CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb410 Raadvoorstel over Beschikbaar stellen van extra rijksmiddelen voor Cultuur

Gemeenteraad 18 februari 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 10. Het voorstel over beschikbaar stellen van extra rijksmiddelen voor Cultuur.1.377 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rotterdam, 19 januari 2021.

21bb000410

Aan: de gemeenteraad

Onderwerp: Beschikbaar stellen van extra rijksmiddelen voor Cultuur.

Gevraagd besluit: Samenvattend stellen wij u voor: vooruitlopend op de integrale afweging bij de behandeling van de voorjaarsnota een bedrag van C 6 miljoen toe te voegen aan de cultuurbegroting 2021 voor het verlenen van noodsteun in de maanden januari tot en met april 2021 aan de meerjarig gesubsidieerde culturele organisaties en een aantal nader te definiëren privaat gefinancierde culturele organisaties die beschouwd kunnen worden als cruciaal voor de Rotterdamse culturele infrastructuur en de speerpunten in het Rotterdamse cultuurbeleid. Waarom dit voorstelî/Waarom nu voorgelegd? Op 11 december 2020 ontving de gemeenteraad een brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). In deze brief brengt de minister de gemeenteraad op de hoogte van haar besluit C 150 miljoen beschikbaar te stellen aan gemeenten voor de ondersteuning van de lokale culturele infrastructuur in 2021, omdat Rijk en gemeenten gezamenlijk de verantwoordelijkheid dragen voor de lokale culturele infrastructuur. De minister spreekt het vertrouwen uit dat gemeenten de extra middelen voor dit specifieke doel, goed zullen besteden. Relatie met het coalitieakkoord/collegewerkprogramma/eerder aangenomen moties en gedane toezeggingen: De door de minister van OCW extra beschikbaar gestelde middelen zijn in de vorm van een decentralisatie-uitkering toegevoegd aan het Gemeentefonds.

Daarmee zijn ze onderdeel geworden van de algemene middelen en dient de gemeenteraad een besluit te nemen over de aanwending ervan. Toelichting: De cultuursector is in 2020 hard getroffen door de Covid-maatregelen. De lockdowns hebben ertoe geleid dat sommige organisaties sinds maart 2020 helemaal geen activiteiten konden ontplooien en andere slechts in beperkte mate publiek mochten ontvangen. Landelijke steunmaatregelen boden voor hen geen of onvoldoende oplossing. Veel culturele organisaties, zelfstandige kunstenaars en creatieven en (semi)commerciële cultuurondernemers zijn daardoor in financiële problemen gekomen. Een forse groep zelfstandigen en mensen die in de cultuursector werkzaam zijn, ook in de toeleverende sectoren, heeft zich genoodzaakt gezien op zoek te gaan naar andere bronnen van inkomsten. En nu, aan het begin van 2021, blijft de nood onverminderd hoog als gevolg van de al vijf weken geldende beperkingen, waardoor alle culturele voorzieningen gesloten zijn. Gelet op de besmettingscijfers en het tempo van de vaccinaties voorzien we daarin voorlopig geen substantiële veranderingen. Wij verwachten dat de cultuursector nog het gehele jaar steun nodig zal hebben om de cruciale culturele infrastructuur in stand te houden. De huidige

lockdown betekent immers dat het grootste deel van de cultuursector nog altijd geen publieksinkomsten heeft. Wij zien dat zonder extra financiële ondersteuning het voortbestaan van een aantal gesubsidieerde en ongesubsidieerde podia, musea, festival- en evenementenorganisaties op het spel staat en dat een grote groep makers (beeldend kunstenaars, musici, acteurs, dansers en mensen in de creatieve industrie) in grote financiële problemen zit. Als wij hen nu niet (opnieuw of voor het eerst) ondersteunen, zullen zij de crisis niet overleven en zal het vele járen duren voordat Rotterdam weer kan beschikken over een complete en diverse culturele infrastructuur. Vanuit de gemeente hebben we afgelopen jaar een noodfonds voor de cultuursector ingericht van ongeveer C 10 miljoen, waarmee we de grootste nood van de meerjarig gesubsidieerde organisaties hebben verminderd en ervoor gezorgd hebben dat de lokale culturele infrastructuur zo goed mogelijk in stand kon blijven. Maar we zien dat ook daarbuiten de zorgen toenemen, zoals bij de privaat-gefinancierde poppodia, de galeries, de filmhuizen en de hiervoor al genoemde zelfstandige kunstenaars en creatieven. Wij zijn daarom blij dat de minister van OCW gemeenten en provincies nu tegemoet komt met een substantieel bedrag voor de instandhouding van de lokale culturele infrastructuur.

Haar erkenning dat de lokale infrastructuur essentieel is voor het totale culturele ecosysteem en dat Rijk en gemeenten een gezamenlijke verantwoordelijkheid daarvoor dragen, ervaren wij als een grote steun in de rug. Op grond van het besluit van de minister om gemeenten naar rato van de gemeentelijke uitgaven aan cultuur in 2019 een bedrag beschikbaar te stellen voor de ondersteuning van de lokale culturele infrastructuur in 2021, heeft Rotterdam in december 2020 een bedrag van C 12,3 miljoen als decentralisatie-uitkering ontvangen. Normaal gesproken worden dergelijke extra rijksuitkeringen betrokken bij de integrale begrotingsafwegingen rond voor- of najaarsretraite en vervolgens aan u voorgelegd bij de behandeling van de voorjaarsbrief dan wel de begroting. Gelet op het voorgaande menen wij echter dat er gegronde reden is van deze systematiek af te wijken en u nu al een voorstel voor de inzet van een gedeelte van de extra rijksmiddelen voor cultuur voor te leggen. Wij verwachten daarmee de ergste nood in de sector te kunnen lenigen in de periode van 1 januari tot en met 30 april 2021, zoals wij dat ook hebben gedaan in 2020. Voor de periode daarna zullen wij u in de Voorjaarsbrief aanvullende voorstellen doen voor de inzet van de resterende middelen van de decentralisatie-uitkering voor cultuur.

Daarbij betrekken wij ook de Herstel- en Vernieuwingsagenda Rotterdamse Economie, waarin wij stellen dat culturele voorzieningen essentieel zijn voor de Rotterdamse economie, aangezien cultuur bijdraagt aan de aantrekkelijkheid van de stad voor bewoners en bezoekers en direct en indirect werkgelegenheid biedt. Mede in dat licht werken gemeente en cultuursector in een Denktank New Deal Cultuur aan plannen voor een meer wendbare, weerbare en veerkrachtige cultuursector na corona, een transitie naar andere werkwijzen vanuit een nieuw perspectief. Een transitie die niet alleen bijdraagt aan herstel van de sector maar ook aan het economisch herstel van de stad. Om die transitie mogelijk te maken zal de Denktank binnen enkele maanden een eerste advies uitbrengen met concrete acties en aanbevelingen. Financiële en juridische consequenties/aspecten: In de vorm van een decentralisatie-uitkering voor de instandhouding van de culturele infrastructuur is in december 2020 vanuit het gemeentefonds een bedrag van C 12,3 miljoen aan de algemene middelen toegevoegd. Daarnaast resteert vanuit 2020 een bedrag van C 1,9 miljoen in de vorm van een bestemmingsreserve voor noodsteun Sport en Cultuur. Wij hebben besloten allereerst dit laatste bedrag toe te voegen aan de cultuurbegroting en

vooruitlopend op de integrale afweging bij de behandeling van de voorjaarsnota een bedrag van C 4,1 miljoen toe te voegen ten laste van genoemde decentralisatie-uitkering in de algemene middelen. Over de maanden januari tot en met april 2021 zullen wij voor een bedrag van maximaal C 6 miljoen noodsteun verstrekken aan de meerjarig gesubsidieerde culturele organisaties en een aantal nader te definiëren privaat gefinancierde culturele organisaties die beschouwd kunnen worden als cruciaal voor de Rotterdamse culturele infrastructuur en de speerpunten in het Rotterdamse cultuurbeleid. Dit bedrag baseren wij op: de ervaringen met de verleende noodsteun in 2020; het feit dat het weerstandsvermogen van de organisaties die in 2020 noodsteun ontvingen, inmiddels is afgeroomd; er een wens is bij een aantal leden van uw raad om ook een aantal nietgesubsidieerde, cruciale culturele organisaties noodsteun te verlenen. De noodzakelijke uitvoeringsregelingen zullen wij na een positief besluit door uw raad in aansluiting op de daarop betrekking hebbende wet- en regelgeving opstellen en publiceren. Het verbreden van de scope, waar het gaat om het bieden van noodsteun in de culturele sector, hangt samen met de vraag hoe de crisis zich ontwikkelt.

Dit kan leiden tot nieuwe juridische vragen over de grondslag van de noodsteun, zoals al bij de noodsteun aan Diergaarde Blijdorp het geval was, maar ook tot vragen over de onderbouwing van de te maken bestuurlijke afweging. Momenteel denken wij om díe reden na over een door uw raad vast te stellen, overkoepelend en richtinggevend beleidskader. Het bijbehorende ontwerpbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en Wethouders van Rotterdam, De secretaris,

De burgemeester,

V.J.M. Roozen

A. Aboutaleb

Bijlage(n): Brief Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 11 december 2020

Ontwerpbesluit

De Raad van de gemeente Rotterdam, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 19 januari 2021; gelet op art. 189 van de Gemeentewet; besluit. een bedrag van C 6 miljoen toe te voegen aan de cultuurbegroting 2021 voor het verlenen van noodsteun in de maanden januari tot en met april 2021 aan de meerjarig gesubsidieerde culturele organisaties en een aantal nader te definiëren privaat gefinancierde culturele organisaties die beschouwd kunnen worden als cruciaal voor de Rotterdamse culturele infrastructuur en de speerpunten in het Rotterdamse cultuurbeleid. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van De griffier,

De voorzitter,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=5e1ea804-bca1-4d0a-829e-690752fd3771