indien: 3. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel e door een puntkomma wordt een onderdeel toegevoegd, luidende: f. de kinderopvang niet plaatsvindt overeenkomstig het voor het gezin opgestelde plan voor hulp, zoals bedoeld in het derde lid van artikel 6. H Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd: 1. Voor de tekst wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst. 2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende: 2. Het college kan de tegemoetkoming zonder tussenkomst van de ouder of verzorger direct terugvorderen van de opvangorganisatie, indien vaststaat dat de gronden voor terugvordering zijn te wijten aan het handelen of nalaten van de instelling voor kinderopvang.

Registratienummer cluster: 21MO00077 Portefeuillehouder J. Bokhove Steller: drs. M. van Kooten, mr. drs. E. Hendriks, drs. N. Pieterse pagina 7

Artikel II De toelichting bij de Verordening tegemoetkoming kosten SMI-kinderopvang Rotterdam 2018 wordt als volgt gewijzigd: A De toelichting op artikel 1 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het opschrift van de toelichting op artikel 2 komt te luiden: ‘Artikel 1 Begripsbepalingen.’. 2. De volgende tekst wordt toegevoegd: Onder a. wordt aangegeven dat SMI alleen kan worden ingezet als een tijdelijke noodmaatregel. Hieraan is een financiële tegemoetkoming in de kosten van de kinderopvang verbonden aan de in dit artikel genoemde ouder. Voorwaarde voor het doen van een SMI-aanvraag is dat er een instelling voor kinderopvang of gespecialiseerde kinderopvang als hulpverlenende partij wordt betrokken om te situatie van het gezin te kunnen verbeteren. Verwacht wordt dat de ouders de tijd van de afgegeven indicatie gebruiken om de situatie en problematiek op basis waarvan de SMI-indicatie wordt afgegeven te verbeteren. De onder b. genoemde Naschoolse opvang, ook wel aangeduid als BuitenSchoolseOpvang (BSO) kan alleen worden geïndiceerd als kinderen naar school gaan. Het betreft nadrukkelijk een aanvulling op school en kan niet in plaats van school worden geïndiceerd, bijvoorbeeld als dagbesteding voor thuiszitters. B Het opschrift van de toelichting op artikel 2 komt te luiden: ‘Artikel 2 Aanspraak op tegemoetkoming kosten SMI-kinderopvang.’. C Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd: 1.

Het opschrift van de toelichting op artikel 3 komt te luiden: ‘Artikel 3 ‘Weigeringsgronden.’. 2. Voor ‘Ad b’ wordt de volgende tekst ingevoegd: ‘Ad a Het college vergewist zich ervan dat exploitatie redelijkerwijs zal plaatsvinden in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens de Wet Kinderopvang en bepaalt vervolgens de ingangsdatum van de exploitatie. Tevens wordt het centrum door het college ingeschreven in het register kinderopvang. Zonder deze exploitatietoestemming en inschrijving, weigert het college een voor dit kindercentrum aangevraagde tegemoetkoming SMI te verlenen. 3. Bij ‘Ad c’ vervalt de zinsnede ‘zonder tussenkomst van een geregistreerd gastouderbureau’. 4. De tekst onder ‘ad d’ wordt vervangen door: Voorbeelden van door het college onderscheiden adequate voorliggende voorzieningen zijn: a. een voorziening op grond van de Wet kinderopvang; b. een voorziening op grond van de Jeugdwet die voor langer dan een dag in de week in opvang of plaatsing buitenshuis voorziet; c. een voorziening voor peuteropvang voor niet-aaneengesloten uren; d. opvangmogelijkheden binnen het sociale netwerk. 5. Na het slot van de toelichting op ‘Ad e’ wordt de volgende tekst toegevoegd: Registratienummer cluster: 21MO00077 Portefeuillehouder J. Bokhove Steller: drs. M. van Kooten, mr. drs. E. Hendriks, drs. N. Pieterse pagina 8

‘Ad f Het Rotterdamse kwaliteitskader Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) en de Subsidieregeling voorschoolse educatie Rotterdam zijn een onderdeel van het onderwijsachterstandenbeleid (OAB). Het doel hiervan is kinderen met een risico op onderwijsachterstand vanwege kenmerken in hun omgeving, een betere start te geven in groep 3 van de basisschool. De Voorschoolse educatie is gericht op kinderen tussen 2,5 en 4 jaar oud met risico op onderwijsachterstand en wordt verzorgd op een voorschoolse voorziening, zoals een voorschool of kinderdagverblijf. Vroegschoolse educatie is voor het bevorderen van onderwijskansen van doelgroepkinderen in groep 1 en 2 van de basisschool. Het college acht het noodzakelijk dat het kindcentrum deze kaders hanteert. Indien dit niet het geval is, levert dit en weigeringsgrond voor SMI op.’. D Artikel 4, wordt als volgt gewijzigd: 1. Het opschrift van de toelichting op artikel 4 komt te luiden: ‘Artikel 4 Ingangsdatum.’. 2. De tekst wordt vervangen door:: ‘De tegemoetkoming gaat in op de dag die is vermeld in de verleningsbeschikking van het college. De kinderopvang zelf kan niet eerder ingaan dan op de eerste of zestiende dag van de maand waarvoor het college een verleningsbeschikking voor een SMI-tegemoetkoming heeft afgegeven.

Bij bijzondere omstandigheden zoals de acute noodzaak om een kind te plaatsen, kan hierop een uitzondering worden gemaakt.’. E Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het opschrift van de toelichting op artikel 5 komt te luiden: ‘Artikel 5 Noodzaak tegemoetkoming kosten SMI-kinderopvang.’. 2. In de tekst wordt ‘de GGD Rotterdam-Rijnmond’ vervangen door ‘de afdeling Sociaal Medische Advisering’ en wordt ‘GGD-advies’ vervangen door ‘het advies van de afdeling Sociaal Medische Advisering’. F Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het opschrift van de toelichting op artikel 6 komt te luiden: ‘Artikel 6 Duur van de tegemoetkoming.’ 2. In de tekst wordt ‘de GGD Rotterdam-Rijnmond’ vervangen door ‘de afdeling Sociaal Medische Advisering’. 3. De tekst ‘Want vanuit ervaringen in de praktijk (…) op oneigenlijke wijze opgerekt’ wordt vervangen door: ‘Want vanuit ervaringen in de praktijk dat de SMI-periode soms al bijna voorbij is voordat er hulp aan de ouder(s) is opgestart en daardoor de duur van de hulp niet is gesynchroniseerd, stelt het college verplicht dat bij plaatsing van een kind in een SMI-instelling, de tegemoetkoming pas dan wordt gestart wanneer ook het hulpplan voor ouders met betrekking tot de problematiek waarop de SMI-indicatie is afgegeven, daadwerkelijk wordt uitgevoerd of binnen afzienbare termijn zal starten.

Aldus wil het college voorkomen dat door een trage start van de hulpverlening aan de ouders de duur van de tegemoetkoming op oneigenlijke wijze wordt opgerekt. Registratienummer cluster: 21MO00077 Portefeuillehouder J. Bokhove Steller: drs. M. van Kooten, mr. drs. E. Hendriks, drs. N. Pieterse pagina 9

In de twee laatste leden van dit artikel wordt mogelijk gemaakt dat reguliere en gespecialiseerde SMI-kinderopvang, of andersom, gespecialiseerde en reguliere SMI-kinderopvang elkaar direct kunnen opvolgen als zich een verslechtering of verbetering in de ontwikkeling van het kind of de uitvoering van de hulp aan de ouders of verzorgers voordoet.’.

G Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het opschrift van de toelichting op artikel 7 komt te luiden: ‘Artikel 7 Omvang van tegemoetkoming SMI-kinderopvang.’. 2. In de tekst wordt ‘de GGD Rotterdam-Rijnmond’ vervangen door ‘de afdeling Sociaal Medische Advisering’. H Het opschrift van de toelichting op artikel 8 komt te luiden: ‘Artikel 8 Hoogte van de tegemoetkoming.’. I Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het opschrift van de toelichting op artikel 9 komt te luiden: ‘Artikel 9 Verlenging van de sociaal medische indicatie.’. 2. In de tekst wordt ‘de GGD’ vervangen door ‘de afdeling Sociaal Medische Advisering’. J Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het opschrift van de toelichting op artikel 10 komt te luiden: ‘Artikel 10 Intrekking of herziening tegemoetkoming.’. 2. De tekst wordt vervangen door ‘Zodra een indicatie voor SMI-tegemoetkoming is afgegeven, dienen de ontvangende ouders of verzorgers zich aan diverse regels te houden en zich tevens te realiseren dat er omstandigheden kunnen ontstaan die rechtvaardigen dat de SMItegemoetkoming voor het eind van de looptijd wordt ingetrokken of zodanig wordt herzien dat de looptijd korter wordt. In de onder a. tot en met c. genoemde situaties ligt het initiatief vooral bij de ouders of verzorgers.

Zo geldt bijvoorbeeld dat als de ouders of verzorgers gedurende de SMI-indicatie het bij de aanvraag ingediende en in de verleningsbeschikking verplicht gestelde hulpverleningsplan niet langer uitvoeren of verzuimen om uit eigener beweging een wijziging van hun woonplaats, adres, arbeidsstatus, of ingeschakeld kinderdagverblijf op te geven, dit een intrekkingsgrond kan opleveren. Ook indien het bevoorschottingsformulier niet binnen de gestelde retourtermijn wordt ingediend, vormt dit een grond om de toekenning in te trekken. In de situaties onder d. tot en met f. ligt het initiatief daarentegen bij het gemeentelijke orgaan dat- of de afdeling die toezicht houdt op de uitvoering van de SMI. Wanneer bijvoorbeeld wordt geconstateerd dat de ouder tijdens de uitvoering van de SMI ook aanspraak zou kunnen maken op een voorliggende voorziening in de vorm van vrij toegankelijke basis-jeugdhulp, dan kan het college op grond van deze Registratienummer cluster: 21MO00077 Portefeuillehouder J. Bokhove Steller: drs. M. van Kooten, mr. drs. E. Hendriks, drs. N. Pieterse pagina 10

constatering de duur van de bij beschikking toegekende SMI-tegemoetkoming beperken. Deze beperking kan in de praktijk zelfs volledige beëindiging van de toegekende SMI-tegemoetkoming betekenen. Aan de andere kant kan er ook aanleiding voor het college zijn om de duur of omvang van de indicatie tussentijds uit te breiden omdat er gewijzigde omstandigheden rond het gezin aan de orde zijn. Ook dan is sprake van herziening.’. K Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het opschrift van de toelichting op artikel 11 komt te luiden: ‘Artikel 11 Bevoorschotting van de tegemoetkoming SMI-kinderopvang.’. 2. De tekst ‘Zonder (…) gehonoreerd.’ wordt vervangen door ‘Hierbij staat het door de ouders of verzorgers in te dienen formulier voor kindervang centraal. Zonder de aan dit formulier gekoppelde gegevens en bewijsstukken zoals vermeld in lid 3, kan een ingediend bevoorschottingsverzoek niet worden gehonoreerd. Het formulier wordt aan de ouder(s) verstuurd, met kopie naar de vermelde betrokken hulpverlener en dient binnen drie weken na afgifte aan het team Sociaal Medische Advisering te worden geretourneerd, om hiermee de verwerking van de tegemoetkoming binnen de gestelde termijnen te kunnen afwikkelen. Onder bijzondere omstandigheden is het mogelijk deze retourtermijn van drie weken eenmalig te verlengen met nogmaals twee weken.

L Het opschrift van de toelichting op artikel 12 komt te luiden: ‘Artikel 12 Terugvordering.’. M Het opschrift van de toelichting op artikel 13 komt te luiden: ‘Artikel 13 Subsidieplafond.’. N Het opschrift van de toelichting op artikel 14 komt te luiden: ‘Artikel 14 Hardheidsclausule.’. Artikel III Dit besluit treedt in werking met ingang van met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het gemeenteblad waarin het wordt geplaatst. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van De griffier,

De voorzitter,

Registratienummer cluster: 21MO00077 Portefeuillehouder J. Bokhove Steller: drs. M. van Kooten, mr. drs. E. Hendriks, drs. N. Pieterse pagina 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=d66cbc92-95a3-4050-a3dd-b958c89b552f