21bb4486 Afdoeningsvoorstel burgemeester toezeggingen 21bb4122 en 21bb4124 over commissiedebat WhatsApp groep politie
Tekst van het document
ing. A. Aboutaleb Burgemeester
Bezoekadres: Stadhuis Coolsingel 40 3011 AD Rotterdam Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam
Aan de raadscommissie Veiligheid en Bestuur
Website: www.rotterdam.nl E-mail: bbo@rotterdam.nl Cluster: Directie Veiligheid Ons kenmerk: 21bb004486 Datum: 6 april 2021 Betreft: afdoening toezeggingen commissiedebat WhatsApp groep politie
Geachte leden van de raadscommissie, Tijdens de raadscommissie Veiligheid & Bestuur van 25 maart jongstleden spraken wij over de uitkomsten van het onderzoek naar uitlatingen van politieagenten in een WhatsApp groep. Daar aan voorafgaand vond een technische sessie van de politie plaats over het programma ‘politie voor iedereen’. In de raadscommissie heb ik u twee toezeggingen gedaan, die ik met deze brief gestand wil doen. Daarnaast zijn er twee andere toezeggingen gedaan die ik later zorgvuldig af zal doen. Berichten in WhatsApp groep en aanleiding onfatsoenlijke/discriminerende apps In de raadscommissie werd gevraagd of de aanleiding voor de racistische apps, zoals deze in eerdere correspondentie beschreven is, wel klopt. Ik heb toegezegd om op deze vraag schriftelijk terug te komen (21bb4124). Vanaf 6 juli 2018 tot en met 25 maart 2019 maakten negen politieagenten deel uit van een WhatsApp groep die laatstelijk bekend stond als de ‘Jan Smit-WhatsApp groep’. De deelnemers aan deze groep kenden elkaar van het werk maar gingen ook in hun vrije tijd met elkaar om en wisselden via de groep zowel aan het werk gerelateerde als meer persoonlijke berichten uit. Op 21 januari 2019 doen politieagenten naar aanleiding van een vechtfilmpje met jongeren in Spijkenisse discriminerende uitlatingen in de WhatsApp groep. Na ongeveer tien minuten heeft een agent de WhatsApp groep verlaten.
Deze agent heeft nadien verklaard dat hij zich zeer geraakt voelde door de in zijn ogen racistische c.q. discriminerende gedachtewisseling binnen de groep. Om die reden heeft deze agent het gesprek na enkele weken voorgelegd aan een leidinggevende en heeft hij daarbij de behoefte kenbaar gemaakt om met de deelnemers aan de gedachtewisseling in gesprek te gaan. Met drie deelnemers aan de gedachtewisseling heeft zo’n gesprek plaatsgevonden op 24 en 25 maart 2019. In dit overleg heeft de agent die de WhatsApp groep had verlaten zijn ongenoegen over de gedachtewisseling uitgesproken, hebben de betrokken agenten hiervoor excuses aangeboden en heeft de agent die de WhatsApp groep had verlaten die excuses aanvaard. Daarmee beschouwde de collega die de WhatsApp groep had verlaten, evenals de betrokken leidinggevenden, de kwestie als afgedaan. De teamleiding heeft de districtsleiding niet ingeschakeld. Wel hebben zij de agenten gewaarschuwd niet in herhaling te vallen en hebben zij de opdracht gegeven om de voornoemde WhatsApp groep op te heffen, wat op 25 maart 2019 ook is gebeurd. Eind juni 2020 heeft één van de agenten van de inmiddels opgeheven WhatsApp groep zich gewend tot zijn teamchef, omdat hij over het gesprek op 21 januari 2019 was benaderd door een journalist.
De teamchef in kwestie heeft daarop contact opgenomen met het toenmalige sectorhoofd van het district Rotterdam-Stad.
Blad:
2/3
Hierdoor nam de districtsleiding kennis genomen van de gedachtewisseling. De eenheidsleiding werd ook geïnformeerd. In de driehoek van 30 juni is de burgemeester door de plaatsvervangend politiechef geïnformeerd over de discriminerende app berichten naar aanleiding van het vechtfilmpje uit Spijkenisse. De volgende dag, op 1 juli, is de raad hierover geïnformeerd. Het NRC deed op 1 juli 2020 verslag van de discriminerende app berichten van politieagenten naar aanleiding van het filmpje uit Spijkenisse. Na 1 juli volgden een strafrechtelijke en een disciplinair onderzoek naar de discriminerende en andere onfatsoenlijke uitlatingen in de WhatsApp groep. Medio oktober 2020 was het disciplinaire onderzoek afgerond. Uit de onderzoeken is gebleken dat gedurende de tijd dat de WhatsApp groep actief was, er op meerdere momenten onfatsoenlijke/discriminerende uitspraken zijn gedaan. Voór 1 januari 2019 zijn er op vier momenten zulke uitspraken gedaan. De eerste beoordeelde uitlating in de WhatsApp groep in het licht van plichtsverzuim is gedaan op 22 november 2018. Toen plaatste een agent in de WhatsApp groep een foto van een neergestoken hulpverlener met het onderschrift: “Ok….lekker man, die paupers helpen.” Ná 21 januari 2019 zijn er nog twee momenten geweest waar onfatsoenlijke/discriminerende uitlatingen zijn gedaan.
Deze berichten zijn allemaal meegewogen in het opleggen van een disciplinaire straf. Ook de twee onafhankelijke commissies (Landelijke Strafmaat Overleg en de Adviescommissie Grondrechten en Functie-uitoefening Ambtenaren Politie) die zich hebben gebogen over de strafmaat hebben deze uitspraken meegewogen. In de reeds openbare adviezen van de AGFA (waar ik u op 30 maart jl. op heb gewezen) is te lezen op welke momenten welke uitspraken zijn gedaan. Veilige meldcultuur politie (toezegging 21bb4126) In de raadscommissie heb ik bevestigd dat ik samen met de driehoek de komende tijd in blijf zetten op een veilige meldcultuur. In de afdoening van de motie ‘maar niet weten waar de klepel hangt’ (21bb3908) heb ik uiteengezet hoe het doen van meldingen over discriminatie binnen de politie wordt bevorderd, hoe hier goede opvolging aan wordt gegeven en hoe melders worden beschermd. De eenheidsleiding van de politie stimuleert dat signalen van ongewenst gedrag bespreekbaar worden gemaakt bij de (direct-)leidinggevenden en eventueel de eenheidsleiding. Het doen van een melding mag niet als een hoge drempel worden ervaren. Daarom zijn er binnen en buiten de politie verschillende plekken waar (als dan niet in vertrouwen) signalen kunnen worden gedeeld en besproken. Verder gaat de driehoek de aantallen en soort discriminatie meldingen periodiek bespreken.
Zo houdt de driehoek hier structurele aandacht voor dit onderwerp. Beantwoording van vragen gesteld in de technische sessie (21bb4122) Naar aanleiding van de technische sessie van de politie heeft uw raadscommissie een aantal vragen gesteld dat nog niet ter plekke kon worden beantwoord. Deze vragen gingen onder meer over het handelingskader professioneel controleren, de meetbaarheid van de ambities van het programma politie voor iedereen en de in- en uitstroom bij de politie van mensen met een diverse achtergrond. De politiechef heeft toegezegd deze vragen later schriftelijk te zullen beantwoorden. De politie werkt aan een goed en zorgvuldig overzicht van antwoorden op deze openstaande en de reeds in de technische sessie beantwoorde vragen. U ontvangt deze antwoorden zo spoedig mogelijk. Meetbaar maken effecten programma’s (21bb4125) Verder is toegezegd dat de politie aan de slag gaat met het meetbaar maken van de effecten van de verschillende programma's en aanpakken die zijn toegelicht in de technische sessie. U ontvangt nader bericht hoe de politie deze effecten meetbaar maakt.
Blad:
3/3
Ik vertrouw erop dat ik u hiermee voldoende heb geïnformeerd en de toezeggingen 21bb4122 en 21bb4124 heb afgedaan.
Met vriendelijke groet,
Ing. A. Aboutaleb Burgemeester