CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb6574 - Raadsvoorstel over investeringsvoorstellen voorjaarsnota 2021 te dekken uit verkoopopbrengsten Eneco

Gemeenteraad 6 juli 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 6.5 Het voorstel met betrekking tot de investeringsvoorstellen Voorjaarnota 2021 te dekken uit de verkoopopbrengst Eneco.2.454 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rotterdam, 1 juni 2021.

21bb006574

Aan: de gemeenteraad

Onderwerp: Investeringsvoorstellen voorjaarsnota 2021 te dekken uit verkoopopbrengst Eneco.

Gevraagd besluit: Samenvattend stellen wij u voor: 1. Kennis te nemen van het rapport ‘Investeringsvoorstellen voorjaarsnota 2021’ van de Adviescommissie Aanwending Verkoopopbrengst Eneco. 2. Te besluiten om - met inachtneming van het advies van de Adviescommissie Aanwending Verkoopopbrengst Eneco - drie investeringsvoorstellen te dekken met de verkoopopbrengst Eneco, te weten: a) Kapitaalstorting Stedin (max. C 100 mln.) b) Publiek-private aanpak op schulden via SIFR (C 2,5 mln.) c) Cofinanciering rijksgelden voor groeisteun innovatieve bedrijven (C 7,68 mln.) Waarom dit voorstelî/Waarom nu voorgelegd? Dit voorstel is verbonden met de voorjaarsnota 2021. In de voorjaarsnota besluit uw raad over de inzet van gemeentelijke middelen. De aanwending verkoopopbrengst Eneco is daar onderdeel van. Relatie met het coalitieakkoord/collegewerkprogramma/eerder aangenomen moties en gedane toezeggingen: In de raadsvergadering van 12 november 2020 heeft uw raad kaders voor de aanwending verkoopopbrengst Eneco vastgesteld (20bb16753).

Hierin staat opgenomen aan welke uitgangspunten de investeringen vanuit de verkoopopbrengst Eneco moeten voldoen: nei moet leiden tot gemeentelijK bezit, cofinanciering van minimaal 500Zo en investeringen moeten zoveel als mogelijk revolverend zijn (door investeringen te doen die op termijn terugvloeien naar de gemeente of waarmee de gemeente besparingen of extra inkomsten genereert, zodat de verkoopopbrengst in stand blijft). Onderdeel van het kader voor de aanwending van de verkoopopbrengst is ook het instellen van een adviescommissie ex art. 84 van de Gemeentewet, die in opdracht van college én raad erop toeziet dat de aanwending van het restant van de verkoopopbrengst Eneco past bij de door de raad vastgestelde algemene en specifieke uitgangspunten. De Adviescommissie Aanwending Verkoopopbrengst Eneco is op 18 maart 2021 geïnstalleerd.

Registratienummer cluster: BS21/00748 Portefeuillehouder: A.H.P. van Gils Steller: F. Barendse

pagina 1

Toelichting: In januari 2021 zijn via een uitvraag in het gemeentelijke concern alle investeringsplannen geïnventariseerd. Daarna is een ambtelijke toets uitgevoerd om te bepalen welke investeringen mogelijkerwijs kunnen voldoen aan de uitgangspunten voor aanwending verkoopopbrengst Eneco, zoals vastgesteld door uw raad. Hieruit zijn vijf mogelijke investeringen naar voren gekomen, te weten: » Kapitaalstortiny Siedin (max. C 100 min.) * Publiek-private aanpak op schulden via SIFR (6 2,5 mln.) » Cofinanciering rijksgelden voor groeisteun innovatieve bedrijven (C 7,68 mln.) * Startersleningen (ê 6,58 mln.) » Fonds leegstandsaanpak herstelplan aantrekkingskracht stad (é 9 mln.) Ons college heeft deze vijf investeringsvoorstellen voorgelegd aan de Adviescommissie Aanwending Verkoopopbrengst Eneco. Er zijn geen andere investeringsvoorstellen beschikbaar die zouden kunnen voldoen aan de uitgangspunten voor aanwending verkoopopbrengst Eneco. De Adviescommissie Aanwending Verkoopopbrengst Eneco heeft een adviesrapport uitgebracht met als titel ‘Investeringsvoorstellen voorjaarsnota 2021’. Dit adviesrapport is als bijlage bij dit raadsvoorstel gevoegd. Het college van B&W heeft veel waardering voor het advies van de Adviescommissie. In relatief korte tijd heeft de Adviescommissie een helder advies op alle voorstellen geformuleerd.

De Adviescommissie heeft zich daarbij niet beperkt tot het afvinken van de uitgangspunten, maar ook per investeringsvoorstel een afgewogen kwalitatief advies meegegeven. Onderstaand volgt een korte omschrijving van de investeringsvoorstellen, een samenvatting van het advies van de Adviescommissie en een reactie van ons college op dit advies. Kapitaalstortinq Stedin (maximaal C 100 mln.l Beknopte omschrijving: Het kopen van (preferente) aandelen om de kapitaalpositie van Stedin te versterken om zo de investeringen in de energietransitie, waaronder in het Rotterdamse grondgebied, te kunnen blijven doen. De investering levert een jaarlijks rendement op van 307o. In het raadsvoorstel Kapitaalstorting Stedin (21bb005122) d.d. 20 april 2021 is uw raad gevraagd om in te stemmen met de verkrijging voor maximaal C 100 miljoen van de nog uit te geven cumulatief preferente aandelen in Stedin Holding N.V. Samenvatting advies Adviescommissie Aanwending Verkoopopbrengst Eneco: Volgens de Adviescommissie voldoet het investeringsvoorstel aan de voorwaarden voor aanwending verkoopopbrengst Eneco. De Adviescommissie is van mening dat een eventuele kapitaalstorting aan een aantal randvoorwaarden moet voldoen: de investering moet hoofdzakelijk tot doel hebben de energietransitie veilig te stellen,

Registratienummer cluster: BS21/00748 Por+efeuinehouder: A.H p. van G'ls Steller: F. Barendse

pagina 2

toezicht op Stedin moet goed geborgd zijn en een kapitaalstorting nu, mag niet automatisch leiden tot een kapitaalstorting in de toekomst. Verder is de Adviescommissie van mening dat onderzocht moet worden hoe het wettelijk mogelijk gemaakt kan worden dat andere investeerders, niet zijnde overheden, op termijn ook eigen vermogen in Stedin kunnen inbrengen. Tenslotte adviseert de commissie om elke 10 jaar een moment van heroverweging te organiseren, waarbij opnieuw bekeken moet worden of het bezit van de cumulatief preferente aandelen nog wenselijk en/of noodzakelijk is. Reactie college van B&W: Het college onderschrijft alle adviezen van de Adviescommissie. De kapitaalstorting ondersteunt Stedin in deze fase van de energietransitie. Op basis van informatie van Stedin zal een jaarlijks beheerverslag worden opgesteld, met daarbij nadrukkelijk ook het inzicht in de energietransitie-investeringen. Dit beheerverslag wordt jaarlijks, in het derde kwartaal, aan de raad aangeboden. Sowieso geldt er voor een deelnemende gemeente geen verplichting dat een storting nu (voor de korte termijn) automatisch ook direct leidt tot een verplichting voor een kapitaalstorting op de lange termijn.

Ons college zal opvolging geven aan het advies om ook andere investeerders, niet zijnde overheden, de mogelijkheid te bieden om eigen vermogen in te brengen, door hiervoor lobby te voeren bij het rijk en dit onderwerp te agenderen in het regulier bestuurlijk overleg tussen ministeries, aandeelhouders en netbeheerders. Conform het advies van de Adviescommissie wordt elke deelneming eens in de zeven jaar tegen het licht gehouden en geëvalueerd. Dit gebeurt op basis van het gemeentelijk beleidskader Verbonden Partijen en Governance Samenwerkingsrelaties. Publiek-private aanpak op schulden via SIFR (6 2,5 mln.) Beknopte omschrijving: In coproductie tussen gemeente en Social Impact Fonds Rotterdam wordt geïnvesteerd in aanvullende dienstverlening op schulden en wordt schuldhulpverlening versterkt door middel van het inzetten van prestatiefinanciering. Andere partijen/ stichtingen leggen C 5,0 mln. in (cofinanciering). De investering levert een jaarlijks rendement op van 3 à 40Zo. In 2030 wordt het fonds afgerond en vloeit de investering weer terug.

Samenvatting advies Adviescommissie Aanwending Verkoopopbrengst Eneco: Volgens de Adviescommissie voldoet het investeringsvoorstel aan de uitgangspunten voor aanwending verkoopopbrengst Eneco, maar heeft het investeringsvoorstel een hoog risicoprofiel omdat het behalen van financieel rendement op maatschappelijke investeringen in de praktijk vaak onmogelijk blijkt. De Adviescommissie oordeelt toch positief over het voorstel onder een aantal voorwaarden. Zo is een nadere (kritische) bestudering naar de redelijkheid van de management- en operationele lasten noodzakelijk. Tenslotte beveelt de commissie aan om een goede tussentijdse monitoring op de tussentijdse resultaten van SIFR te organiseren.

Registratienummer cluster: BS21/00748 Portefeuillehouder: A.H.P. van Gils Steller: F. Barendse

pagina 3

Reactie college van B&W: Het college is blij met het positieve advies van de Adviescommissie voor dit bijzondere en innovatieve project. Net als andere investeerders in het Social Impact Fonds Rotterdam wil het college zijn investering terug, impact gerealiseerd zien en het liefst een bescheiden rendement. Door in diverse ondernemingen te investeren en samen te werken met gemeente en schuidhulporganisaties in de wijKen, kan het risico van de investeringen verkleind worden. Het college deelt het uitgangspunt van de adviescommissie dat hoe meer middelen beschikbaar zijn om direct in de doelgroep te investeren, hoe groter de maatschappelijke impact kan zijn. Daarom zal het college nader onderzoek doen naar de operationele lasten die samenhangen met de investering. Het college omarmt het advies om een goede tussentijdse monitoring op de resultaten te organiseren. Een goede monitoring van impact en financiële resultaten wordt voorgestaan door het fondsmanagement. Per kwartaal wordt er gerapporteerd, waarbij op halfjaarbasis een uitgebreid financieel verslag wordt opgesteld en 1 maal per jaar een door een accountant gecontroleerde jaarrekening en uitgebreide impactrapportage. Deze worden aan alle investeerders, en dus ook het college, ter beschikking gesteld. Het fonds voorziet ook in een exit-strategie doordat het zich na 10 jaar opheft.

Als gedurende de investeringsperiode in de eerste 5 jaar het fonds niet presteert, hebben de investeerders de mogelijkheid de fondsactiviteiten te staken. Cofinanciering rijksqelden voor qroeisteun innovatieve bedrijven (C 7.68 mln.) Beknopte omschrijving: Op rijksniveau is erf 31,8 mln. aan investeringsgelden, als onderdeel van de crisisaanpak voor startups en scaleups, beschikbaar die worden toegekend als de partners van Innovation Quarter hetzelfde bedrag beschikbaar stellen. Deze investering maakt onderdeel uit van de herstel en vernieuwingsagenda Economie zoals in september 2020 door het college is vastgesteld. In totaal leggen andere overheden C 55,6 mln. in (cofinanciering). Vanuit het investeringsfonds wordt er in innovatieve bedrijven in stad en regio geïnvesteerd. Na verloop van tijd vindt er een zogenaamde exit plaats en vloeien de investeringen weer terug. Samenvatting advies Adviescommissie Aanwending Verkoopopbrengst Eneco: Voigens de Adviescommissie voldoet het investeringsvoorstel aan de voorwaarden voor aanwending verkoopopbrengst Eneco. De Adviescommissie heeft twijfels over het potentiële rendement en adviseert dan ook om jaarlijks te monitoren wat de impact is geweest op werkgelegenheid, hoeveel startups en scaleups succesvol zijn ondersteund en of de investering nog aansluit bij de uitgangspunten in de oorspronkelijke businesscase.

Reactie college van B&W: Het college ziet in het advies van de Adviescommissie een bevestiging dat het voorstel voldoet aan de voorwaarden voor aanwending verkoopopbrengst Eneco. Het college zal een jaarlijkse monitor opnemen in de vereisten richting het Innovation Quarter. Het

Registratienummer cluster: BS21/00748 Portefeuillehouder: A.H.P. van Gils Steller: F. Barendse

pagina 4

college wordt hierover geïnformeerd via het jaarverslag van het Innovation Quarter en de aandeelhoudersvergaderingen. Startersleninq (C 6,58 mln.) Beknopte omschrijving: Kopers kunnen mei de Starterslening, die loopt via het SVN (Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten), een extra lening krijgen als onderdeel van de totaal benodigde financiering (cofinanciering door bank die hypotheek verstrekt). Door deze steun in de rug kunnen zij net iets meer besteden, waardoor een groter deel van de koopwoningvoorraad binnen hun bereik komt. De starterslening is onderdeel van de vijf maatregelen die zijn opgenomen in het Doorbouwmanifest. Samenvatting advies Adviescommissie Aanwending Verkoopopbrengst Eneco: Op basis van de beschikbare informatie is de Adviescommissie van mening dat de beoogde investering in onvoldoende mate voldoet aan de uitgangspunten voor de aanwending van de verkoopopbrengst Eneco en adviseert om deze investering te heroverwegen. Het verstrekken van startersleningen leidt wel tot bezit en het geld zal naar verwachting revolveren, maar er is geen sprake van cofinanciering. Daarnaast zijn de noodzaak en effectiviteit van deze investering voor de Adviescommissie onvoldoende aangetoond. Ook sluit deze investering onvoldoende aan op de contouren van de (concept)omgevingsvisie.

Reactie college van B&W: Het college heeft het investeringsvoorstel Starterslening aan de Adviescommissie voorgelegd in de veronderstelling dat het voorstel zou kunnen voldoen aan de voorwaarden voor aanwending verkoopopbrengst Eneco. Ten aanzien van het uitgangspunt cofinanciering is het college ervan uitgegaan dat er sprake is van cofinanciering omdat de starterslening naast of bovenop een financiering van een andere geidverstrekker komt (bijvoorbeeld een hypothecaire lening van een bank). De Adviescommissie heeft hierop een andere visie, namelijk dat Startersleningen op zichzelf volledig door de gemeente wordt gefinancierd en dus dat er geen sprake is van cofinanciering. Het college signaleert dat het begrip 'cofinanciering’ verschillend geïnterpreteerd kan worden. Verder betwijfelt de Adviescommissie de noodzaak en effectiviteit van de maatregel en is van mening dat de maatregel onvoldoende bijdraagt aan de sterkere positie van starters. De commissie stelt andere maatregelen voor die effectiever zouden zijn.

Bij de afdoening van de motie “Klaar voor de (eerlijke) start” (20bb011042) heeft het college echter al aangegeven dat de Starterslening moet worden gezien als onderdeel van een totaalpakket aan maatregelen, waartoe ook expliciet nieuwbouw in het betaalbare segment en de toepassing van de zelfbewoningsplicht bij nieuwbouw behoort, aangevuld met een lobby naar het Rijk om meer publiekrechtelijk instrumentarium ter bescherming van de koopstarter in de bestaande voorraad (bijvoorbeeld via de opkoopbescherming).

Registratienummer cluster: BS21/00748 Portefeuillehouder: A.H.P. van Gils Steller: F. Barendse

pagina 5

Het college zet de Starterleningen dan ook door, maar stelt voor om deze - in lijn met het advies van de Adviescommissie - niet te dekken uit de verkoopopbrengst Eneco, maar uit de algemene middelen. Het college heeft dit verwerkt in de Voorjaarsnota. Fonds leeastandsaanpak herstelplan aantrekkingskracht stad (C 9 mln.) Beknopte omschrijving: Het betreft de inrichting van een vastgoedfonds waarmee verschraling van het aanbod en leegstand in winkels wordt aangepakt. Er wordt een gemeentelijke bijdrage van C 9 mln. gevraagd, andere financiers (Rijk, banken/beleggers) wordt gevraagd om in totaal C 18 mln. in te leggen. De mate van terugvloeiing en termijn waarop zijn nog onduidelijk en moeten nog uitgewerkt worden. Samenvatting advies Adviescommissie Aanwending Verkoopopbrengst Eneco: Volgens de Adviescommissie kan het investeringsvoorstel voldoen aan de uitgangspunten voor aanwending verkoopopbrengst Eneco en acht de Adviescommissie het te verantwoorden om deze investering wel verder uit te werken alvorens een definitief besluit genomen kan worden over de dekking. Mochten de verdere plannen zijn geconcretiseerd dan is een nieuwe toets aan de uitgangspunten noodzakelijk en ziet de Adviescommissie graag een nieuwe adviesaanvraag tegemoet.

Reactie college van B&W: Het college constateert dat de Adviescommissie Aanwending Verkoopopbrengst Eneco de urgentie en de noodzaak onderkent van het Fonds Leegstandsaanpak herstelplan aantrekkingskracht stad. Het plan zal verder uitgewerkt en voorgelegd worden aan de commissie voor een definitief advies Bij een positief advies van de commissie kunt u van ons in de tweede helft van dit jaar een voorstel verwachten. Daarbij is relevant om te melden dat de beoogde (lobby voor) rijksbijdrage afhankelijk is van het tempo waarin er een nieuw kabinet geformeerd wordt. Financiële en juridische consequenties/aspecten: Gelet op de kaders voor aanwending van de verkoopopbrengst Eneco, kan er deze bestuursperiode nog maximaal C 150 mln. worden ingezet vanuit de verkoopopbrengst Eneco. Dit hoeft uiteraard niet, en is afhankelijk van het aanbod aan investeringsvoorstelien die voldoen aan de uitgangspunten voor aanwending verkoopopbrengst Eneco. Het totaal van de drie voorgestelde investeringen bedraagt (maximaal) C 110,18 mln.

Registratienummer cluster: BS21í00748 Portefeuillehouder: A.H.P. van Gils Steller: F. Barendse

pagina 1

Burgemeester en Wethouders van Rotterdam, De burge

e se

utaleb

V.J.M. Robzen

Bijlage(n): Aanbiedingsbrief van de Adviescommissie Aanwending Verkoopopbrengst Eneco. Rapport Investeringsvoorstellen voorjaarsnota 2021’ van de Adviescommissie Aanwending Verkoopopbrengst Eneco

Registratienummer cluster: BS21/00748 Portefeuillehouder: A.H.P. van Giis Steller: F Barendse

pagina 2

Ontwerpbesluit

De Raad van de gemeente Rotterdam, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 1 juni 2021; (raadsvoorstel nr. *vult Stadhuis in*); besluit: in te stemmen met de dekking van drie investeringsvoorstellen vanuit de verkoopopbrengst Eneco, met in achtneming van het advies van de Adviescommissie Aanwending Verkoopopbrengst Eneco, te weten: a) Kapitaalstorting Stedin (max. C 100 mln.) b) Publiek-private aanpak op schulden via Social Impact Fonds Rotterdam (C 2,5 mln.) c) Cofinanciering rijksgelden voor groeisteun innovatieve bedrijven (C 7,68 mln.) Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van *vult griffie in* De griffier,

De voorzitter,

Registratienummer cluster: BS21/00748 Dortefeuillehouder: A.H.D. van Gils Steller: F. Barendse

pagina 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=d211edd6-d4d1-4a77-8f9a-0ae04a55687f