21bb5676 Bijlage 2 behorende bij 21bb5624 over Bijlagen bij ontwerpbestemmingsplan Dukdalf-locatie, Feijenoord
Tekst van het document
Akoestisch onderzoek Herontwikkeling terrein De Dukdalf Persoonsstraat 1 in Rotterdam
Akoestisch onderzoek Herontwikkeling terrein De Dukdalf Persoonsstraat 1 in Rotterdam
Projectnummer
: VL.2074.R01
Revisie
:1
Rapportdatum
: 4 november 2020
Auteur
: P. Kraaij
Opdrachtgever
: Woonstad Rotterdam Postbus 2370 3000 CJ Rotterdam
Contactpersoon
: De heer R. Groeneveld
Kraaij Akoestisch Adviesbureau Frisodonk 5 4707 VG Roosendaal T: 0165-544833 M: 06-10078854 E: info@kraaijbv.nl
Akoestisch onderzoek herontwikkeling Persoonsstraat 1 Rotterdam
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................................. 4
2
WETTELIJK KADER ..................................................................................................................................... 6 2.1 ALGEMEEN ................................................................................................................................................... 6 2.2 WEGVERKEERSLAWAAI.................................................................................................................................... 6 2.2.1 Nieuwe situaties ................................................................................................................................ 7 2.2.2 30 km/u wegen .................................................................................................................................. 7 2.3 CUMULATIE .................................................................................................................................................. 8 2.4 GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING ........................................................................................................................ 8 2.5 REKEN- EN MEETVOORSCHRIFT GELUID 2012...................................................................................................... 8 2.6 GEMEENTELIJK GELUIDBELEID ........................................................................................................................... 9
3
UITGANGSPUNTEN BEREKENING GELUIDBELASTING ............................................................................... 10 3.1 3.2 3.3 3.4
4
REKENRESULTATEN GELUIDBELASTING EN BEOORDELING ...................................................................... 15 4.1 4.2 4.3
5
ALGEMEEN ................................................................................................................................................. 10 VERKEERSGEGEVENS ..................................................................................................................................... 12 REKENMETHODE .......................................................................................................................................... 12 MODELLERING ............................................................................................................................................ 13 GELUIDBELASTING VANWEGE DE GELUIDGEZONEERDE WEG ................................................................................. 15 GELUIDBELASTING VANWEGE DE NIET GEZONEERDE WEGEN NABIJ DE PLANLOCATIE ................................................... 16 CUMULATIE VAN GELUID VANWEGE WEGVERKEERSLAWAAI .................................................................................. 17
CONCLUSIE .............................................................................................................................................. 19 5.1 ALGEMEEN ................................................................................................................................................. 19 5.2 TOETSING AAN WET GELUIDHINDER ................................................................................................................ 19 5.3 BEOORDELING AKOESTISCH WOON- EN LEEFKLIMAAT / GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING .............................................. 20 5.3.1 30 km/u wegen ................................................................................................................................ 20 5.3.2 Cumulatie van geluid ....................................................................................................................... 20
6
MAATREGELENONDERZOEK .................................................................................................................... 21 6.1 6.2 6.3 6.4
7
BRONMAATREGELEN .................................................................................................................................... 21 OVERDRACHTSMAATREGELEN......................................................................................................................... 21 MAATREGELEN BIJ DE ONTVANGER .................................................................................................................. 22 GEMEENTELIJK GELUIDBELEID ......................................................................................................................... 22
SAMENVATTING EN ADVIES .................................................................................................................... 23
Bijlagen
Bijlage I : Bijlage II : Bijlage III : Bijlage IV : Bijlage V :
Figuren
Figuur 1 : Figuur 2 :
VL.2074.R01.rev1
Verkeersgegevens gemeente Rotterdam Modelgegevens Rekenresultaten geluidbelasting vanwege de Rosestraat (Wgh-toets) Rekenresultaten geluidbelasting vanwege de 30 km/u wegen nabij planlocatie Rekenresultaten na cumulatie van geluid wegverkeerslawaai
Overzicht modellering Inzoom op planlocatie tbv ligging toetspunten
pagina 3
04-11-2020
Akoestisch onderzoek herontwikkeling Persoonsstraat 1 Rotterdam
1
INLEIDING
In opdracht van Woonstad Rotterdam en in samenwerking met BOdG ruimtelijk advies is door Kraaij Akoestisch Adviesbureau een akoestisch onderzoek verricht ter bepaling van de geluidbelasting op de gevels van een herontwikkeling aan de Persoonsstraat 1 in Rotterdam. Dit terrein in de wijk Feijenoord heeft in het geldend bestemmingsplan een maatschappelijke bestemming met onderwijsfunctie. Het voornemen is de voormalige schoolgebouwen af te breken om op de vrijgekomen ruimte nieuwbouw te realiseren in de vorm van gebouwen voor appartementen. Het plan omvat een gebouw dat varieert in hoogte van circa 14 meter en vier bouwlagen tot maximaal 45 meter en 14 bouwlagen. De voorgenomen nieuwbouw past niet binnen het vigerend bestemmingsplan, omdat met het realiseren van de nieuwe appartementen het maximaal aantal toegestane woningen en de bouwhoogte op het perceel wordt overschreden. Om de voorgenomen nieuwbouw mogelijk te maken dient daarom het bestemmingsplan te worden gewijzigd middels een ruimtelijke procedure. Op basis van de Wet geluidhinder moet bij een bestemmingsplanwijziging waarbij nieuwe geluidgevoelige bestemmingen mogelijk worden gemaakt, de geluidbelasting op deze nieuwe bestemmingen, als zij binnen de geluidzone van een (spoor)weg of industrieterrein zijn gelegen, worden bepaald. Een nieuw appartement wordt daarbij gezien als een nieuwe geluidgevoelige bestemming.
De Rosestraat heeft als enige weg in de onderzoeksomgeving een geluidzone op basis van de Wet geluidhinder. De planlocatie bevindt zich binnen de zone van het geluidgezoneerd industrieterrein ‘Feijenoord – Schaardijk’. Uit het bestemmingsplan ‘Kop van Feijenoord’ blijkt dat ter plaatse van de woningen aan de Oranjeboomstraat, direct ten westen van de planlocatie, voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A). Dit komt ook overeen met de resultaten van een akoestisch onderzoek van Cauberg-Huygen (20130211-7, ’44 woningen Oranjeboomstraat’). Daarom is in onderhavig onderzoek verder geen aandacht besteed aan het aspect ‘industrielawaai’. De planlocatie ligt niet binnen de zone van een spoorweg. Het plan ligt in de wijk Feijenoord in Rotterdam en direct aan de Persoonsstraat en de Oranjeboomstraat. Deze wegen hebben, net als de overige wegen in de directe omgeving van de planlocatie, een 30 km/u regime. Dergelijke wegen hebben volgens de Wgh geen geluidzone en formeel dus ook geen toetsingsplicht aan de Wgh. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het echter wel wenselijk de geluidbelasting van 30 km/u wegen te beschouwen als de geluidbelasting hiervan relevant geacht wordt voor de beoogde ontwikkeling. In voorliggende situatie zijn daarom de wegen die het meest in de nabijheid van de planlocatie liggen meegenomen in de beoordeling.
Het betreffen de Persoonsstraat, de Oranjeboomstraat, de Nassauhaven en de Steven Hoogendijkstraat. Samenvattend maakt het akoestisch onderzoek dus onderdeel uit van een ruimtelijke procedure en heeft tot doel de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai te bepalen en de geluidbelasting vanwege de geluidgezoneerde weg en te toetsen aan de normen uit de Wet geluidhinder. Daarnaast zal, door middel van een aanvullende (cumulatie)berekening, het geluid vanwege wegverkeerslawaai kwalitatief worden beschouwd op de aanvaardbaarheid van het woon- en leefklimaat oftewel op de aanwezigheid van een goede ruimtelijke ordening. Voor onderhavig onderzoek is gebruikt gemaakt van de volgende informatie: • Digitale ondergronden van het onderzoeksgebied, via het Nationaal Georegister; • Conceptverbeelding van de nieuwbouw, vobp_Dukdalf dd. 6-7-2020, verstrekt door opdrachtgever; • Google Earth/Streetview; • Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN-viewer); • Ruimtelijke plannen; • Knip uit het 3D dataLab van Nederland van DGMR/Geodan; • Verkeersgegevens wegen, opgevraagd bij de gemeente Rotterdam.
VL.2074.R01.rev1
pagina 4
04-11-2020
Akoestisch onderzoek herontwikkeling Persoonsstraat 1 Rotterdam
Leeswijzer In hoofdstuk 2 van deze rapportage wordt ingegaan op het wettelijk kader. Vervolgens worden in hoofdstuk 3 de uitgangspunten voor de berekening van de geluidbelasting op de gevels uiteengezet. Hoofdstuk 4 geeft de rekenresultaten weer. In hoofdstuk 5 wordt de conclusie beschreven van de Wet geluidhindertoets en de beoordeling van het akoestisch woon- en leefklimaat. In hoofdstuk 6 volgt het maatregelenonderzoek en tenslotte wordt in hoofdstuk 7 een samenvatting en het advies gegeven.
VL.2074.R01.rev1
pagina 5
04-11-2020
Akoestisch onderzoek herontwikkeling Persoonsstraat 1 Rotterdam
2
WETTELIJK KADER 2.1
Algemeen
De regels (grenswaarden) met betrekking tot de (maximaal) toelaatbare hoeveelheid geluid afkomstig van een industrieterrein, weg of spoorweg, zijn opgenomen in de Wet geluidhinder (Wgh). Voor wegverkeerslawaai is hoofdstuk VI van de Wgh van toepassing. De Wet geluidhinder is alleen van toepassing binnen een conform deze wet geldende geluidszone. De grenswaarden (voorkeursgrenswaarde en ten hoogste toelaatbare waarde) uit de Wet geluidhinder zijn van toepassing op de geluidsbelasting op de gevel van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en terreinen (o.a. woonwagenstandplaatsen, ligplaatsen in het water, scholen, kinderdagverblijven, ziekenhuizen, verpleeghuizen en andere gezondheidszorggebouwen). In artikel 1 en artikel 1b lid 4 van de Wet geluidhinder is de volgende definitie opgenomen voor het begrip gevel: de bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak. In afwijking van artikel 1 wordt onder een gevel in de zin van deze wet en de daarop berustende bepalingen niet verstaan: a.
een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in de NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A), alsmede een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte.
b.
Daarnaast gelden voor de verschillende geluidgevoelige ruimten in de verschillende geluidgevoelige bestemmingen, afhankelijk van het gebruik van de ruimte, afwijkende normen met betrekking tot de toelaatbare geluidbelasting binnen deze ruimten. 2.2
Wegverkeerslawaai
De regels en normen die gelden voor wegverkeerslawaai zijn opgenomen in hoofdstuk VI “Zones langs wegen” van de Wet geluidhinder. De regels en normen uit de Wet geluidhinder (Wgh) gelden binnen de wettelijk vastgestelde zone van een weg. De breedte van de zone van een weg is geregeld in afdeling 1 “Omvang geluidzones” van genoemd hoofdstuk. Op grond van artikel 74 van de Wet geluidhinder heeft elke weg een geluidzone, met uitzondering van de volgende wegen: 1. 2.
wegen gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied; wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt.
De breedte van een zone is, op grond van artikel 74 van de Wet geluidhinder, afhankelijk van de ligging in stedelijk 1 of buitenstedelijk 2 gebied en van het aantal rijstroken. De afstanden, genoemd in artikel 74, eerste lid, worden aan weerszijden van de weg gemeten vanaf de buitenste begrenzing van de buitenste rijstrook.
1 Onder stedelijk gebied wordt verstaan, het gebied binnen de bebouwde kom, doch, voor toepassing van hoofdstuk VI (“Wegen”) van de
Wet geluidhinder, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens. 2 Onder buitenstedelijk gebied wordt verstaan, het gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor toepassing van hoofdstuk VI (“Wegen”) van de Wet geluidhinder, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens.
VL.2074.R01.rev1
pagina 6
04-11-2020
Akoestisch onderzoek herontwikkeling Persoonsstraat 1 Rotterdam
In onderstaande tabel staan de zones langs wegen weergegeven. Tabel 2.1: Zonebreedtes wegen Aantal rijstroken 1 of 2 rijstroken
Zone in stedelijk gebied 200 meter
Zone in buitenstedelijk gebied 250 meter
3 of 4 rijstroken
350 meter
400 meter
5 of meer rijstroken
350 meter
600 meter
Aan de uiteinden van een weg loopt de zone door over een afstand gelijk aan de breedte van de zone ter hoogte van het einde van de weg. De zone loopt door langs een lijn die is gelegen in het verlengde van de wegas. Zij behoudt de breedte die zij had ter hoogte van het einde van de weg. In het onderzoeksgebied is de Rosestraat de enige aanwezige geluidgezoneerde weg. Deze weg is in stedelijk gebied gelegen en bestaat grotendeels uit twee (gescheiden) rijstroken. De Rosestraat heeft daarom een zonebreedte van 200 meter. De planlocatie ligt op een afstand van ruim 100 meter van de Rosestraat en daarmee binnen de geluidzone van deze weg Dijk. Er dient dus vanwege deze weg getoetst te worden aan de normen van de Wet geluidhinder. In de Wet geluidhinder wordt voor wegverkeerslawaai onderscheid gemaakt in nieuwe situaties, bestaande situaties en reconstructies. De grenswaarden en regels die hierbij gelden zijn opgenomen in de onderstaande afdelingen (artikelen) van hoofdstuk VI “Zones langs wegen” van de Wet geluidhinder: • • •
afdeling 2 “Maatregelen met betrekking tot nieuwe situaties in zones” (artikel 76 t/m 87i); afdeling 3 “Bestaande situaties” (artikel 87j t/m 90); afdeling 4 “Reconstructies” (artikel 98 t/m 100b).
Voor onderhavige situatie is de afdeling 2 van toepassing. 2.2.1
Nieuwe situaties
Conform de Wet geluidhinder worden bij de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan de waarden van de geluidbelasting van de gevel van woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en van geluidsgevoelige terreinen binnen die zone, in acht genomen. Op grond van artikel 82 bedraagt de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vanwege een weg 48 dB. In afwijking hierop kan op grond van de artikelen 83 tot en met 85 een hogere waarde worden vastgesteld, met dien verstande dat deze waarde voor woningen in buitenstedelijk gebied de 53 dB niet te boven mag gaan en voor woningen in stedelijk gebied de 63 dB niet te boven mag gaan. In onderhavige situatie is de planlocatie binnen de bebouwde kom van Rotterdam gelegen en is voor de toetsing uitgegaan van een ontheffingswaarde van maximaal 63 dB. 2.2.2
30 km/u wegen
De Wet geluidhinder is niet van toepassing op wegen die liggen binnen een woonerf en voor 30 km/u-wegen, omdat er geen zones gelden. Deze wegen veroorzaken meestal geen geluidsbelastingen boven de voorkeurswaarde. Dat kan wel voorkomen bij een klinkerweg of een weg met relatief veel verkeer. In de jurisprudentie is om deze reden bepaald dat een akoestische afweging bij het opstellen van een ruimtelijk plan nodig is met een verwijzing naar een goede ruimtelijke ontwikkeling. Om te bepalen of er sprake is van een goed akoestisch woon- en leefklimaat, wordt de geluidbelasting vanwege de omliggende wegen, te weten de Persoonsstraat en de Oranjeboomstraat, maar zekerheidshalve ook de Nassauhaven en de Steven Hoogendijkstraat, berekend.
VL.2074.R01.rev1
pagina 7
04-11-2020
Akoestisch onderzoek herontwikkeling Persoonsstraat 1 Rotterdam
Ter onderbouwing van de aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting wordt aangesloten bij de benaderingswijze die de Wgh hanteert voor gezoneerde wegen. Vanuit dat oogpunt worden de voorkeursgrenswaarde en de uiterste grenswaarde als referentiekader gehanteerd. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB geldt hierbij als richtwaarde en de maximale ontheffingswaarde van 63 dB volgens de Wgh als maximaal aanvaardbare waarde. Hierbij zal, in lijn met de Wgh, eveneens een aftrek van 5 dB worden toegepast.
2.3
Cumulatie
Indien er blootstelling plaatsvindt aan meer dan één geluidbron, dient de gecumuleerde geluidbelasting te worden berekend conform bijlage I, hoofdstuk 2 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. De methode berekent de gecumuleerde geluidbelasting, rekening houdende met verschillen in dosis-effectrelaties van de verschillende geluidbronnen en geeft inzicht in het woon- en leefklimaat. De geluidbelasting van verschillende geluidbronnen wordt alleen gecumuleerd als er sprake is van een relevante blootstelling aan meerdere geluidbronnen. Dit is alleen het geval indien de zogenaamde voorkeurswaarde van die onderscheiden bronnen wordt overschreden. Hierbij wordt bij de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai geen aftrek ingevolge artikel 110g van de Wgh toegepast.
2.4
Goede ruimtelijke ordening
In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient de aanvaardbaarheid van het akoestisch woon- en leefklimaat te worden onderbouwd, hierbij worden ook de voor de planlocatie relevante 30 km/u wegen betrokken. Om te bepalen of er sprake is van een goed akoestisch woon- en leefklimaat is in onderhavige situatie de geluidbelasting vanwege alle in het onderzoek betrokken wegen berekend. De rekenresultaten daarvan zijn kwalitatief beoordeeld volgens de milieukwaliteitsmaat, zoals weergegeven in onderstaande tabel 2.2. Hierbij wordt geen aftrek ingevolge artikel 110g van de Wgh toegepast. Tabel 2.2: Milieukwaliteitsmaat gecumuleerde geluidbelasting (bron: RIVM) Geluidbelasting Kwalificatie < 45 dB
Zeer goed
46 - 50 dB
Goed
51 – 55 dB
Redelijk
56 – 60 dB
Matig
61 – 65 dB
Slecht
> 65 dB
Zeer slecht
Bovendien kan er voor een goed akoestisch woonmilieu naar gestreefd worden dat bij elke woning (appartement) een geluidluwe gevel aanwezig is of, indien dat niet mogelijk is, er tenminste een geluidluwe buitenruimte is. 2.5
Reken- en meetvoorschrift Geluid 2012
Met ingang van 20 mei 2014 is het Reken- en meetvoorschrift Geluid gewijzigd. Deze wijziging is tijdelijk van kracht en betreft een verruiming van de aftrek bij wegen met een snelheid van 70 km/ uur en hoger. De wijziging voorkomt tijdelijke extra belemmeringen voor woningbouwplannen. In onderhavige situatie is de maximale snelheid op de Rosestraat 50 km/uur en is deze verruiming niet van toepassing. De in artikel 3.5 geregelde aftrek voor ‘stille banden’ is eveneens alleen van toepassing voor wegen met een snelheid van 70 km/uur of hoger en is in onderhavig onderzoek dus ook niet van toepassing.
VL.2074.R01.rev1
pagina 8
04-11-2020
Akoestisch onderzoek herontwikkeling Persoonsstraat 1 Rotterdam
2.6
Gemeentelijk geluidbeleid
Het vaststellen van hogere grenswaarden gebeurt door het college van burgemeester en wethouders van in dit geval de gemeente Rotterdam. De DCMR Milieudienst Rijnmond (hierna: de milieudienst) adviseert de gemeente Rotterdam hierbij. De milieudienst heeft beleid opgesteld voor het vaststellen van hogere waarden en deze vastgelegd in het ‘Ontheffingsbeleid Wet geluidhinder’ (gemeente Rotterdam, 2006). Criteria Eén van de harde criteria van het gemeentelijke ontheffingsbeleid is het creëren van minimaal één geluidluwe gevel en buitenruimte. De meeste woningen hebben een ruimte die bedoeld is als buitenruimte. Als er geen buitenruimte aanwezig is, wordt met de aanwezigheid van een geluidluwe gevel voldoende kwaliteit gerealiseerd. Als een woning meerdere buitenruimten heeft, is het voldoende als één buitenruimte is gelegen aan de geluidluwe zijde. Aan bewoners wordt de mogelijkheid geboden om aan de geluidluwe zijde van de woning te verblijven. De hoogst toelaatbare geluidbelastingen voor geluidluwe gevels en buitenruimten per geluidbron (aan de hand van de nieuwe dosismaat Lden) is voor spoorverkeer 55 dB en industrie 50 dB. Bij wegverkeer moet uitgegaan worden van de gecumuleerde geluidsbelasting van alle gezoneerde wegen. Deze mag niet hoger zijn dan 53 dB inclusief aftrek conform artikel 110g uit de Wgh.
Bij het rekenkundig bepalen van de geluidbelasting moet worden uitgegaan van de waarneemhoogten waarop geluidhinder daadwerkelijk te verwachten is. Uitzondering In de praktijk kan het om stedenbouwkundige redenen wenselijk zijn om buitenruimten aan de geluidbelaste zijde te situeren, bijvoorbeeld vanwege bezonning. Deze situatie wijkt af van het ontheffingsbeleid. Ook kan om reden van volkshuisvesting of stedenbouw een woning geheel op een geluidbelaste zijde zijn georiënteerd, bijvoorbeeld bij studentenwoningen of starterswoningen. Om geluidhinder zoveel mogelijk te voorkomen, moet in dat geval gezocht worden naar alternatieve oplossingen, bijvoorbeeld in de vorm van een gemeenschappelijke buitenruimte die wel geluidluw is gelegen. Het creëren van een tweede buitenruimte is eveneens een mogelijkheid. Door het kiezen van passende gebouwvormen zoals terrasgevels, ‘uitkragende’ balkons of geluidabsorberende nissen is het mogelijk om op architectonisch niveau passende maatregelen voor een geluidluwe zijde te treffen. De toolbox ‘Bouwen op geluidbelaste locaties’ (DCMR Milieudienst Rijnmond, 2007) gaat hierop dieper in. Als niet aan één of meer aan het ontheffingsbeleid verbonden voorwaarden wordt voldaan, kan de initiatiefnemer een gemotiveerd verzoek doen aan het college van Burgemeesters en Wethouders om voor dat plan af te wijken van het vastgestelde ontheffingsbeleid.
Het plan moet dan in ieder geval voldoende aandacht schenken aan de leefomgevingskwaliteit.
VL.2074.R01.rev1
pagina 9
04-11-2020
Akoestisch onderzoek herontwikkeling Persoonsstraat 1 Rotterdam
3
UITGANGSPUNTEN BEREKENING GELUIDBELASTING 3.1
Algemeen
Op het perceel Persoonsstraat 1 te Rotterdam staat het schoolgebouw De Dukdalf. Het gebouw wordt al geruime tijd niet meer voor onderwijsactiviteiten gebruikt en deze functie is hier ook niet meer voorzien. Omdat het huidige pand weinig toevoegt aan de omgeving en de ruimtelijke kwaliteit negatief beïnvloedt, is het wenselijk de locatie naar een woonfunctie te her ontwikkelen. Daarmee kan de locatie bijdragen aan de verdere ontwikkeling van de wijk Feijenoord. De planlocatie wordt direct omsloten door de Persoonsstraat aan de noordoostzijde en de Oranjeboomstraat aan de zuidwestzijde. De nieuwbouw komt aan de zuid(oost)zijde tegen de bebouwing van de Oranjeboomstraat 72 t/m 82 aan te liggen. Aan de noordoostzijde van de planlocatie ligt de bebouwing van Persoonsstraat 11 t/m 17 vrijwel direct aangrenzend. De Persoonsstraat loopt dood aan de noordwestzijde van de planlocatie. Verder noordwestwaarts van de planlocatie kruist de Oranjeboomstraat de Steven Hoogendijkstraat. De Persoonsstraat komt ten zuidoosten van de planlocatie uit op de Nassauhaven, deze straat bevindt zich aan de oostzijde van de planlocatie en loopt in noordwestelijke richting door heeft daarbij ook een afsplitsing naar de Steven Hoogendijkstraat. Verder zuidoostwaarts ligt de Damstraat, deze verbindt ten zuiden van de planlocatie de Nassauhaven met de Oranjeboomstraat.
Deze weg ligt echter al op bijna 200 meter afstand van de planlocatie en dus te ver weg om nog relevant te zijn voor de planlocatie. De onderzoeksomgeving kenmerkt zich als stedelijk gebied met veel hoge woningbouw afgewisseld met enkele maatschappelijke bestemmingen en gemengd gebied tussen de Persoonshaven en de Nieuwe Maas ten zuidoosten van de planlocatie. De Rosestraat bevindt zich aan de westzijde van de planlocatie en loopt parallel aan de Oranjeboomstraat. Tussen beide wegen bevindt zich wel de woonbebouwing van de Oranjeboomstraat met aan de achterzijde daarvan enkele groenstroken en een strook met sport- en speelvoorziening. In onderstaande figuur is het onderzoeksgebied weergegeven, met daarin de ligging van de planlocatie (in blauw).
planlocatie
Wijk Feijenoord Rotterdam Figuur 3.1 Weergave onderzoeksgebied en ligging planlocatie (bron: digitale kadastrale kaart met luchtfoto op achtergrond)
VL.2074.R01.rev1
pagina 10
04-11-2020
Akoestisch onderzoek herontwikkeling Persoonsstraat 1 Rotterdam
Door de sloop van het schoolgebouw De Dukdalf ontstaat de mogelijkheid om een bijdrage te leveren aan de doelstelling uit het Nationaal Programma Rotterdam Zuid om het woon- en leefklimaat voor huidige én nieuwe bewoners te verbeteren. Het beoogde bouwplan behelst namelijk een duurzaam appartementencomplex. De appartementen worden toegevoegd aan het sociale segment. Omdat in de wijk Feijenoord veelal meergezinswoningen zonder lift aanwezig zijn, draagt het bouwplan bij aan een betere woningdifferentiatie in de wijk. Daarnaast wordt door de beoogde nieuwbouw het bouwblok afgerond tot een gesloten bouwblok, in lijn met de bestaande bebouwing. Doordat het bouwplot een scherpe hoek betreft, heeft dit de potentie een bijzondere hoekoplossing te krijgen. In de volgende figuren is de inpassing en situatietekening waarop het akoestisch onderzoek is gebaseerd weergegeven met daarin de positie van de nieuwbouw conform opgave in het conceptontwerp dd. 6-7-2020.
Figuur 3.2a Inpassing nieuwbouw
Figuur 3.2b Situatietekening van de nieuwbouw
Het definitieve bouwplan is nog niet bekend. In het bestemmingsplan worden enkel de kaders vastgelegd. Het wordt aan de markt overgelaten hoeveel woningen exact gerealiseerd gaan worden, maar het maximaal aantal woningen is in de planregels vastgelegd op 100. Qua vormgeving van het gebouw wordt onderscheid gemaakt in drie verschillende bouwhoogtes, waardoor sprake is van een getrapt gebouw: • aan de zijde van het plein is sprake van een maximale bouwhoogte van 46 meter (gebouw A in het rekenmodel, 14 bouwlagen). Hierdoor kan een hoogteaccent gerealiseerd worden, als verwijzing naar de Wilhelminakerk die tot begin jaren 70 van de vorige eeuw op deze locatie heeft gestaan. Tevens markeert een dergelijk accent duidelijk de noord-zuid-as en levert het project een bijdrage aan de herkenbaarheid van de doorloop vanaf het Entrepot over de Oranjeboomstraat, door de Persoonsstraat richting de Persoonsdam; • het middenvolume (gebouw B in rekenmodel) vormt een overgang tussen het hoogteaccent en de laagbouw. De bouwhoogte is hier gemaximeerd op 28 meter, waardoor hier zo’n 5 tot 8 bouwlagen gerealiseerd kunnen worden; • de laagbouw sluit aan op de bestaande bebouwing langs de Oranjeboomstraat en de Persoonsstraat (gebouw C en D in rekenmodel). Vandaar dat de bouwhoogte hier gemaximeerd is op respectievelijk 17 en 14 meter.
Aan de zijde van de Oranjeboomstraat wordt, met in achtneming van de bestaande gevelopeningen, de nieuwbouw tegen de huidige bebouwing gebouwd. Aan de Persoonsstraat wordt een ruimte van 6 meter vrijgehouden van de bestaande gevels. Deze opening vormt de doorgang naar het binnenterrein en is de scheiding tussen oude en moderne architectuur. De plint van het beoogde gebouw is een ideale locatie om de ruimte van het plein te betrekken bij de activiteiten en voorzieningen in de plint. Daarmee kan deze plint samen met het plein levendigheid brengen, een aanloopplek worden voor bewoners en bezoekers van de wijk. Het gebouw en het plein vormen een geheel. Vandaar dat op straatniveau (de plint) enkele afwijkende functies wordt toegestaan, zoals een lichte vorm van horeca en/of maatschappelijke voorzieningen. De combinatie van deze functies en woningbouw omarmt de gedachte van de inclusieve stad.
VL.2074.R01.rev1
pagina 11
04-11-2020
Akoestisch onderzoek herontwikkeling Persoonsstraat 1 Rotterdam
3.2
Verkeersgegevens
Voor de berekening van de geluidbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai is het noodzakelijk de samenstelling van het verkeer (lichte-, middelzware- en zware motorvoertuigen) en de verdeling van het verkeer over de dag- (07.00 - 19.00 uur), de avond- (19.00-23.00 uur) en de nachtperiode (23.00 - 07.00 uur) te kennen. In het rekenmodel is uitgegaan van verkeerscijfers voor het prognosejaar 2031, minimaal 10 jaar na realisatie van de nieuwbouw. Alle in het onderzoek betrokken wegen worden beheerd door de gemeente Rotterdam. De gemeente houdt ook, door middel van verkeerstellingen en prognoseberekeningen, de verkeersafwikkeling op de Rotterdamse wegen bij. De verkeersgegevens voor onderhavig onderzoek zijn door hen aangeleverd in een shape- en excelbestand. Het betreft in dit geval weekdaggemiddelde verkeersintensiteiten van 2020 en prognose-intensiteiten voor het jaar 2030. Deze laatsten zijn geïmporteerd in het rekenmodel en vervolgens met een autonome verkeersgroei van 1% opgehoogd naar het prognosejaar 2031 en afgerond op een tiental. In bijlage I van het rapport zijn de geleverde verkeersgegevens opgenomen, aangevuld met de verkeersgegevens van de Rosestraat, welke afkomstig zijn van een ander akoestisch rapport (VL.1818.R01_rev3 dd.11-6-2019).
Ondanks dat het hierbij gaat om een zuidelijker gelegen wegvak van de Rosestraat (tussen Laan op Zuid en Stoomtramweg), worden deze gegevens ook als uitgangspunt gehanteerd voor voorliggend onderzoek, aangezien van deze weg geen andere gegevens geleverd zijn en de gegevens representatief worden geacht. Deze verkeerscijfers bestaan voor de huidige situatie uit intensiteiten in het jaar 2017 en voor het prognosejaar uit cijfers voor het jaar 2029. Deze prognosecijfers zijn wederom met een autonome verkeersgroei van 1% per jaar doorgerekend naar het jaar 2031 en afgerond op een tiental. In onderstaande tabel zijn de verkregen verkeersintensiteiten en de berekende of aangenomen prognose- intensiteiten weergegeven. Tabel 3.1 Berekening etmaalintensiteit Weg
Etmaalintensiteit 2017/2020
Rosestraat Oranjeboomstraat Persoonsstraat Nassauhaven Steven Hoogendijkstraat
9.575 (jaar 2017) 1.762 812 812 – 1.865 – 1.966 811
Etmaalintensiteit 2029/2030 9.950 (jaar 2029) 2.706 812 812 – 2.149 – 2.260 811
Etmaalintensiteit 2031 (afronding op tiental) 10.150 2.730 820 820 – 2.170 – 2.280 820
In bijlage II van het rapport zijn alle gehanteerde verkeersgegevens in numerieke vorm opgenomen. In het onderzoek is ervan uitgegaan dat de huidige wegdekverharding en verkeerssnelheid op de wegen eveneens van toepassing blijft op de toekomstige situatie. 3.3
Rekenmethode
De in deze rapportage opgenomen geluidbelastingen vanwege de geluidgezoneerde weg voor het prognosejaar zijn berekend volgens standaard-rekenmethode II uit het “Reken- en meetvoorschrift geluid 2012” (RMV 2012), als bedoeld in artikel 110 van de Wet geluidhinder. De geluidbelasting vanwege de niet gezoneerde (30 km/u) wegen is berekend volgens de CROW publicatie 965 ‘Handreiking berekenen wegverkeerslawaai bij 30 km/h’. Bij de berekening van de geluidbelastingen volgens standaard-rekenmethode II is gerekend met één reflectie en een sectorhoek van twee graden.
VL.2074.R01.rev1
pagina 12
04-11-2020
Akoestisch onderzoek herontwikkeling Persoonsstraat 1 Rotterdam
3.4
Modellering
Ten behoeve van de berekeningen is een driedimensionaal computersimulatie model opgesteld. Hierbij is gebruik gemaakt van het door DGMR Raadgevende Ingenieurs B.V. ontwikkelde computerprogramma "GEOMILIEU”, versie V2020.0. Voor het tot stand komen van het rekenmodel is gebruik gemaakt van kadastrale kaarten uit het Georegister, het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN), het 3D-datamodel van DGMR/Geodan, informatie van de opdrachtgever en GoogleEarth/Streetview. Alle gebouwen zijn als reflecterende objecten ingevoerd (reflectiefactor = 0,8). De gebouwen in de directe omgeving van de onderzoekslocatie zijn direct geïmporteerd uit het 3D-datamodel van Nederland. Dit datamodel is gebaseerd op informatie van BAG en AHN. Aan de zuidzijde van het onderzoeksgebied is de modellering handmatig uitgebreid op basis van de kadastrale kaart en het AHN. De bestaande gebouwen binnen het plangebied zijn verwijderd en op de vrijgekomen ruimte zijn vier nieuwe objecten ingevoerd, allen met een andere hoogte. De nieuwbouw is in de modellering met een rood vlak aangegeven.
Het gebouw op de kop van de planlocatie (gebouw A) heeft een hoogte van 45 meter en bestaat uit 14 bouwlagen, het gebouw daaraan vast (gebouw B) heeft een hoogte van 28 meter en bestaat uit 5 – 8 bouwlagen, het gebouw rechts daarvan (gebouw C) heeft een hoogte van 17 meter en bestaat uit 5 bouwlagen en tenslotte het gebouw daar weer onder (gebouw D) heeft een hoogte van 14 meter en zal uit 4 bouwlagen bestaan. De hoogten en ligging van de gebouwen is in overeenstemming met de concept ontwerptekening met kenmerk ‘vobp_Dukdalf’ dd. 6-7-2020, zoals weergegeven in figuur 3.2b van dit rapport. Verdeeld over de zijden van de nieuwbouw zijn rekenpunten ingevoerd. De eerste toetshoogte ligt op 1,5 meter boven maaiveld, overeenkomend met stahoogte op de begane grond. Vervolgens is voor elke 3 meter hoogte, tot een hoogte van 45 meter (indien relevant), een toetshoogte toegevoegd. Met een bouwhoogte variërend van minimaal 14 tot maximaal 45 meter in combinatie met de uitgangspunten in de concept ontwerptekening, dient er vanuit gegaan te worden dat de gebouwen uit minimaal vier bouwlagen en maximaal veertien bouwlagen gaat bestaan. De toetspunten 01 t/m 16 staan voor de rekenhoogtes op 1,5m, 4,5m, 7,5m, 10,5m en indien relevant ook op 13,5m en 16,5 meter. De toetspunten 01a t/m 05a en 11a t/m 16a (op gebouw A en B) staan voor de rekenhoogtes op 19,5m, 22,5m en 25,5 meter.
Bij de toetspunten 01a t/m 03a en 13a t/m 16a (op gebouw A) komen daar de rekenhoogten op 28,5m, 31,5m en 34,5 meter bij. Op gebouw A zijn daar op de meest kritisch gelegen gevels ook de toetspunten 01b, 14b en 16b aan toegevoegd, welke een rekenhoogte vertegenwoordigen van 37,5m, 40,5m en 43,5 meter. Daar waar een gebouw hoger is ten opzichte van het naastgelegen gebouw, zijn op de gevels die er boven uit steken ook toetspunten toegevoegd. Dit betreffen de toetspunten 17 t/m 23. Deze toetspunten staan voor een rekenhoogte op 31,5m, 34,5m, 37,5m, 40,5m en 43,5 meter bij gebouw A (T_17 en 18), een rekenhoogte op (16,5m), 19,5m, 22,5m en 25,5 meter bij gebouw B (T_19 t/m 22) en voor een rekenhoogte op 16,5 meter bij T_23 op gebouw C. De toetshoogten zijn, vanwege het grote aantal, verdeeld over twee (of drie) (naast elkaar gelegen) toetspunten ingevoerd. Op deze manier is het verloop in geluidbelasting op de gevels van de nieuwe appartementen inzichtelijk gemaakt, zonder rekening te houden met de aanwezigheid van geluidgevoelige ruimtes grenzend aan de gevelzijden. De bodemfactor van het rekenmodel staat standaard op een zachte, absorberende ondergrond (Bf=1,) ondanks het stedelijk karakter van de omgeving van de planlocatie.
De harde, reflecterende bodemgebieden zijn rechtstreeks geïmporteerd uit het 3D-datamodel, dit zijn de wegen en andere reflecterende bodemgebieden, zoals water (Bf=0). Daar waar geen bodemgebied is gemodelleerd is sprake van een zacht bodemgebied, zoals gras- en groenstroken met een bodemfactor van 1,0. De hoogteligging van alle in het rekenmodel opgenomen items is gebaseerd op de informatie uit het AHN. Het rekenmodel heeft een standaardhoogte van 3,0 meter. Het hoogteverschil in het onderzoeksgebied is door middel van hoogtelijnen gemodelleerd en varieert van 2,5 – 3,5 meter +NAP in de buurt van de planlocatie tot circa - 0,5 – 0,0 meter NAP bij de havens en de Nieuwe Maas. De wegen zijn als rijlijnen in het rekenmodel ingevoerd. Hiermee wordt de geluidemissie als gevolg van de voertuigen op de weg berekend. De bronhoogte van de weg is 0,75 meter.
VL.2074.R01.rev1
pagina 13
04-11-2020
Akoestisch onderzoek herontwikkeling Persoonsstraat 1 Rotterdam
Ten zuiden van de planlocatie bevindt zich een rotonde op de Rosestraat waarmee de afslagen naar de Vuurplaat en de Burgdorfferstraat wordt geregeld. Deze rotonde is in de modellering opgenomen. Hiermee wordt de correctie vanwege het optrekkend en afremmend verkeer bij deze rotonde toegepast. Figuur 1 geeft een overzicht van de modellering van de wegen, harde bodemgebieden, hoogtelijnen en de gebouwen in de directe omgeving. In figuur 2 is ingezoomd op de planlocatie en is de ligging van de toetspunten op de nieuwbouw inzichtelijk gemaakt. In bijlage II zijn alle modelgegevens in numerieke vorm opgenomen voor wat betreft wegen, harde bodemgebieden, objecten, hoogtelijnen en toetspunten. In onderstaande figuur is een 3D-weergave van de omgeving van de planlocatie uit het rekenmodel in beeld gebracht.
Figuur 3.3 3D-weergave van rekenmodel (vanuit zuiden gezien)
VL.2074.R01.rev1
pagina 14
04-11-2020
Akoestisch onderzoek herontwikkeling Persoonsstraat 1 Rotterdam
4
REKENRESULTATEN GELUIDBELASTING EN BEOORDELING 4.1
Geluidbelasting vanwege de geluidgezoneerde weg
Een compleet overzicht van de berekende geluidbelastingen op de gevels van de nieuwbouw, als gevolg van de Rosestraat is opgenomen in bijlage III. De geluidbelasting is weergegeven in Lden en inclusief aftrek van 5 dB ingevolge artikel 110g van de Wet geluidhinder. In onderstaande figuur wordt de berekende geluidbelasting vanwege de Rosestraat grafisch weergegeven.
Figuur 4.1 Rekenresultaten vanwege de Rosestraat, inclusief 5 dB aftrek.
Op basis van bovenstaande rekenresultaten kan worden geconcludeerd dat de geluidbelasting op de gevels van de nieuwbouw ten hoogste 50 dB bedraagt. Daarmee wordt niet overal voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder. De overschrijding bedraagt 1 – 2 dB en vindt alleen plaats aan de zuidwestelijke gevelzijde van zowel gebouw A, vanaf de zevende of achtste bouwlaag (rekenhoogte vanaf 19,5 meter) en bij gebouw B pas vanaf de achtste bouwlaag (rekenhoogte vanaf 22,5 meter). Omdat de voorkeursgrenswaarde aan de zuidwestzijde van de nieuwbouw bij de bovenste bouwlagen van gebouw A en B wordt overschreden, is er daar sprake van akoestische relevantie van geluid vanwege deze geluidgezoneerde weg en is aanvullend onderzoek naar maatregelen om de geluidbelasting vanwege deze weg te reduceren noodzakelijk, evenals het aanvragen van een hogere waarde in het geval maatregelen niet doeltreffend blijken of op overwegende bezwaren stuiten.
VL.2074.R01.rev1
pagina 15
04-11-2020
Akoestisch onderzoek herontwikkeling Persoonsstraat 1 Rotterdam
4.2
Geluidbelasting vanwege de niet gezoneerde wegen nabij de planlocatie
Een compleet overzicht van de berekende geluidbelastingen op de gevels van de nieuwbouw als gevolg van de niet geluidgezoneerde, 30 km/u wegen bij de planlocatie is opgenomen in bijlage IV. In de berekening is dus de geluidbelasting vanwege de Persoonsstraat, de Oranjeboomstraat, de Nassauhaven en de Steven Hoogendijkstraat opgenomen. Tevens is in deze bijlage de deelberekening van alleen de Oranjeboomstraat bijgevoegd als meest maatgevende weg. De geluidbelasting is weergegeven in Lden en inclusief aftrek van 5 dB in navolging van artikel 110g van de Wet geluidhinder. In onderstaande figuur wordt de berekende geluidbelasting vanwege de 30 km/u wegen nabij de planlocatie grafisch weergegeven.
Figuur 4.2 Rekenresultaten vanwege alle 30 km/u wegen nabij de planlocatie, inclusief 5 dB aftrek.
Op basis van bovenstaande rekenresultaten kan worden geconcludeerd dat de geluidbelasting op de gevels van de nieuwbouw binnen de planlocatie vanwege de 30 km/u-wegen 25 tot 51 dB bedraagt en daarmee bijna overal voldoet aan de richtwaarde van 48 dB in navolging van de Wgh. De enige overschrijding van de richtwaarde vindt plaats aan de zuidwestelijke gevels, langs de Oranjeboomstraat. De overschrijding vindt daar alleen plaats bij de eerste zes bouwlagen (rekenhoogte 1,5m t/m 16,5m) van gebouw A en B én bij alle vier de bouwlagen van gebouw D, eveneens langs de Oranjeboomstraat gelegen. Uit een deelberekening van de geluidbelasting vanwege de 30 km/u wegen blijkt dat de Oranjeboomstraat als enige maatgevend is voor de geluidbelasting aan de zuidwestelijke gevelzijde van de nieuwbouw. Omdat de richtwaarde van 48 dB daar, weliswaar beperkt, wordt overschreden is in onderhavige situatie dus enigszins sprake van akoestische relevantie van geluid vanwege deze niet geluidgezoneerde weg. Omdat bij de nieuwbouw
VL.2074.R01.rev1
pagina 16
04-11-2020
Akoestisch onderzoek herontwikkeling Persoonsstraat 1 Rotterdam
grotendeels voldaan wordt aan de richtwaarde en de uiterste waarde voor een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat (63 dB) in het geheel niet wordt overschreden, wordt aanvullend onderzoek naar geluidreducerende maatregelen in voorliggende situatie niet noodzakelijk geacht.
4.3
Cumulatie van geluid vanwege wegverkeerslawaai
Aangezien bij onderhavige planlocatie de voorkeursgrenswaarde van 48 dB vanwege één geluidgezoneerde weg wordt overschreden, is op basis van de Wgh geen sprake van relevante blootstelling aan meerdere geluidbronnen en is een cumulatieberekening niet noodzakelijk. Omdat de Oranjeboomstraat eveneens aan de zuidwestzijde van de nieuwbouw is gelegen en de geluidbelasting vanwege deze weg de richtwaarde van 48 dB bij een aantal toetspunten wordt overschreden, is het in het kader van een goede ruimtelijke ordening wel wenselijk meer inzicht te krijgen in de invloed op de geluidbelasting na cumulatie van geluid. Een cumulatieberekening geeft hierin uitsluitsel en dient als uitgangspunt voor het beoordelen van de kwaliteit van het akoestisch woon- en leefklimaat bij de nieuwbouw. Een compleet overzicht van de berekende gecumuleerde geluidbelasting op de nieuwbouw aan de Persoonsstraat 1 is opgenomen in bijlage V. De geluidbelasting is weergegeven in Lden en zonder aftrek ingevolge artikel 110g van de Wet geluidhinder. In de onderstaande figuur wordt de berekende gecumuleerde geluidbelasting (inclusief 30 km/u wegen en zonder aftrek) grafisch weergegeven.
Figuur 4.3 Rekenresultaten na cumulatie van geluid wegverkeerslawaai, zonder aftrek.
VL.2074.R01.rev1
pagina 17
04-11-2020
Akoestisch onderzoek herontwikkeling Persoonsstraat 1 Rotterdam
Samengevat per gevel en gebouw bedraagt de gecumuleerde geluidbelasting: • 47 – 51 dB op de noord(oost)gevel van gebouw A t/m C • 32 – 46 dB op de (zuid)oostgevel van gebouw C en D • 45 – 53 dB op de (zuid)oostgevel van gebouw B • 47 – 52 dB op de (zuid)oostgevel van gebouw A • 55 – 57 dB op de zuidwestgevel van gebouw A, B en D • 45 dB op de zuidwestgevel van gebouw C • 52 – 54 dB op de noordwestgevel van gebouw A. Uit bovenstaande rekenresultaten kan worden geconcludeerd dat cumulatie van geluid resulteert in een toename van de geluidbelasting van 0 – 4 dB ten opzichte van alleen de maatgevende bron. Hierbij is dus enigszins sprake van een toename van het geluid van wegverkeer bij cumulatie, hetgeen in enige mate leidt tot een verslechtering van het akoestisch woonen leefklimaat bij de planlocatie. Op basis van de Milieukwaliteitsmaat van het RIVM (zie tabel 2.2) kan het akoestisch woon- en leefklimaat op de gevelzijden van de nieuwbouw overwegend worden beoordeeld als ‘ (zeer) goed tot redelijk’. Enige uitzondering op deze kwalificatie vormt de zuidwestgevel van gebouw A, B en D (gericht naar de Oranjeboomstraat) alwaar het woonmilieu vanuit akoestisch oogpunt als matig dient te worden beoordeeld.
Gelet op bovenstaande kwalificering in relatie tot de stedelijke ligging van de nieuwbouw, kan het akoestisch woon- en leefklimaat bij de woning als aanvaardbaar worden aangemerkt en is dus sprake van een goede ruimtelijke ordening. Bij de appartementen die aan de zuidwestzijde van het gebouw zijn gelegen en bij de appartementen van gebouw A vanaf de zevende bouwlaag die aan de noordwestgevel zijn gelegen, dient bij de uitwerking aandacht te worden besteed aan het creëren van geluidluwe gevels c.q. geluidluwe buitenruimtes.
VL.2074.R01.rev1
pagina 18
04-11-2020
Akoestisch onderzoek herontwikkeling Persoonsstraat 1 Rotterdam
5
CONCLUSIE 5.1
Algemeen
In opdracht van Woonstad Rotterdam en in samenwerking met BOdG ruimtelijk advies is door Kraaij Akoestisch Adviesbureau een akoestisch onderzoek verricht ter bepaling van de geluidbelasting op de gevels van een herontwikkeling aan de Persoonsstraat 1 in Rotterdam. Dit terrein in de wijk Feijenoord heeft in het geldend bestemmingsplan een maatschappelijke bestemming met onderwijsfunctie. Het voornemen is de voormalige schoolgebouwen af te breken om op de vrijgekomen ruimte nieuwbouw te realiseren in de vorm van aan elkaar geschakelde gebouwen voor appartementen. Het plan omvat vier gebouwen die in hoogte variëren van circa 14 meter en vier bouwlagen tot maximaal 45 meter en 14 bouwlagen. De voorgenomen nieuwbouw past niet binnen het vigerend bestemmingsplan, omdat met het realiseren van de nieuwe appartementen het maximaal aantal toegestane woningen en de bouwhoogte op het perceel wordt overschreden. Om de voorgenomen nieuwbouw mogelijk te maken dient daarom het bestemmingsplan te worden gewijzigd middels een ruimtelijke procedure. Op basis van de Wet geluidhinder moet bij een bestemmingsplanwijziging waarbij nieuwe geluidgevoelige bestemmingen mogelijk worden gemaakt, de geluidbelasting op deze nieuwe bestemmingen, als zij binnen de geluidzone van een (spoor)weg of industrieterrein zijn gelegen, worden bepaald.
Een nieuw appartement wordt daarbij gezien als een nieuwe geluidgevoelige bestemming. De Rosestraat heeft als enige weg in de onderzoeksomgeving een geluidzone op basis van de Wet geluidhinder. De planlocatie ligt niet binnen de zone van een spoorweg of industrieterrein. Het plan ligt in de wijk Feijenoord in Rotterdam en direct aan de Persoonsstraat en de Oranjeboomstraat. Deze wegen hebben, net als de overige wegen in de directe omgeving van de planlocatie, een 30 km/u regime. Dergelijke wegen hebben volgens de Wgh geen geluidzone en formeel dus ook geen toetsingsplicht aan de Wgh. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het echter wel wenselijk de geluidbelasting van 30 km/u wegen te beschouwen als de geluidbelasting hiervan relevant geacht wordt voor de beoogde ontwikkeling. In voorliggende situatie zijn daarom de wegen die het meest in de nabijheid van de planlocatie liggen meegenomen in de beoordeling. Het betreffen de Persoonsstraat, de Oranjeboomstraat, de Nassauhaven en de Steven Hoogendijkstraat. Samenvattend maakt het akoestisch onderzoek dus onderdeel uit van de wijzigingsprocedure en heeft tot doel de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai te bepalen en de geluidbelasting vanwege de geluidgezoneerde weg te toetsen aan de normen uit de Wet geluidhinder.
Daarnaast zal, door middel van een aanvullende (cumulatie)berekening, het geluid vanwege wegverkeerslawaai kwalitatief worden beschouwd op de aanvaardbaarheid van het woon- en leefklimaat oftewel op de aanwezigheid van een goede ruimtelijke ordening. 5.2
Toetsing aan Wet geluidhinder
De geluidbelasting vanwege de Rosestraat bedraagt ten hoogste 50 dB op de zuidwestgevels van de nieuwbouw en ten hoogste 47 dB op de overige gevelzijden van de nieuwbouw. Voor de nieuwbouw geldt daarmee dat niet overal voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder. De overschrijding vindt alleen plaats aan de zuidwestzijde bij de gebouwen A en B, vanaf de zevende of achtste bouwlaag. Voortvloeiend hieruit kan geconcludeerd worden dat de blootstelling aan geluid vanwege de Rosestraat alleen akoestisch relevant is voor de zuidwestgevel van de nieuwbouw. Omdat niet overal voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde is nader onderzoek naar geluidreducerende maatregelen noodzakelijk, evenals het aanvragen van een hogere waarde in het geval maatregelen niet doeltreffend blijken of op overwegende bezwaren stuiten.
VL.2074.R01.rev1
pagina 19
04-11-2020
Akoestisch onderzoek herontwikkeling Persoonsstraat 1 Rotterdam
5.3
Beoordeling akoestisch woon- en leefklimaat / goede ruimtelijke ordening
In deze paragraaf wordt de geluidbelasting vanwege de niet geluidzoneerde, 30 km/u wegen, bij de planlocatie uiteengezet. Het betreft in dit geval de Oranjeboomstraat, de Persoonsstraat, de Nassauhaven en de Steven Hoogendijkstraat. Tevens wordt inzicht gegeven in de gecumuleerde geluidbelasting vanwege alle in het onderzoek betrokken wegen. 5.3.1 30 km/u wegen Uit de rekenresultaten blijkt dat de berekende geluidbelasting vanwege de niet geluidgezoneerde wegen op de gevels van de nieuwbouw ten hoogste 51 dB bedraagt en hiermee dus niet overal voldoet aan de richtwaarde van 48 dB in navolging van de Wgh. De overschrijding van de richtwaarde vindt alleen plaats bij de eerste zes bouwlagen van gebouw A, B en D, alleen aan de zuidwestgevelzijde. Voorvloeiend uit de rekenresultaten van de deelberekening kan geconcludeerd worden dat de blootstelling aan geluid vanwege alleen de Oranjeboomstraat en bovendien in beperkte mate, relevant is voor het woon- en leefklimaat bij het nieuwbouwplan. 5.3.2 Cumulatie van geluid Uit de rekenresultaten blijkt dat de gecumuleerde geluidbelasting 0 – 4 dB hoger is dan de geluidbelasting van alleen de maatgevende weg en daarmee dus in beperkte mate leidt tot een relevante toename van geluid. Er is dus bij cumulatie enigszins sprake van een verslechtering van het akoestisch woon- en leefklimaat bij de nieuwbouw.
De cumulatieve geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai en bijbehorende kwalificatie voor het akoestisch woon- en leefklimaat zijn: • 47 – 51 dB op de noord(oost)gevel van gebouw A t/m C (goed tot redelijk) • 32 – 46 dB op de (zuid)oostgevel van gebouw C en D (zeer goed tot goed) • 45 – 53 dB op de (zuid)oostgevel van gebouw B (goed tot redelijk) • 47 – 52 dB op de (zuid)oostgevel van gebouw A (goed tot redelijk) • 55 – 57 dB op de zuidwestgevel van gebouw A, B en D (redelijk tot matig) • 45 dB op de zuidwestgevel van gebouw C (goed) • 52 – 54 dB op de noordwestgevel van gebouw A. (redelijk) Gelet op deze kwalificering in relatie tot de stedelijke ligging van de planlocatie, kan het akoestisch woon- en leefklimaat als aanvaardbaar worden aangemerkt. Er is in onderhavige situatie dus sprake van een goede ruimtelijke ordening. Bij de uitwerking van het plan dient rekening te worden gehouden met het gemeentelijk geluidbeleid. Het gemeentelijk geluidbeleid schrijft voor dat er per woning een geluidluwe gevel en/of een geluidluwe buitenruimte aanwezig moet zijn. Dit is het geval indien de gecumuleerde geluidbelasting op de gevels niet hoger is dan 53 dB inclusief correctie artikel 110g Wgh. Dat komt overeen met een geluidbelasting van 58 dB exclusief correctie artikel 110g Wgh. Aan deze eis kan worden voldaan.
VL.2074.R01.rev1
pagina 20
04-11-2020
Akoestisch onderzoek herontwikkeling Persoonsstraat 1 Rotterdam
6
MAATREGELENONDERZOEK
Om de geluidbelasting vanwege de Rosestraat op de nieuwbouw van het plangebied te reduceren zijn de volgende maatregelen denkbaar: • • •
6.1
bronmaatregelen; maatregelen in de overdrachtssfeer; maatregelen bij de ontvanger. Bronmaatregelen
Een bronmaatregel is bijv. het toepassen van een geluidarme asfaltsoort op wegen. Het toepassen van een dunne deklaag stuit op en nabij kruispunten en bochten op bezwaren vanwege de versnelde slijtage door afremmend en optrekkend verkeer en daarmee samenhangende hogere onderhoudskosten. Met het toepassen van een dunne deklaag kan normaliter een maximale geluidreductie worden bereikt van ten hoogste 4 dB ten opzichte van referentiewegdek, maar zal in voorliggende situatie, waarbij een kruising en rotonde bij deze weg aanwezig zijn niet worden behaald. Waarschijnlijk wordt de benodigde 2 dB reductie wel behaald. Omdat in onderhavige situatie sprake van een grootschalige ontwikkeling (max. 100 appartementen) kan deze maatregel ook vanuit financieel oogpunt tot de mogelijkheden behoren. Daarom is deze maatregel nader onderzocht op kosten en effecten. Uitgangspunt hierbij is het toepassen van een dunne deklaag (type A of B) op het wegvak van de Rosestraat tussen de rotonde met de Vuurplaat en de kruising met de Steven Hoogendijkstraat. Door op dit wegvak voldoende afstand te houden tot de kruising en rotonde wordt voorkomen dat er hogere onderhoudskosten bijkomen door afremmend en optrekkend verkeer. Het wegvak dat in dit geval wordt voorzien van een dunne deklaag heeft een lengte van circa 335 meter en breedte van circa 5 meter per gescheiden rijbaan.
In totaal betreft het dus een oppervlakte van circa 3.350 m2. De initiële kosten van een dergelijke dunne deklaag zijn nagenoeg gelijk aan een reguliere asfaltverharding, maar het onderhouden van een dunne deklaag wordt op termijn €10 tot €20 per vierkante meter duurder. Nader overleg met de betrokken partijen (o.a. projectontwikkelaar en gemeente) wordt noodzakelijk geacht. Een andere bronmaatregel is het verlagen van de verkeerssnelheid of de verkeersintensiteit. Aangezien de Rosestraat tot de hoofdstructuur van het plaatselijke wegennet behoort, zal het wijzigen van de rijsnelheid of veranderen van de verkeersafwikkeling stuiten op bezwaren van verkeers- en vervoerskundige aard. 6.2
Overdrachtsmaatregelen
Overdrachtsmaatregelen zijn het plaatsen van een scherm of het zodanig positioneren van de appartementengebouwen dat aan de voorkeursgrenswaarden wordt voldaan. Omdat de voorkeursgrenswaarde juist op hoogte wordt overschreden, zal een hoog scherm moeten worden toegepast op korte afstand van de gebouwen of de wegen. Een dergelijk hoog scherm, aaneengesloten toe te passen in een binnenstedelijke situatie stuit op bezwaren van stedenbouwkundige aard en verkeersveiligheid. In voorliggende situatie wordt door de beoogde nieuwbouw het bouwblok afgerond tot een gesloten bouwblok, in lijn met de bestaande bebouwing. Qua vormgeving van het gebouw wordt onderscheid gemaakt in drie verschillende bouwhoogtes, waardoor sprake is van een getrapt gebouw. De overschrijding van de voorkeursgrenswaarde vindt daarom alleen plaats vanaf de zevende bouwlaag bij de zuidwestgevel van gebouw A en B. Een overweging kan zijn om de hoogte van de beide bouwdelen hierop aan te passen. De karakteristieke vormgeving die het gebouw in het huidige ontwerp heeft, wordt daarmee wel teniet gedaan. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt kan deze maatregel dus op bezwaren stuiten. Ook wordt het aantal te creëren appartementen hiermee flink beperkt, hetgeen op bezwaren van financiële aard kan stuiten.
Ook is onderzocht of de oppervlakte van de beide bouwdelen vanaf de zevende bouwlaag kan worden beperkt, zodat de bouw inspringt, waarmee de zuidwestgevel verder van de Rosestraat af komt te liggen. Indien zelfs een halvering van de diepte van gebouw A en B wordt toegepast, levert dit slechts een geluidreductie op van 1 dB, waarmee dit niet leidt tot het opheffen van de overschrijding van de voorkeursgrenswaarde. Deze maatregel is daarmee niet doelmatig.
VL.2074.R01.rev1
pagina 21
04-11-2020
Akoestisch onderzoek herontwikkeling Persoonsstraat 1 Rotterdam
6.3
Maatregelen bij de ontvanger
Omdat het akoestisch onderzoek heeft aangetoond dat maatregelen aan de bron misschien mogelijk zijn, maar maatregelen in de overdrachtssfeer zeker niet om de geluidbelasting naar de voorkeursgrenswaarde terug te brengen, dient rekening gehouden te worden met een hogere geluidbelasting op de gevels vanaf de zevende bouwlaag van gebouw A en B en daarmee samenhangend een compensatie van deze geluidbelasting door het treffen van maatregelen bij de ontvanger, dus aan de gebouwen zelf. Dit is mogelijk door al bij de constructie van de gevel rekening te houden met een hogere geluidsbelasting en de benodigde geluidwerende maatregelen toe te passen. Om te kunnen bepalen welke maatregelen genomen moeten worden, is het noodzakelijk de geluidwering van de gevels te berekenen en deze te toetsen aan het Bouwbesluit. De minimumeis voor de karakteristieke geluidwering van woningen is op grond van het Bouwbesluit 20 dB. Daarnaast is in het Bouwbesluit bepaald dat de karakteristieke geluidwering van de gevel niet kleiner mag zijn dan het verschil tussen de vastgestelde hogere waarde en 33 dB in een verblijfsgebied. De geluidbelasting op de gevels waar mee gerekend moet worden is exclusief aftrek ingevolge art. 110g van de Wet geluidhinder.
Dit betekent dat in onderhavige situatie, waarbij vooralsnog een hogere waarde dient te worden vastgesteld van ten hoogste 50 dB (vanwege de Rosestraat), de karakteristieke geluidwering van de appartementen bij de bovenste bouwlagen van gebouw A en B tenminste dient te voldoen aan GA,k = 22 dB (50 dB + 5 dB – 33 dB) voor een verblijfsgebied. Voor een verblijfsruimte geldt een eis van GA,k = 20 dB, overeenkomend met de minimumeis van het Bouwbesluit. Omdat de hoogste gecumuleerde geluidbelasting vanwege alle geluidsbronnen 57 dB bedraagt, wordt met een karakteristieke geluidwering van de uitwendige gevelconstructie van tenminste 22 dB niet zondermeer een goed akoestisch woon- en leefklimaat in de appartementen gewaarborgd. Hiervoor dient de karakteristieke geluidwering met 2 dB te worden opgehoogd tot minimaal 24 dB. Omdat de cumulatieve geluidbelasting toch het meest de werkelijke situatie benaderd, wordt een geluidwering van minimaal 24 dB bij de appartementen vanaf de zevende bouwlaag in onderhavige situatie wel geadviseerd. Een dergelijke geluidwering wordt bij nieuwbouw vrij eenvoudig behaald, zeker als gebruik wordt gemaakt van een gebalanceerd ventilatiesysteem met mechanisch luchttoevoer.
Een aanvullende berekening van de karakteristieke geluidwering van de uitwendige gevelconstructie wordt daarom niet noodzakelijk geacht, maar dit is echter formeel ter beoordeling aan de vergunningverlenende instantie. 6.4
Gemeentelijk geluidbeleid
Aangezien de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden vanwege de Rosestraat is het gemeentelijke geluidbeleid in onderhavige situatie van toepassing. Eén van de harde criteria van het gemeentelijke ontheffingsbeleid is het creëren van minimaal één geluidluwe gevel en buitenruimte. Als er geen buitenruimte aanwezig is, wordt met de aanwezigheid van een geluidluwe gevel voldoende kwaliteit gerealiseerd. De hoogst toelaatbare geluidbelastingen voor geluidluwe gevels en buitenruimten per geluidbron (aan de hand van de dosismaat Lden) is voor wegverkeer de gecumuleerde geluidsbelasting van alle gezoneerde wegen. Deze mag niet hoger zijn dan 53 dB na aftrek conform artikel 110g uit de Wgh. In onderhavige situatie is de geluidbelasting vanwege de enige gezoneerde weg ten hoogste 50 dB na aftrek artikel 110g Wgh en vanwege al het wegverkeer, dus inclusief niet gezoneerde wegen en na aftrek art. 110g Wgh, niet meer dan 52 dB en is dus in het huidig ontwerp bij alle appartementen sprake van de aanwezigheid van minimaal één geluidluwe gevel.
VL.2074.R01.rev1
pagina 22
04-11-2020
Akoestisch onderzoek herontwikkeling Persoonsstraat 1 Rotterdam
7
SAMENVATTING EN ADVIES
De berekende geluidbelasting vanwege de Rosestraat bedraagt ten hoogste 50 dB, daarmee niet overal wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wgh. Vanwege de meest nabij gelegen 30 km/u wegen in de omgeving van de planlocatie bedraagt de geluidbelasting ten hoogste 51 dB en wordt dus de richtwaarde van 48 dB overschreden. De enige maatgevende weg is hierbij de Oranjeboomstraat. Maatregelenonderzoek om de geluidbelasting vanwege de Rosestraat te reduceren tot de voorkeursgrenswaarde heeft uitgewezen dat voor het toepassen van de bronmaatregel in de vorm van een dunne deklaag eerst nader overleg noodzakelijk is met de betrokken partijen om de afweging van het effect in relatie tot de kosten goed te kunnen maken en dat alle andere bron- en overdrachtsmaatregelen op problemen stuiten van doelmatige, verkeerskundige, financiële of stedenbouwkundige aard. Voor het vaststellen van een hogere waarde mag volgens de Wet geluidhinder de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai niet hoger zijn dan 63 dB voor woonbestemmingen in stedelijk gebied. De geluidbelasting is vanwege de Rosestraat niet meer dan 50 dB, waarmee aan deze voorwaarde overal voldaan wordt. Voor het vaststellen van een hogere waarde dienen bovendien alle appartementen, volgens het gemeentelijk geluidbeleid, te beschikken over minimaal één geluidluwe gevel.