CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb4280 Beantwoording vragen Arsieni over De gebeten hond

Gemeenteraad 8 april 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 13. Inzet politiehonden.2.744 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rotterdam, 31 maart 2021.

21bb4280

Onderwerp: Beantwoording van de schriftelijke vragen van het raadslid N. Arsieni (D66) over De gebeten hond? Portefeuillehouder: A. Aboutaleb

Aan de Gemeenteraad. Op 11 maart 2021 stelde N. Arsieni (D66) het college schriftelijke vragen over ‘De gebeten hond?’. (21bb3247) Gezien de aard van de vragen wordt geacht dat deze aan de burgemeester zijn gesteld. Inleidend wordt gesteld: ‘D66 Rotterdam staat voor een veilig en rechtvaardig optreden door de politie. Wij stelden daarom al eerder schriftelijke vragen over politiehonden, naar aanleiding van een aanhouding in Rotterdam Zuid waarbij de arrestant ernstige verwondingen overhield na een heftig bijtincident met een politiehond. D66 Rotterdam weet dat politiehonden buitengewoon nuttig zijn in het werk van de politie, maar vindt het wel van belang dat dit op een veilige manier gebeurt. Voor mens, en dier! Wij schrikken van de uitzending van onderzoeksprogramma Zembla (van 11 maart jl.) waaruit blijkt dat politiehonden die bij particuliere verenigingen in opleiding zijn, worden mishandeld met schoppen, stokslagen en stroomapparatuur. Deze mishandelingen zijn volgens de verenigingen nodig, omdat “je de honden anders niet de baas kunt”. Het is dan ook niet verrassend dat politiehonden niet naar commando’s luisteren, zoals we bij het incident op de Hilledijk konden zien. Klokkenluiders stellen dat het incident niet op zichzelf staat, maar dat er nog steeds in Nederland op grote schaal honden worden mishandeld.

De voorzitter van een Brabantse vereniging zegt dat de politie weet van de mishandelingen daar, omdat die ook te zien zijn als ze komt kijken om de honden aan te kopen. De klokkenluiders zien ook een grote verwevenheid tussen de politie en de KNPV. De politie neemt er bijna al haar honden van af, hondengeleiders van de politie trainen ook bij de KNPV en politiemensen bekleden er bestuursfuncties. Daardoor zou de politie niet voldoende optreden tegen dierenmishandeling door KNPV-leden. De Nationale Politie ontkent de verwevenheid met de KNPV. Het staat individuele agenten volgens de politie vrij om lid te zijn van een vereniging of daar een bestuursfunctie te bekleden. “Er is geen sprake van een formele relatie”. Echter noemt de Nationale Politie het "onwenselijk als er politiemensen zijn, die weet hebben van mishandelingen binnen de KNPV en dat niet melden." Als daarvoor aanwijzingen zijn, zal de politie tegen hen optreden, zo laat de Nationale Politie weten.’ Hieronder volgen de vragen en mijn beantwoording:

Registratienummer dienst: 21bb Behandelaar: T. Stelpstra

pagina 1

Vraag 1: Hoeveel meldingen van mishandelingen van politiehonden zijn er binnen de regio Rotterdam gemaakt? Antwoord: Sinds 2019 twee. In 2019 is er een onderzoek geweest over misstanden bij een hondenvereniging waar een politiemedewerker betrokken bij zou zijn. Dit onderzoek heeft geleid tot ontslag van de medewerker. Daarnaast is er recent aangifte gedaan tegen een politiemedewerker. In de aangifte wordt gesproken over ruzies binnen de hondensportvereniging en over het mishandelen van een hond. Deze aangifte is in behandeling genomen. Vraag 2: Hoe wordt er geacteerd op het moment dat er melding wordt gemaakt van dierenmishandeling binnen de Rotterdamse afdelingen van de KNPV? Hoe kunnen we meer dierenleed voorkomen? Antwoord: Wanneer er een melding dierenmishandeling bij de politie binnenkomt, gebruikt het Operationeel Centrum een uitvraagprotocol om meer informatie te verkrijgen over de mishandeling. Bij het uitvragen wordt duidelijk welke specialisten ingeschakeld moeten worden (bijv. dierenarts, forensisch dierenarts, veearts, etc.) Wanneer het een melding heterdaad betreft, wordt de melding uitgezet bij een eenheid (net zoals bij alle andere meldingen). Die politiemedewerkers nemen de eerste noodzakelijke maatregelen en schakelen specialisme in, zoals een dierenarts.

In ieder basisteam is er een taakaccenthouder dierencriminaliteit GGP die de collega’s kunnen bevragen voor expertise. Net als bij alle andere zaken is het aanbod van zaken groter dan de politie kan oppakken en dus wordt er prioriteit bepaald wanneer er te veel meldingen zijn voor het aantal beschikbare eenheden. Het kan dus voorkomen dat een dierenmishandeling op een later moment van de dag of in de week wordt opgepakt. Vraag 3: Hoeveel agenten vanuit de Rotterdamse eenheid zijn lid van de KNPV? En hebben zij meldingen gemaakt van zulke mishandelingen? Antwoord: Het is ons bekend dat er drie politiemedewerkers van de eenheid Rotterdam lid zijn van de KNPV, waarvan er twee een bestuursfunctie hebben. Het lid zijn van een hondensportvereniging (en van vele andere verenigingen) valt niet onder de verplichting in de Ambtenarenwet van het melden van nevenwerkzaamheden. Om die reden heeft de eenheid Rotterdam geen zicht op het totaalaantal medewerkers in de eenheid dat lid is van de KNPV of hondensportverenigingen die aangesloten zijn bij de KNPV. De KNPV is een overkoepelend instituut waarbij hondensportverenigingen door heel Nederland zijn aangesloten. Vraag 4: Worden politiehonden vanuit de Brabantse KNPV ingezet binnen de Rotterdamse eenheid? Registratienummer dienst: 21bb Behandelaar: T. Stelpstra

pagina 2

Antwoord: In 1907 werd de Nederlandse PolitiehondenVereniging (NPV) opgericht en in 1912 werd dat de Koninklijke Nederlandse Politiehondenvereniging (KNPV). Iedere provincie kent een eigen “afdeling” van de KNPV. Binnen een afdeling zijn leden verenigd in clubs, oftewel KNPV-verenigingen. Als iemand een hond wil opleiden tot politiehond, dan zijn alleen de KNPV-certificaten (PH1 en PH2) voor dat doel erkend. Als iemand een hond wil gaan africhten tot politiehond, dan moet deze persoon lid worden van zowel de lokale vereniging als van de KNPV. Die honden worden verkocht aan politie, defensie en andere Nederlandse overheidsdiensten, maar er is ook een forse, internationale afzetmarkt. Er bestaat veel diversiteit tussen de onderscheiden verenigingen. Politiehonden van de Eenheid Rotterdam worden aangeschaft van particulieren die honden trainen en die aangesloten zijn bij hondensportverenigingen. Zoals toegelicht, kunnen die hondensportverenigingen lid zijn van de KNPV. In Brabant zijn er dus ook meerdere hondensportverenigingen lid van de KNPV. Vanuit de eenheid Rotterdam worden er geen honden aangekocht waarvan zij weten dat zij mishandeld zijn tijdens de training. De politiehonden die bij de eenheid Rotterdam in dienst zijn, zijn voor zover bekend niet aangeschaft van particulieren die aangesloten zijn bij de betreffende Brabantse vereniging uit de tv-uitzending van Zembla.

Vraag 5: Wordt er binnen de trainingen in Rotterdam getraind met stroomstoten? Antwoord: Op dit moment is er een totaalverbod van stroomimpulsen in de maak, met daarin enkele uitzonderingen als ultimum remedium. Het gebruik van stroomimpulsen wordt binnen de eenheid Rotterdam nog in een enkel geval toegepast als ultimum remedium. Dit gebeurt pas nadat alle andere opties zijn uitgelopen, na overleg tussen instructeurs en de leiding van het Team Surveillancehonden. De stroomimpulsen worden binnen de eenheid Rotterdam op de volgende manier toegediend. De hond krijgt een halsband om met daaraan een kastje. Door middel van dat kastje kunnen door de hondengeleider stroomimpulsen op verschillende niveaus gegeven worden indien dat noodzakelijk is. Het geven van een stroomimpuls heeft als doel om het ongewenste gedrag af te leren. Bij ongewenst gedrag, krijgt de hond een stroomimpuls. Dit middel wordt pas ingezet, nadat de andere opties geen effect hebben gehad. Het is de bedoeling dat de hond het ongewenste gedrag gaat associëren met een stroomimpuls en daardoor het ongewenste gedrag niet meer laat zien. Daardoor is het geven van een stroomimpuls op termijn niet meer nodig. Vraag 6: Hoe wordt ervoor gezorgd dat honden die worden getraind met stroomstoten ook

Registratienummer dienst: 21bb Behandelaar: T. Stelpstra

pagina 3

luisteren naar commando’s zonder stroomstoten? Een hondengeleider is immers niet altijd dichtbij de hond op het moment dat hij moet loslaten. Antwoord: De hondengeleider is wel degelijk dichtbij de hond wanneer hij los moet laten. Dit is voorgeschreven in de Ambtsinstructie waarin is aangegeven dat het inzetten van een politie-surveillancehond slechts geoorloofd is onder het direct en voortdurend toezicht van een geleider. Het geven van een stroomimpuls heeft als doel om het ongewenste gedrag af te leren. Bij ongewenst gedrag, krijgt de hond een stroomimpuls. Het is de bedoeling dat de hond het ongewenste gedrag gaat associëren met een stroomimpuls en daardoor het ongewenste gedrag niet meer laat zien. Vraag 7: Bij het voorval aan de Hilledijk werd een politiehond door een autoraam naar binnen gegooid. Minister Grapperhaus meldde aan de Tweede Kamer dat dit niet conform de ambtsinstructie is. Hoe wordt deze benadering van arrestanten voor de toekomst uitgesloten? Blijkens een trainingsvideo van de Rotterdamse politie wordt hier namelijk juist op getraind. Is het door een raam benaderen van een arrestant geschrapt als onderdeel van de training van politiehonden in Rotterdam? Antwoord: De politiehond door een autoraam naar binnen begeleiden, maakt deel uit van de training van politiehonden.

Er kunnen zich situaties voordoen dat een hond op die wijze moet worden ingezet bijvoorbeeld om een gevaarlijke, bewapende verdachte aan te houden. Uiteraard dient die inzet te voldoen aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Een politiehond moet moedig zijn om zijn werk uit te oefenen. Die moed komt het beste tot uiting in een voor de hond bekende situatie. Daarom moet de hond tijdens de training zoveel mogelijk reële situaties waarin de hond mogelijk moet worden ingezet, aangeboden krijgen. Het werken in kleine ruimtes is hiervan een voorbeeld. De oefening waarbij de hond door het autoraam naar binnen begeleid wordt, is één van de mogelijkheden om het werken in kleine ruimtes te trainen. Er zijn meerdere eenheden die op deze manier trainen. Er zijn ook eenheden die het werken in kleine ruimtes oefenen in kruipruimtes. Er kunnen zich situaties voordoen dat een hond een gevaarlijke, bewapende verdachte aan moet houden in een kleine ruimte. Uiteraard dient die inzet te voldoen aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Vraag 8: Het Openbaar Ministerie heeft besloten om geen strafrechtelijk onderzoek te starten naar deze kwestie, omdat het slachtoffer in kwestie akkoord zou zijn gegaan met een door de politie aangeboden schadevergoeding. Nu blijkt dat het slachtoffer nooit een schadevergoeding geaccepteerd heeft.

Waarom besluit het Openbaar Ministerie nu niet om alsnog een strafrechtelijk onderzoek te starten naar dit incident?

Registratienummer dienst: 21bb Behandelaar: T. Stelpstra

pagina 4

Antwoord: Dat het OM geen strafrechtelijk onderzoek is gestart omdat het slachtoffer in kwestie akkoord zou zijn gegaan met een door de politie aangeboden schadevergoeding, is een onjuiste aanname. Het OM is van oordeel dat ten aanzien van het gebruikte politiegeweld, te weten de inzet van de politiehond, deze niet voldoet aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. De politie was gerechtigd om de man in de auto aan te houden, te weten voor het verstoren van de openbare orde en voor de veiligheid van hemzelf, en die van omstanders. De politie mocht daarbij ook geweld gebruiken, de man werkte immers niet mee. Maar de politiehond is het op één na (na het vuurwapen) zwaarste geweldsmiddel. Het relatief lichte feit waarvoor de man werd aangehouden, staat niet in verhouding tot de ernst van dat geweldsmiddel. Deze conclusie leidt echter niet zonder meer tot dagvaarding voor mishandeling, dat is immers het ‘opzettelijk lichamelijk leed toebrengen aan een ander’. Er was in deze situatie een noodzaak om in te grijpen. En dat was ook de taak van de betrokken politieambtenaren. Gelet daarop, en ook door de eigen opstelling van de man mee te wegen, is het OM tot het oordeel gekomen dat er anders dan strafrechtelijk diende te worden ingegrepen. Namelijk door de politie-eenheid Rotterdam zelf. Dat doet volgens het OM het meest recht aan de situatie.

Als uit de rechtspraak blijkt dat twijfel en kritiek op de keuze en de effectiviteit van een ingezet geweldsmiddel en de conclusie na evaluatie dat er sprake is van een onjuist en disproportioneel geweldsmiddel, dit niet zonder meer leidt tot een verdenking waarvoor strafvervolging is aangewezen. Alle aspecten van de zaak moeten hiertoe worden afgewogen. Deze afweging is door het OM gedaan.

Vraag 9: Zowel de diensthond als hondengeleider worden nog steeds ingezet door de Rotterdamse politie, klopt dat? Zo ja, kan het college toelichten waarom? Antwoord: Het klopt dat de hondengeleider en de diensthond ingezet worden in de eenheid Rotterdam. Het gebruik van de politiehond in het geval van de casus aan de Hilledijk was niet proportioneel. De hondengeleider heeft hier een disciplinaire straf voor gekregen. Daarnaast is van deze casus een leercasus gemaakt en breed uitgeleerd binnen het Team Surveillancehonden. Dit betekent niet dat de hondengeleider en diensthond niet inzetbaar zijn op straat. Vraag 10: Hoe zorgt Rotterdamse politie dat de nieuwe Ambtsinstructie in de trainingen met politiehonden wordt geïmplementeerd? De inzet van politiehonden mag in de toekomst immers alleen nog maar plaatsvinden bij aanhoudingen van arrestanten waarbij geweld dreigt?

Registratienummer dienst: 21bb Behandelaar: T. Stelpstra

pagina 5

Antwoord: In 2009 is het adviesrapport ‘de gebeten hond’ uitgekomen. Het Team Surveillancehonden heeft de aanbevelingen uit dit adviesrapport overgenomen en zij trainen en werken conform die aanbevelingen en de huidige Ambtsinstructie. Daarnaast trainen en werkt de eenheid Rotterdam ook conform het concept van de nieuwe Ambtsinstructie, zoals in de Staatscourant is gepubliceerd. Vraag 11: De Nationale Politie vindt het onwenselijk als er politiemensen zijn, die op de hoogte zijn van mishandelingen maar deze niet melden. Welke verklaring is er dat dit niet gemeld wordt? Antwoord: Het is bij de politie-eenheid niet bekend dat er mishandelingen zijn die niet gemeld zijn. Verder wordt gesteld: ‘Uit onderzoek naar politiegeweld in 2016 van dr. J.S. Timmer blijkt dat de inzet van de diensthond een constant aandeel van ongeveer 5% van alle voorvallen met politiegeweld uitmaakt. Afgezet tegen het aantal voorvallen komt dit neer op circa 10.000 tot 15.000 per jaar.

Het werkelijke aantal inzetten van de politiehond is dus zeer waarschijnlijk meer dan wat wordt gerapporteerd in de beantwoording van onze schriftelijke vragen.’ Vraag 12: Hoe kunt u het verschil verklaren tussen de cijfers uit de registratie bij de politie en wetenschappelijk onderzoek naar de inzet van politiehonden? Is de registratie van de inzet van politiehonden wel op orde? Antwoord: In 2019 is de Stelselherziening Geweldsaanwending ingevoerd en sindsdien registreert de eenheid Rotterdam conform dat Stelselherziening Geweldsaanwending. Er zijn in 2020 10.911 meldingen geweest waarbij een hondengeleider ter plaatse is gegaan. Er is in 2020 70 keer een geweldsregistratie en –mutatie opgemaakt ten behoeve van de inzet van de politiehond conform de Stelselherziening Geweldsaanwending. Tevens wordt gesteld: ‘De meldingsbereidheid bij de politie blijft achter om mishandeling van politiehonden aan te geven. Daarnaast is de registratie van inzet van politiehonden waarschijnlijk niet op orde. Wij kunnen ons daarom voorstellen dat ook niet alle bijtincidenten worden gemeld en geregistreerd.’ Vraag 13: De regio Rotterdam is koploper op het gebied van bijtincidenten.

Voor hoeveel politiehonden geldt dat deze zijn afgekeurd naar aanleiding van de bijtincidenten in de regio? Antwoord: De afgelopen jaren zijn binnen de eenheid Rotterdam geen politiehonden afgekeurd naar aanleiding van een bijtincident. Dat de eenheid Rotterdam koploper is in het aantal bijtincidenten ten opzichte van andere eenheden, komt doordat de hondengeleiders in de Registratienummer dienst: 21bb Behandelaar: T. Stelpstra

pagina 6

eenheid 24/7 ingezet worden als first responder en het aantal meldingen waarbij zij ter plaatse gaan hoog is. Zoals in het antwoord op vraag 12 benoemd, waren dat in 2020 10.911 meldingen. Vraag 14: Bij incidenten wordt in veel gevallen intern onderzoek gedaan door de politie. Hoe wordt gecontroleerd dat dit onderzoek plaatsvindt en aan wie wordt daarover gerapporteerd? Antwoord: Ieder geweldgebruik dat wordt gemeld, wordt beoordeeld. Zowel door het opmaken van een geweldsmutatie, als een geweldsregistratie conform de Stelselherziening Geweldsaanwending. Daardoor wordt er bij ieder geweldgebruik (intern) onderzoek verricht door een Hulpofficier van Justitie, de Commissie Geweldsaanwending en de politiechef, en/of het team Veiligheid, Integriteit en Klachten (VIK) naar de proportionaliteit en subsidiariteit van het toegepaste geweld. De Commissie Geweldsaanwending die het advies aan de politiechef geeft over een geweldsregistratie, bestaat onder andere uit externe deskundigen. Het team Veiligheid, Integriteit en Klachten (VIK) doet (intern) onderzoek naar waarheidsvinding en leggen vast wat er volgens de betrokkenen is gebeurd.

Vraag 15: Welke waarborgen zijn er bij de politie die ervoor moeten zorgen dat bijtincidenten door politiehonden altijd worden gemeld en dat daar altijd opvolging aan wordt gegeven, bijvoorbeeld door honden die niet luisteren naar commando’s van de straat te halen? Hoe wordt het toezicht hierop georganiseerd? Antwoord: Het melden van geweld is geregeld in de Stelselherziening Geweldsaanwending. In dit stelsel is het melden, beoordelen en leren van het geweldgebruik gewaarborgd. Wanneer een politiehond niet luistert naar commando’s van de hondengeleider, zal er in opdracht van de instructeurs verder getraind worden. De combinatie van hondengeleider en politiehond wordt op dat moment niet ingezet op straat. Wanneer de politiehond luistert naar de commando’s en het examen positief is afgerond, zal de hondengeleider met de politiehond weer de straat op gaan. De burgemeester,

Ing. A. Aboutaleb

Registratienummer dienst: 21bb Behandelaar: T. Stelpstra

pagina 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=8ab50129-ba20-427e-a093-3d423c7847b8