CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb4272 Wethoudersbrief Bokhove over Voortgang Jeugdhulp

Gemeenteraad 29 april 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 15. De voortgangsrapportage Jeugdzorg, alsmede de reactie van burgemeester en wethouders naar aanleiding van de initiatiefnotitie-Hoogwerf ‘Jeugdhulp: Zorg om de jeugd’.9.561 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Judith Bokhove Wethouder Mobiliteit, Jeugd en Taal

Bezoekadres: Stadhuis Coolsingel 40 3011 AD Rotterdam Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam

Aan de leden van de commissie Zorg, Onderwijs, Cultuur en Sport

Website: www.rotterdam.nl E-mail: bbo@rotterdam.nl Inlichtingen: Wietske Roovers Telefoon: 06-13340289 Cluster: Maatschappelijke Ontwikkeling Ons kenmerk: 21MO01908 - 21bb004272 Uw kenmerk: Datum: 31 maart 2021 Betreft: Voortgang Jeugdhulp

Geachte commissieleden, Een voortgangsrapportage over jeugdhulp kan in deze tijd niet anders dan starten en eindigen bij corona en de gevolgen die dit heeft voor onze jeugd. Juist jongeren worden hard getroffen door de corona crisis. Uit onderzoek blijkt dat zij het zwaar hebben met corona en de onzekerheid die deze crisis met zich meebrengt. Gebrek aan contacten en afleiding zorgen voor stress en moedeloosheid. Depressieve klachten, eetstoornissen, gedachten aan zelfmoord, het zijn ontwikkelingen waar ik me grote zorgen over maak. De druk op jeugdhulp, met name op de JeugdGGZ neemt toe. Ik schreef u eind januari hierover een brief, vervolgens is dit beeld in een onlangs verschenen inspectierapport bevestigd. Cruciaal is dat elk kind met een crisis- of spoedvraag toegang heeft tot hulp. Met aanbieders is afgesproken dat crisis- en spoedhulp altijd geleverd wordt. Onlangs is in het regionale dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) besloten extra middelen beschikbaar te stellen om deze zorg te blijven bieden. Tegelijkertijd zijn wij als jeugdregio Rijnmond met het Rijk in intensief gesprek over de knellende budgetten en mogelijke oplossingen voor zowel de korte als lange termijn. Vanuit het openhouden van spoedhulp en het bieden van vervolghulp willen we opwerken naar een aanpak van wachtlijsten tot een acceptabel niveau.

We hebben hier het Rijk bij nodig! Landelijk zijn grote tekorten ontstaan op jeugdhulpbudgetten bij gemeenten en ook in onze regio kampen we met oplopende kosten. Een vorig jaar uitgevoerd onderzoek van AEF laat zien dat landelijk gemeenten 1,6 tot 1.8 miljard tekortkomen. Ook voor Rotterdam geldt dat we vanuit eigen reserves middelen beschikbaar stellen aan jeugdhulp en dat we moeten constateren dat dit nog niet voldoende is. De onderhandelingen tussen Rijk en gemeenten zijn gestaakt op dit moment en vanuit de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is voorgesteld om arbitrage in zetten om een uitspraak te doen over welke bijdragen vanuit het Rijk passend zijn. Wij verwachten dat in de loop van dit voorjaar hierover meer duidelijkheid komt.

Zoals afgesproken informeer ik u over de voortgang van jeugdhulp en hoe deze is doorgegaan tijdens de coronacrisis, uiteenlopend van onderzoeken onder cliënten tot transformatie in de regio. Samen blijven wij toewerken naar een Rotterdam, waarin de hulp voor onze jeugdigen en gezinnen steeds beter en passender wordt. In de bijlagen vindt u achtergrondinformatie, waaronder de infographic over jeugdhulp met de cijfers over 2020 en een beschrijving van jeugdhulp en preventie. Leeswijzer In deel 1 schets ik een beeld van de ontwikkelingen op het gebied van het jeugdbeleid. In dit deel start ik met algemene onderdelen, vervolgens de lokale ontwikkelingen en tot slot de onderdelen die in regionaal verband spelen. In deel 2 ga ik in op de kaders zoals aangereikt door uw commissie in het rapport ‘Een kind is geen kavel’. Ter afsluiting geef ik aan wat de commissie de komende maanden kan verwachten. Deel I: ontwikkelingen jeugdbeleid A. Algemene ontwikkelingen Heel de Stad Het uitgangspunt voor ons jeugdbeleid is het door de raad vastgestelde beleidsplan ‘Heel de Stad’. In dit plan draait het om het op tijd vinden én ondersteunen van kwetsbare ouder(s) en hun kinderen in onze stad. Door het dichterbij brengen van hulp dragen wij bij aan een gezonde, veilige en kansrijke ontwikkeling van onze jeugd.

De opgave om alle Rotterdamse kinderen kans op een goede toekomst te bieden en tegelijkertijd ook voldoende en effectieve jeugdhulp beschikbaar te hebben voor degenen die het hard nodig hebben, gaan we aan door nog meer te investeren in gezinnen. We zetten het gezin centraal, omdat we weten dat de problemen die ouders hebben van grote invloed zijn op ontwikkeling van hun kinderen. In de hulpverlening aan gezinnen is, naast de aanpak van de problemen van de ouders, een goede begeleiding van de kinderen belangrijk. Die problemen - van wat voor aard ook - worden vaak van generatie op generatie doorgegeven. Die spiraal willen we doorbreken. We focussen op gezinnen waar huiselijk geweld, psychiatrische problematiek of een licht verstandelijke beperking speelt. Uit onderzoek weten we dat juist kinderen uit dit soort gezinnen grote risico’s lopen op het ontwikkelen van eigen problemen en dat ze die problematiek vaak een leven lang met zich meedragen. Zo blijven kinderen uit gezinnen met een complexe problematiek op achterstand. Voor deze gezinnen ontwikkelen we gezinsarrangementen. Een ander belangrijk voornemen uit het integraal beleidsplan is de kwaliteit van de jeugdhulp te verbeteren, door beter gebruik te maken van data en inzichten in wat effectieve hulp is. Door datagestuurd werken kunnen we de verwachte vraag beter voorspellen en kunnen we efficiënter verwijzen en inkopen.

Daarbij maken we gebruik van het factorenmodel, dat de basis vormt voor de (door)ontwikkeling van alle onderdelen van het Rotterdamse stelsel voor maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp. Het is in eerste instantie ontwikkeld voor de doelgroep jeugd, maar wordt nu doorontwikkeld voor de toepassing op alle leeftijden en doelgroepen. Het model helpt ons om inzicht te krijgen in de complexiteit van en de samenhang tussen de verschillende factoren die van invloed zijn op gezond, kansrijk en veilig opgroeien en leven. Deze factoren kunnen zowel positieve als negatieve invloed hebben. Denk aan armoede en werk, opvoeding, leefomgeving, stress en taalontwikkeling.

Alle belangrijke thema’s en dwarsverbanden komen er overzichtelijk in terug. Dit model kunnen we vervolgens gebruiken om het stelsel te optimaliseren en meer impact te hebben. Ook zetten we in op meer onderzoek naar de effectiviteit van interventies, zodat we bewezen methodieken en ondersteuning in de toekomst kunnen uitbreiden. Cliëntervaringsonderzoek 2020 Gemeenten zijn vanuit de Jeugdwet verplicht jaarlijks een cliëntervaringsonderzoek (CEO, bijlage 2) uit te voeren. Cliëntervaring is een manier om zicht te krijgen op de ervaren kwaliteit en effectiviteit van de geboden hulp en ondersteuning. De kwantitatieve resultaten kunnen worden vergeleken met de eerdere onderzoeken. In tegenstelling tot eerdere onderzoeken zijn cliënten die jeugdbescherming of jeugdreclassering krijgen in het huidige onderzoek niet meegenomen. De reden daarvoor is dat er bij JBRR onduidelijkheden waren rondom het waarborgen van de privacy van hun cliënten. In 2021 worden zij wel weer meegenomen. Het algemene rapportcijfer van 2019 (CEO 2020) is gelijk met het rapportcijfer dat in 2018 (CEO 2019) is gegeven. Voor de basishulp is dat een 7,6 en voor de specialistische hulp een 7,4. Bij de basishulp was men vaker tevreden over wachttijden, bij de specialistische hulp is geen verschil ondanks een langere wachttijd. Beide groepen cliënten zijn positiever over de samenwerking van hulpverleners.

Ze hebben met minder hulpverleners te maken en ook voor de samenwerking tussen organisaties zien ze verbeteringen. Voor verschillende aspecten in de uitvoering van de hulp en de effecten van de hulp is er nog ruimte voor verbetering. Te denken valt dan bijvoorbeeld aan de samenwerking van de verschillende organisaties rondom de hulp van het kind en het veiligheidsgevoel van het kind. De komende periode gaan we met de zorgaanbieders hierover in gesprek om te kijken hoe we tot verbeteringen kunnen komen. Indien mogelijk nemen we dat ook mee bij onze nieuwe inkoop. Onderzoeken De gemeente heeft samen met de samenwerkingspartners in ST-RAW, de Regionale Kenniswerkplaats Jeugd in de regio Rijnmond, van ZonMw vervolgsubsidie gekregen voor de komende jaren (2020-2024). Er zal onderzoek worden gedaan naar de terugkeer van jongeren uit residentiele voorzieningen naar het reguliere onderwijs en hoe deze terugkeer verbeterd kan worden. De resultaten hiervan zullen in de komende vier jaar beschikbaar komen Er wordt onderzoek gedaan naar de effectiviteit van de praktijkondersteuner Jeugd en Gezin bij de huisarts. De resultaten hiervan worden in 2022 verwacht. Er wordt onderzoek gedaan naar trends in jeugdhulpgebruik als gevolg van verandering van inkoop sinds 2018 en naar het bereik van doelgroepen op basis van CBS bestanden. Hiervan worden resultaten de komende twee jaar verwacht.

ST-RAW gaat aan de hand van de kennisagenda die is opgesteld regionale kennis verzamelen en toegankelijk maken. De gemeente werkt samen in generation R op basis van het convenant dat in 2017 is opgesteld. Er wordt onderzoek gedaan naar determinanten van jeugdhulpgebruik. De eerste resultaten komen in de loop van dit jaar beschikbaar. B. Lokale ontwikkelingen Jongeren- en welzijnswerk De afgelopen maanden hebben de jongerenwerkers van welzijnsaanbieders en het Stedelijk Team Jongerenwerk hun inzet in de wijken fysiek en online gecontinueerd. We hebben hierbij extra aandacht voor kinderen die moeite hebben met leren en/of waar sprake is van eenzaamheid.

Het gebrek aan fysieke contactmogelijkheden leidt er ook toe dat er steeds meer aanbod online wordt aangeboden. We zijn positief over de manier waarop partijen zich weten aan te passen aan de huidige omstandigheden. Het voert te ver om alle inspanningen in alle gebieden op te noemen. We illustreren dit met enkele voorbeelden (met nadruk stellen we dat in alle gebieden initiatieven worden genomen): Een belangrijk aandachtspunt ligt bij kinderen en jongeren die in deze tijd moeite hebben met leren, omdat het thuis moeilijker is, of omdat ze de school missen. In onder meer IJsselmonde (Pit010) en Noord (SOL) wordt huiswerkbegeleiding inmiddels ook online aangeboden, nu dat niet meer plaats kan vinden in de Huizen van de Wijk. In Delfshaven en Feijenoord zetten we via onder meer Stichting Leerbuddy in op begeleiding van leerlingen. In deze tijd zijn sporten, bewegen en rolmodellen belangrijk om kinderen en jongeren te motiveren. We investeren extra in aanbod, zoals van stichting Civitas (sport en spel gekoppeld aan peercoaching). Ook boden diverse partijen in de voorjaarsvakantie een vakantie programmering aan, met name voor de 18- doelgroep met een uitgebreid aanbod aan online en coronaproof buitenactiviteiten. DOCK en Thuis Op Straat zorgden voor extra aanbod op Sportplaza en werkten samen met onder meer House of Esports.

WMO Radar heeft de samenwerking met Join Us uitgebreid om meer jongeren in eenzaamheid te kunnen ondersteunen. Om in te spelen op jongeren die bijvoorbeeld hun bijbaantjes kwijt zijn geraakt, hebben verschillende partijen in Feijenoord (waaronder Humanitas, City Stewards en JOZ) geïnvesteerd in een project gericht op jongerenparticipatie. We hebben ook aandacht voor ouders en ook daar proberen we steeds meer online groepen te bereiken. Stichting De Katrol en de Wijkacademie Opvoeden bieden onder meer in Charlois extra online aanbod. We zien dit niet alleen als een leuk aanbod, maar het is voor ons ook een goede manier om contacten te kunnen onderhouden met de jeugd, te weten wat er speelt en zorgen te kunnen signaleren. We bereiken met deze inzet veel kinderen, maar niet alle kinderen en ouders. In de samenwerking met de partners is dit een blijvend punt van aandacht. Wijkprogrammering In alle vormen van preventie, ondersteuning en hulp wordt gericht ingezet op het versterken van kinderen, jongeren en ouders en het voorkomen van verergering van de problematiek, waarbij gebruik wordt gemaakt van het factorenmodel. In de wijkprogrammering wordt samen met partners als CJG, welzijnsorganisaties, het onderwijs en wijkteams, gericht ingezet in de wijk.

CJG, SMW en de welzijnsorganisaties zorgen met hun reguliere contacten met ouders, kinderen en jongeren voor een sterke basis in de wijken. Tijdens de sluitingsperiode als gevolg van de Corona-maatregelen is door deze partners extra geïnvesteerd in het in beeld houden van kinderen en gezinnen. Tijdens deze laagdrempelige contactmomenten in de wijk wordt er gesignaleerd en lichte ondersteuning geboden. Bij zorgsignalen wordt er toegeleid naar gerichte preventieve interventies of – in geval van meervoudige problematiek- naar het hulpaanbod van het wijkteam. Subsidiekader ‘voorkomen en versterken’ Met de subsidies die via ‘Voorkomen en versterken’ beschikbaar worden gesteld, zetten we in op preventie. In lijn met de ambities uit het nieuwe beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026 ‘Heel de Stad’ investeren we in een generatie zonder achterstanden en stellen we een breed palet aan preventieve interventies beschikbaar in de wijken, op basis

van het Factorenmodel en de Wijkprogrammering. Het subsidiekader jeugdpreventie kent de volgende subsidiethema’s:  versterken van de sociaal-emotionele vaardigheden van jeugdigen;  voorkomen en terugdringen van psychosociale problematiek bij jeugdigen;  versterken en het voorkomen van problemen bij jeugdigen met ouders met psychische problemen, een verslaving of een verstandelijke beperking;  versterken van opvoedvaardigheden van ouders;  voorkomen en terugdringen van middelengebruik en verslaving bij alle jeugdigen met extra aandacht voor risicogroepen; Deze vormen van preventie zijn van groot belang in deze coronatijd, omdat zo beginnende psychosociale problematiek en middelengebruik wordt voorkomen en teruggedrongen. Ook voor jongeren met mentale problemen is aanbod beschikbaar, naast de schoolmaatschappelijk werkers en jongerencoaches in het middelbaar en beroepsonderwijs. Dit aanbod is bedoeld voor o.a. omgaan met stress, eenzaamheid of depressieve gevoelens. Scholen Scholen zijn onze meest logische partner als het gaat om gezond, kansrijk en veilig opgroeien en het creëren van voorwaarden voor het onbelemmerd leren en ontwikkelen van kinderen. Wanneer kinderen problemen hebben en ondersteuning en/of zorg nodig hebben, dan werkt de gemeente hierin nauw samen met het onderwijs.

De komende jaren willen we de focus leggen op een sterke ondersteuningsstructuur in het onderwijs, waarin onderwijs- en zorgondersteuning hand in hand gaan en kinderen en ouders op maat kunnen worden ondersteund. Doel is kinderen in het regulier onderwijs te houden en/of zwaardere specialistische jeugdhulp te voorkomen. Een belangrijk deel van de preventieve interventies voor het versterken van sociaal emotionele vaardigheden is beschikbaar in de schoolomgeving. We nodigen scholen nadrukkelijk uit om deze door de gemeente bekostigde interventies in te zetten ten behoeve van hun leerlingen. Leerkrachten zijn immers de eersten die signaleren dat er mogelijk belemmeringen bij de kinderen zijn in hun ontwikkeling en kunnen dus gebruik maken van bewezen effectieve interventies. Ook is er de mogelijkheid dat het SMW kinderen doorstuurt naar preventieve interventies voor specifieke problematiek. Het schoolmaatschappelijk werk (SMW) is een belangrijk onderdeel van de ondersteuningsstructuur in het onderwijs. Het schoolmaatschappelijk werk wordt momenteel onder de loep genomen en in afstemming met de aanbieders SMW en de schoolbesturen (die zowel mede opdrachtgevers als mede aanbieders zijn) herijkt. Daarbij wordt gekeken naar de optimale positie van het schoolmaatschappelijk werk op het onderwijszorgcontinuüm.

Op dit continuüm werken we samen met samenwerkingsverbanden, scholen en schoolbesturen aan een stevige basis en een integrale aanpak waarin belemmeringen bij kinderen in een vroeg stadium worden gesignaleerd en voor kinderen in samenspraak met hun ouders in de thuisomgeving en op school de juiste ondersteuning wordt georganiseerd. In pilots is er de afgelopen periode geëxperimenteerd met varianten op dit onderwijszorgcontinuüm. Momenteel worden lessen getrokken uit deze pilots die we zullen meenemen in de herijking SMW en de nieuwe aanbesteding voor de Onderwijszorgarrangementen (OZA). Naast SMW bieden we op scholen laagdrempelige jeugdhulp in de vorm van OZA’s aan, zodat kinderen kunnen blijven deelnemen aan het onderwijs. Doel is om thuiszitten en uitval te voorkomen en kinderen zo blijvend op school te houden. Speciale zorgonderwijsspecialisten zijn door de gemeente aangesteld om te beoordelen of de jeugdhulptrajecten, die door jeugdhulpaanbieders op school kunnen worden aangeboden passend zijn. In 2020 is besloten de lopende aanbesteding van OZA’s te verlengen t/m schooljaar 2021-22.

Praktijk ondersteuner huisarts Jeugd en Gezin Het doel van de praktijkondersteuner huisarts jeugd en gezin (POH J&G) is om vanuit de laagdrempelige praktijk van de huisarts ondersteuning te bieden. Vanaf 2018 heeft de inzet van POH J&G, aanvankelijk in een pilot, vorm gekregen. Met de start van het nieuwe college is deze inzet geïntensiveerd. In 34 huisartsenpraktijken is een POH Jeugd & Gezin beschikbaar. Daarmee worden meer dan 40.000 ingeschreven kinderen en jongeren onder de 18 jaar bereikt via hun huisarts. Dat is ongeveer 32% van de jeugd in Rotterdam. Op inhoud heeft er eind 2020 een tussenmeting plaatsgevonden. Deze rapportage is als bijlage 3 toegevoegd. Huisartsen en POH J&G zijn overwegend positief over de onderlinge samenwerking en ervaren duidelijk meerwaarde van de POH J&G functie met name in het leveren van passende zorg en het overbruggen van de wachttijden voor de specialistische jeugd-GGZ. Voor 2021 voorzien we een verdere toename in het aantal deelnemende huisartsen. Wijkteams Er zijn 43 wijkteams actief, die kortdurende hulp bieden of het gezin verwijzen naar passende hulp. Sinds januari vorig jaar zijn de wijkteams uitgebreid met extra medewerkers om complexe gezinnen te begeleiden en te voorkomen dat deze gezinnen via een maatregel richting jeugdbescherming gaan.

Vanaf 2022 wordt ook de Intensieve Vrijwillige Hulp met Verzoek tot Raadsonderzoek gefaseerd overgedragen aan de wijkteams. Dit voldoet aan de transformatieopdracht om de beweging naar voren te maken en doet recht aan de wettelijke taak van de jeugdbeschermingsinstellingen. Dit jaar wordt gewerkt aan een zorgvuldige implementatie hiervan. Naast het expertiseteam kunnen de wijkteams aanspraak maken op het Specialistisch Ambulant Netwerk (SPAN). Deze teams zijn snel inzetbaar bij de meer complexe cases en werken ondersteunend aan het wijkteam. In de wijkteams zijn de wachtlijsten in de specialistische Jeugdhulp merkbaar en ook het afschalen van spoedhulp naar de wijkteams is in volle gang, werkvoorraden beginnen op te lopen. Gelukkig is het ziekteverzuim binnen de wijkteams relatief laag in deze coronaperiode. Er is gestart met het stapsgewijs borgen van Moeders van Rotterdam (MvR) in de wijkteams. MvR richt zich op een goede start en ontwikkeling van het kind. Het programma start zo vroeg mogelijk in de zwangerschap. We besteden aandacht aan het verlagen van stress, een veilige hechtingsrelatie en zelfredzamere moeders. Het intensieve traject kan tot de tweede verjaardag duren, gevolgd door een jaar nazorg. Medewerkers die gespecialiseerd zijn in de begeleiding van kwetsbare zwangeren en gezinnen voeren de aanpak uit.

De insteek is om MvR in 2022 stapsgewijs te borgen in wijkteams. Met Stichting de Verre Bergen is overeengekomen dat zij MvR 2021 nog extra financiert. De wens wordt breed gedeeld om ook na 2021 deze succesvolle aanpak voort te zetten. Jeugd met een Beperking Zorgaanbieders voor de doelgroep Jeugd met een Beperking hebben zich ingespannen om tijdens de corona crisis jeugdigen datgene te bieden wat zij nodig hebben aan hulp. Er is sprake van zorgcontinuïteit en waar nodig is alternatief aanbod ingezet. De contracten voor de opdracht ambulante hulp voor Jeugd met Beperking worden tot 2023 verlengd. We zien dat deze vorm van hulp de afgelopen jaren nog verder gegroeid is; er wordt per jeugdige meer en langer hulp ingezet en er zijn meer jeugdigen die gebruik maken van de zwaardere vormen van hulp als daghulp. Er worden meer jeugdigen bereikt die de hulp nodig hebben, tegelijkertijd stijgen de kosten. De ervaring is dat niet altijd passende indicaties worden

afgegeven qua duur en hoogte, hier worden bestellers over voorgelicht. Hiermee willen we de kosten beperken en er voor zorgen dat gezinnen de hulp blijven ontvangen, die nodig is. We constateren een groeiend gebruik van jeugdhulp vanuit de jeugdwet en een dalend gebruik van hulp vanuit de Wet langdurige zorg (ook vanuit de Wmo). Vorig jaar is een Informatie- en Advieslijn Wmo-Wlz-Zvw-Jeugdwet opgericht. Hier kunnen ouders, jeugdigen en professionals terecht met vragen over deze grensgebieden en ondersteuning krijgen bij het organiseren van de overgang tussen deze wetten. Begin 2021 is deze pilot geëvalueerd en de resultaten zijn positief, de intentie is om deze te continueren. Jongerenloket In de afgelopen periode heeft een herijking van de dienstverlening binnen het Jongerenloket plaats gevonden. Door direct te anticiperen op de grote toestroom jongeren aan het begin van de coronacrisis hebben we de multidisciplinaire benadering voor jongeren met multi problematiek weten te behouden. In het verlengde daarvan bekijken we ook continu of we de dienstverlening op de juiste plek organiseren. In lijn daarmee wordt de dienstverlening van Centraal Onthaal Jongeren vanuit het Jongerenloket verplaatst naar het Centraal Onthaal Volwassenen van PGW&Z en wordt Verzuim gepositioneerd onder Toezicht en Handhaving. Door deze verschuiving binnen het cluster MO versterken we de keten.

C. Regionale ontwikkelingen

Corona Ook voor de aanbieders van de regionale specialistische jeugdhulp heeft de COVID-19 pandemie impact gehad. Sinds de start van de crisis is intensief samengewerkt tussen gemeenten, uitvoeringsorganisatie en gecontracteerde aanbieders, om de (mogelijke) effecten te monitoren en, waar mogelijk, bij te sturen. De uiteindelijke effecten van de pandemie op de specialistische jeugdhulp zijn in drie lijnen te onderscheiden: (1) liquiditeitsproblemen, (2) meerkosten bij doorgaande jeugdhulp en (3) het niet doorgaan van jeugdhulp (omzetderving). In onze regio lijkt vooralsnog vooral sprake van de tweede lijn. In bijlage 4 valt meer te lezen over de effecten en voortgang hiervan. Aanbieders hebben alle hulp veelal kunnen doorzetten, zowel digitaal als face-to-face. Wel wordt door aanbieders sinds de zomer van 2020 een forse toename gemeld van het aantal jeugdigen dat met spoed hulp nodig heeft wegens zeer ernstige, veelal psychiatrische klachten. Daarnaast hebben aanbieders te maken gehad met verminderde beschikbaarheid van behandelaren als gevolg van ziekte of quarantaine en verzwaring van de problematiek van de doelgroep over de gehele linie. Zoals in de inleiding van deze brief gemeld hebben de aanbieders aan het einde van 2020 de noodklok geluid over de zorg voor de jeugd in coronatijd. In combinatie met de toch al lange wachttijden op hulp levert dit spanning op.

Voor de korte termijn is besloten om extra middelen in te zetten voor het beschikbaar houden van spoedhulp en vervolgzorg. Bestuursrapportage en wachttijden De bestuursrapportage is opgenomen in bijlage 4. Hierin wordt het gevoerde beleid verantwoord en het financieel beheer over het jaar 2020 verder toegelicht. Het percentage jeugdigen dat binnen 14 weken (Treeknorm) is gestart met de hulp is verwerkt in de volgende tabel.

Percentage geholpen binnen Treeknorm (<14 weken) – 2020 Perceel A pleegzorg B opname C langdurig verblijf D dagbehandeling E ambulant Niet ingevuld** Eindtotaal

Q1 84% 90% 60% 80% 93% 88% 91%

Q2 88% 72% 81% 86% 90% 51% 79%

Q3* 97% 81% 100% 78% 77% 44% 71%

Q4* 94% 84% 50% 60% 79% 26% 65%

*Vanaf Q3 2020 wordt een andere registratie van wachttijden gehanteerd (vanaf aanmelding tot start behandeling), waardoor de gemeten periode langer is. **vanwege ontbreken van toewijzing is perceel onbekend.

De percentages zijn uitgesplitst naar perceel (zie bijlage 1 voor een beschrijving van percelen). Vanaf Q3 2020 wordt een andere wachttijdberekening gehanteerd (vanaf aanmelding tot start behandeling). Deze nieuwe meting komt meer overeen met de werkelijke wachttijd, maar reflecteert een langere periode, waardoor meer jeugdigen langer dan 10 werkdagen moeten wachten. Het eerste half jaar van 2020 (Q1 en Q2) is daarom lastig te vergelijken met de tweede helft van 2020 (Q3 en Q4). Van Q3 naar Q4 is over de percelen heen een lichte daling te zien in het percentage jeugdigen dat binnen de Treeknorm geholpen wordt. Aan het eind van het jaar lopen de wachttijden doorgaans op. In mei verschijnt de afdoeningsbrief op de motie ‘gemeentelijke regie op wachtlijsten (19bb16114)’. Deze brief gaat in op de nieuwe systematiek van wachttijdberekening en toont ook de vergelijking tussen oude en nieuwe systematiek. Vanuit de verschillende zorglandschapstafels lopen er diverse acties om de wachttijd voor jeugdigen te verkorten. Enkele voorbeelden hiervan zijn de wervingscampagne voor extra pleeggezinnen in perceel A en de zorgbemiddelingstafel voor perceel E. Verlenging en nieuwe inkoop In 2020 heeft het AB besloten de contracten met alle jeugdhulpaanbieders te verlengen tot en met 2022. Deze verlenging betekent dat er per 1 januari 2023 opnieuw aanbesteed moet worden.

De regiovisie die in concept in november beschikbaar kwam, vormde het inhoudelijk kader voor de inkoopstrategie. Belangrijk onderdeel van de regiovisie is de versterking van de lokale infrastructuur. Een deel van de daghulp/-besteding en ambulante hulp wordt niet meer regionaal maar lokaal ingekocht per 2023. Daarop vooruitlopend gaan de gemeenten Capelle en Krimpen a/d IJssel al in 2021 en respectievelijk 2022 experimenteren met het lokaal organiseren van bepaalde vormen van ambulante hulp. De gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam hebben besloten om met ingang van 2023 met een eigen inkoopmodel voor hun subregio te gaan werken. Vanaf dat moment werkt de GRJR dus met twee inkoopmodellen. De ervaringen met deze modellen worden gedeeld om van elkaars ervaringen te leren. Transformatie Met behulp van transformatiesubsidie, door het Rijk beschikbaar gesteld, zijn eind 2019 en in 2020 verspreid over de regio Rijnmond 28 transformatieprojecten in de zorg voor jeugd gestart. Het gaat hierbij om projecten van samenwerking tussen gemeenten, zorgaanbieders en verwijzers. De projecten zijn gezamenlijk opgestart, om de transformatiebeweging vast te houden en doelgericht te versnellen. Alles wat we daarvan leren en blijkt te werken, wordt in de praktijk ingezet.

Regionaal wordt ingezet op aangepaste vormen van opvang in de specialistische jeugdhulp, maar ook op preventie. Vorig jaar meldde ik dat we nieuwe kleinschalige vormen van opvang wilden uitbreiden. Begin dit jaar hebben Stichting Timon en Stichting Prokino Zorg extra capaciteit geopend voor begeleid wonen. Er zijn 18 tot 20 extra plekken gekomen. Hiervoor zijn extra financiële middelen toegekend vanuit de GRJR. Stichting Prokino Zorg en Stichting Pameijer een nieuwe kleinschalige woonvoorziening opgezet: Vida Estable. Dit is een woonvoorziening voor kinderen en jongeren van 4 tot 14 jaar die voor een langere periode behoefte hebben aan ondersteuning op maat. Deze expertise was er nog niet. In 2020 is er plek voor 16 kinderen/jongeren. In bijlage 5 wordt een overzicht geboden van deze projecten. Bovenregionaal expertisenetwerk (BREN) Rotterdam is juli 2020 aangewezen als coördinerende gemeente voor het oprichten van een expertisenetwerk voor vijf jeugdhulpregio’s in Zuid-Holland. In het bovenregionaal expertisenetwerk worden faciliteiten ontwikkeld waarbij jongeren met complexe en meervoudige problematiek op tijd de juiste hulp op de juiste plek ontvangen. Hiervoor wordt de expertise voor gespecialiseerde jeugdhulp vanuit verschillende disciplines aan elkaar verbonden.

We stellen momenteel het inrichtingsplan voor het bovenregionale expertisenetwerk op samen met de regionale expertteams (de zorgbemiddelingstafel/ZBT bij JBRR in Rijnmond), het CCE (centrum voor consulatie en expertise), de WLZ, de Academische Werkplaatsen en onderwijs en zorgaanbieders. Ook ervaringsdeskundigen zijn verbonden aan het BREN. Daarnaast zijn we aan de slag met de verantwoordelijkheden die er liggen, te weten de dagelijkse uitvoering geven aan complexe casuïstiek die binnenkomt bij de regionale expertteams en bovenregionale verbinding hierin. Ook is er een financiële taak: we voeren coördinatie over de verdeling van de middelen voor 2020 en hoe we de middelen voor 2021 gaan uitgeven. Jeugdbescherming Minder jeugdigen een maatregel In 2020 is weer een kleine afname zichtbaar van het aantal jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel ‘ondertoezichtstelling’ (OTS). Een OTS wordt opgelegd door een kinderrechter. De kinderrechter doet dit als een gezonde en veilige ontwikkeling van een kind of jongere wordt bedreigd en vrijwillige hulp niet of onvoldoende helpt. Een kind of jongere wordt dan ‘onder toezicht gesteld’. Op dit moment is er nog sprake van wachttijden bij de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) voor het doen van onderzoek. De RvdK werkt er hard aan om dit op te lossen.

De uitkomsten van de onderzoeken zouden ertoe kunnen leiden dat er tijdelijk een extra instroom komt bij de GI’s. De gemiddelde duur van de OTS-en die in 2020 zijn afgerond, laten zien dat deze ongeveer gelijk is aan de duur in 2019. Het is op basis van 1 jaar nog niet te zeggen of deze stabilisatie zich doorzet. Wie zien breed in de jeugdhulpketen dat door de omstandigheden als gevolg van Covid-19 het lastiger is om hulpverleningstrajecten effectief door te zetten en af te ronden. Mogelijk is dit de aanleiding dat de duur van de OTS-en niet verder is gedaald. Eind 2019 heeft het bestuur van de GRJR aan de GI’s opdracht gegeven om de uitvoering van maatregelen (OTS, Jeugdreclassering en Voogdij) prioriteit te geven. De mogelijkheid om hier steviger op in te zetten, heeft er in 2020 toe geleid dat de GI’s veel beter scoren op de afgesproken KPI’s: binnen 5 dagen contact, binnen 14 dagen de eerste teamtafel en na 42 dagen het plan van aanpak.

Over het hele jaar genomen was sprake van een forse afnamen van het aantal crisismeldingen bij JBRR. Door de Covid-19 maatregelen waren kinderen minder in beeld. Vanaf het laatste kwartaal 2020 nam het aantal crisismeldingen weer toe. Jeugdbeschermingsplein in coronatijd Het Jeugdbeschermingsplein is bedoeld voor gezinnen met kinderen in de leeftijd van 0-18 jaar, waarbij ernstige zorgen zijn over de ontwikkeling en/of fysieke veiligheid van de kinderen en waarbij vrijwillige hulp niet (meer) toereikend is, of waarbij ouders deze hulp niet aanvaarden of hiertoe niet in staat zijn. Aan de Jeugdbeschermingstafel wordt een vervolgaanpak bepaald. Ouders en jeugdigen worden uitgenodigd om bij de bespreking aanwezig te zijn. Tijdens de coronamaatregelen is niet mogelijk om fysiek samen te komen. De besprekingen vinden online plaats waarbij het goed lukt om ouders digitaal te laten deelnemen. Zo nodig worden ouders voorafgaand aan de bespreking telefonisch door de voorzitter van het plein gesproken. Uniform Hulpaanbod complexe scheidingen Wanneer ouders tijdens of na een scheiding in conflict zijn dan kan de familierechter door middel van een gerechtelijke beschikking ouders doorverwijzen naar gespecialiseerde hulpverlening. De rechtbank heeft aangegeven in het hele land het Uniform Hulpaanbod te willen invoeren.

Dit bestaat uit een landelijk uniform palet aan hulpverlening en een gemeentelijk routeringspunt complexe scheidingen (wegens hun onafhankelijke positie kan de rechtbank niet rechtstreeks in contact staan met aanbieders van jeugdhulp). Voor het realiseren van het Uniform Hulpaanbod zijn in de regio Rotterdam Rijnmond afspraken gemaakt tussen de rechtbank, Raad voor de Kinderbescherming, gemeenten en zorgaanbieders. Dat heeft geresulteerd in het instellen van het routeringspunt complexe scheidingen, uitgevoerd door Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond. Het routeringspunt is op 1 januari 2021 gestart en zorgt ervoor dat snel passende hulp wordt ingezet om verdere escalatie te voorkomen. Doorbraak aanpak IGJ De inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie Justitie en Veiligheid (IGJ) hebben in oktober 2020 geconstateerd dat na het uitbrengen van een eerder rapport ‘kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd (d.d. november 2019) er landelijk gezien nog onvoldoende resultaat was behaald. De IGJ constateerde dat de regio’s voor de langere termijn de goede activiteiten aan het doen waren, maar dat er voor jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel voor de korte termijn een verbetering nodig was.

In oktober 2020 heeft de IGJ de gemeenten gevraagd om een (Doorbraak) aanpak in te zetten die ertoe moet leiden dat voor elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel er direct een jeugdbeschermer beschikbaar is en tijdig passende hulp wordt ingezet. In de regio Rijnmond is het eerste vraagstuk, direct een jeugdbeschermer beschikbaar wanneer een OTS is uitgesproken, gerealiseerd. De Gecertificeerde instellingen hebben de capaciteit om direct een jeugdbeschermer beschikbaar te hebben wanneer de rechter een OTS heeft opgelegd. Voor het realiseren van een oplossing voor het bieden van tijdige en passende hulp is de situatie complexer. De GRJR is druk bezig om het vraagstuk van beschikbaarheid van hulp beet te pakken, echter dit gebeurt in omstandigheden van structurele financiële tekorten, schaarste op de arbeidsmarkt en impact van Covid op de zorgvraag. De opdracht van de IGJ, hoe wenselijk en begrijpelijk ook, wordt daardoor zeer lastig te realiseren. Daarbij stelde de opdracht van de IGJ de gemeenten ook nog voor een dilemma. De IGJ vraagt van de gemeenten om jeugdigen met een maatregel tijdig passende hulp te bieden. In de regio, en ook in Rotterdam, is een hele grote groep kinderen die ook aangemeld is voor specialistische hulp, maar die geen jeugdbeschermingsmaatregel heeft.

Hoe begrijpelijk de opdracht van de IGJ ook is, het heeft niet de voorkeur om kinderen met een OTS voor de andere groep te laten gaan die op dezelfde hulp aan het wachten zijn. Een

voorkeursbehandeling zou er toe kunnen leiden dat meer kinderen een OTS krijgen wanneer dit sneller leidt tot hulp. Dit willen we voorkomen. Het bieden van tijdige en passende hulp moet voor alle kinderen geregeld worden. De GRJR, GI’s, Jeugdhulpinstellingen en gemeenten zijn gezamenlijk aan de slag gegaan met een aanpak om de opdracht van de IGJ te beantwoorden. De aanpak zet in op verschillende acties, zowel op kindniveau als op systeemniveau: de kinderen die wachten zijn in beeld gebracht en er wordt op kindniveau gezocht naar oplossingen. Daarnaast wordt op stelselniveau aangehaakt bij verbeteracties om de wachttijden terug te dringen en beschikbaarheid van jeugdhulp te verbeteren. Een belangrijk vraagstuk is daarbij ook het verbeteren van uitstroom uit de “jeugdwet” naar hulp uit andere domeinen. De inspectie is positief over het feit dat de beschikbaarheid van de Jeugdbeschermer geregeld is. Daarnaast is er meer scherpte is gekomen in het gesprek over het inzichtelijk maken en oplossen van wachttijden. Tegelijkertijd is er nog een grote groep kinderen waarvoor het nog niet is gelukt om hulp sneller aan te bieden. Dat maakt de IGJ kritisch op de Rijnmondse aanpak. In februari 2021 heeft de IGJ de regio’s in een tussenrapport geïnformeerd over hoe zij de resultaten beoordelen. Aangegeven is dat de IGJ van onze regio een intensievere aanpak vraagt.

De IGJ gaat bij de GI’s een aantal praktijktoetsen uitvoeren. De uitkomsten van deze praktijktoetsen worden onderdeel van het definitieve rapport. Dat Rijnmond er tot op heden niet in is geslaagd meer resultaat te behalen is mede te wijten aan Covid-19, het arbeidsmarktvraagstuk en beperkte financiële slagkracht.

Jeugd in de strafrechtketen In het kader van het jeugdstrafrecht zijn gemeenten wettelijk verantwoordelijk voor de uitvoering van jeugdbescherming, jeugdreclassering en alle vormen van jeugdhulp. Dit geldt ook voor de zorg en ondersteuning na jeugddetentie. Een goede ontsluiting van passende Jeugdhulp voor jeugdigen in strafrechtelijk kader is heel belangrijk. De gemeente is samen met partners uit de strafketen bezig om toeleiding naar en beschikbaarheid van jeugdhulp te analyseren en te verbeteren. Onderstaand een aantal voorbeelden van ontwikkelingen en resultaten uit de voorgaande periode:  Voor alle forensische ambulante hulpvragen bestaat de forensische zorgtafel. Alle forensische aanbieders, incl. Fivoor, De Waag en De Viersprong, nemen deel aan deze tafel en kunnen gevraagd worden om inzet te plegen. De forensische tafel heeft ook de taak om waar nodig de bestaande processen bij te sturen en eventuele lacunes in aanbod inzichtelijk te maken. De forensische tafel is er ook voor hulp na detentie. In bijlage 5 staan de cijfers van het afgelopen jaar. Duidelijk wordt dat alle jongeren met een forensische hulpvraag indien nodig worden besproken en van hulp worden voorzien.  Sinds april 2020 loopt de pilot transforensische zorg.

Deze pilot heeft als doel om te onderzoeken op welke wijze zorgcontinuïteit (voor-binnen-buiten detentie) optimaal vormgegeven kan worden voor jeugdigen die kortdurend in justitiële jeugdinrichting (JJI) de Hartelborgt verblijven. Daarmee wordt gestreefd naar het realiseren van binding aan hulp en ondersteuning bij de jeugdigen. Onderzoeksvraag richt zich op hoe de betrokken professionals zorgcontinuïteit optimaal kunnen uitvoeren en welke randvoorwaarden daarvoor nodig zijn (mensen, middelen, processen etc.). Voor de

monitoring en evaluatie is de Landelijke Academische Werkplaats Risicojeugd (AWRJ) betrokken. Begin 2019 is gestart met een integrale aanpak nazorg na (jeugd)detentie; de totaalaanpak. In deze pilot wordt langdurige (3 jaar) en intensieve jongerencoaching geboden aan Rotterdamse ex-gedetineerden (16-27 jaar) die langdurig gedetineerd zijn geweest. Deze pilot loopt nog door in 2021. Aan deze pilot is onderzoek gekoppeld. Begin 2022 wordt een eindevaluatie opgeleverd. Aanbod doelgroep adolescente strafrecht (ASR) Voor meerderjarigen die veroordeeld zijn volgens het jeugdstrafrecht kopen we specifiek hulpaanbod in dat aansluit op hun situatie. De ASR doelgroep is vanaf 1 januari 2018 meegenomen als onderdeel van het nieuwe inkoopmodel. Samen met de aanbieders wordt het aanbod vergeleken met de wensen van deze doelgroep en waar nodig (door-)ontwikkeld

Gesloten Jeugdhulp Met de sector is een plan opgesteld om het karakter van gesloten jeugdhulp drastisch te wijzigen, zodat het gat naar andere vormen van opvang verkleind wordt. Met vijf jeugdhulpregio’s worden de komende vier jaar alternatieven ontwikkeld voor gesloten instellingen door ambulantisering van deze intensieve zorg. Een stabiele woonplek en onderwijsperspectief maken daar integraal onderdeel van uit. Dit kunnen kleinschalige voorzieningen zijn of gezinshuizen, maar ook thuis. Dit is in lijn met de gewenste transformatie richting. We lopen daarmee voorop in ons landsdeel onder leiding van Ankie van Tatenhoven namens ons AB. Er is een ambitiedocument getekend met drie grote aanbieders en de afbouw wordt in gang gezet.

Deel II: Kind is geen kavel Tussen het verschijnen van het rapport ‘Een kind is geen kavel” en vandaag ben ik in meerdere brieven en besprekingen ingegaan op de wijze waarop ik uw aanbevelingen verwerk in ons beleid, in het kader Heel de Stad, in de regiovisie en in de voorbereiding van onze lokale en regionale inkoop. Graag ga ik deze brief nogmaals uw aanbevelingen langs en geef aan waar deze zijn geland in onze aanpak. 1. Het grootschalig verbouwen van het systeem, waarbij effectief sprake zou zijn van een nieuwe transitie is niet wenselijk, want deze zou het systeem verder onder druk zetten. Besteed vooral aandacht aan de uitvoering (dus het hoe) van de specialistische en forensische jeugdhulp, alsook de borging hiervan. Er gaat veel mis. Uitvoering waarbij het kind / de jongere centraal staat. Aantoonbaar en goed gevolgd, want vertrouwen is goed, maar controleren is beter. In het algemeen geldt dat controleren leidt tot extra administratieve lasten, waar aanbieders niet gelukkig mee zijn. Wat betreft rust in het veld is de inkoop twee keer een jaar verlengd en wordt de nieuwe inkoop met aanbieders voorbereid waarbij het systeem niet grootschalig verbouwd wordt. Zowel regionaal als lokaal blijven we werken met het arrangementenmodel.

Wij sturen op resultaten, op impact en op KPI’s en gebruiken hiervoor de gegevens zoals ook de CBS worden gevraagd, om de administratieve lasten voor aanbieders te beperken.

2. Geef een impuls aan de transformatie. Begin bij de gemeente zelf. Zorg en regel dat om te beginnen helder en scherp is wat de wijkteams nodig hebben aan (extra) kennis en capaciteit, al dan niet in een backoffice beschikbaar voor alle wijkteams, om te bevorderen dat kinderen en

jongeren sneller passende deskundige hulp krijgen. Houdt in de uitvoering de vinger aan de pols, wat betreft instroom, het voorkomen van stuwmeren en het hoe en tijdigheid van doorgeleiden en opvolging. Transformatie is alle hulp die wij verplaatsen naar de leefwereld: dichter bij onze gezinnen. Voor kinderen en jongeren zijn de wijkteams in 2020 uitgebreid met extra wijkteammedewerkers om complexe gezinnen te begeleiden en escalatie zoals uithuisplaatsingen te voorkomen. Hierbij kunt u denken aan gezinnen die voorheen door jeugdbescherming werden begeleid, terwijl nog geen verplichte maatregel was opgelegd. We verwachten door deze verplaatsing van inzet van Jeugdbescherming naar het wijkteam aan de voorkant gezinnen eerder en beter te kunnen helpen. Naast de aanpassingen in de wijkteams richt ik mij op eerder en risico gestuurd hulp inzetten bij Rotterdamse gezinnen. Het preventiekader dat de afdeling Jeugd in 2019 heeft opgezet, heeft geleid tot subsidieverstrekkingen gericht op het voorkomen van problematiek bij risico-gezinnen. De aanpak van jeugdhulp op scholen is uitgerold in Rotterdam (onder de naam onderwijszorgarrangementen), de inzet van praktijkondersteuners bij de huisartsen neemt toe en in de gebieden zijn onze gebiedsadviseurs gericht op inzet van effectieve preventieve inzet. Hiermee geven wij in Rotterdam ook inhoud aan transformatie.

In het afgelopen jaar hebben wij voor meerdere vormen van hulp extra hulp ingekocht om de wachttijden in te perken. Er zijn in de afgelopen jaren diverse ambulante pilots gestart. Te denken valt aan InVerbinding (Enver), School2Care (Schakenbosch/Horizon), IBT/Fact (Youz) en IHT (Yulius). In Pleegzorg zijn innovatieprojecten met extra zorg uitgevoerd, waardoor kinderen langer in pleegzorg kunnen blijven. Ook is de pleegzorg verlengd tot het 21e jaar. Met aanbieders van gesloten Jeugdhulp is een plan opgezet om de grote locaties voor gesloten Jeugdhulp af te bouwen en kinderen in kleinschalige zorgvormen op te vangen. 3. Bevorder dat minder kinderen uit huis worden geplaatst, help ze zo veel mogelijk in eigen omgeving en bevorder een systeem-gerichte aanpak (het gezin) van problemen, die ook intergenerationeel kunnen zijn. Denk actief mee hoe financiering (vanuit Jeugdhulp en Wmo) gemakkelijker kan. De basis voor onze jeugdhulp is dat een kind thuis bij zijn ouders opgroeit. Het waar mogelijk intact laten van de gezinssituatie en voorkomen dat kinderen uit huis worden geplaatst is voor ons het na te streven doel. Ook de inzet van Jeugdbescherming in onze regio is gericht op voorkomen van uithuisplaatsingen. Het aantal uithuisplaatsingen is in 2020 afgenomen met ongeveer 9% ten opzichte van 2017.

De bij punt 2 genoemde punten (versterking wijkteams, effectieve preventie, extra ambulante hulp) zijn gericht op kinderen bij hun ouders – indien nodig met ondersteuning – laten opgroeien en op het voorkomen van escaleren van problemen. Hierbij wordt ook ingezet op problemen van ouders, om intergenerationele overdracht van problemen te voorkomen. In de nieuwe lokale inkoopronde wordt het meer vanzelfsprekend dat er naar meerdere factoren wordt gekeken, dus niet alleen naar de problematiek van het kind maar ook naar de kindouderrelatie (vooral bij de KOPP/KOV kinderen, eenoudergezinnen, gezinnen met LVB etc.). Bij de voorbereiding van de lokale inkoop wordt onderzocht hoe we dat zo goed mogelijk in ons systeem kunnen inbedden. Verder worden de gezinsarrangementen doorontwikkeld voor een betere aansluiting van Wmo en jeugdhulp. In de specialistische hulp draaien pilots met opname-vervangende hulp. Deze hulp is gericht op het in standhouden van de gezinssituatie. De aanbieders bieden ambulante expertise bij de jeugdige en gezinnen thuis, of bij jeugdigen in een thuissetting (pleegzorg+). Deze integrale teams hebben gemeenschappelijk dat de hulp zeer intensief is, er geen opname in een instelling plaats vindt en dat de gezinnen vanuit meerdere disciplines worden geholpen. 4.

Geef de (hoog) specialistische en forensische hulp via de Gemeenschappelijke Regeling regionaal een passende plaats onder de aanbestedingszon, zo mogelijk door apart

een plek in te ruimen voor een maatschap van forensische instellingen zodat zij zich breder kunnen maken; garandeer zo dat kinderen en jongeren met complexe problematiek sneller worden doorgeleid en passende aandacht en hulp krijgen. Bied met name meer ruimte voor de belangrijke fase van probleemanalyse en (juiste) diagnose. Zoals aangegeven functioneert de forensische tafel naar wens (zie ook bijlage 5). In de nieuwe inkoop is aandacht voor specialismen, deze worden regionaal ingekocht. Een mooi voorbeeld van hoogspecialistische zorg is het BREN, het bovenregionaal expertise centrum, waarin hoogspecialistische zorg extra gegarandeerd en georganiseerd wordt in ons landsdeel. Rotterdam is voortrekker hierin. In de nieuwe inkoop is veel aandacht voor expertise schil rond of in wijkteams, waarin de probleemanalyse fase wordt ondergebracht. In de Regiovisie Jeugdhulp regio Rijnmond “Nabij en Passend” d.d. 30 november 2020 is meegenomen hoe cruciaal de vraagverheldering als eerste stap is. Door bij de start een goede afweging te maken voor het inzetten van hulp wordt voorkomen dat verkeerde hulp ingezet wordt en dat hulp wordt gestapeld (zogenaamde stepped care, zie ook uw aanbeveling 12). Door de beste mensen voorin het proces te zetten en in te zetten op mensen die integraal, met ervaring en kennis van zaken en zicht op het aanbod, in staat zijn de juiste afweging te maken.

Ook het streven naar het bieden van persoonlijke zorg, waarin de vraag van de kinderen en het gezin het vertrekpunt is komt hierin terug. Alsook het ondersteunen van de huisartsen en jeugdartsen bij een passende doorverwijzing. Met hen wordt de wens gedeeld om laagdrempelige hulp dicht bij de leefomgeving van gezinnen te organiseren. Daarnaast wordt aangegeven dat de regionale infrastructuur naadloos moet aansluiten op de lokale infrastructuur. (Aan)sluitend betekent o.a. dat de deelnemende gemeenten de beschikbaarheid van deskundige jeugdhulp voor hoog-complexe zorg kunnen garanderen. De kracht van de regio Rijnmond ligt in de omvang die het mogelijk maakt complexe hulp in te kopen. 5. Evalueer met aannemers en met aanbestedingsdeskundigen wat goed functioneert in de structuur van percelen en gunningen en waar dit in de praktijk van de uitvoering (overstap naar andere behandeling) de flexibiliteit belemmert. Benut de inzichten vanuit de praktijk in de aanpak van de aanbesteding. Wij zijn in consultatieronden met aanbieders in gesprek over de inkoop voor 2023, zowel in GRJR als lokaal verband. Lokaal worden we bij het ontwikkelen van onze inkoopstrategie ondersteund door een bureau met veel ervaring in het land. Daarnaast voeren we gesprekken met het NJI en andere regio’s/gemeenten in het land om ook van hun ervaringen te leren. In april volgt een marktconsultatie waar o.a.

deze thema’s ook aan bod komen. De inkoopstrategie wordt voor de zomer met u gedeeld. 6. Overleg met aannemers c.a. wat er gedaan kan worden om de overmaat aan bureaucratie te verminderen. Ga na wat good / best practices in andere regio’s zijn en betrek die erbij. Doe wat je kan als gemeente om de last verantwoord te verminderen. Ik ben het met u eens dat we ons maximaal moeten inspannen om lastendruk voor cliënten, aanbieders, wijkteams en gemeenten te verminderen, zie ook punt 1. Tegelijkertijd willen wij het proces volgen en stelt de accountant van gemeenten en aanbieders de nodige eisen in rechtmatigheidscontroles. De afgelopen maanden hebben wij het berichtenverkeer in onze backoffice met de administratie van de aanbieders gelijkgetrokken. Als het berichtenverkeer goed functioneert zijn geen aanvullende gegevens van de aanbieders meer nodig en beschikken wij over actuele informatie over de uitnutting van de contracten. Tot slot: een van de doelen in onze nieuwe inkoopronde is het nastreven van lastenverlichting. Dit thema komt terug in de marktconsultatie met aanbieders. Waar mogelijk doen we dat ook nu. Voor het bestellen van spoedhulp is in Rotterdam gebruik gemaakt van een makkelijkere route, zodat aanbieders sneller deze vorm van hulp administratief in gang kunnen zetten.

7. De gemeente gaat steviger en zichtbaarder regie voeren op het proces, kaders en escalatie in de jeugdhulp. Daarbij wordt ingezet op een gevoel van gedeeld eigenaarschap voor tijdige, passende en effectieve jeugdhulp en ketensamenwerking als antwoord op het ieder voor zich- en hokjes-denken, waarbij kinderen en jongeren het kind van de rekening zijn. Op alle niveaus wordt gewerkt aan de uitvoering van onze regierol. In de GRJR wordt dit door de gemeenten wat betreft de inkoop en contractmanagement uitgevoerd door de regionale uitvoeringsorganisatie, die dit namens alle gemeenten uitvoert. Als op dat niveau zaken niet goed lopen, wordt opgeschaald naar het Dagelijks Bestuur van de GRJR. Ik heb in mijn functie van DB lid van de GRJR regelmatig gesprekken met zorgaanbieders, Jeugdbescherming en Veilig Thuis om vanuit onze rol als opdrachtgever het functioneren van de jeugdhulpketen aan de orde te stellen en onze regierol in te vullen. Waar het gaat om Rotterdams ingekochte jeugdhulp, spreek ik tijdens werkbezoeken en op andere ontmoetingen met aanbieders. Hierin is alle ruimte voor het bespreken van zorgen over de werking van het stelsel. 8. Zorg dat de partijen in het veld positieve prikkels krijgen om tijdige, passende en effectieve zorg te realiseren, blijkend uit af te spreken prestatie-indicatoren. Dit met name bij complexe specialistische en forensische hulp.

Focus meer op (aanpak van) oorzaken van wachtlijsten bij instellingen dan op het verschijnsel zelf. Een belangrijk thema binnen de Regiovisie in de verdere ontwikkeling van effectieve hulp is het oplossen van wachtlijsten. Alle gemeenten en aanbieders hebben de wens en ambitie om een einde aan de wachtlijsten te maken. Om effectieve maatregelen te nemen is het van belang om een goed en gedeeld beeld te hebben van de oorzaken en oplossingen van de wachtlijsten op verschillende plekken in het systeem. In dit kader wordt ook de Monitor Kind in de Keten verder ontwikkeld. In de GRJR is een set van prestatie indicatoren vastgesteld, die ons een beeld geven over de kwaliteit van de geboden hulp. Het gaat daarbij om doelrealisatie, cliënttevredenheid, uitval (en reden beëindiging) en wachttijd, waardoor monitoring hierop mogelijk is door de contractmanagers. Daarnaast is afgesproken met aanbieders om het leveren van resultaten concreet uit te werken, zodat we kunnen sturen op resultaten (zie ook bij punt 1). We hebben de ambitie om samen te werken als partners en gezamenlijk te leren en verbeteren. Zowel in de kadernotitie inkoopstrategieën ‘Heel de stad’ en de Regiovisie Jeugdhulp regio Rijnmond is dit opgenomen. In de inkoopstrategie wordt dit verder uitgewerkt.

Daarnaast blijven we investeren in preventie in gezinnen, wijkgerichte programmering en stevige wijkteams in de verwachting dat we bij eerder ingrijpen problemen voorkomen. De effecten hiervan worden op de langere termijn zichtbaar, nemen we aan. We zien meer kinderen en bieden meer hulp dan ooit in een vroegtijdig stadium. 9. Zet in op meer kleinschalige specialistische voorzieningen en meer gezinshuizen, om het gat te dichten tussen gesloten instellingen en particuliere opvang. Ik deel met u het uitgangspunt dat kinderen zo thuis mogelijk moeten opgroeien. Is dit niet mogelijk dan wil ik alle vormen van verblijf voor langere termijn, indien mogelijk, in een gezinssetting laten plaatsvinden. Dit is dan ook het uitgangspunt van de Regiovisie Jeugdhulp regio Rijnmond. De uitbreidingen in de GRJR zijn in gezinshuizen en kleinschalige opvang en niet in een grootschalige verblijfssetting. Daarnaast zetten we ook nadrukkelijk in op de ontwikkeling van ambulante alternatieven voor uithuisplaatsingen (zie ook bij punt 3). Wat betreft gesloten jeugdhulp worden alternatieven ontwikkeld voor gesloten instellingen, zoals aangegeven in voorgaande tekst. Dit kunnen ook kleinschalige voorzieningen of gezinshuizen zijn. Daarnaast zijn twee kleinschalige voorzieningen gestart om uitstroom klinische setting te bevorderen voor kinderen die niet thuis kunnen wonen.

En zijn de long stay voorzieningen

uitgebreid. Ook in de nieuwe inkoop wordt maximaal ingezet op ambulantisering. Tegelijkertijd houden we oog voor basis opvangcapaciteit. 10. Jeugdhulp wordt in beginsel vergoed. Voer het gesprek over wat onder jeugdhulp valt. U raakt in deze aanbeveling een actuele discussie. Er wordt al een over een eigen bijdrage gesproken in de jeugdhulp om de stijgende kosten (AEF) te beteugelen. Ik ben me hierover aan het beraden. De kans bestaat dat een nieuw kabinet hierin maatregelen treft. Ik weet me gesteund door u als raad dat u niet enthousiast bent over een eigen bijdrage, net als ik. Over grenzen aan jeugdhulp wordt in het landelijke AEF traject een advies uitgebracht, in vervolg op het eerder met u gedeelde rapport. Ik zal de resultaten van de werkgroepen en de uitkomsten van de onderhandelingen tussen Rijk en VNG met u delen. 11. De gemeente stimuleert dat partijen in de sector elkaar gemakkelijker gaan aanspreken en verder dat er meer openheid komt over fricties en problemen, waarbij signalen op de juiste plekken terechtkomen. Mogelijkheden en manieren om te escaleren krijgen nadrukkelijk aandacht. Vanzelfsprekend wil ik stimuleren dat partijen elkaar aanspreken, waar dit nog onvoldoende gebeurt. In de praktijk merk ik dat de gemeente vindbaar en bereikbaar is voor klachten van burgers en aanbieders. Hierdoor kunnen zaken vaak snel worden opgelost (zie verder bij punt 12).

Daarnaast neemt de gemeente een actieve rol binnen casuïstiek besprekingen rond complexe gevallen. Er wordt regelmatig geëscaleerd over hulp die vastloopt. In die gevallen wordt gezocht naar oplossingen, waarbij ik toestemming kan geven extra middelen in te zetten, als financiën het knelpunt zijn. 12. Houd meer en beter de vinger aan de pols over de uitvoering van jeugdhulp door contact te onderhouden met verwijzers en professionals in de sector, om sneller te kunnen (helpen met) bijsturing. Ik ben met u eens dat wij blijvend in contact moeten zijn met verwijzers, gecontracteerde partijen en de gebruikers van de jeugdhulp. Wij zetten daarom intensief in op deze relatie; wij voeren contractgesprekken op alle niveaus, we organiseren inhoudelijk tafels om knelpunten in onderdelen in beeld te krijgen en op te lossen. Daarnaast leg ik werkbezoeken af bij de jeugdhulpaanbieders waar onze jongeren worden geholpen. Ik doe dit ook bij onderaannemers om zo een beeld te vormen over de praktijk. Signalen over knelpunten binnen ons stelsel komen binnen Rotterdam op meerdere niveaus binnen, zoals via de wijkteams, de zorgaanbieders, de Kinderombudsman en de Brede Raad. Ook signalen van burgers komen bij ons binnen en worden afgehandeld. We willen zoals eerder genoemd meer samenwerken als partners, dit is tevens opgenomen in de Regiovisie Jeugdhulp regio Rijnmond.

In de kadernotitie inkoopstrategieën ‘Heel de Stad’ hebben we een escalatieladder opgenomen, omdat wij van mening zijn dat de gemeente ook aanspreekbaar moet zijn als het niet goed gaat. De komende periode werken we voor de lokale inkoop uit wat dat precies betekent en hoe dat gaat landen in de inkoopstrategie. Om sneller te kunnen helpen met bijsturing gaan we een omslag doorvoeren. Voorheen werd vooral gekeken naar het behaalde resultaat. Met behulp van het factorenmodel gaan we, zonder op de stoel van de professional te gaan zitten, meer inzicht krijgen in wat wel en niet werkt en kunnen we daar eventueel op bijsturen.

Deel III: Vooruitblik voor de komende maanden Financiën en wachttijden De uitgaven voor jeugdhulp kunnen wij niet op een verantwoorde wijze terugbrengen tot de inkomsten vanuit het Rijk voor deze hulpvorm. Wij vinden het belangrijk om te blijven inzetten op de beweging naar voren om kinderen en gezinnen eerder helpen. We gaan ervanuit dat dit hun welzijn bevordert en op de lange termijn het beroep op zwaardere zorgvormen vermindert. De komende periode wordt dooronderhandeld tussen Rijk en VNG over passend budget voor jeugdhulp, zowel voor dit jaar als structureel. Op regionaal niveau loopt het gesprek door tussen VWS en gemeenten en aanbieders over de hoge wachtlijsten in onze regio. U informeer u over de uitkomsten van deze trajecten. Voor de zomer ontvangt u de financiële jaarstukken (jaarrekening 2020, lopende begroting en begroting 2022) met toelichting van de GRJR. Herstelplan jongeren COVID De gemeente Rotterdam heeft samen met jongeren en partners in de stad een plan gemaakt dat in december 2020 is vastgesteld door het college van B&W. Het herstelplan jongeren COVID wordt ook wel ‘Rotterdam Sterker Door Jongeren’ genoemd’. In dit plan wordt samen met partijen in de stad gewerkt om jongeren zelfredzaam te houden en jongeren goed uit de crisis te laten komen.

Dit wordt gedaan aan de hand van drie sporen: het bereiken en betrekken van jongeren, de basis op orde en perspectief op onderwijs en werk. Tijdens de winterprogrammering is er ingezet op online-activiteiten voor jongeren. Momenteel loopt het plus programma van de welzijnsorganisaties, aangevuld met sportprogrammering in de stad. Jongeren kunnen in de hele stad inmiddels meedoen aan programma’s waarin naast off- en online ontmoeten het bespreekbaar maken van de problemen die zij ervaren centraal staan. Daarnaast is er extra inzet op preventieve interventies voor mentale gezondheid via de aanbieders uit het Subsidiekader jeugdpreventie. De jongeren die hulp nodig hebben worden warm overgedragen naar bestaande netwerken en hulpverlening. Dit betekent dat de zorgvraag toeneemt en de urgentie voor het wegwerken van wachttijden en aanbieden van passende hulp nog meer toeneemt. Als de regionale inzet op de aanpak van wachttijden onvoldoende effect heeft, moet een Rotterdamse aanpak worden overwogen. Inkoop jeugdhulp De voorbereidingen voor de inkoopprocedure voor 2023 voor zowel de regionaal ingekochte jeugdhulp als onze lokale inkoop zijn in volle gang. Het beleidsplan ‘Heel de stad’, de Regiovisie ‘Nabij en Passend’ en de aanbevelingen uit ‘een Kind is geen kavel’ zijn daarbij belangrijke kaders.

Lokaal is samen met de andere inkoopsporen Wmo, Welzijn en de Wijkteams, een kadernotitie Inkoopstrategieën opgesteld en in januari jl. vastgesteld. In deze kadernotitie zijn integrale uitgangspunten opgenomen zoals de inkoopvorm, looptijden, tarifering, sturing en monitoring. Tevens is een doorkijk voor de inkoopstrategie jeugd opgenomen. De inkoopstrategie voor jeugd wordt voor de zomervakantie aan u voorgelegd. Plan van aanpak Kwetsbare jongeren 16-27 jaar Onder de overkoepelende visie van ‘Heel de stad’ wordt een actieplan Kwetsbare Jongeren 1627 jaar uitgewerkt voor de periode 2021-2026. Met kwetsbare jongeren bedoelen we jongeren met problematiek op meerdere leefgebieden die hulp nodig hebben bij het oplossen van deze

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=e93cf103-1ff5-4ba0-8b7e-e8c23beabb92