21bb427 Afdoeningsvoorstel college toezeggingen 19bb24158 en 20bb3080 over bouwstenen voor de Wijk aan Zet en de derde tussenrapportage evaluatie bestuursmodel Rotterdam 2018 - 2022
Tekst van het document
Bezoekadres: Stadhuis Coolsingel 40 3011 AD Rotterdam Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Website: www.rotterdam.nl E-mail: bbo@rotterdam.nl Inlichtingen: R.J. Dompeling Telefoon: (06) 39116461 Portefeuillehouder: Wethouder Kathmann Cluster: Cluster Dienstverlening Ons kenmerk: 3734282 – 21bb427 Uw kenmerk: -
Aan de Gemeenteraad
Datum: B&W 19 januari 2021
CC aan alle gebiedsvertegenwoordigers
Betreft: 3e Tussenrapportage lerende evaluatie Bestuursmodel Rotterdam 2018 – 2022 & bouwstenen ‘de Wijk aan Zet!’
Onderwerp Bouwstenen voor de Wijk aan Zet en de derde tussenrapportage evaluatie bestuursmodel Rotterdam 2018-2022
Op welke gronden deze brief/waarom nu voorgelegd? De gemeenteraad heeft tijdens de behandeling van het huidige bestuursmodel aangegeven de voortgang van de twee experimenten – wijkraden en wijkcomités – te willen monitoren en evalueren. In de zomer van 2019 heeft de EUR de eerste rapportage opgeleverd (19bb21649) die samen met de collegereactie (19bb21651) besproken is in de commissie Veiligheid & Bestuur. Begin 2020 is de tweede rapportage (20bb1871) inclusief reactie vanuit het college verstuurd(20bb1872). Beide rapportages gaven aanbevelingen om het huidige stelsel nog tijdens deze periode te verbeteren. Hierbij sturen we u de derde tussenevaluatie/adviesrapportage van de EUR. Hierin geeft de EUR aanbevelingen voor de nieuwe bestuursperiode (2022-2026). Onze reactie hierop vindt u in de bijlage bij deze brief. In deze brief beschrijven wij wat voor ons bouwstenen zijn voor een aangepast model waarin de wijk en haar bewoners centraal staan.
Relatie met het coalitieakkoord/collegewerkprogramma/begroting/eerder aangenomen moties en gedane toezeggingen: - Experimenteerbesluit gekozen wijkraden en gelote wijkcomité (17bb8314). - Toezegging monitoring en evaluatie experimenten (17bb8304). - Toezegging ‘borging onafhankelijkheid ondersteuners’ (19BB24158). - Toezegging ‘maatregelen verbeteringen’ (20BB3080). - Eerste wijziging experimentbesluit gekozen wijkraden en gelote wijkcomité (18bb1483). - Collegetargets 2018-2022: nr.14a&b: Rotterdammers vinden dat ze significant meer worden betrokken in het meedenken of meebeslissen over maatregelen in hun leefomgeving. - Verordening op de gebiedscommissies 2014.
Toelichting Deze brief is onze aanzet om met uw raad en met de stad in gesprek te gaan over de toekomst van de wijkdemocratie in de komende raadsperiode. Deze aanzet komt voort uit de uitvoerige rapportages van de EUR, de eerdere gesprekken met uw raad, huidige leden van gebiedscommissies, wijkraden en -comités en gesprekken met actieve bewoners in de stad. Daarbij is ons uitgangspunt dat wij willen bereiken dat meer Rotterdammers vinden dat zij betrokken worden bij, en meebeslissen over maatregelen in hun leefomgeving.
We blikken in deze brief kort terug op de ontwikkeling van het bestuursmodel tot op heden. Vervolgens kijken we naar de toekomst en kijken we naar wat de Rotterdammer nodig heeft om meer mee te kunnen denken, mee te kunnen doen en mee te kunnen beslissen. Hierbij doen we als college een voorstel voor een aantal bouwstenen die aan de basis liggen van ‘de Wijk aan Zet’. In de bijlage reageren we uitgebreid op alle aanbevelingen uit de derde tussenrapportage van de EUR. We danken de onderzoekers voor hun inzet en uitvoerige onderzoek naar het huidige bestuursmodel. Dankzij hun inspanningen, zoals het regelmatig spreken van vele bestuurscommissieleden ligt er een goede analyse van het functioneren van het huidige bestuursmodel. We hebben hier uitvoerig uit geput voor onze oriëntatie op wat de juiste bouwstenen zijn richting de toekomst. Het college wil hierbij benadrukken trots te zijn op alle Rotterdammers die zich inzetten voor hun wijk of gebied. Zij maken de stad. Terugblik op de ontwikkeling van het bestuursmodel. De discussie over het huidige Rotterdamse bestuursmodel kent een geschiedenis vanaf 2012, met het landelijke besluit om deelgemeenten af te schaffen. In 2012 kiest de gemeenteraad voor het model van gebiedsbesturen na flinke amendering van het principebesluit.
Het model uit 2014 betstond uit 14 gebiedscommissies met een voorzitterscollectief en een aantal beperkte bevoegdheden. Ook kennen wij sinds die tijd een regeling voor bewonersinitiatieven. Met de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 heeft de gemeente Rotterdam een aantal wijzigingen doorgevoerd in het systeem van gebiedscommissies en de bijbehorende ambtelijke organisatie, mede op basis van de uitgebreide evaluatie van het Rotterdamse bestuursstelsel in 2016 (DRIFT/EUR). De opvallendste verandering ten opzichte van het model uit 2014 zijn de toevoeging van twee experimenten: in twee gebieden zijn de gebiedscommissies vervangen door wijkraden en in andere gebieden zijn er naast gebiedscommissies gelote wijkcomités.
Een nieuw fundament nodig Sinds de afschaffing van de deelgemeenten zoeken opeenvolgende colleges en gemeenteraden naar de optimale wijkdemocratie en -participatie. Wij hebben uitgebreid gereflecteerd over het functioneren van het huidige model en de door de EUR aangereikte denkrichtingen voor verbeteringen. Daarbij hebben wij de tussenrapportages, de inzichten uit de gesprekken met de huidige vertegenwoordigers, gesprekken met wetenschappers, de ervaringen in de coronacrisis, rapportages en inzichten van andere gemeenten en de eigen ervaringen gebruikt. Deze waardevolle inbreng heeft het college tot de conclusie gebracht dat het huidige bestuursmodel toe is aan een aantal fundamentele wijzigingen. Deze moeten leiden tot een nieuw model dat inspeelt op de huidige tijdgeest, aansluit bij de behoefte van Rotterdammers en klaar is voor de toekomst. Uitgangspunten daarbij zijn dat Rotterdammers op een directe en doelgerichte manier kunnen meedoen, meedenken en meebeslissen, met meer geld per wijk, ondersteund door een goed aansluitende wijkvertegenwoordiging en een sterke ambtelijke wijkorganisatie. In deze brief schetst het college een aantal bouwstenen voor dat hernieuwde fundament.
Bouwstenen voor de Wijk aan Zet Het college constateert het volgende: - Het huidige stelsel biedt de Rotterdammer niet genoeg ruimte om direct mee te doen, denken en beslissen over de eigen leefomgeving. - Daarnaast stelt het college vast dat de gemeentelijke organisatie ondanks herhaalde pogingen daartoe, nog onvoldoende in staat is wijkgericht te werken. Er gebeurt veel goeds in de wijken, bijvoorbeeld in het kader van de coronanoodhulp of de energietransitie. Toch moeten we constateren dat we nog onvoldoende in staat zijn om adequaat aan de vraag vanuit de wijk te voldoen. - In het huidige model is er vaak discussie over taken en bevoegdheden; het gaat vaak over positie en over politieke belangen/de politieke agenda. Gemeente en wijkvertegenwoordigers liggen vaker in loopgraven dan dat zij optimaal samenwerken. - Ook heerst er ontevredenheid over het al dan niet opvolgen van gevraagde en ongevraagde adviezen. Zowel de advisering als de beantwoording kost de gebieden, wijken en de gemeente
zeeën van kostbare tijd terwijl de opbrengst voor beide kanten in veel gevallen matig is. Dit heen en weer schuiven van papier, hoe hard iedere betrokkene hierop ook zijn best doet, zorgt voor ergernis en wantrouwen tussen wijk en stad en draagt niet bij aan de goede samenwerking waarnaar we allemaal op zoek zijn. Kortom, te weinig Rotterdammers voelen zich betrokken en doen mee, hoe groot de inzet van al die Rotterdammers die nu actief zijn in een gebiedscommissie, wijkcomité of wijkraad ook is. De invloed van Rotterdammers op hun directe leefomgeving moet groter worden. Ook moet duidelijker zijn waar wel en waar geen inspraak op mogelijk is. Daarom zetten we de Wijk aan Zet. Het college stelt vier bouwstenen voor de inrichting van een nieuw bestuursmodel voor: 1) de schaal. We stellen voor te werken met de maat van de Rotterdamse wijk. 2) de taken. We vragen vertegenwoordigers uit de wijk te signaleren, te toetsen en te verbinden. 3) positie en het nieuwe speelveld. We sluiten aan bij de werkwijze om meer wijkgericht aan de slag te gaan. Hier hoort meer zeggenschap voor de wijk over de inzet van middelen bij. 4) selectie. In plaats van (partijpolitieke) verkiezingen, stellen we een systeem van verkiezingen op persoonlijke titel voor. Hiermee doen we recht aan de inzet van betrokken Rotterdammers en verlagen we de drempel voor bewoners om actief te worden in hun wijk.
1) Schaal We stellen, in lijn met de aanbevelingen van EUR, voor om te werken met de maat van de Rotterdamse wijk. In een optimale wijkdemocratie zorgen we dat de vertegenwoordiging zo dichtbij mogelijk wordt georganiseerd. Zonder afbreuk te doen aan de identiteit van de buurt of wijk, met andere woorden, binnen de grenzen van de plek waarmee Rotterdammers zich het meest verbonden voelen. Wij zien het schaalniveau van de wijk als de beste basis voor participatie en lokale democratie. Hoe kleiner het schaalniveau, hoe groter het gevoel op verbondenheid en hoe sterker de wens van bewoners om mee te doen, mee te denken en mee te beslissen. Vertegenwoordigers zijn op deze schaalgrootte ook beter in staat om representatief te zijn voor de gehele wijk. Daarom stellen we ons een laagdrempeliger wijkvertegenwoordiging voor die de betrokkenheid van de wijk versterkt. Dit vraagt andere taakinvulling dan de huidige inrichting van wijkraden of gebiedscommissies. 2) Taken We vragen vertegenwoordigers uit de wijk te signaleren, te toetsen en te verbinden. Hoe kunnen Rotterdammers optimaal invloed uitoefenen in hun wijk en hoe kan een wijkvertegenwoordiging daar dienstbaar aan zijn? Het college ziet hierbij een werkwijze voor zich die niet formeel en bureaucratisch, maar vooral praktisch is ingericht.
Een werkwijze die zorgt dat alle bewoners van een wijk snel en laagdrempelig (digitaal) kunnen participeren, ondersteund en aangejaagd door een wijkvertegenwoordiging die directe lijntjes heeft met gemeente, raad en college. Een wijkvertegenwoordiging bewaakt de mogelijkheid voor alle wijkbewoners om te participeren en is daarvoor het eerste aanspreekpunt, agendeert de belangrijkste aandachtspunten uit de wijk, is een onmisbare schakel tussen wijk en gemeente, en controleert of de gemeente uitvoert wat is afgesproken en of er voldoende participatie heeft plaatsgevonden. Zij blijven de ogen en oren van de wijk en brengen het netwerk in de wijk in kaart. De gemeente organiseert de participatie, stelt voldoende budget beschikbaar en ondersteunt de wijkvertegenwoordiging waar nodig. De wijkvertegenwoordigers stellen samen met de wijk de wijkagenda op waarvoor de hele wijk over de belangrijkste thema’s is bevraagd. De wijkagenda’s worden naar een hoger plan getild: in de nieuwe werkwijze zijn ze leidend en geven meer dan voorheen de maat aan waarin de gemeente aan de slag moet in de wijk. Het geld voor bewonersinitiatieven blijft beschikbaar, maar de verdeling hiervan wordt dichter bij de wijkbewoners gelegd. In de kleine kernen hebben we hier met het participatieplatform ‘sterker door nieuwe ideeën’ positieve ervaringen opgedaan.
Voor iedereen moet duidelijk zijn wat wijkthema’s zijn en wat stedelijke thema’s, zodat er geen verwarring of frustratie over kan ontstaan. Bij stedelijke thema’s zoals mobiliteit, bouwen of de energietransitie moet helder zijn waarover er wel en niet geparticipeerd kan worden en moeten wijkbewoners een bijdrage kunnen leveren aan het tot stand komen van stedelijk beleid.
Zoals het college het voor zich ziet, zijn gemeente en wijkvertegenwoordiging voortdurend met elkaar in gesprek over wijk- en stadsthema’s. Zij sturen elkaar geen adviezen en antwoorden meer per post, maar zitten met elkaar aan tafel. Ze werken samen. Hier moet wel tegenover staan dat de vertegenwoordigers van de gemeente (de wijkmanagers) ook echt potten kunnen breken binnen de gemeentelijke organisatie. Wijkmanagers krijgen daarom meer mandaat, meer beslisbevoegdheid, verdelen de budgetten en hebben een steviger (groter) team om zich heen. Deze teams van wijkmanager en ondersteuning zijn - net als onze stadsmariniers - fysiek aanwezig in de wijk en altijd aanspreekbaar. 3) Positie en het nieuwe speelveld We sluiten aan bij de werkwijze om meer wijkgericht aan de slag te gaan. Hier hoort meer zeggenschap voor de wijk over inzet en middelen bij. Het college heeft een voorkeur voor een directe verbinding tussen wijkvertegenwoordigers en het gemeentebestuur op basis van reguliere gesprekken. Ook willen wij de escalatiemogelijkheden, bijvoorbeeld met uw raad maar ook met toekomstige colleges van burgemeester en wethouders, formaliseren. Dit in tegenstelling tot de huidige, formele gedelegeerde bevoegdheden.
De rol van de wijkvertegenwoordigers is in deze vorm dus minder van formele bestuurlijke aard en meer in de rol van actieve bewoners die zich inzetten voor de wijk door die te vertegenwoordigen en de schakel te vormen tussen wijk en stadsbestuur. Dit maakt de relatie tussen gemeente, gemeenteraad en wijken zuiverder en meer samenwerkingsgericht. Zoals het college het voor zich ziet, zijn wijkvertegenwoordigers en de gemeente voortdurend in en over de wijk in gesprek en werken zij samen aan wat nodig is voor de wijk. Als er escalatie nodig is, dan kunnen de vertegenwoordigers zich wenden tot de wethouder, of tot uw raad. 4) Selectie In plaats van (partijpolitieke) verkiezingen, stellen we een systeem van verkiezingen op persoonlijke titel voor. Hiermee doen we recht aan de inzet van betrokken Rotterdammers en verlagen we de drempel voor bewoners om actief te worden in hun wijk. Verkiezen op persoonlijke titel in het huidige experiment van wijkraden heeft verschillende voordelen. Ook Rotterdammers die niet politiek actief zijn krijgen zo de ruimte om deel te nemen aan het vertegenwoordigen van hun wijk. Daarnaast staat de partijpolitieke agenda niet bovenaan, is minder sprake van tegengestelde belangen, en meer focus op wat de wijk nodig heeft.
In een vertegenwoordiging op persoonlijke titel worden de leden gestimuleerd om actiever te zijn, staan de belangen van de wijk meer voorop en zijn er minder drempels voor bewoners met verschillende belangen en achtergronden. Hierdoor wordt een wijkvertegenwoordiging een mozaïek aan belangen, idealen en achtergronden die samen de wijk vertegenwoordigen en het draagvlak om mee te doen vergroten. Het college ziet de verkiezingen op persoonlijke titel als belangrijke bouwsteen voor een model dat apolitiek is maar toch recht doet aan de beoogde wijkdemocratie.
Rol van de gemeentelijke organisatie Het college is zich er terdege van bewust dat het slagen van de Wijk aan Zet valt of staat met een ondersteunend, flexibel en daadkrachtig gemeentelijk apparaat. Zoals we ook in onze observaties aangeven heeft de gemeente op dat vlak nog terrein te winnen. Tijdens de coronacrisis heeft de gemeente laten zien in staat te zijn om slagvaardig en daadkrachtig te kunnen werken en aan te sluiten bij de initiatieven en vragen vanuit de wijk. De lessen die we met de aanpak Rotterdam. Sterker door hebben geleerd (de zogenaamde ‘vlondermentaliteit’) nemen we mee in onze organisatieontwikkeling. De concerndirectie heeft daartoe opdracht gegeven. De gemeente heeft de afgelopen periode al geëxperimenteerd met het zgn. opgave en kredietmandaat. Het doel blijft om het mandaat van de wijkmanagers te vergroten, over clustergrenzen heen te werken en de vraag uit de wijk leidend te laten zijn. Ook zichtbaarheid is daarbij van belang. De hubs in de wijken zijn een goed voorbeeld. Hier zijn er al een aantal van gerealiseerd en dit zal verder uitgebreid worden zodat dit weer kan. De hubs zijn laagdrempelige locaties in de wijk waar medewerkers en partners elkaar treffen en bewoners terecht kunnen met vragen of opmerkingen.
Het college ziet voor zich dat de wijkmanager een stevigere rol krijgt zodat hij of zij de juiste positie heeft om het verschil te kunnen maken en slagvaardig kan optreden in de wijk. Belangrijk onderdeel van zijn/haar werkzaamheden zijn om samen met de wijkvertegenwoordigers, bewoners en andere partners te doen wat de wijk nodig heeft. De wijkmanager behoort, naast het beheren van wijkbudgetten, ook de beschikking te hebben over handgeld om waar nodig kleine noden en wensen snel op te kunnen lossen.
Tot slot: Meer geld voor de wijken Wat het college betreft moet er meer geld de wijk in. Dit kan op verschillende manieren. Bijvoorbeeld door bestaande budgetten effectiever in te zetten of de wijk binnen bestaande budgetten meer leidend te maken, ongeacht de portefeuille/ het cluster. En/of door de wijk meer zeggenschap te geven bij het verdelen van het budget en dus meer ruimte te geven voor wat de wijk belangrijk vindt. De wijk beheert het geld niet, maar krijgt wel zeggenschap over hoe het geld besteed wordt. Dit vergroot de betrokkenheid van bewoners en is een onlosmakelijk onderdeel van een optimale wijkdemocratie. Ook komt er zoals gezegd handgeld beschikbaar voor de wijkmanagers.
Vervolg Deze onderwerpen zijn belangrijk voor de Rotterdammers en de stad. Daarom wil het college met hen de komende tijd het gesprek voeren over deze bouwstenen. Het college wil de betrokkenheid van Rotterdammers versterken, de inzet van vele actieve Rotterdammers belonen en de zeggenschap over het reilen en zeilen in de wijken vergroten. Dit kunnen we niet vanaf de Coolsingel. Dit doen we samen met de stad. We hopen van harte dat iedereen de uitnodiging aanneemt om samen te bouwen aan een eigentijds bestuursmodel waarin meer mensen kunnen meedoen. We verwachten dat we na de afronding van de gesprekken half maart een raadsvoorstel voor de komende bestuursperiode te kunnen sturen. Om tot een raadsvoorstel te komen zien we de volgende tijdlijn voor ons: 5 Februari:
Tijdens dit eerste informele gesprek trappen we af door in gesprek te treden over participatie en directe democratie in Rotterdam. Het college denkt dat de hierboven beschreven bouwstenen daaraan bijdragen en gaat daar graag met de stad over in gesprek om de verschillende reacties te horen. De commissie VB wordt hiervoor uitgenodigd.
5 Februari- 4 Maart:
Deze periode gebruikt het college om de bouwstenen te bespreken met gebiedsvertegenwoordigers, bewoners, initiatiefnemers en experts. Dit gebeurt zowel via openbare debatten in de stad, als informele bijeenkomsten die het college organiseert.
5 Maart:
Tijdens deze afsluitende bijeenkomst bespreken we de uitkomst van de gesprekken met de stad, en hoe we op basis daarvan de bouwstenen verder uitwerken. Ook hiervoor wordt de commissie VB uitgenodigd.
Maart/April:
Het college stuurt op basis van de beschreven bouwstenen en de gevoerde gesprekken een voorstel naar de raad voor de periode 2022 - 2026.
Toezeggingen Wethouder Kathmann heeft op 10 september 2020 toegezegd te kijken hoe de aanpassingen van de eerste tussenevaluatie als verbetering gezien worden (20BB3080), naar aanleiding van de behandeling van de tweede tussenevaluatie. Uit de rapportage blijkt dat de EUR en de betrokkenen de aanpassingen naar aanleiding van de eerste tussenrapportage als positief ervaren, bijvoorbeeld het procedureel aanpassen van procesadviezen. Toch blijft er onvrede over dit instrument. Deze discrepantie blijft, ondanks aanpassingen of verbeteringen, omdat ze verbonden is met de kern van het model en de rolopvatting van bestuurscommissies. Het college is van mening dat deze discrepantie alleen weggenomen kan worden door een andere weg in te slaan.
Daarnaast heeft wethouder Kathmann u toegezegd om te kijken naar de ondersteuning wat betreft het bestuursmodel (19BB24158). U kunt in de rapportage lezen dat gebiedsvertegenwoordigers in het algemeen tevreden zijn over de ondersteuning die ze ontvangen. Maar we begrijpen dat de juiste ondersteuning belangrijk is bij de keuze van taken en inzet van een model. Met deze brief wil het college voorstellen het gesprek te openen over de bouwstenen voor een betere wijkdemocratie. Afhankelijk van de uitkomsten van de gesprekken met de stad en uw raad kan het bestuursmodel anders vorm krijgen. De huidige ondersteuning is gebaseerd op taken zoals besluiten nemen over initiatieven, adviezen schrijven en vergaderen. Hoe de ondersteuning er in een nieuwe raadsperiode precies uit komt te zien, is nog afhankelijk van de uiteindelijke invulling van het bestuursmodel. Op basis hiervan beschouwen wij toezegging 20BB3080 & toezegging 19BB24158 als afgedaan.
Financiële en juridische consequenties/aspecten De financiële en juridische consequenties hangen af van de eventueel gewijzigde en vastgestelde ontwerpprincipes voor de nieuwe bestuursperiode (2022–2026). Na een periode van gesprekken met de stad en de raad worden deze consequenties beter inzichtelijk en volgt het financiële beeld. Vast staat dat het financiële impact zal hebben.
Bijlage(n): 3e Tussenrapportage/ Adviesnotitie lerende evaluatie Bestuursmodel Rotterdam 2018 – 2022. Collegereactie op de aanbevelingen in de 3e Tussenrapportage.