CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb6302 Bijlage 3 behorende bij 21bb6299 over Eerste voortgangsrapportage 2021

Gemeenteraad 8 juli 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 15.1 Het voorstel met betrekking tot de jaarstukken en het jaarverslag 2020, alsmede de eerste voortgangsrapportage 2021 van de stichting Bestuur Openbaar Onderwijs Rotterdam (BOOR)6.466 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Eerste voortgangsrapportage (na 3 maanden) 2021

Vastgesteld door het bestuur op 26 april 2021.

Eerste voortgangsrapportage 2021

1

Inhoudsopgave

Inhoudsopgave

2

Inleiding

3

1.

Actualiteit 1.1. Herstelonderzoek Inspectie 1.2. De nieuwe koers 1.3. Corona en Nationaal Programma Onderwijs 1.4. Toekomstige ontwikkeling weerstandsvermogen 1.5. Samenstelling bestuur

5 5 5 5 6 6

2.

Voortgang beleidsambities 2.1. Overzicht voortgang beleidsambities jaarplan 2021 2.2. Uitgelicht

8 8 10

3.

Financiën 2021 3.1. Algemeen 3.2. Toelichting op het resultaat 3.3. Baten 3.4. Lasten 3.5. Ontwikkeling leerlingaantallen 3.6. Financiële gevolgen corona

14 14 15 15 16 16 17

3.7.

Realisatie januari t/m maart 2021

17

Inventarisatie risico’s en onzekerheden 4.1. Intern risicobeheersingssysteem 4.2. Belangrijkste risico’s en onzekerheden

18 18 18

4.

Eerste voortgangsrapportage 2021

2

Inleiding Ons huidige koersplan loopt eind 2021 af. We verwachten voor de zomer van dit jaar een nieuwe vast stellen, deze zal in het najaar ter goedkeuring worden voorgelegd aan de Raad. Op dit moment is onze aangescherpte koers uit 2018 nog het uitgangspunt. In dit beleidsplan beschrijven we onze ambities aan de hand van drie hoofdthema’s: kwaliteit, identiteit en samenwerken. Op deze indeling is ook het BOOR jaarplan 2021 gebaseerd, het jaarplan waar we met voorliggende voortgangsrapportage verantwoording over afleggen. Deze voortgangsrapportage beslaat de periode januari tot en met maart 2021. In de eerste drie maanden van dit jaar was er natuurlijk één thema dat overheerste: corona. Bij de start van het jaar zaten de deuren van onze schoolgebouwen noodgedwongen dicht. Het onderwijs ging, weliswaar op afstand, wel door. Gelukkig gingen in de loop van het eerste kwartaal uiteindelijk al onze schoolgebouwen weer open voor (deels) fysiek onderwijs. Hierbij speelt het dilemma dat we het beste willen voor de leerlingen – namelijk fysiek onderwijs – en tegelijkertijd zorg hebben voor de veiligheid en gezondheid van ons personeel en de leerlingen. De onzekerheid zal de komende maanden nog blijven. We hebben de voorzichtige hoop dat de scholen na de zomervakantie weer relatief ‘normaal’ kunnen functioneren. Het huidige schooljaar zal er een met ups en downs blijven.

Ondanks deze extra druk en onzekerheid zijn we niet ontevreden over de voortgang die we de afgelopen drie maanden geboekt hebben. Dit blijkt ook uit voorliggende rapportage. We zien dat een aantal onderwerpen vertraging oplopen door verschuiving van prioriteiten, maar overall zijn we – gezien de huidige context – tevreden. In november 2020 heeft de gemeenteraad ons voorstel ontvangen voor een nieuwe vorm van rapporteren, naar aanleiding van een toezegging die was gedaan in de vergadering van de subcommissie BOOR in juni. De tweede voortgangsrapportage 2020 was het eerste voorbeeld van die nieuwe werkwijze. De raad heeft in december aangegeven zich hier goed in te kunnen vinden . Dat betekent dat ook de eerste voortgangsrapportage van 2021 zo is opgebouwd: o Een korte inleiding van maximaal een a-4, leeswijzer o Het eerste hoofdstuk waarin we ingaan op de actualiteit; o Het tweede hoofdstuk, met allereerst een overzicht van de doelen uit het jaarplan 2020. In dit overzicht wordt met kleur aangegeven of de voortgang op schema ligt. Vervolgens gaat de tekst van dit hoofdstuk uitgebreider in op de doelen die we willen uitlichten wegens een bijzonderheid (toegelicht in de tekst); o In het derde hoofdstuk de financiële rapportage met daarin de onderdelen waarop we ons volgens het toezichtkader verantwoorden; o Het vierde hoofdstuk met daarin de risicoparagraaf.

Eerste voortgangsrapportage 2021

3

Rotterdam, 26 april 2021

Namens het algemeen bestuur en het college van bestuur, M.I. Hamer Voorzitter Algemeen Bestuur

Eerste voortgangsrapportage 2021

H.W.M. van Blijswijk Voorzitter College van Bestuur

4

1.

Actualiteit In dit hoofdstuk leest u meer over de actualiteit bij BOOR, aanvullend aan de voortgang op enkele specifieke doelen in het volgende hoofdstuk. 1.1.

Herstelonderzoek Inspectie

Minstens één keer in de vier jaar onderzoekt de Onderwijsinspectie ieder schoolbestuur in Nederland. Van november 2018 tot en met maart 2019 is dit vierjaarlijks onderzoek uitgevoerd bij het bestuur van stichting BOOR. De Inspectie beoordeelde BOOR op alle onderzochte onderdelen voldoende, behalve de kwaliteitszorg. De Inspectie voert dit voorjaar een herstelonderzoek uit. Op 15 maart vond het startgesprek plaats met het college van bestuur. Naar verwachting volgt de conclusie van de Inspectie eind mei. Tijdens het onderzoek in 2018/2019 zijn in totaal 28 scholen onderzocht. Vijf scholen werden beoordeeld: vier scholen met een onvoldoende en 1 school met oordeel zeer zwak. Deze vijf scholen zijn opnieuw bezocht in 2020 en hebben een voldoende gekregen.

1.2.

De nieuwe koers

Eind 2018 scherpten we onze koers Leerlingen van nu, burgers van morgen aan. Onze nieuwe koers gaat uit van drie pijlers: Kwaliteit, Identiteit en Samenwerken. Deze aangescherpte koers hebben we met een jaar verlengd en loopt nu eind 2021 af. Ondertussen werken we aan een nieuwe koers, voor de periode tot en met 2025. Hier zijn we eind 2020 mee gestart. In het najaar wordt dit stuk ter goedkeuring naar de gemeenteraad gezonden. De nieuwe koers komt tot stand in een open en interactief proces, bevat een duidelijke positionering van het openbare karakter van het openbaar onderwijs van BOOR, geeft richting en nodigt uit tot een eigen invulling op schoolniveau. We beogen om niet alleen te communiceren in een papieren koersdocument, maar ook andere manieren van communiceren te verkennen.

1.3.

Corona en Nationaal Programma Onderwijs

Door de landelijke maatregelen om de corona pandemie te bestrijden zijn onze scholen – net als de scholen in de rest van Nederland - een periode gesloten geweest en was er alleen onderwijs op afstand. Sinds 8 februari zijn de scholen in het basisonderwijs en speciaal (basis)onderwijs weer open, zij het nog steeds met beperkingen. In het voortgezet (speciaal) onderwijs gaan leerlingen sinds 1 maart een deel van de week naar school. Algemeen kan worden gesteld dat leerlingen de afgelopen periode een onzekere tijd hebben doorgemaakt. In de periode dat de scholen gesloten waren ontbrak het bekende schoolritme en de vertrouwde omgeving van vrienden en leerkrachten. Voor alle leerlingen speelt dat het niet naar school kunnen gaan een belemmering vormt in de sociaal-emotionele ontwikkeling.

Eerste voortgangsrapportage 2021

5

Het effect van het ontbreken van structuur en regelmaat verschilt van kind tot kind. Het algemene beeld is dat het welbevinden van met name leerlingen in sociaal zwakke milieus onder druk heeft gestaan. De groepsvorming en de sociale cohesie in de klas vraagt de nodige aandacht. Er zijn kinderen die op andere aspecten baat hebben gehad bij het thuisonderwijs. Het gaat dan met name om leerlingen uit een sociaal sterk milieu die veel ondersteuning krijgen van ouders. Maar ook leerlingen die zich bijvoorbeeld beter kunnen concentreren in de thuissituatie. Het ministerie van OCW heeft recent het Nationaal Programma Onderwijs aangekondigd. Dit programma is er op gericht om de komende 2,5 jaar opgelopen vertraging in het onderwijs weg te werken en nieuwe vertraging zo veel mogelijk te voorkomen. De maanden mei en juni gaan scholen aan de slag met de schoolscan om de vertraging te analyseren en op grond daarvan een plan te maken hoe zij de subsidie uit het NPO willen gaan inzetten. Dit vraagt om maatwerk op school. Scholen worden vanuit het bestuur ondersteund bij het maken van de schoolscan en het opstellen van het schoolplan.

1.4.

Toekomstige ontwikkeling weerstandsvermogen

In februari 2021 heeft de Eerste Kamer een wetsvoorstel aangenomen over de vereenvoudiging van de bekostiging in het primair onderwijs. Deze nieuwe bekostigingssystematiek wordt volgens de planning in 2023 ingevoerd. De wijzigingen hebben een kleine directe invloed op de beschikbare middelen, maar zorgen vooral voor een potentiële daling van het weerstandsvermogen. We werken eraan de consequenties zo klein mogelijk te houden voor onze organisatie. Een tweede ontwikkeling betreft een andere toepassing van de opbouw van voorzieningen voor groot onderhoud. Een landelijke commissie heeft hier advies over uitgebracht en de minister heeft dit advies overgenomen. Deze wijziging zal ook ingaan in 2023. Het gevolg van de wijziging is een verdere noodzakelijke groei van de voorziening groot onderhoud.1 Ook deze wijziging heeft geen invloed op de beschikbare middelen, maar wel op het weerstandsvermogen. In de komende tijd wordt de impact van beide wijzigingen nader onderzocht en zal een verdere duiding van de gevolgen plaatsvinden (zie voor meer context hoofdstuk 4, risicoparagraaf).

1.5.

Samenstelling bestuur

Per 1 en 15 februari is de tweede termijn van de heer Philip Geelkerken (voorzitter algemeen bestuur) en mevrouw Marianne van den Anker (lid algemeen bestuur) afgelopen. Medio 2020 was reeds een wervingsprocedure gestart voor hun opvolging. Eind 2020 zijn mevrouw

1

Hier is op geanticipeerd door uit het positief resultaat in de jaarrekening 2020 een extra dotatie aan de

onderhoudsvoorziening op te nemen.

Eerste voortgangsrapportage 2021

6

Mariëtte Hamer en de heer Leen Paape per brief voorgedragen bij de gemeenteraad, respectievelijk als voorzitter en als lid voor het algemeen bestuur. De gemeenteraad heeft tijdens haar vergadering op 18 februari 2021 per die datum beide kandidaten benoemd voor een periode van vier jaar.

Eerste voortgangsrapportage 2021

7

2.

Voortgang beleidsambities Overzicht voortgang beleidsambities jaarplan 2021

2.1.

In onderstaande tabel staan alle 21 doelen uit ons jaarplan 2020. Is de voortgang groen gemarkeerd, dan ligt de uitvoering van het doel op schema. Blauwe doelen worden wegens een bijzonderheid in de voortgang in de volgende paragraaf uitgelicht. De reden voor uitlichten is toegelicht in de tekst. #

Sector Doelen

1

BOOR

Voortgang

We versterken de sturing en samenhang op schoolniveau, sectorniveau en bestuursniveau. Dit doen we door betrouwbare data op belangrijke ontwikkelingen – zoals het lerarentekort - beschikbaar te maken zodat er zicht is op schoolniveau, sectorniveau en bestuursniveau.

2

BOOR

Om een aantrekkelijke werkgever te zijn en te blijven, werken we een cultuurtraject uit voor de hele organisatie, waarbij vakmanschap en goed leiderschap centraal staan.

3

BOOR

We werken als sectoren aan beter en meer samenwerken en samen leren. Dit doen we door te werken aan a) een optimale schoolloopbaan voor elke leerling; b) de doorontwikkeling van passend onderwijs en c) het solidariteitsprincipe.

4

(V)SO

Binnen de gestandaardiseerde leerroutes werken wij toe naar het hoogst haalbare uitstroomniveau voor elke leerling. Dat doen we door a) de doelen voor de leerroutes te harmoniseren in een PLG en b) deze op te nemen in het leerlingvolgsysteem.

5

(V)SO

We realiseren de meest passende match tussen ondersteuningsbehoeften van leerlingen op het gebied van onderwijszorg en aanbod, door een centraal intake/aanmeldloket te organiseren waarbij een uniform instroomproces en indicatoren voor plaatsing zijn ontwikkeld. Dit starten we in 2021 op door middel van een pilot. (Dit doel is meerjarig, t/m 2022).

6

(V)SO

Medewerkers in de sector werken aan persoonlijke effectiviteit en ervaren duidelijk werkgeverschap

7

(V)SO

Elke school heeft een pedagogisch klimaat waarin kwalitatief goed en doelgericht burgerschapsonderwijs een plaats heeft

8

(V)SO

We zetten stappen in het oplossen van het ‘onderwijs-zorgvraagstuk’ door (a) het inrichten van een multidisciplinair overleg en (b) het ontwerpen van een plan tot herinrichting van de onderwijsvoorwaardelijke zorg aan onze leerlingen.

9

VO

We verbeteren het zicht op de onderwijskwaliteit door een verbreding en verdieping van de sturingsinformatie, waarmee de samenhang tussen scholen en het bestuur in 2021 aantoonbaar wordt versterkt.2

2

Dit doel is uitgewerkt in zeven subdoelen op gebied van kwaliteitsbeleid, zie jaarplan 2021.

Eerste voortgangsrapportage 2021

8

10 VO

We investeren in het voeren van dialoog in de scholen.

11 VO

We onderzoeken deelname aan het programma CmK3 voor (een deel van) onze scholen.

12 VO

We maken een plan voor de verdere ontwikkeling van leerlingparticipatie.

13 VO

Door middel van verschillende acties versterken we de onderlinge samenwerking en de samenwerking met andere sectoren.

14 (S)BAO We werken op basis van een kwaliteitsborgingssysteem (opbrengstgesprekken, summatieve audit) en gebruiken het 4d-model om tot doelen en acties te komen op school- en sectorniveau. 15 (S)BAO Door middel van Anders Organiseren werken alle scholen met vacatures aan het terugdringen van het aantal vacatures en aan nieuwe manieren om het onderwijs in te richten. 16 (S)BAO We hanteren voor leerkrachten en schoolleiders samenhangend opleidingsbeleid dat rekening houdt met verschillende loopbaanpaden. We behouden personeel door in hen te investeren. Leerkrachtvaardigheden monitoren we sectorbreed met Mijnschoolteam. 17 (S)BAO We houden de wijze waarop we onze achterstandsmiddelen inzetten tegen het licht en wisselen actief kennis en informatie uit over de wijze waarop deze effectief en 'evidence informed’ kunnen worden ingezet. We werken vanuit een visie en een kwaliteitskader aan de verbetering van het onderwijs aan het Jonge Kind. 18 (S)BAO We versterken de kennisuitwisseling door middel van het continueren van bestaande Professionele leergemeenschappen (PLG’s) en richten nieuwe in op thema’s als digitale geletterdheid. BOOR werkt middels de onderzoeksagenda, nauw samen met universiteiten, hogescholen en andere instanties. 19 (S)BAO We stimuleren digitalisering - en innovatie in de breedte - door vernieuwingen te faciliteren.

20 (S)BAO We stimuleren de brede ontwikkeling van leerlingen door het aanbieden van projectlessen en het integreren van vakgebieden. 21 (S)BAO De samenwerking wordt versterkt door in te zetten op samenwerking met het speciaal onderwijs (passend onderwijs) en de overgang van het SBAO naar het vo (overgang po-vo). Daarnaast heeft de samenwerking met ouders in diverse gremia onze onverminderde aandacht.

Eerste voortgangsrapportage 2021

9

2.2. 1

Uitgelicht BOOR

We versterken de sturing en samenhang op de schoolniveau, sectorniveau en bestuursniveau. Dit doen we door betrouwbare data op belangrijke ontwikkelingen – zoals het lerarentekort - beschikbaar te maken zodat er zicht is op schoolniveau, sectorniveau en bestuursniveau.

De vorderingen op dit doel zijn veelbelovend en worden daarom uitgelicht. Binnen Stichting BOOR is een multidisciplinair team ingericht dat zich richt op het verder optimaliseren van de informatievoorziening. Het team heeft een groeiplan informatievoorziening opgesteld, waarin de ambities zijn vastgelegd. Stap voor stap, op een agile wijze, zal de informatievoorziening verbeterd worden. Het in 2018 ontwikkelde datadashboard voor het basisonderwijs is doorontwikkeld naar een systeem dat op basis van een vaste dataset per school een schoolfoto oplevert. De schoolfoto geeft een integraal inzicht in resultaten van de school op onderwijskundig, personeel en financieel vlak. De prestaties van de school wordt afgezet tegen de gemiddelde prestaties van een vergelijkingsgroep van scholen met vergelijkbare kenmerken. Daarmee is de schoolfoto een belangrijk sturingsinstrument. Een vergelijkbare schoolfoto wordt op dit moment ontwikkeld voor het voortgezet onderwijs. Daarna zal ook het speciaal onderwijs volgen. 8

(V)SO

We zetten stappen in het oplossen van het ‘onderwijs-zorgvraagstuk’ door (a) het inrichten van een multidisciplinair overleg en (b) het ontwerpen van een plan tot herinrichting van de onderwijsvoorwaardelijke zorg aan onze leerlingen.

Voor het (voortgezet) speciaal onderwijs is het ‘onderwijs-zorgvraagstuk’ de grootste uitdaging voor de komende periode. Het is een complex vraagstuk dat bestaat uit veel verschillende onderliggende problemen. Meer en meer merken we dat het binnen BOOR bij uitstek ingewikkeld is, mede omdat wij zowel cluster 3 als 4 leerlingen hebben. Inmiddels hebben we intern goed zicht op de omvang van het vraagstuk en de diversiteit ervan. Een multidisciplinaire groep mensen houdt zich inmiddels bezig met deelvraagstukken. Deze pakken we de komende maanden – vraagstuk voor vraagstuk – verder op. Ook buiten BOOR vinden gesprekken plaats met ketenpartners. Daarnaast neemt BOOR deel aan een werkgroep van de gemeente en andere onderwijsaanbieders. Ons plan voor de herinrichting van het onderwijs (‘Noord-Zuid-Plan’) is besproken in het college van bestuur. Door de complexiteit vraagt de uitwerking echter meer tijd dan we aanvankelijk voorzien hadden. We boeken voortgang op het onderwijs-zorgvraagstuk, maar door de complexiteit ligt vertraging op de loer.

Eerste voortgangsrapportage 2021

10

9

VO

We verbeteren het zicht op de onderwijskwaliteit door een verbreding en verdieping van de sturingsinformatie, waarmee de samenhang tussen scholen en het bestuur in 2021 aantoonbaar wordt versterkt.

Het vo heeft een bestaande lijst met inspectiecriteria doorontwikkeld tot een eerste versie van een beoordelingslijst voor een goede vo-school. De vo-scholen vullen deze jaarlijks in, voorafgaand het P&C-gesprek aan het einde van het kalenderjaar. Tevens is aan de kaderregeling bovenschoolse kwaliteitszorg vo een eerste versie van een normeringskader toegevoegd. Aan de hand van beide stukken wordt gewerkt aan de versterking van datageïnformeerde duiding van de kwaliteit van de scholen. De normering is nog onderwerp van gesprek in de scholen en het college van schoolleiders. We zijn enthousiast over de stappen die worden gezet. 11 VO

We onderzoeken deelname aan het programma CmK3 voor (een deel van) onze scholen.

12 VO

We maken een plan voor de verdere ontwikkeling van leerlingparticipatie

De vo-scholen beschrijven hun activiteiten op dit gebied in hun eigen jaarplannen. Ten aanzien van de deelname aan het programma Cultuureducatie met Kwaliteit (CmK) en leerlingparticipatie sectorbreed binnen BOOR konden door corona nog geen stappen gezet in de eerste drie maanden van dit jaar. De komende maanden bekijken we nader voor welke scholen deze activiteiten passend zijn. Ondertussen zijn de vo-scholen ook nauw betrokken bij de formulering van een nieuw vierjarig beleidsplan van de hele stichting. We proberen een brug te slaan tussen de huidige doelen en de ambities uit ons nieuwe beleidsplan. Dit kan ertoe leiden dat we de specifieke doelen voor 2021 in de loop van het jaar herprioriteren, dit is de reden om het nu uit te lichten. 18 (S)BAO We versterken de kennisuitwisseling door middel van het continueren van bestaande Professionele leergemeenschappen (PLG’s) en richten nieuwe in op thema’s als digitale geletterdheid. BOOR werkt middels de onderzoeksagenda, nauw samen met universiteiten, hogescholen en andere instanties.

Dit doel lichten we uit omdat we trots zijn op de voortgang. Er zijn diverse actieve en succesvolle PLGʼs. We zien dat de uitwisseling die we stimuleren in de PLG’s van meerwaarde is, misschien nog wel extra tijdens de coronacrisis. Voor de onderzoeksagenda werkt BOOR nauw samen met universiteiten . Op dit moment zijn er drie leerkrachten die één dag in de week onderzoek doen naar de effectiviteit van de PLG Verlengde rekeninstructie en de PLG inspirerend en effectief taalonderwijs. Zij worden begeleid door de Erasmus Universiteit (het Risbo) en medewerkers onderwijskwaliteit. Daarnaast is de door BOOR– in samenwerking met onderzoekspartijen Sardes, FOKOR, Universiteit van Maastricht– ingediende subsidieaanvraag voor een kortlopend

Eerste voortgangsrapportage 2021

11

onderwijsonderzoek (NRO) over het schooladvies gehonoreerd. Dit onderzoek richt zich op de volgende hoofdvraag: (Hoe) kunnen we ervoor zorgen dat de sociaaleconomische status van leerlingen een minder grote rol speelt in het basisschooladvies, initiële plaatsing en verdere determinatie in de onderbouw van het VO? Komend schooljaar starten er vijf PLG’s voor 30 leerkrachten uit het PO en 30 leerkrachten uit het VO van verschillende schoolbesturen binnen Rotterdam. Tijdens de bijeenkomsten zal het uitwisselen van ervaringen, impliciet aanwezige kennis en het gebruik van toetsgegevens bij advisering en plaatsing centraal staan. Tot slot zijn we bezig met het opzetten van een regionale kennisagenda met betrekking tot evidence-based aanpakken voor leerachterstanden. 19 (S)BAO We stimuleren digitalisering - en innovatie in de breedte - door vernieuwingen te faciliteren.

Dit doel is erop gericht om het gebruik van digitale technologie in het onderwijs te versterken. Van grote meerwaarde in periodes van (noodgedwongen) afstandsonderwijs, maar ook steeds belangrijker in de dagelijkse lessen én bij het inhalen van vertragingen in het leerproces door gebruik van digitaal remediërend lesmateriaal. De initiatieven in het kader van dit doel zijn hieronder kort uitgelicht, omdat het onderwerp wegens de actualiteit zowel intern als extern belangstelling geniet. Om kennis te delen en vraaggestuurd nieuwe kennis te genereren is een PLG opgericht met BOOR-brede deelname. Naar aanleiding hiervan is een gewaardeerde interactieve driedelige cursus e-didactiek verzorgd door een expert. De opnames van deze bijeenkomsten zijn beschikbaar gesteld via BOORconnect3, waar een interactief platform is ingericht rondom afstandsonderwijs. In alle scholengroepen (s)bao hebben gesprekken plaatsgevonden over de kwaliteit van afstandsonderwijs met inzet van digitale technologie op basis van het BOOR kwaliteitskader, waar e-didactiek een belangrijk onderdeel van vormt. Vanuit deze gesprekken is bij schoolleiders de behoefte ontstaan de ICT-bekwaamheid van de teams verder in beeld te brengen om een passend professionaliseringstraject in te richten voor individuen en/of teams.

Hier is een digitale vaardigheidscan voor beschikbaar gesteld, waar inmiddels 26 scholen gebruikt van hebben gemaakt. Tot slot is BOOR partner van de IT-campus in het kader van het project ‘Rotterdam Digivaardig’ om te kunnen profiteren van beschikbare kennis en competenties van partners in de stad, waaronder het STC, de Hogeschool Rotterdam, de EUR en het Albeda college. In

3

BOORconnect is het interactieve intranet van stichting BOOR.

Eerste voortgangsrapportage 2021

12

een bijeenkomst op 8 maart jl. vond de aftrap plaats van het netwerk en vond een verkenning plaats van de achtergrond van de verschillende partners en hun mogelijkheden.

Eerste voortgangsrapportage 2021

13

3.

Financiën 2021 Het financiële beeld over 2021 is als volgt:

Omschrijving

Begroting tm maart

Realisatie Jaarbegroting januari -maart

Forecast

Baten Rijksbijdragen Ministerie van OCW

66.801

66.757

267.203

273.723

Overige overheidsbijdragen

3.501

3.556

14.005

13.774

Overige baten Totaal baten

2.615 72.917

2.252 72.565

10.459 291.667

13.361 300.858

Lasten Personele lasten

59.289

60.328

237.157

243.442

Huisvestingslasten

4.991

5.495

19.965

20.622

Afschrijvingen Overige materiële lasten Totaal lasten

1.499 6.888 72.667

1.575 4.518 71.915

5.994 27.552 290.668

6.508 29.892 300.465

Resultaat uit gewone bedrijfsvoering

250

649

999

393

Financiële baten en lasten

-120

-126

-480

-475

Resultaat

130

523

519

-82

Vrijival bestemmingsreserve VO

119

277

475

1.106

Genormaliseerd resultaat

249

799

994

1.024

3.1.

Algemeen

De forecast 2021 is tot stand gekomen door het samenvoegen van de individuele verwachtingen van de scholen en ABB (Bestuur en BOOR Services). De schoolleiding heeft bij het maken van de forecast rekening gehouden met onder meer de volgende ontwikkelingen, zoals ze op dat moment bekend waren: •

Werkelijke leerlingaantallen in het lopende schooljaar

•

Ontwikkeling van de personele bezetting

•

Aangepaste rijksbijdragen

•

Toekenning ROB 2020-2021 en plannen ROB 2021-2022

•

Inzet subsidie inhaal-en ondersteuning onderwijsachterstanden, Slim Organiseren en Extra hulp in de klas

•

Vervangingskosten personeel (zowel intern als extern)

•

Onderhoudsuitgaven en ICT uitgaven ten laste van de schoolbegroting

Eerste voortgangsrapportage 2021

14

In de forecast 2021 is nog geen rekening gehouden met de extra middelen vanuit het Nationaal Programma Onderwijs. De scholen maken in april tot en met juni hiervoor de plannen.

3.2.

Toelichting op het resultaat

De 1e forecast 2021 laat een exploitatietekort zien van € 82.000. Dit resultaat is niet direct vergelijkbaar met het begrote resultaat. Voor het vo zijn eind 2019 extra baten ontvangen waarbij het vo twee jaar (2020 en 2021) de tijd heeft om deze te besteden. Aangezien deze baten in 2019 verantwoord moesten worden en de lasten in de jaren erna, is hier een bestemmingsreserve voor gevormd. Vanuit deze gevormde bestemmingsreserve eind 2019 (convenant 2019 vo) was eind 2020 nog een bedrag beschikbaar van € 1,3 miljoen. In de 1e forecast 2021 is hiervan € 1,1 miljoen ingezet. Dat betekent dat de sector vo nog € 200.000 beschikbaar heeft om in te zetten dit jaar. Het “genormaliseerde” resultaat na vrijval bestemmingsreserve in het vo is dan € 1,0 miljoen. Dit is ongeveer gelijk aan de begroting na vrijval bestemmingsreserve. Het verschil in resultaat tussen begroting en realisatie wordt veroorzaakt door veel verschuivingen in zowel de baten als lasten zoals hieronder ook op hoofdlijnen nader toegelicht. Overkoepelend kan een aantal hoofdoorzaken worden benoemd voor het hogere resultaat: •

De subsidies inkomsten OCenW voor het inhaal- en ondersteuningsprogramma, Slim Organiseren en Extra hulp in de klas (totaal € 4,9 miljoen) voor de drie onderwijssectoren samen.4

•

Eenmalige inkomsten ESF uit voorgaande jaren in de sector (v)so € 1,0 miljoen.

•

Hogere kosten voor externe inhuur (€ 2,9 miljoen) voor ziektevervanging, tijdelijke invulling van vacatures, interimmanagers en uitvoering van de bovengenoemde incidentele subsidie inkomsten.

•

Hogere kosten voor schoonmaakwerkzaamheden en energielasten als gevolg van de uitvoering van de Covid-19 maatregelen (€ 0,8 miljoen).

3.3.

Baten

De baten in de forecast zijn per saldo € 9,2 miljoen hoger dan begroot. Dit verschil is als volgt opgebouwd: •

Tariefsaanpassingen voor alle sectoren (€ 2,2 miljoen). Deze hogere inkomsten dienen ter compensatie van de hogere pensioen- en sociale lasten voor alle sectoren.

4

In de sector vo zijn opbrengsten noch kosten van de subsidie Extra Hulp voor de klas in de 1 forecast meegenomen. e

Eerste voortgangsrapportage 2021

15

•

Door OCW zijn subsidies inhaal- en onderwijsachterstanden (IOP), slim organiseren en Extra hulp in de klas beschikbaar gesteld (€ 4,9 miljoen).

•

De Rijksbekostiging is lager in het (s)bao als gevolg van minder leerlingen op 1-10-2020 dan in de begroting was opgenomen (€ 0,5 miljoen).

•

De sector (v)so heeft de subsidie inkomsten ESF en SZW Impulsbaankansen opgenomen in de forecast. Van deze middelen gaan de scholen investeringen doen die meerjarig worden afgeschreven. De lasten worden dan verspreid over meerdere jaren.

•

Het vo ontvangt € 1,25 miljoen voor het penvoerderschap OSR. Deze zijn in de forecast ook in de lasten opgenomen.

3.4.

Lasten

De lasten in de forecast zijn per saldo € 9,8 miljoen hoger dan in de begroting en laten zich als volgt samenvatten: •

De grootste stijging zit bij de personele lasten, veroorzaakt door stijgende pensioenlasten en sociale premies en een kleine stijging van het aantal fte’s in dienst. (€ 2,5 miljoen). Ook de kosten voor externe inhuur zijn € 2,9 miljoen hoger dan in de begroting was opgenomen. Deze stijging is vooral zichtbaar in de sectoren vo en (v)so. Dit betreft kosten voor ziektevervanging, tijdelijke invulling van vacatures, uitvoering van activiteiten vanuit de subsidie inkomsten (IOP, ROB) en inzet van interim-management. De stijging in de sector (s)bao betreft alleen de inhuur voor de uitvoering van subsidie-activiteiten (bijvoorbeeld dagprogrammering).

•

De huisvestingskosten zijn hoger als gevolg van de covid-19 maatregelen (extra schoonmaakwerkzaamheden en hogere energielasten, € 0,8 miljoen).

•

De overige lasten zijn € 2,3 miljoen hoger. Dit betreft onder andere licentiekosten onderwijssoftware en leermiddelen, € 0,9 miljoen (deels ook als gevolg van het onlineonderwijs) en de lasten voor de uitvoering van het penvoerderschap OSR (€ 1,25 miljoen) (zie ook toelichting bij de baten).

3.5.

Ontwikkeling leerlingaantallen

2021

2021

2022

1-10-2020 teldatum

1-10-2020 b egroting

1-10-2021 forecast realisatie

Sector (speciaal) basisonderwijs Sector (voortgezet) speciaal onderwijs Totaal primair onderwijs Sector voortgezet onderwijs Totaal

Eerste voortgangsrapportage 2021

17.223

17.023

17.075

2.182 19.405 10.888 30.293

2.134 19.157 10.910 30.067

2.197 19.272 11.080 30.352

16

In bovenstaande tabel is de ontwikkeling van het leerlingaantal per sector opgenomen. Te zien zijn de begrote aantallen per 1-10-2020 en 1-10-2021 en de gerealiseerde aantallen 110-2020. De gerealiseerde aantallen in het (s)bao per 1-10-2020 zijn lager dan in de begroting was opgenomen. Dit leidt tot lagere inkomsten in 2021 en 2022 zoals ook in de verschillen analyse bij de baten is aangegeven. Alle sectoren verwachten een stijging van het aantal leerlingen per 1-10-2021. De sector (s)bao verwacht een kleine stijging van ongeveer 50 leerlingen, evenals de sector (v)so. In het (s)bao werd bij de vorige prognose nog een groei verwacht van 150 leerlingen, deze is nu naar beneden bijgesteld tot een groei van 50 leerlingen. De stijging is nog onzeker en zal afhangen van de demografische ontwikkeling, de ontwikkeling van het marktaandeel, de komst van kinderen uit het buitenland en de mate waarin scholen gaan samenwerken met ander scholen cq. gaan sluiten. Het vo verwacht een groei van circa 170 leerlingen. De groei wordt verwacht bij Thorbecke, met name op de ‘nieuwe Prinsenlaan’ (de samenvoeging van de Merkelbach met de Prinsenlaan) en bij de Wolfert (stijging bij RISS, Lansing en Lyceum en een daling bij Dalton). Het Libanon Lyceum verwacht nog een daling in het totaal aantal leerlingen.

3.6.

Financiële gevolgen corona

In de prognose 2021 zijn een aantal financiële consequenties van de corona-pandemie zichtbaar. Ten eerste de extra subsidie en bijbehorende lasten voor het inhaal- en ondersteuningsprogramma onderwijsachterstanden en extra hulp in de klas. Ook zien we hogere kosten voor schoonmaakwerkzaamheden en energielasten (€ 0,8 miljoen) en extra uitgaven voor leermiddelen en ICT (€ 0,9 miljoen). Ook is de druk op het personeel als gevolg van alle gebeurtenissen rondom corona hoog, waardoor er een mogelijk risico is op verhoogd ziekteverzuim.

3.7.

Realisatie januari t/m maart 2021

De realisatiecijfers over de periode januari tot en met maart 2020 laten een exploitatieresultaat zien van € 523.000 positief saldo. Het resultaat tot en maart kan niet een op een worden doorgetrokken naar de jaarprognose als gevolg van seizoensinvloeden. Voorbeelden hiervan zijn hogere energielasten in de wintermaanden, leermiddelen worden veelal net voor de zomervakantie aangeschaft en klein onderhoud aan de scholen wordt vaak in de zomer uitgevoerd. Ook moeten nog een groot deel van de uitgaven voor de inhaal- en onderwijsachterstanden en ROB-subsidies worden gedaan. Door de schoolsluiting begin 2021 is daar enige vertraging in opgelopen.

Eerste voortgangsrapportage 2021

17

4.

Inventarisatie risico’s en onzekerheden 4.1.

Intern risicobeheersingssysteem

Om inzicht in en grip op de risico’s van BOOR te krijgen, is risicomanagement geïmplementeerd binnen BOOR. Daarbij maken we gebruik van een risicomanagementmodel dat is toegespitst op het onderwijs en opgebouwd langs de volgende bouwstenen: Domein 1. Bestuur en Organisatie 2.

3. 4. 5. ICT

4.2.

Informatiebouwsteen Compliance Kwaliteit Onderwijs en Identiteit Onderwijs Identiteit Zorg Onderwijsadministratie Financiën Planning en Control Financieel Beheer Personeel Personeelsbeleid Personeelsbeheer Huisvesting, facilitaire dienstverlening en Huisvestingsbeleid Huisvestingsbeheer Facilitaire dienstverlening ICT

Belangrijkste risico’s en onzekerheden

Van de belangrijkste 57 risico's die de (onderwijskundige) doelstellingen van BOOR kunnen bedreigen, zijn vier risico's bestempeld als urgent en vier risico's als middelhoog. Deze risico’s zijn in de volgende paragraaf opgenomen en toegelicht. Per risico is een korte beschrijving opgenomen en zijn de belangrijkste beheersmaatregelen genoemd om de impact van het risico te minimaliseren. Algemeen Verhoogd risico op vertraagde leerresultaten en achterstanden in de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen als gevolg van COVID19. De coronapandemie heeft grote gevolgen voor het funderend onderwijs en in het bijzonder voor de leerlingen. Ondanks dat scholen hard gewerkt Urgent risico hebben om via afstands- en hybride onderwijs voldoende aandacht te geven aan de ontwikkeling van hun leerlingen is in het afgelopen jaar bij veel leerlingen een vertraging op hun individuele leerlijn ontstaan ten opzichte van andere schooljaren. De crisis veroorzaakt niet alleen vertragingen in de cognitieve ontwikkeling, er zijn ook vertragingen in sociaal-emotionele en executieve ontwikkeling van leerlingen opgelopen. In het huidige schooljaar

Eerste voortgangsrapportage 2021

18

is met de nieuwe scholensluiting vanaf 16 december 2020 nieuwe vertraging ontstaan. Deze vertraging komt bovenop de vertraging die er al was door de scholensluiting in het voorjaar 2020. Om deze uitdagingen voor leerlingen en voor het onderwijs het hoofd te bieden is een omvangrijk meerjarenprogramma gestart. Dit plan zorgt voor herstel van de coronagerelateerde vertragingen in het onderwijs binnen 2,5 jaar, met aandacht voor de kwaliteit van het onderwijs en het welbevinden van leerlingen. Specifieke aandacht is er voor kinderen die überhaupt al een groter risico op achterstanden hadden, zoals kinderen uit gezinnen met een lagere sociaal economische status. Per school worden plannen gemaakt om de behoeften van individuele leerlingen in kaart te brengen en welke maatregelen nodig zijn. Daarbij waken ervoor dat de druk op scholen, schoolleiders en leraren niet te hoog wordt. Het lerarentekort is een beperkende factor, waar we rekening mee moeten houden. Voor de uitvoering zijn landelijk en plaatselijk additionele middelen beschikbaar gesteld. We zijn zeer content met deze toezegging. Wij volgen de ontwikkelingen op de voet, geven zo goed mogelijk helderheid, bieden onze scholen ruimte en sturen bij waar nodig.

Het financieel risico voor BOOR lijkt vooralsnog beperkt aangezien de bekostiging aan scholen gewoon doorgaat en additionele middelen beschikbaar zijn gesteld om de extra kosten te dekken. Naar verwachting zijn als COVID-19 extra investeringen nodig in het binnenklimaat van bestaande schoolgebouwen. Hierbij is met name de financiering van de benodigde aanpassingen een issue. Domein Onderwijs en identiteit Niet toereikende onderwijskwaliteit op aantal scholen / afdelingen Kwaliteitszorg is integraal onderdeel van de sturing binnen BOOR en vormt ook een vast onderdeel van de voortgangsrapportage. Het risico van niet toereikende onderwijskwaliteit op scholen is dat de capaciteiten en talenten van onze leerlingen niet ten volle worden benut. BOOR loopt bij Middelhoog risico

onvoldoende kwaliteit het risico op imagoschade, met kans op daling van leerlingaantallen. In 2019 heeft de onderwijsinspectie haar bevindingen gerapporteerd. Uit deze rapportage zijn vijf verbeterpunten naar voren gekomen, die weerslag vinden op de onderwijskwaliteit. De herstelonderzoeken op onze scholen zijn inmiddels succesvol afgerond. Dit is een doorlopend proces, waarbij in 2021 andermaal kwaliteitsonderzoeken plaats zullen vinden. Domein Financiën

Impact van de nieuwe bekostigingssystematiek PO Met ingang van 1 januari 2023 zal, nu op 23 februari 2021 ook de Eerste Urgent risico Kamer akkoord is gegaan, de basisbekostiging per kalenderjaar gaan plaatsvinden. Scholen voor het basisonderwijs en speciaal onderwijs krijgen vanaf 1 januari 2023 een basisbedrag per leerling en school. Met deze wet

Eerste voortgangsrapportage 2021

19

wil het kabinet de bekostiging voor scholen in het basisonderwijs en speciaal onderwijs vereenvoudigen. De verwachte financiële impact voor BOOR is beperkt en verwerkt in de (meerjaren)begrotingen van de scholen. Daarnaast zal (in verband met overgang van bekostiging van schooljaar naar kalenderjaar) de PO-vordering op OCW eind 2022 komen te vervallen. Het vervallen van de vordering heeft invloed op het weerstandsvermogen, als hier geen adequate oplossing voor geboden wordt. In de komende tijd wordt dit door het ministerie nader uitgewerkt en indien nodig worden hier nadere afspraken over gemaakt met accountants en de PO-Raad. Gegeven de financiële impact op het weerstandsvermogen (€ 7,5 miljoen negatief) hebben wij dit als urgent risico opgenomen. Domein Personeel

Middelhoog risico

Cao-afspraken niet structureel geborgd in de rijksbijdrage In meerjarenbegroting voor 2021 en de volgende jaren is uitgegaan van een tarief bijstelling in de Rijksbijdrage ter compensatie van de hogere personele lasten. Deze tarief bijstelling is echter nog niet definitief. Hierdoor bestaat het risico dat BOOR wel de hogere lasten betaalt, maar hier geen compenserende baten tegenover heeft staan.

Middelhoog risico

Ziekteverzuim ligt boven het landelijk gemiddelde Een belangrijke randvoorwaarde voor goed onderwijs is vitaal personeel. BOOR kende een relatief hoog ziekteverzuim, dat in de voorbije jaren een positieve ontwikkeling liet zien. Deze trend heeft zich in 2020 doorgezet. Het 12-mnd ziekteverzuim daalde van 6,19% naar 5,84% en ligt daarmee onder de verzuimdoelstelling van maximaal 6%. De dalende trend is ook zichtbaar bij de benchmark. Voor nu hebben wij het risico bijgesteld van urgent naar middelhoog en blijven de ontwikkelingen nauwgezet volgen en continueren de ingezette verzuimaanpak.

Urgent risico

Lerarentekort Een belangrijke randvoorwaarde voor goed onderwijs is voldoende en vitaal personeel. BOOR heeft strategisch HR-beleid ontwikkeld en voert dit uit om mensen te binden en te boeien. In het Rotterdamse onderwijs zijn zowel in het basis- als voorgezet onderwijs grote lerarentekorten, onder andere door een relatief grote uitstroom van medewerkers die de pensioengerechtigde leeftijd bereiken en onvoldoende instroom vanuit de pabo’s en lerarenopleiding. De urgentie is groot. Er is zorg over de wijze waarop kennis en expertise in de scholen kan worden behouden. De onderwijskwaliteit, werkdruk en exploitatie staan onder stevige druk. De huidige en geraamde lerarentekorten op de langere termijn zijn zorgelijk. Met name in de grote steden. Naast intensief bestuurlijk overleg met de minister, OCWE en de G5gemeenten participeren wij ook in het Rotterdamse plan lerarentekort. Onze

Eerste voortgangsrapportage 2021

20

aanpak bestaat uit 4 hoofdlijnen: verhogen instroom, beperken uitstroom en uitval, begeleiding startende docenten en anders organiseren, dat gericht is op zowel de kwantiteit (het vergroten van de instroom en het beperken van de uitstroom) als op de kwaliteit (professionele ontwikkeling) van leraren. De minister heeft de ingediende noodplannen van de grote steden goedgekeurd en hier additionele middelen voor vrijgemaakt. Dit verlicht de druk op de begroting en maakt de uitvoering van het slim anders organiseren van het onderwijs mogelijk. De meerjarenbegroting is hier op aangepast. De aanpak van de tekorten heeft geresulteerd in meer interesse in de pabo en een toename van zij-instroom. We zien dat de ingezette koers met name in het primair onderwijs resultaten oplevert. Tegelijkertijd blijven de knelpunten urgent. In het voortgezet onderwijs zijn landelijk vooralsnog nog geen significante verbeteringen in de situatie zichtbaar. De verwachting is dat bij ongewijzigd beleid in 2025 in het tweedegraadsgebied voor de vakken Natuurkunde, Scheikunde, Klassieke Talen, Duits en Frans grofweg 10% van de werkgelegenheid niet vervuld zal kunnen worden. Landelijke bijsturingsmaatregelen (oktober 2020) zijn opgetekend in de ‘Handreiking voor kansrijke oplossingen lerarentekort. Docenten werven voor tekortvakken in het vo’, die wij onverkort volgen.

Domein Huisvesting, Facilitaire dienstverlening en ICT

Middelhoog risico

Onzekerheid in de financiële effecten van het meerjarenonderhoudsplan. Goede huisvesting (veiligheid, centrale ligging, goede bereikbaarheid, goed onderhoud, duurzaamheid en match met het onderwijsconcept en de omvang van de school) is een cruciale voorwaarde voor kwalitatief goed onderwijs en vitaal personeel. In de periode 2018-2020 zijn alle panden opnieuw geschouwd en opgenomen in een meerjarenonderhoudsplan. Bij het bepalen van de voorziening groot onderhoud is het nu nog toegestaan de jaarlijkse toevoegingen aan de voorziening groot onderhoud te bepalen op basis van het voorgenomen groot onderhoud gedurende de gehele planperiode van het groot onderhoud op het niveau van het onderwijspand gedeeld door het aantal jaren waaruit deze planperiode bestaat (RJO artikel 4 lid 1c). Bij de bepaling van de voorziening groot onderhoud maken wij gebruik van deze tijdelijke uitzonderingsbepaling. De verwachting is dat de uitzonderingsbepaling zal gelden tot en met 2022 en dat we vanaf 2023 rekening moeten houden met de individuele onderhoudscomponenten en de bijbehorende onderhoudscycli. Dit kan leiden tot (fors) hogere dotaties aan de voorziening groot onderhoud in bepaalde jaren. Over de gehele looptijd van de voorziening is er geen resultaatseffect. Vorenstaande is nog niet in de meerjarenbegroting verwerkt.

Wél anticiperen we op deze aanstaande wijziging met een additionele dotatie aan de voorziening groot onderhoud

Eerste voortgangsrapportage 2021

21

over het resultaat 2020 om te voorkomen dat we in 2023 een grote fluctuatie zien in het weerstandsvermogen. Verouderde ICT-infrastructuur | ICT-beleid | ICT-beheer | cybersecurity De ICT-voorzieningen op veel scholen zijn verouderd en niet meer van afdoende kwaliteit. Er is daarom een meerjarig ICT programmaplan opgesteld, dat erin voorziet dat in 2023 de voorzieningen, de vaardigheden van medewerkers en de ICT-dienstverlening het proces op de scholen toereikend ondersteunen. Het programma bestaat uit acht onderliggende deelprojecten: 1. WIFI en internetconnectie 2. BOOR breed accountbeheer (implementatie IAM module) Urgent risico 3. Digitale werkomgeving voor alle medewerkers 4. Digitale leeromgeving voor scholen 5. Inrichten ServiceDesk 6. Serverloze school 7. BOOR-brede telefonie oplossing 8. LAN De uitvoering bevindt zich in verschillende fasen. Het algemene beeld is dat de uitvoering volgens plan verloopt. Laat onverlet dat we het risico in deze fase nog als urgent kwalificeren.

Eerste voortgangsrapportage 2021

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=33394d70-897a-4f28-8122-c34793f53476