21bb5085 Annotatie Evaluatie Social Return
Tekst van het document
l
Annotatie Gemeenteraad
Raadscommissie Werkgelegenheid, Inkomen, Integratie, Schuldenaanpak en Armoedebestrijding
Secretariaat: Griffie Van: R.D. Weststrate E-mail: r.weststrate@griffie.rotterdam.nl
Aan:
Commissie Werkgelegenheid, Inkomen, Integratie, Schuldenaanpak en Armoedebestrijding
Onderwerp: Evaluatie Social Return
Telefoon: (010) 267 34 48 Bezoekadres: Stadhuis Coolsingel 40 Rotterdam Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Kenmerk: 21bb5085 Datum: 15 april 2021
Overlegvergadering 21 april 2021 Agendapunt 2.03 1. Doel van de bespreking Het bespreken van: - de Evaluatie Social Return - de afdoening motie Yildirim en Buyuckcifci ‘Social Returnbeleid Vooruit’, 20bb3407, en - de afdoening toezegging 'Plaatsing vrouwelijke social-return kandidaten, 20bb3032. 2. Geschiedenis Op 28 november 2019 heeft de raad, na de commissiebehandeling op 20 november 2019, op basis 19bb20996, collegebrief over doorontwikkeling van social return en 19bb21167, actieprogramma doorontwikkeling social return 2019-2022, de vermelde doorontwikkeling behandeld. Het college heeft toen aangekondigd uiterlijk de eerste helft 2021 een evaluatie/effectmeting van het nieuwe social returnbeleid toe te sturen. Op 12 maart 2020, na de commissiebehandeling van 4 maart 2020, heeft de raad op basis van het raadsvoorstel 20bb2683 het rapport van de rekenkamer Rotterdam 'Een opdracht voor de stad’, onderzoek naar toepassing en resultaten social return, 20bb1851, behandeld. De raad heeft de in het rapport getrokken hoofdconclusies onderschreven en de gedane aanbevelingen overgenomen. Daarbij is het college opgedragen ter uitvoering van de aanbevelingen een plan van aanpak op te stellen en daarover uiterlijk de eerste helft 2021 aan de raad te rapporteren.
Tijdens die raadsbehandeling is de motie van de raadsleden Yildirim en Buyuckcifci ‘Social Returnbeleid Vooruit’, 20bb3407, aangenomen. Tijdens de commissiebehandeling van 4 maart 2020 is de toezegging 'Plaatsing vrouwelijke social return kandidaten', 20bb3032, gedaan. 3. Te bespreken stukken - 21bb4238, Collegebrief d.d. 13 april 2021 over Evaluatie Social Return Daarbij betrekken:
blad: 2/3
- 21bb3082, afdoeningsvoorstel d.d. 16 maart voor de motie ‘Social return bij gemeentelijke deelnemingen’, 20bb3431 (College wijst op dit voorstel. Motie is via pv 24 maart 2021 commissie MPOF afgedaan.)
4. Aandachtspunten Het college stelt dat de uitkomsten van het rekenkamerrapport 'Een opdracht voor de stad’ duidelijke aanbevelingen verschaften die de verbeterplannen verder ondersteunen. De raad heeft op 12 maart 2020, uit het rekenkamerrapport, de volgende aanbevelingen overgenomen: 1. Bevorder dat meer social returnkandidaten uit Rotterdam worden geplaatst, door zelf een actieve rol te nemen in het bewerkstelligen dat zij ‘meer werkfit’ worden (bijvoorbeeld door training en begeleiding voorafgaand aan plaatsing), in plaats van deze taak bij opdrachtnemers neer te leggen. 2. Onderzoek welke factoren plaatsing van werkzoekenden uit Rotterdam-Zuid belemmeren, zodat daarna gerichte maatregelen kunnen worden genomen om hun plaatsing te bevorderen. 3. Bevorder proportionele toepassing van social return door een toetsingskader op te stellen, dat in ieder geval: -
niet meer het uitgangspunt bevat dat social return boven een grensbedrag nagenoeg altijd moet worden toegepast;
-
recht doet aan de proportionaliteitscriteria van de Aanbestedingswet.
4. Borg de adviserende rol van het WSPR over social return in het aanbestedingsproces zodanig dat dat het WSPR hierin altijd en tijdig wordt betrokken en kan adviseren aan de hand van het toetsingskader. 5. Stel een escalatiemodel in voor gevallen waarin verschil van inzicht bestaat tussen het WSPR enerzijds en de afdeling Inkoop en/of het inkopende cluster anderzijds over de wenselijkheid of de mate van toepassing van social return in een aanbesteding. 6. Organiseer geautomatiseerde communicatie tussen de gemeentelijke registratiesystemen voor inkoop (Oracle) en voor social return (SIRO of de geplande opvolger van dit systeem) zodanig dat: -
het WSPR altijd op de hoogte is van contracten met een social returnverplichting, waarmee deze verplichting nooit een ‘dode letter’ in een contract kan zijn;
-
het voor de gemeente geheel duidelijk is op hoeveel contracten een social returnverplichting rust en hier geen schattingen meer naar hoeven worden gedaan;
-
het WSPR beter is geïnformeerd hoeveel geld de gemeente op een contract daadwerkelijk heeft uitgegeven, waarmee er vervolgens een actueel inzicht is hoe groot de werkelijk geldende social returnverplichting op het contract is.
7. Overweeg om het in aanbeveling 3 genoemde toetsingskader te verbreden naar de onderwerpen duurzaamheid en circulariteit, die naast social return
blad: 3/3
deel uitmaken van het beleid Maatschappelijk Verantwoord Inkopen. Borg in dat geval ook interne advisering en escalatie over deze thema’s in het aanbestedingsproces. De hiervoor vermelde aanbevelingen heeft het college vertaald naar een verbeterplan met de volgende 4 thema’s: 1. Het (beter) borgen van social return binnen de organisatie. 2. Onderzoek in hoeverre Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI) kan aansluiten bij de social return werkprocessen en organisatie. 3. Social return kandidaten Werkfit maken. 4. Evaluatie naar belemmerende factoren bij NPRZ. Het college wijst er op dat coulancemaatregelen vanwege de Corona-pandemie betekenen wel dat ‘we een pas op de plaats hebben moeten zetten wat betreft het verder concretiseren van de nieuwe beleidsambities en het behalen van de resultaten.’ In het Actieprogramma Dóórontwikkeling social return 2019-2022 zijn 5 ontwikkelsporen opgenomen. Langs die sporen licht het college de stand van zaken toe en geeft het college aan welke stappen nog zullen worden gezet. Het gaat om de volgende sporen: 1. Herijking van de (regionale) spelregels social return. 2. Uitbreiden van het aantal partners dat social return toepast bij het eigen inkoopbeleid. 3. Social return en subsidies. 4. Innoveren en experimenteren (waaronder verminderen administratieve lastendruk). 5. Harmonisatie van de toepassing van social return in de arbeidsmarktregio.
Het college stelt voor af te doen: - motie Yildirim e.a. ‘Social Returnbeleid vooruit’, 20bb3407, en - toezegging ‘man-vrouw verhouding’, 20bb3032. 5. Financiële en juridische consequenties Worden door college niet van toepassing geacht. 6. Verdere procedure Volstaat commissiebehandeling of wordt raadsbehandeling gewenst?